De kunst van het durven leven en leren

.

.

We hebben vrijheid nodig, om te kunnen spelen. Maar het is de door onszelf gekozen beperking, waardoor we iets tot stand kunnen brengen. Ongelimiteerde vrijheid is spelen met de dood. Veiligheid, die enkel vanuit angst wordt geboden, werkt verstikkend. (Alowieke)

.

„Tout le monde est….LIBRE!“ roep ik uit en spring van het bordes af. Mijn woonwagen schudt ervan. Mijn vriend leest Tijl Uylespiegel op zijn e-reader en kijkt verbaasd op. „Zeg je dat zomaar? En nog wel in het frans?“ Ik kijk hem laconiek aan en krab aan mijn hoofd. „Tja, ik weet ook niet waarom.“

De dagen er na komt het thema vrijheid steeds bij me terug. Als een boemerang, die ik weggeslingerd heb. Ik lees over onderwijsvernieuwing, wat nu een heet hangijzer is. Er is een groeiende groep mensen die het anders willen, meer vrijheid. Er groeit de behoefte om het korset van zich af te werpen, een bevrijding van de dwang om hoge cijfers te behalen, steeds sneller en sneller en altijd binnen de streng opgestelde lijntjes. De regels dienen het doel niet meer. Het korset jeukt en knelt en staat op springen.

Wat zijn de alternatieven? Ik ga op onderzoek uit en lees de website van de oprichters van de scholen van Iederwijs. Vernieuwers worden al gauw de pas afgesneden. Dat is een feit. Al bij de kiem raakt een initiatief bekneld met vooroordelen, als een klein blommeke dat de pech heeft op te groeien in een veld vol pispotjes. Dat gebeurde met Iederwijs ook. De initiatiefnemers  hebben na de sluiting van hun scholen lang en diep nagedacht over hun succes en ondergang. Ik ben verrast over hun website. Het straalt rust en harmonie uit. Het is opgesteld als een gedicht, met kernachtige zinnen afgewisseld met foto’s. Ik lees het lange verhaal in één ruk uit. Halverwege het verhaal lees ik dit.

Vrijheid alleen geeft geen veiligheid en geborgenheid.

Dat herken ik. We hebben geborgenheid nodig. Dat is één van de redenen waarom ik zo’n fijn huisje heb gebouwd. Niet zomaar een huisje. Nee, op wielen! Nu kan ik overal heen met mijn eigen fijne hol vlakbij me. Mijn eigen huis is een stille plek, waar ik kan schrijven en nadenken. Het is als een buik, die mij koestert wanneer ik dat nodig heb. Zonder dat kan ik niet schrijven zoals ik nu doe. Het is ook de geborgenheid van deze stille plek in Brabant, die maakt dat ik zo vrij ben om mijn eigen kleine huis te bouwen.

Iedereen heeft een eigen plek nodig om zich veilig te voelen. Het zelf te kunnen bouwen is nog mooier. Aan de buitenkant straalt mijn huis eigenheid uit, het is een licht en opgewekt huis en mensen kijken blij als ze het zien. Je ziet er ook de band in, die ik heb met de natuur. Je ziet het van verre. Het huis en ik horen bij elkaar. Zo te wonen, het geeft me een helder en tevreden gevoel. Het is een plek waar iets kan groeien.
Terwijl ik nadenk over vrijheid en geborgenheid, verschijnt er een bericht in mijn mailbox. Het kondigt een stuk van Rutger Bregman aan, op de Correspondent. “Waarom onze kinderen steeds minder spelen.“

Er is een berg aan wetenschappelijk bewijs dat vrij, risicovol spel goed is voor de fysieke en mentale gezondheid van kinderen.

Die zin treft me. Ja! Dat is de andere kant van de weegschaal. Risico’s nemen. Dat willen we ook! We zoeken naar het evenwicht. Geborgenheid en avontuur. Het zijn twee kanten van de medaille.

Ooit had ik een vriendje. Hij was 27, ik was 21 jaar oud. Hij was schrijver, werkte voor de VPRO gids en zat boordevol energie en enthousiasme. Hij had geen school nodig. Hij vond alles zelf uit. Op een dag maakte hij het uit met mij. Terwijl ik met betraande ogen vol ongeloof naar zijn onpersoonlijke, getypte afscheidsbrief keek, was hij al op reis. Turkije was het doel, liftend. Het was eind december. Het was koud in Turkije, maar dat wist hij niet. Elke dag schreef hij in een dagboek, dat na zijn dood werd gekopieerd voor iedereen die het wilde lezen. Hij bruiste van enthousiasme, ondanks de tegenvallende kou. Zijn gedachten namen een hoge vlucht en gaande weg groeide er een idee. Hij zou bovenop de hoogste berg klimmen en een grote steen zoeken. In die steen zou hij beitelen: „Op deze plek is opgericht, de Universiteit van het Leven, 1989,  S.D.“ Met glanzende ogen ging hij op weg.
Hij kwam nooit bij de berg aan. Al liftend kwam hij in aanraking met twee rovers. Ze doodden hem om zijn schamele bezit. Hij kon ze niet verstaan. Hij wist van niks en was vol van onbegrensd vertrouwen. Pal voor de oprichting van zijn Universiteit van het Leven, vond hij de dood.

Ik was wekenlang met stomheid geslagen, toen ik het hoorde. Sindsdien weet ik waar ongelimiteerde vrijheidsdrang toe kan leiden. Het is spelen met de dood. Ik was nog jong toen het gebeurde. Op dat moment heb ik een grote stap terug gezet in mijn drang naar avontuur. Mijn impulsiviteit werd gevoed met gezonde bedachtzaamheid, waardoor ik kon aarden.
Nu is het ruim dertig jaar later. Steeds meer ben ik gaan inzien dat ik het avontuur niet ver weg hoef te zoeken. Het is ook dichtbij te vinden. En thuis heb ik de rust om stil te zijn en na te denken. Er is een balans, waardoor ik kan doen wat ik doe. Het is de ideale mix van avontuur en geborgenheid. Ik nam vijf jaar geleden het risico om de sprong te nemen en alles achter te laten. Daarna vond ik de rust om gewoon in ons eigen landje deze mooie, maar ingewikkelde wagen te bouwen. Het was er allebei. Vrijheid én geborgenheid.

Ik denk dat ons onderwijs dezelfde balans nodig heeft. Het opnieuw ontdekken van nieuwsgierigheid en levenslust. Het nemen van risico’s, breken met dingen die niet (meer) werken, hangen aan de touwen, slepen met dode takken en autobanden. Dat is de ene kant. Maar ook moet het een veilige plek zijn die stilte biedt, voor wie het nodig heeft om na te denken.
Spelen, daar begin je mee, als je een nieuw leven begint. Het is een heerlijke verkenning. En dan komt twéé. Concentratie is nodig, wil je daarna iets kunnen opbouwen wat groter is dan spel alleen. Dat kan alleen als je niet steeds op je hoede hoeft te zijn.
Het is de vrijheid, waardoor we kunnen spelen. Het is de door onszelf gekozen beperking waardoor we iets tot stand brengen.

.

.

Links:

De laatste school sloot de deuren in 2008. http://www.iederwijs.nl/

Eén van de oprichters van Iederwijs, Bas Rosenbrand, is met een nieuw initiatief bezig. http://onzenieuweschool.nl/plans-ideas/tribe/

Een artikel dat veel reacties op roept. https://decorrespondent.nl/7075/waarom-onze-kinderen-steeds-minder-spelen-en-wij-met-een-burn-out-thuis-zitten/1810475583675-6e0c9615

Reactie op het stuk van Rutger Bregman in de Correspondent: http://www.kunstcontext.com/ckv/Reactie%20op%20kinderen%20krijgen%20te%20weinig%20vrije%20tijd%20om%20te%20spelen.pdf

En tot slot: In dit artikel kun je lezen dat Sietse in 1987 de dood vond door geweld. (Op de steen in de tekening heb ik per abuis 1990 opgeschreven, wat voor mijzelf het jaar was dat ik, mede door hem geïnspireerd, de stoute schoenen aan trok en mijn eigen weg ging. ) http://leiden.courant.nu/issue/LD/1987-01-30/edition/0/page/3

 

 

 

.

.

.

 

Ik kon het niet

.

Blogtek myxomatosebeestje kl fr 003

.

Na een lange dag fiets ik langs de drukke weg die naar het kanaal leidt. Ik ben vol van indrukken. Wat een mensen zag ik vandaag. Een dikke stroom was het, die door de straten van Amsterdam schoof, demonstrerend tegen TTIP.* Ik heb het bord met de leus aan de stang van mijn herenfiets gebonden, het zit niet in de weg bij het fietsen. Ik verheug me op de stilte van het fietspad dat me helemaal naar huis brengt, twaalf kilometer langs het water, zonder auto’s. Daarna hoef ik nog maar een klein stukje.
Als ik het talud af fiets naar het Wilhelminakanaal, zie ik helemaal beneden een vrouw staan. Ik stop naast haar om te zien waar ze naar kijkt. Het is een klein konijn. Hij heeft zich helemaal tegen de onderste trede van de trap gedrukt, die naar het voetpad op de brug leidt. Hij haalt moeilijk adem, zijn ogen zijn dicht en dik, en zijn vacht is verfomfaaid. “Hij is ziek,” zegt ze. “Ja, ik ken dit,” zeg ik “Myxomatose. Hij lijdt enorm. Dood is hij beter af.” De vrouw knikt en blijft vol medelijden naar het konijn kijken.
Vanaf het talud komt nog een vrouw aanlopen met een zwarte hond die haar netjes volgt. Maar hoe braaf hij ook lijkt, toch pakt ze de riem, als ze ziet waar we naar kijken. “Ooooh, dat konijn heeft amitosatosa… of zoiets!”
“Ja, myxomatose,” zeg ik “Het zijn virussen, die hem onderhuids opvreten. Eerst wordt hij blind en weet hij niet meer waar hij is. Het is heel erg besmettelijk voor andere konijnen.”
De vrouw knikt. “Het is vreselijk. Ik heb dit eerder gezien. Dat konijn liep zomaar pal voor mijn hond en hij beet hem meteen dood.” Ze klikt het riempje goed dicht.
“Nou,” zeg ik “dan is het toch ook opgelost…”
“O nee! Ik denk er niet aan. Dan zit ik de rest van de dag te trillen.”
“Tja,” zeg ik.
Een stevig man op de fiets houdt vaart in en blijft naast ons stil staan. Hij zegt niks en volgt het gesprek. Het kleine dier heeft alle aandacht, maar is zich van niks bewust. De pijn moet ondraaglijk zijn, bedenk ik me. “Ik zou het willen, dat ik het kon, het dier uit zijn lijden verlossen.”
“Ja, dat zou het beste zijn,” zegt de eerste vrouw. Dan haal ik diep adem en doe een stap naar voren. “Ik zeg dat wel altijd, maar nu heb ik de kans om het te doen. Ik wil het nù proberen.” Zonder een woord verdwijnen de twee vrouwen. De man is er nog, startklaar op zijn zadel, één voet op de grond. “Hoe doe ik dat,” stel ik hem de vraag “Een steen erop gooien? De nek omdraaien? Boeren die dòen dat gewoon hè..”
De man kijkt me vol ongeloof aan. “Nou ìk ben weg!” zegt hij.
Dan ben ik alleen. Ik kijk naar het konijn zonder het aan te raken. Ik zie hoe moeizaam hij ademt en wacht op het verlossende moment van zijn dood. Maar ik kan het niet. Ik kan het níet.

Achteraf gezien hadden we het beste een doos kunnen halen bij de supermarkt aan de overkant, en de dierenambulance bellen. Die lossen het probleem dan op. Hoeven wij het niet te doen. Maar toch zou ik het graag zelf ook kunnen, voor in geval van nood.

.

*Lees het vorige verhaal: “Op pad voor een eerlijke wereld.”

Opmerking:  Ik mocht deze week mijn verhaal vertellen bij radio 4, bij Passaggio, mijn favoriete radioprogramma. “Het pleidooi van de luisteraar” heet de rubriek. Klik hier om het te beluisteren. Druk vervolgens op het pijltje bovenaan de pagina van Passaggio.