Wat wolken weten (What wefts wit)

.

.

Zouden wolken de toekomst kunnen voorspellen? Wat zouden ze vertellen, als ik er op die manier naar kijk? Ik ga liggen, op mijn rug en zeil de wolkenwereld in.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Ik sta in de buitenkeuken, tussen de bomen. De keuken is achter het pleehok. Een puntdak met twee kleine ruimtes eronder. Er zit nooit iemand in. Ik ben de enige die het gebruikt, voor houtopslag, en om te schuilen onder het dak. Aan de achterkant steekt het ver genoeg uit om droog te blijven, als het regent. Je kan er lekker zitten.

De noordenwind is fris, vandaag. Hier in Friesland waait het harder dan elders. Na de zee komen de lege groene weiden. Precies zo’n wei als waar ik nu zit. De wind krijgt pas weerstand bij de beboste zandgronden. Ja, fris is het, ondanks de zon, die steeds weer vanachter de wolken verschijnt. Ze zeggen dat het over drie dagen 36 graden wordt. Bijna niet te geloven. Wij mensen zijn geneigd te denken dat alles altijd hetzelfde blijft, tegen beter weten in. Ik ken dat ook, al weet ik inmiddels dondersgoed hoe snel iets kan veranderen. Grote dingen, maar ook kleine. Het kleine is verbonden aan het grote.

Het is eigenlijk net als de koffie, die ik opschenk. Gewoon en toch bijzonder. Van ver is het gekomen voor het bij mij was. Het is geplukt, gebrand en gemalen. Het is verpakt en verscheept en in vrachtwagens vervoerd. Wat een boel stappen zaten daar tussen en wat ongelooflijk dat het nu toch hier is! Ik doe de knijper weer op het pak en zet het terug op de plank. Ik pak de kleine ketel van de kookplaat en het kokend hete water verdwijnt met een dun straaltje in de bruine filter. Dampend schenk ik het in een beker. De zoveelste kop van mijn leven. Elke dag drink ik er twee, vanaf mijn twintigste. Dat zijn 12.950 koppen koffie. Wat veel! Ik word draaierig als ik eraan denk. Ik kijk ineens heel anders naar mijn mok. Dit is dus de 12.951e. Ik doe er suiker en melk in en ga zitten op het veld voor mijn kleine huis. Mijn huis aan de Swette. Ik kijk ernaar. De wielen zakken steeds verder de grond in.

Voor mijn huisje heb ik zonnebloemen geplant. Erachter, op de buitenwand, zie je een landschap. Een groene wei is het, met een open horizon en een wolkenlucht. Alleen ze bewegen niet, de wolken. Ze zijn geschilderd. Ik kijk naar de andere kant, naar het Zuidwesten, waar een andere kudde wolken de hemel bevolkt. Wollig en wit, zoals ze horen te zijn. Het is het zelfde beeld, maar dit beweegt wél. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes tegen het felle licht. Zouden wolken de toekomst kunnen voorspellen? Wat zouden ze vertellen, als ik er op die manier naar kijk? Ik ga liggen, op mijn rug en zeil de wolkenwereld in.

Een hart zie ik. Er komt een gat in. Oei! Is het een gebroken hart, dat mij wordt voorspeld? Of kan het ook iets anders zijn… Ik blijf kijken. Ik zie een grote witte vredesduif. Misschien vloog die duif wel door het hart heen, en maakte hij dat gat. Dat zou mooi zijn. Een openhartige toekomst, daar voel ik wel wat voor. In stilte verbaas ik me over het zwerk boven mij. Er is een standvastige hippie met een hoed op, aan het roer van een radarboot. Langzaam verdwijnt het roer in zijn handen, maar zijn voeten blijven staan. Achter hem schuifelt een zeehond over het strand, verlangend kijkt hij naar de schuimende branding. Achter de branding is een egaal-blauwe zee. Voor een moment verdwijn ik in de eindeloze ruimte. Dan valt mijn blik op een langharige poedel, die me dwaas aankijkt. Dwazer en dwazer kijkt hij, tot hij opgaat in vage vlokken van vergetelheid. Ik ben de enige die hem zag, even maar, voor een moment.
Is dat het, wat wolken ons over onze toekomst vertellen? Wat is, dat waaiert uit en verandert van vorm. Het stijgt op en slaat neer. Als mist of motregen, als dauw of stortbui, als vlokken druppels of hagelstenen. Alles verandert. Niet te stutten, niet te stuiten, al doe je nog zo krampachtig je best. Dat belooft nog wat!

Ik neem een slok en dan is mijn beker leeg. Misschien was het wel de allerlaatste. Misschien mislukken morgen de oogsten door klimaatverandering. Of word ik van de ene dag op de andere kotsmisselijk, van die 12 952 e kop koffie en drink ik alleen nog thee. Ik kan ook wel dood zijn. Dan kijk ik naar beneden vanaf een wolk en zie iemand naar mij kijken. Wellicht is het een vrouw, liggend op haar rug, ergens op een veldje in Friesland. Dan knipoog ik naar haar en zij knipoogt terug.

.

.

Alto cumulus

.

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

Could clouds predict the future? What would they tell me, if I looked at it that way? I lie down on my back and sail into the world of clouds.