Kop of munt

blogtek Queen Elizabeth11

.

De ochtendzon komt achter een wolk vandaan. Hij schijnt vrolijk mijn huisje in, op de witte tafel. Het is een opklaptafel en ik maakte hem zelf. Erboven hangt een spiegel en onder de spiegel is een balkje. Niet breed, maar breed genoeg om toch iets op te leggen als de tafel is ingeklapt. Er ligt niet veel. Een visitekaartje, een zwarte fineliner. Er ligt ook een munt. “Two shillings, 1962” staat er op. Aan de andere kant een afbeelding van koningin Elizabeth, met een gevlochten krans om haar hoofd. De munt is net iets groter dan onze oude gulden. Hij ligt daar altijd, op dat plekje onder de spiegel. Soms valt hij op de grond, maar ik leg hem altijd weer terug.
Wat ga ik doen vandaag, vraag ik me af. Ik pak de Engelse munt met de mooie kop. Een beslissing is makkelijk genomen. Ik maak er een spelletje van.

“Kop is ik ga naar buiten, munt is ik blijf binnen.” Ik werp de munt in de lucht en laat hem vallen op de bruine kurkvloer. Hij rolt een eindje en blijft dan liggen onder de kast.
Het is kop. Ik ga naar buiten. Ik raap het muntstuk op en werp opnieuw.
“Kop is ik ga verder bouwen, munt is wat anders.”
Munt.
“Kop is ik ga het terrein af, munt is ik blijf erop.”
Kop.
“Kop is ik ga wandelen, munt is wat anders.”
Kop.
Okee. Dat is alweer besloten. Ik leg de “Queen” weer terug waar ze lag. Eerst de benen strekken.

Ik loop hetzelfde rondje als altijd. Langs de camping de zandweg op, tussen de akkers. Dan het bos in. Er liggen grote bergen sparren opgestapeld, er is flink gezaagd, in de prille lentedagen. Ik loop de rechte paden langs, rechts en dan weer rechts. Ik kijk om me heen en denk aan niks. Als ik het laatste bochtje neem, gaat mij een licht op. Het is de oplossing voor een bouwtechnisch euvel. De bodem van mijn nieuwe wagen staat ietsje bol. Dat ontdekte ik pas gisteren. Ik ben maar even opgehouden met bouwen. En nu weet ik opeens wat ik moet doen, om toch een rechte vloer te krijgen. Ik maak een brede kier onder de spanten. Als een viaduct ligt hij dan over de bolling heen en zo krijg ik alle spanten makkelijk op hetzelfde niveau. Joepie!

Niet voor het eerst, dat ik een ingeving krijg tijdens een wandeling. Spelenderwijs gaat het werk sneller dan ik had gedacht.

 

Ps. Deze methode laat het volledig afweten bij het bestellen van de lange lijst van materialen. Dat is en blijft een taaie boterham om je tanden in te zetten.

.

bouwen wagen (3)

.

bouwen wagen (1).

.

bouwen wagen (2).

Technische toevoeging en toekomstig gebruik

Op de laatste foto kan je goed zien hoe ik de regels van de vloer heb gemaakt. Het is geïnspireerd op de spanten van mijn vroegere boot. De regels zijn vrij hoog, want de vloer is dubbel, met isolatie eronder. Doscha schapenwol, acht centimeter, met antimot. Onderin aan de zijkant komen  gaten, zodat alle ruimtes in verbinding staan met de lucht in de tussenwand, achter de plank. Die zijn ook gevuld met wol. Boven de houten onderwand is de binnenkant van de wagen slechts bedekt met goed ademende schilderskatoen.

Er zijn vijf luiken in de vloer. Vier voor kastruimte, de vijfde voor de watervoorraad. Onder de wagen, op de grond,  staan straks twee grote pannen met op allebei een deksel. Daar zit het in. Eén ervan krijgt een slang als toevoer voor regenwater uit het dakgootje. Misschien maak ik die van bamboe. Ik wil mijn watervoorraad altijd kunnen zien, dan weet ik hoeveel ik nog heb en of het er goed uit ziet. Ik vind het ook leuk, een  put in de vloer. Heb ik helemaal geen pomp nodig die om elektriciteit vraagt en die stuk kan gaan. Lekker simpel.

Onverwoestbaar spul

blogtek onverwoestbaar 2

.

“Klop klop,” zeg ik hardop en tik met mijn knokkels op de deur van mijn buren. Achter de lila ramen van de kleine eivormige caravan beweegt een silhouet. Ik hoor gestommel. Henk, een vriendelijke zestiger, doet open. Zijn vrouw Nicole zit met opgetrokken knieën op de bank en kijkt op van haar boek. “Wil je me adviseren Henk?” vraag ik. Hij kijkt naar Nicole. “Kan het of stoort het je?” Ze schudt haar hoofd. “Nee hoor.”
“Nou, kom maar binnen!”

Henk klust al heel wat jaren en zijn materialenkennis is groot. Ik praat graag met hem.”Heb je mijn dakrubber al zien liggen?” vraag ik hem “EPDM heet het, en volgens mij kan ik het overal voor gebruiken. Als vervanging van lood tussen de kozijnen bijvoorbeeld. Ik heb er een paar meter teveel van. Heb jij er nog ideeën voor?”
“Ja dat is mooi spul. Als je er veel van hebt, dan zou ik er stroken van knippen en die op het staal van je wagen plakken, overal waar het contact maakt met het hout. Het ijzer gaat vroeg of laat corroderen. Dat tast je plaatmateriaal aan, hoe goed je het ook conserveert met olie of wat dan ook. Met het rubber ertussen gebeurt er niks. Je zou het ook met fietsbanden kunnen doen. Wel een beetje ruim knippen..”
“Goeie tip Henk! En weet je, dit spul gaat meer dan dertig jaar mee!” juich ik bijna.

Maar terwijl ik het zeg, zie ik het in een heel ander licht. Allemachtig, dertig jaar, waarom eigenlijk? Zoveel spul dat massaal worden gemaakt om niet te vergaan… Je zou er moe van worden.
“Waarom wil ik dat eigenlijk,” denk ik hardop “Waarom moet alles onverwoestbaar zijn? Ik kan die populierenplaat ook gewoon weg laten rotten of een canvasdak nemen. Als mijn huisje in elkaar zakt kan ik opnieuw gaan bouwen. Alles sterft af en vernieuwt zich toch? En is dat niet veel boeiender?”

“On-ver-gankelijkheid,” zegt Henk onverbiddelijk, met een minzaam glimlachje.
“En toch doe ik het”, praat ik verder, “Ik bouw alsof het een eeuwigheid mee moet gaan.”
“Ja,” zegt Henk.
Het is even stil.
“Ik vind het leuk dat ik met je mee mag denken,” zegt hij dan.
“Je bent een fijn maatje om mee te kletsen. Het is een groot avontuur, dit bouwen. Hoe dan ook. Op een drukkere plek had ik het nooit gekund. Zo heerlijk rustig is het hier.”

Ik kijk door het venster. Een man komt aanlopen over het veld. Het is de campingbeheerder. “Jullie krijgen bezoek,” zeg ik. “Ik ga ervandoor. Fijne avond nog!”
“Fijne avond!”

.

rubber tegen inrotten

“Met Henk’s tip gaat niks kapot, rubber tegen roest en rot.”

 

Technische informatie

Dit is het bodemblok waar de holle wandspanten aan vastzitten. Tussen de latjes in komt isolatie. Aan de buitenzijde 10 mm  dik red cedar (met FSC keurmerk). Ik heb rubber tussen hout en slotbout geplaatst. Condensdruppels op het koude staal kunnen zo niet meer het gat intrekken van het hout. Onder de linker verticale lat heb ik de plaat goed in de lijm gezet tegen rot. Die buitenste lat komt iets boven de plaat zodat er geen vocht tussen gezogen wordt. Er zijn twee soorten acties tegen rot: Je dicht het volkomen af, of je laat ruimte om te ventileren.

Ik ga ook EPDM onder de plaat leggen, zoals in het verhaal beschreven. Die moet ik lijmen met speciale EPDM lijm/kit.

Verder: ik ben toch blij dat ik niet voor canvas gekozen heb, als dakbedekking. Als ik daarmee naast een meertje onder de bomen ga staan, kan het gebeuren dat ik er na twee jaar al mijn vinger doorheen kan steken. (Gehoord van yurtbewoner)

 

Zagen!

blogtek Zagen

.

Ik draai de sleutel om. De oude groen geschilderde schuurdeur gaat makkelijk open. Het is koud en vochtig binnen. De stenen vloer biedt niet veel warmte en kleine stoffige raampjes laten maar weinig licht door. Vlak naast de deur liggen dikke rollen schapenwol. Het is isolatiemateriaal met groen plastic erom.  Ik loop verder naar al het hout, dat gisteren werd gebracht, en aai over een gladde blankhouten plank. Het is een hele lange, dit moet de nok zijn, al op maat gezaagd door de timmerman. Er ligt nog veel meer op de stapel, die we gisteravond gauw naar binnen hebben gesjouwd, de timmerman uit Esbeek en ik. Wat is het veel! Zou dat allemaal wel kloppen, vraag ik me af.
Ik krijg er de kriebels van. Eerst maar eens overal een plakkertje opzetten waar het voor is. Met een rol tape en een merkstift in de hand ga ik alles af, kijk, meet, schrijf, plak en schuif. Aan het eind van de ochtend ligt alles keurig gesorteerd bij elkaar.

Ik zag er tegenop, om de grote doorbuigende vloerplaten over de kleine tafel van de cirkelzaag te halen. Hoe krijg ik dat ooit stabiel, vroeg ik me af. Ik had eigenlijk de handcirkelzaag willen pakken, maar verschillende mannen hebben me ervan overtuigd dat een zaagtafel beter is.
Dick is er. Hij helpt me, volgt mijn aanwijzingen, geeft suggesties. Dat is fijn. We pakken de grote populieren platen en leggen de afgetekende lijn vlak voor de zaag. Dick staat klaar als een ervaren aanduwer en ik sta ernaast om te geleiden. Ik druk op de groene knop en het geluid van de motor vult de ruimte. Rustig schuift mijn grote vriend de plaat verder de tafel op. De zaag snijdt met geraas door het hout. Meteen al zie ik de plaat twee millimeter scheef schuiven.  “Terug, terug!” roep ik, terwijl ik de plaat probeer terug te duwen. “Naar links!” wapper ik met mijn handen. We proberen het nog eens. En nog eens. Het lukt niet om de twee-en-een-halve-meter stabiel voor de zaag te krijgen. Ik krijg er de zenuwen van. “Laat maar zitten Dick, we gaan buiten verder. Met de handcirkelzaag.”

De wagen staat buiten op het veld, achter een huis in aanbouw. We sjouwen de plaat het hoekje om en leggen hem klaar op de wagen. Ik ben rustig en vol concentratie. Dan zet ik mijn handcirkelzaag in het hout, om de grijze potloodlijn te volgen. Gehurkt op de plaat volg ik lenig de lange lijn. Dit is fijn en vertrouwd. Geen supermachines maar gewoon. Mijn eigen oude, maar nog altijd scherpe cirkelzaag.

“Heb ik de zaagtafel nu voor niks gekocht,” vraag ik me af bij het koffiedrinken. “Nee, ik denk toch niet,” vervolg ik dan. “Voor balkjes zagen in de lengte is hij perfect. De wanden en deuren worden immers hol. Voor het vulhout zal ik nog veel moeten schulpen.”

“Ja”, zegt m’n vriend bedachtzaam. Dat denk ik ook.” Het is even stil voor hij verder gaat.. “Het gaat een mooie wagen worden, meissie! En het begin heb je vandaag gemaakt, want de vloer is de basis!”

.

kopse kanten met lijm

De bodemplaat is van populierenplaat. Dat is lekker licht en het hout komt uit eigen land. Het is wel nodig om het goed te behandelen, anders rot het razendsnel weg, vooral via de randen. Daarom heb ik alle kopse kanten ingesmeerd met zeewaterbestendige lijm van bison. De vlakken behandel ik met bootolie. De bodem bestaat uit verschillende delen, vanwege de ondiepe, maar ruime kast onder de vloer.  Er zijn vijf luiken om erbij te kunnen.

 

Plankenkoorts

Blogtek plankenkoorts

O.. wat zullen het er veel zijn! Hoe bijt ik de spits af? . . . .

.
De lucht is grijs. Het motregent. Niet veel, voor de struiken die ik
vorige week heb geplant. Mijn cadeautje voor de camping. Een
afscheidscadeau. Want het is het laatste wat ik aan energie in deze
grond stop. Weg ben ik nog niet. Maar het bouwen begint, en dat is het
begin van een langzaam vertrek. Lange tijd was het een idee, deze plek
te verlaten, het leek ver weg. Maar nu voel ik het, tot in mijn
vingertoppen. Het is tijd.
Voor mij ligt een briefje. Heb ik voorlopig alles, vraag ik me af. Ik
kijk het lijstje nog eens na, latten en planken van allerlei maten. Ik
heb het besteld bij de timmerman in Esbeek en hij komt het
allemaal in èèn keer brengen. Volgende week, zei hij. Wat een berg
zal dat zijn. De spits afbijten, hoe doe ik dat? Eerst maar eens overal
opschrijven waar het voor is. Mijn schouders ontspannen
bij de gedachte. Het geeft me het gevoel dat het goed komt. Ordenen
geeft rust en overzicht en ik weet dat het werkt.

Ik kijk naar buiten. Het regent nog steeds, heel zachtjes.
De wind steekt op. Een koolmees fluit hard, recht voor de deur op een tak.
Wat nu. Dit wachten duurt me eigenlijk iets te lang. Er komen vragen
in me op. Wanneer zal ik aan de slag kunnen? Zal mijn geïmproviseerde
werkplaats voldoen? Hopelijk wordt het gauw mooi, rustig lenteweer,
dat het zeil niet meer zo flappert… Ga ik dit echt allemaal doen,
ga ìk dit mooie wagentje maken, wat ik al zolang voor me zie? Zo spannend
is het. Pure plankenkoorts. Maar als de planken er eenmaal zijn zal het
vast en zeker lukken. Wat te doen ondertussen…
Ik ga maar weer eens ijsberen.

Haaks beginnen

blogtek winkelhaak zelf maken

.

Ik zit op de drempel. De zon schijnt en het is al best lekker, uit de wind. Naast de wagen klinkt driftig geklop en getik van een snaveltje op hout. Als ik vooroverbuig kan ik net precies zien waar het vandaan komt. Er komt iets uit het nestkastje vliegen, dat ik tussen de takken hing. Een geel met blauw vogeltje strijkt neer en kijkt parmantig om zich heen. Het is de pimpelmees.

Ikzelf ben ook begonnen met mijn nieuwe nest. Vanochtend haalde ik de eerste houtplaten uit de schuur. Ik heb ze op het onderstel gelegd. Ik wil ze voorlopig als grote tekentafel benutten, om mallen te maken van onderdelen. Daarna maak ik ze passend voor de vloer. Voor de bodem vastgezet wordt, moeten de spanten klaar zijn, want die worden er van onderaf aan geschroefd en met lijm versterkt. Ik wil ook dat alles goed haaks is. Straks eerst maar eens een grote winkelhaak maken. Hoe was dat ook al weer, de stelling van Pythagoras… Ik kijk in mijn werkboek. Alles wat ik kon bedenken staat er in, zorgvuldig uitgewerkt. Pythagoras staat er niet in. Maar andere dingen wel. Bouwtekeningen en volgorde van werken, materiaalkeuze en waar ik het vandaan wil halen, en veel meer.

Ik blader tussen de bouwtekeningen en denk na over de vloer. Ik heb nu een kurkvloer. Dat is mooi en warm. Maar er staan gauw krassen in en het bolt op bij vochtigheid. Nee, dat wil ik niet meer. Ik kan ook een stoere plankenvloer maken. Maar planken kunnen blijven uitzetten en krimpen en dan zit er stof tussen de kieren. Dat komt dan allemaal in de isolatie terecht, de schapenwol die eronder zit. Er is nog een optie. Linoleum is een mooi natuurproduct, strak, glad en oersterk. Zal ik dat nemen? Ja, ik doe het, ik kies linoleum.
Na dit besluit doe ik even mijn ogen dicht en luister naar het getjip van een luidruchtige koolmees. Even later hoor ik de bescheiden heggemus. Verder weg, maar niet minder aanwezig, het kukelen van de haan en gekwebbel van kippen.
De zon schijnt op mijn blote benen, en ik voel nieuwe energie in mijn aderen stromen. Voor de bouw begint, wil ik dat alle accu’s vol zijn. Vooral die van mezelf. Straks weer verder. Eerst die grote winkelhaak maken.

.

haaks 006

De stelling van Pythagoras: a2 + b2 = c2. Neem fijn of homogeen hout voor een winkelhaak, zodat de schroeven precies daar kunnen komen waar je ze hebben wil. Kijk van tevoren of de latten echt goed recht zijn.

Boetseren aan het plan

tekening kozijnmetofzonderlood 001

.

Ik zet mijn fiets op de standaard, naast de paal met het bord. “Wateridee” staat er op, wit met blauwe letters. Het historische vrachtschip ligt trouw aan de smalle oever, die zomers bulkt van bloemen. Hier ben ik thuis. Ik klop met mijn knokkels op het staal. Het ijzeren luik gaat open. Ik omhels mijn vriend John en klauter de steile trap af, de woonkamer in. In het midden van de ruimte staat een enorme werktafel. Het is lekker warm binnen. In de hoek, op het fornuis, staat een pan te dampen.
“Wil je soep?” vraagt John vrolijk, “Ik heb speciale Alowiekesoep gemaakt, met gember en nog veel meer.”
Terwijl hij roert, praat ik met Carolien. Zij heeft de hele opbouw van het schip uitgetekend, voor ze gingen bouwen. Op schaal, net zo gedetailleerd als ik het graag doe. Ik kijk haar genoeglijk aan en sla mijn dikke ontwerpboek open. John komt achter het fornuis vandaan en kijkt mee over mijn schouder naar een zonnig plaatje van een groene wagen. “Ga je hem schilderen? Kan natuurlijk, maar wel zonde, vind ik. Je wil toch red cedar gebruiken? Dat vergrijst zo mooi.. en dan heb je helemaal voor niets een ademende wagen gemaakt.”
“Verdorie ja, dan smeer ik er weer een huidje overheen.. ” Ik ben even stil. “Of zou er een ecoverf zijn die wél ademt? Vast toch wel!”
Carolien bladert verder in mijn ontwerpboek terwijl ik me afvraag of mijn wagentje nou wel of niet groen gaat worden.
Carolien tuurt naar een detailtekening. “Is dit het raamkozijn? Wat is dat voor strookje daar onderaan?”
“Dat is een loodlap die onder het kozijn doorloopt, tegen inwateren. Binnen sla ik het een centimeter om de rand heen.”
“Hmm.. ik hou niet zo van lood.”
“Waarom niet?” vraag ik, en meteen schiet het me te binnen. “Oh,  ik maak een koudebrug! Het lood neemt de temperatuur aan van de buitenlucht, gaat onder het kozijn door naar binnen en daar krijg je dan condens natuurlijk.” Ik ben even stil en Carolien kijkt me rustig aan terwijl ik nadenk. “Ik heb een beter alternatief,” weet ik opeens.”Kunstrubber, dat heb ik toch al, ik doe het ook op mijn dak. Is ijzersterk. EPDM noemen ze het. Veel beter dan lood. Dán heb ik geen koudebrug onder het raam.”
“Ik ken het.” zegt John, die de kommen soep op tafel heeft gezet.”Je kunt er zelfs met naaldhakken overheen lopen. Keigoed spul. Als loodvervanger, maar ook prima voor jouw dak, als je met je wagen door de bush rijdt met overal zwiepende takken. En nu de soep. Proef eens, wat vind je ervan?”

“Laat maar gaan!”

Aankomst onderstel woonwagen440cm bij 150cm, en nog 50cm voor bordesje (heb ik beet).

.

“Er is hier iemand voor jou!” hoor ik de beheerder roepen. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Ik spring naar buiten, het bordes op, het trapje af, het grasveld over, naar de parkeerplaats. Mijn wagen is er. Helemaal vanuit Warnsveld naar hier gereden, op een trailer. Grijnzend staat de smid naar me te kijken.
Ik bekijk het fonkelnieuwe ding van alle kanten, het gegalvaniseerde ijzer ziet er uit of het nog veertig jaar mee kan. Zo fijn, een nieuw voertuig dat in zijn geheel in een zinkbad heeft gelegen! Hoeveel krabben, bikken en smeren scheelt mij dat… Ik denk aan vroeger, nog niet zo lang geleden. Dagenlang lag ik soms op mijn knieën tussen de spanten, of op mijn rug, onder één van de boten. Een hele vloot was het.  Er is iets anders in plaats gekomen. Deze schitterende start van mijn nieuwe project.
Wat een vakwerk, de bouwers hebben al mijn aanwijzingen zorgvuldig gevolgd en de details zijn perfect uitgevoerd. Heerlijk. De onderhoudsvrije wielen en assen, de handrem, de beugels voor extra laadruimte onder de vloer, de dissel die er zijdelings naast hangt. Die extra dissel, dat wilde ik ook graag. Als ik een berg op wil, kan ik de muildieren losmaken en een boer vragen of hij me wil trekken met de tractor, of iemand met een auto.

“Ja! Laat maar gaan!” roep ik. Ik sta klaar. De smid laat de staalkabel langzaam vieren. Ik heb het koude ijzer van de wagen stevig vast en help sturen, zodat de wielen niet van de rijplaten afglijden.

Aankomst onderstel

Dan rijden we hem het veld op. Ik kan het makkelijk trekken, in mijn eentje, over het zompige grasveld. Wat rijdt hij licht en wat is hij wendbaar! “Ik kan hem zelf wel trekken, ik heb helemaal geen dieren nodig!” roep ik uit. De anderen lachen.
Als we de bocht moeten maken naar het stenen plaatsje heb ik hulp nodig. Ik stuur, de ander duwt. Snel en gemakkelijk keren we de wagen op de plek waar ik  verder  ga bouwen.

Ik ben blij. Als ik straks de sleutel van de schuur krijg, dan kan ik de werkplaats gaan inrichten. Een goed begin is het halve werk! Een nieuwe stap op een lange weg te gaan. Ik verheug me er op.

.

aankomst wagen details 004

De remkabel.

.

aankomst wagen details 008

Stukje band, wielas, vloerspanten en beugels voor kastruimte onder de vloer.

 

 

 

De komst van de wagen, bouwen en experimenteren.

Het onderstel is af! Binnenkort komen ze hem brengen. Dan kan ik helemaal in het echt, driedimensionaal aan de slag. Ondertussen groeit het boek met bouwtekeningen gestadig… Ik zal vaker over het bouwen schrijven en foto’s of bouwtekeningen laten zien, zonder bepaalde regelmaat. De verhalen, gedichten en tekeningen gaan gewoon door, eens per week. Als ik iets over het bouwen wil vertellen, komt dat tussen door in een aparte categorie.
Zoals nu. Ik wilde uitzoeken hoe het vocht zich gedraagt in mijn woonwagen. Bij benadering.

Ik deed een condensproef en liet de resultaten zien aan een professionele
yurtbouwer, hier op het terrein. Hij inspireerde me tot het uitdenken van
het volgende idee.

.

condensoplossing (11)

Het hele dak is bedekt met acht centimeter wol. Daar boven is een
ventilatieruimte van twee centimeter, en vervolgens komt het dakzeil.
Eigenlijk als een soort paraplu die erboven hangt. Daar kan condens
langs naar beneden druipen en langs de lange open gleuf, bij de dakrand,
weglopen. Maar het is niet genoeg. In het midden blijft het hangen.

De condensproef. Het mes is metaal, dus koud.

.

condensoplossing (2)

.

condensoplossing (1)

.

condensoplossing (5)

.

condensoplossing (4)

.

Dit is een mogelijke oplossing, waar ik nu sterk over denk.

condensoplossing (7)

Warme lucht stijgt naar het hoogste punt en condenseert waar het ’t koudst
is. Tussen de twee nokbalken komt een dampkap van drie meter lang, met
extra wol ertussen tegen de kou. De damp stijgt door de wol heen omhoog,
en condenseert tegen het koude zink. Daar loopt het naar beneden.

.

Wiekies dampkap

Wiekies dampkap

Met extra hoge rand om opstuwend regenwater te keren. Dat kan
heel hoog opwaaien bij harde wind, zo vertelde Ton, de wagen-
bouwer. Daarom heb ik de windkering extra hoog gemaakt. Ik ben
erg benieuwd hoe het in praktijk uitwerkt. Maar voorlopig ben
ik nog niet aan het dak toe. Eerst de werkplaats inrichten.
Ik wacht op de sleutel. Dan kan het beginnen.

.

.

Vier passen voor ijsberen

Ijsberen

Eén, twee, drie, vier. Vier stappen maak ik en de laatste is een heel kleintje. De kurkvloer onder mijn voeten is niet zo koud meer als vanochtend. De kachel is warm. Na de vierde komt een halve draai, mijn armen geheven als een danser. Zo keer ik om, precies op de grens die ik afplakte op de vloer. Zwarte tape voor mijn tenen geeft het oppervlak weer van de wagen, die al lange tijd in mijn verbeelding aan het groeien is. De maten ken ik door en door. Meten is weten, zeggen ze. Ik loop. Vier passen heen, vier weer terug. Dat is hem.

Gisteravond kwam ik terug, na een paar dagen reizen. De kippen renden naar mijn voeten en de pauw stond op het bordes alsof hij me opwachtte. De ezel balkte. Verder was er geen mens te bekennen, in geen velden of wegen.
Hoeveel mensen vertelde ik mijn verhaal? Genoeg. Menigeen genoot van het beeld, de kleine woonwagen op reis. Elke lach die ik terug krijg inspireert me. Ik neem ze mee naar huis en koester ze als zonlicht.

Ik loop als een leeuwin in haar hok. Heen en weer. Loom en lenig. Niet gekooid, maar uit vrije wil en gedompeld in stilte. Een scherp contrast, de drukte van de afgelopen dagen en de diepe rust die me nu omkleed als een donkerbruine deken. Het is donker, vochtig en koud buiten. Maar hier binnen niet.
Ik heb het licht uitgedaan. Zonder kunstlicht wordt het duister iets tastbaars. De grijze schemer versterkt de schaarse geluiden en maakt de stilte stiller. Nu het licht aan doen, is als een radio aanzetten om maar iets te horen. Maar ik wil geen stemmen nu, geen schijnwerpers. Laat alles wat het is.

Ik denk aan mijn nieuwe wagen. Ik loop in de denkbeeldige kleine ruimte en strek mijn armen wijd, langs de twee rijen kleine ramen. Met mijn vingertoppen kan ik ze raken, aan weerszijden tegelijk. Ik hef mijn armen omhoog en als ik op mijn tenen sta, kan ik mijn vlakke hand tegen het hoogste punt van het plafond leggen. Ik voel de stugge katoen onder mijn vingers en de warme laag van schapenwol eronder. De dakspanten maken een ritme van ronde bogen. Vijf zijn het er, tot de bedstee. Ik raak ze boven mijn hoofd, gelijk met de passen van mijn voeten. Ik loop en de ribben van mijn cocon lopen met me mee in het ritme. Ik schrijf de maten met mijn lichaam. Eén, twee, drie, vier, langs de kachel, tot het bed en weer terug. Vier stappen om te ijsberen. Het duurt niet lang meer, dan gaat het feest beginnen. Bouwen ga ik.

Herfstwerk

herfstwerk 0002

De lucht is grijs als een grauw laken. Het motregent. Ik ben klaar met ontbijten en de dagelijkse oefeningen. Wat nu? De grijze stilte maakt me traag. Ik besluit om eerst een rondje te gaan lopen, voor ik aan het werk ga. Om mijn woonwagen scharrelen bruine kippen en wit-met-zwarte, op zoek naar zaad en beestjes in het gras.
Ik loop het trapje af van het bordes en verder het gras over, tussen de bosjes door, het zandpad op. Het monotone geluid van landbouwmachines, dat pas nog onophoudelijk klonk, is gestopt. De horizon verdwijnt in een mistige verte. Waar deze zomer uitgestrekte maisvlaktes lagen, zie ik nu omgeploegde akkers met her en der uitstekende stompjes stengel. De zanderige grond is donker van de regen. Er vliegt een groepje kauwtjes, verder is er geen beest te zien. Als ik langs de wei van de manege loop, schrik ik op van een koppel patrijzen, dat de vlucht kiest. Maar konijnen zie ik nergens, geloof ik. De jagers hebben goed hun best gedaan.
De vochtige kou doet mijn vingers verstijven. Ik trek aan de mouwen van mijn jas, tot ver over mijn vingers. Het begint iets harder te regenen en ik loop stevig door. Ik wil graag nog een tak uit het bos halen, voor die kletsnat geregend is. Ik wil geen nat hout in mijn kachel. De onderkant van mijn klompen is ook vochtig en geeft wat mee, als ik op een takje of steentje stap. Ik zal er binnenkort wel doorheen gaan.
Even later ben ik bij het bos. De tak die ik heb klaargelegd, ligt achter een bos grote varens. Ik neem hem op mijn schouder en wandel terug. De beboste oase van de camping is van verre te zien, over de rechte weg. Daar is de grinderige oprit al. Ik loop door naar het natte veld. Aan de rand ervan, tegen een bosje, staat mijn roestrode woonwagentje, nog steeds omringd door bloemen. Mijn thuis. De tak leg ik te drogen onder de wagen.
Als ik binnenkom straalt een heerlijke warmte mij tegemoet. Mijn kachel is een beste. Hij gééft warmte en houdt het nog vast ook. Want mijn huisje doet dat niet. Het zijn maar dunne wandjes.
De nieuwe wagen wordt anders. Zo’n zware kachel neem ik echt niet mee op reis. Dus er komt een dikke laag schapenwol die kou buiten moet houden. Wol neemt vocht op en laat het ook weer los. Zo heb ik geen last van condens en eventuele schimmels.
Op mijn witte werk- en eettafel ligt een dik boek vol tekeningen en berekeningen. Soms wel vier of vijf keer herzien. Vorige week heb ik drie dagen besteed om al het soortelijk gewicht op te tellen, van de materialen die ik nodig heb. Inclusief kachel. Ik was er duizelig van.
Ik ben al zolang bezig. . . Mijn blik glijdt van het boek naar het raam. De kippen schuilen onder een afdakje, samen met een klein konijntje.
De herfst is echt begonnen. Grauwe luchten, regenval, het is me best. Het werk ligt klaar op tafel, de kachel gloeit knus en warm. Ik ga er wat moois van maken.

Ontwerpboek wiekieskolibri 001