Wij houden van rotzooi

.

.

Ik kijk naar dat ene hoekje onder mijn wagen. Daar staat een kleine groene gasfles. Al een hele poos. Maar eigenlijk hoort hij daar niet. De fles staat te wachten onder mijn wagen, want hij is leeg. Ik besluit niet langer uit te stellen, en hem vandaag in te wisselen. Ik pak het ijzeren ding bij het handvat en met een kleine zwaai komt hij in mijn fietskarretje terecht. Ik ga op pad.
Als ik net een eindje op weg ben, zie ik een kleine oude man langs de weg. Hij is iets aan het doen met prikkeldraad, naast de sloot van het grasland. Achter hem ligt een lange zanderige oprit naar een oud boerderijtje. Zou hij nou degene zijn die daar woont? Ik kijk altijd graag naar die oude boerderij. Tussen het huis en de weg in is een mooi weitje. Er graast een paard. Een echte wei is het, vol ridderzuring, klaver, weegbree, kruipende boterbloem… Ik aarzel niet en houd stil.

“Goeiemorgen!” roep ik. De man onderbreekt meteen zijn werk, en komt op zijn gemak naar me toe lopen. „Ik ben doof,” zegt hij “Okee,” antwoord ik, “dan zal ik duidelijk praten.” Ik vraag of hij hier woont. Dat is inderdaad zo en hij steekt meteen van wal. De weiden rond het huis zijn van hem, kom ik te weten. Een kleinere voor het paard en de acht hectare ernaast verhuurt hij aan een boer aan de overkant. Die boer heeft wel honderd koeien en die moeten allemaal blijven eten. “Het gáát maar door,” zegt de oude man, “maaien, drijfmest spuiten zodat het gras in noodvaart omhoog schiet, en dan hooien. Met geweld! Er is geen bloem meer te zien. Soms ligt er wel eens wat koeienstront ergens. Maar de vogels moeten de mest van die koeien niet. Er zit niks in. Niets aan voeding. Dat is bij mijn paard wel anders. Zijn stront, die plukken ze meteen helemaal uit elkaar.”
Ik kijk naar het paardje. Hij ziet er goed uit. Hij is al vijfentwintig, hoor ik. “Ja en ikzelf ben al zeventig! Daarom heb ik een deel van de paardenwei ook aan de boer verhuurd. Ik heb geen zin meer in al dat beregenen. Nu ben ik het prikkeldraad aan het weghalen, zodat ze straks makkelijk van het land de weg op kunnen rijden. Ze gaan weer maaien.”
Hij vertelt hoe het hooien vroeger ging. Het gras was toen nog stug, lang en vol rotzooi. Dat rolde makkelijk op. Het gras van tegenwoordig is zo slap, dat kun je niet meer rollen. Nu moeten ze het inpakken. In plastic.
Ondertussen vraag ik me af wat hij bedoelt met rotzooi, tot hij verder praat. “Wij houden van rotzooi.” zegt hij. “ Het is veel beter voor de dieren.” Ik begrijp dat hij bloemen en kruiden bedoelt. Hij werpt een spijtige blik op de monotone grasvlakte en richt zich dan weer tot mij.
“Maar ach, ik heb het goed. Ik krijg mijn AOW, mijn pensioen, en het de opbrengst van de huur. En verder doen ze maar.”

Toch hij vertelt nog veel verhalen. Over de reeën die zijn verdwenen. Over de nesten van de vinken die steeds maar uit elkaar op de grond vallen. Bovendien hadden de vogels vroeger nattigheid, om hun nesten aan elkaar te plakken. Stront lag toen gewoon boven de grond. Perfect bouwmateriaal. Maar er ligt geen stront meer op de lege weides. Het is allemaal geïnjecteerde drijfmest. En hoe lang is het al geleden, dat hij kivietseieren heeft gezien? Hij kan het zich niet meer herinneren.
Toch is er iets wat blijft. Want het volgende moment hoor ik een schel gekras, dat vanachter zijn huis weg komt. “Wat is dát?” vraag ik nieuwsgierig. “O, dat is nest jonge steenuilen. Die zitten daar al járen…”

Wat zie ik

.

Wat zie ik? Voeten in het gras

 

Het is ochtend en heerlijk weer. Voor ik weer aan het werk ga maak ik eerst een wandeling, besluit ik. Ik doe een kort jurkje aan en ga naar buiten. De zon schijnt warm en een harde bries waait verkoelend langs mijn blote huid. Als ik het zandpad naast de camping op loop, stuift het droge stof tussen mijn tenen en in mijn sandalen. Ik doe ze uit en loop met mijn schoeisel in de hand verder. Even verderop kan ik op het gras lopen van het hooiland. Het is van de manege, een minuut of vijf fietsen hier vandaan. Ik zie de paarden lopen als ik naar Haghorst rijd. Hun grasland ligt pal achter de dikke rij bomen van ons terrein. Het gras ziet er gezond en stevig uit. Er wordt gelukkig nooit geploegd, alleen gemaaid en geoogst. Na het oogsten wordt er geïnjecteerd met drijfmest.

.Wat zie ik ? Gras

Nu is het gras half lang. Onder het gras zie ik lange strepen van voren in de grond. Dat is van de messen. Met die messen maken ze snedes van een centimeter of vier. Achter het mes komt gelijk de spuit met mest. De bagger loopt in de voren. Zo gaat het. Je blijft de strepen zien tot het gras te lang wordt, als littekens in de bodem. Op plekken waar minder gras is, zie ik hier en daar wormenhoopjes. Ze zien er uit als torentjes van zand. Het is ook zand. Zand in vorm van wormenpoep. Ik vind ze leuk, die torentjes. Maar als de grond nat is zie je ze beter. Deze lente waren het er ontzettend veel. Toch zie ik dat ze er nog zitten, de wormen. Ik had gehoord dat ze massaal stikken in land waar ze drijfmest injecteren. Kennelijk valt het mee. Maar bij ons op het terrein zijn het er meer.

Achter het grote grasveld ligt een akker van een boer uit de buurt. Ik heb hem alleen van afstand gezien op zijn trekker.
Vorig jaar heeft het land een tijd braak gelegen. De eerste pioniers kwamen dapper tevoorschijn. Perzikkruid, zwaluwtong, veldkers, valse kamille.. Voor de boer zaaide, heeft hij de beginnende wildernis platgespoten en omgeploegd. Ik wist wel dat het zo ging. Maar toen ik het voor het eerst zag geloofde ik mijn ogen niet. Onthutsend. Wat een dode massa, op zo’n groene stralende lentedag. (*) En dat zomaar opeens, van de ene dag op de andere leeft er niks meer. En waar is de boer? Geen mens te bekennen. Als een boer een keer zijn trekker uitstapt, moet je er als de kippen bij zijn als je hem wilt leren kennen. Voor je het weet zie je hem het hele jaar niet meer.
Ik ben aan het einde van de akker en hier buigt het pad af naar rechts. Eerst langs de uitbundig bloeiende strook van Brabants landschap. Vorig jaar was het een armzalig strookje langs de grote akker, vol trekkersporen. Verder zag je nog wat kleine boompjes die het volhielden. Dit jaar blijft de boer meer op eigen land. En óf dat scheelt!
Voor ik het bos in loop, komt er eerst een rijtje zielige eiken. Ze vormen een frontlinie langs dit pad, dat de bosrand markeert. Voor de eiken sta ik stil en werp een laatste blik op de bewuste akker. Ik kan nog steeds niet goed thuisbrengen wat er nu op groeit. Het blad lijkt op snijbiet, en er tussen staan grote velden gras van een wat robuuste soort. Het overheerst al het andere. Ik vraag me af, is dit gras nou een onkruid dat resistent is tegen het gif roundup? En wat is dat blad dan, netjes in rijtjes daartussen in? Ach…. wellicht zijn het gewoon groenbemesters, gezaaid door de boer. Zou hij straks alles weer doodspuiten? Ik blijf kijken. Elke dag opnieuw. En vragen. Want niets blijft ooit hetzelfde. Ook mensen niet.

.

Wat zie ik? Planten in het zand

Link:

Verhandeling over glycosfaat: http://www.brabantsemilieufederatie.nl/sites/www.brabantsemilieufederatie.nl/files/2%20stedelijk%20gebied/glyfosaat/121030%20samenvatting_onderzoek_greenpeace.pdf

.

 

Het zit al in de grond

Het zit al in de grond

 

Zo dansen we en dromen we
totdat de stilte chaos zingt
en er vanuit dat wat al was
een nieuwe tijd begint

Ik ben er en zal niet vertrekken
voor nieuw leven is gekomen
ik luister naar wat er hier groeit
en naar de stem van bomen

Daar staan ze
met hun wortels diep
Soms hoor ik hoe ze groeien
hoe ze spraken toen ik sliep

Slaap maar Wiekie-Kolibri
houd vol, het duurt nog even
Wat komt, dat zit al in de grond
De tijd zal helpen weven.

.

.

Aardappels in een penenveld en de man met de stok

AArdappelsin Penenveld

Ik fiets richting Diessen. Als ik het bos uit kom is daar een veld aardappels. Langs de rand van het veld staan de grootsten en daar kijk ik altijd naar. In het midden van het veld loopt een man langs de rijen, met een stok. Het zwaait er wat mee heen en weer, alsof het een wiggelroede is. Hij heeft iets op zijn buik hangen. Ik kan niet zien wat het is en fiets verder, want aan het einde van het veld is iemand in de greppel bezig. Misschien weet hij het wel.
Het is een oude man, zie ik als ik dichter bij kom. De man kijkt verrast op en groet me vriendelijk. Hij vraagt waar ik vandaan kom, en ik vertel hem waar ik verblijf. Dan pas geeft hij antwoord op mijn vraag. „Wat hij doet?”antwoordt hij, “Ik weet het niet. Hij was net ook al op dat andere veld bezig. Er staan penen in. Misschien is hij aan het spuiten.” Hij gaat intussen verder met zijn werk, staande op de droge bodem van de sloot. Hij gaat handig om met een klein minizeisje waarmee hij alles op buikhoogte afsnijdt. “Mooi gereedschap heeft u, “ zeg ik. “Jaja! Ik doe de hele sloot met de hand. Dat zouden zij daar ook moeten doen!” Hij wijst verontwaardigd naar de man op het veld en de kleine zeis zwaait vervaarlijk door de lucht. “Ze hebben dit jaar al vier of vijf keer gespoten. Nou nou nou, dat is toch niet normaal meer.”
Ik ben het met hem eens.
“U zegt dat het een wortelveld is.” ga ik verder “Ik dacht dat het aardappels waren.”
“Ja, dat zijn aardappels van vorig jaar. Het was een slecht jaar, en er zijn een hoop kleintjes aan de oogst ontsnapt. Die groeien nu verder.”
“Maar hoe komt het dan dat ze aan de rand het grootst zijn, en het meest?”
“Aan de bosrand groeit het altijd het slechtst. Daar blijven de meeste kleintjes over.” zegt hij.
Ik ben onthutst. Wat ik dacht te zien blijkt anders te zijn. Is het dan niet zo, dat de randen van het veld juist het vruchtbaarst zijn? Of doen aardappels het slecht bij eikenbomen vanwege het looizuur? Tegen de man zeg ik niets van mijn overwegingen.
“Maar nú doen ze het in elk geval prima!” roep ik.
De man grinnikt alsof ik een ironisch grapje maak en gaat verder met zijn werk. Ik stap weer op de fiets.
Ergens anders zie ik nog iemand bij hetzelfde veld staan. Ik stop. Op mijn vraag of hij de boer is, zegt hij “Nee.”
“Wat is die man daar aan het doen, weet u dat?” Ik wijs naar de kerel in het veld. Hij loopt nog steeds te zwaaien met zijn toverstok.
“Aardappels wegspuiten.” zegt hij. “Anders groeien de penen niet hè!” lacht hij.
Gek om dat iemand dat met zoveel zorgeloosheid te horen zeggen. Het verbaast me telkens weer. Vaak besef ik hoe weinig ik weet. Ik wil eigenlijk ook zo min mogelijk weten, zeker nu, in de lente. Ik wil zíjn, zien en ruiken. Maar hoe weinig ik ook weet, één ding weet ik wel. Dit verradelijke goedje is zéker niet onschuldig. De ouwe weet het. En vast nog veel meer boeren en burgers. Eigenlijk weten ze het dondersgoed. Durf er maar eens bij stil te staan.

Boeren in beweging

.

.

Ik sta op het punt een gekronkeld stuk hout te pakken. Het is voor de afbakening van een nieuw vijvertje, dat ik heb gemaakt. Net als ik wil bukken zie ik iets op het land hiernaast. Mensen. Vlak bij de weg staat een tractor. De motor draait. Het uitgestrekte land is net bewerkt. Er stond de hele winter rucola te bloeien. Het was een mooi gezicht, net een toendra, met hier en daar een grote plas. Ik zag en hoorde er graspiepers en meer vogels. Er was nooit iemand.
Deze week is de rust afgelopen. Ze hebben drijfmest ingespoten en compost gestrooid. En nu hebben ze alles door elkaar gehusseld. Niet leuk om te zien, maar ja. Tegelijkertijd, ik ben al blij dat hij zijn grond laat begroeien in de winter. Veel doen dat niet.
De tractor staat op de hoek, de voorkant naar de weg gericht. Ik zie er twee mensen bij. Zonder aarzelen loop ik erheen. Als ik vlak bij ze ben, zie ik een tanige man en een stevige jongen. De man is ongeveer van mijn leeftijd en hij kijkt me lachend aan. „Bent u de boer of bewerkt u het land alleen maar?”
Met uitgestoken hand loopt hij me tegemoet. „Ja, ik ben de boer,” zegt hij trots. “Aangenaam,
Arjan, uit Moergestel.” Hij heeft levendige bruine ogen, een gebruinde huid en kort grijzend haar. “Leuke vent,” denk ik, terwijl ik me voorstel. “Mooi stuk land heb je”, zeg ik. “Ik zag deze week een paar patrijzen bij ons rondlopen, toen jullie bezig waren. Ik hoop niet dat ze een nest hadden.”
“Ja, misschien had ik het eerder moeten doen, dan waren ze misschien nog niet aan het broeden,” zegt hij met een spijtig gezicht. “Maar je weet het tóch niet hè,“ zeg ik begrijpend. “Nee, je weet het niet…” herhaalt hij en kijkt in gedachten naar de grond.
Om hem op te vrolijken zeg ik: “Goed dat je je land begroeid laat, ’s winters. Boeren verderop laten de grond van hun akkers gewoon wegwaaien.”
Hij kijkt me opgewekt aan, zichtbaar blij met dit compliment. “Ja!” zegt hij “Daar snap ik ook niks van. Ze ploegen en dan laten ze het zo liggen. Ik denk dan, je ziet toch wat er gebeurt! Ik ga meteen zaaien na het ploegen. Daar laat ik geen weken overheen gaan. Maar ja, zo heeft ieder zijn manier,” zegt hij.
“Tja, ik denk dat veel mensen het gewoon doen zoals ze het geleerd hebben. En het heeft altijd gewerkt dus waarom niet. Maar nu beginnen dingen te veranderen. “ zeg ik.
“Ja hè? “ zegt hij, verrast dat ik het onderwerp aanroer, en wat aarzelend. Bedachtzaam kijkt hij voor zich uit. Ik kijk hem vriendelijk aan. “Maar jij zorgt in elk geval goed voor je land.” zeg ik en ik meen het ook. Ondertussen denk ik: Er zijn andere manieren van landbouw. En als je het aan mij vraagt, veel gezonder nog dan hoe hij het doet. Pas zag ik een goeie benaming ervoor. Het is ook de titel van een boek. “Herstellende landbouw,” van Marc Shepard. Maar tegen Arjan vertel ik niks van deze gedachten. Te pril allemaal.
“Ik doe mijn best”, hoor ik Arjan zeggen, in reaktie op mijn opmerking van zojuist. “Maar het kan vast ook anders.” Ik hoor de echo van mijn gedachten. Ik lach.

Boer Arjan zaaide snijmais

Gezaaide mais op het veld. Aan het laagje insecticide is een rood kleurtje gegeven, onder ander om  ervoor te zorgen dat de vogels het niet opeten. Toch hebben we gezien dat ze het toch aten, dus het werkt niet altijd.

En nu. Ik denk aan de mensen van de Pallandehoeve in Oirschot, gedreven bezig met permacultuur. Twee mensen hebben een hectare grond met daarop een tuin in ontwikkeling, en ze richten zich vooral op boeren die het anders willen doen. Ze hebben een man gevonden met veel grond, die zich door hen wil laten adviseren. Ik hou het in de gaten. Als het een succes wordt kan ik het boer Arjan vertellen. En meer mensen. Je weet maar nooit.

Randen van een aardappelveld

Onderweg naar Diessen zie ik dit land. Ik blijf er steeds naar kijken. Het is zo overduidelijk! Er is deze lente bijna geen regen gevallen en dit is wat er gebeurt. Langs de randen groeit het veel sneller. Organisch materiaal, bomen en begroeiing houden vocht vast en trekken vocht aan. Ook dauw. Als je dit weet kun je er gebruik van maken. Maak terugkerende bomenrijen met fruit en noten en bessenstruiken eronder. Ertussenin komen stroken akkerland met aardappels en granen, bij voorbeeld. In de permacultuur maakt men ook gebruik van dit principe.

_________________________________________________________________

Links:

http://www.janvanarkel.nl/nieuw/herstellendelandbouw.html

http://www.pallandehoeve.nl/contact.htm

Boek “herstellende landbouw” van Crawfort. Vertaalt in het Nederlands. Verkrijgbaar bij Uitgeverij van Arkel, Utrecht.

Verhaal van een oude boom in een verre toekomst

.

.

Oude boom

.

Mensenlief, vergeet…

 

Alle weelde van vandaag
is morgen maar wat vuil in t zand
een enkeling stelt nog de vraag
wat was er toen toch aan de hand

Wat is echt en wat is duister
waarheid of legende
de zachte wind waar ‘k nu naar luister
een hand die mij verwende

Een bij die neerstreek in mijn kruin
toen iedereen verdween
en ik bleef wachten in de tuin
die groeide, om mij heen

Ik zag wat kwam en is verdwenen
machten van het harde geld
die ooit zo ongenaakbaar schenen
geen kind die ’t nog vertelt

Twee schurkjes klimmen in mijn stam
hoog, nog hoger, wat een lol
teveel aan goud dat maakt je lam
Je klimt niet met je zakken vol

Hier sta ik nu al zoveel eeuwen
ik alleen die het nog weet
van het razen en het schreeuwen
Mensenlief, vergeet . .

.

.

Milleniumdoel?

.

Ik heb een paar NRC’s kunnen scoren
in Hilvarenbeek.
Dat gebeurt niet vaak.
Een echte krant in huis.

Tevreden begin ik te lezen.

Dan zie ik het volgende artikel.
“Nog steeds hebben 2,5 miljard mensen geen wc.”
staat er boven.
“Het slechtst is het in Afrika.”

De VN heeft dit doel gesteld.
Iedereen op de wereld een watercloset
een kraan
en een riool.

Ook in Afrika.
Wie vertelt mij,
waar vandaan
komt al dat water
dat er nodig is?
En waarheen
gaat die poepsoep dan
dat vraag ik mij dan af

Naast mijn composthoop bloeit Bernagie,
Smeerwortel en struiken.
Voor de zekerheid laat ik het twee jaar liggen
dan is het veilig voor gebruik

composthoop

Wat ik produceer is
o zo kostbaar
Ik draag er zorg voor
dat het op de juiste plek
terecht komt.

Plasgras

Gras zonder plas

Het bovenste is “plasgras”, eronder gras zonder plas. Op hetzelfde moment genomen. Ook fruitbomen fleuren er zichtbaar van op.

Ik ben maar een klein vrouwke
maar toch kan ik helpen
de wereld gezond te maken
door zelf gezond te zijn
zaden laat ik ontkiemen en gras maak ik groener
overal waar ik bezig ben

Ik laat er geen gras over groeien

Dat is
Alles

Toch

Tuin op dertien april tweeduizendveertien

Op dit moment is mijn tuin de enige bloemenzee in de omtrek.

Voor meer info over poep, oftewel “Het bruine goud”, lees het boek “Vierduizend jaar kringlooplandbouw.”
http://www.genoeg.nl/nieuws/archief/vierduizend-jaar-kringlooplandbouw-verslag-van-een-reis-in-1909-door-china-korea-en-japan-

Rustend hommeltje in oranje wieg

Rustend hommeltje in oranje wieg

 

Trots

.

Poep, de mijne.

 

Met een gevoel van trots kijk ik in het kleine emmertje. Wat een prachtige drol weer. Een mooi gekruld hoopje, een beetje vezelig van structuur en de lucht is vele malen lekkerder dan wanneer de boer hiernaast met drijfmest bezig is. Ik omlijst het donkerbruine torentje met wat oud wc papier, in losse stukjes uit elkaar getrokken, zodat het goed kan verteren straks, op de composthoop. Ik pak een handvol zaagsel uit het zwarte emmertje ernaast en gooi dat er over. En nog eentje. Met een stuk dik karton maak ik het plat . Vroeger kon dit een goor werkje zijn, maar nu gaat het heel netjes. Tevreden doe ik de deksel er weer op. Ik ben blij. Mijn poep stinkt niet meer.
Wie kan dat nog zeggen in deze tijd. Ik weet het niet. Ik hoor er zelden iemand over. Hoewel, het begint te komen. Ik hoorde laatst zelfs een reclame over poep. Toen moest ik wel even glimlachen. Mooi zo! Er valt steeds meer over te lezen. Over hoe gezonde poep er uit ziet. Maar ook over het gebruik, van goeie poep.
“Het bruine goud”, schrijft Sietze Leeflang in het boek „Vierduizend jaar kringlooplandbouw.” Het gaat over het oude China, en het is een bewerking van een veel ouder boek, uit 1910. Ik was zo geboeid dat ik het in een ruk uitlas. Alle poep uit de stad lag binnen de kortste tijd bij de boeren op het land. Ik vroeg me dan af hoe dat ging en hoe smerig dat geroken moest hebben. Maar nu ik de substantie van mijn eigen drollen zo zie veranderen, begin ik er een heel ander beeld bij te krijgen. Bij mij gaat het ook terug de grond in, net als bij de Chinezen. Ik gooi het in een kuiltje, beetje grond, blaadjes en zaagsel erover en er is niks van te ruiken. Ook een opvallend gegeven is dat de Chinezen meestal vegetariërs waren, net als ik. Poep van vleeseters stinkt meer, dat moet je er maar voor over hebben, als vleeseter. Maar onze poep stinkt ook om tal van andere redenen; Omdat je ziek bent of stress hebt, omdat je medicijnen slikt. Of doodsimpel omdat het lichaam niet het voedsel krijgt waar het om vraagt. Verse groenten en kruiden kunnen ontbreken. Maar, ik heb het kunnen zien. Ik zie de verandering in mijn eigen kleine compostemmertje, sinds ik de stad uit ben en ik een ander leven leid, is het veranderd.

Hier, op het rustige platteland, geniet ik van eenvoudig voedsel. Veel fruit met kaneel, en een lepel honing. Havervlokken, roggevlokken, zelfgeplet met de handmolen en geweekt met rozijnen en water. Een handje noten en zaden. En ’s avonds ga ik plukken. Verse groenten, kruiden, bloemen en onkruiden, aangevuld met knollen wortelen en linzen, bonen, gierst of boekweit. Ik begin ook steeds meer te experimenteren met wild voedsel. Er zijn zoveel eetbare planten in de natuur! Voedsel, de basis van alle leven. Soms krijg ik een blij en opgetogen gevoel. Ik besef dat we nu grenzen overgaan, die vele eeuwen afgesloten waren of taboe. We kullen kruiden en onkruiden eten, terwijl veel nieuwsgierige ogen toekijken. We worden dan niet meer uitgemaakt voor armoedzaaiers of heks, wat zoveel generaties lang de wereld verzuurde.
Met goed eten maken we mooie drollen. En met mooie poep en goeie plas maken we gezonde aarde. En met gezonde aarde maken we veel groene blaadjes, kleurige bloemen, smaakvolle appeltjes en gezonde bomen. En met gezonde bomen maken we de lucht weer fris. En als je dat eenmaal geroken hebt, dan zijn luchtverfrissers op de plee maar rare dingen.

 

Lente

Zaad te geef
Gedicht: Klein en dapper Hoefblad
..

zaad te geef

Voor wie wil: Ik heb zaad te geef uit Roemenië en ook van Brabantse zandgronden. Wil je er wat van, stuur me dan een enveloppe met je adres en postzegels erop, en de bestelling er in. Zolang de voorraad strekt. Straks, als het zaad opgekomen is, wil ik graag verhalen horen. In welke bodem kwam het terecht en wat is er opgekomen? Ik ben benieuwd! Onder het gedicht kan je lezen wat ik allemaal heb.

Je kan het opsturen naar:
Minicamping de Ontginner
tav. Alowieke
Oirschotsedijk 4
5089 NA Haghorst

.
..

….
Klein Hoefblad

Klein hoefblad in de ochtendstond
Stralend naast de bessenstruik.
Van ver weg is zij gekomen,
met mij, uit vreemde grond

Elders o zo vaak verwenst
Maar hier is ’t onbekend
Ik kan zeggen “Kijk hoe mooi!”
Een blik die aan verbazing grenst

Niemand kijkt me dan vreemd aan
verwonderd kijkt men mee
naar dat bloempje “Weet-ik-veel”
dat ook nog zou bestaan

Klein Hoefblad, ja ik zoek je
jouw wilde geel daar naast de stoep
als ik het even niet meer heb
Jij, in dat dooie hoekje

@Juffrouw Kolibri
..
.
KLein en dapper hoefblad.

..
.

ZAAD UIT ROEMENIË

1 Zandgrondmengsel, lager gelegen gronden

Engelwortel (klein)
Zwarte toorts of koningskaars
Teunisbloem
Wilde peen
Cichorei
Duizendblad
Boerenwormkruid
Knoopkruid
Walstro
Viltige duizendknoop
Knopkruid
Ruige anjer
Leverkruid
Kamille
Wikke
Veldzuring
Vlasleeuwebek

2 Een zelfde zandgrondmengsel, met vooral veel GROTE engelwortel (Zaad als specerij, jonge scheuten in salade, bloemstelen als versiering op kleine hapjes. Bevat veel suiker. Wortel als geneesmiddel.)

3 Zandgrondbermmengsel

Vlasleeuwebek
Kamille
Incarnaatklaver
Duizendblad
Brunel
Koekoeksbloem wit
Verfkamille
Teunisbloem
Zeepkruid

Een beetje:
Kleine wilde tijm
Wilde peen
Boerenwormkruid

4 Leverkruid en verbascum van zandgrond.

ZAAD VAN LEEMGROND (hooilanden)

5 Kleine ratelaar en een paar andere kruiden. Kleine ratelaar is parasiet op gras. Te gebruiken bij arme gronden, in overgang naar bloemenweide.
(van lager gelegen roemeense leemgrond)
6 Mengsel leemgrond (lager gelegen)
Walstro, kleine ratelaar, kleine wilde tijm, knautia, ruige anjer, knoopkruid, borstelkrans
8 Kleine wilde tijm
7 Mengsel leemgrond (hoger gelegen)
Wilde peen, kleine wilde tijm, borstelkrans, zilverdistel


ZADEN VAN BRABANTSE TUINGROND (Zandgrond met uitgerijpte bacteriedominante compostaarde)

1 Bremer scheerkool (Zeldzaam. Zaad van Stichting de Oerakker. Tot twee meter opschietende kool met gele bloemen. Hoeft niet in een keer geoogst. Je kan er steeds blaadjes van blijven plukken. Blijft doorgroeien in zachte winters.)
2 Slangenradijs (Bloemen en blad rauw of in groentemengsel en soepen. Smaak beetje pittig, naar radijs. Blijft doorgroeien in zachte winters)
3 Pastinaak
4 Kervel
5 Goudsbloem (Bloemen lekker als alternatieve soepballetjes en in verzorgende huidolie. Blijft doorbloeien in zachte winters.)
6 Mengsel goudsbloem en boekweit (Makkelijk om mee te beginnen. Boekweit is bijenplant)
7 Olifantboon (Hoog opgroeiende pronkboon met rode bloemen. Zeldzaam. Zaad komt van Stichting de Oerakker.)
8 Oost Indische Kers, laaggroeiende bodembedekker, bont
9 Oost Indische Kers, hoog ( steun nodig)

Levensboom

.

Levensboom

Zingen doe ik elke morgen
totdat het hier groeien zal
De boom die voedsel draagt voor al
herstelt wat was verborgen

Een landschap draagt hij in zijn kruin
Met vennen, wulpen en patrijzen
Wat ooit was, zal weer verrijzen
Ons land een bloementuin

Voedselbossen overal
voor mens en dier, er is genoeg
waar de aarde lang om vroeg
In de kiem, het is er al.

Rivieren stromen vol zoet water
Zachte regen drenkt de grond
Laat groeien wat allang bestond
Op dit moment, er is geen later

Blijf hier tot de knoppen springen
hoorde ik iemand zeggen
we gaan de grenzen nu verleggen
wat dood was, zal weer zingen

.

blogtek-wereldboom

.

Ook in de politiek worden grenzen verlegd. Lees het volgende artikel over de unanieme afwijzing van de zadenwet.
http://www.omslag.nl/nieuws/00731.html#.Ux82nJp2lcM.facebook

.

.