De smid en de voerman

Stap voor stap ga ik verder. Het afscheid is geweest, en ik heb er van genoten. Utrecht liet ik met tevredenheid achter. Zo’n afscheid is als een dam. Het water blijft er stilstaan, voor het weer verder stroomt. En daarna gebeurt er het één na het ander.

Er liggen veel plannen en klussen in het verschiet, maar we zijn begonnen met de bok, oftewel het verlengen van het onderstel. Alles was er klaar voor. Een geluk was het, dat Bas de metaalbewerker uit Middelbeers even tijd had. Hij is een bezet man. Het was een prachtige dag. Het gras was droog en de grond nog niet zompig, zoals anders in de herfst. Bas kon met zijn wagen het veld op rijden zonder ook maar een spoor achter te laten en zo trokken we de wagen rustig van het veld af. We reden langs de weegbrug in Diessen.

Het ziet er uit als een betonnen plaat in de bestrating. Ergens in de muur is een hokje, waar de man met de overal in duikt. Ik vraag hem of ik mee mag en ga hem achterna. Er zit een meter in. Een rood verlicht beeldscherm zal laten zien waar ik al die tijd zo nieuwsgierig naar was. Zou de wagen niet te zwaar zijn om door paarden te laten trekken? Dat is mijn allereerste vraag. Dan komt de uitkomst te voorschijn. Het gewicht is ongeveer wat ik dacht. Niet onmogelijk om te laten trekken door paarden, al moeten het er wel twee zijn en geen kleintjes. Leuk om te weten, maar ik laat het idee meteen weer los. Eerst eens rustig verder zien. Ik sta aan het begin van een heel nieuw spoor en er kan nog van alles gebeuren.

We rijden verder naar zijn bedrijf in Middelbeers. Bas Timmerman blijkt een ware vakman, het verbaast me niet dat hij het altijd druk heeft. Hij is niet gewoon een lasser, maar ingenieur. Ze fabriceren in sneltreinvaart iets wat zo mooi en degelijk is, dat heb ik nog nooit gezien. De werkplaats is van de allerbeste machines voorzien. Zijn boormachine stopt hij in een kolomboor met een supermagneet. Die plakt hij onder de wagen en zo hoeft hij niet plat op zijn rug boven zijn macht te werken en de gaten worden kaarsrecht.

De vloer is voorzien van vloerverwarming. Aan de zijkant staat een enorme machine, bedoeld om meterslange stukken staal in de juiste hoek af te zagen. Hij kan de machine op een tiende millimeter afstellen en er metershoge constructies mee voorbereiden. Ik geniet van de technische bezienswaardigheden en zie dat mijn woonwagen het beste van het beste krijgt, en beter dan ik zelf had kunnen verzinnen. Bas en zijn maat vinden het helemaal niet erg dat ik de hele dag foto’s maak en honderduit vraag. Nu heb ik de kans.

Er komt een oudere man uit de een zijdeur. Hij blijkt de vader van Bas te zijn. Hij heeft gehoord dat ik geïnteresseerd ben in paarden en wil mij zijn trots laten zien, een prachtige zwarte fries, die ons met sierlijke draf tegemoet komt rennen. “Wat mooi!” roep ik uit, en glunderend kijkt hij naar zijn prachtige ruin en steekt van wal om een uur lang te blijven vertellen over paarden, en van alles wat hij meemaakte met deze bijzondere dieren. Hij komt uit een voermansfamilie, en hij leeft met ze van jongs af aan.
Als we verder lopen laat hij me een wagentje zien, waar je een paard voor kan spannen. Hij moet het nodig weer eens doen, maar heeft weinig tijd, zegt hij. Ik ben meteen oog en oor. In korte tijd kom ik toch weer het één en ander te weten. Dat een paard veel drinkt, dat wist ik al. Dat had ik al aan een koetsier in Utrecht gevraagd, die met twee enorme zwarte Shires achter het stadhuis stond. Nu vraag ik hoeveel een paard eet. Hij kijkt even in de verte, voor hij antwoord geeft. Als het dier prestaties moet leveren heeft hij extra krachtvoer nodig, vertelt hij me. Als hij de hele dag in een kruidige wei staat, dan is dat niet nodig. Een sportpaard kan vijf of zes kilo krachtvoer per dag eten. Maar dat verschilt en de een doet het anders dan de ander. Als meneer Timmerman de volgende keer weer gaat rijden, dan mag ik mee.
Ik besef hoe mooi alles vandaag weer samen komt. De smid en de voerman ontmoet ik in één dag. Alle kennis die ik zocht is hier aanwezig. Het onderstel is vandaag verlengd, en er ligt een prachtig vloertje klaar om op te bouwen. De as met de wielen en de draaikrans waar de dissel aan vast zit is naar voren gezet.

As met wielen en draaikrans

We hebben de wagen zonder ongelukken teruggebracht. Er moet nog veel gebeuren. De remkabel moet verlengd, de rem in de dissel gereviseerd, de gasslang, waterslang en elektrische kabel moeten worden verlegd, het onderstel moet schoongemaakt en behandeld, de banden moeten worden vervangen, de luchtvering opnieuw aangesloten, de knipperlichten moeten gemaakt. En dan al het timmerwerk nog. Op het fonkelnieuwe vloertje wil ik een kast bouwen, over de hele breedte van de wagen. Het zal tegelijkertijd ook dienstdoen als bankje. Zal het ooit zover komen dat we het als bok gaan gebruiken, of wordt het toch een tractor… Misschien wordt het wel een  heel andere wagen dan deze… We hebben de tijd, voor die vraag een antwoord krijgt. Rustig aan, dan breekt het lijntje niet.

Ps: Uiteindelijk heb ik besloten een heel nieuwe wagen te bouwen die veel lichter is. Lees alle verhalen bij de categorie “Bouwen”.

 

Het wandkleed van tijd

Plannen zijn er om vanaf te wijken.
Het is een beeld dat ik maak
naar de gebeurtenissen die me
worden aangereikt.
Het beeld verandert steeds.
Staat nooit vast.

Ik was niet van plan
om in een woonwagen te gaan wonen
Ik wilde naar Roemenie.
Een lemen huis bouwen.
Ik weet niet of ik in Roemenie terecht kom
Ik weet dat alles altijd anders gaat
Anders dan je denkt
Niemand weet toch
waar je heen gaat
Uiteindelijk.
Ja
Met paarden heb ik wat
Ze komen steeds weer op mijn pad
de laatste tijd
Dankbare dieren als je ze toegewijd bent
zeggen mensen me
Paardenmensen.
Er is zoveel te doen
Wat gaat het worden
denk ik dan
en ik ben even stil
Het is als een wandkleed
lijkt het wel
dat je weeft uit de kleuren
die worden aangereikt.
Ik weet niet
hoeveel van deze kleur ik krijg
en of er straks een andere
uit het verfbad komt.
Al die kleuren van mijn kleed
passen weer in een geheel
dat ik nooit kan overzien
wonderlijk
zo mooi

Alowieke

De onverharde weg, het einde van de wereld


Deze tekst horen bezoekers via de tomtom

.

Haghorst, 26 september 2012

Het is een herfstige dag. De harde wind wiegt mijn kleine woonwagen heen en weer. Ik heb haar Juffrouw Kolibri genoemd, mijn wagen. Deze Juf van mij heeft een goede vering, merk ik voor de zoveelste keer op. Dat is plezierig als ik er straks mee ga rijden. Misschien…   Het kort gemaaide grasveld van de minicamping is nat en de takken van de bomen bewegen wild tegen een donkergrijze lucht. Het is hier stil en ruim en ’s nachts is het écht donker. Het is aan het einde van de verharde weg vlak bij het bos, waar schapen blaten, hanen kukelen en paarden in de wei hun kont keren tegen harde wind en regen, op een dag als vandaag. Een stille plek, maar perfect voor mij, op dit moment. Hier kan ik me focussen, werken aan de wagen of gewoon een dag voorbij laten gaan om energie op te doen voor wat komt. Ik kan hier lokaal geteelde groenten eten, genieten en leren van de natuur en vrienden ontvangen die er even uit willen zijn. Bus 142 vanuit Tilburg, halte Toekomstweg.

Een keus gemaakt op één moment bepaalt alles. Het was op die ene dag, aan het begin van deze zomer, dat ik thuis aan het werk was in de middeleeuwse werfkelder.

Mijn blik drijft af van de computer, van de site die ik bestudeer, en ik staar naar de kastanjeboom. De boom waaronder ik getrouwd ben met Michiel, waaronder we bij elkaar kwamen voor zijn begravenis, de intensieve  jaren erna.  De oude kastanje die voor mijn deur op de werf staat tussen twee even grote platanen. Mijn oude vertrouwde boot ligt zoals altijd aangemeerd aan de wal er achter en er zijn geen klanten die wilden varen. Het is rustig buiten, alleen de vuilnisboot komt tuffend voorbij. Ik ben net te laat om naar Evert te zwaaien, de schipper, een oersterke man met gigantische armen. Hij is altijd blij als hij me even ziet. Hij is een van de vertrouwde gezichten die ik al zoveel jaren ken. Ik kijk nog eens lusteloos naar de lijsten op het beeldscherm, huurhuizen in de provincie Utrecht en Ik word er niet blij van. Maar die 20 jaar inschrijvingstijd,  zonde toch, om dat zomaar weg te gooien. Ik kijk en kijk nog eens. . Allemaal nieuwbouw, sfeerloos en duur.

Mijn aandacht gaat uit naar Zuid Oost Europa, Roemenië. Land met uitgestrekte natuur en een enorme diversiteit. Zou ik daar kunnen wonen? Ik zou tussen mensen willen zijn, die weten wat eenvoud is, en een ster zijn in het vinden van oplossingen met schaarse middelen. Misschien mijn eigen kleine leemhuis bouwen, ooit. Ik staar door de dubbele deuren, naar de zonovergoten werf, die ik nu definitief wil verlaten. Dan sta ik op. Het is een verre droom, besluit ik met een zucht. Heel ver. Ik ben hier, en wie weet hoe lang nog. .

Maar de wens naar eenvoud wordt snel vervuld, al is het dan niet in Roemenië. Na in totaal  twaalf jaar opruimen en opknappen, is mijn huis verrassend snel verkocht. “Zal je het niet missen, je boot, de gezellige buurt, die bijzondere plek waar je nu woont”, vragen mensen. Nee, ik zal het niet missen. Utrecht is als een thuis voor me. Maar mijn tijd is op, hier op deze plek. Het is tijd voor een nieuw begin.

Ik koop een woonwagen in Brabant. Het is de eerste die ik tegenkom, met standplaats. De plek bevalt me, de wagen ook. Dit is nu mijn thuis, twee uur reizen vanaf Utrecht. Het laatste stuk is een wandeling door het bos, dik een half uur, langs een zandpad, sparren, berken en veel varens en braam. Daar, waar de verharde weg begint is het terrein van minicamping d’n Bobbel. Het is een ruim veld, het gras kort gemaaid met talloze madelieven erin.

Ik ben hier nu meer dan twee maanden. Ik zou naar Roemenië en nu zit ik in het hart van Brabant. Maar ik zit precies goed. Mijn vriend Dick is hier vaak, hij woont niet ver van hier. Het land is stil, de luchten zijn ruim en helder. Het heeft niet de grote diversiteit van Roemenië, maar het is goed om te beginnen. Hier vind ik in elk geval vast de eenvoud, waar ik naar zocht.

Vijf oktober is het afscheid van Utrecht, in café de Morgenster. Daar zal ik buurtgenoten vinden en vrienden. Ik zal het laatste rondje varen in mijn rondvaartboot, mijn trouwe metgezel voor vijftien jaren. Vrienden zullen me vergezellen. En dan is het laatste lint  doorgeknipt. Dan woon ik echt helemaal hier. Naast het raam van mijn wagen fluit een roodborstje in de struiken. De wind is gaan liggen en de zon is gaan schijnen. Ik ga de was doen, het is droog.

Alowieke

Het is een mooie dag

 

.

Roemenië, 2012

 

Het is een mooie dag. De grootste hitte is voorbij, ik loop naar de beek, verscholen achter de bomen. Lola de hond blijft bij het huis. ik ben nog net  teveel een vreemde voor haar. Ik heb plastic schoenen meegenomen van Anet, die draagt ze in de beek om de stenen niet te voelen. Ik loop stroomopwaarts door het water en doe de plastic schoenen maar gauw weer uit. Veel lekkerder. De bodem van het beekje is soms zand, veel stenen en soms wat modderig, in de buurt van de wilgenbomen. Ik laat de modder lekker tussen mijn tenen sijpelen en balanceer op de stenen. Hoe langer ik loop hoe meer ik zie. Af en toe kom ik een blok leem tegen van een bijzondere kleur, groen of gelig. Ik zie een vogel aan het water die ik niet kende, ik had hem vanochtend ook al gezien. Ik ken nog maar zo weinig..! Het leek een kruising tussen een eend en een reiger.
Verderop is de oever afgekalfd, door hoog water. Het water komt soms wel twee meter hoog zie ik aan de plantenresten die in de wilgen hangen. Hier beginnen de velden, hooi is opgestoken en de mais staat er mooi bij. Ik ben blij de velden te zien. Het huis van Anet ligt in een soort kom, omringd door dicht geboomte. Thuis woon ik ook in een kom, maar dan van stenen huizen. Ik wil ruimte, de velden in, omhoog.

Ik klim de hoge zandwand op, om op de oever te komen. Het gras is net gemaaid. Ik trek de plastic schoenen weer aan tegen de harde stoppels en loop over het gras tussen twee maisvelden door. Aan het einde is een stenige zandweg. Ik steek over om verder de heuvel op te klimmen. Ik loop door een schitterende bloemenweide, zoemend van bijen en insecten. Als ik opkijk om te zien hoe het pad verder loopt, zie ik in de verte een paard grazen. Verderop zit een man op een kleine wagen. Buna Zuia, zeg ik en de man zegt hetzelfde en vraagt waar ik heen ga. “Kijken” zeg ik “boven”. Hij vraagt waar ik vandaag kom. “Ultima casa” zeg ik en vertel hem in gebrekkig Roemeens hoe mooi ik die bloemenweiden vond. Hij lacht en ik maak kenbaar dat ik weer verder ga.
Ik loop verder. Kleine appelbomen, gemaaide velden en overal hoopjes afgehakte jonge boompjes. Het bos begin een aantal meters verderop alweer uitbundig te groeien en de vele kleine acacia’s moeten flink in toom worden gehouden. Al ik bijna de top van de heuvel nader word ik verrast door een steile aflopende helling aan de andere kant. Ooit moeten hier zandverschuivingen zijn geweest. Het enige wat op deze afgrond groeit zijn beukenbomen, die hoog en meterslang de lucht in moeten schieten om bovenin blad te kunnen maken. Ik ga zitten om te kijken.

Dan ga ik verder de heuvel op. Ik hoef steeds minder te klimmen en er staan steeds meer eiken van grote omvang. Eromheen is het gras pas gemaaid. Bovenop de berg ontvouwt zich, tot mijn grote verrassing, een vlakte. De eiken zijn hier nog mooier. Ik loop een stukje over de vlakke top en wil net teruglopen als me iets merkwaardigs opvalt. Verderop houdt de grond opeens op en zie ik alleen maar lucht. Ik ga erheen en vergeet even adem te halen. Voor mijn voeten ligt een afgrond van wel dertig meter of meer, zoiets heb ik nog nooit gezien. In die enorme muren van zand vliegen tientallen zwaluwtjes heen en weer. Het is verder stil en ik zie niemand. Ik kan heel ver kijken, ver over de beboste heuvels. Ik zou willen dat ik hier mijn hangmatje op kon hangen en kon blijven slapen. Ik blijf lang staan kijken, tot ik met tegenzin verder ga. Ik zie ook bossen riet, wat gek, zo bovenop de heuvel is een klein vennetje. Er moet hier leemgrond onder zitten of zoiets.  Er staan een paar koeien bij te drinken.Terwijl ik er heen loop hoor ik hondengeblaf. De herder die erbij hoort komt naar me toe en houdt de honden op een afstand. Ze willen graag bijten zegt hij. Ook hij wil weten waar ik vandaan kom en waar ik heen ga. Ik ga weer terug nu, wijs ik ” Pe drum.” Verderop kijkt de andere man op de wagen me alweer glimlachend tegemoet. Hij vraagt van alles. Hoe oud ik ben, wat ik vanavond ga eten en hoeveel een brood in Nederland kost. Hij bekruizigt zichzelf bij het horen van die prijs en zegt dat je hier maar een lei betaalt. Dat is iets minder dan twintig cent.
Ik kijk naar zijn paard en vraag hoe hij heet. “Carl” zegt hij. Ik mag zijn wagen bewonderen en zijn gereedschap. Hij vraagt of ik morgen weer wil komen om te zien hoe hij het hooi bijeen harkt. Verderop  is ook nog weide die hij beheert. Ik knik blij. Dus morgen vroeg op en dezelfde weg weer vinden. Ik hoop dat ik hem terug zie. Dat weet je maar nooit hier.

Rondje dorp, Valsanesti, Roemenie

Het is al een aantal dagen geleden dat ik Tjechie achter me liet. Nu ben ik voor de derde dag bij Anet Verwey in Valsanesti. Het is een rijk bebost heuvelachtig gebied dat tegen de bergen aan ligt. Het dorp bestaat uit twee straten. Een verharde, doorgaande weg, en een grindpad.  Het was vandaag warmer dan gisteren. Anet is naar Bucarest en ik ben hier twee dagen alleen. Ik heb de parasOL gemaakt die was omgevallen, vond  twee lege accu’s die ik maar ben gaan opladen en heb even in de koele kamer naar geluiden geluisterd. Tussendoor naar het magazin gelopen, een gewoon huis, en niet als winkel te herkennen als de deur niet openstaat. Maar ik zag daar niemand en ook de straat was bijna verlaten. Ben weer teruggelopen en zojuist opnieuw de deur uit gegaan. Nu is het avond en de zon staat laag en het licht is niet meer zo ongenadelijk als midden op de dag. In de winkel hadden ze paprika tomaat, worteltjes, brood, een paar pakjes soep in een pakje, wat boter en wat snoep. Ik kocht brood paprika en tomaat en ben een rondje gaan lopen. Werd bijna verlegen van alle blikken en een vrolijk rondbuikig mannetje zei dat hij ook de heuvel op wilde die ik gekozen had en hij raakte me meteen aan. Toch maar niet, zei ik met mijn armen over elkaar. En ik maakte hem duidelijk dat ik toch maar liever de dorpsweg wilde zien. Veel mensen hier spreken  volgens mij alleen roemeens en ik kan net genoeg verstaan om ze een beetje te begrijpen. Als ik het niet begrijp herhaal ik hun woorden en kijk ze aan, het resultaat is tot nog toe vaak dat ze gaan lachen of tevreden gaan kijken.  Er zat een klein oud vrouwtje op een bankje, en toen ze mij met rode  rok en strohoed voorbij zag gaan, schoot ze me aan en zei ze volgens mij dat zij vroeger ook zo was en heel veel gekust werd. Maar nu was ze oud en krom. Draga, mompelde ze glimlachend toen ik verder liep en ik keek nog even naar haar om en lachte haar toe