Boeren in beweging

.

.

Ik sta op het punt een gekronkeld stuk hout te pakken. Het is voor de afbakening van een nieuw vijvertje, dat ik heb gemaakt. Net als ik wil bukken zie ik iets op het land hiernaast. Mensen. Vlak bij de weg staat een tractor. De motor draait. Het uitgestrekte land is net bewerkt. Er stond de hele winter rucola te bloeien. Het was een mooi gezicht, net een toendra, met hier en daar een grote plas. Ik zag en hoorde er graspiepers en meer vogels. Er was nooit iemand.
Deze week is de rust afgelopen. Ze hebben drijfmest ingespoten en compost gestrooid. En nu hebben ze alles door elkaar gehusseld. Niet leuk om te zien, maar ja. Tegelijkertijd, ik ben al blij dat hij zijn grond laat begroeien in de winter. Veel doen dat niet.
De tractor staat op de hoek, de voorkant naar de weg gericht. Ik zie er twee mensen bij. Zonder aarzelen loop ik erheen. Als ik vlak bij ze ben, zie ik een tanige man en een stevige jongen. De man is ongeveer van mijn leeftijd en hij kijkt me lachend aan. „Bent u de boer of bewerkt u het land alleen maar?”
Met uitgestoken hand loopt hij me tegemoet. „Ja, ik ben de boer,” zegt hij trots. “Aangenaam,
Arjan, uit Moergestel.” Hij heeft levendige bruine ogen, een gebruinde huid en kort grijzend haar. “Leuke vent,” denk ik, terwijl ik me voorstel. “Mooi stuk land heb je”, zeg ik. “Ik zag deze week een paar patrijzen bij ons rondlopen, toen jullie bezig waren. Ik hoop niet dat ze een nest hadden.”
“Ja, misschien had ik het eerder moeten doen, dan waren ze misschien nog niet aan het broeden,” zegt hij met een spijtig gezicht. “Maar je weet het tóch niet hè,“ zeg ik begrijpend. “Nee, je weet het niet…” herhaalt hij en kijkt in gedachten naar de grond.
Om hem op te vrolijken zeg ik: “Goed dat je je land begroeid laat, ’s winters. Boeren verderop laten de grond van hun akkers gewoon wegwaaien.”
Hij kijkt me opgewekt aan, zichtbaar blij met dit compliment. “Ja!” zegt hij “Daar snap ik ook niks van. Ze ploegen en dan laten ze het zo liggen. Ik denk dan, je ziet toch wat er gebeurt! Ik ga meteen zaaien na het ploegen. Daar laat ik geen weken overheen gaan. Maar ja, zo heeft ieder zijn manier,” zegt hij.
“Tja, ik denk dat veel mensen het gewoon doen zoals ze het geleerd hebben. En het heeft altijd gewerkt dus waarom niet. Maar nu beginnen dingen te veranderen. “ zeg ik.
“Ja hè? “ zegt hij, verrast dat ik het onderwerp aanroer, en wat aarzelend. Bedachtzaam kijkt hij voor zich uit. Ik kijk hem vriendelijk aan. “Maar jij zorgt in elk geval goed voor je land.” zeg ik en ik meen het ook. Ondertussen denk ik: Er zijn andere manieren van landbouw. En als je het aan mij vraagt, veel gezonder nog dan hoe hij het doet. Pas zag ik een goeie benaming ervoor. Het is ook de titel van een boek. “Herstellende landbouw,” van Marc Shepard. Maar tegen Arjan vertel ik niks van deze gedachten. Te pril allemaal.
“Ik doe mijn best”, hoor ik Arjan zeggen, in reaktie op mijn opmerking van zojuist. “Maar het kan vast ook anders.” Ik hoor de echo van mijn gedachten. Ik lach.

Boer Arjan zaaide snijmais

Gezaaide mais op het veld. Aan het laagje insecticide is een rood kleurtje gegeven, onder ander om  ervoor te zorgen dat de vogels het niet opeten. Toch hebben we gezien dat ze het toch aten, dus het werkt niet altijd.

En nu. Ik denk aan de mensen van de Pallandehoeve in Oirschot, gedreven bezig met permacultuur. Twee mensen hebben een hectare grond met daarop een tuin in ontwikkeling, en ze richten zich vooral op boeren die het anders willen doen. Ze hebben een man gevonden met veel grond, die zich door hen wil laten adviseren. Ik hou het in de gaten. Als het een succes wordt kan ik het boer Arjan vertellen. En meer mensen. Je weet maar nooit.

Randen van een aardappelveld

Onderweg naar Diessen zie ik dit land. Ik blijf er steeds naar kijken. Het is zo overduidelijk! Er is deze lente bijna geen regen gevallen en dit is wat er gebeurt. Langs de randen groeit het veel sneller. Organisch materiaal, bomen en begroeiing houden vocht vast en trekken vocht aan. Ook dauw. Als je dit weet kun je er gebruik van maken. Maak terugkerende bomenrijen met fruit en noten en bessenstruiken eronder. Ertussenin komen stroken akkerland met aardappels en granen, bij voorbeeld. In de permacultuur maakt men ook gebruik van dit principe.

_________________________________________________________________

Links:

http://www.janvanarkel.nl/nieuw/herstellendelandbouw.html

http://www.pallandehoeve.nl/contact.htm

Boek “herstellende landbouw” van Crawfort. Vertaalt in het Nederlands. Verkrijgbaar bij Uitgeverij van Arkel, Utrecht.

Het land

.


De zon is fel en ongenadelijk. In de zinderende hitte klinkt ons gehak in een gestaag ritme.
We werken op een smalle strook, waar dit jaar niets is ingezaaid. De strook ernaast is paars en geel van de bijenbloemen, en het is een gezoem van jewelste. Wij werken op het lege stuk. In het zand en tussen de stenen staat evengoed van alles. Gras, smeerwortel, knoopkruid, wat brandnetel en pispotjes, en nog veel meer. Wij hakken ze allemaal af. We hoeven de wortels niet weg te halen. In deze hitte sterven ze snel. Ik heb de wijde witte blouse aan, die mijn moeder voor me maakte. Ik druip van het zweet en een lichte bries waait onder het linnen en koelt mijn warme huid. Een strooien hoed beschermt mijn hoofd. Naast mij werkt een jonge vrouw uit Avrig, een Roma. Ze zucht diep. Haar strakke paarse shirt heeft korte mouwen maar is toch te warm. Ze stroopt de pijpen op van haar lange zwarte broek, en gaat verder. Verderop zetten haar vriend en haar broer palen in de grond. Dat is nodig voor een hek, tegen wilde zwijnen. Die komen af en toe ongevraagd het land omploegen en dat wil onze boerin niet.
Net zo ongenadelijk als de zon brandt, hak ik door. Het warme staal ploft in het droge zand van de bovenste grondlaag. Ik zie een hele spinnenfamilie vluchten, en ik zie hun kleine holletjes in de grond, onder een graspol. Er groeit ook een vetplant, met kleine gele bloemen. In een roset bedekt hij de bodem met lange vlezige stengels. Ik hak het allemaal af. Ik zie de tere bloempjes van ereprijs en ook kamille. Ik voel hoe het zweet van me afdruipt en geniet van het harde werken en het gestage ritme waarin ik voortga. Toch spijt het me. Voor de spinnen. En voor de kleine ereprijs en de kamille. Ik had ze graag een langer leven gegund op deze plek. Maar het moet. Helaas.

 

Een man keert terug van het werk
Een man keert terug van het werk

Voetnoot: we zijn om twaalf uur opgehouden. Daarna werd het nog warmer. Agnes had een heerlijke maaltijd voor ons gemaakt, geserveerd in een koele kamer.

Het lijkt wel oorlog op de akker

.

.

`Het lijkt wel oorlog`, zegt een jongen die naast een van de tentjes staat. Een grote stofwolk waait over het veld van de Augustehoeve, over de bossages en over het dak. Er lopen mensen met ontwerptekeningen in de hand, voor de grond die rond de hoeve ligt. Ze doen hier een tiendaagse cursus permacultuur en ze proberen zich niets van het het geraas en het stof aan te trekken. Met aandacht buigen ze zich in groepjes over hun werk. De wolk van stuifzand is zo groot dat de tenjes maar klein lijken. Achter de tentjes is een hek van twee meter hoog. Heras hekwerk. Rakelings daarlangs rijdt een enorme combine. Met veel kabaal worden erwten geoogst. Het lijkt erop dat ze niet zullen stoppen voor het klaar is. Verderop zijn nog drie van dezelfde machines. `Het is niet minder dan dertig hectare wat geoogst moet worden,` vertelt de jongen ernstig. Het geraas van de machines begon vanochtend om zes uur, pal naast de kleine tentjes startten de kolossen hun motor en reden rakelings langs de slapende mensen. `Net oorlog` zegt de jongen nog eens en kijkt gefrustreerd naar de langsrazende combine, die net weer een rijtje af heeft.
Hier zijn wij een avond en een ochtend te gast. Ik slaap met oordopjes in, maar evengoed beleef ik een onrustige nacht. Als we wakker worden, zijn ze nog steeds bezig. De cursisten gaan weer gemotiveerd aan het werk, geslapen of niet geslapen. Wij pakken onze fiets om weer te vertrekken. Het veld is nu kaal, er staat niets meer op. Aan het einde ervan staan de vier grote wagens in een cirkel om een klein groepje jongelui heen. Vier kleine mensen, drie jongens en een meisje ontbijten gezellig in de ochtendzon. Het ziet er heel onschuldig uit. Weten zij veel, wat er aan de andere kant van het hek is.

Ik moet denken aan de tijd toen ik zeventien was. Ik heb vakantiewerk gedaan, bij de Machinering. Ik heb duizenden smeerwortels uitgetrokken, in de polder, tussen de rijen bieten. Geen moment heb ik me afgevraagd wat voor plant dat was, die smeerwortel. Dat is nu dertig jaar geleden. Het boerenbedrijf wordt steeds grootschaliger, tot monsterlijke proporties. Anders is het niet meer winstgevend, men ziet geen andere uitweg. De jongeren die de machines besturen, die willen alleen maar werk en stellen geen vragen. Ze doen wat ze krijgen opgedragen. Voor de mensen in de tentjes bestaan ze eigenlijk niet. Hetzelfde geldt vise versa. Wie weet het, wat er aan de andere kant is van het hek, welke mensen? Waarom eigenlijk, een hek? Wat is oorlog? En is schaalvergroting ècht de enige manier? Veel vraagtekens. Wij fietsen verder, naar de stille camping bij Haghorst.

Meer over de Augustehoeve: http://www.augustehoeve.nl/

.

Snijdende wind over kale akkers

.

.

Al een aantal dagen snijdt een meedogenloze ijskoude wind over de uitgestrekte kale akkers. Dick en ik hebben allebei een joekel van een tak gevonden in het bos, een van een den en een van een lariks. Ze zijn allebei voor de kachel, dat is nog steeds hard nodig. Vooral de Lariks is zwaar, het hout staat er om bekend, maar Dick is een grote vent met brede schouders, hij tilt het makkelijk. We lopen dwars over het weiland, waar onlangs nog drijfmest is geïnjecteerd. De bodem is in langwerpige stroken gesneden, er staan groeven in de grond. Als je goed kijkt zie je de opgedroogde stront zitten, wijs ik Dick.
Dan naderen we de rand van het maisveld. Althans, het veld waar opnieuw mais moet gaan groeien. De stoppels van vorig jaar hebben ze onlangs omgeploegd. „Laten we hier maar niet overheen lopen”, zegt Dick. De grond is kaal en zwart. “Ik begrijp niet waarom ze niet meer boomhagen planten”, zeg ik. Mais houdt toch ook van een luwe plek, moet je eens zien wat voor een afstand de wind aflegt over die enorme vlakte. Tot Middelbeers is nauwelijks een obstakel te zien. In de zomer wordt verderop spinazie verbouwd, en overal zie je hooiland met één soort gras erop.Te natte grond kan je alleen maar gebruiken voor grasland. Of bossen. Daarom is dat. Er staan nauwelijks bloemen of kruiden in het gras. Toch wordt in Middelbeers streekhoning verkocht. Ik ben benieuwd waar die bijen dat dan vandaan halen. In de verte kan je de weg naar Middelbeers zien, omzoomd met bomen. Langs die weg is land met coniferen, allemaal miniboompjes in rijtjes. Het bedrijf heeft dertig polen in dienst, en de coniferen zijn voor de export. Ze gaan naar Roemenië, is mij verteld. Daarachter ligt het bos van de Baest, een productiebos met sparren en wat beuken ertussen, om het verzuren van de grond tegen te gaan. Maar dat kan je van af hier niet zien, dat bos. Het bos waar wij net uitkomen is veel dichterbij, een klein stukje lopen maar.
We lopen langs de rand van het omgeploegde veld naar het verharde fietspad. Ik verheug me op de warmte van de kachel, en het samen koffie drinken. Lekker terug in mijn kleine stolp, precies groot genoeg en heel gezellig. Mijn eigen huisje op wielen, dat nu tussen de akkers van Brabantse boeren staat. Als het warmer wordt ga ik leren trekker rijden. Ik weet al bij wie.

.