Bondgenoten! …… (Allies)

.

“Neem jij maar contact met ze op.”zegt de boer. “Als ze iets willen, zie ik ze wel komen. Ik heb het te druk.”

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to read the ENGLISH translation? You can find the text underneath.

.

Met de sikkel in de hand sta ik bij de groep berkebomen. Sommigen zijn al best groot. Er is er een waarvan de stam al wit begint te worden. Dat is de koning. Koningberk, op het hoogste punt van de bult. Hij groeit, dankbaar voor mijn harde werk. Ik hurk om rond de stam beginnende rietstengels te verwijderen. Het is verbazingwekkend hoe snel riet groeit. Soms staat er in een dag een stengel van wel dertig centimeter op een plek waar gisteren nog niks te zien was. En als je het niet steeds weghaalt, dan blijft het terugkomen, voortkruipen, met rasse schreden. Tot de bomen groot genoeg zijn, dan groeit er geen riet meer. Maar nu moet ik ze helpen, de bomen. En het zijn er veel. Er is ook veel riet. Het riet rukt op.

Het is zo’n mooi gezicht, die wuivende ruisende groene zee. De verleiding is om het maar te laten gaan. Zeker als de karekiet en de rietgors je belonen met hun geroep. Maar de Friezen hier weten wel beter. De lente heet “maaitiid”. Als je niet maait, dan wordt alles riet, uiteindelijk. Vanuit de sloot rukt het op. Eerst een klein stukje. Het volgende jaar vier meter. En dan acht. En dan zestien. Tot alles riet is. Wuivend riet tot aan de horizon.

De koeien en de paarden houden het kort. Dieren die al eeuwenlang met de mensen samenwerken. Zonder hen was het land één groot karekietendecor. Dat begrijp ik nu, beter dan ooit. Soms moet je het eerst voelen, voor iets tot je doordringt. De vermoeidheid voelen in je dijen en in je armen, van het vele gehurkte hakken. Ineens zie ik het voor me. Die zee van riet, die er groeit als ik niks doe. En ik maar werken, bij dit groepje jonge bomen. Ik kijk naar de sloot en zie dat de rietkraag ongemerkt een meter of drie dichterbij is gekomen. Hè? Hoelang staat dat er? Een paar dagen geleden was het nog maar een smalle strook. Moet ik dat allemaal korthakken? En daarna weer en weer en weer? Ik kan nooit meer weggaan! Mijn jonge bomen, ze zouden aan alle kanten worden ingebed door de lieflijke groene zee, die tegelijkertijd zo verraderlijk is. Gretig zouden ze de hele bodem keihard maken met hun diepe wortelkluiten, tot alleen de sterksten er nog tussenin kunnen staan. Wat kan je dan nog beginnen, als mens? Met lichte verbijstering voel ik een vlaag van wanhoop. Waar ben ik in ’s hemelsnaam mee bezig? Het lijkt water naar de zee dragen, of op het vegen van een pleintje middenin een zandwoestijn.

Ontmoedigd loop ik terug naar huis voor een bakkie troost. Als ik op het pad aankom, tref ik boer Jochum aan. Hij is distels aan het uittrekken tussen het riet, langs de Swette. “Ha!” roept hij. “Mooi dat ik je zie. Ik had bedacht dat je bij de bouwploeg mag. Er moet vandaag een slot worden ingezet in de pipowagen.” Ik glimlach vermoeid. “Dank voor de eer,” zeg ik “Maar dat stuk land vraagt al mijn energie. Het is veel werk in mijn eentje.” Ik kijk stil voor me uit, te moe om meer te zeggen. Jochum kijkt naar me en herinnert zich iets. “O ja!” zegt hij, en haalt een stukje papier uit zijn zak. “Linde kwam hiermee aanzetten. Het komt uit de Leeuwarder Courant.” Ik pak het aan en neem het door. Twee mensen willen een biologische pluktuin beginnen voor de buurt, de bijen en de beestjes moeten er wel bij varen. Een duurzame tuin vol biodiversiteit moet het worden, er wordt gedacht aan1 tot 5 hectare met een stabiele pachtconstructie voor meerdere jaren. “Neem jij maar contact met ze op.”zegt Jochum. “Als ze iets willen, zie ik ze wel komen. Ik heb het te druk.” Dankbaar neem ik het voorstel aan. Jonge tuinders rondleiden, mensen met een plan! Dat doe ik maar al te graag.

Niets van waarde komt aanwaaien. Je moet erop wachten tot je het zat bent, werken tot het je keel uithangt. En dan komt daar ineens een berichtje aanwaaien. En terwijl hoop opwelt, keren ook de goeie gedachten terug. Het riet, dat zo overvloedig groeit is niet alleen lastig, maar ook waardevol. De harde klei heeft het nodig. De gemaaide stengels kunnen de aarde bedekken tegen de hete zon. Gehakseld kan het de grond losser maken en zorgen dat het vocht beter wordt vastgehouden. Als ik niet meer alleen ben kunnen we daarover overleggen. Met de zeis kunnen we veel sneller maaien dan met de sikkel. Er zijn vast meer, die dat graag doen. En wie weet wat ik van deze tuinders kan leren. Samen weten we meer! Als dit nou door kon gaan… Glimlachend stop ik het artikel in mijn zak. Jochum is alweer aan het werk gegaan. Hij trekt de laatste distels uit, die tussen het riet staan. “Bedankt!” roep ik. “Ik ga ze bellen!” Hij knikt me toe en lacht. Wie weet, wat de toekomst brengt. Is het niet vandaag, dan morgen..

.

Alles moet rijpen, net als zaad.

.

.ALLIES

.

Sickle in hand, I stand by the group of birch trees. Some are already quite large. There is one whose trunk is already starting to turn white. That’s the king. King birch, at the highest point of the hump. He grows, thankful for my hard work. I crouch to remove budding reed stems from around the trunk. It’s amazing how fast reeds grow. Sometimes in one day a stem of up to thirty centimeters is standing in a place where nothing could be seen yesterday. And if you don’t keep removing it, it will keep coming back, crawling along, with rapid steps. Until the trees are big enough, then the reeds won t grow anymore. But now I have to help them, the trees. And there are many. There is also a lot of reeds. The reed rises. It’s such a beautiful sight, that waving rustling green sea. The temptation is to just let it go. Especially when the reed warbler and reed bunting reward you with their calls. But the Frisians here know better. Spring is called “mowing time”. If you don’t mow, everything will become thatch, eventually. It rises from the ditch. First a little piece. Four meters the following year. And then eight. And then sixteen. Until everything is reed. Swaying reeds to the horizon. ,,,,,,,,

The cows and horses keep it short. Animals that have been cooperating with humans for centuries. Without them, the country would be one great reed warbler decor. I understand that now, better than ever. Sometimes you have to feel it first before something sinks in. Feeling the tiredness in your thighs and in your arms, from the many squatting heels. Suddenly I can see it. That sea of reeds that grows when I do nothing. I see my little work, near this group of young trees. I look at the ditch and see that the border of the reed has come closer about three meters unnoticed. Hey? How long has that been there? A few days ago it was just a narrow strip. Do I have to chop all that up? And then again and again and again? I can never leave! My young trees, they would be embedded on all sides by the lovely green sea, which is so treacherous at the same time. They would eagerly make the whole soil rock hard with their deep roots, until only the strongest can stand in between. What can you do then, as a human being? With slight bewilderment I feel a fit of despair. What the hell am I doing? It seems like carrying water to the sea, or sweeping a small square in the middle of a sandy desert.

Discouraged I walk back home for a cup of coffee. When I arrive on the path, I find farmer Jochum. He is pulling up thistles among the reeds, along the Swette. “Ha!” he shouts. “Good to see you. I thought you could join the construction crew. A lock must be repaired in the gypsy wagon today.” I smile wearily. “Thanks for the honor,” I say. “But that piece of land takes all my energy. It’s a lot of work on my own.” I look ahead in silence, too tired to say more. Jochum looks at me and remembers something. “Oh yeah!” he says, taking a piece of paper out of his pocket. “Linde came up with this. It comes from the Leeuwarder Courant.” I take it and read. Two people want to start an organic picking garden for the neighborhood, the bees and the critters have to benefit. It must be a sustainable garden full of biodiversity, 1 to 5 hectares are envisaged with a stable lease construction for several years. “You just contact them,” says Jochum. “If they want something, I will see them come. I am too busy.” I gratefully accept the offer. Showing young gardeners around, people with a plan! I’m only too happy to do that.

Nothing of value just comes. You have to wait until you get tired of it, work until it hangs down your throat. And then suddenly a message arrives. And as hope wells up, good thoughts also return. The reed, which grows so abundantly, is not only troublesome, but also valuable. The hard clay needs it. The cut stems can cover the earth from the hot sun. When chopped, it can loosen the soil and ensure better moisture retention. When I’m not alone anymore, we can discuss that. With the scythe we can mow much faster than with the sickle. I’m sure there are more who would like to do that. And who knows what I can learn from these gardeners. Together we know more! If only this could go on… Smiling, I put the article in my pocket. Jochum has already gone back to work. He pulls up the last of the thistles that are among the reeds. “Thank you!” I call. “I’m going to call them!” He nods at me and smiles. Who knows what the future will bring. If not today, then tomorrow.

Geluksvogels met werkhanden.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

We staan op het erf met zijn drieën, een toevallige samenkomst. An, een kampeerder en ik.

De kampeerder is een vaste gast en komt al heel lang op de Swetteblom. Het is altijd om deze tijd van het jaar. Hij praat tegen An.

Oh, wordt je huis afgebroken, en moet je nou hier wonen? Pechvogel!” Het gaat over An haar nieuwe plek. Het is nog geen voldongen feit, maar zeker is dat An de stek van Gonda heeft kunnen overnemen. Het huisje is niet groot, maar het heeft uitzicht op de wei. Ik vind dat ze boft. “Ze is juist een geluksvogel, dat ze hier mag wonen!” zeg ik fel. “Ja!” zegt An. “Geluksvogel!” Ze is zo blij ermee, eindelijk heeft ze weer eens geluk, zegt ze. Het is een heerlijk plekje waar ze graag wil zijn. “Ik woon daar veel liever dan in een huis!” roept ze stralend uit. De man kijkt verbaasd voor zich uit en herhaalt stamelend het woord. “O …. geluksvogel….” alsof hij het nog niet helemaal vat. Het is niet voor niets dat hij zo denkt. Een lange tijd is deze plek een oord geweest voor mensen die nergens meer terecht konden. Dat beeld blijft lang hangen.

Ik loop naar huis, diep in gedachten. Als ik er bijna ben zie ik ineens Linde aankomen. Haar grote blonde haardos glanst in de zon. Ik ben soms jaloers op haar krullen. Ze komt hier vaak om te zwemmen. Of om mest te scheppen in de stal. Maar nu komt ze voor mij. Ik heb haar uitgenodigd. Samen lopen we het veld over naar mijn woonwagen. Ik geef haar het ijzeren melkflessenkratje, geleend van boer Jochum. Ik zet het op zijn kop met een plankje erop, vlak naast de bloemen. Daar kan ze mooi op zitten, met haar rug tegen de wand.
“Heerlijk is het hier” zegt ze “Lekker beschut. De wind is koud, maar de zon is warm zeg!”
Ik pak een klein krukje uit de kas. Het is warm daarbinnen en ik ga gauw weer naar buiten. Ik denk nog steeds aan die opmerking op het erf, over pechvogels.

“Ik vind het zo jammer dat mensen blijven zeggen dat deze plek een soort afvalput is.” begin ik tegen Linde, “Een plek waar je niet voor kiest maar terecht komt als je pech hebt. Ik kíes er juist voor om weinig te hebben. Het maakt me onafhankelijk en vrij.”
“Ja” zegt Linde “Heel raar is het. Terwijl veel mensen het eigenlijk toch prettig vinden als ze niet teveel gewicht op hun rug hebben. Al die verantwoordelijkheden…”
“Als je veel wilt hebben, heb je ook veel nodig, ”vul ik haar aan. “ Moet je eens op een lijst zetten van hoeveel bedrijven je afhankelijk bent. Dan ben je pas een pechvogel. Het wordt tijd dat we de zaken om gaan draaien. Hoe minder je voor jezelf nodig hebt, hoe meer je kan helpen scheppen, de aarde weer gezond te maken.”
Linde staart in de verte. Vorig jaar was ze nog burn out. Na een paar goeie keuzes gaat het nu stukken beter. “Ja” begint ze “Dat wil ik ook. Het is zo’n klus om alle ballen in het spel te blijven houden. Ik geniet ervan, als ik hier kan zijn, op het erf of in het veld, gewoon aan het werk met iets simpels als mest scheppen.”
Ik knik. “Dat snap ik. Dit soort plekken worden ook steeds belangrijker daarin. Op een plek als de Swetteblom kunnen we dat laten zien. Volgens mij zijn hier geen pechvogels. Wel heel veel vogels en andere dieren. Dit is een prachtplek. Laat dat duidelijk zijn.”
Linde haar ogen glanzen en het is even stil.
“Ja,” zegt ze dan mijmerend “Dat doe je samen. Maar hoe maken we met elkaar een sterke gemeenschap? Het is hier altijd ieder voor zich geweest. Heel individualistisch.” Ze verdwijnt stil in gedachten.

Individualisme is een probleem van deze tijd. Ieder eist zijn eigen vrijheid, terwijl we toch samen verantwoordelijk zijn voor de Aarde. Hoe pakken we dat aan? Hoe brengen we het schip op een andere koers?

Over de weg komt een kleine vrachtwagen aanrijden, met nieuw hout voor de steiger. Alles gaat door, rollend en ronkend, terwijl langs de kant verkennende gesprekken groeien. Het begint in de luwte, ergens in de zon. Daar, waar geluksvogels neerstrijken en thee drinken, in de zachte geur van de kruidenrijke wei. Daar begint het. Maar al zijn we geluksvogels, het geluk komt niet zomaar. We moeten ervoor werken. Geluksvogels met werkhanden, die hebben we nodig. En niet alleen voor ons eigen geluk. Mensen met mededogen hebben we nodig, als een glanzende draad die alles verbindt. Ik hoop dat het hele zwermen worden. Hier, daar, overal.

.

.

Ik kreeg later een correctie binnen van boer Jochum.

efkes in pear fryske flaters yn dyn moai betochte ferhaalsjes rjocht sette:

    –  maitiid

 komt fan Maies, de moaiste dochter fan Atlas en Pleione

     –   eartiids by de Romeinen begûn it nije jier op 1mrt en sette de maitiid dus útein op ús1 maaie, de start fan it bloesemfeest

     –   it hollânske maaien is yn it frysk  meane en hat dus hielendal neat te krijen mei maitiid….

    – in pôle

 reit sjochst foarby driuwen yn de Swette fanwege dy idioate snelheidsmaniakken, it kin ek dyn wenhiem wêze

   – en it kin ek yndied  in ôfsûnderlik stikje grûn wêze, wat heger leit as de rest- lykwols it leit like heech as it hiele stik lân fan 1 1/2 hektare, dus it soe nea in eilânsje wurde by ûnderstreaming….

 

 

  noflike dei,

mooi   jochum

Ik poep dus ik besta

.

.

Het is te warm om te werken. De sikkel en mijn werkhandschoenen liggen werkeloos in mijn fietstas. Die mogen daar wachten tot morgenochtend. Nu zoek ik verkoeling. De Noordenwind waait tussen de bomen door met een koel briesje. Het waait langs de boerderij, langs de open deuren van de hooischuur, waar een zoete geur naar buiten waait van pas gehooid gras. Het waait over het erf, helemaal tot in de zithoek, tot de stoel waar ik op zit.

Ik kijk in de kast naast me. Wat staat er zoal in onze bieb? Ik zie zelfhulpboeken, veel spirituele titels en ook misdaadromans. Kennelijk blijven die het langste staan. Ik kies een boekje van de Dalai Lama. Ik heb nog nooit iets van hem gelezen. Ik sla het zomaar ergens open. Het gaat over de dood. Dat je in je leven gelijk moet beginnen met voorbereiden, dat je hier ook weer verdwijnt. Nou dat zit bij mij wel goed. Tevreden glimlach ik. Het is allemaal niet voor niets. Dan gaat het verder over de kringloop van het bestaan. Bij kringlopen denk ik aan iets moois. Aan het levende systeem dat Aarde heet, en alles wat in elkaar grijpt. Mijn bestaan is onderdeel daarvan, mijn lichaam met alles erop en eraan. Een hele eer dat dit wonder mij ten beurt valt! Maar de Dalai Lama denkt daar anders over.

Het lichaam is een soort machine die urine en uitwerpselen produceert. Wormen die aan de ene kant modder eten, en aan de andere kant weer uitscheiden. Een armzalig gezicht.

Nou zeg! We mogen de worm wel heilig verklaren! Hij doet goed werk. Hij eet organisch materiaal en stront van de koeien, en maakt daar schitterende grond van. Ik neem graag een voorbeeld aan de worm. De poep die ik composteer maakt schitterende bloemen en laat alles groeien als kool. Ik poep dus ik besta. Een mooie drol is een rijk bezit. Het is maar net hoe je het ziet. Toch?
Als we alles wat er is als iets bijzonders ervaren, dan komt het vanzelf goed met de wereld. Daarvan ben ik overtuigd. Het boeddhisme straalt door zijn eenvoud, en vergankelijkheid is zeker iets om bij stil te staan. Maar met wat boerenwijsheid smaakt het mij nog beter.

.

No podcasts today. But come back next week!

Vernieuwen zolang het nog kan (Regenerate while you can)

.

.

Het reageren op weersomstandigheden in de tuin doet denken aan de weersomstandigheden in de wereld. De urgentie die vraagt om vernieuwing. Als je snel reageert kun je nog kiezen. Als je te laat bent niet meer. En dan zit je met allemaal dode dingen waar je niks meer mee kan.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath

.

Het heeft veel geregend, al lijkt het al weer een hele poos geleden. De overvloedige regenval in de vroege lente heeft het groen tot grote hoogtes gebracht. Fluitekruid, brandnetel, wilgenroosje, ze zijn groter gegroeid dan ik. Het meest overheersend is het kleefkruid, dat in de hoge stengels klimt, en in de kromme, gescheurde appelboom. Op sommige plekken ligt het als een dik tapijt op de grond. Ook de bomen zijn flink gegroeid. De wilgen, de hazelaars, de meidoorn. Maar als ik langs het verhalenpad loop, zie ik roest. Roest is een soort van schimmel met onregelmatige rode verkleuringen. De blaadjes verdorren en vallen af. Ook langs het Swettepaad zie ik het, onderaan de stengels en in het gras. Na de natte tijd nu ineens die droogte, dat doet wat. Bovenin zitten de stengels dicht en hoog op elkaar, maar onder de grond is het concurreren om het laatste vocht. Dat geeft stress. Daar moet je snel de helpende hand bieden, zolang het nog kan.
Ik aarzel geen moment, maar begin meteen te knippen. De aangetaste wilgenroosjes weg en ook de zielige takken van de appelboom en de meidoorn. Gezonde planten als fluitekruid en kleefkruid haksel ik. Ik leg het als mulch onder de geknipte exemplaren. Ook de lange brandnetels komen aan de beurt. Voorzichtig, want het prikt. Nu is er nog tijd, om dit te doen. Straks is alles dor en droog, en vol rode vlekken. Dan is het leven eruit en vliegt de koolstof als CO2 de lucht in. Nu kunnen we wat er is nog gebruiken en opslaan in de bodem. Er is nog tijd voor groei. Het is nog steeds lente. Hakselen en mulchen.

Het moet nu gebeuren. Die urgentie is op alle gebieden actueel. We leven in een tijd van overvloed, alles zat mee, een halve eeuw lang. Maar nu… We weten dat de bronnen opdrogen, waar we zo overvloedig uit putten en de balans is verstoord. Er moet geknipt worden, keuzes gemaakt. Keuzes maken, dat levert wat op. Wat je niet meer hebt of doet, daar hou je aan over. Je houdt geld over, energie en tijd en ruimte. Wie zegt hoelang we die luxe nog hebben om te kiezen en hoelang houden we er nog iets aan over? Als je te lang wacht zit je straks met allemaal dingen waar je niks meer mee kan.

Ik knip de munt eraf. Alles. Als ik het nu niet kortknip heb ik er straks niks meer aan. Het wordt toch een aardige bos, meer dan ik dacht. Met mijn armen vol van het geurige kruid, loop ik naar de boerderij. Kijken of ik boer Jochum zie, dan krijgt hij de helft. Opeens hoor ik de stem van Rein. “Hee, ben je al aan het oogsten?” Ik kijk om. “Ik heb het geknipt omdat er roest in kwam. Ik zie het op meer plekken beginnen. Nu is het nog mooi groen. Straks is het te laat.” Rein bromt iets onverstaanbaars. Hij is het er niet mee eens. Hij heeft het hartstikke druk en wil helemaal niet horen dat er ook nog werk in de tuin is.
Even later komt Sjoukje langslopen, een bekend gezicht op de Swetteblom. Ik loop net met de heggenschaar de boomgaard uit. “Hee, ben je lekker aan het tuinieren?” vraagt ze opgewekt. Ik vertel dat ik elke dag hard aan het werk ben. Blij geeft ze antwoord. “Ja wat is alles gegroeid hè! We kwamen terug van vakantie en wisten niet wat we zagen!” Ik knik en vertel wat ik net heb ontdekt. De rode schimmel. Dat na het vele nat nu een tekort ontstaat, door de lange droogte. En voorlopig is er geen regen in zicht. Ik vertel dat ik die stress vóór wil zijn. Knippen, mulchen, nu. Ze kijkt me met open mond aan. “Oh! Als dat hier is, dan is dat bij mij ook!” Ik knik. “Dat denk ik wel. Het begint.” Ik ga verder met wat ik deed. Met mijn bruine vest verdwijn ik helemaal in de bosjes. Nu ziet niemand me meer. Ik ben lekker onzichtbaar. Even later hoor ik een auto voorbij gaan. Het is Sjoukje. Ze gaat dus toch maar naar huis. De tuin roept.

Je kan het voor jezelf zo druk maken als je maar wilt. Maar wie het nodige tot zich door laat dringen en omkeert, voor die mensen is mijn glimlach van herkenning. Laten we hopen dat het aanstekelijk is.

.

NEDERLANDS

ENGELS

Reacting to weather conditions in the garden is reminiscent of weather conditions in the world. The urgency that calls for innovation. If you react quickly you can still choose. If you are late there is no choise anymore. And then you’re left with all those worthless dead things. ACT now.

Ik hoef geen poort (I don’t need a gate)

.

Onder zeil gaan in een eenvoudig huisje

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

.

Over het pad loop Maaike, met haar twee honden. Ze woont in een camper, dan weer hier, dan daar. Af en toe komt ze weer bij ons langs op de Swetteblom.

“Hoi!” roep ik.
“Hoi!” lacht ze “Mooie kas heb je gebouwd. Elke keer als ik je zie ben je meer geworteld en minder nomade.”
“En toch ben ik het nog steeds, een nomade.”
“Hoe dan?” vraagt ze, met opgetrokken wenkbrauwen.
“Ik noem mezelf een nomade omdat ik te gast ben, op aarde.”
Ze knikt begrijpend.
“Daarom laat ik de ingang zoals hij is. Zonder trapje, onder een zeil door. Dan blijf ik bescheiden.”

Even later loop ik terug naar mijn eenvoudige stolp. Na zes jaar ben ik er nog steeds tevreden mee. De luiken zijn nu gesloten, want de zon schijnt warm, nu het bijna juni is. Toch is het binnen niet donker. Het licht schijnt zacht door het dakraam naar binnen. Zo mooi vind ik dat. Hier vind ik altijd de concentratie om te schrijven. Ik noem het: Mijn wooncocon. -Mijn-. Het is ook niet makkelijk om binnen te komen in mijn domein. Mensen die voor het eerst komen snappen niet eens waar de deur zit. Ik heb er over gefantaseerd, een poort te maken. Een poort die mijn mooie, goed gebouwde wagen waard is. Een poort, gemetseld van oude stenen. Ik zie het al helemaal voor me, een hele dikke is het, als van een stadswal. Als een afgebrokkelde muur, die er al honderd jaar staat. Met een glas in lood raam erin en een dikke houten deur, die rond is, van boven. Zo had ik het bedacht. Maar ik doe het niet.
Waarom zou ik een poort maken naar de ingang van mijn huis? Ben ik zo belangrijk? Waarom al die moeite? In de verte loopt Maaike verder, met haar honden, als éen van de vele voorbijgangers. Ik spreek ze op het pad. Hoeveel tijd heb ik wel niet besteed aan die terloopse gesprekken? Altijd buiten, altijd in de beweging van het moment. Nee, geen stenen poort.

Ik loop het veld over naar mijn huis. Langs de roze en witte bloemen, die weelderig tegen de rieten wand aangroeien. Een koolwitje fladdert langs. Bundels riet zijn tegen een pallet aangebonden. Het pallet wordt aan de andere kant gestut door een werkbankje van aluminium. Dat had ik toevallig. Zo is het al vanaf de eerste week dat ik hier stond, en ik heb het niet veranderd. Al twee-en-een-half jaar niet.
Ik til mijn rechterbeen op, en stap over het bankje heen. Voorzichtig, anders gooi ik de flessen om die erop staan, de waterflessen die wachten op een schoonmaakbeurt. Er is niet veel ruimte, mijn rug aait langs de houten wand van de wagen. Dan het andere been. Ik zet mijn linkervoet naast het rechter. Vlak langs de wand schuifel ik verder. Ik let op dat ik de jonge notenbomen niet aanraak. Die staan hier in de beschutting van de rietwand wortels te krijgen. Ze staan in grote potten, met een groeizame bodemmix en doen het goed.

Na vijf passen schuifelen kom ik bij het bordes. Over het bordes hangt een transparant zeil, tegen de wind. Daar achter heb ik hoge wilgenstammen geplant, ook tegen de wind. Ze lopen al goed uit. Maar een rijtje bomen is niet genoeg, als het hier gaat spoken. Het zeil is gemaakt van gewapend plastic. En al is het een eenvoudige oplossing, het werkt prima. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik een meisje ben, die haar hut in gaat. Elke dag een avontuur. Ik buk mijn hoofd en duw het zeil opzij. Nu komt de hoge stap, het bordes op. Er is expres geen trapje. Voor sommige bezoekers is dat heel wat. Ik denk aan mijn pa van drie-en-negentig. Elk jaar komt hij langs, op mijn verjaardag. Zelfs hij kan het nog! Al moet hij zich wel even vasthouden. De moeite die ik moet doen houd me wakker en fit. Dat ik onder het zeil door moet kruipen, herinnert me eraan dat ik een nomade ben. Alles is tijdelijk, ook mijn verblijf op deze grond. Waarom zou ik zoveel tijd besteden aan een poort en aan een mooie ingang? Zo’n poort kan ik beter voor iets anders bouwen.

Dit huis is voor mij, en voor niemand anders. Dit is de plek waar ik onder zeil ga.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

I don’t need a gate in front of my house. I am just a guest on earth and meet people on the road. A rooted nomad, that’s what I am.

.

Heb je de film al gezien? Drie jaar lang maakte ik opnames, met dit resultaat.

Did you see the movie? In three years I built my house and I made a documentary of it.

Zeisreis

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

English translation underneath. No podcast, only text.

.

“Wijndomein De Vier Ambachten,” staat er op het ronde bord. We rijden de inrit op, het ijzeren hek door. Het is een wijngaard waar je kan slapen in kleine houten huisjes. Daar zijn we blij mee, zo ver van huis, helemaal op de grens van Zeeland en Zuid Holland. “Fijn dat je ons tot hier hebt gebracht,” zeg ik tegen de vrouw die ons reed. “Anders hadden we nog een uur moeten lopen!” We hebben zeisles gehad. Dick en ik, en deze vrouw was een medecursist. We hebben van alles geleerd het in elkaar zetten van de zeis, maaihouding en onderhoud. We stappen uit en de vrouw opent de achterklep. Daar ligt mijn fonkelnieuwe essenhouten steel. Ze geeft me ook de tas aan met de twee handvaten die nog moeten gemonteerd. In de ene zit een bocht, als in een deurkruk. In de andere niet. Dat is niet voor niks. Het is een slimme zeis. Dan komt het grote zeisblad zelf, wel vijfenzestig centimeter lang. Het is bedoeld voor ruigtes, maar als je hem erg scherp maakt, kan je er ook gras mee doen. Daarvoor heb ik een hulzenset gekocht. Dat is een luie manier om je zeis even scherp te krijgen als met een aambeeld. Je kan er elke hamer voor gebruiken die je maar hebt.

Ik kijk naar de grote achterbak van de oude Volvo. In de auto ligt nog een zeis. Een oude. Hij ziet er anders uit dan de mijne. De vrouw slaat de klep dicht en neemt afscheid. Mijn vriend Dick en ik blijven staan bij de muur. Met de steel in de hand herhaal ik waarom deze zeis zo mooi ontworpen is. Je kan kaarsrechtop blijven staan, als je werkt, zonder bukken, zonder je armen te hoeven buigen. Het kost bijna geen kracht. Het ontwerp komt uit Oostenrijk. De baas komt aanlopen, een lange pezige man. Zijn haar begint al te grijzen. “Wat een mooie zeis!”roept hij. “Je mag er meteen mee aan de gang hier, werk zat! Het blad moet er wel aan hoor, anders kun je er niks mee.” Ik lach naar hem, en praat dan verder tegen Dick, want ik was net halverwege een zin.

We lopen verder. Het veld staat vol druiven, in lange rijen, met paden ertussen gemaaid. Boven de ranken uit tooit een witte sluier van fluitekruid. Heel veel fluitekruid. De wijngaard is compleet omgeven door populieren. Ze staan dicht op elkaar. De bomen zijn deze winter geknot, op hoogte van een meter of zeven. Daardoor heb je nog meer het gevoel dat het een wand is. We lopen langs de huisjes, zetten onze bagage neer bij nummer acht, en gaan verder met onze verkenning. Je kan helemaal rondlopen. Aan de achterzijde is een meer en een paadje door de wildernis. Ook daar valt veel te maaien. Dick waagt het er niet op, het paadje op te gaan. De begroeiing is dicht en er zijn veel overwoekerde bruggetjes. Het water ligt er schemerig tussen verborgen. Aan het eind komt ik weer uit bij het grotere pad en ga weer naast hem lopen. “Ik zou best op reis kunnen gaan met mijn zeis en mijn diensten aanbieden,” zeg ik “als ik zou willen.” Dick grijnst. “Ja, een zeisreis!” We lopen ondertussen langs een rij bloeiende appelbomen. “Toch is dat helemaal niet nieuw hè,” Ga ik door. “Een eeuw geleden deden ze dat ook. Seizoensarbeiders reisden rond met de zeis.” Dick knikt en vult me aan. “Ze kwamen ook uit Duitsland. Dat waren de Hannekemaaiers. Ze hielpen de boeren.” Het moet een mooie tijd zijn geweest. Het snijdende geluid in het lange gras, met niets anders dan vogelgeluiden. Het was wel doorwerken, elke dag weer, wekenlang. Maar toch genoten de mannen van het werk, dat lees je nog steeds terug in oude boeken. “Het handwerk moet blijven,” zeg ik. “Dat is het echte ambacht. Het mag niet vergeten worden. Nooit niet.” Dick is het ermee eens. “Wat is er nou aan om de hele dag met oordoppen op te lopen achter zo’n lawaaierige bosmaaier? Het gaat niet eens sneller.”

Je bent helemaal niet gek, met een zeis in je hand. Het wordt steeds populairder. Zeisbrigades bestaan al, in diverse plaatsen zetten ze zich in om stukken van het landschap te onderhouden. Ambachtelijk, geruisloos en sociaal.

We zijn bij ons huisje aangekomen en openen de deur. Zorgvuldig zet ik de steel in de hoek, zó, dat hij niet omvalt. Het zeisblad leg ik neer op het tafeltje. We installeren ons. Morgen gaan we terug. Een hele reis voor mooi gereedschap, dat is het. Het is het waard.

.

.

.

https://zeisles.nl/
https://www.landschapsbeheerflevoland.nl/werkvelden/dat-doen-we-samen/maaien-met-de-zeis.html
https://landschapsbeheergroningen.nl/vrijwilligerswerk/vrijwilligersbrigades/

.

https://www.domein-de-vier-ambachten.nl/

.

scythe journey

“Wine estate De Vier Ambachts,” the round sign reads. We drive up the driveway, through the iron gate. It is a vineyard where you can sleep in small wooden houses. We are happy with that, so far from home, all the way on the border of Zeeland and South Holland. “Thank you for bringing us here,” I say to the woman who drove us. “Otherwise we would have had to walk another hour!” We had sailing lessons. Dick and I, and this woman was a fellow student. We learned everything about assembling the scythe, mowing position and maintenance. We get out and the woman opens the tailgate. There lies my brand new ash wood handle. She also hands me the bag with the two handles that still need to be mounted. One has a bend, like a door handle. Not in the others. That’s not for nothing. It’s a smart scythe. Then comes the great scythe blade itself, up to two feet long. It is intended for rough areas, but if you make it very sharp, you can also do grass with it. I bought a sleeve set for that. That’s a lazy way to get your scythe as sharp as an anvil. You can use any hammer you have.
I look at the big trunk of the old Volvo. There is another scythe in the car. An old. He looks different from mine. The woman closes the door and says goodbye. My friend Dick and I stop at the wall. Handle in hand, I repeat why this scythe is so beautifully designed. You can stay upright when you work, without bending over, without having to bend your arms. It takes almost no force. The design comes from Austria. The boss approaches, a tall wiry man. His hair is already starting to turn gray. “What a beautiful scythe!” he exclaims. “You can get started right away here, plenty of work! The blade has to be attached, otherwise you can’t do anything with it.” I smile at him, and then continue talking to Dick, because I was just halfway through a sentence.
We walk on. The field is full of grapes, in long rows, with paths mown in between. Above the tendrils adorns a white veil of cow parsley. Lots of fluff. The vineyard is completely surrounded by poplars. They are close together. The trees have been pruned this winter, at a height of about seven meters. This makes you feel even more like a wall. We walk past the houses, put our luggage at number eight, and continue our exploration. You can walk all around. At the back is a lake and a path through the wilderness. There is also a lot to mow there. Dick doesn’t dare, to follow the path. The vegetation is dense and there are many overgrown bridges. The water is dimly hidden between them. At the end I reach the larger path again and walk next to him again. “I could go on a journey with my scythe and offer my services,” I say, “if I wanted to.” Dick grins. “Yes, a scythe trip!” In the meantime we walk past a row of blossoming apple trees. “That’s not new at all, is it,” I continue. “They did the same a century ago. Seasonal workers traveled with the scythe.” Dick nods and completes me. “They also came from Germany. Those were the Hannekemowers. They helped the farmers.” It must have been a good time. The cutting sound in the long grass, with nothing but birdsong. It was work, every day, for weeks. But the men still enjoyed the work, you can still read that in old books. “The manual work must remain,” I say. “That’s the real craft. It should not be forgotten. Never ever.” Dick agrees. “What’s the point of wearing earplugs all day behind such a noisy brushcutter? It’s not even faster.” You’re not crazy at all with a scythe in your hand. It’s getting more and more popular. Scythe brigades already exist, in various places they are committed to maintaining parts of the landscape. Traditional, silent and social.

We have arrived at our cottage and open the door. I carefully place the handle in the corner, so that it does not fall over. I put the scythe blade down on the table. We install ourselves. Tomorrow we go back. A whole journey for beautiful tools, that’s it. It’s worth it.

.

.

De terugkeer van Pan Sophia ( The return of Pan Sophia)

.

Ik wacht op de jaarlijkse onthulling van mijn heilig erkertje, in de lente. Maar terwijl ik daar op wacht, doe ik een ontdekking.

.

Bathing in the River, Miguel Covarrubis ca. 1934 ©Sothebys

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

.

Elke lente nadert het moment waar ik naar uitzie. De onthulling van het heiligdom. De heilige erker in de nok, het mooiste plekje van mijn huis. Dit is het meest verstilde hoekje, als slotakkoord van een zwaar proces. Want zwaar was het, het bouwen van de woonwagen. Maar vol inspiratie. Het kreeg alles. Het werd stoer en lieflijk tegelijk. De engelenvleugels bij mijn deur ontvangen me nog steeds elke dag met warmte. Maar het meest bijzonder werd dit. Een heilig erker in de nok. Aan het einde van het daklicht, daar zit het. Een klein glas in loodraam. De rode bol, in vieren gedeeld, als symbool van de Aarde. De steel en het blad eronder als het groeien. En dan, bovenop de rode bol, de kelk die zich opent naar de kosmos. Het heldere blauw omringt alles. Ik heb het de hele winter niet gezien. In de erker zit een prop schapenwol, want in de winter tocht het. Die mag er straks uit. Dat is de onthulling. Als het warmer wordt. Als de lente doorbreekt mag het symbool weer stralen. Maar tijdens het wachten daarop, gebeurde er iets bijzonders.

Soms komt er een beeld langs, dat een kettingreactie veroorzaakt. Zo ging het mij toen ik een klassiek schilderij zag, waarin God verbeeld werd als een zwarte vrouw. Nu heb ik een gereformeerde opvoeding gehad, maar ben in mijn pubertijd geïnteresseerd geraakt in andere culturen en religies. Het soefisme uit India, het boedhisme uit Tibet, het animisme van natuurvolkeren, de Droomtijd van de Aborigionals, de dichter Tagore. . . Nooit heb ik me het me echt eigen kunnen maken, het geloof waar ik mee opgroeide. Er ontbrak iets. Dit schilderij, met God als zwarte vrouw deed me wat en onmiddellijk ging ik op zoek. Ik tikte twee woorden in. “God” en “Vrouw”.

Onmiddellijk kwam ik bij een artikel uit van de Trouw: https://www.trouw.nl/cs-bfb7d78e

Er is een heel oude versie van Genesis, gevonden in Alexandrië. Maar de eerste woorden zijn anders. Het is een klein verschil. Wat kan dat uitmaken!
“In den Beginne schiep God de hemel en de Aarde.“ Zo kennen we het. Maar wat staat er hier? “Met Begin schiep God …”. Met? Een andere aanwezigheid! Wat voor kracht speelde er nog meer mee, dat hier Begin genoemd werd? Het gaat hier om de vrouwelijke oerkracht. Het is de robuuste kiem van alles! Precies wat ik altijd gemist heb.
Het verhaal gaat verder. Het was de zesde dag. En ze zagen dat het goed was en rustten op de zevende. Niet om zich voor altijd terug te trekken, nee ze bleven deel uitmaken van de schepping. Vooral Sophia, de Moederschepper bleef als oerkracht, midden in de schepping staan. De mensen hielden van haar en vereerden haar. Haar vruchtbaarheid was heilig. Je kan het terugzien in talloze Venusbeeldjes, die we pas nu beginnen te begrijpen. De vrouwelijke oerkracht is net zo heilig als de hemel met de engelen. Heilig waren ook de koeien in India en de katten in Egypte. Heilig was het woud en het water. Maar Pan Sophia raakte steeds meer vergeten en verguisd. De God als Heer bleef en werd steeds groter, in onze Westerse wereld. Tot nu.

Maar ook de Geest was heilig. Niet alleen de goede geest, maar ook de geest die overheersen kon en alles in abstractie ging vertalen. Heilig werd het intellect. God werd buiten de schepping gezet, aan de rand van het heelal. “Ik denk dus ik besta.” Een vloek en een zegen was het. Voorname mannen namen het voortouw. Heilig werd de wetenschap en alles wat daaruit voortkwam. De machine, de tractor en de auto. Heilig werd het geld. Het vliegtuig en de bank. De techniek die almaar sneller gaat. Een wereld overheerst door geobsedeerde mannen raakt zijn heiligheid kwijt. Waar is Moeder Schepper? We hebben haar nodig! En verdraaid, ze is er nog. Natuurlijk. Want zonder haar leefden we niet. We moeten terug. Herinneren wat was.
Dus dit is mijn heilige symbool, dat zijn plek heeft in de nok van mijn huis. De heilige erker dat ik binnenkort opnieuw onthullen mag. In zijn geheel herinnert het aan Pan Sophia, de oerkracht, Moeder schepper. Maar dat niet alleen. Het eindeloze blauw is als de Vaderlijke hemel die haar omgeeft. Ze zijn verbonden met elkaar. Net als in de I Tjing. Het zijn de twee krachten die onze schepping belichamen, in allerlei vormen, niet óf het één óf het ander, maar als een verbondenheid van beide. Ook ik heb het allebei. Het mannelijke is de geest, het denken, de expansie. Het vrouwelijke is de kiem, het groeien, de explosie van cellen. Het is het wortelen en zorgen voor wat er is.

Erop uit gaan is stoer. Stoer doen trekt de aandacht. “Al die willen te kaper varen, moeten mannen met baarden zijn.” Echte mannen vangen walvissen en ontdekken nieuwe werelden. Het is ook stoer om een vrouw met ballen te zijn. Om je eigen huis te bouwen, erop uit te gaan, te reizen en daarover een boek te schrijven. Steeds weer vragen mensen mij “Wanneer ga je weer?” of “Wat ga je hierna doen?” Zelfs de beste interviewers, vooral mannen, vroegen me dat. Elke keer opnieuw werd ik in beeld gezet als de vrouw die het hele land afreist met haar wagen. Dat is niet zo, het was Friesland dat mij trok. Ik wilde wortelen. En mijn antwoord is nu steeds hetzelfde. “Ik ga niet zomaar weg. Ik laat iets groeien hier.” Toch komt dat antwoord vaak niet aan. Dat zie ik aan de wezenloze blik van de vragensteller.
Toch is het dat, waar het mij om gaat. Het heilige dat wortels nodig heeft om te kunnen groeien. Het heiligdom in de nok herinnert mij. Van begin af aan heeft het zijn plek gehad. Ik wist: De reis is alleen een manier om aandacht te trekken. Aandacht voor de stille, maar o zo krachtige vrouwelijke pit.
Het is moeilijk om aandacht te krijgen voor het verborgene, voor de veel langzamere kracht, die de basis is van alle leven. Alles wat snel gaat en beweegt, dat trekt. Maar de stille kiem, het contact met de heilige oerkracht raken we kwijt, in al de herrie die we maken. Daarom is het belangrijk dat de symboliek zijn plek terug krijgt. Dat we ons herinneren waarom het gaat. De terugkeer van Pan Sophia, de vrouwelijke oerkracht.

.

Pan Sophia and the Holy Universe
The symbol from the shrine

.

NEDERLANDS

ENGELS:

.

Every spring I unveil the sanctuary in the ridge of my house. But While waiting for it, I made a discovery

Iets laten groeien is niet niks (Before it grows! – 2)

DEEL 2

Voor alles wat je koopt, gaat ergens anders iets verloren. Wat? Over veengrond en turfgebruik in de tuin en kwekerijen.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Zou er nog leven in zitten? Ik ben net wakker, wanneer ik mezelf deze vraag stel Ik lig in mijn hangmat en denk aan het zaaigoed. Gisteren was er nog steeds niks. Na bijna een maand heb ik er steeds minder vertrouwen in. Misschien had ik het koeler op moeten bergen, dat zaad, en is het uitgedroogd. Of misschien had ik het in turfpotjes moeten doen. Die kan je kant en klaar kopen en er zit al een zaaigaatje in. Turf kan veel water opnemen, en vocht is belangrijk in dat prille begin. Ik pieker. Kan het sneller of beter? Zelfs ik als langzaam levende minimalist val wel eens ten prooi aan dit soort ongeduld. Zo minimalistisch ben ik dus ook weer niet. De verleiding is groot. En die turfpotjes lijken me wel heel handig voor ontkiemend zaad. Maar de volgende vraag is dan, waar komt het vandaan? Wat gaat er verloren doordat ik dit wil? Voor alles wat je krijgt, verdwijnt er ook iets. Wat dat is, dat is een belangrijke vraag.

Ik open de laptop, zoek en lees. Ik lees zoals ik al jaren lees, want alles over de bodem intrigeert me. Haar verhalen, haar leven, haar ongeboren mogelijkheden.
Het antwoord ligt voor het oprapen. Ja dus. Er verdwijnt veel, door ons turfgebruik. Al eeuwenlang wordt er grond afgegraven voor turf. In de middeleeuwen voor brandstof en ook in de eeuwen daarna. Dankzij onze voorouders is de dikke laag veen grotendeels verdwenen en zakken we nu steeds verder de nattigheid in. Er gaan bovendien prachtige plantengemeenschappen ten onder, door wat wij met onze pot en tuinaarde in onze tuin laten groeien. Is dat het allemaal waard?

.

Veenvormend moeras in Polen

Overheden houden zich daar meestal niet zo mee bezig, met plantengemeenschappen. Voor hen geldt vooral het CO2 verhaal. In veengronden zit namelijk ook enorm veel koolstof opgeslagen. Dat gaat de lucht in als je het weggraaft. Vooral daarom is men internationaal bezig met het afbouwen van turfgebruik. In Engeland is turf al verboden. Bij ons nog niet, al heeft de tweede kamer niet lang geleden gezegd de alternatieven te willen onderzoeken.
Turf wordt nog steeds gewonnen om in tuincentra te verkopen. Het zit in tachtig procent van de plastic zakken die er liggen en ook boeren en tuinders gebruiken het. Wij zijn de grootste gebruiker van heel Europa. We hebben niet alleen onze eigen turfgronden grootschalig uitgestoken, maar importeren nu op grote schaal uit het buitenland.

Tja. Maar beter geen turfpotjes dus, voor mijn zaad. Wat kan ik dan gebruiken? Het eerste bericht dat opduikt gaat over biochar. Ik ben meteen geïnteresseerd. Maar eerst doe ik de slaapzak over mijn hoofd, die ik als bijdekentje gebruik. Het is nog fris in huis en ik krijg koude handen. In mijn kleine donkere tentje is het lekker warm. Het beeldscherm licht op in het donker. Ik lees verder: “Biochar is vooral gemaakt van plantenafval dat verhit wordt tot 350 graden. Op die manier gaat er geen koolstof verloren en het afval hoeft niet naar de stort te worden gebracht, maar wordt hergebruikt.”
Wat raar, denk ik als ik het lees. Elke gemeente maakt er stadscompost van. Er gaat nergens groenafval naar de vuilstort! Het klinkt als een promotieplaatje van techneuten zonder contact met de werkvloer. Dat gebeurt wel vaker als het over CO2 oplossingen gaat. Het moet meteen big business worden.
Verderop lees ik dat ze het zelfs als koolstofopslag in de grond willen stoppen. De haren rijzen mij te berge. Klinisch in de grond stoppen, verbrande bomen en planten? Zonder er iets nieuws uit te laten groeien? Dat is bizar. Er is notabene een groot tekort aan compost, las ik in een vakblad voor bosbouwers.
Gelukkig zie ik ook een ander bericht. De Belgen laten zich niet gek maken. Die doen degelijk bodemonderzoek. Het ILVO (Instituut voor Landbouw-Visserij en Voedingsonderzoek) doet er verslag van, en het WUR heeft het overgenomen. In biochar is geen worm te zien, hebben ze ontdekt. Dus dat in de grond stoppen is het einde van de levenscyclus, begrijp ik. Ik ben blij dat ik het hier zwart op wit zie. Dank je wel, lieve Belgen! Techniek zonder liefde is een doodskist voor het leven.

.

Veenafgraving

.

Wat is het dan wel? Waar moet ik mijn zaad in stoppen? Het antwoord is simpel. Gewoon, met levende compost, gemaakt van verschillende ingrediënten.

Ik staar uit het raam over de groene weiden. Opeens heb ik er genoeg van. Ik klap de laptop dicht, klauter uit mijn hangmat en ruim alles op. Ik was me en kleed me aan. Nu wil ik zien hoe mijn eigen zaad erbij staat! Ik stap de deur uit en klim het kleine bordes af. De merel voor mijn deur vliegt luid protesterend weg. De lucht voelt warm aan. Ik schuif de deur open van de kas en loop naar achteren. Tot mijn grote verrassing zie ik de eerste groene sprieten de grond uit komen. Heel klein nog, nauwelijks zichtbaar, maar het is wel een teken van leven! Dat schept hoop. Gelukkig maar dat ik die turfpotjes niet heb gekocht, maar het gewoon gedaan heb met wat ik had, met bladaarde, dezelfde compost die ik ook voor de bomen gebruik. Ik pak de gieter die ik gisteren tweedehands kocht. Een kleine, mosgroen van kleur met een lange slanke tuit. Met een dun straaltje giet ik het water uit over de kleine bakjes. Hier groeit het in elk geval. Zelfs zonder turf. Goddank, het groeit!

‘Planten kweken is niet iets dat je even snel kunt doen,’ zeg Linda Chalker-Scott van de Washington State University. Zij is ook de schrijfster van het blog Horticulturalist Myths. ‘Als je een duurzaam systeem wil, moet je het op de juiste manier doen.’ Ze vindt dat we ons weer moeten richten op de grond onder onze voeten. ‘Honderd jaar geleden hadden we geen potgrondmengsels,’ zegt ze. ‘Planten hebben het al die tijd prima zonder gedaan.’

LINKS
https://www.nationalgeographic.nl/van-potgrond-krijg-je-vuile-handen-letterlijk-en-figuurlijk.https://turfvrij.nl/peat-science/
https://www.boom-in-business.nl/article/36896/tweede-kamer-wil-geleidelijk-af-van-turf-in-potgrond
En als laatste het onderzoek van ILVO: https://edepot.wur.nl/365672

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

For everything we buy, something disappears somewhere else. What? I read in the morning, in my hammock, and find out the effects of my use of peat. But on the road, I also discover strange CO2 solutions. Find other inspiring facts in the blog Horticulturalist Myths

.

Song for my seeds

.

.De twee onderste foto’s komen van Wikipedia:
1 Door Radomil – Eigen werk, CC BY-SA 3.0,

https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=69596
2.CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=244694

.

.

Bloemkool, door bijen bestoven.

.

.

Vorige week vertelde ik een verhaal op een bijeenkomst over zaden en de toekomst. Ik heb beloofd dat ik dat verhaal hier zou publiceren, dus doe ik dat bij deze.

.

In het lage zonlicht kijkt boer Jan uit over zijn land. Het is het eind van een lange werkdag. Zijn twaalfjarige zoon staat naast hem. Op de lichtgroene bloemkoolbladeren ligt dauw. Ze zijn keurig naar binnen gevouwen en beschermen de roomwitte schat er binnenin ‘De kolen horen bij ons’ mijmert hij. ‘Het zijn net kinderen. Mijn pa kweekte het zaad uit het zaad van mijn grootvader en overgrootvader. Het verbindt ons met de generaties voor ons en met het land. Weet dat, jongen, dat we dit nooit vergeten. De schat die voor ons ligt wordt steeds zeldzamer.’ ‘Elk gebied had vroeger zijn eigen rassen. Overal waren boeren als wij, trots op hun eigen unieke zaad. Wij zijn de laatsten der Mohikanen’.
De boer is één van de weinigen die nog zaadvast kweekt. Zaad dat bestoven wordt door bijen en insecten. Zaad dat verbonden is aan de bodem waar het vandaan komt, of het nou klei is, veen of zand. Het is sterk en vol vruchtbare groeikracht.
‘Ze zijn wel iets kleiner dan die die uit hybride zaad komen,’ zegt boer Jan langzaam. ‘Maar wij zijn onafhankelijk en vrij! Wat er ook gebeurt, we kunnen er altijd op vertrouwen.’
‘Maar waarom nemen we dat andere zaad niet, als dat zoveel groter wordt?’ vraagt de jongen.
‘Die andere worden steeds opnieuw gekweekt uit dezelfde twee ouders. Hybride, noem je dat. De vader en moeder verschillen wel erg van elkaar. En het zaad dat daaruit komt is niet altijd vruchtbaar. Er zijn er die wel ontkiemen, maar dan is het een warrige boel. Ze zijn allemaal verschillend. De kool zelf heeft er weinig aan, en wij ook niet. Ik denk, laat de kool maar kiezen hoe hij zich aanpast. In vaste bodem weet hij dat vast en zeker beter dan wij. Het klimaat verandert sneller dan we dachten. Weet je nog hoe droog het was vorig jaar? Maar onze bloemkolen zijn sterk. Met ons zaad zijn wij goed voorbereid.’ De jongen glimlacht tevreden.

Hybride zaden geven grotere vruchten, knollen en kolen, en zijn vaker bestand gemaakt tegen ziektes. Maar op den duur is de fut eruit. Het mist een vaste bodem. Daarom is het belangrijk dat er altijd zaadvaste familieleden blijven. Planten die vruchtbaar zijn, en waar we altijd naar terug kunnen. En hoe mooi is het, dat voedsel, of het nou kolen, knollen of peren zijn, zo’n geschiedenis kent! Daarom is het belangrijk dat het blijft. Dat iedereen het weet, dat boer Jan er is en anderen zoals hij. Kijk of vraag ernaar, is het zaadvast of hybride wat je koopt? Wisseling van spijs doet groeien!

Met dank aan de Zaderij, vooral Marran: https://www.zaderij.nl/

In België te verkrijgen bij Velt: https://velt.nu/samenaankoop-biologische-zaden

Een kleine kern die zich voorbereidt (A small core preparing)

Bestaat de grond van ons bestaan niet uit voedsel? Het zijn de vele goede verhalen die zich hierover moeten verspreiden. Verhalen over smaak en veerkracht. Er moeten veel meer boeren en boerachtigen komen met hart voor zaad en bodem. En dat al die mensen kunnen en mogen uitwisselen. Voedsel en voedselsoervereiniteit.

.

Tekening Alowieke

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Het polderlandschap trekt aan ons voorbij. Theo Boon, de directeur van Odin zit naast me aan het stuur. Hij is al bijna vijfenveertig jaar bezig met biologisch voedsel. Ik ben blij dat ik met hem mee terug kan rijden. Het is een goede dag geweest, en ik was erbij, als schrijver en verteller. Het was een studiedag over zaadvaste zaden. Dat zijn zaden die groeien door bestuiving van bijen en beestjes. Zaden die zelf ook weer zaad kunnen maken met jonkies die op hen lijken en die ook weer bestoven worden en jonkies maken. En.. zo.. voort.. Prachtig. Dan denk je misschien: Maar dat hoort toch zo?!? Ja, dat is de natuurlijke weg. Maar de zakelijke wereld van ons voedsel is heel anders. (Binnenkort vertel ik daar meer over, in een extra blog.)

Ik ben gevraagd hierover een verhaal te vertellen en dat heb ik gedaan vandaag. “Het was heel mooi hoor!” zegt Theo. “Je had alle aandacht, het was ineens muisstil. Ik dacht: Wat gebeurt hier?! Ik grijns. Dat het een succes was, kwam ook door de locatie en de bescheiden groep. De aula van de Warmonderhof is een mooie plek. Er is een gedempte akoestiek, dat is fijn. Het is een ruimte die niet rond is en ook niet vierkant. Het heeft een groot podium als een nis. Er zijn asymetrische hoeken en veel hout. Een hoog, diep oranje gordijn verspreidt een warme gloed door de zon die erachter schijnt. Je voelt je hier gekoesterd. Zo’n ruimte wil wel helpen, voor een goed verhaal. En een groep, net niet te groot om een korte voorstellingsronde te doen. Er waren medewerkers van Odin, van de Beersche hoeve die voor de winkels van Odin levert. Ook zag ik de mij bekende lui van de Zaderij, waar je biologische zaadvaste zaden kan bestellen. Er was een vrouw met een voedselmuseum, een door de wol geverfde journalist van een akkerbouwkrant, en meer bijzondere mensen.
De directeur van Odin woont vlakbij de plek waar ik zes jaar lang heb gewoond, op de Brabantse zandgrond. Ik zie het zo voor me; de stille laan met de majestueuze beuken. Het bos en de beek die erdoor stroomt. Het gefluit van mezen en vinken in de bomen. En dan de weide en die oude hoeve, als je de coulissen van het bos verlaat. Ik krijg bijna zin om terug te gaan.

“Hoe is het daar nu?” vraag ik hem “Het is al best droog hè? Stel je voor deze lente ook niet regent. Wat dan?” vraag ik. Theo kijkt bedenkelijk. “Ja het is nu al behoorlijk droog. Dat gaat dan heel moeilijk worden als het zo doorgaat. Voor de ontkieming hebben we toch echt vochtige grond nodig.” Ik kijk voor me uit en denk aan de sloten in Friesland, die altijd gevuld zijn met water. Aan andere plekken in Nederland die verbonden zijn met het IJsselmeer. Of plekken waar toevallig net wat meer regen valt dan in Brabant. In een flits gaat het door me heen. We zullen het niet redden in de toekomst, als we gedwongen worden om te blijven concurreren. Als boerderijen als de Beersche Hoeve alleen blijven staan. De klimaatverandering dwingt verandering af. We moeten samenwerken en de aarde gezond maken. Het is buigen of barsten. De biologische sector werkt aan verbetering van de bodem. Aan sterkere groenten en knollen. Een door bijen bestoven en zaadvaste biologische witlof kan vijf keer zoveel droogte aan als een gangbare, vertelde een jongen vandaag. Hij had het zelf onderzocht en was er trots op. Het zijn deze verhalen die zich moeten verspreiden. Er moeten veel meer boeren komen met hart voor het zaad en de bodem. Zaden moeten uitgewisseld kunnen worden.
Dit alles gaat door me heen, terwijl ik opzij kijk, naar de man naast me. Ik zeg hardop wat ik denk. “Het kan niet zo zijn dat eentje alles moet doen. Het telen van zaadvaste zaden moet overal gebeuren waar het kan. Het kan niet anders.” De man naast me knikt. Ook hij weet het. Al is het niet makkelijk, voor geen enkele boer. Er zijn steeds meer controles. Veel tijd gaat verloren aan het verkrijgen van certificaten. Op elk plantje moet “een sticker”. Patenten worden aangescherpt. Het gaat niet alleen meer om soorten, maar ook om eigenschappen. Stel je voor: Alle meisjes met blond haar zijn van mij! Dat kan toch niet? De mogelijkheid om te spelen met veranderingen wordt almaar verder ingeperkt. Het drijft menige boer tot wanhoop. De wereld is hard bezig zichzelf vast te werken terwijl de klimaatverandering steeds sneller gaat. Een grote golf komt aanrollen, maar we mogen onze surfplank niet gebruiken.
Toch ben ik niet somber. Ik denk aan de mensen die ik ontmoette, vandaag. Ik weet: Zij gaan door. Het is belangrijk elkaar te ontmoeten. Ik ben blij dat ik vandaag een bijdrage heb kunnen leveren. Het geeft hoop en inspiratie. Buiten wordt het schemerig. De weg gaat licht omhoog, we rijden de polder uit, Friesland in. Nog even, en dan ben ik thuis. Daar is Dick. Hij heeft de tafel al gedekt, met aardappels en spruiten van Odin. Hij wacht tot ik terug ben. Tenslotte, liefde gaat door de maag.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Doesn't the basis of our existence consist of food? It is the many good stories that have to spread about this. Stories about taste and resilience. There must be many more farmers with a heart for seed and soil. And that all those people can and are allowed to exchange. I was at meeting about seeds and foodsoverngity and sit in the car, we are driving back, and I talk with the driver.