Weg met de doelenlijst, eerst ik

.

Blogtek. Open constructie in de tuin van eeuwigheid kl.frm.

Onderaan dit verhaal te zien: een korte impressie van de bouw op dit moment

Ongemerkt vult de tijd zich, de ene na de andere dag ben ik in de weer. Vandaag staak ik. Ik ben moe. Ik geef me over. Ik ga de hele dag niks doen. Luisteren naar de regenbuien en naar de vogels.

De melk is op. Ik heb net mijn ontbijt achter de kiezen en kijk naar mijn voorraad. De pakken geitemelk, de sojamelk, de rijstemelk, allemaal zijn ze zo goed als leeg. Ik giet de laatste restjes in mijn kopje koffie en vouw ze op om in de hele kleine prullenbak te doen. Dan neem ik een slokje. Eigenlijk is het te weinig melk, vind ik. Ik heb ook geen havermelk. Eerder maakte ik dat zelf, van havervlokken. Maar mijn vlokkenpap heeft nu een andere samenstelling. Ik stop er nu ook gerst en rogge in. Dat is lekker en gezond. Helaas komt er minder lekkere melk uit, als je het fijn perst. Wat nu, zal ik boodschappen gaan doen, alleen omdat ik geen melk meer heb? Dat zou toch te zot zijn. Zeven kilometer fietsen voor een beetje melk. Laat maar. Ik doe wel een keer zonder.
Ik neem nog eens een slokje van mijn koffie. De koffie is sterk en smaakt zurig, ik voel hoe mijn maag inéén krimpt. Waarom drink ik dit eigenlijk, vraag ik me af. Het geeft me een zwaar gevoel op de maag en ik word er misselijk van.
Ik zet het kopje neer op het aanrecht. Hoewel ik weet dat ik het toch niet opdrink vind ik het toch zonde om weg te gooien. Nou ja, de plantjes lusten het straks wel, als het koud is. Nu eerst thee zetten. Ik giet het laatste water uit de kan in het melkpannetje en reik boven mijn hoofd naar het gele doosje. Ontbijtthee is het, van Zonnatura. Honderd procent biologisch, staat er op. Nieuwsgierig lees ik de ingrediënten. Ik kan de kleine lettertjes nog steeds prima lezen, zonder bril. Ik zie dat er citroenmelisse in zit, braamblad, munt, tijm en nog een paar dingen. Die eerste vier kan ik zo gaan oogsten, vers uit eigen tuin. Waarom doe ik dat niet?

Ik woon nu bijna vier jaar op de camping. Na vier jaar beginnen de tuinen die ik heb geplant en ingezaaid volwassen te worden, de citroenmelisse groeit in grote bossen, de munt ook en de tijm, ze hebben er niks van te lijden als ik af en toe wat toppen afpluk. En bramen staan overvloedig langs de sloten en in de hagen, genietend van een overdaad aan uitgespoelde mest, dat van de akkers komt.
Waarom pluk ik niet wat vaker, vraag ik me af. Dat deed ik eerder toch ook? Toen was het heel gewoon voor me.

Ineens weet ik hoe het komt. Ik ben een deadline gaan stellen voor de bouw. Ik werd jachtig en doelgericht. De Doe-lijst werd belangrijker dan mijzelf en wat ik eet en drink. Geen wonder dat ik veel minder energiek wakker word en minder zin heb.

Ik zet de knop meteen weer om. Doelenlijst blijft vandaag liggen. Ik ga kruiden plukken en salade maken. Niet onmiddellijk, maar straks. Ik maak er een fijne wandeling van. En dan ga ik er iets heeeeel lekkers van maken.

.

Het is erg lekker geworden. Ik deed er in: Braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, een klein beetje tijm en wilgebast van een jonge twijg. Ik pluk alleen de toppen. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.
Het is heerlijk geworden. Dit deed ik er in: braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, duizendblad, een klein beetje tijm en wilgenbast van een jonge twijg. Verder pluk ik alleen de topjes van de plant. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.

.

DE BOUW van de WOONWAGEN

Het skelet is nu zo goed als klaar. De spanten van het dak en de wanden, de raamkozijnen, de deurposten, alles zit er in. Ik zou het in een paar uur helemaal dicht kunnen timmeren. Maar ik doe het niet. De openheid van de constructie is prachtig, vooral bij zonsondergang. Ik geniet van een huis vol licht.
Deze week doe ik kalm aan met bouwen. Ik luister naar de regen. En als het mooi weer is, neem de tijd om de tafel te dekken, een tafel in mijn nieuwe wagen. Een fijne theetafel wordt het. En dan kijk ik om me heen, hoe mooi alles is, zoals het nu is. Eerst vieren, dan verder.

.
Tijdelijk huis van licht

Ik pluk het wonder
tussen aarzelende regels door
Het doel dat is een dak
maar nu is het nog zonder

Heerlijk puur en eerlijk
mijn huis is vol met licht
al is het nog geen woning
het is een prachtgezicht

.
.

De vochtige bodem van stilte

.

.

Vochtige stilte

.

.
Het veld is verlaten. An en Jan zijn vertrokken naar onbestemde verten. Ik ben opnieuw alleen, maar toch ook niet. Er zijn steeds meer vogels, hoe langer ik hier woon. Ik geniet van hun gezang en leer ze goed kennen. Ik kijk door het open raam naar buiten. Maar dan zie ik wat anders. Vanuit een ooghoek beweegt iets, hier binnen, niet ver van mij af. Het muisje dat onder de vloer woont, komt onder het aanrecht vandaan. Rustig wandelt hij de kurkvloer op. Het is een mooi rond muisje, met kleine oortjes. Ik ken hem. Hij is alleen, net als ik. Razendsnel beweegt het puntje van zijn neus. Sneller dan ik ziet hij gemorste zaadjes op de vloer liggen. Hij pakt ze met twee pootjes beet, en peuzelt het op, net als een eekhoorntje. Als ik beweeg om hem beter te zien, richt hij zich op. Waakzaam, om daarna  rustig verder te scharrelen.

Het muisje is weer weg. Het is stil. De stilte is anders, als je weet dat je alleen bent. Anders dan wanneer verderop ook een schoorsteen brandt, of wanneer ik af en toe een heldere meisjeslach hoor. Erg? Nee, erg is het niet.

Ik hang uit het open raam. Het is avond en hier op het terrein is geen zuchtje wind. Het is of de wolkenlucht nu dichterbij is. Alsof ik zo mee kan rijden op hun zachte rondingen. Een tochtje langs het zwerk. O, dat zou fijn zijn. Zacht vallen de druppels van een lichte lenteregen op het natte groene gras, en op de witgetooide pruimenbomen. De rode bloesems van de ribes lijken nog roder dan ze zijn. Een donkerblauwe wolk rolt in gekrulde vegen over een zonnige avondlucht. Ik adem de vochtige lucht in. Het is als een glas geurige donkerrode wijn, of een muziekstuk dat me steeds weer onbekend is, en me telkens weer verrast.

Ik heb de stilte nodig. Deze winter heb ik mezelf helemaal gegeven aan het boek, Drakenlief. Nu ben ik moe. Ik hoef even niks meer. Helemaal niks. Zelfs de voortgang van de bouw kan wachten. Ik heb toch al een lekker huisje en een fijne kachel! Geen haast. De nieuwe wagen kan best even zonder mij.
Ik werp een blik door het achterraampje. Het gewapende plastic dat de wagen bedekt, zit nog steeds op zijn plek. Ik zie de contouren, het houten skelet voor wanden en dak. Alles is klaar voor de start. Straks is het zover. Straks, als de lentezon me weer helemaal opgeladen heeft. Het is bijna donker nu, de contouren vervagen en een laatste merel zingt in de verte.

De nieuwe wagen wacht op mij. Dit jaar komt het af. Ik ben verwonderd. Hoe kan het? Zoveel moois wat er achter elkaar uit mijn handen komt. Waar komt het vandaan? Ik denk dat het niet van mij is.  Niet vàn mij, wel dóór mij. Door mij gemaakt. Maar ik kan het niet alleen. Ik heb er mijn liefste vriend bij nodig. Hij komt als hem de gelegenheid wordt gegeven. Zoals een schuw dier dat bij je komt als je hem laat zijn. In rust laat hij zich vinden.

„Karakter en talent vormen zich in stilte“, heeft Goethe ooit gezegd. Ik hoorde deze uitspraak op mijn vijftiende en ik ben het nooit vergeten. Ik weet nu hoe waar het is. De stilte is mijn vriend. En ik waak voor hem. Want bescheiden gast als hij is snel verdwenen.

Werk aan de winkel

 

.

Drakenlief op de bank kl frm.

.

De hele tafel ligt vol velletjes papier. De bank is ook al vol en het aanrecht, dat ik heel zorgvuldig schoon en droog heb gemaakt. Want één spatje kan een hoop verpesten aan een mooie prent. Buiten waait een gure oostenwind. Terwijl talloze daklozen en vluchtelingen zich maar moeten zien te redden, zit ik in een huisje op wielen dat wiegt in de wind, terwijl de kachel zachtjes brandt.
Ik werk. Omdat ik rust heb, kan ik iets moois maken en het laten zien. Dat is nodig, rust. Al is het nog zo shockerend, grensverleggend of baanbrekend wat je naar buiten brengt, als de grond onder je voeten vandaan wordt gehaald sta je sprakeloos tussen de puinhopen en is de meest getalenteerde professor, schrijver of kunstenaar gelijk aan een vuilnisman.

Wat een voorrecht, te kunnen werken in stilte. Hoewel er van alles is dat mijn aandacht kan afleiden, laat ik het niet toe. Ik koester de rust als een vruchtbare bodem en voed die met aandacht en discipline.
Mijn boek is bijna af, “Drakenlief“. De velletjes liggen overal, twee bij twee. Van elke linker is er een rechter pagina die erbij hoort. De hele wagen is gevuld met het regelmatige handschrift en kleurrijke tekeningen. Hoe zal het zijn om het boek straks in handen te hebben, gedrukt en wel? Het is vast een bijzonder moment, dat ik zeker zal vieren. Ik laat het zien als het er is. Ik ben zo benieuwd!

Ondertussen is er meer werk, dat wacht. Als het boek klaar is, komt ook de bouw in de slotfase. De prille lente is een mooi moment om lijstjes te maken. Dit is die van mijn nieuwe woonwagen.

Wanden
plafond
ramen
deuren
isolatie
het bed
kastjes
de markies en
energiesysteem bouwen
met zonnenpanelen.
Kortom, nog heel wat te doen!

Straks, als de lente losbarst, dan komt de kwast en de zaag weer tevoorschijn! Ik verheug me er op.

Wat hier groeit is de oogst van een rijk leven en een paar jaar werk in stilte. Een eigen gebouwd huisje zal glimmen in de zomerzon. En een boek vol verhalen en platen ligt er, op de nieuwe vensterbank. Straks. Ik wil er met volle teugen van genieten, elke hamerslag, elke kwast- of pennestreek. Zeker weten.