Gedachten bij ondergaande zon

Ik schreef dit blog vlak voor de nacht dat Trump de Amerikaanse verkiezingen won. Mensen zijn bang dat hier het zelfde gebeurt. Ik kan het me voorstellen. Maar ik ben niet bang. Ik duim voor de indianen in Dakota, met hun strijd voor schoon water, dat leven betekent. Ook in dit verhaal denk ik aan water, dat vloeit waar het niet gaan kan.

.

zonsondergang-met-nieuwe-wagen

.

Ik wil de zon zien ondergaan. Veel te lang heb ik het gemist, toen ik onder de grond in een Utrechtse catacombe woonde. Elke avond haal ik het in, als hij er is tenminste. Vandaag heb ik geluk, vlak voor een dik wolkenpakket de hemel in beslag neemt. Op mijn buik lig ik voor het grote raam en zie de lucht oranje kleuren. Ik kijk ernaar en overdenk de dag.

Vandaag heb ik aan de deuren gewerkt. Hele dikke deuren zijn het, want er komt een dikke laag wol in. De wol houdt de kou en de hitte tegen. Acht centimeter voor een huisje van dertien kubieke meter. Ik hoef maar een scheet te laten en het is al warm.
Of Nederland nou in een nieuwe ijstijd terecht komt of in een subtropisch klimaat met heftige stormen en slagregens, met mijn kleine wooncocon kan ik er vast tegen. De woonwagen wordt warm, sterk en veerkrachtig, net als ik. Mijn wagen groeit met mij mee, met wie ik ben en wat ik wens.
Waar gaan we heen? Ik hoop dat ik nog veel lieve, dappere en talentvolle mensen ontmoet. Mensen die niet in de eerste plaats aan zichzelf denken, maar die met elkaar werken aan iets moois. Gewoon, omdat ze er blij van worden.

Ik denk aan het landschapsboek dat ik zou willen maken. Ik zou graag rondreizen in het Nederland van de vroege middeleeuwen, toen het water nog kon gaan waar het wilde. Dat is al bijna duizend jaar geleden. Al zolang heeft elke vierkante meter van ons land een geplande bestemming. Wij moeten het water onder controle houden, anders wordt het ons de baas. Dat is een machtig mooi gegeven. Water fascineert me. Misschien ga ik daar iets mee doen, wordt dat mijn rode draad. Verhalen over het water, wat het neemt en wat het geeft, aan mensen en dieren, aan bomen en planten. Mijn tekeningen zullen weerspiegelingen laten zien en patronen die ze achter laat in het zand. Ik kan de wortels van de bomen tekenen, die als lange vingers de bodem in dringen om het kostbare vocht te bemachtigen en veel meer nog. Verder en verder vloeit het. Je weet nooit waar het uit komt. Vloeibare inspiratie blijft eeuwig verrassen. Zoals kinderen tijdloos bezig kunnen zijn met een schepje en een emmertje en tot hun verwondering iets kunnen maken waar ze versteld van staan…. Ik laat het verder stromen, ik zie het komen en weer gaan. Water komt overal. Water kan bergen verzetten, op lange duur.

De zon is nu bijna onder. Het wordt kouder. Ik trek een fleece deken over mijn schouders. Het wordt een koude nacht. Mijn nieuwe wagen wordt veel warmer dan deze, knusser ook. Wat zal ik daar fijn kunnen werken, diep in mijn wollen hol en praten met vrienden en kijken naar nog veel meer zonsondergangen. Nog even en het is er. Als de deuren erin zitten, dan ben ik al een heel eind.

.

.

bouwen-woonwagen-voordeur-kl-frm

.

bouwen-voordeuren-kl-frmbouwen-werkplaats-2-kl-frm

.

bouwen-woonwagen-voordeuren-dubbel-kl-frm

.

.

.

.VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Nyncke Lingsma, zo noem ik het gewoonlijk, maar dit keer is het het laatste boek uit de doos.

In de boekenkast van mijn moeder, kwam ik een lievelingsboek tegen, wat ik haar zelf heb gegeven in 1991, ik geloof dat ze het zelf nooit heeft gelezen, het zag er zo nieuw uit.
Nu ligt het ergens in de doos met spullen van haar. Ik kan het nog niet opbrengen om de doos te openen en het boek te pakken. Ik heb dus geen passage voor in de voetnoot. Het verlies is te vers. Maar Winnie de Poeh staat hoog op mijn lijstje.
Winnie met zijn filosofische eenvoud heart-emoticon
.
.

nyncker-voetnoot

.

.

.

.

Op weg naar een lichtere wereld.

zonsondergang-met-nieuwe-wagen.

.

Een kijkje in de wagen na een mistige nacht

.

ramen-met-mist-binnen-kl-frm

.

Met een zucht klap ik mijn laptop dicht. Ik ben anderhalf uur verder en eindelijk, na veel kijken en vergelijken, heb ik de laatste bestellingen kunnen doen. Een cirkelzaagblad, een nieuwe accuboor en twee sloten. Elke keer als de postbode komt denk ik, nu heb ik alles, nou hoeft er niks meer bij. Mispoes! Steeds is er weer iets waar ik niet aan gedacht heb, of het is gereedschap wat ermee op houdt, of ik heb in mijn rekensom een fout gemaakt, waardoor ik niet alles heb meegeteld, zoals met de schapenwol. Als je de berg isolatiemateriaal ziet, die er in dat kleine huisje gaat, dan geloof je je ogen niet. Toch verdwijnt het allemaal in wanden, muren, deuren, in het dak en in de vloer.

Ik loop naar de wagen en de werkplaats, in de andere hoek van het veld. Ik ben benieuwd hoeveel condens er tegen het dak aan zit en bij de ramen. Het was vannacht weer koud en erg mistig. Ik duw het doorzichtige bouwzeil opzij, dat ik er voor heb gehangen, tegen de koude oostenwind. Dan stap ik via het omgekeerde kistje op het kleine bordes, loop door de dikke holle deurposten heen die een mooi poortje vormen. De deurtjes zijn in de maak, er komen twee onder en twee boven, mèt raampjes.
De dikke plankenvloer is vol houtstof, de ramen zijn beslagen. Ik veeg erlangs met mijn wijsvinger. Het acrylaat voelt niet koud aan zoals glas en ik krijg geen natte vinger. Het is geen condens, het is dauw dat aan de buitenkant zit. Van binnen is het kurkdroog. Fijn, dat scheelt een hoop gedoe straks.
Dan kijk ik omhoog. Boven de dubbele rij dakbogen kijk ik direct tegen het zwarte dakrubber aan. Ik zie allemaal kleine druppeltjes. Ik strijk erlangs met mijn hand. Langs het spoor van mijn vingers pakken druppeltjes zich samen en glijden langs het aflopende rubber naar beneden, door de kier die ik speciaal daarvoor openliet en dan, met het rubber mee, de goot in. Ik kan de bamboegoot goed zien, door de brede kier onderaan het dak.

.

bouwen-binnen-7

 

Straks zie je geen dakrubber meer, als je in de wagen staat en omhoog kijkt. Ook de bovenste rij dakbogen is dan vrijwel geheel uit het zicht verdwenen. Je ziet alleen de onderste essenhouten bogen, mooi onbeschilderd rondhout, met een plafond van dikke ongebleekte katoen dat er op rust. Achter die katoen, tussen de twee rijen dakbogen in, zit dan een dikke laag grijze schapenwol. Zou ik straks geen last meer van hebben van dat condens op het rubber, straks, als de isolatie er in zit?
Voor ik de stof vastzet en afwerk, ga ik eerst kijken wat er gebeurt. Hoe rustiger ik werk, hoe beter ik kan kijken. Zo kan ik elke keer de juiste beslissing nemen. Ik hoorde het vroeger al, van mijn favoriete leermeester op de scheepswerf, waar ik een tijdlang werkte. „Kijk goed, meet goed“, zei hij. Neem de tijd om te kiezen hoe je op de meest luie manier perfect voor elkaar kan krijgen wat je wil bereiken.

Misschien
heet dàt wel
„Duurzaamheid“…

Kijk goed en schat in
wat je kracht is en
wat er voor je ligt,
zoals een leeuw
voor hij een sprong maakt.
Lui en sterk tegelijk.

Ik heb mijn leven lang geoefend. Het heeft even geduurd, maar nu begin ik die levenshouding toch meester te worden. Geloof ik. Het timmeren van een wagen is veel meer dan alleen planken vastschroeven. Dàt weet ik in elk geval zeker.

.

.

bouwen-zaagklaar-maken-kl-frm..

Na dit verhaal heb ik een groot stuk van het plafond bedekt met schapenwol. Daarna heb ik drie ochtenden gekeken. Achter de isolatie is geen condens. Alleen bij de randen van de wol was het dak nat, bij de grens van het onbedekte gedeelte. Verscheidene keren zeiden mensen me: “Moet je geen dampdoorlatend folie toepassen? Dat hoort wel zo.” Dampdoorlatend folie is plastic met gaatjes erin. Ik geloof dat alle bouwvakkers het gebruiken. Bij schapenwol hoeft dat niet. Het mooie van schapenwolisolatie is juist dat het dertig procent vocht kan bevatten voor het zijn isolerende waarde verliest. Plastic ertussen stoppen zou zonder zijn. Een groot deel van de werking zou verloren gaan.

.

.

Foto’s van de binnenkant

.bouwen-woonwagen-alowieke-voorkant-kl-frm

Eerst ga ik er vier voordeurtjes in zetten. Twee boven en twee onder. Ook in de deurtjes komt isolatie van schapenwol en ook nog raampjes van dubbel acrylaat, oftewel plexiglas.

.

 

bouwen-binnen-2

Mijn huis is nu een werkplaats. Het is van binnen veel ruimer dan je in eerste instantie zou denken. Overal zijn al plankjes zodat je makkelijk ergens wat neer kan leggen.

.

bouwen-binnen-3

Deze ramen zijn ook van plexiglas. Ik wilde eerst echt glas doen, omdat het materiaal puurder is. Maar plexiglas is veel lichter en bovendien is het isolerend. Er komt geen condens op en daarmee voorkom ik een hoop problemen.

.bouwen-binnen-4

Het daklicht werkt geweldig goed. Zeker als straks de binnenkant wit gestoffeerd is. Wat een fijn holletje wordt dat.

.

bouwen-binnen-5

Tussen de dakspanten komt ook nog schapenwol. Wat je nu ziet is het dakrubber, dat aan de bovenkant groen geschilderd is. Anders wordt het in de zon zo heet, dat je het niet meer aan kan raken.

.

bouwen-binnen-7De schapenwolisolatie wordt ongeveer acht centimeter dik. Het komt rechtstreeks van de rol en ik moet het nog uitpluizen, omdat het in elkaar gedrukt is. Dat is nog best een heel werk. Maar een keer doen als het buiten koud is en regent.

Al met al ben ik heel tevreden, alles is geworden zoals ik hoopte. Er zijn nog een paar vraagstukken, bijvoorbeeld: Rekt het dakrubber niet uit? Om die reden heb ik het nog niet definitief vastgezet. Dan kan ik er in de lente eventueel een extra laag onderplakken, die níet uitrekt. Aan het dak kan ik ook verderwerken als de binnenkant al klaar is, en ik er al ben ingetrokken. Dus dat is voorlopig het doel, daaraan te werken. Rustig maar gestadig ga ik voort..

Een hele verschijning

.

.

bouwen-eindfase-woonwagen

.

.

Dinsdag elf oktober. Als ik wakker word, schijnt de zon met goud licht door het witte gordijn van het keukenraampje. Ik draai me om in bed, om ernaar te kijken. De lakens zijn koud en klam, waar ik niet lig. Gauw trek ik het dekbed op zijn plaats, zodat ik weer onder het warme stuk lig. Ik staar naar boven. Drie vliegen zitten roerloos op het plafond. In de hoek van het bed ligt een zakdoek. Die is Dick zeker vergeten, toen hij gisteren weer terug fietste naar Eindhoven. Over tien dagen is hij er weer.
Hoewel ik weer alleen ben op het veld, voel ik me tevreden. Het is fijn om thuis te zijn. Het was heerlijk op Schiermonnikoog en ik heb genoten van de ruimte en het ongerepte landschap. Ik heb gedanst op stille plekken in de duinen.
Terugkomen was lastig. Het veld was verlaten, zoals bijna altijd. Ik zei wazig gedag tegen de kippen. Er zijn vele zingende roodborstjes, koolmezen die me begroeten in de ochtend, en er zijn muizen die wegschieten tussen de struiken. Er is zelfs een uil, ’s avonds in de schemering. Maar als ik ben weggeweest, dan is dat allemaal niet meer genoeg, dan zie ik het ineens niet meer. Er is iets wilds in mij, dat wil uitbreken en ik vraag me af: „Wat dòe ik hier?! Ga ik hier voor de vijfde maal de winter in mijn eentje doorbrengen? Moet dat nou echt?“

Maar ik weet dondersgoed wat ik hier doe. Ik bouw een wagen. Daar draait het om. Afmaken, tot het rolt. Hoe rustiger ik de dingen aanpak, hoe grondiger en hoe groter de kans van slagen. Het krijgt steeds meer de vorm die ik twee jaar geleden uitgetekend heb.
De wagen staat op een andere plek, en ik heb alles eromheen opgeruimd voor een frisse nieuwe start. Mijn nieuwe huisje straalt in de najaarszon. Nu kan je haar ook van afstand kan bekijken. Soms komt er iemand. „Het is echt een verschijning, ik ben onder de indruk“ zegt èèn van de buren genietend. Ik word warm van het compliment. Het geeft nog mèèr energie dan mijn favoriete kom havermout.

De laatste loodjes kunnen zwaar zijn. Er is veel werk aan de wanden, het dak, de luifel en de twee goten. En natuurlijk werken we aan het verplaatsbare systeem van zonnepanelen. Veel is boven het hoofd.

Om met het dak bezig te gaan, ga je binnen op de werktafel staan. En dan moet je jezelf tussen de dakspanten door zien te wurmen, tot je er met je borst en schouders boven uitsteekt. Je staat dan klem en je kan je niet meer omdraaien. Als je dat wilt, dan moet je eerst weer terug.
Of je neemt de trap. Er is een uitklaptrap die altijd wiebelt. Die ga ik op en af, soms dag na dag. Nu en dan laat ik iets vallen. Dan klauter ik naar beneden en weer naar boven. Maar ik heb het er allemaal voor over. Want o, wat wordt het mooi! Het wordt mooier dan ik had kunnen bedenken…

Ik ga nu eerst de ramen erin zetten, voor het gaat regenen. En zo blijven we keuzes maken, de ene na de andere…

 

.

.

De karavaan

.

.karavaan

.

Ooit had ik een droom.
Ik zag een karavaan
van woonwagens,  ze reden
door het ganse land
een kleurrijke stoet zag ik gaan
en waar de groep ook kwam
daar boden ze helpende hand

Ze reisden door van plek naar plek
bouwden, sjouwden, gaven raad.
Er waren tuinders en techneuten
ze deelden zonnestroom en zaad
en allen
speelden muziek in de avond
en dansten

Het begint bij jezelf.

blogtek Hoera Vakantie!

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Ik ben de bouwer en de tuinvrouw
de muzikant, de danseres,
de kokkin en de verteller

Met grond tussen mijn tenen
en verf aan mijn vingers
deel ik de karavaan
met tal van lieve vreemden
ergens, waar dan ook

De karavaan is nooit verdwenen
hij rolt op rare wielen
wandelt voort op wonderbenen
de droom gaat almaar verder rond
van luisterend oor tot open mond

Vanuit het afscheid van wat was
groeit wat nu al wordt gedacht
Alles is in wording
en groen is ook het gras
aan deze kant van de gracht

 

Ja

.

.

DE BOUW VAN DE WAGEN

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Dick Verheul

voetnoot-dick-momo

.

Momo en de Tijdspaarders van Michael Ende vind ik een prachtig verhaal, omdat het enerzijds sprookjesachtig en wonderlijk is, en tegelijk heel herkenbaar. Sprookjes spelen zich elke dag af, als je er op let. Het gaat over geheimzinnige grijze heren, een soort bankiers, die de mensen aanmoedigen tijd te sparen. Ze zullen het later met rente terugkrijgen, is de belofte.  “Verspilt u voor alles uw kostbare tijd niet meer zo vaak aan zingen, lezen, of aan uw zogenaamde vrienden,” zegt een grijze man tegen kapper Fusi.

“Goed”, zei meneer Fusi, dat kan ik allemaal doen, maar de tijd die ik
op  deze manier overhoud – wat moet ik daarmee doen? Moet je die
inleveren? En waar? Of moet ik die bewaren? Hoe gaat dat allemaal
in zijn werk?”
“Daarover”, zei de grijze heer en glimlachte voor de tweede keer
flauwtjes, “moet u zich maar geen zorgen maken. Dat kunt u rustig
aan ons overlaten. U kunt er zeker van zijn, dat van uw bespaarde
tijd niet het kleinste beetje voor ons verloren gaat. U zult het wel
merken, dat er niets voor u overschiet.”



Het loopt trouwens goed af.

.

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank. Leg het tussen je blote voeten.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

.

.

.

.

karavaan

.

 

Engelenvleugels

.

engelenvleugels-woonwagen-luifel

 

.Het is gegaan zoals het hoort. Op een stralende zondagmiddag heb ik, met hulp van Dick, twee engelenvleugels aan de wagen vastgemaakt. Stralend wit in de zon heten ze je welkom, aan weerszijden van de deuropening. De vleugels hebben een open vorm, in het midden is een gat uitgezaagd en gladgebeiteld. Het gat heeft de vorm van een blad of een veer. De vorm kwam vanzelf uit mijn handen, toen ik er deze winter aan werkte.
De engelenvleugel is een bijzondere variant op een traditie. Eigenlijk horen er èngelen aan een woonwagen te hangen, gekrulde koppen met nog meer krullen eromheen. Ze houden niet alleen de dakrand omhoog, ze beschermen je ook tegen ongeluk onderweg.

De warme middagzon straalt nu warm op mijn bruine schouders. Ik sta op een afstandje van mijn wagen, warmgroen en lichtblauw geschilderd, als bossen met een zachte avondhemel erboven. De vleugels zijn nog wit van grondverf. En nu, terwijl ik dit alles gedachtenloos gadesla, zie ik iets merkwaardigs. Mijn engelenvleugels lijken iets heel anders te doen dan beschermen. Ze stralen openheid uit, en vertrouwen. Ze lijken je stralend te omarmen. Ik ben er stil van. Dit is de pure eenvoud die ik bedoel, de kern van wat leven voor mij is. Volledig vertrouwen. Zo hard als een diamant, zo zacht als zijde.

De vleugel zit stevig vast. Dat moet ook. Mensen zullen zonder twijfel de onderkant van de vleugel pakken om zich omhoog te hijsen. Dus het moet ook sterk zijn. Ik vond de oplossing. Ik heb hem vastgelijmd met Superdesuperlijm. Ongelooflijk, ik wist niet dat het bestond, lijm met een kracht van 110 kg per cm2! Meestal gebruik ik de onschadelijke houtlijm, maar in dit geval wil ik geen risico nemen en kies ik de allersterkste lijm die ik kan vinden.

Het werk aan de wagen is nu erg afwisselend. Constructieve klussen wissel ik af met schilderwerk. Met de kwast streel ik de schoonheid van de wagen, en maak hem nog mooier dan hij al is. Heerlijk, om te zien hoe hij uit de verf komt, hoe de vorm eindelijk volledig tot zijn recht komt.

Terwijl ik kijk naar wat gedaan heb, besef ik nog iets. De openheid, de lichtheid, de vloeiende vorm, dit is een wagen om Bach in te spelen, op mijn dwarsfluit! Vroeger speelde ik veel Bach en vond ik dat heerlijk, maar dit zilveren instrument ligt al vele jaren stil opgeborgen in zijn zwarte doos. Hij begint de laatste tijd zachtjes naar me te roepen. Ik moet nog veel weg doen, om op zes vierkante meter te kunnen wonen. Maar mijn fluit gaat mee. Dan zijn het niet alleen engelenvleugels die omarmen. Dan is er ook muziek, die harten kan verwarmen. Ik hoop het.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Afina Kuiper

voetnoot-alina.

Op de afbeelding zie je een favoriet van mij; autobiografisch verhaal van M. Wylie Blanchet die op jonge leeftijd weduwe werd. Ze woonde begin 1920 zeer afgelegen in fairy tale blokhut in British Columbia en besloot daar samen met haar 5 kinderen te blijven wonen nadat haar man niet terugkeerde van een zeiltocht en vermoedelijk verdronken is.
Ze besloot elke zomer haar huisje te verhuren en bracht dan juni t/m september door op hun zeer kleine zeilboot. Ze verkende tijdens hun tochten de kreken en baaien van de toen nog ongerepte kusten van Vancouver Island en doet in dit boek verslag van hun belevenissen.

” our world then was both wilde and narrow – wide in the immensity of sea and mount; narrow in that the boat was very small, and we lived and camped, explored and swam in a little realm of our own making”.

Prachtige verhalen over natuur, verlaten Indiaanse dorpen en over hoe weinig een mens eigenlijk nodig heeft ; elk lid van het gezin kreeg 1 stel kleding mee en de hond mocht mee maar verbleef in het kleine roeibootje omdat er geen plaats meer aan boord was…..

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank. Leg het tussen je blote voeten.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

Ik ga door tot het er is

 

.

.

deuvels op de vensterbank

.

.

 

Werken aan mijn kleine huis

.

De wanden zijn dicht, het werk is gestopt
Zeshonderd deuvels inclusief lijm
heb ik met veel geduld
in alle zeshonderd gaatjes geklopt

Gelukkig is mijn huis maar klein
anders was er nog veel meer
van almaar door hetzelfde
voor het af zou zijn

Ik ben, ik werk en
rust in de avond

De zon is warm en maakt mijn wangen
rozig van rode wijn
Het gras is groen, de lucht is blauw
ik kan niets meer verlangen

Ik ga door
tot het er is. . .

Hoe kleiner mijn huis,
hoe minder ik mis.

.

.

Dicht die wand!

Dicht die wand!

 

 De wand gaat dicht!
Is het niet
net een schip?

.

Schoonheid gaat vervelen als het steeds hetzelfde blijft. Zo is het ook met de woonwagen die ik bouw. Het is bijzonder zoals hij er nu uitziet zonder wanden, zo ruim en open en licht. Ik kijk ernaar, en weer en weer. . .Het is als het binnenwerk van een Steinway-vleugel, zo geniet ik van het lijnenspel, het ritme van spanten, blokjes en composietstukken, het resultaat van twee jaar werk. De lijnen zijn precies dezelfde als die ik ooit tekende, in mijn ontwerpboek. En nu is het er echt!
Maar hoe mooi het open skelet ook is… laat het moment maar komen: Dicht die wand! Op een muziekinstrument wordt gespeeld, in een huis wordt geleefd. Dat is toch de bedoeling van iets bouwen. En een glazen woonwagen is net zo min een optie als een glazen piano.

Ik kijk de hele wagen nog eens extra na op stevigheid en zie nog vier spanten waar wat aan moet gebeuren. Op de werkbank liggen de ronde stokken, twaalf millimeter dik. Ik zaag er houten pennen af, precies de maat die ik nodig heb.
Ik pak de pot lijm en een grote splinter die op de ongeschilderde, halfvoltooide vensterbank ligt. Met het houtje smeer ik de lijm tussen de ribbeltjes die in de pen zijn gemaakt. Er valt een druppel lijm op mijn vinger. Ik veeg het af aan mijn werkbroek. Ik pak de klopper van de grond en sla één voor één de deuvels op hun plek. Als ze er in zitten kijk ik nog eens rond. Zou dit echt het allerlaatste zijn?

Ja, alles is er klaar voor. Het is raar, dat het nu eindelijk zover is, na al die maanden werk. Het dichttimmeren is een peuleschilletje, na al zoveel voorbereidingen. Het is net iets meer werk dan het inpakken van een surprise met sinterklaas. De planken liggen klaar in de grondverf. Samen met Dick schroef ik de eerste latten op hun plek.

De volgende dag is de hele camping stil en verlaten. Dick is weg en verder is er niemand. Alleen de kippen scharrelen om mijn voeten en vlinders fladderen rond de bloeiende dropplant en de majoraan. Ik ben alleen en toch ook niet. Alles om mij heen draagt bij aan een kunstig eindresultaat. Ik pak het zakje met vierhonderd zelfgezaagde deuvels. Vandaag ga ik weer keihard timmeren, lekker.
Hoera!
Met dank aan het universum.

.

Ik maakte een mooi totaalbeeld van de bouw, met uitleg erbij.

.

.

.

.

.

 

Noestig hout en bezoek van goud

 

.

noestbezoek

.

.

Nog steeds wacht ik met het dichttimmeren van mijn nieuwe wagen. Rustig kijk ik, werk het één en ander netjes af en luister af en toe naar commentaren. Een belangrijke fase.
„Zou je die uitstekende hoek niet wat extra versterken?“ zegt iemand. Verrek, hij heeft gelijk, denk ik en ik zoek een paar sterke balkjes. Ik vind een aantal met fijne nerf, die zijn sterker en harder. Ik leg ze bij elkaar, vier zijn het er. Ik bekijk ze één voor één. Ik pak de twee die vrijwel zonder noesten zijn. Ik streel het hout, het zijn mooie. Jammer dat ze straks niet meer te zien zijn, want dit is het binnenwerk. Maar ook het binnenwerk moet goed zijn, het is net zoiets als botten. Ze moeten hard zijn, sterk en stevig op de ene plek, als knieën en ellebogen. Ze moeten flexibel zijn op andere plekken, als een wervelkolom. Hout met noesten gebruik ik zo min mogelijk. Daarom zijn mijn dakbogen ook van gestoomd essenhout. De ronde vorm is oersterk, en de stokken zijn compleet zonder noesten. Noesten zijn plekken waar een tak heeft gezeten, toen het een boom was. Het maakt het hout zwak. Als je er tegenaan ramt breekt het altijd bij een noest.
Natuurlijk ga ik er niet van uit dat ik een botsing krijg, maar ik wil op alles voorbereid zijn. Het kan een brede tractor zijn of een boom of een krappe hoek in een smal straatje.

Ik meet alle hoeken en gaten. Ik teken af wat het moet worden, tot op de millimeter. Ik controleer mijn decoupeerzaag, of het zaagje haaks is en niet krom. Ik zaag en maak alles passend. Het is een hoop gepuzzel om alles precies te laten kloppen.
Buurman Henk komt aanlopen. „Ha! Fijn je te zien!“ roep ik. Ik had hem niet verwacht want Henk zit in de lappenmand en zit het hele weekend in zijn caravan te lezen. „Oh… wat wordt het mooi! Ik weet niet wat je gedaan hebt, maar het ziet er steeds robuuster uit.“
„Dank je Henk, “ zeg ik glimmend.
„Dat is het mooie hè, niet snel alles af hoeven te raffelen, maar de tijd te nemen. Het is heerlijk om zo rustig te bouwen en dat je alles piekfijn kan laten kloppen met elkaar.“
Ik kijk hem lachend aan. Fijn, hij begrijpt het.

Alleen zijn is goed, je kan ongestoord een superconcentratie opbouwen. Maar soms is bezoek goud waard. Het zijn mensen die rustig meekijken, meedenken om dan weer hun gang te gaan. Ik ben blij dat ze er zijn.

.

.

.

noest

Wachten tot de bui voorbij is

.

.

Als de regen even ophoudt....

.

Even houdt het op met regenen. Geduldig en verstild, bijna als een beeld, zo wacht ik het moment af. Ik verzamel energie om dadelijk weer in actie te komen. Het beeld maakte ik als zeventienjarige op de lerarenopleiding handvaardigheid/tekenen. Het is geïnspireerd door vruchtbaarheidsbeelden uit oude culturen. Vruchtbaarheid, aarde. Ik ben altijd geboeid geweest door aarde. Op de middelbare school wilde ik biologische landbouw gaan doen, in ontwikkelingslanden. Het liep anders. En toch, meer en meer kom ik er achter dat, wat landbouw betreft, ons eigen land een ontwikkelingsland aan het worden is. Althans, mijn beeld van gezonde gronden ziet er heel anders uit dan wat ik nu om me heen zie ontstaan. Ben ik dan toch op mijn plek? Wie kent de bewegingen van het lot?

.

Het is maandag. Ik kijk door het raam naar buiten. Het regent pijpestelen. Overal in bosjes en stuiken weet ik kletsnatte kleine vogeltjes. Ook achter mijn wagen, in de coniferen zit een vinkennest. Zouden papa of mama de kleintjes beschermen en warmhouden? Terwijl ik me het afvraag ben ik blij dat ik lekker binnen zit. Ik luister naar het gekletter op het zeil van mijn dak. Het geluid gaat in golfbewegingen, van zacht naar hard en weer zacht. En juist als ik denk dat de bui ophoudt, komt er ineens een knetterharde donderslag, van heel dichtbij. De pauw antwoordt met luide langgerekte kreet. Probeert hij nog harder te schreeuwen dan de woeste god Thor? Ik weet dat hij warm en droog zit, de pauw. Met zijn lange staart past hij net in het kleine stenen hutje, hier vlakbij.

Voor mijn deur zie ik de plassen groeien, in het gras. Eén en al beweging is het, tientallen kringetjes van vallende druppels weerkaatsen de lichte lucht. Terwijl ik geboeid naar het schouwspel kijk, worden het er steeds minder. Ik zie de afnemende stroom van druppels, die van het dak langs het raam naar beneden vallen. Langzaam verandert het geweld boven mijn hoofd in een spel van kleine tikjes. Een merel begint te zingen en een vink. Vink’s riedel eindigt met de bekende toon, die klinkt als een vraag. Een tweede antwoordt van ver. “Ik zit hier, ik zit hier!“ lijken ze tegen elkaar te roepen. “Als je dàt maar weet! Ik heb de slag van de donder overleeft!”
“Ik ook, ik ook!”
Als het waterconcert een einde vindt, hoor ik in de verte de tjiftjaf. Ik denk dat hij tussen de bomen zit, bij de vijver. De zwart-grijze kauw vliegt met gespreide vleugels naar de dakrand van de loods. De kleine kauwtjes beginnen luidkeels te krijsen, als één van hun ouders het nest in duikt. En dan, uiteindelijk, komt de pauw aangelopen met trage voorzichtige stappen. Zijn prachtige staart sleept nat door de plassen. Ik sta op en pak een snee Brabants roggebrood. Dat lust hij wel.

Het is al twaalf uur geweest. Hij lijkt droog te zijn en ik hoop dat het zo blijft. Dan kan ik weer verder met bouwen. Ik ben bezig met de deurposten, zodat ik voor- en achtergevel dicht kan timmeren. De hele middag heb ik voor me en ook de rest van de week. Ik wil een fijne spurt maken. O, als ik eenmaal het ritme heb, dan gaat het lekker! Zo fijn hoe alles dan glashelder in mijn kop zit. Ik hoop die concentratie deze week te bereiken, en iedereen die nu wat van me wil, daar zeg ik “nee” tegen. Alleen de grote god Donar, met zijn stort- en donderbuien, die gaat zijn eigen gang. Daar zeg ik niks tegen.

Het is ook prettig dat het niet al te snel gaat. Zo blijft het bouwen leuk en bijzonder. Ik kan erover vertellen en het hele proces vastleggen. De deurpost is nu bijna klaar. Het is een feest om door een echt poortje naar binnen te kunnen gaan. Meer en meer is het een huisje. Een echte woonwagen, dat wordt het.

.

Ik was net een tijdje aan het werk, toen het heel donker werd en de regen met bakken uit de lucht viel. Pal naast mijn wagen sloeg ergens de bliksem in. Ik schrok me een hoedje. De schapenwol die er net in zat, is hier en daar nat geworden. Ik heb alle lekkages zo goed als verholpen en ben door de stromende regen naar mijn warme huisje gelopen. Daar stak ik de kachel aan en maakte dit filmpje.

.

.

Aan mijn wagen zitten een heleboel deurtjes. Terwijl ik schuilde voor de grote bui, heb ik het pakketje uitgepakt, dat de postbode me bracht vandaag. Een hele schat is het, vierentwintig messing scharniertjes. Ik heb voor en achter dubbele deuren, onder en bovendeuren. Vier per kant dus. En dan nog de luiken, die voor de ramen zitten aan weerszijden. Een hele hoop bij elkaar.

Scharnieren

.

.