Scheur

.

.

“Crack.” Listen here to the spoken story of twelve minutes
Luister hier naar het voorgelezen verhaal van bijna dertien minuten

.

Ongerepte natuur en menselijke activiteiten zijn onverenigbaar, zo besloten Amerikaanse mannen in 1864. Zo dacht men anderhalve eeuw lang, op het noordelijk halfrond. Misschien komt er nu een scheur in die gedachte. Een scheur waar het licht door valt. Net zoals de zon, die grauwe herfstsluiers doorbreekt.

Al dagenlang hangt er een mist over de weilanden. De meeuwen, wulpen en kieviten houden zich stil. In een wereld die vlak voor je voeten ophoudt, valt er weinig te vertellen. Je soortgenoten zijn onzichtbaar en je vijanden ook. Er is alleen maar het grote niets, het einde van de wereld. Voor mij is dit een heilig moment, zo vlak voor de zonnewende. De tijd staat stil. Als een dik velours gordijn dat gesloten blijft tot het grote moment aanbreekt. Maar ondanks de stilte ben ik onrustig.
Ik lig in mijn hangmat en kan niet slapen. Al uren lig ik klaarwakker te wezen. Mijn armen en benen hebben eerder zin in rennen en zwaaien dan in rusten. Ik kan er beter uit gaan. Ik doe het licht aan. Het is vier uur. Als ik de deur open, is het mistgordijn nog dikker dan anders. Er is geen zuchtje wind. Het is stil. Doodstil. Zelfs geluiden van de auto’s op “de Haak,“ de grote weg vanuit Leeuwarden, ontbreken. Er is niets en niemand dan ik. Ik stap met blote voeten in mijn klompen en loop door het gras in een wereld van wolk. Ik loop naar de steiger, glad van vocht, en loop voorzichtig naar het water toe. Zacht glinstert het me toe, als een beslagen spiegel. De Swette maakt me rustig. Ik loop terug en ga weer naar binnen en val meteen in slaap.

De volgende dag breekt langzaam de zon door. Door sluierwolken heen wordt het steeds helderder en alles leeft op. Het dierenleven laat opgetogen van zich horen. Op het weiland barst een orkest aan geluiden los, de wulpen, die op doorreis zijn, roepen elkaar van alle kanten. En ik, ik voel me geroepen, net als zij! Ik wandel het pad af. Een gans vliegt gakkend op, weg van het groepje ver weg in de wei. Met uitgestrekte halzen staan ze naar mij te kijken. Aan de andere kant van het pad zijn de meeuwen. Ze schreeuwen weer net zo balorig als twee weken geleden, voor de mist alles in sluiers verhulde. Ergens in de sloot kwaken gemoedelijk een paar eenden, tot ze mij opmerken en geschrokken wegvliegen. En dan hoor ik de ijle stem van de graspieper. Het kleine vogeltje vliegt hoog over mij heen, deinend als op golven. Ik loop langzaam, met trage stappen, in de hoop dat ze zich niet aan mij storen. Dat helpt maar gedeeltelijk. Ze blijven op hun hoede. Ik ben immers een mens.

Weten die dieren het nog wel? Niet alle mensen zijn zo luidruchtig en alleen op hun eigen doel gericht. Ik ben niet de eerste die zo stil loopt. Ik moet nog flink oefenen om het zo goed te kunnen als mijn voorgangers. Dát ze dat deden, dat lees ik in het boek, dat thuis op de vensterbank ligt: “Conservation refugees.” Tenminste vierduizend jaar leefden er andere beschavingen en culturen, die op een heel andere manier met het leven op aarde omgingen dan wij nu. Sommigen noemen we indianen. Die bedoel ik. Want die konden pas stil lopen! Hun voetstap was niet zwaarder als dat van een vogel. Het waren geen figuren uit een romantische mythe. Ze waren er en ze zijn er nog steeds. Talloze antropologiestudies laten zien dat er veel aarde gerichte culturen ruw naar de zijlijn zijn geschoven. Culturen die volkomen duurzaam leefden en voedsel verbouwden in een kringloop met de natuur.
Maar Columbus kwam en de Conquistadores volgden hem. Ze reden te paard door Zuid Amerika, en lieten zich op gruwelijke wijze gelden. De VOC werd opgericht. Europeanen veroverden de wereld. In de negentiende eeuw ging het hard, tegelijk met de stoommachine verhief zich één beschaving boven de rest. Steden en gebouwen groeiden en de expansiedrift werd er alleen maar door aangewakkerd. Blanke mannen verklaarden hun cultuur als de beste. Unieke methodes van voedsel verbouwen werden stap voor stap weggeveegd om plaats te maken voor allemaal dezelfde akkers. Kleine boeren werden gedwongen om moderne landbouwmethodes over te nemen en raakten diep in de schulden. Vruchtbare aarde viel uitéén tot stof. Duizenden natuurparken werden aangelegd uit angst dat de mens het resterende leven op aarde zou vernietigen en daardoor uiteindelijk zelf ten onder zou gaan. De mensen die er woonden moesten vertrekken. Miljoenen waren het. Er werd een scheiding getrokken tussen geïdealiseerde ongerepte natuur en menselijke bedrijvigheid. Want dit was onverenigbaar, zo schreef J.P. Marsh al in 1864 en velen waren het met hem eens. En zo dacht men anderhalve eeuw lang.

Komt er nu een scheur in die levensbeschouwing? Alles vraagt er om. We lopen immers tegen grenzen aan, op allerlei gebieden tegelijkertijd.

“The challenge is not to preserve “the wild”, but peoples relationship with the wild.” Bill Adams, Cambridge University.

De chaos van de wereld is in fel contrast met de rust van dit moment. Ik laat alles voor wat het is. Rutte kondigt de lock down af. Demonstranten joelen en fluiten achter de ruiten. Ik laat het. Ik ben nu hier en de zon is mijn vriend. Mijn boek, vol pijnlijke geschiedenis, ligt thuis op de vensterbank. Stil genietend wandel ik verder. De zon schijnt door een sluierwolk heen en komt dan helemaal tevoorschijn. Wat ik zie is onbeschrijflijk, de laatste restanten van het grauwe gordijn breken open. Het natte gras schittert in de zon en de horizon verdwijnt in een blauwgrijze donkere mist. Wat ben ik klein, in deze uitgestrektheid van het land! Ik sta stil en haal diep adem. Het is alsof ik het bèn, het weiland, de vogels en de glooiingen in het veld.
Uiteindelijk loop ik terug naar mijn warme wooncocon en open de deur. De zon verdwijnt weer. Ik til het deksel op van de kachel. Daar gloeit de laatste houtskool. Aansteken? Nee, laat nog maar even. Ik staar uit het raam en denk aan alles wat vastloopt in onze wereld. Hier sta ik dan. Wat kan ik doen? Ik zucht. En terwijl ik zo stil sta voel ik diep verdriet. Wat is dit? Waarom? Een stille stem in mij geeft antwoord. Wees waar je bent. Kijk. Voel de aarde onder je voeten. Het is wat het is. In de verte roepen de meeuwen. Jaaaa! Jaaa! Jaaa! En ik ben hier en luister. Ik kijk op en begrijp het. Alleen zo kan er iets nieuws wortelen, iets dat veel dieper gaat dan wij ooit kunnen bedenken. En dan voel ik langzaam tevredenheid stromen, vanuit mijn tenen omhoog. Het komt. Het komt. Het is er al.

.

.

Een mooie hoopvolle aanvulling over oude methodes van voedsel verbouwen: https://decorrespondent.nl/11883/waarom-de-toekomst-van-de-landbouw-zomaar-in-het-verleden-kan-liggen/3040831287747-068d4c0b

Echoes uit verre tijden

.

.

Luister hier naar het tweedelige verhaal, zestien minuten.

Echoes uit verre tijden.‭ ‬Ze leven in woorden,‭ ‬in beelden rondom ons.‭ ‬Maar ook leven ze nog altijd voort als mensen,‭ ‬van vlees en bloed.‭ ‬Het zijn de Assepoesters van onze wereld.‭ ‬Het wordt tijd dat we ze zien. ‬Wanneer krijgen ze hun gouden schoenen?

Daar sta ik dan,‭ ‬met mijn Rijdende Verhalenhuis,‭ ‬midden tussen de mistige weilanden.‭ ‬Langzaam breekt de zon door.‭ ‬Ik kijk uit het raam en ben verbaasd.‭ ‬Ik heb net iets ontdekt.‭ ‬Een magisch woord is het,‭ ‬uit een ver verleden.‭ ‬Het was zo’n‭ ‬woord dat plotseling opduikt in mijn gedachten.‭ ‬Het past precies in het grote verhaal.‭ ‬De inspiratie engeltjes zitten daarboven op hun wolkje en zijn goed in timing.‭ ‬Ik vermoed hun aanwezigheid,‭ ‬al zie ik ze nooit.‭ ‬Ik houd mijn armen vrij en leeg,‭ ‬om te kunnen ontvangen.‭ ‬Ik zet dikwijls andere zenders uit om te luisteren.‭

Dat kan niet iedereen.‭ ‬Dat komt door de koorts.‭ ‬De koorts is overal.‭ ‬Vreselijk.‭ ‬Het niet meedoen in de koorts,‭ ‬dat is mijn allergrootste goed.‭

Koortsigheid,‭ ‬het niet kunnen stoppen.‭ ‬Net als koning Midas met zijn wens om goud,‭ ‬of als de vrouw van Piggelmee die steeds veeleisender werd en vervolgens alles verloor.‭ ‬Het hebberige stiefkind dat goud wenste.‭ ‬Ze ging naar Vrouw Holle,‭ ‬bemoedigd door haar‭ ‬moeder.‭ ‬Ze baandde zich ruw en medogenloos een weg.‭ ‬Ze kwam bij het huis van de mythische vrouw en oogstte pek en padden als beloning.‭ ‬De sprookjeswereld zit vol van zulke verhalen.‭ ‬Het moet verder en groter,‭ ‬het moet nóg meer en nooit is het genoeg.‭ ‬Het gevolg van al die dwaasheid wordt keer op keer uit de doeken gedaan.‭
Ik hoor veel mensen hardop denken dat dat nou eenmaal bij de mensheid hoort.‭ ‬In talloze artikelen wordt het herhaald.‭ ‬Net als overbevolking.‭ ‬We zijn als gistcellen,‭ ‬zegt Jelle Reumer.‭ ‬We vermeerderen ons tomeloos.‭ ‬Ja dat is zo.‭ ‬Maar dan gaat hij door:‭ ‬We verpesten onze eigen omgeving.‭ ‬En als we dat blijven doen,‭ ‬dan gaan we uiteindelijk allemaal dood.‭ ‬Net als gistcellen in een fles wijn.‭ ‬Hij schreef:‭ “‬De ontplofte aap‭“‬.‭ ‬Ik luister naar hem,‭ ‬op een podcast van de VPRO.‭ ‬Hij doet iets waar ik me al een tijdje aan stoor.‭ ‬Hij praat steeds over‭ ‘‬we‭’‬.‭ ’‬We‭’‬,‭ ‬als mensheid.‭ ‬Verbouwereerd luister ik naar zijn woorden.‭ ‬Ik kan er maar niet aan wennen.‭

Want we zijn niet de enigen.‭ ‬Er is nog steeds de Andere Mens.‭ ‬Sinds mijn zestiende ben ik geraakt door hen,‭ ‬die al duizenden jaren in een omgeving leven,‭ ‬die nooit veranderd is.‭ ‬Driehonderd miljoen mensen,‭ ‬dat is het aantal inheemsen op aarde.‭ ‬Mensen die nog altijd leven in een andere cultuur dan onze.‭ ‬Hondervijftig miljoen van hen leven nog steeds in stamverband,‭ ‬op oude grond.‭ ‬De Masaï,‭ ‬de Pigmeën,‭ ‬de Guarani….Talloze minderheidsculturen zijn er,‭ ‬die een heilig respect hebben voor hun leefomgeving.‭
Maar hun bestaan wordt maar al te vaak weggezet als een mythe.‭ ‬Hun woorden verdwijnen in het niets.‭ ‬Hun land wordt almaar kleiner.‭ ‬Het land gaat op in koorts.‭ ‬Grondstoffen worden vervoerd over de hele wereld.‭ ‬Bomen gaan in rook op.‭ ‬Even koortsachtig zoekt degene die dit veroorzaakt,‭ ‬naar oplossingen voor het enorme probleem dat hij schept.‭ ‬Hij loopt in een kringetje.‭ ‬Hij gaat door omdat hij door moet gaan.‭ ‬Merkwaardig genoeg denkt de koortsige mens dat‭ ‬hij de enige‭ ‬is in zijn soort.‭ ‬Maar nog altijd is er die Ander.‭ ‬De Andere Mens.‭
Wie is dat,‭ ‬de Ander‭? ‬De Ander,‭ ‬dat is een toevallig en onaf wezen,‭ ‬dat geen enkele macht bezit.‭ ‬Eigenlijk denkt de koortsige mens net zo over die Ander,‭ ‬als Thomas van Aquino in de Middeleeuwen over de vrouw.‭ ‬Nog steeds,‭ ‬na al die eeuwen.
Opgegroeid in onze eigen moderne bubbel en besmet met de koorts,‭ ‬ziet hij die Ander niet.‭ ‬Nog steeds niet.‭ ‬Al staat hij pal voor zijn neus.‭ ‬Dan nog zegt hij:‭ ‬Het is er maar eentje.‭ ‬Dit is een uitzondering.‭ ‬Een geestverschijning.‭ ‬Eigenlijk bestaat hij niet,‭ ‬hij is een mythe.‭ ‬Een romantische verhaal van lang verleden.‭ ‬Uit de tijd.‭
Maar ze zijn er nog steeds.‭ ‬Ze zijn akelig echt,‭ ‬de inheemse mensen.‭ ‬De nood is groot.‭ ‬Ze hebben een dringende boodschap.‭ ‬Die wordt steeds dringender.‭ ‬Er is wanhoop en woede.‭ ‬Hoelang duurt het nog voor we ze zien‭? ‬Hun verhaal is geen romantisch sprookje,‭ ‬het is lang en schrijnend,‭ ‬vol geweld,‭ ‬ontkenningen en misverstanden.‭

‘De arme mensen,‭ ‬die zo dicht bij hun landschap staan omdat ze er volledig van afhankelijk zijn‭ – ‬het zou weleens zo kunnen zijn dat zij de principes van een duurzaam leven beter beheersen dan degenen die rijk zijn,‭ ‬westers onderwijs hebben genoten,‭ ‬en de beslissingen nemen bij de VN.‭’ (‬Ole-Morindad en Terrence Mc Gabe in de Correspondent‭)
Wuarani,‭ ‬Amazonegebied:‭ ‚‬Het kostte ons duizenden jaren om het Amazone-regenwoud te leren kennen.‭ ‬Om haar wegen,‭ ‬haar geheimen te begrijpen,‭ ‬om te leren hoe we met haar kunnen overleven en gedijen.‭ ‬Dit bos heeft ons geleerd licht te lopen.‭ ‬Omdat we naar haar hebben geluisterd,‭ ‬geleerd en verdedigd,‭ ‬heeft ze ons alles gegeven:‭ ‬water,‭ ‬schone lucht,‭ ‬voeding,‭ ‬onderdak,‭ ‬medicijnen,‭ ‬geluk,‭ ‬betekenis.‭ ‬En voor mijn volk,‭ ‬de Waorani,‭ ‬kennen we jullie pas‭ ‬70‭ ‬jaar.‭ ‬We werden in de jaren vijftig‭ “‬gecontacteerd‭” ‬door Amerikaanse evangelische missionarissen.
Ik heb nooit de kans gehad om naar de universiteit te gaan en dokter te worden,‭ ‬of advocaat,‭ ‬politicus of wetenschapper.‭ ‬Mijn oudsten zijn mijn leraren.‭ ‬Het bos is mijn leraar.‭ ‬En ik heb genoeg geleerd.‭ ‬Ik spreek schouder aan schouder met mijn inheemse broers en zussen over de hele wereld,‭ ‬om te weten dat je de weg kwijt bent en dat je in de problemen zit.‭ ‬Hoewel je het nog niet helemaal begrijpt.‭ ‬Uw probleem is een bedreiging voor elke vorm van leven op aarde.
‭(‬Nemonte Nenquino,‭ ‬leider van de Waorani,‭ ‬Aamazonegebied,‭ ‬in The Guardian‭)

Wetenschappelijk onderzoek naar inheemse volkeren‭ (‬Scientas‭)‬:‭ ‬Voor de toekomst van onze biodiversiteit,‭ ‬zal samenwerking met inheemse stammen cruciaal zijn.‭ ‬Het totaal aantal vogels,‭ ‬zoogdieren,‭ ‬amfibieën en reptielen waren het hoogst in gebieden die beheerd werden door inheemse groeperingen.‭ ‬De grootte en locatie van de gebieden bleek verder geen invloed te hebben op de soortenrijkdom.‭ “‬Van kikkers en zangvogels tot grote zoogdieren zoals grizzlyberen,‭ ‬jaguars en kangoeroes:‭ ‬de biodiversiteit was het rijkst in inheems beheerde gebieden,‭” ‬concludeert co-auteur Ryan Germain.‭ ‬Onderzoeksleider Richard Schuster vult aan:‭ “‬Dit suggereert dat de manier waarop inheemse groeperingen het land beheren de biodiversiteit hoog houdt.‭” (‬Scientas,‭ ‬Vivian Lammerse‭)

Masaï in Tanzania trekken al‭ ‬1500‭ ‬jaar met hun koeien:‭ ‬Ole-Morindat legt uit dat hun koeien in de droge tijd afvallen.‭ ‬Soms verliezen ze de helft van hun gewicht in de regentijd.‭ ‬De grassen drogen op,‭ ‬het water trekt eruit.‭ ‬De koeien drinken en eten dan nog maar weinig en geven dan nauwelijks melk meer.‭ ‬Ook de mensen vallen af.‭
Dat is onderdeel van Enkutu,‭ ‬vertelt Ole-Morindat.‭ ‬Enkutu verwijst naar een filosofie van grote spirituele betekenis,‭ ‬die aandringt op‭ ‬eigen verantwoordelijkheid en behulpzaamheid.‭ ‬Het staat voor het respecteren van de natuur waarvan al het leven afhangt,‭ ‬waar en wanneer dan ook.
‭‘‬Enkutu‭’‬,‭ ‬zegt Ole-Morindat,‭ ‘‬laat ons naar de toekomst kijken met hoop,‭ ‬moed en enthousiasme.‭ ‬In de droge tijd zijn wij allemaal bereid om honger te lijden en elkaar te helpen,‭ ‬zodat onze koeien blijven leven en onze omgeving niet kapot gaat.‭ ‬Wij zijn verzekerd van onze omgeving.‭ ‬Waar ik woon,‭ ‬ziet alles er nog precies zo uit als in‭ ‬1940.‭ ‬Minus de wegen en elektriciteitspalen.‭’
Honger is niet iets om romantisch over te doen.‭ ‬Maar volgens Ole-Morindat zijn Masai ervan doordrongen dat dit nodig is voor het behoud van de natuur en hun manier van leven op de lange termijn.‭ ‘‬Onze manier van leven is niet alleen een economische overweging‭’‬,‭ ‬zegt hij.‭ ‘‬Het pastoralisme is diep verankerd in ons sociale en ons spirituele leven.‭ ‬Het bepaalt ons volledige zijn,‭ ‬waar wij ons thuis voelen,‭ ‬en hoe we veranderen.‭ (‬Ole-Morindad in de Correspondent‭)

Hier spreken mensen met wijsheid en pijn.‭ ‬We kunnen van ze leren.‭ ‬Waarom worden ze niet gehoord‭?

Het is de koorts.‭ ‬Die leidt tot gloeiende hebzucht.‭ ‬Tot heetgebakerde twist en oorlogen.Tot vurige ambities.‭ ‬Tot technologische luchtkastelen die steeds verder opstijgen van de aardbodem.‭ ‬De bodem,‭ ‬de bodem‭! ‬De groei-economie gloeit van koorts.‭ ‬Dat is waar ze op draait.‭ ‬Koortsig gaat ze voort.‭ ‬Als een dolle.‭ ‬Waar zijn de voeten in aarde‭?
Misschien is er magie bij nodig,‭ ‬om van die doorgedraaide wereld los te komen.‭

Ik zag vandaag tot mijn stomme verbazing dat er een heel oud toverwoord is.‭ ‬Een woord om te genezen.‭ ‬Een toverwoord dat we allemaal kennen,‭ ‬zonder de eeuwenoude magie ervan te beseffen.‭ ‬Het zijn echoes uit de oertijd van onze beschaving.‭ ‬Het lag al voor onze jaartelling op de lippen van verre voorouders.‭ ‬Voorouders,‭ ‬die onze tijd met ontsteltenis gadeslaan.‭ ‬Het komt uit het Hebreeuws,‭ ‬maar ook uit het Grieks.‭ ‬Geloof er in of niet.‭ ‬Dit is het woord,‭ ‬en dit betekent het:‭

A B R A C A D A B R A
A B R A C A D A B R
A B R A C A D A B
A B R A C A D A
A B R A C A D
A B R A C A
A B R A C
A B R A
A B R
A B‭
A

V e r m i n d e r‭ ‬u w‭ ‬k o o r t s.‭ (‬Gelijkzijdige driehoek,‭ ‬vormgeving volgens de gnostici‭)

Achtergrond: In 2019 is ondubbelzinnig erkent hoe belangrijk inheemse volkeren zijn voor de biodiversiteit. Belangrijk artikel nav het 1800 pagina’s tellende rapport van de VN. https://www.reutersevents.com/sustainability/indigenous-people-are-guardians-global-biodiversity-we-need-protection-too


Organisaties die inheemse volkeren waarderen:
UNEP. (United Nation Environment Program)
ILC (International Land Coalition)
IIFB (International Indiginous Forum of Biodiversity)
CBD (Convention on Biological Diversity)
IUCN: International Union for Conservation of Nature. 86 countries >1000 organisations. Sinds 2018 hebben inheemse volkeren een kleine stem. (IPO’s)

Survival International, ondersteunt inheemse mensen in stamverband en komt op voor hun rechten. Hun plek in de wereld is holistisch gezien opbouwend voor mens en natuur wereldwijd.
Ook FERN: https://www.fern.org/fr/ressources/how-the-eu-biodiversity-strategy-can-protect-and-restore-forests-and-rights-2223/

Inmiddels zijn er vele miljoenen “conservation refugees.” Dit vormt zelfs een grotere bedreiging dan het klimaat, of landgrab door Multinationals. Er zijn vijf grote NGO’s die de natuur beschermen ten koste van de oorspronkelijke beheerders, die het gebied soms al duizenden jaren in stand hielden. Door inheemse leiders worden ze BINGO’s genoemd. Big International NGO’s. Dit zijn: CI = Conservation International, TNC = The Nature Conservancy, WWF = Worldwide Fund for Nature, AWF = African Wildlife Fundation, WCS = Wildlife Conservation Society.

Liften zonder plan

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 10 minuten.

.

Het is zondagochtend en ik zit in het filmhuis van Heerenveen. De film is afgelopen, het is donker in de zaal en de aftiteling geeft nog net een schemerig licht. Hoewel ik het jammer vind dat ik de zilverachtige ochtendzon ben misgelopen, was het toch de moeite waard. Ik zit nog steeds op het puntje van mijn stoel, om te verwerken hoe het maar net goed afliep. De Californische boerderij, tjokvol biodiversiteit, is op het nippertje aan een gigantische bosbrand ontsnapt. De boer en de boerin haalden opgelucht adem. Ik staar nog wat naar de lange rij namen die voorbij gaat. “Big little Farm.”
Voor me zit een echtpaar, waarmee ik in de pauze sprak. Ze draaien zich allebei om “Kom je mee?” vraagt de vrouw en ik zeg ja. We hebben afgesproken dat ik met ze meerijd naar een lezing die vanmiddag is. Grappig, terwijl ik voor het eerst sinds jaren weer eens naar de film ga, word ik meteen uitgenodigd voor een volgend evenement. Ik merk het wel vaker, hoe stiller mijn dagelijks leven is, hoe meer er gebeurt wanneer ik er eens op uit ga. Ik kom van het één in het ander.

We stappen in de auto en rijden door het coulissenlandschap, dat Friesland in het zuiden kent. Roestbruine hagen en bosjes wisselen zich af met weilanden die glanzen in de zon, door alle herfstdraden die er doorheen geweven zijn. We praten wat, maar ik kan het niet nalaten om middenin een zin een bewonderende kreet te slaken bij een onverwacht vergezicht. Even later rijden we het dorp in, “Oldeberkoop.” We stoppen bij een monumentale uitspanning met de naam Brocope. “Welkom Jelmer Mommers!” staat er op het kleine schoolbord naast de deur. Hier moeten we zijn. Jelmer is van de Correspondent, een digitale krant waar ik lid van ben. Hij schrok ervan hoe erg het met het klimaat gesteld is, want hij is een jonge vent van twee en dertig die het allemaal mee zal maken. Nu doet hij zijn uiterste best om het tij te keren en reist rond om lezingen te geven over zijn klimaatboek.
Ik koop een kaartje, loop door naar de zaal en ga achterin staan. Een man biedt me vriendelijk een stoel aan maar ik weiger vrolijk. Hij kijkt me teleurgesteld aan en zegt dat hij hem helemaal voor mij heeft opgehaald. “Echt heel aardig van u, maar ik sta liever!” hou ik vol. De man gaat maar weer zitten. Ik heb hem niet verteld dat het om mijn rug is, Ik heb gisteren bij het houthakken krom gestaan met de wind erop en nu is hij wat stijf en pijnlijk. Ik zit niet graag op een stoel geprikt met zo’n rug.

De zaal stroomt vol met grijze hoofden en even later is Mommers zijn verhaal aan het vertellen, over de dunne schil om de aarde waarom het gaat, de diverse scenario’s en wat we kunnen doen. Ik heb bewondering voor hem, je zal maar voor een zaal staan met allemaal ouderen, waarin ongetwijfeld mensen zitten die hier al veel langer over nadenken.
Dat blijkt ook, wanneer Mommers is uitgesproken, laat één man duidelijk van zich horen. Hij is helemaal vooraan gaan zitten en niet voor niets kennelijk. Ik kijk naar zijn brede rug en zie het profiel van een breed, wat papperig gezicht. Hij zit een beetje onderuitgezakt, en doet breedsprakig zijn mening uit de doeken. Hij weet niet van ophouden, ook niet nadat Jelmer hem de opdracht geeft om zijn vraag duidelijk te formuleren. Komt die man wel voor Jelmer, of komt hij voor zichzelf?
Hij praat over kernenergie, over windmolens en over technieken met algen. Het gaat allemaal over één ding, hoe kan ik de luxe die ik nu heb blijven houden? “Ik snap wel, iedereen wil leven zoals wij, en ik weet dat dat niet kan,” zegt hij. Op dit moment gaat er een koude vlam door me heen. “Mag ik even iets zeggen?” vraag ik, “Dit is niet waar, niet iedereen wil leven zoals wij. Er zijn 350 miljoen mensen die onze manier van leven als een bedreiging zien. Inheemse volkeren die worden verjaagd van hun voorouderlijke grond omdat hun bossen worden ingepikt om te dienen voor CO2 opslag. Rijke landen maken hier goede sier mee. De mensen worden in hutjes gepropt in een veel te klein reservaat.”
De dominante man op de voorste rij draait zich verstoord om. “Dat heeft helemaal niks te maken met de …. warmte,” zegt hij, en hij moet even zoeken naar het juiste woord. Ik twijfel geen moment over mijn antwoord. “Het gaat om de voetafdruk! Die van ons is gigantisch en van die mensen is hij minimaal. We hebben veel van ze te leren.” De felheid van mijn reactie komt aan in de zaal. “Ja,” zegt Jelmer zacht “Juist de armsten hebben het meest te lijden….”
De man op de voorste rij heeft zich omgedraaid en negeert me. Hij negeert Jelmer trouwens ook. Hij gaat mompelend verder en ik versta hem niet meer. Jelmer staat op het podium en weet het even niet. De man praat maar door en de zaal luistert of staart wat voor zich uit. Wat moeten ze anders.

Maar aan alles komt een eind. Tot mijn vreugde weet Mommers de woordenstroom te doorbreken en komen er toch nog een paar anderen aan het woord. En dan is het afgelopen. We zouden het nog over de economie hebben, maar dat is niet gebeurd. Ik kijk om me heen. Een man op de laatste rij kijkt me geïnteresseerd aan en komt naar me toegelopen. “Ben je ergens van? Omdat je vragen stelde en ook omdat je stónd, ik vroeg me dat af.” Ik lach, grappig wat mensen gaan denken als je staat omdat je last van je rug hebt. “Nee hoor, ik ben autonoom. Ik stel graag vragen.” Hij is wel geïnteresseerd in wat ik te vertellen heb. “Zal ik thee voor je halen?” Ik knik enthousiast, “Ja graag!”
Even later komt hij terug en we zoeken een tafeltje. Ik wil net gaan zitten, wanneer de mensen met wie ik meereed naar me toe komen. Ze willen weg, en vragen of ik nog mee terug ga. “Of zoek je het zelf verder uit?” vraagt de vrouw, terwijl haar man achter haar staat. Ik kijk van de één naar de ander en ik kijk naar het kopje thee dat dampend op tafel staat. “Ik rijd haar wel naar huis,” zegt mijn gesprekspartner.
Het is een genoeglijke ontmoeting en de weilanden op de terugweg zijn nog mooier, met die lage zon erop. Ik word afgezet bij het filmhuis, waar mijn fiets op mij staat te wachten. Even later rijd ik de vertrouwde oprit op en zet ik hem neer in het schuurtje van Annemarie. Fijn, ik ben vóór de schemer thuis.

Er zijn van die dagen, die ideaal zijn om te surfen op golven van zeeën van tijd. Dagen die voorbij vliegen, alsof je liftend door de ruimte stuift. En zo was deze zondag. Daar kan ik weer een week op teren!

Inheemse volkeren kunnen de biodiversiteit bewaken voor ons klimaat. Doe hier een donatie.

.

.

 

Geraakt door de geest der nomaden

 

.

.

Thema’s komen terug, als zwaluwen in de zomer. Er zit een wetmatigheid in leven, ritmes en betekenissen, die overal en altijd terugkeert, in allerlei culturen. (Alowieke)

.

Het is 1979. Ik ben veertien en we maken een tocht door Amerika. We zijn met zijn vijven, mijn twee oudste broers zijn thuis gebleven. Onze gehuurde camper staat op een camping bij Lake Michigan tussen de bomen. Het terrein is omringd door hoge heuvels.

Ik sta voor de wagen. De anderen, vader, moeder, broer en zus, zijn aan het treuzelen. Treuzelen ja, want we zouden gaan wandelen. Ik kijk nieuwsgierig omhoog naar de heuvel, ik wil weten wat er achter is. Ik kijk nog eens om me heen, zie nog geen spoor van mijn familie. Ik besluit niet te wachten en lekker in mijn eentje op ontdekkingstocht te gaan.

Ik klauter de heuvel op. Het is lager dan een berg, maar hoger dan een duin. Tussen bomen en bosjes door vind ik mijn weg. Gestadig klim ik verder, tot ik boven ben. Daar sta ik eensklaps doodstil. Wat ik zie beneemt me de adem. Hier opent zich een gigantische zandhelling. Een vallei van zand is het, waar slechts hier en daar een tengere boom zich taai en kronkelend in leven weet te houden.
Ik sta roerloos stil. Aan het einde van de zandvallei is het meer. Tussen de totaal verlaten, ruige coulissen gaat hij onder. De grootsheid van het schouwspel overvalt me. Ik zie de macht van de natuur en voel me ineens volkomen verlaten en aan de elementen overgeleverd. Een diepe paniek overspoelt me. Zometeen is de zon onder en dan ben ik hier alleen! Rennen, rennen wat je rennen kan! Ik weet niet hoe snel ik bij de camping terug moet zijn. Maar die is verrassend dicht bij. Hijgend bereik ik de top en net over de heuvel zie ik de rook van de vele barbeques alweer terug, die als een waas boven het bos hangt. Onder die bomen, onder die rook, is de camping verborgen. Opgelucht haal ik adem.
Ik loop terug naar de camper. De anderen zijn weg. Ik ben alleen. Ik ga zitten en zie het beeld nog steeds voor me. Het staat in mijn hart gegrift.

Mijn familie had veel langer gewandeld dan ik. Maar zij zijn het nu al lang weer vergeten. Op mij maakte deze plek een onuitwisbare indruk. Ik stond daar, als door de bliksum getroffen. Op dat moment bedacht ik me, dat ik best altijd zo wilde leven, als een halve nomade. Misschien was het de geest van het oude indianenvolk, dat mij raakte.
Het gebied waar ik was, werd vroeger bevolkt door de Ojibwe-Anishinaabeg, een volk van semi-nomaden. Ze leefden met het ritme van de natuur. Ze visten en jaagden en maakten ahornsiroop, die ze bewaarden in berkenbast. Onder hen waren planteverzamelaars met een ongelooflijk uitgebreide kennis. Sommigen verbouwden mais, pompoenen en bonen. Voor hen was al het leven met elkaar verbonden. Het kleinste insect of het diepst verborgen mineraal maakt er in hun ogen deel van uit, de schepping was één wonderlijk geheel, waar wij mensen een bescheiden rol in spelen.
Onder hen was een medicijnman of vrouw, die de heilige rituelen uitvoerde. De plek waar ze dit deden, had een bepaalde indeling. Er was aan beide kanten een opening, iets wat ook terugkomt in de Ierse cultuur. De Ieren deden dit om de stoeten van “fairies” doorgang te verlenen, die ’s nachts op pad waren. Anders werden ze boos en dat bracht niet veel goeds. Waarom dit Indianenvolk hetzelfde deed, dat weet ik niet. In elk geval maakten ze ook een opening in het dak, zodat de geest er vrij doorheen kon. In de ruimte stonden vier palen, die het groeien symboliseerde van al het aardse leven.

Thema’s komen terug, als zwaluwen in de zomer. Die indeling die ik net noemde, lijkt verrassend veel op die van mijn woonwagen. Ook mijn huisje heeft aan beide kanten  een ingang. Ook heb ik een opening in het dak, dat ik het daklicht noem. Dit licht heeft iets verstillends en het geeft me gevoel van ruimte. Aan het einde van het daklicht is het glas-in-loodraam, met een afbeelding die voor mij het aardse groeien symboliseert, onder de blauwe hemel van de kosmos. Ik ben maandenlang alleen geweest om me compleet te concentreren op het ontwerp. Het is iets geworden wat helemaal van mij is, maar tegelijkertijd heel universeel.

Zijn de gelijkenissen met de Ierse en de Indiaanse manier van bouwen toevallig? Ik denk het niet. Er zit een wetmatigheid in leven, ritmes en betekenissen, die overal en altijd terugkeren, in allerlei culturen. Ook in onze dolgedraaide mallemolen van de moderne wereld zijn oude tekens te vinden. Het is er nog steeds. En als we samen stil zijn onder dezelfde maan, dan kunnen we nog heel veel horen, als een lied dat steeds weer klinkt en dat toch telkens anders is.

 

 

Misschien is het dàt wel wijs
te gaan op het pad van eigenheid,
te werken aan een regenboog
die straalt en stroomt
in tijdloze verscheidenheid
en die toch tegelijkertijd,
ons elkaar weer doet herkennen
als wonderkinderen
van de schepping

Misschien is dat de volgende stap
het lef om te leven
in het groene paradijs

.

.

DE BOUW

Ik zag enigszins op tegen de laatste grote klus. Maar het ging verbazend vlot en voorspoedig. En ik vond ook nog tijd om het hele gebeuren te filmen en de film te bewerken tot een aangenaam geheel. Mèt een lied aan het eind!

.

.

.

.