Over koetjes en kalveren

Koetjesenkalveren KB

.

Ik zit bij het raam in de warme huiskamer van de buren. Het is een kleine woonkamer, knus en ouderwets ingericht zoals huiskamers in woonwagens horen te zijn. Vier klassiek-houten leunstoelen, twee schilderijen aan de muur. Een clown met melancholieke ogen en een reproductie van van Gogh. De beroemde schilder verbeeldt hier een zelfde soort woonwagen als ik ga bouwen. Gefascineerd kijk ik er naar.
Ik maak mijn blik los van de wand. Hans geeft me een kop koffie.
” Wij gaan hier waarschijnlijk niet blijven,”zegt hij.”Maar we weten nog niet wat onze bestemming wordt. Weet jij het wel?”
“Ik blijf hier zolang als nodig is. Dat is nog wel een poosje. Ik vraag me trouwens af wie wel weet wat er komt. Het boerenland om ons heen zal ook veranderen. De hele melksector is bezig opgeblazen te worden.”
“Ja, dat hebben wij ook gehoord. Investeringen voor schaalvergroting zijn groot en de melkveehouderij draait al lang met grote verliezen, gesubsidieerd door de overheid.”
“Hoe moet dat dan straks? ”
“Ach, dan importeren we die melk toch gewoon.”
“Ja, maar er is overal een schaalprobleem. Waar haal je dat dan vandaan?”
“Buiten Nederland is nog ruimte genoeg voor koeien. Oost Europa is lekker goedkoop om te investeren voor grote bedrijven. Genoeg die graag hun land kwijt willen.”
“En wat doen wij hier met het land? Alles is ingericht op die koeien. De mest word er geïnjecteerd, de hooilanden, de snijmais die je overal ziet…”
“Die snijmais exporteren we naar Oost Europa.”
“En hoe houden we onze grond vruchtbaar als er geen mest meer is?”
“Kunstmest, of koemestkorrels importeren uit het Oosten.”
“Fosfaten voor kunstmest worden gedolven. Die zijn vroeg of laat op.”
“Dan importeren we gewoon die mestkorrels.”
“Dus we importeren de melk en de koemest, en we exporteren de mais. Dat wordt een hoop heen en weer gerij.”
“Ja… nou ik zie het ook veel liever anders. Laten we de de grond schoonmaken. Dat vind ik veel zinvoller. Zeven jaar duurt dat en dan kunnen we overal voedselbossen en boerderijen opzetten gebaseerd op sluitende kringlopen.”

Dit gesprek geeft een korte schets van hoe het is en hoe het kan zijn. Kringloopdenken, dat kan niet in onze groei-economie. Het kan alleen maar groeien doordat er voeding, materiaal en energie aan wordt toegevoegd. Er wordt gedolven waar het maar kan en ook waar het niet kan. Goud, fosfaat, gas, kolen, olie, het houdt niet op. Dat dacht men tot voor kort. Maar het houdt wèl op!

In het kringloopdenken gebruik je alles wat er is als voeding. Er zijn verschillende namen voor. Ecologische of biologische landbouw is het meest bekend. De permacultuur gebruikt de natuur als inspiratiebron. Als je de natuur met rust laat, is er altijd een kringloop van voedingsstoffen. Omdat wij ons eten van de grond halen, halen we ook voeding uit de grond. Die wordt meestal naar elders gebracht. Daarom moet er steeds mest van buiten komen, om de bodem weer vruchtbaar te maken. Een goede bodem heeft veel meer in zich, dan alleen kunstmest.

Poep van mensen en dieren hoort op de composthoop, zodat het terug kan naar de bodem waar het vandaan komt. Takken en blaadjes kunnen makkelijk blijven liggen in de herfst, het houdt de bodem warm en biedt beschutting aan tal van beestjes. Als het vergaan is en verteerd, kan de bodem veel beter water vasthouden en voedingstoffen. In kringlooplandbouw kunnen dieren ook een plek krijgen. Maar niet teveel. De bodem heeft mest nodig, maar overbemesting willen we niet. Genoeg is genoeg. In een kringloop is alles in harmonie, en staan allerlei vast planten, die zorgen dat de bodem stevig bij elkaar blijft. Ze zorgen er ook voor dat de bodem de voedingsstoffen goed in zich op kan nemen. Er zit nog veel meer aan vast en als je wilt kun je er nog veel meer over lezen.

Boeken hierover zijn:

Vierduizend jaar kringlooplandbouw, van Sietze Leeflang
Handboek ecologisch tuinieren van Herman van Boxum en G Buysse
Sepp Holzer’s permacultuur, van Sepp Holzer

Meer boeken over permacultuur:
https://www.google.nl/search?q=permacultuur+boeken+kringloop&ie=utf-8&oe=utf-8&client=firefox-b&gfe_rd=cr&ei=8kAsWMLXE6GT8Qfv5LLQCA#q=permacultuur+boeken

 

Trots

.

Poep, de mijne.

 

Met een gevoel van trots kijk ik in het kleine emmertje. Wat een prachtige drol weer. Een mooi gekruld hoopje, een beetje vezelig van structuur en de lucht is vele malen lekkerder dan wanneer de boer hiernaast met drijfmest bezig is. Ik omlijst het donkerbruine torentje met wat oud wc papier, in losse stukjes uit elkaar getrokken, zodat het goed kan verteren straks, op de composthoop. Ik pak een handvol zaagsel uit het zwarte emmertje ernaast en gooi dat er over. En nog eentje. Met een stuk dik karton maak ik het plat . Vroeger kon dit een goor werkje zijn, maar nu gaat het heel netjes. Tevreden doe ik de deksel er weer op. Ik ben blij. Mijn poep stinkt niet meer.
Wie kan dat nog zeggen in deze tijd. Ik weet het niet. Ik hoor er zelden iemand over. Hoewel, het begint te komen. Ik hoorde laatst zelfs een reclame over poep. Toen moest ik wel even glimlachen. Mooi zo! Er valt steeds meer over te lezen. Over hoe gezonde poep er uit ziet. Maar ook over het gebruik, van goeie poep.
“Het bruine goud”, schrijft Sietze Leeflang in het boek „Vierduizend jaar kringlooplandbouw.” Het gaat over het oude China, en het is een bewerking van een veel ouder boek, uit 1910. Ik was zo geboeid dat ik het in een ruk uitlas. Alle poep uit de stad lag binnen de kortste tijd bij de boeren op het land. Ik vroeg me dan af hoe dat ging en hoe smerig dat geroken moest hebben. Maar nu ik de substantie van mijn eigen drollen zo zie veranderen, begin ik er een heel ander beeld bij te krijgen. Bij mij gaat het ook terug de grond in, net als bij de Chinezen. Ik gooi het in een kuiltje, beetje grond, blaadjes en zaagsel erover en er is niks van te ruiken. Ook een opvallend gegeven is dat de Chinezen meestal vegetariërs waren, net als ik. Poep van vleeseters stinkt meer, dat moet je er maar voor over hebben, als vleeseter. Maar onze poep stinkt ook om tal van andere redenen; Omdat je ziek bent of stress hebt, omdat je medicijnen slikt. Of doodsimpel omdat het lichaam niet het voedsel krijgt waar het om vraagt. Verse groenten en kruiden kunnen ontbreken. Maar, ik heb het kunnen zien. Ik zie de verandering in mijn eigen kleine compostemmertje, sinds ik de stad uit ben en ik een ander leven leid, is het veranderd.

Hier, op het rustige platteland, geniet ik van eenvoudig voedsel. Veel fruit met kaneel, en een lepel honing. Havervlokken, roggevlokken, zelfgeplet met de handmolen en geweekt met rozijnen en water. Een handje noten en zaden. En ’s avonds ga ik plukken. Verse groenten, kruiden, bloemen en onkruiden, aangevuld met knollen wortelen en linzen, bonen, gierst of boekweit. Ik begin ook steeds meer te experimenteren met wild voedsel. Er zijn zoveel eetbare planten in de natuur! Voedsel, de basis van alle leven. Soms krijg ik een blij en opgetogen gevoel. Ik besef dat we nu grenzen overgaan, die vele eeuwen afgesloten waren of taboe. We kullen kruiden en onkruiden eten, terwijl veel nieuwsgierige ogen toekijken. We worden dan niet meer uitgemaakt voor armoedzaaiers of heks, wat zoveel generaties lang de wereld verzuurde.
Met goed eten maken we mooie drollen. En met mooie poep en goeie plas maken we gezonde aarde. En met gezonde aarde maken we veel groene blaadjes, kleurige bloemen, smaakvolle appeltjes en gezonde bomen. En met gezonde bomen maken we de lucht weer fris. En als je dat eenmaal geroken hebt, dan zijn luchtverfrissers op de plee maar rare dingen.