Natte schoenen en een warme kachel

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 6,5 minuut.

Als ik wakker word, is het koud in mijn kleine huis. Ik heb een donzen slaapzak over mijn dekbed gegooid voor extra warmte, maar die is helemaal naar onderen verschoven. Ik waag me snel buiten de dekens om hem omhoog te trekken, helemaal tot mijn kin en al gauw heb ik het lekker warm. Ik kijk door mijn wimpers omhoog naar het daklicht, het is nog schemerig en volgens mij is het bewolkt. Slaperig doe ik mijn ogen weer dicht en denk aan de droom die ik had.
Ik heb mijn armen vol met vijf kippen, en een mond vol wormen. Het hok is nog niet klaar, waar moet ik nu met ze naar toe? Er staan ook vier schapen te wachten in een kar, vlak naast het houten skelet, dat ons restaurantje moet worden. Het is een heerlijke bedoening en iedereen is druk bezig.

Maar waar ik nu ben is het stil, de schapen staan roerloos in de wei en alle dieren hebben zich teruggetrokken op deze koude ochtend. De vogels zitten met opgezette veren in de bosjes en geven geen kik.

Langzaam wordt het lichter. Ik moet er toch een keer uit. Als ik nou eerst een half uurtje mijn warmtepaneel aanzet? Dan is het niet helemaal koud meer, als ik de kachel aansteek. Ik heb nu extra stroom van het net. Het voelt als een luxe dat ik toch alles kan doen. Dat was vorig jaar wel anders, toen zat ik op een plek waar geen stroom was. Op bewolkte dagen als deze doen mijn zonnepanelen niks meer en ‘s avonds zat ik naar een kaarsje te staren. Het heeft wel wat, die sobere rust, je bouwt er energie mee op en het verdiept je gedachten. Maar deze winter ben ik verwend met een beetje luxe.
Gauw glijd ik uit bed en stop de magische stekker in het contact. Als ik mijn infrarood paneel een half uurtje aan heb, kost dat maar 2,5 cent.
Ik soes nog een poosje verder, net zolang tot het helemaal licht is en dan ben ik ineens klaar wakker. Wat zal ik doen vandaag, zal ik een uitstapje maken naar Schiermonnikoog en om daar een mooi verhaal over te schrijven? Of blijf ik thuis? Eerst maar eens opstaan. Ik spring uit bed en in gedachten steek ik de kachel aan. Al gauw brandt het. Ik vul de ijzeren kom met water en zet hem erop voor eikeltjeskoffie. De onderkant sist op de hete plaat. Al gauw wordt het lekker warm in mijn huisje.

Als ik naar Schiermonnikoog ga, dan moet ik nu wel kampeerboerderij de Branding bellen. Ga ik dat doen? Nog steeds in gedachten pak ik mijn sokken, die op de vensterbank naast de kachel liggen en prompt stoot ik met mijn elleboog de kom met water om, precies over mijn schoenen heen, die er lagen te drogen. Ik voel er aan, misschien valt het mee. Maar nee, ze zijn drijfnat, van buiten en van binnen. Ik keer mijn bijl om en zet de ene schoen op zijn kop op de steel. Straks doe ik de andere wel. Ik ga rechtopstaan en kijk peinzend door de raampjes van de deur naar buiten. Dat wordt dus niks met Schiermonnikoog. Ik heb geen eens iets om aan mijn voeten te doen.

Eigenlijk ook wel prettig dat alles zo duidelijk is en om niets persé iets te hoeven. En een verhaal, dat vind ik thuis ook. Het zit in de kleinste dingen. Alles is er vol van, zelfs in een natte schoen is een verhaal te vinden.

 

Dit is de aflevering van Dennis en de Vrije geesten. Het is mooi gebracht. Nog even deze toevoeging: Ik win mijn vrijheid door een combinatie van discipline en speelsheid en dit is een investering voor de toekomst. Mijn woonwagen is ook eerder een tiny house, dan een reiswagen. Ik hoop in de toekomst ergens neer te strijken om te blijven en er wat moois van te maken.

https://www.sbs6.nl/programmas/dennis-en-de-vrije-geesten/videos/NgMNI0Ejev4/video/

App om reclame er uit te halen: Raspberry pi met pihole

.

De wereld op zijn kop

.

.

lang-leve-de-pippies-kl-frm

Net zo sterk als Pippie!

.

Het is een bijzondere tijd.

Nu ik het oude heb achtergelaten en het leven zich als een stille weidse vlakte voor me uitspreidt, ja nù komen de ingevingen en vernieuwende inspiraties. Vele obstakels zijn in al die jaren opgeruimd, stofwolken zijn neergeslagen en vormen zich tot vruchtbare grond in vochtige bodem.
Ik heb gezworven zonder iets anders te vinden dan eenzaamheid. Ik ben door moerassen gegaan, tot mijn nek in het slijk, maar ging door. Ik vond mijn grote liefde en na zeven jaar verloor ik hem. Ik heb verdriet gehad om de praatjes van mensen, die niets vroegen maar wel oordeelden. En nog steeds ging ik door.

Ik heb gebouwd aan wat nodig was, afgebroken wat afgebroken moest worden. Ik heb gewerkt en opgeruimd en vreselijk veel geleerd.

Dat alles is klaar. Als ik wakker word voel ik me zo vrolijk als een kind en elke dag begroet ik met een dans. Ik ben nog steeds hier, op een veldje in Brabant. Ik werk in volle concentratie aan mijn huis, mijn huis voor de toekomst. Wiekies hemeltje. Dat wordt het. Laat het een inspiratiebron zijn, dat hoop ik. Daar doe ik het voor. Het is niet alleen voor mezelf dat ik het doe.

Voor alle mensen voor wie het leven geen glanzend pad was en nog steeds vol dromen zit. Laat ze maar maar praten. Ga voorbij aan oordelen en etiketten. Laat achter je, wat niet bij je hoort. Ik moedig iedereen aan om zijn of haar fantasieën waar te maken en daar nu aan te beginnen. Wees lekker eigenwijs en maak er wat moois van. Lang leve de Pippies! Met of zonder langkousen.

Op een dag staan we in een andere wereld, warmer en veel groener dan ze nu is. En dan vieren we het met een hele lange optocht vol muzikanten en dansers van alle soorten en maten. De meest gekke en kleurige pieremagochels zullen te zien zijn, een stoet die zò bont is, dat zelfs de vissen hun koppen boven het water uitsteken, om te kijken.
Ja… O ja! Ik ben alvast begonnen.

.

.

Dit verhaal maakt deel uit van een nieuwe categorie: “Transformatie”. Het gaat over veranderingen in het groot en in  het klein. Over dromen, of het wonder van de seizoenen. Over mens-zijn in beweging, boom worden na je dood, quantum-evolutie, over hogere sferen maar ook gewoon over poep. Het meest gewone en banale dat o zo onmisbaar is in de cyclus van het aardse leven. Transformatie zit in alle lagen van het bestaan en eigenlijk is dat het enige wat we zeker weten. Dat alles constant transformeert. Goddank! Never be a rock and not to roll..

Ik heb er ook eerder geschreven verhalen aan toegevoegd.

https://alowieke.wordpress.com/category/transformatie/

.

Verder heb ik de site geschikt gemaakt voor mobiel. Ook in bus of trein kun je nu makkelijk alle verhaaltjes lezen die je gemist hebt.

Het komt er

kolibrie achter 020

De jassen hangen, tassen zijn weer leeg en de inhoud ligt op tafel. We werpen ons op een flinke berg groenten en knollen. Onze messen hakken en snijden tot het klaar is. Ik schep op en zet de twee dampende kommen op tafel, met  twee lepels, elke kom één. “Wil je er geroosterde zonnebloempitten op?” vraag ik. “Jaaa graaag!” zegt Dick.
Ik rooster de pitten tot ze heerlijk beginnen te geuren en een lichtbruine tint krijgen en strooi ze erbij. Gretig begint mijn vriend te eten. Hij is gek op mijn maaltijden.
“Hoe ga ik dat doen, koken in mijn nieuwe wagen?” denk ik hardop. “Dan kook ik immers buiten. Daar is het donker in deze tijd en er is geen licht.”
Het is even stil en ik hoor alleen het geluid van kauwende kaken.
“Ik denk dat ik het overdag ga doen, dan maak ik een hele pan kool en knollen in één keer, net zoals nu.”
“Ja, dat deden ze vroeger ook, overdag koken. Zo hoort het eigenlijk.” Hij kijkt me kort aan en ik knik.
“Daarna schep ik elke dag wat uit die grote pot, doe er wat groene blaadjes bij, en warm het binnen op.”
“Op de kachel.” Dick schraapt het laatste restje uit zijn kom.
“Ja! ’s Winters op de kachel en ’s zomers buiten. Zo logisch eigenlijk.”

Mijn pen tekent de lijnen, scherp, zwart en strak.
Vandaag maak ik geen bouwtekening, maar een kleurplaat. Zo kunnen anderen ook zien, wat ik voor me zie. Ik pak het ene potlood na het andere, totdat het meer en meer gaat leven. Een heerlijk beeld is het, ontspannen, vrij en zonnig. Je zou er zo in willen stappen. En toch vind ik het best spannend. Ik kijk naar de vriendin op de tekening. Blij en tevreden leunt ze op haar ellebogen en kijkt vanuit het bed naar buiten. Gaat het zo worden als ik getekend heb? Uiteindelijk ben ik straks meestal alleen op pad. Daar ga ik van uit. Het zou leuk zijn, één of meerdere reismaatjes, met ook een wagen. Maar ik weet niet of die er zullen zijn. Ach, ik zie wel…

Sommige mensen dromen van een nomadisch bestaan. Weinigen doen het ook. Of ze zijn er niet aan toe. Dat snap ik best. Als je vriend of vriendin niet meegaat, dan moet je afscheid nemen. En van je andere vrienden. En dan hebben de meesten nog een huis, vast werk en een hoop spullen… Wat doe je daar dan mee. Alleen al de voorbereiding vraagt doorzettingsvermogen. En veel tijd en aandacht.

Mijn wagen groeit. Het onderstel staat bij de smid, klaar en betaald. Straks worden al mijn tekeningen langzaam maar zeker driedimensionaal. Wat een eer dat ik dit mag doen. Dit trage creëren van iets volkomen nieuws. Lichtvoetig maar vasthoudend ga ik door. Het komt er.

.

.

.

Ps:

Vandaag hoorde ik op radio4 een gedicht, tijdens mijn lievelingsprogramma, Passaggio. Het geeft een antwoord op mijn vraag: Hoe zal het straks zijn? Waar ga ik heen? Hier de eerste verzen.

Eldrid Lunden, Noorse dichteres, op leeftijd

Waar moeten we heen op de dag
dat we zien dat er nergens
een heen is? Wanneer alle deuren open zijn
zoals ze eerder dicht waren, wanneer één
open suizende ruimte alles is wat rest
van al je verlangen?

***

Het grote groene schouwspel
en de regen die geluid maakt
het donker van de wind in de boom
bos op een zwarte bodem

de wind in, in de wind

Kinderdromen

.

kinderdromen 004

.

Het is een rustig dagje. Dick is er ook. Hij zit aan tafel de krant te lezen. Ik sta met kousevoeten op de bank en rommel wat op het zoldertje er boven. Sommige dingen heb ik niet meer aangeraakt, sinds ik het er twee jaar geleden neerlegde. Ik haal de voorste stapel boekjes weg en wat CD’s. Ik weet wat er achter ligt. Het is een mij heel bekend blauw boekje, volgeschreven met een rond en nog kinderlijk handschrift.
„Zal ik je eens voorlezen uit het dagboek van toen ik veertien was?” vraag ik aan Dick. “Dat heb ik nog wèl bewaard. Het gaat over onze reis dwars door het Noord Amerikaanse continent.”
“Ja, leuk,” zegt Dick.
“We reden elke dag vijfhonderd kilometer, de heenweg door Amerika, de terugweg door Canada, zes weken lang.” Ik sla een willekeurige bladzijde open en lees een paar stukjes. Dan kom ik bij een opmerkelijke passage.

“We gaan naar Iron Springs. Daar woont een vroeger buurmeisje waar ma altijd mee speelde. Het is nog dertien kilometer, zegt mama. Ik kijk naar buiten. Ach wat zielig, er staat een paard in de regen. Hij is al onder de bomen gaan staan. Dat wil ik altijd nog eens, paardrijden. Of het liefst, er eentje hebben, maar daar zal wel nooit iets van komen.”

Verrast kijk ik naar Dick. “En vlak daarna lees ik dit,” vervolg ik.“

Ik vind het heerlijk om zo te trekken. Ik zou best zo willen leven.”

.

“Toen wist je het al,” zegt Dick.
“Ja,” antwoord ik “en straks gaat het dan gebeuren. Tenminste, dat denk ik. Maar zeker weet je het nooit. Het kan altijd anders gaan dan verwacht.”
“Je gaat het doen,” zegt Dick overtuigd.
“Ja,” glimlach ik hem toe. “Ik heb er ook veel vertrouwen in, dat het door gaat. Er zijn tot dusver geen barrières. Alles verloopt rustig en soepel.”
Ik kijk naar Dick zijn grijze krullenbos. Wie heeft er nou zo’n fijne couch? Ik bof maar.

..

.