Spel en slaap voor iedereen

Spel en slaap houden ons hoofd helder. Het is een basisrecht voor iedereen en een voorrecht om daar in vrijheid voor te kunnen kiezen. Ik lig wakker in mijn hangmat.

.

Tekening Alowieke, van 2018

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is een harde bonk. Ik schrik wakker, het is nog donker. Er klappert iets. De wind was al hard toen ik ging slapen, en is nu toegenomen. Het luik is opengewaaid, klappert dicht en dan weer open. Ik probeer stug door te slapen, al weet ik dat mijn poging gedoemd is te mislukken. Na een paar minuten gooi ik de klamboe open en klim uit mijn hangmat. Dan moet het maar. Ik doe het luik nu helemaal open, zet het vast en klim snel terug het bordes op en duik er gauw weer in. Maar de slaap is verdwenen. Met ogen dicht denk ik aan alles wat er gebeurt. Na dagenlang distels uitsteken leek een vloed aan ontmoetingen mij tegemoet te stromen. Dagelijkse ontmoetingen, maar ook bijeenkomsten die ergens over gingen.

We boffen dat we dit in alle rust kunnen doen. Dat we kunnen kiezen waarheen we gaan en met wie we willen praten en wanneer. Het had ook anders kunnen zijn. We hadden in oorlogsgebied kunnen leven en al vijf keer of meer moeten evacueren. Stel je voor dat jij het was, daar tussen de instortende huizen. Hoor, de drones, de vliegtuigen die overgaan. Er komt een melding dat er een bom valt en op het laatste nippertje gooi je je spullen uit het raam om te vluchten. Zo dadelijk is alles weg, het hele leven zoals het was. En waarheen dan? Je komt in een tent, tussen tientallen ander tenten. ’s Nachts lig je te piekeren over je toekomst en de slaap wil niet meer komen. Boven je hoofd gaat het geluid van drones almaar door. Soms komt er hulp. Een enkeling komt bijna zover, dat hij het land uit kan vluchten. Kinderen, met letsel. Volwassenen met een hoge opleiding. Maar vaak genoeg lukt het ook niet. Andere landen willen dat niet, massa’s mensen maken zich zorgen om hun eigen hachje. Ze maken zich druk en liggen te woelen in hun bed. Ze worden lichtgeraakt en beginnen vreemden in hun wijk uit te schelden. Al die oorlogen zijn bedreigend. Straks komen die vreemde mensen hierheen, met hun rare taaltje en vreemde gewoonten.

Stel dat jij die vluchteling was en dat je nergens meer heen kon. Dat er dan mensen zijn die zeggen dat je een profiteur bent en alleen maar komt om te stelen, terwijl je met een vriendelijk gezicht al heel blij zou zijn. Je wilt alleen maar rust, een plek om alle ellende te verwerken en het liefst zou je teruggaan naar huis. Maar je huis is er niet meer. Je hebt hulp nodig om je leven weer op te bouwen. Hulp om je land weer te herstellen. Die hulp blijft uit en dat maak het alleen maar erger. Er wordt niks opgebouwd, er is geen verbroedering meer. Regeringen overal ter wereld luisteren naar de massa’s die alleen aan zichzelf denken. Er bouwt zich een redeloze woede op, die zich richt op alles wat niet tot hun eigen kleine wereldje behoort. Met hun woede vernietigen ze zelfs de basis onder hun eigen voeten, het recht van ieder mens. Het recht om te kunnen spelen en slapen in vrede. De grondwet is de vloer waar iedereen op staat.

Vlak na de oorlog was er eendracht. Iedereen wist, dit willen we nooit meer. Men werkte samen aan de wederopbouw en er kwam goede zorg en aow. Dat duurde even, maar de eendracht van het begin verdween, en het werd steeds meer ieder voor zich. Er kwam verharding en ongeduld. En nu is het weer zover, alles wat was komt weer terug. De ene na de andere demonstratie volgt. Er waait een fikse wind die de gemoederen door elkaar schudt. Oude dingen keren terug. Massa’s mensen die de zwakkeren de schuld geven. Een man die antifascistische acties veroordeelt, de mensen die het juist opnemen voor de zwakkeren. Zwakkeren worden in het stof vertrapt en degenen die hun helpen worden veroordeeld. Hitler wordt herboren in de geest van Netanyahoe en Trump en vindt zelfs navolging in Nederland.

Wat is dat, de tijd van de mensen, onze levens als een lange rij schakels, de geschiedenis die ons vormt? Het is als de wind, die in cirkels waait. Alles keert terug. Of misschien waait het in een spiraal. Gaat het omhoog of naar beneden? Of gebeurt het allebei tegelijkertijd? Buiten ruisen de toppen van de hoge bomen. Ik geef mijn poging om te slapen op en sla het witte geweven doek opzij dat over mijn klamboe hangt. Dan kijk ik over de vensterbank naar buiten. Het is licht geworden. Aan de overkant van de Swette is het een drukte van belang. Kraaien en kauwtjes zweven en dwarrelen door elkaar als bladeren. Die harde wind vinden ze prachtig. Achter de hoge bomen van ons terrein is de thermiek ideaal voor zorgeloos vleugelen. Het is ideaal om mee spelen, in een spiraal worden ze meegenomen, omhoog en omlaag. Kraaien, kauwtjes, torenvalken, ze doen het allemaal. Ze weten precies waar ze moeten zijn. Konden wij dat maar, zo spelen.

Spelen, blijven spelen. Al maak je nog zoveel mee, als je kan spelen ben je rijk. Spel en beweging zorgen ervoor dat je je niet klein laat krijgen door de omstandigheden. Het houdt de vitale vonk brandende en de warmte van die energie bindt gemeenschappen samen. Als de nacht komt gaan we moe naar bed en slapen we als een roos. Spelen en slapen maakt ons mens, hoe het leven zich ook manifesteert. Het houdt ons hoofd helder, zodat we na kunnen denken en zien wat er speelt. Onrust en slapeloosheid doen veel kwaad. Misschien leidt onze tweede kamer daar ook aan. Slapeloosheid mondt uit in dwaze beslissingen, zoals het ondermijnen van de grondwet. Maar helder en krachtig zijn mensen die blijven wie ze zijn. Die spelen en slapen in alle omstandigheden. Zelfs in oorlogsgebieden vind je ze.

Ik gun ieder mens zijn spel en zijn slaap. Dat alle bitterheid wordt weggewassen door de zachte regenbui van de droom. Dat alle mensen helderheid van geest terugvinden om de bodem onder ons bestaan weer op te bouwen. Spel, slaap, vrede, licht. Alles tezamen maakt ons de mensen die we zo graag willen zijn. Ik heb mijn keus gemaakt. Eerst slapen, dan verder leven. Ik verheug me er op.

Dit is de luisterversie:

.

Over de tweede kamer en de noodzaak om burn outs te voorkomen: meer zetels.

https://decorrespondent.nl/16375/goed-plan-van-150-naar-250-kamerleden/bfe90f45-cb6c-0e54-3a61-4798f74e24e7

Ik ga naar de rode lijn demonstratie in Amsterdam. 5 oktober. Gaan jullie ook?

DE NOOD VAN HEILIGE BODEMS (The need of secret soils)

.

Jonge bomen en wadi’s

Mensen die de bodem onder hun voeten dreigen te verliezen, een plek, die voor hen heilig was. Ik wens dat hun heilige plaatsen nog duizenden jaren zullen bestaan en dat zij en hun kinderen nooit weghoeven. En dat er nog veel van die plekken bij zullen komen. Met die intentie zorg ik voor de mijne.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to listen to the ENGLISH translation? Push the button under the text.

.

Daar sta ik dan. Ik heb mijn schone kleren aan, want dat kan nu. Voorzichtig loop ik het pad af, op mijn nette schoenen. Ik wandel langs de plekken waar ik gisteren bezig ben geweest, in weer en wind, langs het Verhalenpad. Het graven is klaar. De boompjes zitten erin. Maar ik heb nog veel meer gedaan. Verscheidene plantgaten liepen vol water. Actie was dringend nodig, anders zouden ze verzuipen. Gemotiveerd ging ik verder met scheppen. Slingerende geulen en gaten zijn het geworden, om de kleine boompjes heen. Vanaf de plant steeds dieper, kronkelend van de ene waterkom in de andere, tot de stroom het eindpunt heeft bereikt: een hele diepe kuil. Het was een hoop werk, maar het was het meer dan waard. Niet alleen werkt het goed, het ziet eruit alsof de natuur het zelf zo heeft gemaakt. Kunst! De klei was zacht als boter. In twee dagen kon ik zoveel doen! Ik genoot ervan. De droge maand maart had de grond hard gemaakt als kalksteen. Dat was nu wel anders. De regen en de harde wind kon me niet deren. Lachend worstelde ik met de spade, zwaar van aangekoekte drab.

Dat was gisteren. De paarse regenbroek is inmiddels opgedroogd en heeft een onbestemde kleur gekregen. In mijn klomp zit een gat van het kracht zetten op de spade. De geleende laarzen liggen vol aangekoekte modder thuis, op het bordes. Ik loop weer terug, op mijn nette schoenen en veeg de modder onder de zool af aan het gras. Ik denk dat Dick de koffie klaar heeft en loop het grindpad af.

.

Geplante bomen in rietbed

.

Al die dingen koester ik. Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik wortel. Steeds vaker ben ik precies op het juiste moment op de juiste plek. Dat komt omdat ik hier bijna altijd ben, hier, rond de boerderij, op het landje, en in het huisje van mijn vriend Dick. Ik ken het pad met elke hobbel en kan met ogen dicht de 500 meter afleggen naar zijn voordeur. Ik loop met mijn nette schoenen om de plassen heen. Er zijn flinke buien gevallen. De klei is weer zacht. Steeds dierbaarder is het me, deze grond onder mijn voeten. Het hoort bij me. Hier te staan, nu. Het de enige zekerheid is die ik heb, behalve de dood.

Hoeveel mensen verliezen de bodem onder hun bestaan? Het is niet alleen de oorlog zelf, die levens ontwricht. Het is ook de onverzadigbare gulzigheid naar grondstoffen. Grote handelsstromen lopen over de hele aarde, en dat is nu in de war gegooid. Sommigen zijn wijs, en beginnen minder te consumeren. Anderen voelen een nog heftiger noodzaak om te zoeken naar méér. Zoals Brazilië en India. Zij zetten haast achter nog meer mijnbouw.

Hoe ver het ook is, in Brazilië wordt de invloed van de oorlog dus ook gevoeld. Ze voerden altijd kalium in, uit de huidige oorlogsgebieden, voor kunstmest. Dat is nodig voor hun sojateelt. Die import is wegvallen. Daarom wil president Bolsonaro een kaliummijn ontginnen in het al ernstig aangetaste Amazonewoud. Dat wil hij al langer. Maar dit is het gebied van de Mura. Het zijn strijdbare mensen en ze houden intens veel van hun land. Ze houden de kap al lange tijd tegen. Maar hoe groot hun moed ook is, de druk van de boerenlobby wordt in deze omstandigheden bijna onhoudbaar. Zal hun strijd uiteindelijk tevergeefs zijn? Dit zou opnieuw een deel van het regenwoud kosten, land van oud natuurvolk. Nog meer kale aarde. Met alle gevolgen van dien.

Wouden worden gekapt, heilige plaatsen worden zonder pardon van de aardbodem geveegd. Hele volksstammen gaan in protest, maar worden met geweld het zwijgen opgelegd. Dit gebeurt in Brazilië maar ook in India. India importeert 85% van hun olie uit Rusland. Omdat door de oorlog de energieprijzen gigantisch zijn geworden, wil de overheid kolenmijnen ontginnen en het liefst zo snel mogelijk. Ook dáár moet gekapt worden, heel veel gekapt. Het zijn de bossen waar Adivasi huizen, een volk met 57 miljoen mensen. De wouden moeten plaatsmaken voor een enorm uitgestrekt mijnengebied. Een hel. Voor de Adivasi is er geen alternatief. Ze moeten simpelweg oprotten. En waarheen dan? Er is niets wat hun rest, ze zullen overal verschoppelingen zijn. Ik denk aan hun vrouwen. Zij zijn het, die moed tonen. Overal komen ze in opstand. Ze worden op grote schaal verkracht en vermoord. Ik heb het zelden over deze dingen, omdat ik vooral wil inspireren. Maar het hoort er wel bij, dit te weten, deze mensen te steunen. Te denken aan de vrouwen die zich zo verbonden voelen met hun land, net als ik. Die vechten voor wat hen dierbaar is. Elke vrouw die daarbij het leven verliest was mijn zuster.

.

.

Het zijn deze mensen, die het eerst het slachtoffer zijn, de laagsten in de ladder. Wie denkt er aan hen, in al het tumult? Ze verdienen zoveel meer! Het zijn juist zij, die zich verantwoordelijk voelen voor de Aarde. Ik hoop op een wonder. Dat dit de laatste krampkoortsen zijn van het oude, wat niet meer werkt. Dat een wereld om de hoek staat die berust op samenwerking en symbiose. Dat alle mensen hun grond kunnen behouden en dat hun heilige plaatsen nog duizenden jaren zullen bestaan. En dat er nog veel van die plekken bij zullen komen. Met die intentie zorg ik voor de mijne. Mijn heilige plek bij boer Jochum, in dit dorp in Friesland. Dit Verhalenpad, in de zompige klei van het natte Noorden.

.

Nederlands

English

https://metro.co.uk/video/for-destruction-mura-indigenous-people-vow-protect-amazon-1991268/?ito=vjs-link

https://www.reuters.com/world/americas/canadian-firm-lobbies-brazil-amazon-potash-mine-permit-2022-03-31/

https://www.survivalinternational.org/campaigns/adivasisagainstcoal

https://www.theguardian.com/world/2022/mar/31/protect-indigenous-peoples-rights-or-paris-climate-goals-will-fail-says-report.

https://www.mo.be/artikel/de-adivasi-de-vergeten-bevolkingsgroep-van-india

Schuilen voor de regen

.

EEN VREEMDE VERJAARDAG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . A strange birthday

A STRANGE BIRTHDAY

.

.

Een gebeurtenis die valt als een steen in de wereldvijver. Het komt als een schok. Maar uiteindelijk maakt alles deel uit van een lang verhaal. Niemand kan zien hoe de lijnen lopen, daar is het veel te complex voor. Maar verbanden zijn er. Alleen een verhalenverteller kan ze noemen, of een dichter. Want niets staat voor altijd vast.

Liever luisteren? Klok op de knop onder de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH version? click on the button below the text.

.

Het is het eerste waar ik aan denk, als ik wakker word. Ik ben jarig! Het is donderdag 24 februari 2022, en ik ben nu 57. Ik kijk op de wekker maar die staat stil. Aan het licht te zien is het half acht. Ik pak mijn smartphone en die zegt hetzelfde. Nu ik hem toch in de hand heb, kijk ik meteen even de mail na. “Rusland valt Oekraïne binnen”, kopt de Correspondent. Wat krijgen we nou? Ik ben jarig en het is oorlog? Ik zak terug in mijn hangmat en staar naar het bescheiden ochtendlicht. In mijn wooncocon is alles goed. Altijd. Hier heb ik een gevoel van vrede, hoe de toestand ook is. Het is een vredescocon. Maar hoe kan het, dat zulke extreme gebeurtenissen elkaar zo rap opvolgen? In de chaos van deze tijd zijn alle verbanden zoek. We lijken een speelbal te zijn in de golven van de wereld en Poetin gooide een steen. Wat nu? Waarom zo pal na elkaar?

Ik ben niet de enige die zoekt naar een verband. Sommigen geloven dat de straling van 5G masten iedereen gek maakt. Of ze verklaren het met zogenaamde illuminatie, een geheim genootschap. Misschien is Poetin door hen uitverkorenen om president van de wereld te worden. Iedereen zal hij onder zijn macht krijgen met ingespoten chips, stiekem natuurlijk, via vaccins.

Nee, daar geloof ik dus niet in. Verbanden zijn nooit simpel te leggen met één enkele verklaring. Er is geen “Joost” die het wel zal weten, geen duivel als verklaring voor alle ellende. Het zit in onszelf, hoe wij met de wereld omgaan. Ik trek het dekbed verder over mijn schouder. Ik wil nog even blijven liggen, voor ik er weer uit ga om bomen te planten. Het is koud in huis. Ik doe mijn ogen dicht en zie de Aarde voor me. De Aarde, zoals ze eigenlijk is, stralend blauw en groen, bedekt met bossen en heldere wateren.

Al eeuwen zijn mensen aan het kappen. Mensen kappen voor houtwinning, om akkers aan te leggen en steden te bouwen. De Aarde wordt kaler en kaler. Ik plant bomen. Onze geliefde planeet vraagt erom. Zonder bomen worden we ziek. Wetenschap heeft waargenomen dat er een verband is, tussen kaalslag en virussen. Waar bossen en biodiversiteit verdwijnt, daar gebeurt iets merkwaardigs. Juist virusdragende dieren vermenigvuldigen zich steeds sneller. Ratten bijvoorbeeld, en vleermuizen. David Quammen is één van de wetenschappers.

‘Terwijl we onze omgeving verwoesten, vernietigen we overal dieren, schimmels, bomen en planten. Al die organismen dragen unieke virussen met zich mee en door ze te vernietigen stellen we de virussen in staat om zichzelf te “redden” door verder te evolueren en menselijke virussen te worden,’ zegt hij.

Het ecosysteem valt in duigen en de Aarde die onze moeder is, lijkt te veranderen in een vijand. Dat is natuurlijk niet zo. Wat we terugzien, is de weerslag van ons eigen handelen. Zo kwam er de Vogelgriep. Zo kwam er Ebola en misschien wel de pest. Zo kwam Covid in ons leven. Ook in dat van Poetin. In de lock down werd het leven stil en eenzaam. Iedereen raakte in zichzelf gekeerd. Componisten, schrijvers en schilders waren in hun element. De concentratie deed hen goed. Anderen werden gek van eenzaamheid en frustratie. Straatvechters trokken hun jas aan en pakten hun stokpaard. Straatvechters. Zoals Poetin.

Poetin was het derde kind, dat zijn moeder baarde. De twee die hem voor gingen, waren beide dood gegaan. Zijn moeder adoreerde hem. Zijn vader was nooit thuis, want die was matroos. Hij groeide op in de sloppenwijken van Leningrad. Als straatvechter baande hij zich een weg en hij was lid van een knokploeg. In judo was hij een kei, en hij werd winnaar van zijn stad. Hij was alleen en hij was trots. Zijn jeugdvriend haalde eens een geintje met hem uit, en dat was zwaar vernederend voor hem. Hij zou het nooit vergeten.

Eenzaam en trots was hij. Een echte macho. Hij ontmoette zijn vrouw en trouwde. In die tijd moet hij spion zijn geweest voor Rusland in Oost Duitsland. Tot de muur viel. Toen heeft hij alle documenten verbrand. Wat moest hij nu? Hij dacht erover om taxichauffeur te worden, maar het werd wat anders. Eenzaam en trots was hij. En een vechtersbaas. Hij slaagde erin vrienden te worden met oudere politici en werkte zich omhoog. Met de listigheid van een straatjongen was hij binnen tien jaar president.

Een eenling is hij altijd gebleven. Hij gebruikte zijn ervaring bij de KGB om zichzelf te beschermen. Dat doet hij nog steeds en hij is er zo goed in, dat iedereen bang voor hem is. In de wereld van de politiek was het Angela Merkel die het beste met hem kon praten. Zij sprak Russisch. Toch werd het almaar stiller om hem heen. In 2013 scheidde hij van zijn vrouw. Hij had al lange tijd weinig contact meer met haar. Op politiek niveau werd zijn positie ook eenzamer. Angela Merkel verdween uit het beeld. En toen kwam Covid. Een vijand die niet te bestrijden was met wapens en legers. Hij was er als de dood voor. Als trotse vechter moet hij zich machteloos hebben gevoeld. Hij hield iedereen ver op afstand. Te zien is een gesprek met Macron, aan een meterslange tafel. Hij aan het ene eind, Macron aan het andere.

Covid kan een vechter gek maken. De eenzaamheid die iedereen kent, werkt bij elk mens weer anders. Wat heeft de lock down met deze president gedaan? Nauwelijks zijn de mondkapjes af, of hij ontketend een oorlog. Ik denk aan de rellen die we hebben gehad, met jonge straatvechters in Eindhoven. Er waren veel vernielingen, maar er was ook begrip, vanwege de extreme situatie. Voor een man op eenzame hoogte bestaat geen begrip. En zeker niet als hij een oorlog ontketend.

Uiteindelijk is alles een heel lang verhaal. Niemand kan zien hoe de lijnen lopen, daar is het veel te complex voor. Maar verbanden zijn er. Alleen een verhalenverteller kan ze noemen, of een dichter. Want niets is te bewijzen. Ik zucht en denk aan alles wat er nu gebeurt. Alles heeft goede en slechte kanten. En wat zal het uiteindelijk betekenen? Dat zien we later pas, heel veel later. En zelfs dan is geschiedenis maar een schamel geraamte van wat er werkelijk heeft plaatsgevonden. Met feiten hakken we een verhaal in hoofdstukken. Met verbeeldingskracht en inlevingsvermogen scheppen we verbanden. En dat is hard nodig.

Ik klim uit mijn hangmat en steek de kachel aan. Ik eet warme havermout en kleed me aan om de spade te pakken. Het werk wacht. Driehonderd inheemse bomen willen nog de grond in. En in de pauze ga ik taart eten. Want ik ben ook nog jarig. En ik wens dat de Aarde nog lang zal leven, en de mensen in vrede tesamen.

.

Nederlands:

English:

Hoe ons ingrijpen het ecosysteem Aarde verandert, en de invloed op onze gezondheid. Eén van de artikelen hierover:
https://www.groene.nl/artikel/het-is-niet-de-schuld-van-de-vleermuis


Artikel over het leven van Poetin.
https://m.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170306_02765259.

Zaterdag 5 – 3 – 22 is er een demonstratie, Malieveld Den Haag. Het gaat om de-escaleren en een wapenstilstand.
Spreker uit Oekraine en Rusland en PvdD en de organisaties.
.
https://www.sp.nl/column/lilian-marijnissen/2022/stop-oorlog

.

.

.

Bij mijn pa

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7,5 minuut.

Annemarie en ik staan in de garderobe van de Jeruzalemkerk in Emmeloord. We wachten op mijn vader, hij zal zo komen. Mijn pa is al negentig en omdat ik al vele jaren niet meer met hem ben mee geweest, wil ik hem graag een plezier doen. “O ga je naar de kerk? Ik ga met je mee,” zei mijn buurvrouw resoluut, dus nu staan we hier, tussen de jassen. Het duurt lang, hij zou er tien voor negen zijn, maar het is al 8.56 en ik zie hem nog steeds niet. Gelukkig heb ik mijn telefoon mee en kan ik hem bellen. “Pa, waar blijf je?” vraag ik en aan de andere kant is het even stil, mijn punctuele pa zijn adem stokt even voor hij uitbrengt: “Ohhh, vergeten! Ik kom er meteen aan!”
Ik sta voor de kerkdeur en kijk de brede stenen trap af, de parkeerplaats over, naar de bomen langs de Schokkerwal, waar ik geboren ben, maar ik zie zijn auto nog niet. Hij zal toch niet uitgegleden zijn in de stress, vraag ik me af, maar precies op dat moment zie ik zijn kleine gestalte opdagen. Hij is niet met de auto. Natuurlijk niet, hij is met de fiets! Keihard scheurt mijn negentigjarige pa de bocht om en stalt zijn oude trouwe rijwiel naast de kerk. Hijgend komt hij aanlopen: “Ik had me vergist, normaal gesproken begint de kerk altijd om half tien, wat goed dat je belde!”

Ik hou van zingen. Ik zing graag, altijd en overal, het liefst met een tweede stem. Dus ik geniet van het uurtje in de kerkbank, en er is zelfs een lied bij met meerdere stemmen. De vrouw achter de kansel praat over leven dat altijd terugkeert, zelfs na de donkerste duisternis en er worden drie doden herdacht, die deze week zijn heengegaan. Mooi is dat, denk ik bij mezelf, dat je in de kerk met elkaar aan mensen denkt, en aan hun nabestaanden. Dat missen we, in een samenleving zonder geloof.

Even later zitten we in de kamer van mijn ouderlijk huis koffie te drinken. Mijn pa praat levendig en heeft hele verhalen. Wat een verschil met vroeger. Toen mijn moeder nog leefde was hij nogal zwijgzaam. Haar dood heeft veel bij hem gedaan en hij belt me nu regelmatig om te vragen hoe het gaat. Nu zit ik op onze oude leren bank, die er al decennia staat, en ik kijk naar de beeldjes en stukken hout, die mijn moeder ooit op een rij heeft gezet op de vensterbank. Annemarie vraagt naar zijn leven, zijn tijd op de HBS en hoe het ging in de oorlog met dat grote gezin. Ze vraagt honderduit. Ik heb ook vragen maar blijf stil en luister. Er komen nog genoeg dagen voor vragen.
Dan begint hij opeens over dat dramatische moment, dat hij op negenjarige leeftijd zijn vader verloor, en ik hoor het tot in de details. Terwijl hij naar school liep, werd de vrachtwagen aangereden door een dieseltrein, die zijn vader vanuit de mist verrastte. Er waren nog veel onbewaakte spoorwegovergangen in 1939, en dit was er eentje van. Het was een drama. Zijn moeder bleef achter met twaalf kinderen en zijn oudste broer van negentien nam het werk als molenaar over.

Ik hou mijn adem in terwijl hij dit vertelt, en ik kijk naar zijn handen, die elk woord met gebaren ondersteunen. Zijn ogen staan helder en ik merk geen enkele aarzeling in zijn stem. We praten nog lang door. “Willen jullie nog een kopje koffie?” vraagt hij opgewekt en na onze bevestiging komt hij terug met drie gevulde koppen en een schaaltje pepernoten. Wat lief, denk ik, en ik pak er een paar, alleen al om hem een plezier te doen.

Mijn pa kijkt op de klok. “O is het al zo laat? Dan moet ik jullie wegsturen. Ik moet nog naar de verjaardag van mijn jongste zus in Lunteren!” Ik vraag hoe oud ze wordt, mijn tante Miek. “Tachtig,” antwoordt hij. “Dat is nog jong,” zeg ik tegen de rug van mijn pa, terwijl hij de kopjes terugbrengt naar de keuken. Annemarie grinnikt.
Even later rijden we terug naar Friesland. Het is vlakbij en voor ik het weet, parkeert mijn buurvrouw haar auto in op de bekende oprit. Ik ga naar binnen en steek de kachel aan in mijn afgekoelde huisje, terwijl de lage winterzon net precies het hoekje van het huis om kijkt. Ik ben blij dat ik hier ben beland, op deze plek, bij zo’n toffe buurvrouw met wie ik mijn oude kwieke pa kan bezoeken. Nu is hij er nog en je weet maar nooit hoelang het duurt. Maar ik denk dat hij wel honderd wordt.

.

 

Laat het zijn, het antwoord is er

.

Rustig door tuinieren kl frm.

.

Ik sta in de open deur van mijn pipowagen. De zon schijnt en de lucht is blauw. Vóór mij, op het bordes, staan tientallen plantjes. Die heeft de postbode vanmorgen gebracht, in een hele grote doos. Straks, als de zon weer warmer wordt, dan zullen ze groeien en bloeien. Er zijn veel dingen om blij van te worden vandaag. En toch ben ik droevig. Hoe komt dat nou, vraag ik me af. Ik weet niet.

Ik sta er niet lang bij stil en spring van het trapje af. Er is werk te doen. Ik pak acht plantjes beet, acht lange sliertige takken, oersterk, taai en buigzaam. In totaal heb ik er honderd, die de grond in moeten, allemaal in zwarte plastic potjes. Het zijn dwergmispels, een kleine soort cotoneaster. Parken staan er vol mee. Er rennen kinderen in rond om hun voetbal terug te pakken en meer van dat soort ongein. Maakt niet uit. Ze overleven alles.
Ik pak de lange dunne takken beet. De potjes bungelen er onder. Zo loop ik naar de plek waar ze de grond in moeten. Er staan al een paar bessenstruiken, allerlei bloembollen, munt en tijm, rond een jonge kweepeer. Ik laat de potjes op het gras zakken en kijk naar de naakte zwarte aarde in het perk. Die wil ik zoveel mogelijk bedekken.
Vóór ik hier vandaan ga, wil ik er zeker van zijn dat dit kleine bolwerk van diversiteit sterk genoeg is. De dwergmispels zullen daar zeker bij helpen en de andere planten beschermen. Er zijn konijnen, kippen een rondscheurende grasmaaier en een trekker. Ik wil dat alles wat ik in de grond zet het overleeft. En ook de andere perken die ik aanleg, onder de kersenbomen. Straks wil ik kunnen zeggen: „Het is goed zo, ik ga. Groei maar lekker door tuintjes! Mijn zegen heb je.“
Tuinieren is fijn. Ik wil de wereld mooier maken. Ik kijk, volg de vlucht van vogels rond mijn huisje en zie waar ze hun voedsel zoeken. Ik zie de eerste hommel zoekend rond zoemen. Hoe meer er groeit, hoe meer er bloeit. Mijn handen zijn zwart van aarde. Het maakt niet uit dat de grond niet van mij is. De aarde is van niemand. Die is van zichzelf. Ja, ik kan donateur worden om de wereld te redden met een handvol goede doelen. Maar veel liever stop ik mijn bijdrage hier in de grond. Dan kan ik zien hoe het groeit, en naar de beestjes kijken. Veel leuker.

Aan het eind van de dag doe ik de radio aan. Lex Bohlmeijer op radio 4. Hij vertelt met aangeslagen stem wat er is gebeurd is in Brussel. Een explosie van geweld. Ach.. was dàt het, vanmorgen? Kan dat, verdriet voelen wat massaal gevoeld wordt, waar ik nog niks van weet? Het is erg. Maar wat kan ik anders dan doorgaan. Planten en zaaien, kleine paradijsjes maken voor bijen en vogels. En bloemen om ogen te strelen. Laat het zijn, het antwoord is er. Hier.

.

Nergens is het paradijs als
nog ergens oorlog is
Maar ik blijf rustig
en ik meen
niemand
is werkelijk
alleen

.
Nootje na: De volgende dag zat ik te staren op de bank, half aanwezig, mijn lichaam traag als stroop, als was ik in de rouw. Ik heb een gevechtsdans gedaan, buiten. Dat luchtte op zeg! Echt een aanrader. Doe maar wat. Alles is goed.

Hitte op een koude dag, het vervolg

.

Ijsbloemen in ochtendzon.kl.frm

 

Het is koud. Het werk aan de wagen ligt een tijdje stil. Binnen is het behaaglijk. Ik doe houtsnijwerk, zing en speel accordeon, schrijf verhalen en maak tekeningen. Af en toe maak ik een dansje om in beweging te blijven. De kachel knappert zachtjes. Maar ’s nachts koelt het flink af. En als ik wakker word is de wereld koud en prachtig. IJsbloemen! Ik heb het geluk ze op het juiste moment te vangen. Maar op dit vroege uur is het nog erg fris in de wagen, en terwijl ik nog even in bed kruip ontspint in mijn gedachten het begin van een nieuw verhaal, met veel zomerhitte.

.

.

.

EEN VREEMD LAND ZONDER MENSEN     (deel 3 Agremone)

 

Agremone loopt al maanden door. Ze kent dit land niet. De rivier wijst haar de weg, bijna rimpelloos tot hij de bocht omgaat, waar grote stenen de stroom versmallen. In kleine golfjes stroomt hij verder dan zij kan zien. Er loopt een smalle weg langs, waar ze precies in de breedte op past, met haar wagen. Als er tegenliggers zijn moet ze de berm in. Maar die heeft ze nog niet gezien. Haar lichaam is gewend aan het ritme van haar voetstappen en de weg langs het water lijkt eindeloos.

 

.Blogtek Agr.3.kl frm

.

.

Het is zò stil. De twee draken stappen geduldig door, wat toch heel knap is voor zulke levenslustige dieren. Hun groene schubben glimmen en parels van zweet rollen langs hun lijven. Af en toe gooit één van de twee zijn kop in de nek, stoot een triomfantelijke kreet uit en maakt een klein sprongetje. Ze heeft hem wat meer ruimte gegeven, zodat haar wagentje niet omkiepert, als hij dat doet. De andere draak zingt zachtjes oude drakenliederen. Agremone haar glasheldere sopraan klinkt soms op als een onverwachte lichtstraal, wanneer ze meezingt met de diepe schorre drakenstem. Drakenlief is ze en blijft ze, vooral als ze zingt. Ze glimlacht.

 

Agremone tuurt in de verte. Op de rivier is geen schip te zien en op de warme zandweg is het al net zo stil. Het verbaast haar. Alleen drie roeibootjes drijven traag heen en weer aan een lange kabel, die dwars over de donkerblauwe rivier is gespannen. De weilanden liggen geel en uitgedroogd onder een strakblauwe hemel. Ver boven haar hoofd ziet ze alwèèr die vogel. Het lijkt steeds dezelfde, is het een uil? Nee, dat kan niet, zo midden op de dag. Het felle zonlicht is verblindend, ze heeft het vast mis. Het is heet, de zon staat nu op zijn hoogst. Ze verlangt naar schaduw en heeft honger. Haar voorraden beginnen op te raken.

 

.

 bosuil. silhouet

.

.

Boven de kruinen van een rijtje elzen uit, ziet ze het dak van een ingezakte boerderij. Tegelijkertijd hoort ze een ijl geluid, dat lijkt op een verre viool. Het verdwijnt in de zinderende hitte van de trillende lucht en even denkt ze dat het verbeelding is. Ze heeft al zolang geen mens meer gezien! Snel loopt ze verder en als ze het knersende grind van het erf op loopt, hoort ze vrolijke klanken van een accordeon. Een lange man met zwart haar komt uit de schaduw van de schuur tevoorschijn. Hij heeft een viool in de hand.
„Kijk nou toch eens, daar is de dame die we zoeken! Kun je dansen? Zet je wagen neer en dans, met je mooie rode haren! Wat denk jij, m’n vriend, is ze het of is ze het niet?” Uit de schaduw komt de accordeonist van zijn kruk, hij lacht haar toe, met mollige wangen als appeltjes, en geeft haar een warme hand. „Ze is het,” grijnst hij naar zijn maat, die tevreden toekijkt.

 

.

 muzikanten.welkom

.

.

„Voor wie spelen jullie?“ vraagt Agremone „Er is nergens iemand, nergens niet! Al dagen.“
„We oefenen voor de koning,“ vertelt hij „Hij is bevangen door een vreemde koorts die hem doof en blind maakt. Er zijn drie hele dikke mannen die altijd bij hem zijn, gek genoeg kan hij die wèl zien. Niemand weet waar ze vandaan komen, maar in korte tijd hebben ze de koning weten in te palmen, en zijn hart lijkt bevroren en zijn gezicht staat strak. We denken dat onze goede oude koning betoverd is. Het volk vertrouwt de vreemde mannen niet, ze kijken naar niets en niemand om, en lopen met hun neuzen in de lucht. Terwijl zìj almaar dikker worden, wordt de koning met de dag magerder en bleker.”
„Maar wààr zijn alle mensen dan?“ vraagt Agremone
„Naar het paleis getrokken. De hoofdstad zit stampvol. Er zijn veel problemen. De oogsten zijn voor de vierde keer mislukt door de droogte en boeren die langs het water wonen beschermen hun land tegen indringers. Veel steden hebben voedsel tekort. Overal is ruzie en mensen willen dat de koning helpt nadenken over een oplossing. Maar de koning is de koning niet meer. Wij houden van hem en willen hem uit zijn verstarring bevrijden. Met muziek. Muziek van alle muzikanten uit het land. Daarvoor spelen wij. Het is onze laatste hoop. Het móet lukken!“

.

Poort naar overvloed

 

In Afrika is bovenstaande situatie een feit. Jarenlange droogtes worden steeds erger en maken van het land een woestijn. En àls het dan eindelijk regent, dan is het zò extreem als het nog nooit geweest is. Wolkbreuken zijn even erg als de droogtes en spoelen de schaarse vruchtbare grond die er nog is, de zee in. Waterstromen en meren worden steeds kleiner en minder in aantal. Waar vroeger tientallen beken en riviertjes stroomden, zie je nu hooguit enkele. Veel mensen trekken naar de stad, anderen maken ruzie, met wapens in de hand.
Deze hopeloze situatie betekent het begin van oorlog. Wapenindustrie brengt geld in de la. Maar het helpt ons niet. We zijn toch geen ijzervreters! En niemand wil wonen in een kaalgeslagen vlakte zonder voedsel. Bomen en planten hebben we nodig. Struiken en bloesembomen met noten en vruchten eraan. Geurende kruiden die de naakte aarde bedekken, wemelend van bijen en vlinders. Moestuinen. Er zijn mannen en vrouwen die zichzelf blijven. En ze dòen het. Ze maken er wat moois van. Dat zijn de èchte koningen en koninginnen. Harten van het helderste kristal, licht en sterk tegelijk!