Soms hoor ik mensen verzuchten, ik weet niet wat er straks allemaal gaat gebeuren, als het tijdperk van goedkope energie voorbij is, maar het ergste wat ik zou kunnen missen is mijn wasmachine……!
Mijn was had zich aardig opgestapeld, het kleine mandje op de plank was al vol, met een kop erbovenop. Ik had me afgevraagd wat ik ermee moest doen. Normaal gesproken doe ik hier de was met een teiltje, en daarna in de centrifuge, die hier in de wasruimte staat. Vroeger hadden we thuis ook eentje, een gele met een zwarte deksel. Mijn moeder had me goed uitgelegd hoe het moest. Het gewicht moet je goed verdelen door de was er luchtig in te leggen, je mag niet proppen en ook niet tot de rand toe vol laden. Ik had toch iets niet goed gedaan, die vorige keer. Dat ding stond een paar momenten flink te schudden en daarna deed hij het niet meer.
En de dagen werden korter en natter. Ik vroeg me af of de was nog wel kon drogen in de herfst, of dat ik bij vrienden aan moest kloppen. Of naar Tilburg, een uur reizen van hier, daar is wel een wasserette. Haha.
De lucht is warm vanmiddag en er staat een fikse wind. Een lage wolkenlucht hangt in flarden boven het Brabantse land. Nu moet ik de was gaan doen, bedenk ik me en aarzel geen moment. Ik loop naar de wasruimte en pak de grote gele wasbak onder de gootsteen vandaan. De kleine biezen mand zet ik in het midden op de grote tafel die in de ruimte staat. Een mooie gelegenheid om mijn armspieren weer eens flink te gebruiken, denk ik terwijl ik het ecowasmiddel door het water roer. Ik doe de rubber handschoenen aan en pak eerst het laken. Ik kneed en boen er flink in, zoals ik wasvrouwen dat heb zien doen in films, lekker. De wasvrouwen van vroeger herkende je zo, die hadden vaak enorm gespierde armen, daar kunnen wij in onze tijd niet meer tegenop… In derde wereldlanden weten ze ook nog hoe ze moeten boenen. Een vriendin van me was in de Filipijnen geweest. Samen met de vrouwen uit het dorp had ze staan wassen. Ze hadden haar uitgelachen en in hun ogen zat ze maar wat te roeren in het soppie, zo werd het toch nooit schoon! Boenen moest je, kneden! Bovendien hadden ze het heel praktisch bedacht, in hun armoede. Ze hadden maar twee stel kleren, en elke dag wasten ze het ene uit en droegen het andere. Dat is pas efficient! Er hangt hier nog van alles waar ik afstand van moet doen om zover te zijn als deze vrouwen. Dat alles bedenk ik me terwijl ik net zo hard probeer de kneden in de was als de wasvrouwen, die ik me voor de geest haal.
Als het laken klaar is knoop ik het aan één kant aan de droogmolen en wring het net zolang uit totdat er geen druppeltje meer uit komt. Dan hang ik het op, aan twee hoeken van de vierkante molen met aan elke kant een knijper erbij. Het zijn slappe dunne knijpertjes en eigenlijk weet ik dondersgoed dat het alleen maar aanmaakhoutjes zijn. Het waait hard. Het laken blijft aan de hoeken hangen, de molen tolt rond als en gek, en de knijpers vliegen onmiddellijk de lucht in. Het laken fladdert wild heen en weer in de wind en belandt dan met een boogje in het gras. Het moet anders kunnen. Niet voor niets was ik de afgelopen 17 jaar scheepsvrouw. Ik herinner me de truc met het touw. Gedraaid touw moet ik hebben en natuurlijk heb ik dat nog. Een mooi lang eind en aan het einde zit de dreghaak, die mijn eigen ouwe Chieltje nog heeft gemaakt, toen hij leefde.
Meteen ga ik het halen en ik hang het ene eind aan een perenboom, en het andere eind aan de droogmolen. Die staat nu meteen een stuk steviger, en tolt niet meer als een gek rond in de harde wind. Ik draai een opening in het touw en prop de punt van het laken er in. Aan de andere kant doe ik hetzelfde. Tevreden kijk ik naar het resultaat. De wind rukt en trekt woest aan het groene stuk textiel, maar dat hangt stormvast aan de lijn!
Dan ga ik verder met de rest van de was. Het voordeel van alles één voor één te doen is, dat ik precies kan zien hoe vies ik het gemaakt heb en ik heb nog nooit met zoveel genoegen wit echt wit zien worden. Ik doe de was met een aandacht die ik er nog nooit op die manier aan besteed heb.
Als alle sokken en onderbroeken een beurt hebben gehad hang ik ze net zo op als het laken. Tot mijn verrassing is dat al kurkdroog! Zo eenvoudig is het dus, de was doen. Ik hoef helemaal niet met een zak te sjouwen naar een verre wasmachien. Laat mij maar lekker soppen en zien hoe mooi de wind mijn laken bolblaast.

















