Een echt huisje!

.

-Een-echt-huisje-kl-frm

.

Met een grote lap ongebleekt katoen staan we in de nieuwe wagen. Dick heeft de ene kant beet, ik de andere. De stof is stug en dik en een beetje nat, omdat ik net de kreukels eruit heb gestreken. Dat was een heel spektakel in de koude wasruimte. De natgemaakte stof stoomde en siste met grote wolken damp, bij de aanraking van het hete strijkijzer. Ik kijk naar de dikke geelwitte lap. Het is mooi glad geworden. En nu moet het omhoog, tussen de grijze schapenwol en de essenhouten bogen in. Een lekker zacht plafond wil ik, gedragen door gebogen houten ribben. Zo’n plafond dat het net lijkt alsof je Jonas in de walvis bent, als een heel groot lichaam en wij koesteren ons in de buik. En het gaat lukken! Vandaag gaat deze droom in vervulling.

We kijken peinzend omhoog. „Ik denk toch dat eerst de wol er in moet en daarna de stof er onderdoor.“ Dick kijkt me nadenkend aan. „Nee,“ antwoord ik resoluut „Ik wil het in één keer doen.“ Ik pak de isolatie, die in passende stukken op de grond ligt en de lap. Ik houd beide omhoog. Tussen wol en laken zie ik nog net zijn gezicht. Dick knikt, bij wijze van instemming. Omdat het mijn wagen is, is mijn wil wet. Dat is prettig, ik luister, denk na en beslis. Er zijn nooit oeverloze discussies en alles gaat voorspoedig.
We pakken de wol beet, met de punten van de stof, net zoals je een dekbed beetpakt als het laken er om moet. „De stof moet wèl aan de onderkant hè,“ lacht mijn vriend met zijn brede grijns“. „Jaja!” Ik lach blij, spinnend van genoegen dat het nu eindelijk zover is. We draaien met de onhandige massa. Goed beet blijven houden, anders vallen de stukken er uit.
„Ja! Ik sta klaar, toe maar!”
De massa hangt als een dikke slappe buik om mij heen. Ik zie niets meer. Ergens voor me staat Dick. Die is een kop groter dan ik, voor hem is het een makkie om het spul tussen de essenhouten bogen van het dak te duwen.

Ik sta achter hem en houd alles omhoog, zodat hij verder kan trekken. Het doet me denken aan die keer dat mijn moeder zware gordijnen naaide en ik zorgde voor een vlekkeloze stofaanvoer. Bij veel wat ik doe denk ik wel aan iemand, van wie ik leerde. Mijn moeder lijkt toch stilletjes aanwezig, hoewel ze er al een tijdje niet meer is. Net als mijn man, die een goeie hout- en metaalbewerker was, een soort uitvinder eigenlijk. Op mijn zevenendertigste verliet hij deze wereld.
Hij zou trots op me zijn. „Je bent een tijger!” Dat zou hij zeggen. Hij was het die mij op het spoor van houtbewerking bracht, hoewel ik op het punt stond carrière te maken met mijn tekenwerk. Ik leerde met mijn handen werken en ontdekte dat ik echt handig was!

Ik heb mijn schepen achter me verbrand en nu bouw ik deze woonwagen. Ik doe het niet alleen, nee, er zijn helpers. Het zijn alle mensen van wie ik leerde. Ze kijken stilletjes mee, over mijn schouder.

.

aankomst wagen details 008

December 2014 bracht de smid het onderstel,
Een prachtige uitvoering van de ontwerptekening
die ik had gemaakt.
Hoe lang lijkt dat geleden!

.

Ik hoor het regelmatig. „De wagen is ècht van jòu, dat straalt er van af!“ Dat is een mooi compliment, maar toch… Het is ook van mijn moeder, die nooit bij de pakken neerzat en overal een oplossing voor zocht. En van mijn lieve, o zo handige man die zo snel uit mijn leven verdween. En hoe kwamen deze kleuren tot stand, het prachtige jasje, dat mijn nieuwe huisje heeft gekregen? Uiteindelijk was het zijn vriend Allard Elout, die mij hier toe inspireerde. Ook hij had een sterke band met de natuur. Allard was een zeer toegewijd kunstenaar en een gevoelige man. Hij overleed op hetzelfde moment dat ik de kwast in de hand nam. Ik wist het niet en hoorde het later. Het is één van de vele bijzonderheden aan deze wagen…
En natuurlijk heb ik veel gehad aan Dick, met wie ik zo heerlijk kan overleggen. En ach, er zijn veel meer mensen die helpen. Sommigen weten het helemaal niet, dat ze me inspireren.

We laten onze armen zakken en kijken naar het resultaat, een zacht plafond, met lichte ritmische golven, als binnenkant van een buik. De essenhouten bogen zijn sterk en puur. „Wat heb je dat mooi bedacht!“ Dick kijkt bewonderend, zijn grijze krullen raken nèt niet het dak. „Het is nu een echt huisje aan het worden,“ zegt hij zacht. Mijn blik glijd over de ronde vormen en ik zie dat het goed is. Mijn droom wordt werkelijkheid.

Waar een droom is, is een begin. En waar een wil is, is een weg. Inspiratie is overal. We hoeven het alleen maar te vangen en er samen mee te spelen, als kinderen. Spelen, alsof het een bal is, die steeds van vorm en kleur verandert, telkens wanneer hij in handen komt van weer een ander, uniek mens. Laten we hiermee doorgaan. Hoe groot de chaos ook lijkt te zijn. Uiteindelijk ontstaat er iets prachtigs.

.

.

Het hart beslist

.

.

Harten-Aas-kl-frm

.

Het is bijna twee uur. De lage herfstzon schijnt door kale takken van de bomen. Er is geen wind en ik hoor alleen het opgewekte gekwinkeleer van koolmezen en een winterkoning, die in mijn buurt naar beestjes zoekt.
Ik sta op het punt om het laatste scharniergat in de deurpost uit te hakken. Met de dag word ik blijer, want o, wat wordt het mooi. Zes weken geleden begon ik met het maken van de deuren, acht in totaal, vier voordeurtjes, vier achterdeurtjes, allemaal geïsoleerd en met raampjes erin. Aanvankelijk verloor ik bijna mijn hoofd, bij het klaarmaken van de meer dan honderd onderdelen die ik allemaal precies op maat moest zien te krijgen. En dat was nog maar het begin. Mijn wagen komt tjokvol deurtjes, luiken en luikjes en het gaat allemaal piekfijn passen. Straks kijk je je ogen uit, zoveel is er te zien!
Mijn beitel is vlijmscherp geslepen, de houten klopper ligt klaar om te pakken. De zon is heerlijk. Nu ik zoveel buiten ben, besef ik de kracht er van en hoe opwekkend het is om al dat licht in me op te nemen en de frisse lucht in te ademen. Ik wilde de klopper pakken, maar halverwege de beweging draai ik me om en geniet met volle teugen van de zon in mijn gezicht. Ik knijp mijn ogen net niet dicht en kijk door een spleetje, als een kat die zich koestert.

Dan hoor ik mannenstemmen. „Hallo, is daar iemand?“
Ik kom achter de woonwagen vandaan. „Ja! Ik hier!“
„Wij zoeken Alowieke.“
„Dat ben ik!“ Vrolijk kijk ik ze aan. „Dan moeten jullie Jaap en Dennis zijn.“ Ik steek mijn hand uit ter kennismaking.
Ze wilden komen kijken. En ideeën op doen. Ze hebben taart meegenomen. Ze willen zelf óók een wagen bouwen en misschien het wonen in een huis voorgoed de rug toekeren. Jaap kan met paarden omgaan en is handig. Hij loopt meteen een rondje om mijn wagen en kan zijn ogen niet afhouden van de stalen onderkant. „Mooi onderstel!” Hij zakt door zijn knieeën om eronder te kijken en knikt nog eens vol bewondering. Zijn vriend Dennis kijkt afkeurend naar zijn kont. „Niet alleen het onderstel is mooi hoor!“ Dennis is de meest artistieke van de twee. Ik lach naar Dennis, blij met het compliment. „Ik snap het wel, dit is waar Jaap nu mee bezig is, dus dat interesseert hem het meest.“ Dennis knikt.
„We moeten een sterk onderstel hebben en sterke paarden,“ verklaart Jaap. „Dennis gaat mee op één voorwaarde. Zijn harp moet óók mee. En die weegt wat. Maar het geheel moet zo licht mogelijk worden!“
Ik help de jongens met informatie en beantwoord hun vragen. We eten taart bij de warme kachel en voor we het in de gaten hebben is het schemerig. „We moeten weg Dennis! We willen nog meer zien vandaag.“
Ze verdwijnen over het veld. Ik wuif ze na tot ik ze niet meer kan zien.

Ze zijn niet de enigen met plannen. Handen beginnen te jeuken. Fantasieën, voorheen nog als een ei in een nest, beginnen nu haarfijne scheurtjes te vertonen. Als een ongeduldig kuiken dat het krappe ei zat is, maar nu naar buiten wil en licht wil zien. Er wordt gebouwd aan kleinere huisjes om eenvoudiger te leven. In Nederland ontstaan op veel plekken buurttuinen. In steeds meer landen worden hele wouden ingepland, zoals in India en Ethiopië en er worden voedselbossen ontworpen. Er wordt hard gewerkt aan alternatieve energie en ook ik kan vol trots de panelen op mijn dak laten zien. De schaduw van de oude wereld met zijn grote verzwelgende voetafdruk is nog steeds groot. Maar de kiemen van een nieuwe wereld zijn er al. Het borrelt! Wat zullen al die geïnspireerde acties met elkaar teweeg brengen?
Ik ben heel nieuwsgierig naar het komende jaar, 2017!

.

Harten Aas

Hoe zwarter de schaduw, hoe sterker de bron
kijk waar je bent
want altijd
ergens is de zon

Vergeet voor even het verstand
en vind een hart, gezond als wat
want dat begrijpt in welk verband,
kiest zonder twijfelen haar pad

Het is niet bang en vol vertrouwen
zal het ontvangen en weer geven
en altijd kiest zij
zonder aarzelen
voor leven.

.

Het thema “Volg je hart”, komt dit jaar op allerlei plekken terug. Het is de tijd ervoor. Ook Marc Siepman geeft workshops en lezingen over dit onderwerp. Doe wat je hart je ingeeft, en werk niet alleen om geld te verdienen. Wij zijn er dankzij de planeet Aarde. Hoe kunnen wij voor haar zorgen?

https://marcsiepman.nl/workshop-voor-wat-hoort-niks/

 

Gedachten bij ondergaande zon

Ik schreef dit blog vlak voor de nacht dat Trump de Amerikaanse verkiezingen won. Mensen zijn bang dat hier het zelfde gebeurt. Ik kan het me voorstellen. Maar ik ben niet bang. Ik duim voor de indianen in Dakota, met hun strijd voor schoon water, dat leven betekent. Ook in dit verhaal denk ik aan water, dat vloeit waar het niet gaan kan.

.

zonsondergang-met-nieuwe-wagen

.

Ik wil de zon zien ondergaan. Veel te lang heb ik het gemist, toen ik onder de grond in een Utrechtse catacombe woonde. Elke avond haal ik het in, als hij er is tenminste. Vandaag heb ik geluk, vlak voor een dik wolkenpakket de hemel in beslag neemt. Op mijn buik lig ik voor het grote raam en zie de lucht oranje kleuren. Ik kijk ernaar en overdenk de dag.

Vandaag heb ik aan de deuren gewerkt. Hele dikke deuren zijn het, want er komt een dikke laag wol in. De wol houdt de kou en de hitte tegen. Acht centimeter voor een huisje van dertien kubieke meter. Ik hoef maar een scheet te laten en het is al warm.
Of Nederland nou in een nieuwe ijstijd terecht komt of in een subtropisch klimaat met heftige stormen en slagregens, met mijn kleine wooncocon kan ik er vast tegen. De woonwagen wordt warm, sterk en veerkrachtig, net als ik. Mijn wagen groeit met mij mee, met wie ik ben en wat ik wens.
Waar gaan we heen? Ik hoop dat ik nog veel lieve, dappere en talentvolle mensen ontmoet. Mensen die niet in de eerste plaats aan zichzelf denken, maar die met elkaar werken aan iets moois. Gewoon, omdat ze er blij van worden.

Ik denk aan het landschapsboek dat ik zou willen maken. Ik zou graag rondreizen in het Nederland van de vroege middeleeuwen, toen het water nog kon gaan waar het wilde. Dat is al bijna duizend jaar geleden. Al zolang heeft elke vierkante meter van ons land een geplande bestemming. Wij moeten het water onder controle houden, anders wordt het ons de baas. Dat is een machtig mooi gegeven. Water fascineert me. Misschien ga ik daar iets mee doen, wordt dat mijn rode draad. Verhalen over het water, wat het neemt en wat het geeft, aan mensen en dieren, aan bomen en planten. Mijn tekeningen zullen weerspiegelingen laten zien en patronen die ze achter laat in het zand. Ik kan de wortels van de bomen tekenen, die als lange vingers de bodem in dringen om het kostbare vocht te bemachtigen en veel meer nog. Verder en verder vloeit het. Je weet nooit waar het uit komt. Vloeibare inspiratie blijft eeuwig verrassen. Zoals kinderen tijdloos bezig kunnen zijn met een schepje en een emmertje en tot hun verwondering iets kunnen maken waar ze versteld van staan…. Ik laat het verder stromen, ik zie het komen en weer gaan. Water komt overal. Water kan bergen verzetten, op lange duur.

De zon is nu bijna onder. Het wordt kouder. Ik trek een fleece deken over mijn schouders. Het wordt een koude nacht. Mijn nieuwe wagen wordt veel warmer dan deze, knusser ook. Wat zal ik daar fijn kunnen werken, diep in mijn wollen hol en praten met vrienden en kijken naar nog veel meer zonsondergangen. Nog even en het is er. Als de deuren erin zitten, dan ben ik al een heel eind.

.

.

bouwen-woonwagen-voordeur-kl-frm

.

bouwen-voordeuren-kl-frmbouwen-werkplaats-2-kl-frm

.

bouwen-woonwagen-voordeuren-dubbel-kl-frm

.

.

.

.VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Nyncke Lingsma, zo noem ik het gewoonlijk, maar dit keer is het het laatste boek uit de doos.

In de boekenkast van mijn moeder, kwam ik een lievelingsboek tegen, wat ik haar zelf heb gegeven in 1991, ik geloof dat ze het zelf nooit heeft gelezen, het zag er zo nieuw uit.
Nu ligt het ergens in de doos met spullen van haar. Ik kan het nog niet opbrengen om de doos te openen en het boek te pakken. Ik heb dus geen passage voor in de voetnoot. Het verlies is te vers. Maar Winnie de Poeh staat hoog op mijn lijstje.
Winnie met zijn filosofische eenvoud heart-emoticon
.
.

nyncker-voetnoot

.

.

.

.

Op weg naar een lichtere wereld.

zonsondergang-met-nieuwe-wagen.

.

Een kijkje in de wagen na een mistige nacht

.

ramen-met-mist-binnen-kl-frm

.

Met een zucht klap ik mijn laptop dicht. Ik ben anderhalf uur verder en eindelijk, na veel kijken en vergelijken, heb ik de laatste bestellingen kunnen doen. Een cirkelzaagblad, een nieuwe accuboor en twee sloten. Elke keer als de postbode komt denk ik, nu heb ik alles, nou hoeft er niks meer bij. Mispoes! Steeds is er weer iets waar ik niet aan gedacht heb, of het is gereedschap wat ermee op houdt, of ik heb in mijn rekensom een fout gemaakt, waardoor ik niet alles heb meegeteld, zoals met de schapenwol. Als je de berg isolatiemateriaal ziet, die er in dat kleine huisje gaat, dan geloof je je ogen niet. Toch verdwijnt het allemaal in wanden, muren, deuren, in het dak en in de vloer.

Ik loop naar de wagen en de werkplaats, in de andere hoek van het veld. Ik ben benieuwd hoeveel condens er tegen het dak aan zit en bij de ramen. Het was vannacht weer koud en erg mistig. Ik duw het doorzichtige bouwzeil opzij, dat ik er voor heb gehangen, tegen de koude oostenwind. Dan stap ik via het omgekeerde kistje op het kleine bordes, loop door de dikke holle deurposten heen die een mooi poortje vormen. De deurtjes zijn in de maak, er komen twee onder en twee boven, mèt raampjes.
De dikke plankenvloer is vol houtstof, de ramen zijn beslagen. Ik veeg erlangs met mijn wijsvinger. Het acrylaat voelt niet koud aan zoals glas en ik krijg geen natte vinger. Het is geen condens, het is dauw dat aan de buitenkant zit. Van binnen is het kurkdroog. Fijn, dat scheelt een hoop gedoe straks.
Dan kijk ik omhoog. Boven de dubbele rij dakbogen kijk ik direct tegen het zwarte dakrubber aan. Ik zie allemaal kleine druppeltjes. Ik strijk erlangs met mijn hand. Langs het spoor van mijn vingers pakken druppeltjes zich samen en glijden langs het aflopende rubber naar beneden, door de kier die ik speciaal daarvoor openliet en dan, met het rubber mee, de goot in. Ik kan de bamboegoot goed zien, door de brede kier onderaan het dak.

.

bouwen-binnen-7

 

Straks zie je geen dakrubber meer, als je in de wagen staat en omhoog kijkt. Ook de bovenste rij dakbogen is dan vrijwel geheel uit het zicht verdwenen. Je ziet alleen de onderste essenhouten bogen, mooi onbeschilderd rondhout, met een plafond van dikke ongebleekte katoen dat er op rust. Achter die katoen, tussen de twee rijen dakbogen in, zit dan een dikke laag grijze schapenwol. Zou ik straks geen last meer van hebben van dat condens op het rubber, straks, als de isolatie er in zit?
Voor ik de stof vastzet en afwerk, ga ik eerst kijken wat er gebeurt. Hoe rustiger ik werk, hoe beter ik kan kijken. Zo kan ik elke keer de juiste beslissing nemen. Ik hoorde het vroeger al, van mijn favoriete leermeester op de scheepswerf, waar ik een tijdlang werkte. „Kijk goed, meet goed“, zei hij. Neem de tijd om te kiezen hoe je op de meest luie manier perfect voor elkaar kan krijgen wat je wil bereiken.

Misschien
heet dàt wel
„Duurzaamheid“…

Kijk goed en schat in
wat je kracht is en
wat er voor je ligt,
zoals een leeuw
voor hij een sprong maakt.
Lui en sterk tegelijk.

Ik heb mijn leven lang geoefend. Het heeft even geduurd, maar nu begin ik die levenshouding toch meester te worden. Geloof ik. Het timmeren van een wagen is veel meer dan alleen planken vastschroeven. Dàt weet ik in elk geval zeker.

.

.

bouwen-zaagklaar-maken-kl-frm..

Na dit verhaal heb ik een groot stuk van het plafond bedekt met schapenwol. Daarna heb ik drie ochtenden gekeken. Achter de isolatie is geen condens. Alleen bij de randen van de wol was het dak nat, bij de grens van het onbedekte gedeelte. Verscheidene keren zeiden mensen me: “Moet je geen dampdoorlatend folie toepassen? Dat hoort wel zo.” Dampdoorlatend folie is plastic met gaatjes erin. Ik geloof dat alle bouwvakkers het gebruiken. Bij schapenwol hoeft dat niet. Het mooie van schapenwolisolatie is juist dat het dertig procent vocht kan bevatten voor het zijn isolerende waarde verliest. Plastic ertussen stoppen zou zonder zijn. Een groot deel van de werking zou verloren gaan.

.

.

Foto’s van de binnenkant

.bouwen-woonwagen-alowieke-voorkant-kl-frm

Eerst ga ik er vier voordeurtjes in zetten. Twee boven en twee onder. Ook in de deurtjes komt isolatie van schapenwol en ook nog raampjes van dubbel acrylaat, oftewel plexiglas.

.

 

bouwen-binnen-2

Mijn huis is nu een werkplaats. Het is van binnen veel ruimer dan je in eerste instantie zou denken. Overal zijn al plankjes zodat je makkelijk ergens wat neer kan leggen.

.

bouwen-binnen-3

Deze ramen zijn ook van plexiglas. Ik wilde eerst echt glas doen, omdat het materiaal puurder is. Maar plexiglas is veel lichter en bovendien is het isolerend. Er komt geen condens op en daarmee voorkom ik een hoop problemen.

.bouwen-binnen-4

Het daklicht werkt geweldig goed. Zeker als straks de binnenkant wit gestoffeerd is. Wat een fijn holletje wordt dat.

.

bouwen-binnen-5

Tussen de dakspanten komt ook nog schapenwol. Wat je nu ziet is het dakrubber, dat aan de bovenkant groen geschilderd is. Anders wordt het in de zon zo heet, dat je het niet meer aan kan raken.

.

bouwen-binnen-7De schapenwolisolatie wordt ongeveer acht centimeter dik. Het komt rechtstreeks van de rol en ik moet het nog uitpluizen, omdat het in elkaar gedrukt is. Dat is nog best een heel werk. Maar een keer doen als het buiten koud is en regent.

Al met al ben ik heel tevreden, alles is geworden zoals ik hoopte. Er zijn nog een paar vraagstukken, bijvoorbeeld: Rekt het dakrubber niet uit? Om die reden heb ik het nog niet definitief vastgezet. Dan kan ik er in de lente eventueel een extra laag onderplakken, die níet uitrekt. Aan het dak kan ik ook verderwerken als de binnenkant al klaar is, en ik er al ben ingetrokken. Dus dat is voorlopig het doel, daaraan te werken. Rustig maar gestadig ga ik voort..

Een hele verschijning

.

.

bouwen-eindfase-woonwagen

.

.

Dinsdag elf oktober. Als ik wakker word, schijnt de zon met goud licht door het witte gordijn van het keukenraampje. Ik draai me om in bed, om ernaar te kijken. De lakens zijn koud en klam, waar ik niet lig. Gauw trek ik het dekbed op zijn plaats, zodat ik weer onder het warme stuk lig. Ik staar naar boven. Drie vliegen zitten roerloos op het plafond. In de hoek van het bed ligt een zakdoek. Die is Dick zeker vergeten, toen hij gisteren weer terug fietste naar Eindhoven. Over tien dagen is hij er weer.
Hoewel ik weer alleen ben op het veld, voel ik me tevreden. Het is fijn om thuis te zijn. Het was heerlijk op Schiermonnikoog en ik heb genoten van de ruimte en het ongerepte landschap. Ik heb gedanst op stille plekken in de duinen.
Terugkomen was lastig. Het veld was verlaten, zoals bijna altijd. Ik zei wazig gedag tegen de kippen. Er zijn vele zingende roodborstjes, koolmezen die me begroeten in de ochtend, en er zijn muizen die wegschieten tussen de struiken. Er is zelfs een uil, ’s avonds in de schemering. Maar als ik ben weggeweest, dan is dat allemaal niet meer genoeg, dan zie ik het ineens niet meer. Er is iets wilds in mij, dat wil uitbreken en ik vraag me af: „Wat dòe ik hier?! Ga ik hier voor de vijfde maal de winter in mijn eentje doorbrengen? Moet dat nou echt?“

Maar ik weet dondersgoed wat ik hier doe. Ik bouw een wagen. Daar draait het om. Afmaken, tot het rolt. Hoe rustiger ik de dingen aanpak, hoe grondiger en hoe groter de kans van slagen. Het krijgt steeds meer de vorm die ik twee jaar geleden uitgetekend heb.
De wagen staat op een andere plek, en ik heb alles eromheen opgeruimd voor een frisse nieuwe start. Mijn nieuwe huisje straalt in de najaarszon. Nu kan je haar ook van afstand kan bekijken. Soms komt er iemand. „Het is echt een verschijning, ik ben onder de indruk“ zegt èèn van de buren genietend. Ik word warm van het compliment. Het geeft nog mèèr energie dan mijn favoriete kom havermout.

De laatste loodjes kunnen zwaar zijn. Er is veel werk aan de wanden, het dak, de luifel en de twee goten. En natuurlijk werken we aan het verplaatsbare systeem van zonnepanelen. Veel is boven het hoofd.

Om met het dak bezig te gaan, ga je binnen op de werktafel staan. En dan moet je jezelf tussen de dakspanten door zien te wurmen, tot je er met je borst en schouders boven uitsteekt. Je staat dan klem en je kan je niet meer omdraaien. Als je dat wilt, dan moet je eerst weer terug.
Of je neemt de trap. Er is een uitklaptrap die altijd wiebelt. Die ga ik op en af, soms dag na dag. Nu en dan laat ik iets vallen. Dan klauter ik naar beneden en weer naar boven. Maar ik heb het er allemaal voor over. Want o, wat wordt het mooi! Het wordt mooier dan ik had kunnen bedenken…

Ik ga nu eerst de ramen erin zetten, voor het gaat regenen. En zo blijven we keuzes maken, de ene na de andere…

 

.

.

Engelenvleugels

.

engelenvleugels-woonwagen-luifel

 

.Het is gegaan zoals het hoort. Op een stralende zondagmiddag heb ik, met hulp van Dick, twee engelenvleugels aan de wagen vastgemaakt. Stralend wit in de zon heten ze je welkom, aan weerszijden van de deuropening. De vleugels hebben een open vorm, in het midden is een gat uitgezaagd en gladgebeiteld. Het gat heeft de vorm van een blad of een veer. De vorm kwam vanzelf uit mijn handen, toen ik er deze winter aan werkte.
De engelenvleugel is een bijzondere variant op een traditie. Eigenlijk horen er èngelen aan een woonwagen te hangen, gekrulde koppen met nog meer krullen eromheen. Ze houden niet alleen de dakrand omhoog, ze beschermen je ook tegen ongeluk onderweg.

De warme middagzon straalt nu warm op mijn bruine schouders. Ik sta op een afstandje van mijn wagen, warmgroen en lichtblauw geschilderd, als bossen met een zachte avondhemel erboven. De vleugels zijn nog wit van grondverf. En nu, terwijl ik dit alles gedachtenloos gadesla, zie ik iets merkwaardigs. Mijn engelenvleugels lijken iets heel anders te doen dan beschermen. Ze stralen openheid uit, en vertrouwen. Ze lijken je stralend te omarmen. Ik ben er stil van. Dit is de pure eenvoud die ik bedoel, de kern van wat leven voor mij is. Volledig vertrouwen. Zo hard als een diamant, zo zacht als zijde.

De vleugel zit stevig vast. Dat moet ook. Mensen zullen zonder twijfel de onderkant van de vleugel pakken om zich omhoog te hijsen. Dus het moet ook sterk zijn. Ik vond de oplossing. Ik heb hem vastgelijmd met Superdesuperlijm. Ongelooflijk, ik wist niet dat het bestond, lijm met een kracht van 110 kg per cm2! Meestal gebruik ik de onschadelijke houtlijm, maar in dit geval wil ik geen risico nemen en kies ik de allersterkste lijm die ik kan vinden.

Het werk aan de wagen is nu erg afwisselend. Constructieve klussen wissel ik af met schilderwerk. Met de kwast streel ik de schoonheid van de wagen, en maak hem nog mooier dan hij al is. Heerlijk, om te zien hoe hij uit de verf komt, hoe de vorm eindelijk volledig tot zijn recht komt.

Terwijl ik kijk naar wat gedaan heb, besef ik nog iets. De openheid, de lichtheid, de vloeiende vorm, dit is een wagen om Bach in te spelen, op mijn dwarsfluit! Vroeger speelde ik veel Bach en vond ik dat heerlijk, maar dit zilveren instrument ligt al vele jaren stil opgeborgen in zijn zwarte doos. Hij begint de laatste tijd zachtjes naar me te roepen. Ik moet nog veel weg doen, om op zes vierkante meter te kunnen wonen. Maar mijn fluit gaat mee. Dan zijn het niet alleen engelenvleugels die omarmen. Dan is er ook muziek, die harten kan verwarmen. Ik hoop het.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Afina Kuiper

voetnoot-alina.

Op de afbeelding zie je een favoriet van mij; autobiografisch verhaal van M. Wylie Blanchet die op jonge leeftijd weduwe werd. Ze woonde begin 1920 zeer afgelegen in fairy tale blokhut in British Columbia en besloot daar samen met haar 5 kinderen te blijven wonen nadat haar man niet terugkeerde van een zeiltocht en vermoedelijk verdronken is.
Ze besloot elke zomer haar huisje te verhuren en bracht dan juni t/m september door op hun zeer kleine zeilboot. Ze verkende tijdens hun tochten de kreken en baaien van de toen nog ongerepte kusten van Vancouver Island en doet in dit boek verslag van hun belevenissen.

” our world then was both wilde and narrow – wide in the immensity of sea and mount; narrow in that the boat was very small, and we lived and camped, explored and swam in a little realm of our own making”.

Prachtige verhalen over natuur, verlaten Indiaanse dorpen en over hoe weinig een mens eigenlijk nodig heeft ; elk lid van het gezin kreeg 1 stel kleding mee en de hond mocht mee maar verbleef in het kleine roeibootje omdat er geen plaats meer aan boord was…..

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank. Leg het tussen je blote voeten.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

Leve de eenvoud

.

.

.

Engelenvleugel voor de luifel

.

Eenvoud is voor mij
het steeds compacter maken
van wat er werkelijk toe doet
tot het zichtbaar is voor iedereen
Hard als een diamant

Eenvoud komt niet zomaar
je moet er flink voor werken
het is als hakken in een stam
hout tjokvol met noesten

Er zit een beeld in de stam
en alleen jij
hebt een vermoeden hoe het
er uit gaat zien

Misschien zijn het twee vleugels
om te vliegen als het nodig is
de ganzen achterna.

Vleugels om te trekken,
zoals vlinders en vogels op zoek gaan
naar de plek
waar ze willen zijn.

.

.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank, deze week van Frank de Greef

Franks voetnoot

.

.

Een van mijn favoriete passages staat op p. 535:

“Ik wil haar ogen
zo graag zien, papa.”Haar ogen! Verwilderd
kwam Onno overeind. Ook hij had sinds acht jaar haar ogen niet meer gezien!
Moest hij een zuster halen of kon hij zelf een ooglid optrekken? Met een gevoel
dat het niet deugde wat hij deed, boog hij zich over het bed, legde de top van
zijn middelvinger op een ooglid en schoof het voorzichtig omhoog. Samen keken
zij naar het diepbruine, bijkans zwarte oog dat niets zag – zo min als het oog,
dat zich aan de hemel lijkt te vormen bij een totale zonsverduistering.

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

 

Ik ga door tot het er is

 

.

.

deuvels op de vensterbank

.

.

 

Werken aan mijn kleine huis

.

De wanden zijn dicht, het werk is gestopt
Zeshonderd deuvels inclusief lijm
heb ik met veel geduld
in alle zeshonderd gaatjes geklopt

Gelukkig is mijn huis maar klein
anders was er nog veel meer
van almaar door hetzelfde
voor het af zou zijn

Ik ben, ik werk en
rust in de avond

De zon is warm en maakt mijn wangen
rozig van rode wijn
Het gras is groen, de lucht is blauw
ik kan niets meer verlangen

Ik ga door
tot het er is. . .

Hoe kleiner mijn huis,
hoe minder ik mis.

.

.

Wat niet van mij is blijft niet hangen

.

Dans van dank aan alles kl frm

.

De eindfase nadert,
als de vloedlijn op het zand,
langzaam kruipt hij verder
en je weet dat hij straks
de duinen raakt.

Het komt,
je weet het zeker.
En zo rijst het water
tot vlak aan je voeten.

.

Ik heb een plankje op maat gezaagd. Zorgvuldig smeer ik de randen vol met lijm, zodat overal een dun laagje zit en hij straks een stevige hoekverbinding kan vormen. Ik kijk op, naar de linker buitenwand, die ik er gisteren op heb gezet. De planken zijn wit van de grondverf en je kan de geknikte vorm mooi zien. Achter de wand puilt isolatie van warme schapenwol naar buiten, want de binnenwand is nog maar half af.
Nu het product van mijn verbeelding gestalte krijgt, weet ik hoe ik het noem. Het is een “wooncocon“. Want het wordt warm en klein en knus en helemaal van mij. En zo sterk! Goed werk kost tijd. Ik werk geconcentreerd door, zodat elke plank net zo mooi en strak zijn plek vindt als de vorige.
Tijdens de voltooiing komt een vloed aan gedachten bij me op, als een rustige, gestage stroom. Ik schraap het plamuurmes met resten lijm schoon aan een plank en denk aan mijn man, die niet meer is. „Ben je een broodje aan het smeren?“ vroeg hij soms, als ik zoals nu, een afgezaagd plankje bedekte met een keurig wit laagje smeersel… De gedachte aan hem warmt mij op. Ik heb enorm veel aan hem te danken. Al is hij al zoveel jaar uit mijn leven, toch is hij er. Hij reist met me mee, bij alle keuzes die ik maak, en bij elke mijlpaal glimlacht hij als een zachtgloeiende wolk op de achtergrond.

Hij was wijs en lief en ondeugend. Hij hielp me mijn te handen gebruiken. Ik wilde het.

Wie was de eerste, die zei dat ik handig was? Wanneer was het? Lange tijd wist ik het niet. Lange tijd luisterde ik vooral naar de verwijten. „Je bent zò onhandig. Jij kijkt niet, je ziet niks.“ Tja… het was niet raar, dat ik onhandig was. Ik worstelde met een onhoudbaar en wild pallet aan indrukken. De wereld was snel en hard. Oordelen klonken als hamerslagen. Ik dacht dat ik onhandig was. Ik trok me het aan, hun oordelen. Als een jas die me niet paste.

Ik weet wie de eerste was, die het tegenovergestelde beweerde. Salvatore heette hij. Hij was docent drama in Leeuwarden. Later is hij de directeur geworden van de opleiding. Het was een kleine klaszaal, met ouderwetse hoge ramen. Ik was iets aan het maken van ijzerdraad, en zag dat het niet werkte, zoals ik het nu probeerde. Achter me stond Salvatore stil te kijken. „Jij bent handig…“ Dat zei hij! Ik keek hem stomverbaasd en vragend aan. „Ja” vervolgde hij „Je stopt als het niet wil, wat je doet. Je kijkt ernaar en zoekt een oplossing. Je bent handig.“

Ik ben het nooit vergeten. Die man weet vast niet hoe blij ik was. Ik ben hem nog steeds dankbaar. Hij moest eens weten. Salvatore was de eerste, die mijn talent en handigheid benoemde. Ik was nog maar een-en-twintig. Veel later, na tal van omzwervingen, kwam de man in mijn leven aan wie ik het meest te danken heb, Michiel. En er zijn nog veel meer mensen. Mijn hartelijke lieve moeder en mijn eigenwijze oergezonde vader die nu zeven-en-tachtig is, beide hebben me geholpen te zijn wie ik ben. En Dick mijn huidige vriend doet mij glimmen, en mijn beste vriendinnen in Utrecht, wat ben ik blij dat ze er zijn! En dan is er de man van de radio en er zijn nog zoveel anderen…

Eenzaam was ik, toen ik mezelf niet was. Eenzaam was ik, toen ik geloofde wat anderen over me zeiden. Al die ruis aan gedachten heb ik opgeruimd. Wat ooit groot was is nu klein en onbeduidend. Wat niet bij me hoort blijft niet hangen. Ik bloei, ik groei. Alles is liefde. Ik help bij de vermeerdering.

.

.

Het vorderen van de bouw,

Een kijkje door het raam…

.

.

.

.

.