De wolken achterna

.

.

Ik loop rond de werktafel en verzamel een handje vol kromme spijkers. Ik ben weer alleen op de camping en werk aan de luiken, die voor de ramen komen. Ze worden hemelsblauw met een lila rand en zullen me beschermen tegen hitte en kou. Ik sta stil en kijk naar de horizon. De toppen van de bomen staan roerloos, alleen de wolken bewegen. Heel zachtjes drijven ze verder. Gelukkig, denk ik, niet àlles is roerloos.

Wat moet ik met die spijkers? Ze zijn klein en dun en van roestvrij staal. Het RVS is wat zacht voor het harde hout, dat ik voor de vensterluiken gebruik. Ik sla ze steeds krom. Ik had beter staal kunnen nemen. Keihard staal.

Er is geen zuchtje wind. Het maakt me suf. Slaperig gooi ik de kromme spijkers in een afvalemmer. Ik duik onder de wagen en pak het doosje oude roestige nagels. Er zitten er nog net genoeg in. Roestig of niet, deze laten zich tenminste rechtstandig in het hout slaan.

Ik werk tot het schemerig wordt. Ik zaag, ik lijm, ik schroef en ik timmer. Al doende word mijn hoofd helder en zelfs de zachte spijkers gaan er nu  loodrecht in. Ik werk tot ik het vijfde luik af heb. Een lichte bries steekt op. Steeds meer wolken bedekken de blauwe hemel.

De zon zakt als rood goud weg achter de vlierstruik, tussen de takken van de eikenboom en verder zakt hij, achter de meidoornhaag, tot hij alleen nog maar uit gouden vonken bestaat, die schitteren tussen de bosjes.
Ik kijk er naar, mijn handen hangen slap naast mijn lijf. Het is genoeg. Tevreden sta ik naast mijn werk. Vijf van de vensterluiken zijn klaar, ik moet er nog drie. Ik tuur naar de toppen van de bomen. Ze bewegen nu heen en weer in de wind. De wolken drijven verder, op weg naar de horizon. Ze verdampen, regenen leeg of ze waaien uit elkaar door de wind. Gelukkig, er is beweging. Niets staat stil, nooit.

Ik stapel het hout op elkaar, de onderdelen die ik heb afgemeten en uitgezaagd. Ik bedek het tegen de dauw en berg het gereedschap op. Morgen ga ik weer verder. Nog even. Nog even doorwerken. Dan kan ik straks misschien de wolken achterna, wie weet met welke bestemming..

.

.

.

Almaar lichter

.

De verf van mijn nieuwe buitenkeuken is nog zacht, maar ik wil koffie zetten, met verse geitenmelk. Alles is zo nieuw!  Daar sta  ik, voelend waar de wind vandaan komt, voor het gasstel, met in de andere hand de aansteker.

.

Met twee lege flessen in de hand, sta ik bij de open deur van een kleine koele ruimte. Het is er wit betegeld en schoon. Vóór mij staat een grote roestvrijstalen tank, waarin geitenmelk is opgeslagen. De boer komt aanlopen, een veertiger met rode krullen. Ik groet hem en geef hem mijn flessen. „Ik hoef in het vervolg maar twee liter melk, want ik heb geen koelkast meer,“ zeg ik terloops. Hij kijkt zo verbaasd alsof hij een geit ziet vliegen. „Tja, ja, eeeh… “ stamelt hij, „Het kàn natuurlijk wel…. als het niet goed meer is proef je het wel!“ Ik moet stilletjes lachen om zijn gezicht. „De nachten zijn koud en ze staan in de schaduw. Als het warmer wordt maak ik een kuil,“ zeg ik.
Hij kijkt nog steeds een beetje aarzelend. „Tja, toch zal het wel niet voor niets zijn uitgevonden. Dan moet het vast handig zijn, zo’n koeling.“ meent de boer.
„Vast,“ bevestig ik zijn woorden.“Maar ik vind het leuk om uit te vinden wat er nou écht in de koelkast moet. Het valt reuze mee. Groenten kun je op een koele plek leggen met een natte doek erover. Bladgroenten kunnen in een vaas of kleine emmer met water. Dat gaat prima. Mensen doen tegenwoordig bijna álles in de koelkast! Dat vind ik zwaar overdreven.“
„Ja dat klopt. En sommige dingen mògen helemaal niet zo koel,“ is hij het met me eens.
„Zoals komkommer en banaan,” vul ik aan.
Hij lacht.

Het weg doen van de koelkast is maar één ding. Er is veel meer wat weggaat. Het zijn keuzes die dieper gaan. Vanaf mijn dertigste ben ik veel met materialen en machines bezig geweest. Mijn handen wisten steeds beter wat ze moesten doen en mijn inzicht in de materie groeide. Deze wagen is de kroon, de afsluiting van die tijd en tegelijk een nieuw begin.
Nu mijn wagen bijna af is, rijst de volgende vraag. Wil ik dit blijven doen? Bouwen, schroeven, schaven, zagen en schuren? Wil ik het gereedschap en ijzerwerk, alles wat ik al zolang met me meedraag nóg langer meenemen? Het is een zware last. Een deel ervan is nog afkomstig van de werkplaats van mijn overleden man.

Ik weet het eigenlijk best. Ik kies voor licht. Elke keer weer. Ik geef weg wat ik niet meer kan gebruiken. Handige verzamelaars zijn er blij mee. De oude ELU schaafmachine, de nieuwe cirkelzaagtafel, een paar grote lijmklemmen en de gietijzeren slijpmachine. Ik heb het allemaal in mijn handen. Uiteindelijk komt de Japanse kettinglier aan de beurt… Het is dezelfde waarmee we ooit onze prachtige tuindersvlet van de bodem hebben gehesen en gered. De boot waarmee ik vijftien jaar rondvaarten deed.
Ik kies en kies nog eens. Ik houd de basis bij me. Het moet genoeg zijn voor het dagelijkse werk rond de wagen en in de tuin. Maar ook een zware werkriem met een grote musketonhaak en het lange touw gaan mee. Ik hoop toch nog eens een hut te bouwen in een mooie boom.

Telkens denk ik, nou stop ik met weg doen. En toch blijkt het elke keer nog steeds te zwaar, te veel, wat ik heb. Bij alle keuzes die ik maak, bepaal ik mijn toekomst. Door het één uit te sluiten, worden andere wegen geopend. Ik verlang ernaar licht te zijn, met gemak te kunnen bewegen. Liever deel ik al mijn ervaringen in ideeën, tekeningen en verhalen, dan om verder te trekken als een rijdende werkplaats. Dit doel wil ik scherp houden. Dàt is belangrijk. En bij elke kist die ik wegdraag, komt mijn volgende bestemming dichterbij.

Als ik het moeilijk vind, dan denk ik dit: Er zijn mensen die kiezen voor lichtheid en anderen zijn verzamelaars. Mocht ik ooit helpen bouwen aan een natuurtempel, gemeenschapshuis of huttendorp, dan is mijn ervaring en souplesse méér waard dan dat ik allerlei materiaal meesleep. Bovendien kan ik kijken en luisteren en heb geduld. De verzamelaars hebben de spullen. Zo heeft iedereen zijn taak. Dit te beseffen, dat helpt mij kiezen. Samen dóen we het.

.

Kiezen is niet mijn liefste ding
maar een springer kiest voor matiging
De piste schoonmaken is wat ik doe
om straks en ik zal weten hoe,
op beide voeten klaar te staan
en voor de volgende sprong te gaan!

                        .

                        .

                       .

                       .

Als het broeit bij spreeuwen

Foto uit florafauna.middendelfland

.

Deze week kreeg ik bezoek. Het was John uit Tilburg met zijn vriend Henk Kuiper. Ik had al veel over hem gehoord. De eerste keer is al langer dan twintig jaar geleden. Toen kreeg ik een boekje van hem in handen. „Huttonia” heet het. Henk heeft in een bakfiets gewoond en daar gaat het over. Hij houdt heel veel van de natuur en van eenvoudig leven, en was benieuwd naar me. En ik naar hem natuurlijk. Maar ze konden niet op de fiets komen, want Henk is erg ziek. Ze kwamen met de auto. Ik heb Henk het hele terrein laten zien en de tuin. Hij vond het prachtig. En alle vogels die er te horen waren ook. Hij was verrukt toen hij de wulpen hoorde. Die had hij al lang niet meer gehoord. Ik denk dat hij graag nog langer had willen blijven.
Toen we samen koffie dronken vertelde Henk een mooi verhaal. Soms zie je een hele groep spreeuwen in de kruinen van de bomen zitten. Tientallen, soms honderden. Op een gegeven moment wordt er eentje onrustig. Die begint met zijn vleugels te flapperen en te draaien en te wiebelen. Hij steekt anderen aan. Die beginnen ook te flapperen. Het worden er steeds meer. Het broeit. De onrust groeit en dat duurt lang, pas na een hele poos is de hele groep aangestoken en dan is het moment daar. De hele groep stijgt in één keer op. Adembenemend. Met mensen is het vast net zo, zegt Henk. Ik denk het ook.

 

PS. Niet lang daarna namen Henk zijn krachten af en hij werd zieker en zieker. Hij had kanker en overleed niet lang daarna. Ik ben blij dat ik hem heb kunnen ontmoeten. Helaas maar èèn keer. Een kennismaking en een afscheid tegelijk.

De onverharde weg, het einde van de wereld


Deze tekst horen bezoekers via de tomtom

.

Haghorst, 26 september 2012

Het is een herfstige dag. De harde wind wiegt mijn kleine woonwagen heen en weer. Ik heb haar Juffrouw Kolibri genoemd, mijn wagen. Deze Juf van mij heeft een goede vering, merk ik voor de zoveelste keer op. Dat is plezierig als ik er straks mee ga rijden. Misschien…   Het kort gemaaide grasveld van de minicamping is nat en de takken van de bomen bewegen wild tegen een donkergrijze lucht. Het is hier stil en ruim en ’s nachts is het écht donker. Het is aan het einde van de verharde weg vlak bij het bos, waar schapen blaten, hanen kukelen en paarden in de wei hun kont keren tegen harde wind en regen, op een dag als vandaag. Een stille plek, maar perfect voor mij, op dit moment. Hier kan ik me focussen, werken aan de wagen of gewoon een dag voorbij laten gaan om energie op te doen voor wat komt. Ik kan hier lokaal geteelde groenten eten, genieten en leren van de natuur en vrienden ontvangen die er even uit willen zijn. Bus 142 vanuit Tilburg, halte Toekomstweg.

Een keus gemaakt op één moment bepaalt alles. Het was op die ene dag, aan het begin van deze zomer, dat ik thuis aan het werk was in de middeleeuwse werfkelder.

Mijn blik drijft af van de computer, van de site die ik bestudeer, en ik staar naar de kastanjeboom. De boom waaronder ik getrouwd ben met Michiel, waaronder we bij elkaar kwamen voor zijn begravenis, de intensieve  jaren erna.  De oude kastanje die voor mijn deur op de werf staat tussen twee even grote platanen. Mijn oude vertrouwde boot ligt zoals altijd aangemeerd aan de wal er achter en er zijn geen klanten die wilden varen. Het is rustig buiten, alleen de vuilnisboot komt tuffend voorbij. Ik ben net te laat om naar Evert te zwaaien, de schipper, een oersterke man met gigantische armen. Hij is altijd blij als hij me even ziet. Hij is een van de vertrouwde gezichten die ik al zoveel jaren ken. Ik kijk nog eens lusteloos naar de lijsten op het beeldscherm, huurhuizen in de provincie Utrecht en Ik word er niet blij van. Maar die 20 jaar inschrijvingstijd,  zonde toch, om dat zomaar weg te gooien. Ik kijk en kijk nog eens. . Allemaal nieuwbouw, sfeerloos en duur.

Mijn aandacht gaat uit naar Zuid Oost Europa, Roemenië. Land met uitgestrekte natuur en een enorme diversiteit. Zou ik daar kunnen wonen? Ik zou tussen mensen willen zijn, die weten wat eenvoud is, en een ster zijn in het vinden van oplossingen met schaarse middelen. Misschien mijn eigen kleine leemhuis bouwen, ooit. Ik staar door de dubbele deuren, naar de zonovergoten werf, die ik nu definitief wil verlaten. Dan sta ik op. Het is een verre droom, besluit ik met een zucht. Heel ver. Ik ben hier, en wie weet hoe lang nog. .

Maar de wens naar eenvoud wordt snel vervuld, al is het dan niet in Roemenië. Na in totaal  twaalf jaar opruimen en opknappen, is mijn huis verrassend snel verkocht. “Zal je het niet missen, je boot, de gezellige buurt, die bijzondere plek waar je nu woont”, vragen mensen. Nee, ik zal het niet missen. Utrecht is als een thuis voor me. Maar mijn tijd is op, hier op deze plek. Het is tijd voor een nieuw begin.

Ik koop een woonwagen in Brabant. Het is de eerste die ik tegenkom, met standplaats. De plek bevalt me, de wagen ook. Dit is nu mijn thuis, twee uur reizen vanaf Utrecht. Het laatste stuk is een wandeling door het bos, dik een half uur, langs een zandpad, sparren, berken en veel varens en braam. Daar, waar de verharde weg begint is het terrein van minicamping d’n Bobbel. Het is een ruim veld, het gras kort gemaaid met talloze madelieven erin.

Ik ben hier nu meer dan twee maanden. Ik zou naar Roemenië en nu zit ik in het hart van Brabant. Maar ik zit precies goed. Mijn vriend Dick is hier vaak, hij woont niet ver van hier. Het land is stil, de luchten zijn ruim en helder. Het heeft niet de grote diversiteit van Roemenië, maar het is goed om te beginnen. Hier vind ik in elk geval vast de eenvoud, waar ik naar zocht.

Vijf oktober is het afscheid van Utrecht, in café de Morgenster. Daar zal ik buurtgenoten vinden en vrienden. Ik zal het laatste rondje varen in mijn rondvaartboot, mijn trouwe metgezel voor vijftien jaren. Vrienden zullen me vergezellen. En dan is het laatste lint  doorgeknipt. Dan woon ik echt helemaal hier. Naast het raam van mijn wagen fluit een roodborstje in de struiken. De wind is gaan liggen en de zon is gaan schijnen. Ik ga de was doen, het is droog.

Alowieke