De wortels zijn de ziel

Er zijn vluchtige verhalen bovengronds, van wat mensen denken te zien. En er er is het verhaal ondergronds: het gemeenschappelijke verhaal dat doorgaat en waarin elk mens een specifieke eigen bijdrage doet. Soms weet je daarvan, soms weinig en vaak ook helemaal niets.

.

Het laatste schilderij van van Gogh was een bodem met boomwortels, gemaakt langs een weg bij Auvers-sur-Oise bij Parijs. (Info: https://www.goedbodembeheer.nl)

Het is markt. Op het bankje bij de loempiaman zit Sietske. Ze wenkt me. “Kom je ook een loempia eten? Ze zijn zo lekker!” Ik antwoord dat ik dat soort dingen niet meer doe. Ik wil nog lang met mijn spaargeld doen en ook nog bomen kunnen planten en Treesistance blijven steunen. “Dan betaal ik het.” Daar zeg ik geen nee tegen en ik ga naast haar zitten. We hebben elkaar vaak kort gesproken maar nog nooit echt uitgebreid. “Hoe is het?” vraagt ze “Ik dacht dat je weer verder zou trekken met je wagen.”

Ik woon hier nu vier en een half jaar in Friesland, bij Leeuwarden. Beeldvorming gaat snel, het veranderen ervan veel langzamer. Het kan wel tien jaar duren of veel langer nog, weet ik uit eerdere ervaringen. “Ik wilde van begin af aan al blijven”. Ze knikt, wil verder vragen, maar we zijn afgeleid. Voor ons speelt een Iers bandje. We klappen mee met het ritme tot er een rustiger nummer volgt. Ik kijk naar de menigte mensen en de bomen die hier pas zijn geplant op het plein bij de Waag. Het doet me denken aan de bomen thuis bij de boerderij. Veel van wat ik heb geplant begint al groot te worden. Vier jaar geleden de eersten en elk jaar plant ik verder. Maar weinigen weten ervan. Maar wat vier jaar geleden in de krant stond weten ze nog wel: er is hier in Friesland een vrouw die een nomadisch leven zou leiden. Ik noemde mezelf een gewortelde nomade. Het woord “nomade” blijft hangen. Daar hebben mensen een beeld bij. Er zijn veel nomaden, met busjes en laptops. Maar dat “gewortelde” dat snappen mensen niet. Terwijl het daar juist om gaat. Sietske wil nu echt weten hoe het met me is. Het antwoord blijft uit, want het feest begint weer. De muziek wordt wilder, Sietske en ik klappen en lachen. Ik heb mijn loempia nog niet gehad, de baas is eerst maar andere klanten aan het helpen. Tot de band ophoudt met spelen. Ik kijk hoe de vier muzikanten om de hoek verdwijnen. Ik eet mijn loempia, Sietske de hare. Ze vertelt me over haar leven nu, we praten over mensen die we beiden kennen en het goede wat ze doen. Dan vraagt ze opnieuw naar wat ik nou eigenlijk doe. Net als ik uitgebreid wil antwoorden komt er iemand aan die haar nodig heeft. Ze excuseert zich en we nemen afscheid. Terwijl ik nog even blijf zitten, denk ik eraan hoe lang het duurt voor een nieuw verhaal geland is. Er gaan jaren overheen voor wat je vertelt is ingedaald. En ondertussen blijf ik planten, ver weg tussen de weiden, waar ik maandenlang niemand zie. Ik denk aan de bomen en het land, ze roepen me.

Het planten van bomen gebeurt in stilte. Terwijl iedereen wat anders aan het doen is plant ik door. De natuur is onze basis. Het is niet alleen dat ik houd van wat ik doe, ik zie het ook als verantwoordelijkheid. Eenvoudig leven hoort daar voor mij onlosmakelijk bij. Trekken met de wagen doe ik niet. Wortelen, daar gaat het nu om. Dat we dit weer leren in een mensenwereld die steeds verder ontworteld raakt.
Geplante bomen en struiken groeien. Soms is er wat mis, dan help ik ze. Met hen heb ik een band die echt is. Ze zeggen niks, ze zijn er. Ze maken me stil, zodat ik alleen nog maar oor en oog ben. Ze komen met verrassingen, dingen die ik zelf nooit bedacht heb. Zonder bijgedachten knip ik het riet, geef het leverkruid en de perenboom de ruimte. Ik wied tussen de aardappels, knip het maaisel tot losse mulch. Ik zorg ervoor. De bomen groeien dicht en sterk. De vogels komen terug en ik kom steeds weer terug. En mocht ik er ooit niet meer zijn, dan groeit alles door op geheel eigen wijze. Voor ik ooit mijn laatste adem uitblaas zal ik kijken naar mijn eeltige vingers en dan weet ik: Ik maak voor altijd deel uit van dit verhaal, een verhaal dat niet alleen van mij is. Wortels groeien opnieuw uit. Maar wat erboven groeit gaat elk jaar dood. Wortels zijn de ziel. Wat echt van belang is vindt zijn weg wel. Het gaat door, in zoekende wortels die elkaar vinden in het ondergrondse web. Het komt via mij en anderen. In welke vorm ook, het gaat door en zo wordt het hele netwerk gevoed.

Ik neem de laatste hap van mijn loempia. Sietske verdwijnt tussen de mensenmenigte.

.

Elke wortel is anders.

‘Onder de grond zijn er veel meer voedingsstoffen dan boven de grond. Voedingstoffen die bovendien in verschillende vorm voorkomen. Voor een mobiel element als stikstof is een heel andere wortel nodig dan een immobiel element als fosfaat.’ ‘Daarnaast hebben mycorrhiza-schimmels een grote invloed op het wortelstelsel’, vervolgt ze. ‘Eigenlijk kun je niet spreken van een losse wortel; schimmel en wortel(s) vormen een systeem. (Monique Weemstra, WUR)

.

Weet je al van mijn nieuwe boek: “De heilige traagheid der dingen? Ik was genoodzaakt een nieuwe uitgever te zoeken, de oude moest inkrimpen. Maar iedere keer dat iemand interesse toont krijg ik weer moed! Elke inschrijving is welkom.

De spotvogel zingt van Afrika

Terwijl ik muntwater drink naast een theatergezelschap, kijken we naar het Verhalenpad in de verte. We horen de spotvogel. Voor de tweede zomer is de zeldzame vogel hier en zingt liedjes uit Afrika.

Hier meer info over de vogel. https://stats.sovon.nl/stats/soort/12590

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Tegenover alle droevenis van deze tijd, staat het groeizame wat zich vlak naast ons bevindt. Dat is de tegenhanger, waardoor we in balans en gezond blijven. Je moet rustig zijn om erop te kunnen letten, anders gaat het aan je voorbij. Ik neem er graag de tijd voor. Tussen de bedrijvigheden door sta ik stil en luister. Af en toe hoor ik bijzondere geluiden. Zo is er sinds vorig jaar een spotvogel neergestreken op het Verhalenpad. Hij is hier voor de tweede keer om maandenlang te zingen. De spotvogel neemt letterlijk verhalen met zich mee. Hij imiteert alles wat hij hoort, of het nou vogels zijn of het geluid van een telefoon.

Nu sta ik op een avond naast een roze caravan muntwater te drinken uit een kartonnen bekertje. Er zijn meer mensen. Er is theater op de camping en iedereen zit op klap- en strandstoelen te wachten tot het begint. In de verte ligt het begin van het Verhalenpad. “Daar heb ik zeshonderd bomen en struiken geplant,” vertel ik “En verderop nog tweehonderd”. Nu ik de gelegenheid krijg zal ik erover vertellen ook. “Er zijn steeds meer vogels en vlinders die er terugkeren,” ga ik verder. Een van de vrouwen lijkt niet te luisteren, ze kijkt geconcentreerd voor zich uit. “Wat hoor ik toch voor vogel?” vraagt ze dan. Ik lach, blij dat ik het haar kan vertellen. “Het is de spotvogel.” Ze juicht opgetogen. “Eindelijk hoor ik hem een keer. Dat wil ik al zo lang!”
De spotvogel hier te hebben, dat is geweldig. Hij neemt verhalen mee uit Afrika, landen als Congo, ten zuiden van de evenaar. Elke dag heeft hij een ander repertoire, vaak is dat Europees, met merel- mees- en winterkoninggeluiden ertussen, maar nu is hij met zijn liedje weer helemaal terug in Afrika. Zijn ritmes doen denken aan de muziek van de Batwa, ofwel de pygmeeën. Ze zingen nog steeds, maar of het nog altijd dezelfde liederen zijn weet ik niet. Er is veel gebeurd, en hun verhalen zijn veranderd. Ik zie ze voor me, de kleine donkere mensen, een zachtaardig volk en eeuwenlang thuis in de wouden van Congo. Dat ze daar zijn verdreven, daar hebben ze zich nooit bij neergelegd. Ze willen maar een ding: Terug naar hun voorouderlijk land. In 2024 heeft het Afrikaans Hof voor de Rechten van de Mens en Volkeren die beslissing genomen. Hun uitzetting is veroordeeld, als schending van mensenrechten. Maar daarmee is het nog niet geregeld met hun terugkeer. Het is alleen een aanbeveling voor de autoriteiten, geen verplichting. Hun strijd gaat door.

En hier staan wij, te luisteren naar het vogeltje dat zijn lied zingt en hun verhaal vertelt, aan het begin van het Verhalenpad. Meer mensen hebben het opgemerkt. Ik ben vereerd dat de spotvogel hier nu is. Ik hoef niet op reis te gaan. Hij brengt de wereld bij mij thuis.

.

.

Het filmpje duurt vijf minuten. We lopen eerst naar het pas aangeplante stuk waar een puttertje keihard zit te zingen en gelijk daarna zie je het Verhalenpad. Voor het eerst laat ik het hele bosje zien van afstand. Het is enorm gegroeid, als je bedenkt dat het grootste gedeelte nog maar drie en een half jaar oud is. Liggend op de rug, tussen het riet en de berkebomen luisteren we naar de spotvogel.

Genezing voor de ontheemden

Een verhaal voor Wereldvluchtelingendag

Tekening van 2016

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het land ligt in afwachting van een nieuwe dag. De puttertjes vliegen over de hoge wilgen naar het lange gras. De spotvogel fluit alle riedels die hij in zijn repetoire heeft. De winterkoning laat merken dat hij er is. Pas geplante bomen groeien weinig door de droogte, maar zullen het overleven. Een vroege kijker loopt langs, blote voeten op het gras. De dauw bedekt hoopvol de droge grond. Alles in de vroege ochtend ademt levenslust. De enkeling kan ontmoedigd naar bed gaan, ziek worden of sterven door barre omstandigheden, maar het leven als magisch geheel hervat zich telkens weer. De ochtend is het mooiste moment om dat te zien. Die kracht is wonderlijk. Waar komt het vandaan?

Je kan moedeloos in slaap vallen, onverschillig voor de wereld. De nacht brengt genezing, het universum brengt nieuwe energie, als een eindeloze bron. Maar voor velen is de nacht nooit meer stil, en is genezing ver weg. Wakker worden met een lichaam dat warm en ontspannen is, blote voeten op het bedauwde gras, alles was er, ooit in een leven dat is weggevaagd. Het zijn de ontheemden, verjaagd van hun voorouderlijk land. Kinderen met grijze haren staren in de verte naar een vader die niet meer terugkomt. De appelbomen waar ze samen mandenvol appels plukten zijn verdwenen. Bommen blijven vallen in slapeloze nachten. Het lichaam van de jongen staat strak van spanning, zo vervuld is hij met woede om de vernedering. Er zijn gloeiende ogen, hij wil rechtvaardigheid en vechten. Geweld schept een vicieuze cirkel die leidt tot almaar meer geweld. Kapotte landschappen, ontdaan van hun liefdevolle zorg, van de mensen die bij deze aarde, hun land hoorden. Kan dit ooit weer goed komen? Misschien. De band die verbroken is kan worden geheeld, als er tijd is en rust. Als er aandacht is voor genezing.

Op 20 juni, Wereldvluchtelingendag, staan we daarbij stil. Het zou veel langer moeten zijn dan een dag. Het zou regel moeten zijn. In plaats van steeds meer geld uit te geven aan defensie, zouden we moeten denken aan de vluchtelingen, hoe we hen kunnen helpen met genezen. Als het met hen goed gaat, dan gaat het met de hele wereld goed. Als de zwaksten gelukkig zijn, is de hele samenleving gelukkig. Dit vraagt alle aandacht. Sommige mensen hebben er hun werk van gemaakt, zoals Milou, Ana en Luna in Nederland en Jonathan Ngangura in Oeganda. Het helpen van vluchtelingen, mensen met trauma’s. Schilderen, kunst, samen werken in de natuur, het maken van tuinen, gemeenschapsvorming. Haal mensen uit hun eenzaamheid, de herinneringen die in hun lijf zijn gaan zitten. Neem ze op in het grote geheel. Appels plukken in de boomgaard, samen taart maken en glimlachen naar de kuikens. Wat weg is komt niet meer terug. Er zijn gaten gevallen die gevoelloos maken. Maar verdoofde harten kun je verlichten. Een glinstering van hoopvolle dauw teruggeven. Blote voeten in het gras, handen weer laten voelen. Daaraan werken met zijn allen, dat is het enige wat echt telt. De aarde weer een paradijs te maken. Het gaat immers niet om ons. Hoe we hier leven, met elkaar. Als iedereen gelukkig is, zijn we het zelf ook.

.

Opgeschrikt in een verhaal

Luisterend naar de stem van een stervende rivier

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.



Het is zes uur in de ochtend. Om een of andere reden ben ik wakker geworden en de regen tikt op het dak. Rustige grote druppels zijn het, de wind is kennelijk gaan liggen. Ik stel me voor hoe de insecten en vlinders beschutting zoeken onder grote bladeren. Veel van die planten heb ik zelf gezaaid of uitgezet en ze breiden zich snel uit. In de tuinradijs, onder de moerasandoorn, overal schuilen libellen en vlinders. Het land, de dieren en ik, alles hoort bij elkaar.

Ik luister naar de regen maar val niet opnieuw in slaap. Wacht, ik kan het luisterboek aanzetten, dat ik gisteren geleend heb bij de online bibliotheek.

“Ik ben een berg die op me wacht” heet het. Een fascinerende titel. Nu zijn hier geen bergen. Hier in Fryslân is water. Ook de Swette, het water wat hier al eeuwen loopt, hoort daarbij. Fryslân zonder glinsterende vaarten en meren, dat kun je je toch niet voorstellen? Ik had er zelf nog niet aan gedacht, om de Swette een stem te geven in een verhaal. De schrijfster van dit boek heeft dat wel gedaan. Het is de rivier die spreekt over alles wat hij ziet. Een nomadenvolk leeft al eeuwenlang samen met de stroom. Er is een vrouw, heerlijk als de zon, die haar handen onder zijn huid dompelt. De rivier is verliefd op haar. Er is een zanger die zingt over de rivier en de bergen. En er is ook een jongen die alleen maar dode vissen verzamelt. Stil lig ik te luisteren. Het verhaal kabbelt rustig voort, net als de regen op het dak. Langzaamaan dommel ik weg. Plots word ik wakker. De stem is opeens scherp geworden. “Waarom verzamel je dode vissen?” vraagt iemand. De jongen antwoord: “Ik luister naar hun verhaal. De dode vissen hebben iets te vertellen. Ze zijn bang voor de toekomst. We zien het toch. Het ijs op de berg smelt. Er is steeds minder water.” De rivier hoort het, maar kan het zich niet voorstellen dat dit kan. Het land als een dor gerimpeld vel, zonder hem als stroom en bron van leven. Zonder rivier is er niets meer. Zonder de rivier geen vissen, geen nomadenvolk dat met hem samenleeft.

Ik ben in een keer wakker. Ik had het boek niet eens zo bewust gekozen. Maar dit! De dreiging uit dit verhaal is onlangs werkelijkheid geworden. Gisteren nog plaatste ik het bericht op Linkedin: De gletsjer in Nepal is gestorven. Hoe dramatisch dit ook is, er werd geen enkele aandacht aan gegeven. Natuurlijk hebben we verschrikkelijk veel aan ons hoofd. Maar toch is het raar. Stel je voor dat er geen water meer in de Swette was, of dat de Rijn bijna niet meer stroomde, of dat het IJsselmeer droog stond! Dan piepten we wel anders. In dit verhaal is het of de ziel van het landschap zijn stem laat horen. En wat daar gebeurt, is nog maar het begin. Als de gletsjer sterft sterft de rivier en zonder water is er geen leven.

Nu ik dit gehoord heb, denk ik niet dat ik nog in slaap ga vallen, bij het luisteren naar dit boek. Ik wil horen wat de schrijfster, Sholeh Rezazadeh, mij te vertellen heeft. Het is een noodkreet. Een verhaal van ons allemaal.

“Ik ben een berg die op me wacht.“ Zo heet het. Morgen luister ik verder. En dan met volle aandacht.

Hoe gaat het verder? Ik wist het nog niet. Maar dit is de tekst bij Ambos uitgevers.

De veertigjarige Alma die woont in een woonboot op de Amstel, een rimpelloze rivier. Ze heeft een drukke baan. Op een dag neemt ze een radicaal besluit: ze reist in haar eentje naar Iran. Daar sluit ze zich aan bij een nomadenvolk. Saray hoedt schapen en melkt geiten. Ze is verliefd op een jongen van een andere nomadenfamilie en ontmoet hem in het geheim aan de oever van de Aras, de bruisende rivier die door het ruige berglandschap dendert.

Lukt het Alma om haar jachtige bestaan achter zich te laten? De nomaden leven bij de dag en eten wat de seizoenen te bieden hebben. In plaats van constant op hun iPhone te turen zijn ze verbonden met elkaar. Maar ze worden in hun voortbestaan bedreigd. Door de klimaatverandering wordt het steeds droger, Aras buldert minder en steeds meer jonge nomaden willen in de stad leven.

(Noot van mij: Is er in de stad nog wel water dan? Als er geen rivier meer is? Dit vraagt om een vervolg.)

‘Met de natuur als een echt personage en de mens als onvolmaakt wezen op zoek naar liefde en verbinding, droom je weg bij elke zin die je leest.’- JAN

.

Mijn leven met Mol

De mollen hebben het moeilijk. Bij mij woont er een en we leven vreedzaam samen. Ze maken de bodem los, zodat zaad kan groeien in luchtige grond.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

De grond beweegt. Daaronder het oppervlak woont een blind dier dat zich continue een weg baant met zijn puntige snuit en graafhandjes. De mol. Zijn hele lijf doet mee, hij wurmt en wriemelt zich een weg en moeder Aarde koestert hem in haar schoot. Hij maakt de grond los en klaar om nieuw zaad te ontvangen. Zo was het. Maar hij heeft het moeilijk, de laatste tijd. Soms is het kletsnat, dan is het weer kurkdroog. De laatste weken was de kleigrond hard, doordat het wekenlang niet regende. Hij volgt de zandpaden die ik maakte en de grove graszoden die ik ernaast heb opgestapeld. Onder de stapel zoden is het nog vochtig en vol wormen. Het zandpad biedt hem een mooie route langs de beste snackplekken en daar vallen de wormen zo zijn gang in. Langs dat pad staan pas geplante boompjes, en ook die gaat hij af. Hij weet precies welke ik water geef. sporkehout doet niet moeilijk, maar houdt zijn blaadjes klein en groeit niet. Ik giet een volle emmer leeg bij eentje die het wel erg slecht getroffen heeft. Het water kolkt direct de mollengangen in, weg van de behoeftige wortels van de plant. Gauw duw ik proppen klei en hooi in de gangen. Ik druk de grond aan, naar de jonge struik toe, zodat hij op een bultje komt te staan. De mol kan er alsnog omheen om nog een wormpje mee te pikken. Er is genoeg te halen hier, voor mol. Op veel plekken groeit bosandoorn en bladkool, hun grote bladeren maken schaduw op de bodem. Een tapijt van gemaaid en uitgetrokken gras gaat de verdamping tegen en maakt ook dat dit een van de weinige plekken is waar hij kan leven. Ook de rij grote wilgen doen veel goeds. Hier is het nog enigszins vochtig. Tussen die pasgemaaide weiden vormt het een kleine oase. De grond van die weiden is keihard en kurkdroog. Er zit maar weinig organisch materiaal in dit gebied. De droogte maakt de klei bijna zo hard als steen. Hoe zou hij hier moeten overleven? Twaalf uur zonder eten en Mol is dood. Op de Swetteblom onder de bomen mogen ze hun gang gaan en er worden hier geen klemmen gezet en geen glasscherven in hun gangen geprikt. De mensen houden hier niet van die gemene dingen. Het is leven en laten leven. Dus zowat overal waar het maar mogelijk is vind je mollengangen. In de bosjes en langs de bomen, dat zijn favoriete plekken. Daar is de grond rijk aan humus en vol beestjes. Hier wordt de grond niet hard in droge tijden en ook niet zompig bij langdurige regenval. Regen is fijn voor Mol, maar als het teveel is loopt zijn hol onder water en verzuipt hij. Bomen en bosjes bieden hem overlevingskans, in droge en natte tijden. Doordat ik ze plant help ik wormen en mijn Mol. Hij weet mij dan ook goed te vinden. Het terrein rond mijn wagen ligt wat hoger en vormt in natte tijden een veilige haven. Overal zie ik omgewoelde aarde. We leven hier vreedzaam naast elkaar. Ik weet precies waar zijn gangen liggen. Daar stap ik netjes tussendoor, zodat ik niets plattrap en hij geen nieuwe hoeft te graven. Dat wordt immers steeds lastiger als het in de lente weer droger wordt.

Ik geef de mollengangen ook wel eens water. Dat trekt wormen aan. Ja, het gaat slecht met de mol, niet alleen omdat mensen een hekel aan hem hebben, maar ook door toenemende weersextremen. De mol mag daar net zo min de dupe van worden als welk ander dier of mens dan ook. Dus ik zorg goed voor hem. Mijn Mol.

.

.

Luister hier

Het boek zoekt een weg naar buiten

De volgende fase komt eraan. Wat is er om de hoek?

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is zover. Het boek met werktitel: “De heilige traagheid der dingen” is klaar om naar uitgevers te worden gestuurd. Uitgeverij Atlas en uitgeverij Vonk kies ik. Kijken wat het wordt. Er is een prachtig voorwoord bij gekomen, waar echt moeite en aandacht voor genomen is. Ik ben blij dat Fransjan de Waard dit heeft willen doen. Dit, tezamen met de nu al een-en-zestig inschrijvingen geeft mij moed. Het is een bijzonder moment na al die maanden. Stukje bij beetje zijn er vijf jaar overheen gegaan om dit boek te schrijven. Ik neem je mee op het einde van de reis, de laatste wandelingen met de wagen, de laatste ontmoetingen op de weg. Dan de definitieve keuze om te blijven waar ik ben, om echt iets voor de aarde te betekenen. De grote succesvolle droom: rondreizen met mijn eigen gebouwde huis met eigen energievoorziening, opgeven voor een kleine droom. Maar wel een droom met wortels en de andere was gegrond met wielen op asfalt!
Nog steeds ben ik tevreden met die keus, hoewel het soms wel volhouden is. Maar wat een bevrediging geeft het. Als ik zie wat er allemaal is gaan groeien op deze plek, dat is prachtig.
Vier jaar ben ik nu intensief bezig.

Toch sta ik nog steeds bekend als “Die vrouw die altijd maar rondtrekt met haar wagen.” Maf, hoe snel die beeldvorming gaat. Terwijl het maar drie maanden was, dat ik echt rondtrok. Dat zeg ik ook de hele tijd, maar dat maakt geen donder uit. Het was een hit en mensen blijven het zeggen. Terwijl ik de afgelopen vijf maanden maar een keer in de trein heb gezeten en nooit verder ben geweest dan Leeuwarden. In het dorp zijn kinderen die me naroepen. “Alowieke! Zwerver! Alowieke!” Het is mij een raadsel hoe ze mijn naam weten. Ben ik zo bekend? Blijkbaar wel. Gisteren fietsten ze me het hele stuk achterna, vanaf de huizen bij de melktap tot aan ons pad. Ik hoorde hun stemmen, maar keek niet. Toch was er iets veranderd. Ze riepen alleen nog mijn naam, zonder zwerver erbij. “Alowieke, Alowieke!” Misschien was het toch iets belangrijks. Ik stopte en keek met een ruk achterom. Daar stonden ze op een kluitje met hun fietsen. Met een hoop gegiechel en gilletjes keerden de kinderen zich gauw om. Ik haalde mijn schouders op en reed door. Kennelijk ben ik niet alleen bekend maar ook nog een spannend tijdverdrijf. Misschien moet ik ze maar eens met de hooivork achterna. Zullen ze vast leuk vinden.
Toch is het raar om bekend te zijn. Hoe mensen iets interpreteren dat weet je nooit. Dat hoort erbij. Laat ze maar denken. Het is geen reden om iets niet te doen. “Doch dyn plicht en lit de lju mar rabje” zegt een oude Fryske tegelwijsheid. Dus dat doe ik. En laat de kinderen zich maar vermaken. We maken er wat moois van. Als we willen is er immers zoveel mogelijk! We kunnen onze direkte omgeving transformeren tot een groeiende oase. Laat de inspiratie voortrollen als een golf, van de een op de ander, totdat niemand meer weet waar het vandaan kwam. Laat het protest tegen de rotgang der dingen zich naamloos en vanzelfsprekend transformeren in een overvloed aan tijd. En dat die tijd zich dan manifesteert als een prachtig paradijs, waarin alle leven een plek vindt om te groeien. Dat is mijn wens, die ik meegeef met het boek. Een boek zoals er vast meer zijn geschreven. Dat het bij elkaar komt als een rivier en stromen gaat. Dat wens ik.

.

.

Inschrijven kan nog steeds!

De banden herstellen

Moet je eerst tussen de indianen leven om de band met de Aarde en elkaar te herstellen?

.

In de nok van mijn wagen is een heilig plekje. Het vormt een symbool voor de achtergrond van dit verhaal.

Soms speelt de verleiding om op ontdekkingstocht te gaan. Een droom die al lokt sinds mijn jeugd. Landen zien waar ik van lees. Ik zie mensen rondgaan met verhalen over een indrukwekkend verblijf bij indianenstammen. Zou ik dat ook niet willen? Er zijn er genoeg die het doen. Wat voor verlangen is dat, wat hier kennelijk niet te bevredigen is?
De vraag laat me nog niet los. Ik lees verder over diverse stammen in Noord Amerika, en hoe zij naar de wereld kijken. Er is herkenning. Maar moet ik er dan ook heen? Er zijn mensen die een tijd leven in een stam en dan terugkeren met een indiaanse naam. Na een tijd tussen hen te hebben geleefd zijn ze erkend als “Indiaanse ziel”. Er zijn verschillende manieren, waarop indianen anderen erkennen als verwanten. Er zijn stammen in Noord Amerika, die vinden dat je voor een bepaald procent indiaanse genen moet hebben om indiaan te zijn. Maar er zijn ook veel traditionele indianen die dat soort sommetjes maar een westerse uitvinding vinden. Ze vinden het belangrijker dat je een band beleeft met de familie, clan of stam. Bij zulke stammen zul je wellicht een warm welkom vinden. In een langdurig bezoek kan je voor het eerst het gevoel hebben opgenomen te zijn in een gemeenschap. Misschien kom je dan met een glimmend gezicht terug, herboren met een nieuwe naam. “Toen ik bij hen in die zweethut zat had ik het gevoel thuis te komen.” Misschien is dat het, wat we hier missen. De band met elkaar, de terugkerende rituelen. Stel dat het zo is, dat erkenning door een Indiaanse stam werkt als een soort zielsdiploma. Met een nieuwe naam die vertelt dat je als mens je volledig inzet voor de aarde en alles wat daarop leeft. Een band die verder gaat dan die van directe familie. Ten slotte zijn velen op zoek naar die verbondenheid. Dit is een tijd waarop veel families uit elkaar geslagen zijn, hier én daar. Vooral voor hen is het leven hard. Na 1890 werden indianen niet meer vermoord, maar geestelijk kapot gemaakt. Kinderen zijn bij hun ouders weggehaald of onder grote beloften weggelokt en op kostscholen beland. Er was veel misbruik en geweld en een totaal gebrek aan genegenheid. De trauma’s zorgen ervoor dat ze geen band meer kunnen aangaan met wie dan ook en huiselijk geweld zet zich voort in hun kinderen. Het is heel wat je daaraan te ontworstelen. In ons eigen continent hebben we heel andere oorzaken van verwijdering: Individualisme, te grote verwachtingen, te hoge eisen die worden gesteld aan leven en werk. Allemaal zijn we op zoek naar manieren om ons te bevrijden en om weer thuis te komen. Hoe kunnen we de banden herstellen met moeder Aarde en elkaar?

Ik kan wel begrijpen dat iemand zich voor een tijdje wil warmen in een oude traditionele gemeenschap rijk aan menselijke en spirituele waarden. Maar dat moet hier toch ook kunnen! Ik lees over hen, en leef me in. Ik begrijp het en voel het: leven vanuit eenvoud en bescheidenheid, met respect voor wat is. En als ik op die manier verwantschap voel met deze oude volkeren, waarom zou ik er dan naar toe gaan? Voor erkenning wie je echt bent? Het gaat toch in de eerste plaats om het hier weer terug te krijgen, een warmhartige samenleving, de Aarde, het groeien van een gezonde bodem. De vraag is: Hoe begin je. Misschien ben je eerst alleen, maar komt er later meer uit voort. Zo heeft het urenlange werk in mijn eentje met zeis en sikkel mij op een idee gebracht: Misschien is het mogelijk een zeisbrigade op te zetten. Mijn buurman wil graag meedoen, “Misschien kunnen we klompen gaan maken met ons eigen embleem erop” zegt hij. Een eigen stam, maar dan in Friesland. Als je iets wil, moet je er om te beginnen niet alleen in staan. Het is goed als er anderen zijn, die zich oude waarden herinneren.

We moeten terugkijken om te weten hoe het was. Ook wij hebben tradities in gemeenschappelijke banden. We hoeven daarvoor niet per se naar een verre Indiaanse stam. Ook wij hadden rituelen en eeuwenoude seizoensfeesten. Hele groepen werkten vroeger samen. Als het maaitijd was in het weidegebied, dan werkte de hele familie mee en ook anderen. Als het lunchtijd was, dan kwam oma met een grote kan koffie en roggebrood met spek of kaas. Nu moet oma zeventig euro per maand betalen voor koekjes bij de thee, in het bejaardentehuis. Het land smeedde banden tussen mensen. De warmte en de samenhang is zoek. Dit terug te brengen is het thema voor ons en onze kinderen.

In die andere werkelijkheid valt spiritualiteit en politiek samen. Een echte leider leeft bij het spirituele Lakotavolk volgens zeven waarden: Gebed, respect, zorg en medeleven, oprechtheid en eerlijkheid, generositeit, bescheidenheid en wijsheid. Hierin voor elkaar een voorbeeld te zijn. Daar begint herstel, Misschien gaan er nog enkele generaties overheen, voor het zover is. Maar ik werk mee aan de transitie, zolang als ik er ben.

.

Dit verhaal is een verkorte versie van een paar pagina’s uit het nog niet gepubliceerde boek: De heilige traagheid der dingen.

Lekker zeisen

.

Met op de achtergrond het Verhalenpad, de eerste plantlocatie, waar ik tot twee jaar terug nog bomen bijzette.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

De nieuwe zeis is aangekomen. In een hele grote doos zat hij, tjokvol papierproppen. Het is een graszeis, dun en verschrikkelijk scherp. Prachtig gereedschap is het. Als je hem goed blijft haren en hem alleen voor gras gebruikt, kan je er je leven lang mee doen. Het is heerlijk om in cadans het gras te zien vallen. De vogels fluiten, de hommels zoemen. Zo hoort het te zijn. Door te maaien kan je kunstwerken maken door sommige plekken wel te doen en andere plekken niet. Elk jaar weer anders. Je kan bloemen en kruiden laten staan, of juist heel kort maaien om de wortelgroei te stimuleren. Hoe meer je ervan weet, hoe interessanter het wordt. Hoewel het ritme van de zeis uitnodigt tot een trans waarin je op de automatische piloot verder gaat, doe ik dat dus niet. Dat maakt het nog veel boeiender. Ik zie hoe hommels en vlinders meteen de nieuwe ruimte gaan verkennen, tussen hoog en laag. Ze zoeken er beschutting als het waait. Maar meestal is het nog vroeg als ik maai, en windstil. De hommels zijn nog niet wakker. De vogels laten in elk geval wel van zich horen. Overal zijn nesten. Ik hoor de tjiftjaf, de winterkoning en een paar rietzangers. De merels, mussen en mezen nestelen bijna allemaal in het dichter beboste stuk, bij de boerderij. Daar is meer beschutting dan hier, hier moet alles nog groeien. Ik help daarbij, met mijn zeis. Het lange gras is nat van dauw, het scherpe mes glijdt er als boter doorheen. Ik strooi het gras onder de begroeiing, onder de bomen en struiken, vooral de jongsten. Het zou nog wel eens heel lang droog kunnen blijven, en een goeie laag mulch zal hen zonder stress door de moeilijke tijd heen helpen. Behalve het gras als strooisel te gebruiken, maak ik er ook een hoop van. Dat is voor de nieuwe boomgaard, een stukje verderop. Het gemaaide gras komt precies tussen de nieuwe aanplant in, aan de ene kant de elsen, zuurbessen en het sporkehout, aan de andere kant een laagblijvende haag van vlechtwilg. Daartussen is alleen nog maar gras. Daar moet de nieuwe boomgaard komen.

De bodem is keihard. Hier komen de twee rijen appelbomen en precies daar, waar ze moeten komen, gooi ik het gemaaide gras neer. De bodem heeft het nodig, als daar fruitbomen moeten groeien. Het zal wormen aantrekken en andere beestjes, die op zoek zijn naar vochtige grond. Die zullen de bodem losser maken. Ze trekken het gras de grond in en verteren het. Het houdt de groei van het gras tegen. Zo maak ik het klaar voor de dag dat de appelbomen worden geplant.

Wat ben ik toch blij met mijn zeis. Er zijn mensen die denken dat boerenwerk geestdodend is en vermoeiend. Dat het steeds maar hetzelfde is. Laten we daar robots inzetten, zegt onder andere Hidde Boersma, een voorvechter van ecomodernisme. Ik ben geen fulltimeboer. Maar ik zou het niet willen missen, mijn zeis niet, het werk niet, en ook niet alles wat ik zie en beleef. De wind te voelen, de structuur van de bodem, hoe het groeit, alles. En ook hoe bijzonder het is om te merken hoe helder mijn hoofd wordt. Zelfs als ik een keer slecht geslapen heb, mijn frisse blik keert terug zodra ik in de velden en tussen de bomen ben. Zouden we dit zinvolle werk over moeten laten aan machines? Ik dacht het niet. Dan komen de kinderen helemaal niet meer achter de laptop vandaan. Hun hele leven blijven ze daarachter zitten. We zouden als mensheid langzaam verschrompelen en wankel en bijziend de wereld ingaan. Dat wens je niemand toe. Kinderen mogen best weten hoe je met een scherp mes omgaat. Kennis en vaardigheden opdoen van al die dingen die een mens nodig heeft om echt te leven.

Liefdevol en voorzichtig strijk ik het natte gras weg, dat aan het mes zit gekleefd. Dan loop ik terug naar mijn schuurtje, pak een doek en veeg hem zo droog als ik kan. Even laat ik de zeis staan en als ik terug kom is het laatste vocht opgedroogd. In de hoek staat de lijnolie. Met de punt van de doek smeer ik het ijzer in. Zo blijft hij glanzend en glimmend scherp. Ik hoop nog vele jaren. Want de bedoeling is dat we er wat moois van maken. Dat heb ik beloofd. En daar heb ik mijn nieuwe zeis hard bij nodig.

.

.

Wil je het hele verhaal lezen van begin tot eind, met alle achtergronden, geef je dan op voor het boek: De heilige traagheid der dingen. Binnenkort kan het naar de uitgever, en dan is een lijst met belangstellenden mooi om mee voor de dag te komen.

Wandeling over het Verhalenpad

Het plantwerk gaat door en alles groeit.. De feeën spelen op een gouden bed van speenkruid.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst. (Met verrassing aan het einde)

Ooit is het begonnen. Dit bomenlandje, hier aan de Swette, ver van de openbare weg. Veertig jaar geleden was het de boer die ermee begon. Voor zijn vader hier kwam om te boeren, was het een ruige plek met kleinvee en hij wilde dat wel weer zo. Destijds was er subsidie voor, voor bomen, en in heel Nederland is daar gebruik van gemaakt. Boer Jochum zal in het weidegebied een van de weinigen zijn geweest die zoveel bomen heeft geplant. En nu ben ik ook bezig op deze plek. Het Verhalenpad groeit. Het is niet alleen rijk aan allerlei bomen en struiken, maar ook steeds meer kruiden groeien er. En ik werk door. Tot twee keer toe komt er een opdracht bij. Er mag meer worden geplant, op andere stukken. Soms vraag ik me af: zal dit zo door gaan? Ik doe het met liefde. Het begint steeds meer een tweede natuur te worden. In de herfst wil ik bomen planten. Het is een sterke drang van binnenuit. Ik zoek binnen de wensen van de boer de hoeken waar ik vrijheid heb. Dat lukt prima. De variatie wordt groter en de samenwerking steeds beter.
Vandaag begin ik niet meteen met werken. Ik maak een rondje, gewoon om te kijken. De lucht is stralendblauw. De grond is droog maar niet zo droog als elders in het land. Het is een droge lente. De temperaturen lopen op, maar ondanks de warmte houden de bomen zich in. De essen, schietwilgen en andere grote bomen staan nog steeds in knop. Heel langzaam gaan ze open. Alleen de kleine bomen zijn stoutmoediger.

.

.

Ik loop naar de plek waar ik al vier jaar aan werk, het Verhalenpad. Het meeste is drie jaar geleden geplant. Het groeit hard, door mijn goede zorgen. Maar nu ben ik er al een tijdje niet geweest. Eerst loop ik het veld over, het hek door. Daar achter is het, de lange bult met de gecultiveerde wildernis eromheen. De sleedoorn bloeit wit, en over de grond ligt een goudgeel tapijt uitgespreid. Het speenkruid bloeit opgetogen. Al dat grastrekken heeft zijn vruchten afgeworpen. Het is een sprookje. Als een lentefee loop ik over de gele bloemen. Er komt hier bijna nooit iemand, het pad is bijna verdwenen. Verderop duik ik onder het wilgenbosje door. Daarachter, achter de wilgen, in het wilde stuk, is de sfeer heel anders. Hier bloeien straks tientallen kaardebollen. Paars, met veel bijen erop. Het staat nog vol dorre stengels van vorig jaar. Daartussen staat een wilde appel en een peer en diverse notenbomen. Hoog rijzen de bruine stengels, dor en droog, en de wilde appel en de walnoot staan er bijna onzichtbaar tussen in. Ook de wolmunt heeft een oerwoud aan oude stengels achtergelaten. Ze komen tot mijn borst. De oude stengels zorgen voor lichte schaduwen op de bodem. En de zon schijnt genadeloos, al dagen lang. Goed dat ze er nog staan, de stengels. Ertussen groeit de nieuwe munt, fris en opgewekt.

.

.


Het is een heerlijke plek. Verscholen tussen de wilde ruigte, ligt als een verrassing een wadi. Een door mij gegraven kuil, gevuld met water uit de sloot. Het nauwelijks te zien dat het door mij gegraven is, zo natuurlijk is het geworden. De pomp met zonnepaneel doet zijn werk, ik heb er nauwelijks zorg aan. De blauwe lucht weerspiegelt in het water en een jonge wilg buigt zich eroverheen. Hoog groeit het op, lange stengels, nieuw en oud. Als je hier zou worden heengeleid, geblinddoekt, dan zou je denken dat je in een moerasgebied stond. De kerspruim, wilg en zachte berk doen het goed in de vochtige  bodem. De groeigrage wilgen maken de grond geteed voor anderen. Hier beginnen de verhalen. Met deze beelden groeit de inspiratie. Daarom zijn dit soort plekken belangrijk, al is het in verhouding maar klein. Bronplekken, waar het in vrijheid kan groeien. En dat dan laten zien. Zodat het de wereld in gaat en zich vermenigvuldigt. Zo snel, dat het niet te volgen is. Laat het gaan. En ik ben hier, nu. Hier. De bronplek heeft me nodig.

.

Auteursrechten Alowieke van Beusekom

.

Klik op de knop voor de luisterversie. (Met verrassing aan het einde.)

Laten zien hoe het ook kan

Het planten van een voederhaag in een Friese weide. Ik ben bij een andere boer.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Als je enkele jaren op een plek woont, leer je steeds meer mensen kennen. Sommigen zijn belangrijk, hebben dezelfde doelen. Ecologisch herstel, bijvoorbeeld. Vaak zijn het de vrouwen van boeren, die dit in hun vaandel hebben staan. Ik heb nu enkelen van hen leren kennen, waarvan er een is die ik regelmatig help. Ze hebben een boerderij met koeien. Tijdens een fietstocht heb ik haar leren kennen en heb nu regelmatig contact. Zo wist ik dat ze net als ik plantgoed had besteld bij Heg en Landschap, om een voederhaag voor de koeien te maken.

.

.

Drie dagen werk ik mee om het plan te realiseren. Gaandeweg merk ik hoeveel ik er eigenlijk al van weet. Pas in samenwerking met anderen merk je goed hoeveel kennis je intussen hebt opgebouwd.

Vandaag werken we met vier vrouwen. Behalve ik zijn er nog twee komen helpen met planten. Er is al een loonwerker langs geweest. Die heeft vanochtend een geul gemaakt, dus we hoeven niet alles met de spade te doen. Dat scheelt. Naast de geul liggen bulten klei en hopen graszoden, los van elkaar, netjes geselecteerd. Verderop ligt een berg tuingrond. Er staat een roze schep in gestoken, kaarsrechtop. Het is mooi voorbereid. Ik doe het grondwerk. Dat ben ik gewend, het scheppen en kruien. De boerin woelt de tuingrond en de klei door elkaar en twee andere vrouwen planten samen de jonge bomen. Het is een heerlijke dag, de zon schijnt, en tussen de bedrijven door kletsen we over het dagelijks leven, zoals dat overal ter wereld tussen vrouwen gaat. Over vrouwen gesproken: Aan het einde van de dag sta ik plotsklaps stil. Er schiet me ineens iets te binnen. “Hee! Het is vandaag Vrouwendag!” Alle vrouwen lachen. Wat een ontdekking. Een echte vrouwendag is het. “Komen jullie eten?” roept de boerin dan “Mijn man heeft de lunch klaargemaakt!”

Na de lunch gaat ieder zijns weegs. Een week later kom ik terug om de klus af te maken. We leggen een dikke laag gemaaid riet naast de boompjes. Naast de sloot ligt er veel van. “Die grasmat is zo dik! Dat riet is echt nodig, anders raakt de plant erin verstikt. En als je straks water geeft wil je graag dat het boompje groeit, en niet het gras.” Ja, dat ziet ze wel. Vorig jaar heeft ze ook een heg aan gelegd, op een andere plek. Er groeide veel onkruid onder. Het uittrekken ervan kostte veel tijd. “Mijn man begreep er niks van, dat ik zoveel tijd stopte in het wieden, vorig jaar” begint de boerin. “Hij zei dat hij er wel even met Roundup langs wilde gaan,” zegt ze ongelukkig. Ze pakt een dikke bos riet en dumpt het zonder nadenken naast de boompjes. Ik kijk ernaar. Perfectionistisch als ik ben, trek ik het iets dichter naar de boompjes toe, zodat echt al het gras bedekt is. Ze merkt het niet op, gelukkig. Ik kijk haar aan, denkend aan wat ze zei. “Ik snap wel dat het een makkelijke gewoonte is. Veel boeren gebruiken het nog steeds in de wei, om zuring weg te krijgen.” Ze knikt, met een blik van herkenning. “Maar als je onder zo’n heg gaat spuiten ga je compleet je doel voorbij. Het gaat immers ook om het bodemleven! Op die manier zorgt de haag ook voor bodemverbetering. Denken de boeren daar niet aan?” Haar gezicht licht op wanneer ze antwoord geeft. “Jawel hoor, toch wel, steeds meer!” Ze ontmoet die mensen bij het netwerk voor Agro Forestry. Gelukkig. Er wordt aan gewerkt. Maar er moet nog veel gebeuren.

Ik hoop dat de boer ziet hoe het groeit. En hoe we het gedaan hebben. Immers: al doende leert men.

.

.

Klik hier om te luisteren: