Maanfeest op eigen bodem

Sjamanen gebruiken voor hun rituelen soms hout dat traditioneel heilig is. Het zijn meestal oude tradities van indianen, die letterlijk worden overgenomen. Ook bij ons. Het hout komt van bomen die steeds meer in hun voortbestaan worden bedreigd. Maar wensen meenemen het universum in, dat kunnen onze heilige bomen toch ook? Als het van jouw liefste boom komt, dan is de wens veel sterker.

.

.

Voor de luisterversie, klik op de knop onderaan de tekst.

Ik zit aan tafel bij Gina. Gina is kunstenares, met net zoveel hart voor de aarde als ik. Beiden kennen we de Oerfloed, een hectare grond aan de rand van Leeuwarden. Tussen de weiden valt het ruige bosje extra op. Het vormt een schuilplaats voor vele dieren, en de vrijwilligers die er werken, komen er graag.

“Ik heb me afgemeld van de vrijwillgersapp,” zeg ik. “Die stroom aan berichten, ik vond het veel te veel. Maar nou hoor ik helemaal niks meer!” Gina kijkt verrast op. “Oh, wil je dat graag? Laatst hadden we een maanfeest. Had je daarbij willen zijn? Dan geef ik het je de volgende keer door!” Ik beaam dat ik dat graag zou willen. “Het was zo bijzonder,” vertelt ze “Er was een vrouw die een heilig ritueel met ons heeft gedaan.” Dat boeit me. Er is een groeiende behoefte aan rituelen. Er komen veel mensen op af. Het doet iets. Wat? Aandachtig volg ik wat ze vertelt. “Ze had palissanderhout meegenomen.” Ik knik opgewekt. Palissanderhout, dat ken ik goed. Mijn man, die niet meer leeft, heeft mij ooit een mes gegeven, met een heft van palissander. Zo bijzonder vind ik dat bruinrode hout met de donkere strepen, het moet wel een toverboom zijn geweest, waar zulk hout vandaan komt. “Heb je die kleur gezien??” vraag ik gepassioneerd “Nee,” zegt ze. “Het was donker en ik zat er ver vandaan. We kregen allemaal een stukje, en dat moesten we in het vuur gooien.” Verbouwereerd kijk ik haar aan. “In het vuur? Wat zonde!!” Ze haalt haar schouders op. “Ja zie je, het is nou eenmaal heilig hout. Het hoorde erbij. Het vuur neemt de wens mee het universum in. Het heilige palissander kan dat.” Haar ogen stralen. De warme herinnering komt boven, aan dat mooie ritueel, dat hen die avond samenbond. De wensen voor de toekomst die fonkelden als sterren. “Maar kan dat alleen met palissander? Hebben we hier geen heilige bomen meer?” vraag ik verbaasd.

“Ja,” zegt ze nadenkend. “Het komt wel helemaal van een ander continent. Dat is een lange weg. En zulke bomen zijn er steeds minder. En wensen meenemen, het universum in, dat kunnen onze heilige bomen ook.”

“Het is zo dringend nodig, dat we de band met onze eigen bodem herstellen. We moeten ons land weer heilig zien te maken. Hoe kun je dit ritueel ook anders doen?” Stil kijk ik naar de kat, die net binnengekomen is door het luikje, en die rollebolt over een tafel die geheel bedekt is met bruine schapenwol. Het is voor haar kunstwerk, een boom, gebouwd op een oude kinderwagen, omgetoverd tot een sprookje vol verrassingen. De bruine wol heeft allerlei tinten en is prachtig om aarde weer te geven. Aarde, die bijzondere wereld, die het bodemleven omhult. Aarde, bodemleven. Ja, Gina weet precies wat ik bedoel, als ik het heb over heilig land. Het is of ik bij haar nog sneller op ideeën kom. “Je kan iedereen vooraf een berichtje sturen,” begin ik. “En dan vragen of ze iets mee willen nemen van hun lievelingsplek.” De kunstenares tegenover me fonkelt van enthousiasme. “O ja, en dat hoeft helemaal niet veel te zijn. Het kan gewoon een eikeltje zijn of zoiets. Als het voor jou maar veel betekent!” Ik aarzel even. “Dat doet niets af aan het bijzondere van het ritueel, zoals het was, met dat mooie hout van ver. Dat die vrouw dat ritueel zo mooi kon leiden, dat is belangrijk.” Gina knikt ernstig. “Ja, het was heel magisch en mooi. En het bracht ons tot dit idee. Het was prachtig, maar hier wordt ik nóg blijer van!” Ze lacht opnieuw.

Soms moet je samenzijn om tot iets nieuws te komen. Samenzijn, voor een volgende stap, die we tegelijkertijd nemen. Je bent nooit alleen. Er zijn altijd anderen, die met hetzelfde bezig zijn. Soms ontmoet je elkaar. De volgende keer ben ik erbij, als er een maanfeest is. Zeker weten.

Meer over palissanderhout:

Braziliaans Palissander: Dalbergia Nigra. Volgens de IUCN is de populatie kwetsbaar. Braziliaans palissanderhout wordt bedreigd door illegale houtkap en verlies van leefgebied. Vandaag is er slechts 7% van zijn oorspronkelijke dekking over en de Braziliaans palissanderhout komt nu alleen nog hier en daar, in kleine populaties voor. Het groeit sowieso alleen aan de kust, het oosten van Brazilië. Hij vormt daar de hoogste boom van een van de uitgebreidste ecosystemen ter wereld. Er groeien wel 8000 plantensoorten omheen. Ondanks de hoge mate van ontbossing, wordt het Atlantische Woud nog steeds beschouwd als een van de meest voorkomende de top vijf van hotspots op het gebied van biodiversiteit ter wereld. Bomen zijn erg belangrijk in een ecosysteem. De palissander is namelijk bestand tegen een breed scala aan klimatologische omstandigheden. En stikstofbindende bacteriën en schimmels in de wortels zorgen ervoor dat de soort kan overleven in bodems met weinig voedingsstoffen. Daarmee maakt de boom ook voor andere plantensoorten leven mogelijk. Zonder deze reuzen verandert het landschap steeds sneller in een woestijn.

Een boom die zo bedreigd wordt in zijn voortbestaan, is vooral heilig op de plek waar hij groeit. Laten we onze heilige bomen zelf weer planten en ze koesteren, voor de generaties na ons.

.

Ook goed nieuws:

Een organisatie in Brazilië, bekend als Dalbergia Preservation, zet kleine plantages op voor herbebossing. Ze zijn ook bedoeld om de genetische diversiteit te beschermen. Uit de resterende bomen worden zaden geoogst, om hun voortbestaan in de toekomst te verzekeren. Hun doel op langere termijn is ook om hout van deze soort te kunnen blijven leveren. Het hout is namelijk erg populair om zijn vele toepassingen. Om dit doel te bereiken bieden ze zaden of zaailingen aan kleine gemeenschappen om op hun eigen land te groeien. De bomen zijn welkom in het agrarische landschap en voorziet gemeenschappen tegelijkertijd van wat extra inkomen. De soort heeft een beschermde status. Je mag het niet zomaar invoeren en als je het doet mag het geen commercieel belang dienen.

Ook een andere tak van de familie, de Dalbergia latifolia in India, is ernstig bedreigd, en moet worden beschermd. Ook voor deze soort heb je een vergunning nodig, als je het hout wilt invoeren.

Bron: https://www.bgci.org/wp/wp-content/uploads/2023/02/Brazilian-Rosewood-Global-Trees-PDF-version.pdf

https://www.researchgate.net/publication/331087377_In_vitro_Propagation_and_Mass_multiplication_of_Dalbergia_latifolia_Roxb_An_Vulnerable_Tree_Species_from_Eastern_Ghats_Tamil_Nadu_India

https://www.rvo.nl/onderwerpen/cites/cites-soort/dalbergia

.

.

Liefdevol handwerk maakt het af

Hoe fijn machines ook zijn, we kunnen niet zonder handwerk en oprechte aandacht voor het leven, waar we verantwoordelijk voor zijn. Er zijn veel meer mensen nodig. Mensen, voor liefdevol handwerk.

.

.

Voor de luisterversie, klik op de knop onderaan de tekst.

Het klimaat verandert. Als we niks doen, wordt de plek waar ik woon moerasland. Dat is niet de bedoeling. Dus komen ze de dijk ophogen. Dat moet van het Wetterskip. Op sommige plekken moet er wel 40 cm bij. Menige passant had er nog niet eens bij stil gestaan. Maar het is wel zo. De weg die naar de boerderij loopt, is een dijk. Door al die auto’s die hier rijden zakt alles in. Na al die jaren zijn dat enkele decimeters. Ook achter de boerderij moet er grond bij, anders zal het hele gebied erachter onder water komen te staan, in de toekomst. Er valt steeds vaker heel veel regen in één keer. Onze stijgers staan steeds vaker onder water. De sloten zijn nu al zo vol, dat het op sommige plekken gelijk staat aan het land. De grond is zompig.

Er moet gewerkt worden. Voor het werk zijn grote machines nodig. Een vrachtwagen, een rupsbandkraan. Het is eigenlijk helemaal geen tijd voor machines. Veel te nat. Maar er was tegenwerking op de route. Maar nu, na drie weken kon het doorgaan. Net nu de regen de grond in een zompige vlakte heeft veranderd. Lekker handig, maar niet heus.
Ze zijn ze druk bezig. Het eerst bij de boerderij. Dat is vlak voor de deur van mijn vriend, dus ik kan alles volgen. Grond wordt aangevoerd met een vrachtwagen. Er is al gauw geen grassprietje meer te bekennen. In de pauze sta ik naast ze. Ik vertel dat ik vroeger schipper was. Schepen doen goed werk. Waar vaarwegen zijn, hoef je de grond niet te verpesten. “Bewaar de oevers voor later, vervoer over ’t water,” zeg ik. “Die wijsheid heb ik niet van mezelf” voeg ik toe. De oudste van de twee mannen lacht herkennend. Een mooie spreuk, vindt hij.

.

Vele diepe bandensporen worden vlak gemaakt. Hoe meer hij zijn best doet, hoe erger het wordt. Als het wortelkleed eenmaal kapot is, raken de grondlagen door elkaar. Als je dan blijft smeren krijg je één blubbervlakte, waar het gras slechter herstelt dan waar de lagen terug op hun plek worden gelegd . . . . . . . . .

Voor het volgende stuk kan er wél een schip bij komen. Een kraan op het dek schept het natte puin in de vrachtwagen, die het op zijn beurt over de dijk kiept. Dan komt het rupsbandenkraantje, die alles glad strijkt. Net speelgoed. Ik zou zo mee gaan doen. Logisch dat jongens nauwelijks meer van hun machine zijn weg te slaan.
Vlak voor de deur van mijn vriend ligt nu een verlaten moddervlakte waar je al gauw tot je knieën in zakt. Er liggen verdronken wormen bovenop. Een oude blinde grootvaderrat struint er soms rond, snuffelend, snuivend, om zich dan behaaglijk te goed te doen aan zijn glibberige vangst. Hij houdt hem met twee pootjes vast, net als een eekhoorn. Maar dat zien de mannen in de machines niet. Die zijn alweer verder, bezig met het volgende stuk. Ik blijf achter en kijk rond. Ik trek kronkelende geulen in de drab, zodat het water weg kan lopen. Er ontstaat een heel rivierenlandschap. Ik schep blauwe bagger van het grasveld af en gooi het op een hoop.

.

Menige man zal je niet zo op de hurken zien werken. Maar Je ziet echt meer! . . . . . . .

.

De week erna is een andere klus aan de beurt. Ze komen ze de sloten opschonen, maaien, en waterplanten wegzuigen. Weer twee trekkers eroverheen. Inmiddels wordt het landschap door steeds meer moddersporen doorkruist. Ja, eigenlijk is het te laat, geeft de boer toe. Het had eerder moeten gebeuren. Maar hij vertelt wel met enige trots dat dit ecologisch beheer is. De machines zijn erop ingesteld dat ze bijna geen beestjes in de sloot kapot maken. Ook maaien ze niet alles in één keer, maar doen het in fases. Het ene jaar dit stuk, het volgende jaar dat. Dat klinkt goed.

Maar je kunt niet alles met machines doen. Nazorg is nodig, en dat is handwerk. Je weet pas echt wat je doet wanneer je er met je neus bovenop zit. Dus dat doe ik. Ik ga de sloten langs en kijk welke planten ik terug kan plaatsen. Ik gooi verdwaalde posthoornslakken en poelslakken weer terug in het water. Sommige jongens schamen zich ervoor, om op hun hurken plantjes te bekijken. Om grasplaggen terug te leggen met de hand. Op je hurken zitten is kinderachtig. Dan lijkt het net een spelletje, in plaats van werk. Maar vergis je niet, op je hurken ben je het dichtst bij de grond! Je kunt voelen, ruiken, en onderzoeken. Dat kan niet, vanuit de machine. Je mist veel.

Ik schep de blubber terug, die in dikke rillen over het veld ligt. Ik kiep de omgekeerde graszoden weer op hun plek, over de blubber heen. De wortels naar beneden, de sprietjes omhoog. Ik haal kruiwagens vol maaisel langs de sloten weg en gooi het op de kapotgereden dam. Nu kunnen we weer met schone schoenen naar de overkant. Tijdens het verzamelen van maaisel kijk ik goed wat ik in handen heb. Bijzondere oeverplanten en kleine bodembedekkers stop ik terug in de grond, langs de sloot. Ik ben de verpleegster. Verpleegster voor de aarde. Ik ga rechtop staan en kijk met genoegen naar het resultaat. En dan denk ik terug aan het gedicht dat ik schreef. Dat ene couplet.

Ergens is het misgegaan
waar slimme mannen machines wrochtten
en zich ver verheven vochten
Boven de aarde gingen staan.

Hoe fijn machines ook zijn, we kunnen niet zonder handwerk en oprechte aandacht voor het leven, waar we verantwoordelijk voor zijn. Er zijn veel meer mensen nodig. Mensen, voor liefdevol handwerk.

Ik loop over de nieuwe dijk. De mannen zijn klaar en komen niet meer terug. Er ligt donker zand langs de weg, schuin aflopend naar de wei ernaast. Ze hebben er gras en bloemenzaad op gestrooid. Met de hand. En ze hebben een trapje gemaakt, met de spade. Een trapje naar de steiger. Het is toch niet alleen maar lomp werk. Ze kunnen het best, die mannen. Nu nog al die mensen die zitten te tiktokken. Als die ook mee gaan doen, dan maken we er met elkaar wat moois van.

Ze vroeg het me

“Zou je me nog één keer kunnen vertellen wat het nou precies voor je betekent?” Ik moest haar vraag laten bezinken. Er kwam een gedicht uit voort.

.

.

Klik hier beneden voor de luisterversie.

En dan is er het moment dat ik moet vertellen waar het mij om gaat. Ze vroeg het me, een Friese vrouw. Ik was door haar gevraagd voor Nacht van de Nacht, om een verhaal te laten horen. Het werd verteltheater zonder vaste tekst, en ik noemde het “Landen”. Het gaat over mij, maar vooral gaat het over de Ander. Een inheemse man in de Amazone. Ik wilde mijn verhaal verbinden met dat van hem. Het op weg gaan, het niet-weten waar mijn nieuwe thuis is, het gevoel van eenzaamheid dat mij soms overviel, wilde ik vergelijken met het veel grotere ontheemd zijn, wat hem en zijn stamgenoten constant bedreigt. Daarom noemde ik het “Landen.” Door te landen verbinden we ons met de ander en met de aarde. Maken we ons thuis en maken we vrede. Dat wilde ik duidelijk maken. Ik weet niet of het gelukt is. Ik heb het ze niet gevraagd.

Na afloop vroeg de organisator me (diezelfde vrouw): “Zou je me nog één keer een korte tekst op kunnen sturen over wat “Landen!” nou precies voor je betekent?” Ik moest het laten bezinken.

Ik deed het. Er kwam dit gedicht uit voort.

Landen!

Ergens is het misgegaan
waar mannen machines wrochtten
zich almaar verder verheven vochten
en boven de aarde gingen staan

Ergens keert de hoop weerom
waar handen eendrachtig humus maken
en via de Aarde elkander raken
zaaien, planten, met zachte trom

Ergens is het misgegaan
waar mensen zichzelf bekroonden
en de Ander met pek beloonden
die hen met liefde voor wilde gaan

Ergens wil de hoop weer bloeien
ergens in die aardse weelde
waar ’t warme hart nog bloesems teelde
die haat doet smelten, rivieren vloeien

Alles wat Is zal ons helpen
Liefde zal ons boeien.

.

PS

Voor wie niet weet wat pek is: Een zwarte, brandbare vloeistof die overblijft na destillatie van houtteer. Later werd het ook van steenkool gemaakt. Als het koud is wordt het vreselijk stroperig, als het heet is kan je het gieten. Het werd gebruikt om daken en schepen waterdicht te maken. Dat laatste noemt men: “breeuwen”. Ook werd, in een ver verleden, bij oorlog brandende pek over de stadsmuur gegooid, om de vijand, die met ladders omhoog wilde klimmen, te begieten. Hoe dat is, om dat te voelen, daar ga ik nu maar niet over in detail.

.

Ergens wil de hoop weer bloeien
ergens in die aardse weelde
waar ’t warme hart nog bloesems teelde
die haat doet smelten, rivieren vloeien

Alles wat Is zal ons helpen
Liefde zal ons boeien.

.

.

Bankje

Ik heb een bankje neergezet. Een Ubuntubankje. Het is voor iedereen. Daar had ik een goede reden voor.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Ik heb een bankje neergezet, langs het pad. Een mooi uitnodigend bankje. Het is een Ubuntu bankje. Wat je geeft, komt bij je terug. Onderneem actie, doe iets voor de gemeenschap, en je zal ondervinden dat je eigen behoeftes ook worden vervuld.

Behoeftes. Wat ontbrak mij, op deze mooie plek, die ik eigenhandig leefbaar heb gemaakt? Ik heb toch alles? In de kas kan ik heerlijk zitten, een enkele zonnestraal maakt het al warm. Mijn houten huis is knus als een moederbuik en de kachel brandt. Het brandhout ligt droog opgestapeld onder het afdak van het pleehok, en het is genoeg voor de hele winter. Mijn woonwagen, de kas, ik heb alles zoveel mogelijk in de hoek geplaatst, zodat er een heel groot veld over is. Daar kunnen mensen nog steeds hun tent opzetten, als ze willen. Al is het al bijna november, gele bloemen van de Oost Indische Kers stralen je zonnig tegemoet wanneer je naar mijn stekkie loopt. De bellen van de hop beginnen bruin te worden van de regen. Iedereen mag hier komen. Ik zou het leuk vinden, eens een praatje te maken aan de deur. Maar dat doen ze nooit. Maf hè?

Het is namelijk zo: De meeste mensen denken dat het hele veld van mij is. Zo werkt dat kennelijk in deze wereld. Als er ergens een huis alleen staat, goed verzorgd, zonder anderen eromheen, met een grasveld, dan is dat van iemand. Het zit er diep in. Maar dat is niet zoals het is. Het is de cultuur van het kolonialisme, wat dit soort denken veroorzaakt heeft. Hebben, hebben. Mijnes. Grenzen!

Daarom heb ik een bankje geplaatst. Een Ubuntu bankje. Aan het pad. Het is een onverhard pad vol kuilen. Dat komt door de auto’s. Die kuilen worden steeds erger, omdat mensen al gauw te hard rijden. Door het bonken van de wielen tegen de rand van de kuil, wordt die steeds groter en dieper. En nu staat dat bankje daar, langs de weg. Het ziet er gelijk heel anders uit. Het is niet meer een weg waar auto’s snel de bocht om pezen om te komen waar ze moeten zijn, daar, bij hun eigen huis, hun eigen bezigheden. Of in gedachten bij het hooi dat ze komen halen bij de boer, terwijl de kar waar het in moet met veel geklapper en gebonk achter hen aanhobbelt. Nee, de weg is nu meer dan een weg geworden, hier in de bocht, onder de bomen. Het heeft iets van een parkpad gekregen, waar je rustig doet, omdat er ook mensen rondlopen. Als het weer lente wordt, dan ga ik op dat bankje zitten met een boek. Of met mijn gitaar, en dan zing ik een liedje. Dan ben ik niet meer alleen, om de losgeraakte stenen in de kuilen recht te leggen, de kuilen van de auto’s. En dan maakt het niet meer uit, of ze denken dat het veld van mij is. Want als ik daar zit, dan komen ze vanzelf naar me toe. Dat is Ubuntu. Door het grote geheel te dienen, word je er zelf ook gelukkiger van. Het gaat niet alleen om mijn eigen mooie plekje. Ik zou het helemaal niet willen, dat het hele veld van mij was. Alsjeblieft niet. Het gaat om alles, wat er is. Om jou en mij, en de aarde. Samen. En het begint soms zo simpel, Een Ubuntubankje, langs het pad.

.

Cirkelende woordenkracht

.

.

Schrijven is niet makkelijk. En dan bedoel ik niet schrijven om iets van je af te schrijven, waarbij je jezelf centraal stelt. Wat wil ik jou vertellen? Daar gaat het mij om. En wat gebeurt er dan bij jou, met wat ik vertel? Dat weet ik niet. Maar weinig schrijvers weten dat. Daarom gaan ze erop uit. Wellicht ga ik dat ook vaker doen.

Elf jaar lang schreef ik elke week. En nog. Ik wil de blik van de lezer verleggen naar wat er achter mij ligt. Door mijn eigen verhaal neem ik je mee. Voelen jullie de aarde waar ik in woel, zie je wat ik zie. Er is een idealistisch doel, op de achtergrond. Het is persoonlijk en algemeen, poëtisch en politiek tegelijk. Ik boetseer ermee. Ik duw er een stuk tegenaan en ik haal ergens anders weer wat weg. Mijn laatste verhaal ging over hoe we kunnen leren van rampen. Ik begin het verhaal met iets van mezelf te vertellen. Maar eigenlijk wil ik toe naar iets anders. Een diepere laag, erachter.

Ik begin in dat verhaal met een ramp die ikzelf heb meegemaakt. Het breken van een been, de dood die ik in ogen zag, toen een auto me frontaal aanreed. Ik constateer dat ik die ramp niet alleen heb overleeft, maar ook nog goed verwerkt. Hoe komt dat? Omdat ik een goed ontwikkeld, wijs en intuïtief mens ben? Kan zijn. Maar ik heb ook geluk gehad. Ik ben opgegroeid in een land waar het al sinds 1945 vrede is. Oorlog is niet iets waar je voor kiest, als mens. En het kan zomaar ineens omslaan. Dat het vrede blijft, dat is een verantwoordelijkheid van de mensen samen. Het is verrekte moeilijk soms. Zelfs één gek kan een hoop ellende brengen, als hij de kans krijgt.

Door te beginnen vanuit mezelf, wil ik je meenemen in het verhaal van een ander. Er zijn schaduwen achter het verhaal, dingen die ik wel denk, maar niet opschrijf. Mijn been wordt het been van een eenzame vrouw, ver weg. Die vrouw stapt op een mijn en haar been ontploft. Het is nergens meer. Haar been en ook nog al haar familie, allemaal weg. Verdwaald op een plek zonder artsen. Wat heb je dán te kiezen? De oorlog stopt niet omdat jij het verlies moet verwerken en een kunstbeen moet vinden. Hij dendert gewoon door, die oorlog. En terwijl ik schrijf besef ik steeds meer hoezeer ik bof. Er is tijd nodig, om een ramp te verwerken en te reflecteren. Ik prijs me gelukkig, in rust en vrede te leven en die luxe te hebben. Een luxe, die vanzelfsprekend hoort te zijn.

Dat er vrede is, dat begint bij een goede verdeling. Een goede verdeling van vruchtbare grond en een gezonde aarde. Dat we elkaar het beste gunnen. Wij gunnen anderen het beste, en zij gunnen jou het beste. We gunnen Moeder Aarde het beste, de bomen, de planten en de dieren. Door lucht en aarde zijn we wereldwijd met elkaar verbonden. Zo zou het moeten zijn. Maar er is verdomd veel storing en ruis op de lijn. Verbonden blijven is een kunst geworden. Door rust te trainen kan je beter blijven luisteren. Er is weinig rust. Ik probeer helder te blijven. Ik vertel hoe ik dat doe en ik hoop dat anderen er ook hun weg in vinden.

Soms lig ik wakker en denk aan indianen in de Amazone. Of ik denk aan die moedige vrouw in Afghanistan, met al haar kinderen. Oorlog, die steeds weer je pril opgebouwde bestaan wegvaagt. Uitputtend en pijnlijk. Er is veel. En ik schrijf. Wie noem ik wel, wie niet? Blijf ik bij mezelf of kan ik het me permitteren om verder weg te gaan? Is wat ik over die ander schrijf wel juist? Moet ik iemands naam noemen of niet? Schrijven is keuzes maken. Keuzes, zodat je de ander mee kan nemen in een verhaal. Keuzes om dichter bij de waarheid te komen, voor zover ik daar bij kan. Want waarheid verandert, net als een groeiende boom. Soms lukt het beter dan de andere keer. Soms blijft je aandacht vooral op mij gericht. Want ik ben nou eenmaal ik, degene die het ziet, op geheel eigen wijze. Maar weet, dat dit mijn belangrijkste drijfveer is:

Het gaat niet om mij, het is de wereld achter mij. Soms licht en vol leven, soms donker met een smalle streep hoop. Soms poëtisch geïnspireerd, dan weer doorspekt met feiten waarvoor ik andere bronnen raadpleegde. Ik filosofeer en denk na. Ik ben het meest blij als je daar zelf ook iets mee kan. Als je iets ontdekt wat je niet wist, dan hoor ik daar graag over. Wat jij uitvindt of ontdekt, op jouw manier. Woorden vinden hun weg bij iedereen weer anders.

Misschien zijn woorden wel net zoiets als blaadjes van een boom. Ze vallen en verteren langzaam tot aarde. Jonge groene sprietjes komen op en groeien uit tot nieuwe loten. Het ene blaadje komt hier terecht, het andere daar. Alles vergaat en wordt op een andere manier weer geboren. Vertel me welke nieuwe loten er bij jou gaan groeien. Dat vind ik erg leuk. Allicht geeft jouw ontdekking mij óók weer inspiratie. Hoor en wederhoor, vraag en antwoord. Zo groeit het. Als een cirkelend spiraal.

.

Luister naar het liedje, “Woordenkracht”

.

Het woord dat je zingt
Het woord dat je fluistert
Het woord dat je omringt
Als een wolk de lucht verduistert

Het woord dat je stoort
Het woord dat je breekt
Het woord dat je hoort
Als een kind om vrede smeekt

Het woord dat je verwarmt
Het woord dat je leeft
Het woord dat je omarmt
Als het leven dat je geeft

Voorbij het persoonlijke

We kunnen ons focussen op onze eigen ontwikkeling, onze eigen gezondheid. Maar dan begint het pas. Want we hebben vooral elkaar hard nodig om de aarde en de samenleving gezond te maken.

.

Voorbij het persoonlijke

Ik ben bij Josie. Josie woont ook in een woonwagen. Ze is een kleurrijke vrouw en haar deur staat altijd open voor gasten. Lang geleden was ze eens bij me langs geweest, en ik besloot haar nu ook met een bezoek te vereren.
Ze schenkt me koffie in met havermelk en al snel raken we in een boeiend gesprek. “Ik ga een cursus doen,” zegt ze. “Het gaat erover dat je gezondheid van binnenuit kan creëren.” Haar ogen glimmen. “Ik ben heel benieuwd…. Je zou zelfs je eigen kanker kunnen genezen.” Dat laatste klinkt voorzichtig.
“Dat is mooi,” zeg ik en ben even stil om het op me in te laten werken. “Toch vraag ik me af, ligt de oorzaak wel altijd in jezelf? Als het Pfas verbindingen regent is het dweilen met de kraan open, lijkt mij.” Ze schrikt op. “Ja natuurlijk moeten we dat óók aanpakken.”
Ik wil haar verhaal niet meteen afbreken met mijn opmerking. Dus ik ga in op wat ze eigenlijk bedoelde. “Ik heb ooit mijn been gebroken. Het was een frontale botsing waarbij ik de dood in ogen heb gekeken. Ik was nog jong en heb daar veel van geleerd. Zou dat voor elk ongeval kunnen gelden?”
“Ik denk dat je er zelf voor kiest, wat er in je leven gebeurt” zegt ze.
“Ze zeggen wel eens, je krijgt wat je aankan. Bedoel je dat?” vraag ik haar.
“Ja, dat. Pech bestaat niet. Dat denk ik. Alles is een kans om als mens te kunnen groeien.”
Ik neem een slok van de heerlijke koffie en vind het een mooie uitkomst. We praten nog lang door. Tevreden verlaat ik uiteindelijk haar woonwagen en we zwaaien goedendag.

Ik stap de trein in, en laat het Friese land aan me voorbij glijden. Ondertussen vraag ik me af of pech echt niet bestaat. Als je van je eigen frustraties kanker krijgt is dat niet wat anders dan wanneer je het krijgt terwijl je naast een bollenveld woont? Als mijnbouw de rivier vergiftigt, de rivier waarvan je volk afhankelijk is, is dat dan ook een levensles? Als domme pech niet bestaat, bestaat goed geluk dan ook niet? Ik denk toch echt dat ik van geluk mag spreken, met mijn acht en vijftig jaar in Nederland. Al ging mijn persoonlijk leven niet over rozen, om mij heen is in elk geval geen oorlog en geweld. Er was rust om te verwerken. Die rust heeft niet iedereen. Ik heb nooit hoeven vluchten. Godzijdank.

We zwemmen en zeilen onze eigen routes. Voor de één is het spelevaren, de ander kan nauwelijks het hoofd boven water houden. Zijn we niet ook verantwoordelijk voor elkaar? Met elkaar maken we immers de wereld zoals die is.

“Mensen willen graag dat het leven maakbaar is, maar dat is het niet. Niet altijd.” zegt archeoloog Martine van den Berg. Ik las over haar in het Nederlands Dagblad. Ze deed onderzoek naar de invloed van rampen op de samenleving en kwam erachter dat er maar bar weinig wordt geleerd. “Gewoontes zijn hardnekkig, en slijten even hard als marmer” zong Herman van Veen. Water moet eerst tot de lippen staan, wil een samenleving veranderen, zegt Martine. Een kleine groep wil wel, maar vormt dan nog steeds een minderheid. Neem klimaatverandering. Of de pandemie. Inmiddels weet iedereen dat er wat moet gebeuren. Dat de groei-economie de grond onder onze voeten vandaan vreet. Maar des te fanatieker wordt er teruggegrepen naar het oude normaal. Winst, concurrentie, korte termijn denken.

Daar sta je dan, met je goede bedoelingen. En om je niet verloren te voelen, kun je altijd nog koning op de vierkante meter zijn. Jezelf ontwikkelen. Maar daarmee is het nog niet klaar, dat weten we dondersgoed. We beginnen pas. Het moet verder gaan dan het persoonlijke. Want in je eentje stop je niet de spullenstroom bij de afvalverwerker. Het gif in het grondwater, microplastics in de vissen, of het stikstofprobleem. Je stopt niet het geweld en de oorlog. Het is de les van alle mensen samen, om samen verantwoordelijk te zijn voor onze aarde. En dat wie meer heeft, de ander ondersteunt. Dat degene die meer geluk heeft, de ander helpt, die pech heeft, Dat is de grootste uitdaging van dit moment.

De trein stopt. Op het perron staat een bord met “Mantgum”. Ik stap uit en wuif naar de machinist. Hij zwaait terug. Ha! Dat is alweer mooi meegenomen.

.

Dit is een citaat uit het boek “Ontrafeld” van Martine van den Berg:

We zijn door onze technologische vermogens ongelooflijk flexibel. In theorie zouden we als mensheid in staat moeten zijn om de negatieve gevolgen van klimaatverandering te beperken. Maar een mondiaal probleem kun je niet oplossen met lokale compromissen. Het vereist niet alleen technologische oplossingen, maar ook internationale samenwerking, onderlinge solidariteit en persoonlijke offers. Onze collectieve weerbaarheid zal de komende eeuwen tot het uiterste op de proef worden gesteld.

Luister nog even naar het liedje aan het einde:

Ik ben waar ik ben
en ik denk aan jou
Ik weet niet of ik je ken
of wat ik zeggen zou
Maar ik geef de boodschap door
Aan een ander luist’rend oor.

.

De motor van dankbaarheid.

.

Het vuur brandt. De mensen lachen ons toe.

Tekening Afra Hartog

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan. Dan kun je ook het liedje horen, aan het einde.

.

Dick is terug, mijn vriend. Hij woont 500 meter verderop en is de hele zomer weg. De kleine woonwagen wordt dan verhuurd aan vakantiegangers. Het was voor de derde keer nu, drie-en-een-halve maand ging hij naar de Vlierhof. De Vlierhof, een leefgemeenschap, net over de Nederlandse grens bij Nijmegen. Ik haalde hem op en bleef vier dagen. Dit is een sfeerimpressie en overdenkingen daarbij.

De tafel is overvloedig gedekt, zoals elke dag. Ik schuif aan en eet heerlijke soep met verse tomaten en groenten van eigen land. “Het is weer lekker Bart!” roept iemand. Er wordt gelachen en gepraat. Elke keer als ik hier ben, heb ik het gevoel thuis te zijn. Zo vriendelijk zijn de mensen, zo belangstellend, dat ik met veel plezier mijn bijdrage lever. Ik raap noten, houd een rigoureuze wiedactie in de meest overwoekerde perken. Samen met Dick pluk ik druiven en maak er sap van. Er wordt me gevraagd een ruimte in te richten voor tweedehandskleding en dat doe ik. Dick helpt mee. Het is fijn. Alles wat er thuis niet is, vinden we hier. Het actieve leven met elkaar, de gezamenlijke maaltijden met voedsel van eigen land. Het luisteren naar de verhalen van anderen, met hun innerlijke processen. Soms loopt er iemand de hele dag te zuchten. Dat mag allemaal en er is begrip voor.
Maar ’s avonds is het gedaan met het zuchten. Er wordt een vuur gemaakt. Een afscheidsvuur voor Dick. Uitbundig klinkt het gelach, dat verstomt als mijn vriend begint te vertellen. Dick zingt de eerste liedjes die hij deze maand maakte als songwriter. Ik maak opnamen en zing tweede stem. Er trommelt iemand mee. Uitbundig wordt het refrein meegezongen. En dan, als het laatste applaus voorbij is, kijk ik naar de vlammen. De gesprekken kabbelen zachtjes door en het vuur knappert. Nu ben ik nog hier. Ik weet dat ik weer terug moet, terug met Dick naar Friesland. Dat was de bedoeling. Maar eigenlijk zou ik best langer willen blijven. De gedachte speelt, maar ik bedenk me niet. De keus is al gemaakt. Want wat ik doe is niet altijd waar ik op dat moment het liefste ben. Er is meer, wat telt.

Thuis eten we gewoon met zijn tweeën. Het voedsel komt uit de biologische winkel. We volgen het nieuws en achtergronden over wat er gebeurt in de wereld. We némen de tijd met elkaar, praten erover. Hier zijn meestal geen mensen die hun innerlijke processen voorleggen op de ontbijttafel. Bij ons gaat het over de Partij van de Dieren die onenigheid heeft of het actiekoor “Meten is weten”. Het gaat over de Friese taal, de liedjes en verhalen die we schrijven en de theatervoorstelling in het kerkje van Jellum. We zijn nooit uitgepraat. Dat komt ook omdat we allebei nieuwsgierig zijn. Niet alleen naar wat er gebeurt op de wereld, maar ook wat de ander te vertellen heeft. Het leven hier is een perfecte aanvulling op het drukke gemeenschapsleven op de Vlierhof.
Ja, het is fijn dat Dick er weer is. Maar soms denk ik, waarom ga ik ook niet de hele zomer naar de Vlierhof? Het geeft me de levendigheid waar ik soms naar snak. Ik kan kwaliteiten van mezelf uit de kast halen die maar al te vaak blijven liggen. Ik ben er meer dan welkom en toch doe ik het niet.

Waarom niet? Ach natuurlijk, ik weet het donders goed. Het zijn meerdere dingen. is het Verhalenpad waar ik voor zorg. Ik plant de kruiden, hak het riet. Ik zorg voor de bomen en bloemen. Ik zorg voor humus op het land en voor de wilde dieren en vogels.
Maar ook is het de Swetteblom zelf, waar ik een van de stabiele figuren ben waar de boer op kan bouwen. Als dat niet meer nodig was, dan ging ik wellicht vaker weg. Maar het is wél nodig. Op de boerderij gaat het ook niet over rozen, net als in de rest van de wereld. Er speelt van alles, met mensen, omstandigheden en geld. Wanneer problemen zich opstapelen, dan heeft de boer aan mij een goede luisteraar. Daar kan ik makkelijk ruimte voor maken. Ik heb geen problemen en maak ze ook liever niet. Nu op mijn 58e, heb ik het meeste wel verwerkt van mijn roerige leven vol heftige gebeurtenissen. Goddank, mijn lijf is nog altijd vitaal. Ik concentreer me op wat ik doe maar ben beschikbaar voor als het moet. Ik ben hier. Hier staat mijn huis. Je komt niet voor niks aan, op een plek. Elke plek heeft mensen nodig die voor stabiliteit zorgen. Mensen, die het dragen, wortels maken. Daar zijn er nog steeds te weinig van. Mensen die het fundament willen vormen. Jij daar, ik hier. En zo is het goed.

Ik zit aan het vuur en ben blij met het afscheid voor Dick. Ik geniet van de oprechte waardering die ze voor hem hebben. Voor zijn rust en positiviteit. Hij is als een gestage motor, zonder op te vallen doet hij veel. Hij verdient het om in het zonnetje te worden gezet. Maar ook voor mij is het een beetje een beloning. Deze samenkomst geeft me wat ik thuis vaak heb gemist. De sfeer is warm en feestelijk. We doen het met elkaar. Dit mee te maken, al is het maar heel soms, dat doet me wat. Dus dank jullie wel, mensen van de Vlierhof! Ook van mij!

Misschien zouden we dat nog veel vaker moeten doen. Elkaar bedanken. Alles bedanken. Het is een motor.

Liedje:

Ik dank voor het water
en de gouden zon
Ik klap voor het geklater
in de volle regenton

Ik zing voor de wind
die in de schoorsteen waait
de warmte die ons bindt
Mmmm mmmm, het vuur dat lachend

Oplaait.

.

Alowieke

.

.

Vier manieren om te helpen

De bossen, de mensen, hier en daar.

.

Tekening van Afra Hartog

Een lage herfstzon schijnt over de weilanden. Alleen een balorige bende kraaien verstoort de rust. Wat kunnen die een herrie maken. Naast me staat een kop koffie. Ja, het leven is goed voor me. Maar soms, als ik weer een boek over Afghanistan lees, of zie hoe het er in het Amazonegebied aan toe gaat, dan gebeurt er iets met me. Ik wil me inzetten voor die mensen. Net als ik, verlangen ze naar een gezond bestaan op een gezonde aarde. Gewoon leven. Voor mij dagelijkse kost. Maar voor hen is niks vanzelfsprekend. De uitzichtloosheid keert almaar terug als een mager spook. Waarom houd ik me bezig met zulke nare dingen? Het is omdat het nodig is. Een noodzaak die puur uit mezelf komt. Er is niemand die erom vraagt. Er is ook niemand die me vraagt om erover te vertellen, hoe het is, daar, ver weg. Als er een vraag komt, dan willen mensen iets weten over mij. Over mijn leven, mijn reis. Het gaat altijd over mij. En jou. Wat ik gedaan heb, beleefd heb, mijn successen, mijn grapjes. Jij lacht, luistert en maakt jouw grapjes. Ja. We blijven lachen. En spelen.

Maar behalve dat is er meer, verder weg. Het vraagt mijn aandacht. Daarom aarzel ik als mensen me opnieuw vragen, om te vertellen van mijn reis, mijn wagen, mijn leven. Want steeds weer, als het stil is, denk ik aan die ander. Die anderen, ver weg, die niet de luxe hebben om te praten over de reis die ze maakten. Die niet kunnen uitweiden over hun innerlijke ontwikkeling. Anderen die alleen maar kunnen vluchten, van hier naar daar. Sommigen hebben nog een thuis, maar hoe lang nog, als dat van alle kanten wordt bedreigd? Een bestaan in rust en vrede is niet alleen goed voor de mensen, maar ook voor de aarde. Als de mensen in het Amazonewoud ongestoord kunnen leven, met elkaar, op hun eigen land, dan zucht de bodem opgelucht. Dan kunnen de bomen weer rustig gaan slapen en meedeinen met het trage ritme van de seizoenen. Dan kunnen ze met hun zacht ritselende bladeren weer beschermers worden. Beschermers, die ze altijd zijn geweest en nog steeds willen zijn. Beschermers van mens en dier.Door zelf met de aarde bezig te zijn, verbind ik me met hen. Mijn bomen zoeken het grondwater op. En het grondwater is verbonden met onze vaart, de Swette, die naar het Ijsselmeer leidt. Het Ijsselmeer, dat verbonden is met al het water op de wereld. Bomen nemen het op via hun wortels. Grondwater, hemelwater. Water, bomen bodem. Dat zijn de verhalen van mijn Verhalenpad. Van hier naar verder, naar overal.

Ik verbind me met de aarde op meer manieren. In totaal zijn er vier belangrijke zaken, waar ik mijn energie aan schenk. Behalve het Verhalenpad zijn er nog drie. Via de werkgroep zet ik me in voor een ander handelsbeleid. We willen af van de moordende concurrentie op wereldschaal. Steeds weer worden er nieuwe handelscontracten afgesloten in de landbouw. Het zijn landen overal ter wereld waarmee afspraken worden gemaakt. De gevolgen zijn niet te overzien en het land van inheemse mensen gaat eraan kapot. Maar het reikt veel verder dan dat. (Zie ook de petitie)

Ik steun Survival International. Een organisatie die het voor inheemse stammen opneemt, al sinds 1969. Door op te komen voor hun rechten, worden regelmatig overwinningen behaald. Het gaat om hun land. Het land van hun voorouders, de eindeloze wouden, die allang niet meer zo eindeloos zijn. Want vele wegen doorkruisen de gemeenschappen van bomen en mensen. De bossen slapen niet meer, ze kunnen niet meer beschermen. De wegen zijn als messen, vandaar uit wordt er steeds meer kapot gemaakt. Deze organisatie vecht voor hun rechten. Dat het land niet nog verder wordt vernield. Overal ter wereld hebben ze contact met inheemse mensen. Ook in het Amazonegebied. Daar ligt vooral mijn aandacht.

De derde is Treesistance. Het is een woordspeling op resistance. Dat betekent verzet. Het betekent dus eigenlijk “Verzet voor de bomen”. Zorgt Survival International met name voor de grote lijnen, zij zorgen voor activistische uitvoering in praktijk. Met het geld van donateurs worden boswachters betaald. Zij krijgen waterdichte schoenen, een goeie uitrusting en GPS mee, om illegale houthakkers op te speuren. Ze werken ook met drones. In een tijd waarin de techniek zo razendsnel gaat, moet je het verzet met diezelfde techniek aanpakken.

Ik kan deze donaties in stilte laten lopen, maar door het uit te dragen kan het een dubbele rente opleveren. Ik vertel dit omdat het voor mij belangrijk is. Belangrijker dan de reis die ik maakte, of hoe mooi ik mijn wagen helemaal zelf heb gebouwd. Ik vertel het om het voor mezelf te herhalen: “Dit is het, waar het mij om gaat.” Ik vertel het voor jullie. Graag wil ik verhalen vertellen vanuit mijn eigen beleving. Maar soms is die er niet, en moet ik putten uit verhalen van anderen. Anderen, ver weg. Misschien zal ik ze op een dag ontmoeten. Misschien. .

.

https://www.survivalinternational.nl/

.

Treesistance:

Struikelen en opstaan

De wortels van mijn bestaan groeiden. Maar mijn CV zag er nog steeds armzalig uit.

.

Tekening: Afra Hartog

.

De luisterversie vind je onder de tekst.

Iemand vroeg mij: Wat wilde je worden, vroeger? Toen ik kind was wilde ik bergbeklimmer worden en archeoloog. Maar toen ik zeventien was, wist ik het niet meer. Alles was chaos en het leven stroomde als een vloedgolf over me heen. Dood en ongeluk. Uitsluiting, eenzaamheid, angst. Ik had net genoeg tijd om af en toe boven te komen om adem te halen. Maar op mijn CV zag je niks, van dat alles. Toen ik 27 was hoorde ik steeds vaker, met Alowieke wordt het vast nooit meer wat. Anderen zeiden: “Zonde, ze is zo’n talentvolle vrouw!” Sommigen wisten meer van me. “Jammer, dat ze zoveel pech heeft gehad.”

Dat was natuurlijk niet zo. Hun oordeel lag in wat zij zagen als een succesvol leven. Maar ik zag het anders. Elke ervaring was als de berg, die ik wilde beklimmen, ik onderzocht de diepte van mijn bestaan. Mijn wortels groeiden en ik verkende mijn bodem terwijl m’n CV er nog steeds armzalig uit zag. Op de snelweg van het grote leven deed ik aarzelend mijn stappen. Maar van binnen had ik vertrouwen als een rots. Als ze begonnen te duwen werd ik boos. “Laat me!” Want wat je ziet, is niet altijd wat het lijkt. Pijn, verlies en verwarring bieden de mogelijkheid om te groeien. De oogst komt later.

“If there’s a bustle in your hedgerow, don’t be alarmed now. . . . It’s just a spring clean for the may queen.” Zong Robert Plant.

In aansluiting hierop schreef ik dit gedicht. Ook een ander citaat inspireerde mij, dat ik lang geleden las in het blad: “Open deur”. Als je het kent, zul je het zien.

Wat heb ik gestruikeld, ja O wee
liep telkens tegen de lamp
Maar elke keer als dat gebeurde
nam ik een stukje licht mee
Bijgaand leed verdween als damp
Maar nog steeds zijn dit hiaten
Zwijgende gaten in mijn CV
Voor anderen die de norm bepalen
Zo ziet men het, O ja, helaas
Dus blijf ik liever eigen baas
Verteller van verhalen.

De boom wordt hoe langer hoe dikker.

.

.

Na de ceremonie begint het pas

Ik zag de film: Kiva, call of wisdomkeepers. Dit is een verhaal dat meegaat in de stroom, en tegelijkertijd kritisch is.

.

Tekening van Afra Hartog

Tekening van Afra Hartog.

.

Onderaan de tekst vind je de luisterversie.

“Alles draait om energie. Elke plek en elke taal heeft een trillingsfrequentie. Met elkaar zijn we een eenheid.” Ja, dat zijn woorden waar ik me best in kan vinden. Het is als een symfonie, de lichte tonen vullen de donkere aan. Dat spreekt mij aan. Toch praten maar weinig mensen over taal. Over het algemeen zijn het de eerste vier woorden die ik overal terug hoor komen: “Alles draait om energie.” Het echoot door yogaklassen, onder moderne monnikskappen, over het alternatieve podium en het gonst bij spirituele ceremonies. Vooral in het engels. Het enthousiasme waarmee dit wordt gepresenteerd is prachtig, maar gaat vaak snel, vind ik. Moeten we niet vertragen, om er ook echt iets mee te kunnen? Vertragen, om te luisteren. Om te zien, wat er nodig is.

Ik zit in het Lewinskitheater in Sneek. Een kleine informele zaal, vol lekkere stoelen en kleine tafeltjes. Naast me zit Natasja. Ik ken haar van facebook en zij kent mij van mijn blogs. Het is toevallig dat ik haar tref. Zij was net zo verrast als ik. We kijken naar de film: “Kiva, the call of wisdomkeepers”. Kiva, de naam van een bontgekleurde, warmhartige ceremonie met zijn oorsprong in oeroude tijden. Wisdomkeepers van overal ter wereld komen er jaarlijks bij elkaar. Het houdt de moed erin, de energie van de bijeenkomsten maakt dat mensen hun eigen cultuur en hun voorouders blijven herinneren. Het is wat je bent, het is je identiteit die je met de aarde verbindt. “Met elkaar houden we de band met de aarde levend”, zeggen twee vrouwen, in het rood gekleed, zittend aan het water. “Dat geeft hoop.”
Na afloop vertelt de maakster van de film wat een eer het voor haar was, dat ze als beginnend filmster dit alles mocht vastleggen. Al bleven de ceremonies zelf grotendeels buiten beeld, de interviews maakten dat helemaal goed.

Na haar neemt een Friezin plaats op het podium. Ze zit in kleermakerszit op de houten vloer, vlak voor een grote drum. In haar lange blonde haar steekt een veer en nog iets, wat ik niet kan onderscheiden. “De stammen van onder de zeespiegel gaan een belangrijke rol spelen” citeert ze enkele wisdomkeepers. “Dus, waar blijven de Friezen?!” Ze straalt als ze haar verhaal vertelt en de woorden komen vanzelf, zegt ze. Ze praat en praat en gaat ver over de afgesproken tijd. Ik luister met plezier. Het gaat over slangen, uilen, taal, en wat er in ons is. Herkenbaar. Het is in het Fries en ik versta (bijna) alles.

Het is al laat, als de documentaire maakster weer het woord neemt. Ze houdt het kort. “Uiteindelijk moet het niet alleen bij ceremonies blijven,” eindigt ze haar verhaal. “Er is vooral actie nodig. De rivieren moeten weer schoon worden.” Dat is haar laatste zin. Ja, zo is het. En er moet nog veel meer gebeuren. Wat jammer dat het al zo laat is. Met die vraag had het gesprek met het publiek losgemaakt kunnen worden. Wat kunnen we doen? Wat is nodig en hoe zie je jouw volgende stap daarin? Wat doe je al? Daar kun je nog wel een week mee zoet zijn. Of langer. Een avond is kort.

“Ik denk dat we allemaal wisdomkeepers zijn, “elders” die anderen onderwijzen” zegt Natasja naast mij. “Jij misschien nog iets meer dan ik.” Ik zou me vereerd kunnen voelen bij die woorden maar vandaag laat het me onverschillig. De woorden komen dan ook wat stroperig uit mijn mond. “Ik denk de laatste tijd juist, wat heb ik nou eigenlijk te vertellen…” Ze is even stil. “Tja,” zegt ze.

Ik ga verder. “Er zijn momenten dat ik woorden had, en dat er inzichten stroomden als water. Maar woorden bestaan vooral als je met een ander bent. Ogen die kijken en oren die gespitst zijn. Dat inspireert. Ik kan blijven schrijven over het water waar ik naar kijk, over de rimpelingen in het ochtendlicht en alles wat er groeit, maar langzaam verdwijnt de sprankeling als er niemand naast me staat, van wie ik weet dat die luistert. We hebben elkaar nodig. Zelfs de eenzaamste kluizenaar leeft op als hij zijn inzichten kan delen met die ene ziel die hem opzoekt. Of een betekenisvolle blik kan delen met de ander. Ik kan vertellen over de aarde, onder mijn voeten. Maar mijn buren hebben het druk. Ja, ik schrijf erover. Maar ik weet niet wie het leest. Ik zie de ogen niet. Ik hoor niks. Het droogt op.”

Natasja en ik staan op. Natasja spreekt met de Friezin en loopt dan weg. Ik ga ook naar haar toe, de Friezin met haar lange hoogblonde haar. Ik vraag naar de veer, die ze er in heeft gestoken. Die is van een uil, zegt ze. Ik zeg dat ik het beeld van de uil herken. “Ja,” zegt ze “Het gaat om de energie.” Ik wil vertellen hoe mooi het is als woorden komen als een levende stroom. Maar zover komt het niet. Ze kijkt me niet aan. “O! Achter jou staan ook mensen te wachten,” abrupt breekt ze mijn zin af. “Wees kort. Wat wil je zeggen? ” Ineens weet ik het niet meer. Laat maar zitten, denk ik. Zo belangrijk was het vast niet. “Deze avond heeft me wel goed gedaan,” zeg ik nog. Ze glimlacht en nu kijkt ze me wèl aan. “Vanmiddag voelde ik me wat houterig en…” Ik kan het niet meteen uitleggen. Zeker niet als er mensen achter me staan te wachten. Ze begrijpt kennelijk meteen wat ik wil zeggen. Dat is wel makkelijk, dan kunnen we het kort houden. Beslist kijkt ze me aan. “Dat kwam omdat je wist dat je hierheen ging,” zegt ze. “Het was de energie die je voorbereidde.” Ik lach naar haar. Aardig, dat ze kennelijk precies weet wat er speelt. Maar als ik wegloop vraag ik me af wat ze daar nou eigenlijk over kan zeggen als ze me maar zo kort gesproken heeft.

Als we allemaal bewaarders zijn van de wijsheid, dan zal daar een eindeloze variatie in zijn. De een heeft wijsheid in zijn handen, de ander in de klank van haar stem. De een speelt een instrument en de ander speelt met woorden. Een oude boer kan je het verhaal van het riet vertellen, en hoe het riet hem wijsheid leert. Een goede veehouder kent zijn koeien. Er zijn mensen van het water en mensen van het land. Van de dijk en van de stad. Mensen van de vlakte en mensen van de bergen. Allemaal hebben we een eigen verhaal. Als we willen dat er iets verandert, dan zal elk verhaal gehoord moeten worden. Luisteren, luisteren, luisteren. Na de ceremonie begint het pas.

En ik sta op het Friese veld, in de vroege ochtend. En hak het riet langs het Verhalenpad. Anders groeit het dicht. Ik wacht en kijk. Ik spreek af met mensen, meestal vrouwen. In Sneek, in Menaam, in Leeuwarden. Waar gaat het verhaal verder? En hoe? Ik weet het niet. Ik hoef ook niet alles te weten. Als we maar blijven bewegen. De ontmoeting volgt. Ik luister. Ik zal weten wat er nodig is, precies op het juiste moment.

.

.

There wo’nt be english translations anymore. But now, in the end, I really like to know if there was someone who liked them. Can you give a reaction please?