Alleen wat echt is blijft

Over intenties en verwachtingen van jezelf en anderen. De reis die ik maakte en mijn bedoelingen. En de drijfveer die je alleen zelf kent. Wat blijft over?

,

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Iets meer dan zes jaar geleden liep ik met het Rijdende Verhalenhuis tussen de weilanden. Het was een boeiende mix van verwachtingen en openheid voor wat er zou komen. Al mijn bezit had ik achtergelaten en het weinige wat over was bevond zich in mijn wagen. Door die onverdeelde eenvoud hoopte ik er helemaal te kunnen zijn in mijn ontmoetingen, voor de mensen onderweg en voor de lezers van mijn verhalen.

Ik schreef verhalen zoals ik me dat had voorgesteld, had gesprekken met boeren en dorpelingen van het platteland. Over de achtergronden zocht ik veel uit, vooral in het jaar na de reis. Niemand kende me, niemand wist van mijn bedoelingen, maar de verhalen stroomden. Er waren goeie en moeilijke momenten. Maar wat ik aan het doen was begrepen slechts weinigen. Ik werd gezien als een vakantieganger, die tijdelijk onderkomen zocht. En ja, iedereen schrijft wel eens een blog tegenwoordig, tijdens vakanties en op reis. Maar ik wilde dieper gaan dan dat. En terwijl ik nog lang niet uitgeschreven was, werd ik diverse malen weggestuurd. Ze zagen me als een zwerver.

Dat beeld bleef. Na drie maanden trekken trok ik een jaar uit om het boek te schrijven. Ik hoopte dat het daarna zou komen, dat men zou zien wat mijn bedoeling was. Het boek kwam uit op een goed moment, precies in die tijd kwamen de eerste boerenprotesten. En mijn boek sloot daar mooi bij aan. Het zou meer begrip opwekken voor de boeren. “Langs kantelende wegen” heette het. Maar mijn verhalen leken weinig te doen. Er waren wel interviews waarin men zijdelings vroeg naar wat ik tijdens mijn tocht gezien en ontdekt had. Verder ging het vooral over mij. Verdorie, ik had het weer te mooi gemaakt, het kleine sprookjesachtige huis op wielen, de manier hoe ik het voorttrok, alles maakte fantasieën los in mensen. Die gingen een heel andere kant op dan mijn bedoeling was. Het ging een eigen leven leiden. En nu, zes jaar later hoor ik nog steeds dat er een vrouw is die door het land zwerft met haar eigen kleine huis. Hartstikke leuk. Maar die vrouw, dat ben ik niet. Het werd een mythe op zich. Een droombeeld, een archetype. Je kan er trots op zijn, dat te hebben bereikt. Dat lokt me, maar daar tuin ik niet in. Want uiteindelijk heeft het maar weinig met mij te maken. Het is hun droom, niet de mijne.

Wat ik hoopte bleef uit. De vragen die ik verwacht had: Zou je met je wagen hierheen willen komen om dit land te beschrijven, te tekenen en samen met ons te behouden voor de toekomst? Ik zou daar graag met je over willen praten. Maar nee, ik ben geen gestudeerde vrouw met een netwerk. Ik deed geen landschapshistorie of biologie. De karikatuur van een vrouwelijk soort Swiebertje bleef hangen, een zwerver zonder doel, levend met de dag. De eeuwige vakantieganger. Verwoed probeerde ik dat beeld van me af te schudden. Maar na zo’n populaire hit, want dat was het, lukt dat dus niet meer. Net zoals Karin Nilsson nooit meer afgekomen is van haar Pippi Langkous imago, zo leek het ook met mij te gaan.

Prompt heb ik me gevestigd bij de eerste boer die ik had leren kennen in Fryslân, boer Jochum. Het moest anders. Ik zou me gaan wortelen. De heilige traagheid der dingen beleven, de verhalen nog intenser maken. Mijn relatie met de mensen en het land zou zich vooral concentreren tot deze plek, deze streek. Hoe langer je ergens bent, hoe duidelijker de verhalen zich gaan uittekenen. Eigenlijk is een heel leven nog te kort om een enkele plek de aandacht te geven die het toekomt. En door er te zijn kan ik ook een bijdrage leveren aan de groei en een levende aarde. Bomen en kruiden planten, helpen bij wat er speelt. Zo schrijf ik niet alleen een verhaal, maar maak er ook deel van uit.

Nu woon ik hier vier jaar. Begin dit jaar riepen de kinderen me nog na: “Alowieke, zwerver, zwerver!” Dat is nu voorbij. Zo langzamerhand weten de mensen het. Ik praat met kinderen en buren en hoor hier. Nu begrijpen ze dat ik ook een bewoner ben, eentje die verhalen schrijft, bomen plant en schildert. Het kost tijd.

Hoe je gezien wordt bepalen uiteindelijk de mensen om je heen. En ze denken altijd wat anders dan jij. Maar wie je bent en wat je wilt, dat weet je alleen maar zelf. Jouw drijfveren zijn onzichtbaar, tot je het laat zien. Er is stilte voor nodig om te luisteren en echte vrienden om mee te praten. Alleen wat echt is blijft.

Dit is de knop naar de luisterversie van het verhaal.

En nu eerst ik

Eerst lekker slapen

De havik op mijn dak

Het Wetterskip is geweest. Ze hebben naast het Verhalenpad, aan de noordkant van de bult het riet gemaaid. Alleen langs de sloot, de rest staat nog overeind. Er ligt een spoor doorheen waar de brede banden van de trekker heeft gereden. Ik werk hard om het maaisel op te ruimen. Dan ga ik even overeind staan en kijk in gedachten naar het aangrenzende weiland. Reed ik gisteren nog vijftig kilometer voor Gaza, vandaag sjouw ik zware vrachten riet en natte waterplanten om het op bulten te leggen. Dat is nodig. Als je het gewoon laat liggen krijg je een groot veld distels en brandnetels, terwijl ik graag diversiteit wil. Rijke natuur komt niet zomaar. In een land als dat van ons moet je daar wat voor doen. Ik worstel mij door het riet heen. Met mijn armen vol maak ik een paadje naar de bult compost. Maar mijn benen beginnen te wankelen en mijn armen voelen zwaar. Ik besluit te stoppen en eerst een paar dagen uit te rusten om me te bezinnen. Wat doe ik eigenlijk allemaal? Dagenlang distels uitgestoken, een vracht hout op mijn karretje naar huis gereden voor mijn huis, waar ik een halletje wil maken voor mijn deur, tegen de wind. Tussendoor kijk ik regelmatig naar de berichten op Instagram, hoe gaat het met Ahmed in Gaza stad? Het is telkens weer spannend of hij nog leeft. Ik ga altijd vroeg naar bed. Maar in de holst van de nacht word ik wakker en slaap dan niet meer in. Een aantal uren later sta ik op, het is net licht. Er landt een vogel op mijn dak, het is een grote. Hij zit op de koekoek, ik kan hem zien door het glas heen. Het geelzwart gevlekte verenkleed op de borst, de gele ogen, ik herken een jonge havik. De havik, het symbool van inzicht en een scherpe blik op de toekomst. Ja, daar is het tijd voor. Bezinnen op de toekomst.

Er zijn veel dingen die om aandacht vragen. De natuur, conflicten, cultuur en het huis. Bij al die zaken horen mensen, waar je contact mee hebt. Het worden er steeds meer. Ik moet een grens trekken en voor mezelf zorgen. Anders word ik zo vaag als een geest. Die breek in mijn nachtrust doet iets. Het komt ergens uit voort. Het is een vorm van stress die ik herken uit de tijd dat ik in de rouw was. Toen was dat nog veel erger. Ik nam veel tijd om overdag in de stoel bij het raam te gaan zitten. Dan staarde ik naar het licht in de bladeren van de oude kastanje. Dat hielp, het gaf me een gevoel van vrede en lichtheid. Maar het heeft toch een paar jaar geduurd voor de stress van de rouw over was. Ook toen werd ik steeds middenin de nacht wakker, net als nu.

“Slapen is na genoeg water drinken het belangrijkste om te overleven,” schrijf ik aan een jongen in Gaza. Hij is actief op Instagram, maakt filmpjes en foto’s van de ravage en de mensen. Hij vraagt zich af of hij wel door moet gaan met foto’s maken. Hij maakt zich zorgen. Misschien zien ze het daarboven door de beelden van drones en denken ze dat hij een journalist is. Straks willen ze hem nog doodschieten. Misschien moet ik daarmee stoppen, bedenkt hij. Hij slaapt slecht van de angst en het geluid van de drones gaat door. Je hoofd koel houden en blijven lachen is een kunst. Goed slapen is nodig om te overleven. Dat geldt voor iedereen. Ik voel me al wekenlang betrokken. Het geeft een vorm van rouw. Misschien dat ik daarom steeds wakker word in de holst van de nacht. Maar ik moet óók slapen.

Conflicten gaan door. De natuur vraagt alle aandacht, op de Swetteblom en daarbuiten. Maar als het huis niet in orde is, dan is er geen fundament. En als je slecht slaapt ook niet. Alles begint bij de wortels.

.

Inmiddels heb ik heerlijk geslapen en ben weer lekker geconcentreerd aan het werk. Geen zorgen! Het hoort er allemaal bij.

.

Spel en slaap voor iedereen

Spel en slaap houden ons hoofd helder. Het is een basisrecht voor iedereen en een voorrecht om daar in vrijheid voor te kunnen kiezen. Ik lig wakker in mijn hangmat.

.

Tekening Alowieke, van 2018

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is een harde bonk. Ik schrik wakker, het is nog donker. Er klappert iets. De wind was al hard toen ik ging slapen, en is nu toegenomen. Het luik is opengewaaid, klappert dicht en dan weer open. Ik probeer stug door te slapen, al weet ik dat mijn poging gedoemd is te mislukken. Na een paar minuten gooi ik de klamboe open en klim uit mijn hangmat. Dan moet het maar. Ik doe het luik nu helemaal open, zet het vast en klim snel terug het bordes op en duik er gauw weer in. Maar de slaap is verdwenen. Met ogen dicht denk ik aan alles wat er gebeurt. Na dagenlang distels uitsteken leek een vloed aan ontmoetingen mij tegemoet te stromen. Dagelijkse ontmoetingen, maar ook bijeenkomsten die ergens over gingen.

We boffen dat we dit in alle rust kunnen doen. Dat we kunnen kiezen waarheen we gaan en met wie we willen praten en wanneer. Het had ook anders kunnen zijn. We hadden in oorlogsgebied kunnen leven en al vijf keer of meer moeten evacueren. Stel je voor dat jij het was, daar tussen de instortende huizen. Hoor, de drones, de vliegtuigen die overgaan. Er komt een melding dat er een bom valt en op het laatste nippertje gooi je je spullen uit het raam om te vluchten. Zo dadelijk is alles weg, het hele leven zoals het was. En waarheen dan? Je komt in een tent, tussen tientallen ander tenten. ’s Nachts lig je te piekeren over je toekomst en de slaap wil niet meer komen. Boven je hoofd gaat het geluid van drones almaar door. Soms komt er hulp. Een enkeling komt bijna zover, dat hij het land uit kan vluchten. Kinderen, met letsel. Volwassenen met een hoge opleiding. Maar vaak genoeg lukt het ook niet. Andere landen willen dat niet, massa’s mensen maken zich zorgen om hun eigen hachje. Ze maken zich druk en liggen te woelen in hun bed. Ze worden lichtgeraakt en beginnen vreemden in hun wijk uit te schelden. Al die oorlogen zijn bedreigend. Straks komen die vreemde mensen hierheen, met hun rare taaltje en vreemde gewoonten.

Stel dat jij die vluchteling was en dat je nergens meer heen kon. Dat er dan mensen zijn die zeggen dat je een profiteur bent en alleen maar komt om te stelen, terwijl je met een vriendelijk gezicht al heel blij zou zijn. Je wilt alleen maar rust, een plek om alle ellende te verwerken en het liefst zou je teruggaan naar huis. Maar je huis is er niet meer. Je hebt hulp nodig om je leven weer op te bouwen. Hulp om je land weer te herstellen. Die hulp blijft uit en dat maak het alleen maar erger. Er wordt niks opgebouwd, er is geen verbroedering meer. Regeringen overal ter wereld luisteren naar de massa’s die alleen aan zichzelf denken. Er bouwt zich een redeloze woede op, die zich richt op alles wat niet tot hun eigen kleine wereldje behoort. Met hun woede vernietigen ze zelfs de basis onder hun eigen voeten, het recht van ieder mens. Het recht om te kunnen spelen en slapen in vrede. De grondwet is de vloer waar iedereen op staat.

Vlak na de oorlog was er eendracht. Iedereen wist, dit willen we nooit meer. Men werkte samen aan de wederopbouw en er kwam goede zorg en aow. Dat duurde even, maar de eendracht van het begin verdween, en het werd steeds meer ieder voor zich. Er kwam verharding en ongeduld. En nu is het weer zover, alles wat was komt weer terug. De ene na de andere demonstratie volgt. Er waait een fikse wind die de gemoederen door elkaar schudt. Oude dingen keren terug. Massa’s mensen die de zwakkeren de schuld geven. Een man die antifascistische acties veroordeelt, de mensen die het juist opnemen voor de zwakkeren. Zwakkeren worden in het stof vertrapt en degenen die hun helpen worden veroordeeld. Hitler wordt herboren in de geest van Netanyahoe en Trump en vindt zelfs navolging in Nederland.

Wat is dat, de tijd van de mensen, onze levens als een lange rij schakels, de geschiedenis die ons vormt? Het is als de wind, die in cirkels waait. Alles keert terug. Of misschien waait het in een spiraal. Gaat het omhoog of naar beneden? Of gebeurt het allebei tegelijkertijd? Buiten ruisen de toppen van de hoge bomen. Ik geef mijn poging om te slapen op en sla het witte geweven doek opzij dat over mijn klamboe hangt. Dan kijk ik over de vensterbank naar buiten. Het is licht geworden. Aan de overkant van de Swette is het een drukte van belang. Kraaien en kauwtjes zweven en dwarrelen door elkaar als bladeren. Die harde wind vinden ze prachtig. Achter de hoge bomen van ons terrein is de thermiek ideaal voor zorgeloos vleugelen. Het is ideaal om mee spelen, in een spiraal worden ze meegenomen, omhoog en omlaag. Kraaien, kauwtjes, torenvalken, ze doen het allemaal. Ze weten precies waar ze moeten zijn. Konden wij dat maar, zo spelen.

Spelen, blijven spelen. Al maak je nog zoveel mee, als je kan spelen ben je rijk. Spel en beweging zorgen ervoor dat je je niet klein laat krijgen door de omstandigheden. Het houdt de vitale vonk brandende en de warmte van die energie bindt gemeenschappen samen. Als de nacht komt gaan we moe naar bed en slapen we als een roos. Spelen en slapen maakt ons mens, hoe het leven zich ook manifesteert. Het houdt ons hoofd helder, zodat we na kunnen denken en zien wat er speelt. Onrust en slapeloosheid doen veel kwaad. Misschien leidt onze tweede kamer daar ook aan. Slapeloosheid mondt uit in dwaze beslissingen, zoals het ondermijnen van de grondwet. Maar helder en krachtig zijn mensen die blijven wie ze zijn. Die spelen en slapen in alle omstandigheden. Zelfs in oorlogsgebieden vind je ze.

Ik gun ieder mens zijn spel en zijn slaap. Dat alle bitterheid wordt weggewassen door de zachte regenbui van de droom. Dat alle mensen helderheid van geest terugvinden om de bodem onder ons bestaan weer op te bouwen. Spel, slaap, vrede, licht. Alles tezamen maakt ons de mensen die we zo graag willen zijn. Ik heb mijn keus gemaakt. Eerst slapen, dan verder leven. Ik verheug me er op.

Dit is de luisterversie:

.

Over de tweede kamer en de noodzaak om burn outs te voorkomen: meer zetels.

https://decorrespondent.nl/16375/goed-plan-van-150-naar-250-kamerleden/bfe90f45-cb6c-0e54-3a61-4798f74e24e7

Ik ga naar de rode lijn demonstratie in Amsterdam. 5 oktober. Gaan jullie ook?

Een moment van verwarring

Woorden kunnen het tegenovergestelde bereiken van wat je eigenlijk bedoelt. Dan ga ik misschien wel liever gewoon verder met bomen planten. Dat is tenminste echt iets.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Dat is nou ook wat. Gisteren schreef ik een mooi stukje, over hoe ik mijn duurzame leven zie. “Ik zie mezelf als een nomade” schreef ik, “een nomade trekt alleen verder als het moet. Maar evengoed kan het zijn dat deze plek voor de rest van mijn leven is. Misschien heeft deze grond mij echt nodig en hoort het bij mij”.

Beter kan ik het niet zeggen, dacht ik tevreden. Het bericht kreeg veel belangstelling. Maar toen zag ik iets merkwaardigs. Op LinkedIn stond een duim van een man die ik niet kende. Ik keek naar zijn profiel en hij bleek de CEO te zijn van een olie en gasbedrijf. Ik ging rechtop zitten. Wat is dit nou? Een oliedirecteur die iets herkent in wat ik zeg? En dat terwijl ik vorige week nog voor de Waddenzee op de dijk heb gestaan om de nieuwe boorplannen van Shell tegen te houden! De directeur is gespecialiseerd in niet ontdekte olie en gasgebieden op verschillende plekken op de wereld. Die kunnen dan geëxploiteerd worden. Voor mij heeft dat woord een andere betekenis dan voor hem: het betekent nieuwe wegen uitrollen door ongerepte natuurgebieden en onteigeningen. Geronk en geraas en platgereden dieren. Kaalslag om de jaknikkers te plaatsen. Verdere stijging van de temperatuur op aarde, al weet je nooit hoeveel dat is. Verbaasd kijk ik ernaar. Ik dacht dat ik iets schreef over eenvoudig leven. Ik lees het nog eens over. “Misschien hoort de grond bij mij,” schreef ik. Ja, dat denkt een olie-exploitant ook. Die denkt opgewekt: “Ja dat heeft ze mooi gezegd” en voelt zich bevestigd in wat hij doet. Hij ziet zichzelf kennelijk ook als nomade. Hij trekt verder als het moet, maar het liefst vindt hij een grote gasbel waar we voor heel lang genoeg aan hebben. Of olie. Precies zoals ik schreef. Maar “grond die bij je hoort” is in dit geval grond die wordt toegeëigend.. Zo iemand staat vooral ten dienste van zijn eigen portemonnee. Bedrijven moeten groeien, in onze economie, groeien en concurreren. Het is elke keer maar de vraag wat mensen zien in een tekst. Denk ik iets te schrijven over eenvoudig leven, blijkt het tegenovergestelde ook waar te zijn. En dan denk ik: Wat heeft het eigenlijk voor zin, al die woorden? Kan ik niet beter beroepsactivist worden, dan is het tenminste echt duidelijk waar je voor staat. Tenminste, dat hoop je dan. Een poosje volg ik die gedachte. Maar als ik uit het raam kijk zie ik de bomen. Natuurlijk, de bomen! Zij zijn immers concreter dan wat dan ook. Bomen planten is een prachtige bezigheid. Daarvoor zijn weinig woorden nodig, je leven staat ten dienste van hen. Bomen planten doe ik al. In het begin hebben ze je nodig, later een stuk minder. Ze leven vaak langer dan ik. Die prachtige wezens leveren enorm veel diensten voor deze bodem en onze planeet. Bomen planten en ervoor zorgen doet vast en zeker meer dan een tekst, al bewerk ik hem twintig keer om het zo helder mogelijk te krijgen. Ik houd van ze. Als ik hier dan sta, hier in het Friese land, maken ze me gelukkig. Zie ze staan, daar in de wind. Het blad licht op in de zon, de takken zwaaien heen en weer. De berken torenen steeds verder boven het land uit, daar boven op de bult. Hun stammen zullen steeds witter worden en dikker. Eronder kleuren de helderrode bessen van de sleedoorn, tussen de andere bomen en struiken. Niet te geloven dat dit kleine bos nog maar drie jaar staat! Maar ik heb er dan ook veel tijd in gestoken. Dit is echt iets. Het bosje is mijn wonderkind, dat nog veel kan doen. Het zal verder groeien. Mensen zullen het zien en gelukkig luisteren naar het ritselen van bladeren en naar de spotvogel in de zomer. Vlinders en andere dieren en insecten zullen voedsel en beschutting vinden. In de herfst zullen de mensen na mij nog jarenlang noten verzamelen. Hazelnoten, walnoten. Ze zullen goeie gesprekken voeren tijdens het wieden en elkaar helpen bij het uitgraven van de woekerbraam die geen vruchten geeft. Ze zullen de essen en esdoorns ertussenuit halen en gebruiken als brandhout. Misschien is dit bosje wel een begin van een groter bos. Het zien en beleven ervan verandert iets in het denken van de mensen, heel langzaam maar zeker. Dat krijg ik met teksten niet voor elkaar.

De Friezen hier moeten wennen aan bomen. Het kan nog heel lang duren voor het bos groter zal groeien. Misschien wel vijftig jaar. Dan ben ik er niet meer bij. Maar ik heb wel een aanzet gegeven en meegewerkt en het verhaal gaat door. Bomen doen misschien wel meer dan woorden. Laten we goed voor ze zijn. Bescherm ze, verzorg ze, help ze groeien. Laat hun verhalen leven.

.

De levende zee en de doden

In een paar dagen komt het samen, het gedenken van de Palesteinse doden en het beschermen van de ongelooflijk levendige Waddenzee.

.

Het zijn de namen van de doden die ik voorlees. Palestijnse doden, een lange reeks van 68.000. Dat zijn hele boeken vol, waarvan ik als een van de vele vrijwilligers, slechts zes pagina’s voor mijn rekening neem. Elke naam krijgt de volle aandacht. Het valt niet mee, dat Arabisch. Het is volkomen vreemd aan elke taal die ik ook maar een beetje ken. Al is de uitspraak belabberd, het komt vanuit het hart. Tussen de namen in kijk ik telkens even naar het publiek. Een paar mensen zitten er. Sommigen komen hier elke dag langs voor ze naar hun werk gaan. Ze gaan extra vroeg van huis om hier nog even vijf of tien minuten te zitten. Maar niet iedereen heeft die betrokkenheid. Een oudere man staat sceptisch naar mij te kijken Hij zegt iets tegen een vrouw met een grote grijze krullenbos, die al een hele poos ernstig zit te luisteren. Als ik de laatste naam van mijn deel gelezen heb, ga ik naar haar toe. Ik wil het weten. Wat zei die man? Ze vertelt me het met ingetogen verontwaardiging.

“Ach joh, dit heeft toch helemaal geen zin” had hij gezegd. “Je moet die mensen niet allemaal hierheen halen.” Dit is ongepast vond ze en dat zei ze ook en toen liep hij weer verder. Ja, achtenzestigduizend doden, we halen al hun namen hierheen. Om ze als in een gebed te gedenken. Omdat er anders misschien niemand is die het doet en omdat een heel volk niet ongezien van de kaart mag worden geveegd. We kunnen hier weinig doen, maar dit is toch het minste. Er kwamen verschillende reacties uit Gaza. Een ervan kwam van Ahmed, uit Gaza stad, dat momenteel zwaar onder vuur ligt.

Vanuit de grond van mijn hart, ik bedank jullie voor het staan op straat en dat je je stem verheft voor Gaza en de menselijkheid. Mensen als jullie geven ons de hoop dat het rechtsgevoel nog steeds leeft en dat er nog steeds vrije harten zijn die kloppen vanuit waarheid. Jullie demonstratie is niet alleen een voorbijgaand gebaar, het is een boodschap van liefde en licht, dat ons bereikt in het midden van de duisternis. Bedankt dat jullie ons laten voelen dat we niet alleen zijn.”

Dat raakt. Aan het einde van de dag ben ik ineens heel moe. De intensiteit van dit ritueel heeft veel energie gekost en tijdens het klaarmaken van het avondeten ben ik prikkelbaar. Stil eten we onze maaltijd, mijn vriend heeft er begrip voor.

Een paar dagen later ga ik opnieuw op pad. Dit keer pleiten we voor het voortbestaan van onze eigen levende Waddenzee. Het is een actie tegen Shell. Het bedrijf wil hier bij Ternaard naar gas boren. Ook hiervoor zijn veel mensen op de been gekomen. Ik kon gratis instappen, in een bus die Milieudefensie had geregeld. Het is een heerlijke dag en als we met zeshonderd mensen op de dijk lopen, hopen we allemaal dat dit prachtige uitzicht op het wad nog heel lang mag voortbestaan. Er zijn al genoeg doden te betreuren, mensen en niet-mensen. Laat onze Waddenzee dan alsjeblieft voortleven, bruisend, borrelend en fluitend, met alles wat er is! Het is niet nodig dat er opnieuw een gasboring wordt gedaan, op een plek waar het notabene verboden is. Er is genoeg gas voor het hele land op de plekken die al zijn aangeboord. Dit en meer hoor ik van de sprekers. De sfeer is ontspannen en open. Een van de sprekers vraagt om een minuut stilte en dan luisteren we met honderden mensen tegelijk naar wat er is. Ik hoor de roep van een enkele vogel die opvliegt uit het veld en kijk achterom. Ik vind er een glimlachende man, terloops en onverwacht kijkt hij me aan. Hartverwarmend dat zoveel mensen zich inzetten voor een gezonde aarde. Vandaag is het voor de levende zee. Een andere keer staan we op voor de doden die niet in vrede konden sterven en zijn we anderen tot steun. We zijn er, elke keer weer. Dan ik, dan jij, afwisselend als in een oneindig lied dat we altijd blijven zingen.

.

Hier het paradijs en ergens is de hel

Het geluid van boomkrekels in bosjes die ik zelf heb geplant. Daar word ik gelukkig van. Alles groeit ontzettend goed. Mijn hart is opgewekt en levenslustig van karakter. Ik zie dat terug bij sommigen, dáár. Kinderen en volwassenen, die nog altijd kunnen lachen, al is hun situatie nog zo beroerd. Ik denk aan hen. En ook aan hen die nooit meer zullen lachen.

.

.

Tijdelijk geen luisterversie.

.

Hard werken doet me goed. De broeierige augustusdagen vinden verfrissing door de wind, die hier altijd waait. En ik ben hier. Drieduizend vierkante meter, knippend met de heggeschaar, maaiend met de zeis, voorzichtig stappend tussen de sprinkhaantjes, die op sommige plekken massaal het gras kort houden. Ik schilder mijn kleine huis, onderhoud het gereedschap. Alle accu’s worden weer gevuld. Maar ondertussen zeurt er een doffe pijn, iets wat nooit helemaal weg is. Mijn betrokkenheid bij de Palestijnen. De beelden op instagram zijn indringend. Wat daar gebeurt snijdt als een mes. Ik kan er een tijdje niet aan denken, maar het is er. Er is geen land ter wereld waar zoveel kinderen zonder armen en benen verder moeten. En waarheen? Israël drijft hen op als een troep ratten. Voedsel wordt almaar schaarser, het volk moet creperen. Ik zie cementwagens bij waterbronnen, die worden dichtgestort. Geen water meer te vinden. Alles is dorstig, stoffig en droog. Duizenden olijfbomen worden vernield. Alles wat er is wordt gewist. En daarna komen de bulldozers. Die egaliseren de brokstukken, zodat het lijkt alsof er nooit iets geweest is dan een kale vlakte.

Het verhaal daarachter is bekend. Het land is volgens de kolonisten altijd al bestemd voor het uitverkoren volk.”Het volk van God” keert terug. Er zullen nieuwe huizen worden gebouwd en de plaatsen die er ontstaan zullen Bijbelse namen krijgen, alsof ze er altijd al geweest zijn. Het is hun land, en van niemand anders. God heeft het hen beloofd, de westerse wereld heeft hen geholpen en terecht, vinden de kolonisten. Journalisten zijn bij tientallen vermoord om de waarheid uit te wissen. Het andere volk, dat er ook thuishoort moet tot zwijgen worden gebracht. De staat Israël probeert hun geschiedenis te wissen. Mijnheer de president, hoe kan je nog in de spiegel kijken als je je eigen geloof inzet voor zulk walgelijk eigenbelang? Er zijn mensen die nog steeds geloven dat Palestijnen terroristen zijn en dat Hamasstijders degenen zijn die schieten op hun eigen volk en voedsel achterhouden. Een verhaal dat niet is vol te houden. De waarheid is zo groot en gruwelijk, het zal helder en glashard aan het licht komen. Maar ik ben bang dat het dan te laat is. Het is al te laat, nu al. Duizenden zijn dood, het trauma is geschapen, de waterbronnen zijn dichtgegooid. Dit alles had niet mogen gebeuren, had niet getolereerd mogen worden door de internationale gemeenschap.

Ik ben tevreden met wat hier is. De argusvlinder die ik zag, het gezang van de krekels in de nacht. Boomkrekels zijn het, in bosjes die ik zelf heb geplant. Een geluid waar ik gelukkig van word. Alles groeit ontzettend goed. Het is er, allemaal. Maar heb verdriet om het leed dat wordt geleden. Tegelijkertijd heb ik een opgewekt en levenslustig hart. Ik zie dat terug bij anderen, ver weg. Kinderen en volwassenen, die nog altijd kunnen lachen, al is hun situatie nog zo beroerd. Ik gun hen een rijk leven op hun eigen grond. Dat hun kinderen in vrede mogen leven met ontspannen en blije gezichten. Dat de olijfbomen zullen worden terug geplant, en Israël wordt teruggefloten. Internationale steun die als een fakkel wordt aangestoken, het symbool voor een nieuw begin. Maar van Europa hoeven we niet veel te verwachten.

De kentering van licht naar donker

Elk jaar, als de maand september komt, heb ik een sombere avond. Eentje maar, en dan is het weer voorbij.

.

Auteursrechten Alowieke van Beusekom

Dit keer is er alleen geschreven tekst.

.

Het is niet vaak dat ik sombere gedachten heb. Het is maar één enkele avond en bijna altijd tegen de herfst, als de eerste bladeren vallen en de dagen korter worden. Het is wanneer ik al een hele zomer tuinonderhoud heb gepleegd en er nog steeds veel werk moet worden gedaan. En dan ook nog al die demonstraties waar we voor worden opgeroepen, tegen volkerenmoord, tegen boringen van Shell op de Waddenzee, en tegen het handelsverdrag Mercosur… Ik voel me verantwoordelijk. Maar in beweging komen gaat nu stroever. De vroege ochtend heeft de betovering van de lente verloren, en de vogels fluiten niet meer. De broedvogels vertrekken, de wintergasten zijn nog niet gearriveerd.  De magische herfstssluiers zijn er nog niet. En de bessen, pruimpjes en frambozen zijn allemaal geplukt, terwijl de appels nog niet rijp zijn. Donkere gedachten drijven als wolken mijn kop binnen. Iemand zegt dat de aarde ons er straks allemaal af-flikkert en dan zelf verder gaat. Ik denk daaraan als ik die avond in bed lig. Soms kan ik daar dankbaar voor zijn, dat alles uiteindelijk wel goed komt met onze planeet. Maar nu niet. Ja, we maken er een puinhoop van. En wat kan ik nou doen in mijn uppie, al leef ik nog zo eenvoudig en zorg ik goed voor mijn bomen. Misschien kan ik net zo goed ophouden met bestaan, als het dan toch die kant op gaat met ons. Gelukkig redt de slaap me uit mijn somberheid. Het universum van de droom brengt me zoals altijd tot mezelf. De herfst is in aantocht. Het is de herfst, de lucht vol schimmels en verrotting.

In huis is het ’s ochtends koud. Zoals gewoonlijk doe ik mijn oefeningen en maak ontbijt. Maar na de verwarmende pap weegt die sombere avond nog steeds in mijn ledematen en ik duik opnieuw onder de wol. Tot een uur of tien, half elf, dan komt de zon over de bomen heen en maakt de wereld lichter. Net als de natuur keer ik langzaam naar binnen, voel de stralen van de nazomerzon en doe wat nog gedaan moeten worden. Het maaien van het lange gras, distels trekken, riet weghalen. Overwoekerde paden maak ik zichtbaar aan het einde van het land. Zo kunnen we bewonderen wat er dit jaar is gaan groeien. Ik ontdek de zaailing van een lijsterbes met bessen er al aan. Sommige struiken hebben al gele bladeren. De overgang is duidelijk. Die ene avond gebeurt het. Als een zonnebloem die haar zwaar geworden kop omlaag knikt, voor ze haar zaad weggeeft. Als de kentering tussen vloed en eb, tussen de zonnetijd en de donkere dagen. Het is de wet van al wat leeft, waar ik nog altijd deel van uitmaak.

Eenvoudig leven in een Meth

Wonen in een Mobile Ecologic Tiny House

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Ik heb een eigen huis. Al zien sommige mensen een huis anders voor zich, voor mij is het enorm bevredigend te wonen in mijn zelfgebouwde Meth. Een mobiel ecologisch tiny house, zo noem ik het. Ik ben vrij in eenvoud.

Als je een eigen huis hebt, ben je vrij en zelfstandig. Hoe groter hoe beter, vindt men. Dat is een goede investering voor de toekomst. Zo denkt men al jaren en de hele politiek, van links tot rechts speelt daarop in. Maar eigenlijk is het een ingewikkelde toestand en dat wordt alleen maar ingewikkelder. Er worden dure huizen bijgebouwd, want de grondprijzen stijgen flink. Alleen de mensen die dat kunnen betalen verhuizen naar hun nieuwe kasteel. Anderen kunnen doorstromen in de goedkopere woningen, die leeg achterblijven. Mensen in die grote dure huizen bemoeien zich nauwelijks nog met de buurt of met anderen die het minder treffen. Het is steeds meer ieder voor zich.

Deze week ontmoette ik Albert. Hij woont in een dorp in de buurt en stond hier op het veld van de camping, even weg van zijn gezin. Hij hoefde niet zo nodig ver weg, als hij maar lekker kon aanrommelen rond zijn tent. “Ik ben sociaal werker” zei hij. “Maar ik mis het werk met mijn handen. Ik droom ervan om, wanneer ik met pensioen ben, het kaatsveld te onderhouden.” Het is een eenvoudige echt Friese droom. Elk zichzelf respecterend Fries dorp heeft namelijk een kaatsveld en de oude traditionele sport wordt nog steeds fanatiek beoefend. Het is een van de dingen die de gemeenschap nog altijd samenbindt. “Ik zou het heel mooi maken, zoals het nu ook is, strakke randjes met bloemen eromheen.” zegt Albert stralend en dan denkt hij even na. “Maar als ik in een groot huis terecht kom, dan denk ik niet dat ik daar tijd voor heb.” Ik raad hem serieus aan dan geen groot huis te kopen. Ik hoop echt dat hij het gaat doen, met dat kaatsveld. De plek waar het hele dorp samenkomt.

Maar hoe kom je aan een huis? Het mooiste is als je zelf je huis kan bouwen, samen met de buren op een plek waar je je thuis voelt. Een huis dat even groot is als alle andere van het dorp, zodat iedereen gelijk is. Zo was het vroeger, op vele plekken in de wereld. Op sommige plaatsen is dat nu nog zo. Het is fijn om iets zelf te bouwen. Ik snap Albert wel, dat hij het mist, het werk met de handen. Ik ontwierp en bouwde mijn eigen huis, het brein en de handen werkten samen. Nu is het een plek die helemaal op mij is afgestemd. Ik noem het een Meth, een Mobile Ecologic Tiny House.

Het is ecologisch omdat het gebouwd is van zoveel mogelijk ecologische materialen. Maar ook ben ik deel van de natuur om me heen, met ogen, oren en handen. Ik plant bomen en werk aan de biodiversiteit, vier jaar nu, op deze boerderij. Ik sta er ingeschreven en de gemeente weet ervan. Zolang ik hier werk heb blijf ik.

De manier hoe er tegen woningen en woningbouw wordt aangekeken, loopt dood. De twintigers van nu ervaren dat aan den lijve en zoeken naar oplossingen. Een klein mobiel huis is ook zo’n oplossing. Ik denk dat we creatieve wegen op moeten zoeken, met eenvoudige haalbare doelen. Er zal niet altijd iemand zijn die ons de weg wijst. Een nieuw avontuur ligt voor ons.

Ontmoetingen met kinderen

Nog nooit hield ik zo vrijmoedig, zonder aarzeling een kind vast. Sommige ouders staan daarvoor open, anderen reageren geërgerd, alsof het kind hun eigendom is.

.

Tekening: Alowieke

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan

.

De Waddenzee glinstert in de zon. Ik ben op weg naar huis, na een paar dagen Schiermonnikoog. Boven ons, in de stuurhut, manoeuvreren de veerlui het schip nauwkeurig door de vaargeul. Het water staat laag. In de luwte van de hoge stalen wand is het goed toeven. Ik hang als een baliekluiver over de reling, naast een deur zonder raampje die op slot zit. Ik denk dat het naar de machinekamer leidt. Er staat een blonde jongen naast me van een jaar of acht. Net als ik probeerde hij of de deur open kon. Nu hangen we allebei over de reling naar beneden te kijken. Hij staat vlak naast me, alsof hij familie is. Maar ik ken hem niet, hij is een medepassagier zoals vele op dit schip. Maar er is niemand die net als hij en ik over de reling hangt, en naar beneden kijkt en naar de zee. We zijn de enigen. Ik kijk naar de zandbanken, die afsteken in het water door hun lichte kleur. Het loopt over in donkerder en dieper water en dan komen de boeien. Een voor een komen ze langs. Als je op een andere manier kijkt is het net alsof de boeien bewegen, en wij stilstaan. Groen rechts, rood links. Stuurboord en bakboord.

De blonde jongen heeft halflang, glanzend sluik haar, dat nu half in zijn gezicht hangt. Zijn ouders zitten achter ons op de bank. Hij kijkt lang naar beneden, naar het schip misschien, of naar het schuim van de golven. Als meisje stond ik net zo. En keek langdurig naar dat schuim en de krachtige beweging van het water. Maar een jongen kijkt vast eerder naar het schip zelf en denkt aan techniek. Zal ik het vragen? Zal ik vragen of hij de zandbanken ziet, of het smalle gangboord recht beneden ons? Voor ik besloten heb iets te zeggen, gaat de veerboot draaien. Nu we uit de beschutting zijn, waait er een fikste wind. De jongen loopt naar zijn ouders toe, die nog steeds op de bank zitten. Daar is het beter. Ik hoor dat ze engels met elkaar praten. Even verderop komt er opnieuw een bocht, ons plekje is weer windvrij en de jongen komt weer terug, nu nog dichterbij. Nou ga ik toch echt wat zeggen. “Did you see you can walk there?” Ik wijs naar beneden, waar het supersmalle gangboord loopt. “There is an iron rope to hold on to.” Hij knikt. “Yes I saw it” Ik kijk hem terloops aan. “I don’t think it’s allowed, to walk there.” Hij knikt serieus. “I think it is for the building of the ship”. Ik vul hem aan “Or for the painters”. Dat denkt hij ook.

Zijn ouders staan op. We zijn er bijna. “We are going back to New York” zegt zijn moeder en ze glimlacht naar me. Even later kijk ik ze na.

Een week later heb ik opnieuw een ontmoeting. Ik ben op een feest en de zon schijnt vrolijk. Het terrein rond de boerderij is groot en er zijn veel gasten. Ik loop op een kortgemaaid pad van gras. Verderop lopen ouders met hun kinderen, het zijn twee kleine meisjes. Ik ken ze niet. De ene is nog heel klein, ze kan waarschijnlijk nog maar een aantal weken lopen. Dan zie ik dat het kleintje struikelt en valt. Haar gezicht betrekt en zonder aarzelen laat ik me ook vallen, overdreven als een clown, op mijn rug met mijn benen in de lucht. Dan rol ik weer op mijn kont, en spreid mijn armen wijd. Zomaar, spontaan en zonder nadenken. Op een holletje komt ze naar me toe, en ineens heb ik een wildvreemd kind in mijn handen en in een beweging til ik haar de lucht in. Haar val van zojuist is helemaal vergeten en ze lacht stralend. Maar dan komt de moeder naar me toe. Ze kijkt gepikeerd. Ik ga staan en trek mijn hemd recht. “Dat was een cadeautje,” zeg ik, ineens verlegen. “….dat ik zomaar jouw kind vasthoud.” Het helpt niet. Het is een raar moment. Ze knikt kort, maar blijft wantrouwig op afstand. Dan neemt ze haar kind bij zich en loopt verder.
Het is bijna te gek voor woorden, maar hoewel ik een keigoede klik met kinderen heb, was het geloof ik de eerste keer dat dit op die manier gebeurde. In mijn leven heeft ouderdom, afscheid en dood een grote rol gespeeld. Nieuw leven en spel ontstond daarna, door mijn eigen handen en de creatieve vonk, die me overal doorheen trok. Het kind in mijzelf bevrijdt me van melancholie en zwaarmoedigheid. Maar nooit hield ik zo vrijmoedig een kind vast, zonder aarzeling. Kinderen voelen het, als een volwassene eerlijk en oorspronkelijk is. Sommige moeders zullen erom glimlachen, of schaterlachen, anderen vinden het gek en moeten er niks van hebben. Het is hun kind, niet dat van mij. Al te vrijmoedige acties worden dus niet gewaardeerd en dat leren ze hun kinderen ook. Maar voor mij waren het twee bijzondere ontmoetingen en ik hoop echt dat er meer vaders en moeders zijn, die daarvoor openstaan. Minder wantrouwen, meer samenleven. Het begint al jong. De wereld zou er een stuk leuker van worden.

.

.

Grote strandschoonmaak op Schier

Stichting De Noordzee organiseerde een reeks schoonmaakacties en dit keer ging ik mee. Met een grote groep struinden we het verlaten strand af, in weer en wind.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Op de boot naar Schiermonnikoog wacht ik op vertrek. Links is water en lucht, rechts loopt de dijk. De zee en de wolken zijn altijd anders. Het is de speling van het licht, die de kleur van het water verandert. Het is de zon die glinsterende rimpels maakt in het oppervlak. De luchten zijn weids en indrukwekkend, het water is groenblauw. Er drijft een dikke wolk voor de zon en eensklaps is de glinstering weg, blauw wordt geelgroen. Meeuwen scheren en schreeuwen over het water. In de verte langs de oever duikt een aalscholver onder, op jacht naar vis.

Maar het gaat slecht met de vis en de zee. Grote vissen zijn verdwenen en kleintjes zijn er ook steeds minder. Er wordt overal ter wereld gevist, bijna geen plek wordt met rust gelaten. Overmaat schaadt en doet veel kwaad. Slordigheid en nonchalance ook. Zeehonden worden gevonden met hun kop verstrikt in netten, zeevogels met doppen in hun maag. Ronddrijvende zooi doet het zeeleven geen goed. Zeventig jaar geleden was het nog heel anders. Eigenlijk is dat best kort geleden. Maar nu is het zo, en dan kan je er maar beter het beste van maken, vind ik. Daarom gaf ik me op voor de grote schoonmaak op Schiermonnikoog.

Stichting De Noordzee organiseert het nu twaalf jaar: De Beach Clean Ups tour. De groep verzamelt zich op een terras bovenop de duin en na de thee gaan we los. Het is heerlijk om met gelijkgezinden het strand af te struinen als een troep strandvogels. Trots steekt iemand een groot stuk touw in de lucht of een deel van een net. Reuze interessant is het, om aan kleine draadjes te trekken die uit een bult steken. Onder het zand blijkt dan een hele kluwen verborgen te zijn, als je het treft. Ik schep er een kinderlijk genoegen in.
Tussen de bedrijven door leren we ook nog wat. Al een paar keer heb ik wat groen, uit elkaar gevallen plastic opgeraapt. En nu een hele bos. Wat een hoop, denk ik, en wil het in de plastic zak stoppen. Maar dan komt er een jonge vrouw aan. Ze stelt zich voor als Nina. “Dat is geen plastic” zegt ze. “Het is zeesla!” Oude zeesla wordt transparant, vertelt ze. Je kunt het duidelijk herkennen. Er zitten groene stukjes aan en er zitten gaatjes in. Het scheurt makkelijker uit elkaar. Plastic voelt ook stugger aan. Nina is mariene ecoloog en ze vertelt ons veel.
We lopen verder, vinden een bezem, een pen, stukken van een groene eierdoos en een heleboel gestolde paraffine. Paraffine wordt vervoerd als droge of natte bulk over zee. Na het lossen van een lading paraffine in de haven, blijven er altijd restjes achter in de opslagtanks van het schip. De opslagtanks worden daar schoongemaakt voor het laden van de volgende vracht. Voor het gemak worden de resten paraffine soms rechtstreeks van schepen geloosd in zee, en niet afgeleverd in de haven. Dat is niet alleen vervuilend, het zou anders mooi gerecycled kunnen worden of verbrand, waarbij bruikbare energie vrijkomt. Zonde dus.

Soms ligt het in dunne plakjes op het zand, dan weer in klonten met veel merkwaardige uitstulpingen. Er zijn jutters die zich daar speciaal op richten. Ik niet. Ik kijk naar andere dingen. Zo heeft iedereen een andere focus. Eigenlijk moeten we op peuken letten, maar die zijn hier niet op dit afgelegen stuk strand. Turend struinen we verder, Dan heb ik weer iets raadselachtigs beet, wat ik vaker heb gezien. Een plak, zanderig van buiten, zwart van binnen. Ik voel eraan. Ik denk dat het zwarte binnenste van klei is, zo stijf is het. De mariene-ecoloog komt weer naast me lopen. “Dat is zwarte zeeklei” zegt ze. “Er zit veel organisch materiaal in. Vroeger was de Waddenzee moerasland, en ook delen van de Noordzee. Je kan hier ook stukken losgeraakt veen vinden. Of hele oude botten van landdieren die hier toen leefden.” Terwijl ze het zegt, herinner ik het me het verhaal, dat ik daarover las. Doggerland! Als het op aarde kouder werd groeiden de ijskappen op de Noordpool en stond de Noordzee droog. Dat gebeurde meerdere malen. Er zijn resten van nederzettingen gevonden van wel een miljoen jaar oud. Er leefden hier mensen in de toendra’s, lang geleden. Er was water in de rivieren die er doorheen stroomden. Als de wind uit het noorden kwam, dan waaide het fijne witte zand vanuit Scandinavië helemaal naar hier. Schiermonnikoog bestaat dus uit zand van Scandinavië. Het is een mooi strand waar we lopen, veel witter dan aan de westkust. Je ziet hoe makkelijk het wegwaait, dat fijne zand in de wind, vlak over de grond, als een rivier gaat het. Of als sluierwolken in een film, die je versneld afspeelt. In de ijstijd was de hele vlakte één grote zanderige wind. Ik staar naar de horizon en stel het me voor.

.

.


Verschillende ijstijden volgden elkaar op. Ook met de laatste ijstijd kon je hier zo naar Engeland lopen. Toen het water weer steeg kwamen de moerassen met al hun plantengroei. Het werd steeds warmer en het water steeg verder. Engeland kwam los van het vasteland en de Noordzee kreeg steeds meer de vorm die ze nu heeft. Maar de zwarte zeeklei bleef,  als stille vertegenwoordiger van oude tijden. Het ligt als daar als deel van de bodem en bij graafwerkzaamheden komen er stukken los. Die zwarte plak is dus niet zomaar rotzooi, het vertelt een verhaal van duizenden jaren geleden! Het blijft indrukwekkend. Daarom houd ik van de aarde, om al die verhalen die ze met zich mee draagt. Daarom is dit zo leuk.

We lopen een fiks eind en hoewel het steeds vrij zonnig was, dreigt er nu een donkere regenwolk. Vanuit het niets steekt een koude rukwind op. Niemand maalt er om. Bewonderend kijken we naar de ruige zee en laat de wind maar waaien. De lunch eten we op achter de trekker. De kar erachter begint al aardig vol te raken. De laatste jutter arriveert en gooit er een groot stuk plastic in. In de luwte van de trekker eten we ons brood, iedereen op zijn kont in het zand. Dan struinen we weer het hele eind terug. Niemand haakt af, en wanneer de tocht is afgerond stralen we met rode blossen op de wangen. Er zijn er veel die elk jaar terugkomen. Ik geloof dat ik dat ook maar doe.

.

Klik hier om te luisteren naar het verhaal.

.

.