De geur van Duindoorn in september

.

.

Het schelpenpad maakt

voor vele voeten een weg

de horizon kraakt

.

Zon rijst warm en traag

uit oranje bessenzee

vruchten die ik draag

.

Wortels in de kust

vlak voor de wereld afsterft

spreid ik levenslust

.

Hier en nergens anders

 

 

 

(Bezoek aan Schiermonnikoog met rijpe duindoornbessen.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Handen voor het land

.

.

Kom op zei de man
na een slapeloze nacht
en hij sprong acuut uit de veren
Niet gedraald het is genoeg
de hoogste tijd om het tij te keren
Hij haalde zijn koperen hoorn
uit het stof en klom snel in de toren
Hij kuchte even voor hij blies
en blies zo luid en koninklijk
dat iedereen kwam
om het te horen.

.

Af en toe kamperen er vrienden en kennissen op de camping. Dan staat er voor op het veld een tentje, op één van de plekken waar we de distels hebben weten weg te krijgen. Soms staat er een caravan. En nu is het een busje. Er kampeert een vrouw in en ze heet Elza. Ze heeft lang grijs glanzend haar en een rimpelloos gezicht. Haar ogen staan helder en direct, als een vrouw die aan kan pakken. Elza heeft een schoenenwinkel in de stad en wil er even uit. Ik sta net achter mijn huisje, wanneer ze aan komt lopen.
“Hallo, ik hoorde van Irma dat ik jou kan komen helpen in de tuin. Er moet meldezaad geoogst worden. Kan je me laten zien waar dat is en hoe ik het moet doen?” Dat wil ik met alle plezier en ik loop met haar mee naar het meldeveldje. “Kijk,” zeg ik, “zo doe ik dat.” Ik pak een stengel tussen duim en wijsvinger en rits het zaad er in één beweging af. “O, dat is simpel,” zegt ze. Ik zoek een emmer voor haar en ze gaat aan de slag. Een tijdje sta ik naast haar, onze handen gaan ritmisch langs de stengels en de kleine lichtgroene korrels rollen van onze handen in de emmer.
“Ik heb een halve hectare in Belgisch Limburg,” zegt ze. “Daar probeer ik een voedselbos te maken maar dat is best lastig. Ik sta midden in het bos en de zon komt pas laat over de boomtoppen heen.” Ze vertelt hoeveel er toch al groeit. Ze is er al een poos niet geweest. Niet zo handig, in de oogsttijd. Ze gaat met haar busje overal naar toe. In de winter gaat ze naar Spanje. Veel leuker dan Nederland en de Spanjaarden zijn zo lekker relaxed! Ze vertelt er enthousiast over. “Er zijn steeds meer mensen die het vrije leven opzoeken op deze manier. Ouderen en ook jongeren,” zegt ze.
Ik kijk haar aan. “Ja ik snap wel dat ze er geen zin meer in hebben om mee te doen in de mallemolen van de economie. Maar ik vind het ook wel jammer dat ze niet hier blijven. Je kan het daar wel leuker vinden, maar hier in ons land is juist zoveel te doen! Het vraagt toewijding om het weer mooi te maken. Steeds wegfladderen werkt niet.” Ik zie tussen de melde een groepje jonge bosliefjes staan en zet mijn voet zorgvuldig op een andere plek. Die kunnen de komende twee maanden nog mooi in bloei komen, paars en prachtig. Als ik zeker weet dat mijn voet goed staat, praat ik weer verder.
“Frijlân is een ambitieus project. Maar het geeft ook voldoening. Er komen hier veel mensen om te kijken hoe we het doen.” Elza kijkt me nadenkend aan. “Ja, dat mis ik wel in België. Ik doe dat helemaal in mijn eentje en mijn man interesseert het niet zo…” Ze kijkt peinzend naar de horizon.

Terwijl ik terug naar mijn huisje loop, denk ik na over dit gesprek. Zo had ik het ook kunnen doen. Ik had ook een halve hectare grond voor mezelf kunnen hebben. Dan zat ik midden in het provinciale Brabant, midden tussen akkers en bosjes in de heerlijke stilte. Maar dan was er zelden iemand die mij bezocht. Hoe anders is het op Frijlân! Het is de grootst denkbare tegenstelling. Een eigen voedselbos is leuk, en het is gaaf als je je creativiteit ongestoord kan uitleven. Maar ik doe het niet voor mezelf alleen. Daarom ben ik hier. Nu.

.

.

Dikke stromen mensen gaan dezelfde kant op. Een raadsel!

 

.

Het werk op Frijlân

.

 

.

 

Het werk op Frijlân is voor mij:

Hakken in keiharde klei
waar drie opgesloten wormen
droogjes wachten op de regen
om zich vochtig kronkelend
verder te kunnen bewegen

Hakken tussen zuring en distels
hoge halmen van het gras
om gaten te maken
voor ’t planten van de herfstframboos.
Ik hoop dat hun wortels de kluiten kraken.

Ruimte scheppen bij een wolkbreuk
als deze de hitte in tweeën splijt
het welkome water maakt alles zacht
we scheppen een pad op de juiste momenten
Als de regen naar ons lacht

Langzaam verzamelen zich
de mensen van dit land
om zich met elkaar
een weg te wensen
die gebarsten werkelijkheid
met frisse volharding
in tweeën splijt.

.

.

.

.

.

Het mooist is het land om vijf uur ’s ochtends,

in die vochtige stilte van de lente, voor de hitte komt. 

De oude boerderij is gehuld in

pastelkleurige luchten en het zachte ochtendlicht,

net een eeuwenoud schilderij.

.

.

.

.

De lange oprijlaan in de mist. De bossige oase van het

land van de Oerfloed komt nu echt tot zijn recht.

 

.

.

Een van de yurts, waarin nu Irma woont.

 

.

.

En mijn allerliefste huisje in de gouden zon.

 

.

 

 

 

Voet aan de grond

.

.

 

Ik bouwde een huisje op wielen
en ga.
De Aarde zelf
weet wel waarheen.

Ik ga waar de bodem
mij asiel verleent
om klei te wroeten
compost te broeien
voet aan de grond
om te groeien.

Ik ben in klei geboren
en ben te gast op zand
om dit van de grond
in de hoogte te bouwen
ik investeer mijn ademhaling
in dagelijks vertrouwen

Waar ga ik heen
naar welke taak
ik wil geen toerist zijn
slechts voor vermaak.

En alléééé

dan is het er
of wellicht was het er al

Ik krijg voet aan de grond
een gunst aan mij verleend
Ik spreid het laken
voor ‘t laatste stille ontbijt
krachten worden nu vereend
en alles is op tijd
om een brede lach te maken
om lippen
van elke mond

Dat ieder zich verheugen kan
op die ochtendstond
nog verzonken in mist
en het ei dat zachtjes sist
in de koekepan

.

.

 

De ganzen achterna

.

.

Soms wacht je ergens op
als op een vertraagde trein.
En tussen de gelaten menigte
is er niemand die iets zegt
waarom hij laat is en
of hij nog komt.

Je kijkt om je heen
verloren in het moment.
Tussen uitdrukkingsloze gezichten
valt het vuurrode blad
van een esdoorn.
Waar wachten we eigenlijk op

Er vliegt een groep gakkende ganzen over
Verwachtingsvol kijk je omhoog
en ziet het ritme van klappende vleugels.

Weg zijn ze alweer.

De menigte blijft staan
als een lamgeslagen lichaam
met duizend dromende ogen
die in ‘t geheel geen ganzen zien.

Je kijkt naar je wandellaarzen
die stevig staan op kletsnatte klinkers
je voelt je vragende voeten.

Energie stroomt waar beweging is.
Kom,
je wacht niet langer,
je gaat lopen.

De ganzen achterna.

.

.

Elke centimeter aandacht

.

 

 

Rustig aan,
dan breekt het lijntje niet.
Kijk waar je naar kijkt
en zorg dat je het ziet.

Hardlopers zijn doodlopers
en mensen die het toch blijven doen
zijn hardnekkige knieënslopers

Liever één vogel in de hand,
dan tien in de lucht
Liever hier zijn met verstand
dan met haastig hart op de vlucht

Maak wat moois van wat er is
weet alles heel dichtbij
zonder spinsels van gemis.
boetseer je dagen als met klei
meet je voeten met de rolmaat
elke centimeter aandacht
en nooit ben je te laat.

Ben waar je bent

Wat is,
dat is.

 

.

Ik heb een steiger gemaakt! Alles was er, de metselschragen die ik mocht gebruiken, de lange zware balken, Er was genoeg materiaal om van de steiger een stabiel geheel te maken. Had ik eerder geweten dat dit alles zo makkelijk te vinden was! Nu kan ik verder werken aan het dak.

.

.

 

 

 

 

 

 

.

.

Ik herinner mij vorig jaar maar wat goed. Wat was ik het zat, dat gewiebel op die keukentrap! Mijn wagen staat op een hobbelig grasveldje. De keukentrap had smalle lange poten. Elke keer als ik hem verzette, moest ik plankjes onder de poten schuiven om de ondergrond effen te maken en om te zorgen dat hij niet in de grond zakte. Ik ging op en af. Ik pakte de boor, klom omhoog, boorde een gaatje en klom weer naar beneden voor het volgende.

Ik ben heel wat naar boven en naar beneden gegaan en ik heb heel wat plankjes verschoven, onder die lange wankele poten. Een geweldige oefening voor benen en balans. Al balancerend maakte ik de goot, sloeg deuvels in dakspanten, zodat ze stevig vastzaten en schilderde het dakzeil groen. Het zeil, gemaakt van kunstrubber, vouwde ik aan de randen netjes in de goot. Nu kon het mooi afwateren. Ik maakte het vast met touwen, latten en lijmklemmen en klom voor de laatste keer naar beneden. Hoopte ik.

Ik keek op een afstandje naar mijn werk. Het zou vast nog flink gaan stormen, de herfst moest nog komen. Maar alles zat vast. Ik bekeek mijn werk van binnen en van buiten. Maar het was goed en er was niets dat lekte of wapperde. Voorlopig zou dit het dak zijn, al verdiende het geen schoonheidsprijs. Later zou ik wel verder zien. Opgelucht nam ik dat besluit en ging verder met de binnenkant, het bed, de zithoek, de afwerking, het schilderen. Als dat af was, dan kon ik er in de lente gaan wonen…

.

.

Boven de goot kan ik nog steeds een gat maken in het dak. Achter de isolatie zit niks. Alleen het dakzeil, dat ik hier heb weggeklapt. Ik vind het best geinig, zomaar een gat te kunnen maken, maar het geintje heeft nu lang genoeg geduurd.

.

En nu woon ik er. Maar het dak vraagt steeds luider om aandacht. Het is nog niet af. Dus ben ik weer begonnen. Ik ga de hobbels en bobbels egaliseren met super buigzame plaat en er is meer wat om afwerking vraagt. Op de steiger staat een waterdichte box met al mijn gereedschap. Ik hoef maar één keer omhoog en ik vind wat ik nodig heb. Ik word er net zo blij van als ontbijt op bed. Een cadeautje voor mezelf. Het is wat meer werk voor je kan beginnen, maar het is het waard. Staande op mijn stevige steiger kan ik zien wat ik gedaan heb, ik kan zien of het goed is en wat ik nog wil doen. Dit is nog eens werken! Zonder veel gedoe heb ik overzicht. Daar ga ik van genieten!

.

.

Het dak met het zeil omhoog geslagen, zodat ik aan het werk kan. Hier is het gat te zien, wat ik voor de gein heb gemaakt en wat van binnenuit zichtbaar is op de vorige foto. Er naast het eerste klusje,  cedarhouten plankjes plaatsen, ter afdichting.

.

.

De essenhouten dakspanten zijn niet allemaal van dezelfde kromming. Ze zijn heet en nat gestoomd en daarna gebogen en ze zijn niet zo krom geworden als ik wilde. Om het verschil in hoogte te overbruggen heb ik deze lat gemaakt.

.

.

.

Hier kun je de inkepingen zien, voor elke boog anders. Het meten ervan is een kunstje dat ik leerde bij de bouw van het Statenjacht in Utrecht.

.

.

Deze plaat buigtriplex is zò gemaakt, dat je hem in deze richting  extra ver kan buigen. Aan de binnenkant zijn ribbels uitgezaagd wat dit mogelijk maakt. Daardoor is hij ook lichter van gewicht.

.

.

Een bed in een huis als een buik

.

.

.

Ik kan niet slapen
lig met open ogen
naar boven te kijken
naar essenhouten bogen

Ik heb geen bed
in lineaire tijd
waar ik verloren zoek
naar geborgenheid

Ik heb geen bed
in een huis dat echoot
mijn nest omarmt me
als een zachte schoot

Mijn bed is warm
mijn dak is zacht
mijn wand is stof
mijn engeltje lacht

Met ogen halfgesloten
zo duik ik met een gaap
in koesterende warmte
tot ik werkelijk slaap

.

.

.

Hoe kan het toch

.

Stille-oude wei en wij

Midden in de grootste chaos zijn wij JUIST in staat, het paradijs te scheppen, op de plek waar we werkelijk zijn.   (Alowieke)

.

Ik ben er
Ik ben waar ik moet zijn
en jij
jij bent er ook

Weet je nog
die dag,
zo lang geleden

Samen zongen wij een lied
tussen oude stenen in een wei
wie weet was het wel deze
de stenen zijn verdwenen
weggesleept door een man
die uit zijn tractor kwam
terwijl een zware ploeg
ploeterde in de verte
in stofwolken van
zijn spoor

We zongen onder de eikenboom
midden in het land
en schepten koeienstront opzij
met onze blote handen
misschien was het wel hier
waar wij gingen zitten
in het stille gras van
grondige tijdloosheid
de wei die altijd ruikt voor mij
naar
vochtige aarde en mest

En hoewel alles er al was,
en in wezen nooit verdwenen is,
verrast het ons dat wij dan toch
na al dat geploeter
en eindeloze omwegen
dan toch
ten midden van de chaos
hier mogen staan
alsof er
niks veranderd is

En hoe kan het toch
dat ons lied weer licht is
spint van tevredenheid
sprankelend jong
en het gras dat groeit
voor onze vermoeide gezichten
bij elke ademtocht voller wordt
en dat de kievietsbloem bloeit

bloeit
als nooit tevoren

.

Onder de tekening, boven het gedicht, heb ik mijn gedachten kort en krachtig samengevat. Wie kan me aanvullen? Korte overpeinzingen lees ik graag. Citaten van anderen zie ik het liefst met bronvermelding.

 

Mistige panelenpraat

Vervolg op zonnige panelenpraat.

.

.

blauwe-klompen-kl-frm.

De koffie is op. Ik trek mijn blauwe klompen aan en steek de telefoon in mijn zak om naar buiten te lopen. Mijn voeten laten een donker spoor achter in het kort gemaaide veld, dat zilver is van dauw en mist. Ik ga het hoekje om van het lege onaffe huis dat in het midden van de camping staat. Het is van rode baksteen met oranje pannen op het dak. Onder de nok kan je dwars door het huis heen kijken.
Achter het huis is de vijver. En daar, vlak naast het hek waar de frambozen groeien, daar staat ze dan. Mijn eigen kleine huis op wielen. Wat is ze mooi.

.

.

bouwen-woonwagen-voordeuren-dubbel-kl-frm.

.

Ik kijk naar het groen geschilderde dak. Ik heb er veel tijd aan besteed, want er zitten heel veel functies aan. Er liggen al zonnepanelen op, die wachten op aansluiting. Ik zie vanaf de grond de onderste staalkabel. Daar zitten ze aan vast, heel stevig met allemaal roestvrij stalen oogjes en moertjes. Ik heb overal de kleinste maat van genomen. Toch is alles veel te robuust uitgevoerd, voor die  flexibele paneeltjes. Had het eenvoudiger gekund?
Ja. Ik had gewoon een paar lange latten op het dak kunnen vastmaken, met aan weerszijden een bout. Daar had ik de panelen op kunnen schroeven.

.

.

bouwen-zonnepanelen-1e-situatie-kl-frm

In de winter liggen de panelen aan één kant. De baan die
de zon maakt is dan veel kleiner. In de zomer komen de
panelen aan weerskanten van de dakkap te liggen. De ene
kant zal optimaal laden in de ochtend, de andere in de
middag.

.

.

Maar toch, deze constructie is veel sterker. De bovenste kabel zit vast met een hele rij roestvrijstalen ogen, die dwars door de opstaande dakkap heengaan. Als ik nu iets op wil hangen, een groot zeil bijvoorbeeld, dan heb ik overal bevestigingspunten en sterk ook nog. Ik kan er van op ààn. Ik zou aan de onderste kabel van alles vast kunnen maken. Ik zie het al voor me. Een raamwerk van touw met een zeil erboven. Je kan er hele bossen kruiden onder drogen, geurend in op zwoele zomeravonden en we kunnen er muziek onder maken als het regent…
Ik klim op de wiebeltrap die nog steeds bij de wagen staat en werp een kritische blik op de kabels. Het zit nog lang niet goed. Ik zie boutjes die nog niet kortgeslepen zijn. Het onbeschermde staal prikt diep in het rubber. Ai ai. Dat mag niet. Ik zal ze een kopje kleiner maken met mijn haakse slijper en dan een dopje er op. Ik moet ook iets met het dakrubber doen, dat rekt veel te veel uit. O, ik moet echt weer aan het werk hierboven. Maar niet nu. Ik klim weer naar beneden.

.

.

bouwen-zonnepanelen1e-situatie-detail-kl-frm

.

.

Ineens krijg ik een idee. Ik zal wel vaker onderhoud moeten doen en ik wil altijd alles kunnen inspecteren. Als ik het dakrubber niet vastplak in de goot, maar in plaats daarvan vastklèm, dan kan ik het altijd losmaken en oprollen. Ik kan het vastbinden aan het opstaande puntdakje, in het midden. Dan kan ik zo mijn hoofd tussen de dakbogen doorsteken en zien hoe het erbij staat. Dat is leuk! Ik glim van pret. En de isolatie haal ik er zo tussenuit. Dan zie je weer de mooie kale constructie. Hoera! Wie heeft er nou een dak dat je open kan rollen? Het wordt een superdak. Het is het meeste werk van de hele wagen. Maar ik heb het er voor over.

.

.

bouwen-dakzeil-in-de-goot-kl-frm

Goot met dakrubber

.

.

Vrijdag komt Johan de electra aansluiten, schiet me te binnen. Dat is helemaal niet handig. Er moet nog veel te veel gebeuren.

Ik pak de telefoon uit mijn zak en tik zijn nummer in. Aan de andere kant klinkt een opgewekte stem. „Met Johan.”
„Dag Johan, met Alowieke.“
„Hé Alowieke! Ik heb vrijdag bij jouw een afspraak om de zonnepanelen aan te sluiten!“
„Dat gaat niet door.“ Mijn stem klinkt resoluut. „Het is nog niet in orde, de bouten prikken in het dak, dat moet ik oplossen. En het rubber moet een onderlaag krijgen van stijf doek. Er zijn nog een paar dingen, die ik eerst in orde wil maken. Ik ga er verder mee in de lente, als het droog is en warmer en als ik weer zin heb in het dak.“
„Wat vervelend voor je zeg! Maar je klinkt toch heel positief.“
„Ach ja, ik leg er een paar planken onder en gooi er een zeiltje over. Dan kan het wel even blijven liggen zo. Voorlopig ga ik verder met andere dingen. Het wordt hartstikke mooi!“

Wandelend praat ik nog even verder. Eèn van de kippen ontdekt mij en rent op een holletje naar me toe. Helaas kip, ik heb niks voor je. En ik ben aan het bellen.
„Dan kan je mooi zien hoe het straks geworden is Johan,” besluit ik, de bruine kip negerend.
„Ik ben benieuwd.“
Na een laatste groet druk ik mijn telefoon uit en stop hem terug in mijn zak.

.

.

Foto’s met haiku’s

.

bouwen-dakzeil-in-bamboegoot-kl-frm

Kijkje op het dak
natte blaadjes in de goot
regen druipt erlangs.

.

.

bouwen-druppel-aan-de-wand-kl-frm

Druppels aan de plank
die hangen tot ze vallen
zoals ik het wil.

.

.

bouwen-werkplaats-detail-kl-frm

Schetsje tussendoor
met potlood op een plankje
hoe maak ik de deur.

.

.

bouwen-deurdeel-kl-frm

Borstels in de kier
zo blijft mijn huisje warmer
hier geen koude tocht.

.

.

bouwen-werkplaats-2-lamp-kl-frm

Mijn oudste lamp straalt
sterk en warm en heel vertrouwd
lief en gelig licht.

.

.

https://alowieke.wordpress.com/2015/12/08/zonnige-panelenpraat/

.

.

.

Meisje van diamant

.

-violiste-en-het-kind-kl-frm

Tijdens mijn verblijf op Schiermonnikoog maakte ik iets heel bijzonders mee. Samen met een hele stoet andere muziekliefhebbers ben ik op de veerboot gestapt, voor de “Ode aan de wadden“. Het was de opening van het vijftiende Kamermuziekfestival. Tijdens het concert was ik het meest geraakt bij het zien van dit meisje.
.
.

Meisje van diamant

In de banken zitten mannen, vrouwen
ze kijken allemaal heel ernstig
naar twee mensen op de planken
die met de muziek wilden trouwen

Ze spelen daar met heel hun hart
de tango met al zijn emoties
de viool die zingt en knarst
gitaar verlicht de smart

Tussen de groten, op de grond
zit heel alleen een meisje
ze kijkt naar ’t spel met grote ogen
glimmend met half open mond

Haar gezicht is lief en zacht
een witte jurk hangt rond de knieën
Het haar in lange krullen danst
telkens als ze lacht

Ze straalt verwonderd
naar haar engel,
donkere ogen, als betoverd
staren naar
de jonge
violiste

Dan wordt ze plotseling overdonderd
door een valse noot

Ze knijpt abrupt haar ogen dicht
en lippen op elkaar
alsof
ze een tik krijgt
op haar wangen

De muziek is als het licht
en zij weet het te vangen

Het kind is als een diamant
en alle kleuren van ’t heelal
weerkaatsen keer op keer
terug van haar gezicht

.

Na het concert ben ik naar haar toegelopen. Ze zat bij haar ouders, allebei mensen met donker krullend haar. “Ik vond het zó leuk om naar je te kijken!” zei ik, “Je ging helemaal op in de muziek!” En ze antwoordde stralend: “Ja, ik speel zelf ook viool en mijn vader ook en onze hele familie is muzikaal!” Ik werd helemaal blij van haar. Toen ik allang in bed lag zag ik haar gezicht nog steeds voor me.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Corrie van Rijthoven

voetnoot-corrie-kleine-prins-kl-frm

.

.

.

.

.

.

.

.

Dit is op dit moment mijn lievelingsboekje:
“De kleine prins”, van Antoine de Saint-Exupéry. Ik vind het mooi vanwege de puurheid waarmee het geschreven is en om het geheim, dat in de volgende passage te lezen is.

Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.

.

.

DE BOUW

Ik ben nu lekker uitgerust en ga zo meteen kijken hoe de wagen erbij staat.