De weigering om te groeien

Door de weigering om te groeien komt er ruimte voor een heel andere groei, een die niet uitput, maar die ons voedt.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Een zwerm spreeuwen vliegt op van het veld. Hazen rennen achter elkaar aan op een droge ochtend. De grond is nog hard van de nachtvorst en zo nu en dan zie je een muis wegschieten. Dieren zijn wat ze zijn. Een muis wordt nooit groter dan een muis en een spreeuw blijft een deel van een groter organisme, in een beweging gaat hij met de rest mee. Het vult het luchtruim met de meest indrukwekkende onverwachte vormen. Wat ons mensensoort anders maakt is dat we van alles naar ons toe kunnen trekken, tot groteske vormen. Meebewegen doen we steeds minder en het onverwachte wordt uitgesloten. In feite zijn we klein en kwetsbaar maar dat kunnen we met allerlei middelen verhelpen of verbloemen.

Ooit was ik schipper met een eigen bedrijf. Er was een kans om als een van de weinigen een vergunning te krijgen voor rondvaarten in Utrecht. Er was een uitbreiding mogelijk van vijf boten, die mij notabene vlak daarna aangeboden werden, allemaal tuindersvlets. Dat heb ik niet gedaan. Groot worden is niet mijn wens. Klein en jezelf blijven als een haas of een spreeuw, blijven kijken wat er is, zonder te worden opgeslokt door beslommeringen van volwassen mensen die het gemaakt hebben. Dat is mijn wens. Als je het gemaakt hebt valt de creativiteit langzaam weg en ook de vrijheid om te kiezen.
Op een dag vertrok ik uit Utrecht. In die dagen kwam er een man naar me toe, met wie ik vroeger samenwerkte. De dagen dat we elkaar vaak zagen waren allang voorbij. In de begintijd had iedereen die mensen meenam maar een enkele boot, en als er grotere groepen waren werkte je samen. Maar alle anderen hadden de kans gegrepen om te groeien, en hij ook. Het beleid van de Utrechtse havendienst gaf die ruimte. Steeds meer grote huurboten voeren door de Oudegracht en de singel. Elke dag voeren er feestende mensen tussen de hoge oude huizen door, al dan niet met barbecue. (Dat is nog steeds niet veranderd, trouwens.) Dus toen ik Utrecht verliet kwam die ene schipper schuchter naar me toe en zei: “Alowieke, iedereen verklaarde je voor gek dat je die vergunning niet met beide handen aangreep. Maar je had gelijk. Jij hebt nog steeds vrije keus in wat je doet en laat. Je hield het klein en eenvoudig. Ik ben door al mijn investeringen met handen en voeten gebonden.”
Ik was vrij en werkte een jaar lang aan het ontwerp van mijn huis. Het hele kleine huis is nu negen jaar oud en nog steeds is het heel fijn om in te wonen. Het staat alleen tussen de uitgestrekte weiden. Zware wolkenluchten trekken samen boven mijn dak en verdwijnen weer in de harde wind. Het geeft de indruk van kwetsbaarheid. Misschien is het daarom dat mensen denken dat ik het koud heb. Nee, ik heb het heerlijk warm hier en knus is het ook, maar wel klein. Klein en fijn. Door klein te blijven blijft de noodzaak om samen te werken. Mijn nieuwe boek is ook zoiets. De drukker heeft ze twee weken geleden gebracht. Over de opslag ervan moest ik goed nadenken. Die dozen kan ik niet allemaal op die paar vierkante meters bewaren en ze moeten ook goed droog blijven. Dus staan er nu twee dozen bij mijn vriend Dick en vier andere komen bij Yvon in het dorp. Er is altijd wel bereidwilligheid als het nodig is en zo kom je elkaar weer tegen. Je leert elkaar kennen en bouwt iets op. De ene hand wast de andere. Ik ben nog steeds blij met deze levensinstelling. De aarde is te klein voor de groei van al die mensen. Laten we delen en elkaar nodig blijven hebben. Alleen zo komt het tot stand, alles wat nodig is.

Door de weigering om te groeien komt er ruimte voor een heel andere groei, een die niet uitput, maar die ons juist voedt.

PS Wil GC van der Woude, die het nieuwe boek al wel betaald heeft nog even zijn/haar adres doorgeven? Mailadres: tt.alowieke@gmail.com

.

.

Een ondeugende knipoog uit Utrecht

Verbondenheid kent geen grenzen. Nog steeds voel ik me verbonden met de Domstad, waar ik allang niet meer woon, maar vanwaar een gek verhaal naar me toe kwam. Onenigheid over een vies beeldje. Daar gaat het over. Ik herken de plek maar wat goed.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Je kan verbonden blijven met een plek, al ben je er niet meer. Iets dat je ooit geraakt heeft maakt een lijntje naar alles wie en wat je bent en ook nog daaromheen. Je hoeft het maar even te noemen, even te beroeren of het komt vanzelf naar je toe, op een of andere wijze. Misschien sta je er niet eens bij stil, gaat het ongemerkt aan je voorbij. Maar als je erop bedacht bent is het net een cadeautje.

Het is vooral de laatste tijd dat ik voel hoe ik verbonden ben met de levende geschiedenis van de oude stad Utrecht. Het zijn de grachten, de singels waar ik jarenlang rondvoer en verhalen vertelde over de stad. Ik herinner me welke nesten er waren van futen en meerkoeten. Waar welke stenen uit de kade waren weggevallen en dat daar altijd kleine eendjes op de kant klommen om zich een voor een bij moedereend te scharen. Ik herinner me het donker onder de bruggen, de duiven die daar waren en die ene werfkelder die altijd openstond en waar een enorme hoop duivenpoep in lag. Maar de mooiste herinneringen zijn de stiekumme tochtjes door de Kromme Nieuwgracht en langs Pausdam en de Drift. Dat mocht eigenlijk niet, het is al decennialang verboden om daar op de motor te varen. Maar iemand die altijd braaf is, daar zit geen pit in. Dus soms deden we het toch. We voeren de smalle gracht in, met de oude muren die vlak langs onze tuindersvlet voorbij gingen. Majestueuze platanen op piepkleine werfjes, zo klein, dat er niet eens een trap naartoe leidt. Bestrating die steeds verder uit elkaar wordt gedrukt door dikke wortels die almaar doorgroeien. En dan kwamen we bij de bocht. Daar is het zo smal dat er ook geen werven meer zijn. De huizen grenzen direct aan het water en ook de straat boven ons. Daar was het. Het meest ondeugende van dit kleine avontuur en de kers op de taart. Onder de lantaarns zijn namelijk kleine beeldhouwwerkjes te zien, lantaarnconsoles genoemd. Er zijn er heel veel, door de hele stad zijn ze te vinden. Ook hier in dit smalle grachtje. Hoewel niemand ze kan zien vanaf de straat, en er eigenlijk alleen maar kano’s komen, zijn hier de zeven deugden en de zeven ondeugden te zien, op geheel eigen wijze geïnterpreteerd door de kunstenaar. Het mooiste zijn de zeven zonden: Hebzucht, hoogmoed, afgunst, gierigheid, woede en traagheid. Maar vooral keken wij uit naar die ene: De wellust. “Alles is te zien!” riep mijn lief dan triomfantelijk terwijl hij met een krachtige beweging de scheepsschroef in zijn achteruit zette. Twee welgevormde borsten staken vanaf de oude muur naar voren met daar tussen in een vulva waarin zelfs de clitoris heel precies was uitgehakt. En wat eerst een hoofd lijkt te zijn, blijkt toch iets anders als je beter kijkt. Met grote ogen keken onze gasten naar dit beeld, waar de beeldhouwer vast veel plezier aan heeft beleefd. Het is een glasheldere herinnering.

Nu woon ik in Bears, in Friesland, bij Leeuwarden. Er is een koude oostenwind. Iedereen zit binnen, af en toe komt er iemand langs met een dikke muts op. De vogels schuilen in mijn pas aangelegde houtwal en de velden zijn bevroren. Terwijl ik in gedachten door Utrecht dwaal bij de warme kachel, komen de twee nieuwe bewoners terug, Han en Cora. We ontmoeten elkaar die middag bij de maandelijkse vergadering. Ze zijn naar Utrecht geweest, zo blijkt. Zij hebben daar ook gewoond en keren nog regelmatig terug. “Moet je horen,” zegt Han. “Ze hebben die beeldjes weggehaald bij Pausdam, die onder de lantaarns zijn gemetseld.” Ik begrijp meteen wat hij bedoelt. “Je bedoelt toch niet de zeven deugden en ondeugden? De wellust! Alles staat erop!” Ja het gaat inderdaad vooral om dat beeldje met die borsten. Nieuwe, jonge en rijke bewoners vonden het ongepast. De gemeenteraad heeft erover vergaderd en kozen ervoor alle veertien lantaarnconsoles weg te halen. Maar daarmee hadden ze geen rekening gehouden met de oude bewoners, die erg gehecht bleken te zijn aan de rijke historische kunst in hun buurt. Ze zijn naar de rechter gestapt en nou moet de gemeente ze weer terugzetten. We luisteren geboeid. Er is verbazing, verontwaardiging en er wordt gelachen. Het is een mooi verhaal. Verwonderd ben ik, dat het zomaar naar me toe komt, nota bene hier in Friesland, ver weg van de Domstad. Het is een knipoog van de stad waar ik nog steeds van houd. En velen met mij. Zo blijkt maar weer. Gelukkig maar. Geschiedenis mag je niet verstoppen. Ook niet de ondeugende.

Nu vraag ik me alleen af: Is hier ook een krantenartikel of een blog over geschreven? Graag hoor ik daar meer van.

.

Bij de Weerdsluis met uitzicht op de Dom

Wachten op de zonnewende (Waiting for the solstice)

.

Steeds weer terugkeren naar een plek. Niet omdat je er toevallig langskomt, maar omdat je het wilt. Omdat je er je wortels hebt en je de mooiste momenten met iemand kunt delen.

Een van de vele stegen in Utrecht, met opkomende zomerzon.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

.

Al noem ik mij een gewortelde nomade, ik ben het niet altijd geweest. Emmeloord, mijn geboorteplaats zei me niet zoveel. Toen ik 18 was verhuisde ik naar Zwolle. Toen ik 19 was ging ik een half jaar terug naar Emmeloord. Op mijn twintigste woonde ik in Arnhem. Op mijn 22e vertrok ik naar Leeuwarden. Toen ik 25 was vertrok ik naar Utrecht. Zoeken. Steeds weer verhuizen. Het was een rusteloos bestaan en ik was een slechte slaper. Net goed en wel in Utrecht brak ik mijn been bij een verkeersongeluk. De genezing duurde twee jaar. De beperking deed me goed. Talent kwam nu tot uitdrukking: schrijven, tekenen. Karakter heeft stilte nodig om zich te kunnen vormen.
Mijn been genas. De lange beperking had me rust gegeven en ik was bereid om grondige keuzes te maken. Een paar jaar later ontmoette ik Michiel en hij werd mijn man, een man met diepe wortels. Zijn leven speelde zich af langs de werven, in het middeleeuwse Utrecht. Hij was een hartelijke creatieve ambachtsman. Iedereen in de buurt kende hem. Samen begonnen we een rondvaartbedrijf en zijn wortels vergroeiden met de mijne. Met elkaar voeren we enige jaren over het water en met elkaar deden we het onderhoud. Hard was zijn dood en het leven dat erna kwam. Ik heb alles door mijn handen laten gaan en mijn wortels groeiden dieper en dieper. Tot het jaar 2012.
Toen ik vertrok dacht ik de stad achter me te laten. Maar het is niet zo. Ik ben daar nog steeds. Mijn wortels strekken zich onzichtbaar uit naar dat ene plekje in het centrum van Utrecht. Mijn verhalen worden er nog trouw gelezen. Ik ken de stenen, de bomen, de hoekjes en de mensen. En zij kennen mij.

Dat is precies wat ik denk, als ik de monumentale deur achter me sluit. Hier, bij mijn oude buren, vond ik een hartelijk welkom. Ik kon er blijven slapen. Waar ik vandaag heen moet, is vlakbij. Vandaag draait de film: “Rooted nomad” in het Louis Hartlooper Complex. Het is de docu over mij, waar ik al vaker over sprak. Met een zachte klik valt de deur dicht en ik hoor de echo in de lege gang er achter. De donkergroene verf glimt, alsof er pas geschilderd is. Voor de deur staat een bord met “Te koop”. Mijn oude buren willen weg. “De stad wordt almaar drukker en we hebben nauwelijks een tuin.” Ik doe een paar stappen de stille straat in en vraag me af. Hoeveel mensen denken dat? Wanneer komt de dag, dat iedereen die ik hier ontmoet me vreemd is? Of staan straks al die huizen leeg en woont iedereen “tiny” op het platteland? Op dit moment is er nog niks te merken van drukte. De zon is al op, maar is verborgen achter de huizen. Het wordt een warme dag.

Beneden aan de gracht zijn mensen. Ik hoor gemoedelijk gelach en zacht gepraat. Ik loop naar de gietijzeren reling en kijk naar beneden. Daar zitten de jongens die op de werf wonen. Ik ken ze allebei. Ze kijken omhoog en groeten me. “Kom beneden!” roept de één. Er zijn gasten. Twee jongens en een meisje. Ik ken ze niet. Hun ogen staan helder, hun huid is koffiebruin. Op de tafel staan een paar halfvolle glazen wijn en een lege. Ik loop de trap af en groet ze. “Welkom” zegt Dave. “We hadden hier een mooie nacht. Je maakt nu het staartje mee.” Dave is de bewoner van de werfkelder. Zijn buurman, Daan, kijkt me stralend aan.
“Wat leuk dat je er bent! Ik vond het zo jammer toen ik hoorde dat je gisteren was langs geweest!” Ook de anderen kijken naar me. “Was je toevallig hier?” Vraagt een van de jonge gasten. “Nee” zeg ik. “Ik woonde hier en kom steeds terug. Niet toevallig, maar omdat ik het graag wil”. Ondertussen denk ik: Wat is er toch met dat woordje “toevallig”. Het lijkt te horen bij deze tijd. Misschien is het de persoonlijke levensreis, die steeds individueler lijkt te worden. Je ontmoet wie je tegen moet komen, spreekt niks af en kijkt niet verder dan de dag van morgen. Alles komt vanzelf op je pad. Vernieuwing is een toverwoord. En “Shift”. Ik zie vernieuwing als een zeldzame noodzaak. Een prachtig avontuur, een sluisdeur die opent naar nieuwe wateren. Of een wissel, waar de trein langsgaat. Maar het leven spoort niet met alleen maar wissels. Zeker niet als iedereen zo’n bestaan leidt en er steeds minder mensen zijn die een geregeld leven leiden bij de technische dienst.

De zon komt op en schijnt precies door het steegje aan de overkant. Het is een vertrouwd beeld. Ik kijk ernaar en herinner me de tijd dat ik hier woonde. Het hele jaar was ik omsloten door de hoge muren van de herenhuizen, als een stedelijke vallei. Alleen het water glinsterde in de gracht en stroomde de stad uit, vrij de wijde wereld in. Ik keek ernaar en mijn gedachten stroomden mee. Ik keek naar de weerspiegelingen van de bomen die braken in de bries. Als de zon dan eindelijk kwam, dan stond hij al hoog aan de hemel en scheen fel boven de huizen. Het steegje waar ik nu naar kijk, was niet zomaar een steegje. Ik keek uit naar de dagen rond de zonnewende. Dan kwam het zonlicht precies erdoorheen, vroeg in de ochtend. Hij kwam als een gouden vloed de gracht over, en vloeide mijn werfhuis in. Ik kijk naar de streep van zonlicht op de straatstenen en voel me gelukkig. Daan kijkt er ook naar. Hij woont nu al tien jaar in mijn oude huis. “Zo mooi is dat ..” zegt hij stilletjes. Gastheer Dave praat ondertussen steeds door. Hij zegt dat ik zijn huis eens moet bekijken. Het is hartelijk bedoeld, maar ik negeer hem. Ik kijk naar de zon en dan weer naar Daan. We wisselen een glimlach. “Ik ken het zo goed, dit moment!” zeg ik. Hij steekt zijn hand uit en we geven elkaar de vijf. “Wij begrijpen elkaar!” zeg ik. Daan straalt van genoegen. “Zo is het,” zegt hij ferm.

Je kunt terug gaan naar een stad omdat je hem mooi vindt. Dat doe je dan eens in de tien jaar, op zijn hoogst. Maar nog mooier is het om momenten van schoonheid te kunnen delen. En om te horen hoe het is. Daarom is het, dat ik steeds weer terug ga. Vaker dan zomaar een keer. Het is waarom ik de band onderhoud, met mijn oude buurt én de bewoners. Niet toevallig, maar omdat ik het graag wil. Wortels maken doe je samen.

.

De documentaire “Rooted Nomad” is te zien op 2Doc.nl. Een bijzondere film, ontstaan uit een fijne samenwerking met twee twintigers. Het gaat over deze Friese bodem en de speelse creativiteit die een nieuwe levensfase brengt, na een lang en zwaar afscheid. Het is tegelijkertijd ter nagedachtenis aan Michiel, mijn lieve man, die 20 jaar geleden stierf. De documentaire van Michelle van der Plas en Emma Sidlauska is prachtig geworden en staat nu online:

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html

NEDERLANDS:

ENGELS:

Keep returning to one place. Not because you happen to pass by, but because you want to. Because you have your roots there. That’s why I go back to Utrecht, again and again. I had an early meeting down by the water.

Sjiek jasje in de Domstad

.

Dit is hem

 

 

Ik loop de trap af naar beneden. Een kil briesje waait langs mijn oren, maar de zon schijnt en het water van de Oudegracht schittert in de zon. Daar beneden, aan de kade, is een winkeltje. Met de Utrechtse Dom op de achtergrond, verkopen ze dameskleding. Ik loop naar binnen, de gewelfde ruimte in.
„Dag!“ zeg ik, „Ik wil hier graag iets kopen wat ik nog nooit gekocht heb, een superstrak en degelijk damesjasje.”
De vrouw antwoordt droogjes. „Prima. Daar staat het rek met jasjes.”
Ik loop naar het rek dat ze aangewezen heeft en zoek, tot ik een kleine zwarte heb gevonden met ingenaaide figuurnaadjes.
„Leuk om hier eens binnen te zijn. Ik ben honderden keren voor jullie langs gevaren, met de Plofboot.“ zeg ik vrolijk.
„O? Ben jij van de Plofboot? Maar jij was toch geëmigreerd?“ Ze kijkt me verbaasd aan.
„Nee.“ antwoord ik kort. „Het liep anders.“
„Ah.“
Ze knikt en gaat door met het opvouwen van T-shirts. „Kun je het vinden?“ vraagt ze dan.
Ik kijk naar wat ik in handen heb. „Nou, dit vind ik wel een mooie.“ Ik houd het korte jasje omhoog met de figuurnaadjes. „Ik hoop dat het past. Ik heb mijn opvulbeha niet mee en die moet eronder.“
„Oooo, maar dat wordt lastig. Is het een grote? Als het te groot is dan gaat het kiepen.“
„Nee… niet zo groot. Ik denk dat het wel past.“
„Neem je spullen maar mee naar de kleedkamer. Ik heb hier nog een beha waarmee je het kunt proberen.“
Ik doe de lege bustehouder over mijn hemd en prop hem vol met mijn beenwarmers. T-shirt en jasje erover, klaar. Nu zie ik er opeens heel anders uit. Ik doe het gordijn van de kleedkamer weer open. De verkoopster bekijkt me kritisch.
„Dat kan best.“ zegt ze „als dit de maat is.“
Ik bekijk mezelf in de spiegel. „Dat zal mooi passen bij mijn rode jurk, verleidelijk maar toch heel degelijk. Ik ga met een club van groene aandeelhouders naar de aandeelhouders- vergadering van Shell. Shell van binnenuit bewegen tot een duurzame koers. Dat is de bedoeling. Ze hebben al wat bereikt. Ik vind het wel maf. Straks zit ik daar tussen al die zakenmannen. Die wereld is me volkomen vreemd. Maar als ik er geweest ben dan schrijf ik er een verhaaltje over. Hoe het daar was, met deze kleren aan.” Ik kijk naar de kordate vrouw, die ondertussen naar de kassa loopt.
„Dat is leuk.“ lacht ze.
Tevreden doe ik het jasje uit en reken af.

Ik was in Utrecht om de boeken van Drakenlief te signeren. Er zijn nu zestien van de vijftig verkocht. Vrijdag ben ik in de theetuin van Omslag in Eindhoven met het boek. Daarna ga ik mezelf wijden aan de afbouwfase van de nieuwe wagen. Ik hoop aan het eind van de zomer in mijn fijne nieuwe huisje te kunnen trekken. Dat zal een feestelijk moment zijn! Op dat moment haal ik ook de boeken van Drakenlief weer tevoorschijn, en heb ik alles afgerond voor een vreugdevolle eindpresentatie. Natuurlijk kun je het boek ook nu gewoon bestellen. Mail naar:
tt.alowieke@gmail.com

Theetuin:  http://www.omslag.nl/index.html

.

24 mei ga ik naar de aandeelhoudersvergadering van Shell, samen met de groene club, Follow This.

https://follow-this.org/

Het geluid van de motor is onvergetelijk

.

SAMOFA eencylinder Utrecht.

September 1997.

.
`Hier moet het ongeveer zijn!`roept mijn vriend naar me, vanaf de andere kant van de boot. Hij zit aan het roer, en ik sta voorop. Vanaf het kleine voordek tuur ik naar het troebele water. De schuit, waar we nu op varen, hebben we `Evert` genoemd. We kochten hem van een vriend, die zo heet. Evert is een beste vent en oersterk. Hij is vuilnisman op de vuilnisboot in Utrecht. Al heel lang. De boot waar we nu op varen, is een charmante vuilnisboot uit de jaren zestig. We hebben hem van mooi houten binnenwerk voorzien en in frisse kleuren geschilderd, groen en rood.
Vandaag gaan we op zoek naar een andere boot. We kennen hem maar wat goed, want we komen er elke dag langs. Een prachtschuit is het, al is hij wat verwaarloosd en is er nu geen teken meer van te bekennen. Het is nu een schuilplaats voor de vissen geworden. Wij weten waar hij ongeveer moet liggen, ergens midden in de vaargeul. Maar het bruine, troebele water laat niets zien, van wat er naar de bodem gezonken is. Langzaam zagen we hem zinken, door regenwater. Veel te weinig gehoosd. De eigenaar heeft ons gezegd dat we hem mogen hebben, als het ons lukt om hem boven te krijgen..
Dat laten we ons geen twee keer zeggen, maar het is een zwaar geval. Al is een boot in prima conditie, zinken kan hij altijd. Dat is het lastige, van boten. We gaan deze parel redden van de ondergang. Mijn vriend zit nog altijd aan het roer en kijkt me verwachtingsvol aan. Ik houd de dreghaak in mijn hand en kijk. Hier moet hij ergens liggen, midden in de vaarweg. Ik gooi op goed geluk de lijn uit. Ik wil de haak weer ophalen. Maar hij zit muurvast. Beet! De eerste worp, gelijk raak. Ik ben heel erg blij, maar er is weinig tijd om me over deze voltreffer te verwonderen. Er volgen tien uren van hijsen en trekken. Met tifoor en kettinglier. Dan hebben we hem boven.

.

November 2013

.
Dit werd het begin van een lang verhaal. Het scheepje heeft me veel geleerd. Vorig jaar liet ik het achter, maar een deel van mijn ziel is daar nog. Niet dat ik het mis of er vaak aan denk. Verdrietig ben ik ook niet. De boot zit in mij, en het geluid van de motor is onvergetelijk. Niet alleen voor mijzelf is dat zo. Het is gegrift in de herinnering van velen. Alsof ik daar nog steeds ben. Nog steeds hoor ik dat vroegere buren in de war zijn, als ze het geluid van de motor aan horen komen. `Alowieke!` denken ze dan. Maar dan bedenken ze dat het Alowieke niet meer is, die op de boot zit. Die is vertrokken, en woont nu ergens in een woonwagen. Een ander bevaart de boot.
Ik word er stil van, hoe het leven soms zijn wending neemt. Ik heb het destijds niet zelf verzonnen, dat een vervoermiddel mijn leven zou bepalen. Ik heb ook niet bedacht dat ik hier zou komen te wonen, op deze plek in Brabant. En dat Dick hier elke week naar toe zou komen fietsen. Ik heb geen idee hoelang ik hier blijf. De meest ingrijpende gebeurtenissen van mijn leven bepaal ik niet zelf, die komen naar me toe. Er komt een moment dat ik precies weet waar ik moet zoeken. Daar aangekomen gooi ik weer mijn haak uit. Ik heb hem nog steeds bij me. En dan trekken maar. Lekker hijsen, tot het zweet me van de rug loopt.

Er zijn talloze gelegenheden die ik zou willen laten zien, bijvoorbeeld hoe een hele groep Afrikanen uit hun dak ging en bij het ritme van de motor overal op begon te slaan, tot de boot een groot ritmefeest was. Maar daar zijn geen beelden van. Dit filmpje is het enige wat ik kon vinden.

.

.

.

Vijftien jaar

Deze boom is ontsproten uit mijn verbeelding maar blijkt echt te bestaan.  Dit is de boom die ik voor me zie, wat ik heb later groeien door mijn aanwezigheid.
Deze boom is ontsproten uit mijn verbeelding maar blijkt echt te bestaan. Het is de boom van “Zijn”.

.

Vijftien jaar leefde ik in het hartje van een oude stad. Het leek een eeuwigheid. Mijn leven in Utrecht. Vorig jaar heb ik dit grootste project van mijn leven afgerond.
Toen ik twee-en-dertig was, ben ik terechtgekomen op een bijzondere plek. Een middeleeuwse werfkelder in Utrecht aan de gracht. Ik woonde er met mijn vriend, hij was hier al lang bezig als houtdraaier, en iedereen kende hem. Het was een rustige plek, eeuwenoud en daar, onder grote platanen en kastanjes gebeurde het. Ik woonde en werkte er, ik was er altijd en mensen om mij heen dachten dat ik nooit meer weg zou gaan. Ik voer rond in de oude boot met gasten, jaar in jaar uit, dezelfde route. Ik kende elk nest langs de oever en kende vele verhalen. Ik kluste aan schuiten, vertelde over de plek en de stad. Er kwamen vaak wandelaars langs. Soms werd ik verrast door boeiende gesprekken. Ik zorgde voor de plek, en voor het huis met een aandacht die tot in de diepste poriën ging. Ik ben met mijn vriend getrouwd en ik heb gerouwd. Ik ben alleen verdergegaan toen hij stierf. Dat was zwaar en dikwijls wilde ik alleen maar de stad uit, in de natuur leven. Maar dat kon niet. Ik moest hier zijn, ik moest het afmaken.

Ik wil vanuit die geschiedenis vertellen wat er kan groeien als je vijftien jaar lang bijna al je energie op één plek investeert. In de permacultuur worden er vijf zones benoemd rond je huis. Zone vijf is de wildernis. Er was de kleine gezellige winkelstraat om de hoek waar ik voor alles terecht kon, en waar mensen waren. Maar niet minder was het de wilde natuur in de stad, die mij kracht en voedsel gaf. Alleen al de winterkoning met zijn heldere gefluit, die voor zijn nest op zoek was naar spinnenwebben in mijn boot. Zijn nest was een prachtig rond bouwseltje verborgen in de klimop van de oude kastanjeboom. Ik werd vrolijk als ik ernaar keek.
Iedereen kende de geschiedenis van deze plek, iedereen kende mijn overleden vriend, de schipper en de houtdraaier. De wortels ervan gingen door heel de buurt. Toen ik tien jaar na zijn dood afscheid nam, zei een buurman: „Dat jij nou weggaat, het is alsof de boom voor mijn huis wordt omgekapt.”

Ik was daar, waar ik moest zijn. Mijn energie concentreerde zich op die ene plek. Wat belangrijk voor je is, hoort dichtbij. Op een plek die vruchtbaar is voor dat, wat je wil laten groeien. Als je iets of iemand nodig hebt, dan kan je er makkelijk bij. Alle zones dichtbij huis.
Met veel geduld en toewijding kan er iets moois uit komen. De vruchten worden vol en sappig, en iedereen wil ze hebben. Als je van hot naar her moet, om te kunnen doen wat je wilt, dan zijn de vruchten ook kleiner en droger. En soms zijn er zaken die dringend vragen om afronding, om opnieuw vruchtbare grond te maken.
Ik heb gekozen, keer op keer. Dat, waar ik zwaar en moe van werd, en wat niets meer aan mijn leven toevoegde, haalde ik weg en maakte ik tot voeding voor wat nodig was. Steeds weer heb ik gekozen om hier te zijn en daarvoor te gaan. Al wilde ik dikwijls vluchten. Weg, naar de wildernis. Maar ik deed het niet. Ik bleef.

Wat ik hielp groeien was als een boom. De vruchten waren groot, de takken hingen zwaar over. Ik wist dat mijn tijd hier bijna voorbij was. Het was tijd om het over te dragen aan een ander. Al mijn energie had ik er geïnvesteerd. Ik was één met de plek. Zelfs als ik even weg was, dan was een deel van mij nog thuis. Ik wist instinctief wanneer ik terug moest, om wat voor reden dan ook. Ook op het moment dat er twee mannen voor de deur stonden. Het bord dat mijn huis te koop was, stond net een uur in de tuin. Ze hadden het gezien. Ze kwamen van ver en het leken me aardige lui. Ik parkeerde mijn fiets tegen de reling en liep de trap af, de werf op, naar ze toe. Ik liet ze binnen. Een paar uur later was het feit daar. Het bord in de tuin kon ik weghalen.
Lang heb ik verlangd naar een plek met meer ruimte om me heen en waar ik rustig en eenvoudig kon leven met minder spullen. Ik had me er bij neergelegd dat het nog best een tijdje kon duren, voor de mogelijkheid zich zou openen. En dan is het opeens zover. Het gaat om energie, over dingen laten rijpen, zo dicht mogelijk bij jezelf. Laten rijpen en groeien. Alle zones dichtbij huis.