Bèèèèèèèèèh!

.

.

Ik voel me als een druppel in de golf van de tijd. “Bèèèèèh” zegt het schaap. 

 

Het is nu echt januari. Ik kijk uit het raam. Dick is net weg. Dit keer hoeft hij nìet door de regen. Hij kan in de zon naar huis. Maar koud is het wel. Ik geniet van het witte winterlicht. Het is zo helder.

De schapen voor het raam hebben van de wei een modderpoel gemaakt. Het gras is geel en ligt slap in de drab. De madelieven zijn verdwenen. Het verborgen leven rust in zompige aarde tot het tijd is. En met het terugkerende licht wordt het popelen om lente bijna hoorbaar, als een terugkerend refrein, luider en luider.

Het is een tijd vol veranderingen. Tegelijkertijd gaat het traag, voor wie de wereld anders wil zien. In de winter is alles extra traag. Voor mij is dat juist goed. Al jaren leef ik in het ritme van het licht en pas er mijn dagen en werkzaamheden op aan. De winter is een tijd voor denkwerk, om plannen uit te werken.
Voor me heb ik een vel papier. Het is een werklijstje. Het zijn allemaal restjes werk, bij elkaar geveegd van het laatste jaar, de laatste dingen. Maar dit jaar wordt alles anders. Dat weet ik. Ik vraag me af of het nog klopt, wat ik te doen heb. Ik maak daarom geen haast. Nieuwe plannen krijgen langzaam vorm in mijn gedachten. Ik pak ze beet en leg ze weer neer. In de lente, ja, dán gebeurt het. Dat weet ik.
De schapen staren naar me, door mijn raam. Ik kijk terug. Ik voel me als een druppel in de golf van de tijd. “Bèèèèèèèèèh”, zegt het schaap en kijkt naar het hek. Er komt iemand aan.

.

.

Een echt huisje!

.

-Een-echt-huisje-kl-frm

.

Met een grote lap ongebleekt katoen staan we in de nieuwe wagen. Dick heeft de ene kant beet, ik de andere. De stof is stug en dik en een beetje nat, omdat ik net de kreukels eruit heb gestreken. Dat was een heel spektakel in de koude wasruimte. De natgemaakte stof stoomde en siste met grote wolken damp, bij de aanraking van het hete strijkijzer. Ik kijk naar de dikke geelwitte lap. Het is mooi glad geworden. En nu moet het omhoog, tussen de grijze schapenwol en de essenhouten bogen in. Een lekker zacht plafond wil ik, gedragen door gebogen houten ribben. Zo’n plafond dat het net lijkt alsof je Jonas in de walvis bent, als een heel groot lichaam en wij koesteren ons in de buik. En het gaat lukken! Vandaag gaat deze droom in vervulling.

We kijken peinzend omhoog. „Ik denk toch dat eerst de wol er in moet en daarna de stof er onderdoor.“ Dick kijkt me nadenkend aan. „Nee,“ antwoord ik resoluut „Ik wil het in één keer doen.“ Ik pak de isolatie, die in passende stukken op de grond ligt en de lap. Ik houd beide omhoog. Tussen wol en laken zie ik nog net zijn gezicht. Dick knikt, bij wijze van instemming. Omdat het mijn wagen is, is mijn wil wet. Dat is prettig, ik luister, denk na en beslis. Er zijn nooit oeverloze discussies en alles gaat voorspoedig.
We pakken de wol beet, met de punten van de stof, net zoals je een dekbed beetpakt als het laken er om moet. „De stof moet wèl aan de onderkant hè,“ lacht mijn vriend met zijn brede grijns“. „Jaja!” Ik lach blij, spinnend van genoegen dat het nu eindelijk zover is. We draaien met de onhandige massa. Goed beet blijven houden, anders vallen de stukken er uit.
„Ja! Ik sta klaar, toe maar!”
De massa hangt als een dikke slappe buik om mij heen. Ik zie niets meer. Ergens voor me staat Dick. Die is een kop groter dan ik, voor hem is het een makkie om het spul tussen de essenhouten bogen van het dak te duwen.

Ik sta achter hem en houd alles omhoog, zodat hij verder kan trekken. Het doet me denken aan die keer dat mijn moeder zware gordijnen naaide en ik zorgde voor een vlekkeloze stofaanvoer. Bij veel wat ik doe denk ik wel aan iemand, van wie ik leerde. Mijn moeder lijkt toch stilletjes aanwezig, hoewel ze er al een tijdje niet meer is. Net als mijn man, die een goeie hout- en metaalbewerker was, een soort uitvinder eigenlijk. Op mijn zevenendertigste verliet hij deze wereld.
Hij zou trots op me zijn. „Je bent een tijger!” Dat zou hij zeggen. Hij was het die mij op het spoor van houtbewerking bracht, hoewel ik op het punt stond carrière te maken met mijn tekenwerk. Ik leerde met mijn handen werken en ontdekte dat ik echt handig was!

Ik heb mijn schepen achter me verbrand en nu bouw ik deze woonwagen. Ik doe het niet alleen, nee, er zijn helpers. Het zijn alle mensen van wie ik leerde. Ze kijken stilletjes mee, over mijn schouder.

.

aankomst wagen details 008

December 2014 bracht de smid het onderstel,
Een prachtige uitvoering van de ontwerptekening
die ik had gemaakt.
Hoe lang lijkt dat geleden!

.

Ik hoor het regelmatig. „De wagen is ècht van jòu, dat straalt er van af!“ Dat is een mooi compliment, maar toch… Het is ook van mijn moeder, die nooit bij de pakken neerzat en overal een oplossing voor zocht. En van mijn lieve, o zo handige man die zo snel uit mijn leven verdween. En hoe kwamen deze kleuren tot stand, het prachtige jasje, dat mijn nieuwe huisje heeft gekregen? Uiteindelijk was het zijn vriend Allard Elout, die mij hier toe inspireerde. Ook hij had een sterke band met de natuur. Allard was een zeer toegewijd kunstenaar en een gevoelige man. Hij overleed op hetzelfde moment dat ik de kwast in de hand nam. Ik wist het niet en hoorde het later. Het is één van de vele bijzonderheden aan deze wagen…
En natuurlijk heb ik veel gehad aan Dick, met wie ik zo heerlijk kan overleggen. En ach, er zijn veel meer mensen die helpen. Sommigen weten het helemaal niet, dat ze me inspireren.

We laten onze armen zakken en kijken naar het resultaat, een zacht plafond, met lichte ritmische golven, als binnenkant van een buik. De essenhouten bogen zijn sterk en puur. „Wat heb je dat mooi bedacht!“ Dick kijkt bewonderend, zijn grijze krullen raken nèt niet het dak. „Het is nu een echt huisje aan het worden,“ zegt hij zacht. Mijn blik glijd over de ronde vormen en ik zie dat het goed is. Mijn droom wordt werkelijkheid.

Waar een droom is, is een begin. En waar een wil is, is een weg. Inspiratie is overal. We hoeven het alleen maar te vangen en er samen mee te spelen, als kinderen. Spelen, alsof het een bal is, die steeds van vorm en kleur verandert, telkens wanneer hij in handen komt van weer een ander, uniek mens. Laten we hiermee doorgaan. Hoe groot de chaos ook lijkt te zijn. Uiteindelijk ontstaat er iets prachtigs.

.

.

Juffrouw Kolibri

Ik herinner me het eerste jaar dat ik in Utrecht woonde, in een rustig deel van de binnenstad. Ik lag graag op het dak om naar de gierzwaluwen te kijken, en verwonderde me hoe ze altijd maar door vlogen. De kolibri is familie van ze. Van oorsprong komen ze uit Zuid Amerika.

Het vogeltje heeft een lange snavel, die ze in de kroonbuis van de bloem kan steken. Om bij de nectar te komen moeten ze hun tong uitrollen. Ze kunnen achter uit vliegen en bijna zwevend tot stilstand komen, terwijl ze nectar verzamelen met hun lange tong. Er is geen andere vogel die dit kan.
Ze kunnen manouvrerenen als een helikopter. Niet alleen recht omhoog, maar ook naar achteren. Hun vleugelslag is niet te volgen, zo snel. Deze vliegtechniek vraagt zoveel energie dat ze altijd moeten blijven eten, en van bloem naar bloem blijven gaan. Ze houden alleen stil als het nacht is.
Toch krijgt de kleine vogel uit Zuid Amerika het voor elkaar om elk jaar van Brazilie naar Canada te vliegen en terug. En dat zonder te eten.
Ze kunnen zo snel bewegen, dat ze per seconde 385 keer hun eigen lichaamslengte afleggen. Bij het afremmen, dat met het spreiden van de vleugels gebeurt, ontstaat er een druk van negen keer de zwaartekracht. Een mens zou bij deze druk het bewustzijn verliezen.
Niemand snapt hoe het kleine dier dit alles voor elkaar krijgt. En toch doet ze het. Daarom staat de kolibri symbool voor het onmogelijke. Ze is boodschapper, brenger van berichten. Brengt verleden en toekomst bij elkaar in wijsheid. Ze is beweeglijkheid in rust.

Vele inheemse volkeren zien de kolibri als een symbool om snel tot de kern van een zaak te kunnen komen. De nectar van de bloemen is diep verborgen in het hart van de bloem. De kolibri weet erbij te komen, in een mum van tijd. De bloemen zijn helderrood en oranje, om de kolibri te lokken. Diep in de bloemkelk is veel nectar te vinden, als beloning.
De omhoogvliegende vogel en haar voorkeur voor heldere warme kleuren, symboliseert optimisme, vreugdevol leven en transformatie. Ze vliegt vanuit de diepte omhoog, het licht tegemoet en leven, waarin ze zich kan voeden met een overvloed aan zoete nectar. De extreme uitdagingen die ze weet te volbrengen, maakt dat ze nog dieper in de kelken kan komen. De verscheidenheid aan bloemen is groot, er is alle keus. Behalve als het langdurig regent en bloemkelken zich sluiten. Dan is het even afzien voor Kolibri.

.
Een juffrouw Kolibri zorgt dat ze licht is. Aan spullen bewaart ze alleen het nodige, dan is er rust en toch beweeglijkheid. Ze is waakzaam en reageert onmiddellijk als ze iets ziet wat haar nodig heeft. Rode, oranje bloemen. De bloemen hebben de Kolibri nodig, en een Juffrouw Kolibri de bloemen. Om te leven en te laten leven.