Ik ga, waar ik het land versta

.

.

Het is weer een winderige dag. Af en toe schijnt de zon even door de sluierwolken door. Ik sta voor het raam en geniet van het licht met mijn ogen half dicht. Er klinkt vriendelijke muziek door mijn luidsprekers, muziek als een glooiend landschap in de zomerzon. Glimlachend doe ik mijn ogen open, terwijl ik mijn blik over het weiland laat gaan.

Meeuwen stampend in het natte gras
op jacht naar regenwormen.
Drie kraaien wassend in een plas
spatterend met hun vleugels.

Dat is wat ik nu zie. En ook mijn buurvrouw zie ik, die ontspannen in haar zwarte zomerjurkje door de koude wind loopt en haar voeten wast in de diepe plas bij de schuurdeur. Ook dat is een moment, een ogenblik in de lange film van een beweeglijk leven.
De muziek is afgelopen. Ik hoor de stem van Lex Bohlmeijer, de presentator. Hij praat over de muziek van zojuist. Het gaat over de inspiratiebron van de componist.

Heerlijk, op een muilezeltje door Italië trekken.
Trekt me niet zo aan eigenlijk.
Veel te langzaam natuurlijk.

Dat zegt hij. En hij praat over musici, die door het landschap reisden en zich onderweg lieten inspireren door wat ze zagen. Precies wat mij ook zo trekt. Maar die laatste opmerking snap ik niet. Te langzaam? Ik wil juist stapvoets gaan, dat lijkt me prachtig.
Ik aarzel geen moment en typ een kort gedichtje uit, dat ik meteen naar hem opstuur.

Wat hoor ik nou?
Zeg dat eens nog een keer?
Ik geloof het voor geen meter
Langzaam gaande zie ik meer
Heel veel meer!

PS Ik vertrek in de lente.

Niet veel later hoor ik mijn naam noemen op de radio. De mij zo bekende presentator zegt dat ik een boze luisteraar ben en leest mijn gedichtje voor. Daarna vertelt hij dat ik van plan ben in de lente te vertrekken, in een huifkar, op weg naar Roemenië. Ik lach uitbundig. Haha, ik ben helemaal niet boos en ik ga helemaal niet naar Roemenië. Dat was ik zeven jaar geleden van plan, maar nu niet meer. Kennelijk heeft het veel indruk gemaakt. Het verhaal dat ik daarheen ben, zoemt nog steeds rond, dat heb ik wel vaker gemerkt. Ik hoop niet dat er veel bekenden luisteren die nu opnieuw denken dat ik naar Roemenië ga. Ik stuur meteen een berichtje terug.

Ik ga niet naar Roemenië. Ik blijf in Nederland!

Het antwoord volgt snel. Hij zal het niet meer vergeten. Mooi zo, denk ik tevreden. Ik kijk nog een paar keer naar mijn mailbox. Er komen geen verbaasde berichten binnen, niemand heeft het gehoord. Of misschien denken mijn lezers wel: “Die vent weet er helemaal niks van! Wij weten wel beter.”
Gelukkig maar. Want voorlopig ben ik hier en het lijkt me hartstikke leuk om mensen te ontmoeten, bekenden en onbekenden. Inspiratie komt in eerste plaats van de plek waar je bent, waar je voeten hun afdruk maken in de aarde, waar mensen je begrijpen, waar de echo van je woorden wordt weerkaatst, maar dan net een beetje anders dan je het zei, de plek waar je spiegelbeeld in het water rimpelt en waar de man op de radio je antwoord geeft. Daar begint het toch…. Is het niet?

Ik ga, waar ik het land versta.

.

Klik hier voor de link naar het programma “Passaggio” van radio 4, elke werkdag om 19.00 te beluisteren of via Uitzending gemist.

.

 

Ik kon het niet

.

Blogtek myxomatosebeestje kl fr 003

.

Na een lange dag fiets ik langs de drukke weg die naar het kanaal leidt. Ik ben vol van indrukken. Wat een mensen zag ik vandaag. Een dikke stroom was het, die door de straten van Amsterdam schoof, demonstrerend tegen TTIP.* Ik heb het bord met de leus aan de stang van mijn herenfiets gebonden, het zit niet in de weg bij het fietsen. Ik verheug me op de stilte van het fietspad dat me helemaal naar huis brengt, twaalf kilometer langs het water, zonder auto’s. Daarna hoef ik nog maar een klein stukje.
Als ik het talud af fiets naar het Wilhelminakanaal, zie ik helemaal beneden een vrouw staan. Ik stop naast haar om te zien waar ze naar kijkt. Het is een klein konijn. Hij heeft zich helemaal tegen de onderste trede van de trap gedrukt, die naar het voetpad op de brug leidt. Hij haalt moeilijk adem, zijn ogen zijn dicht en dik, en zijn vacht is verfomfaaid. “Hij is ziek,” zegt ze. “Ja, ik ken dit,” zeg ik “Myxomatose. Hij lijdt enorm. Dood is hij beter af.” De vrouw knikt en blijft vol medelijden naar het konijn kijken.
Vanaf het talud komt nog een vrouw aanlopen met een zwarte hond die haar netjes volgt. Maar hoe braaf hij ook lijkt, toch pakt ze de riem, als ze ziet waar we naar kijken. “Ooooh, dat konijn heeft amitosatosa… of zoiets!”
“Ja, myxomatose,” zeg ik “Het zijn virussen, die hem onderhuids opvreten. Eerst wordt hij blind en weet hij niet meer waar hij is. Het is heel erg besmettelijk voor andere konijnen.”
De vrouw knikt. “Het is vreselijk. Ik heb dit eerder gezien. Dat konijn liep zomaar pal voor mijn hond en hij beet hem meteen dood.” Ze klikt het riempje goed dicht.
“Nou,” zeg ik “dan is het toch ook opgelost…”
“O nee! Ik denk er niet aan. Dan zit ik de rest van de dag te trillen.”
“Tja,” zeg ik.
Een stevig man op de fiets houdt vaart in en blijft naast ons stil staan. Hij zegt niks en volgt het gesprek. Het kleine dier heeft alle aandacht, maar is zich van niks bewust. De pijn moet ondraaglijk zijn, bedenk ik me. “Ik zou het willen, dat ik het kon, het dier uit zijn lijden verlossen.”
“Ja, dat zou het beste zijn,” zegt de eerste vrouw. Dan haal ik diep adem en doe een stap naar voren. “Ik zeg dat wel altijd, maar nu heb ik de kans om het te doen. Ik wil het nù proberen.” Zonder een woord verdwijnen de twee vrouwen. De man is er nog, startklaar op zijn zadel, één voet op de grond. “Hoe doe ik dat,” stel ik hem de vraag “Een steen erop gooien? De nek omdraaien? Boeren die dòen dat gewoon hè..”
De man kijkt me vol ongeloof aan. “Nou ìk ben weg!” zegt hij.
Dan ben ik alleen. Ik kijk naar het konijn zonder het aan te raken. Ik zie hoe moeizaam hij ademt en wacht op het verlossende moment van zijn dood. Maar ik kan het niet. Ik kan het níet.

Achteraf gezien hadden we het beste een doos kunnen halen bij de supermarkt aan de overkant, en de dierenambulance bellen. Die lossen het probleem dan op. Hoeven wij het niet te doen. Maar toch zou ik het graag zelf ook kunnen, voor in geval van nood.

.

*Lees het vorige verhaal: “Op pad voor een eerlijke wereld.”

Opmerking:  Ik mocht deze week mijn verhaal vertellen bij radio 4, bij Passaggio, mijn favoriete radioprogramma. “Het pleidooi van de luisteraar” heet de rubriek. Klik hier om het te beluisteren. Druk vervolgens op het pijltje bovenaan de pagina van Passaggio.

Vrijkaartje voor de Aarde

Vrijkaartje Aarde

.

Het is half acht. Na een warme dag begint het af te koelen. Een lichte bries waait mijn wagen in. Ik zit op de bank en luister.  Mijn favoriete radioprogramma heet “Passaggio” op radio4. Het is al een tijdje bezig. De laatste tonen sterven weg, van een rustig, melancholiek stuk. Verder is het enige geluid dat van twee vinken, buiten. Ze zingen hun riedel, als een vraag en antwoordspel. Twee vliegen zigzaggen om me heen om dan zoemend te gaan seksen op het blote vel van mijn knie. Ik wuif ze weg en schuif de dunne katoen van mijn rok erover. Dan hoor ik Lex Bohlmeijer, de presentator. Hij zegt dat hij vrijkaartjes heeft. Een muzikale voorstelling is het, notabene op Fort Rijnauwen! Ik ken het. Het ligt aan dezelfde rivier als waar ik vroeger woonde.
Het stuk speelt zich af in de weelderige natuur rond het fort, vertelt hij. Het gaat over het einde van de wereld. “Wie wil er vrijkaartjes winnen?” vraagt Lex. Dan moeten we vandaag of morgen een kort verhaal opsturen. “Hoe kunnen we de aarde redden?” Dat is het thema. Morgen is de uitslag. Ik aarzel geen moment en klim in de pen. Drie kwartier later heb ik geen verhaal. Wel een gedicht.

Hoe redden we de aarde. (Sterk bewerkte versie)

.
Op de dag dat alles dor was
liep op straat een liefdespaar
omarmden levenloze stad
en gingen voort, al zingend
langs het uitgestorven pad

Bomen, heuvels, dode dorpen
elke plek een eigen vers
ze  liefden elkaar met het lied
en waar ze kwamen trilde het
ging doffe starheid snel teniet

Ze zagen alles wat ze zagen
dansend langs hun wonderpad
een kind een boom een land een naam
zelfs stenen werden langzaam levend en
de oude man voor ’t raam

Aarzelend kijkt hij nu op
verrassing in zijn blauwe blik
die kinderlijk hun canon echoot
alles kan en wil weer zingen
Op deze dag gaat niemand dood

.

De volgende dag luister ik in gespannen afwachting naar de radio. Lex wacht even met het laten horen van de uitkomst. Na een kwartier komt het. De vrijkaartjes gaan naar Marijke. Zij schreef: “Mijn kleindochter heeft al gezegd dat als ik win, zij met me meegaat. Is dat niet het redden van de aarde?” Lex ziet het graag. Grootmoeder met kleindochter samen op pad. Ik eigenlijk ook wel. Maar ik heb níet gewonnen. Jammer. Het was een leuk idee. Maar vrijkaartjes kreeg ik toch. Een kaartje voor de Aarde en eentje voor een bezoek aan de Tuinen der Fantasie. Zo kom je nog eens ergens…

Klik hier voor het beluisteren van het radiopramma op NPO4

.

Inspiratiebronnen.

Het gedicht is onder andere geïnspireerd door “De Droomtijd”, een mythe over het begin van het leven op aarde. Dit is waar de Australische Aborigionals in geloofden en leefden, lang voordat de westerse mens een voet aan land deed.  Ik las er over toen ik twintig was, nu dertig jaar geleden. Het boek dat zoveel indruk op me maakte heet “Gezongen Aarde”, geschreven door reisschrijver Bruce Chatwin.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruce_Chatwin

Ook heb ik gedacht aan het oneindige verhaal van Michaël Ende. De kracht van de fantasie werkt door al zijn boeken heen, en hoe belangrijk dat is voor een leefbare wereld.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_oneindige_verhaal

.
En dan is er Paul Biegel met  “De tuinen van Dorr.” Een sprookjesachtige vertelling over een hartelief en een stenen stad. Ik heb het vast al vijftien keer gelezen. Biegel hield van twee van zijn boeken het meest. Dit is er één van. Dat begrijp ik goed. Heerlijke taal, heerlijk verhaal.

De foto van het aboriginalkunstwerk heb ik gehaald van deze site: http://www.guidodevliegher.be