Een koelhuis vol kinderen

..

Er staan vier grote auto’s op de inrit naar de geitenboer. Wat is er aan de hand? Ik zet mijn fiets neer, pak de lege melkflessen uit mijn fietstas en maak het grote hek open, net ver genoeg om erdoor te kunnen. Ik kijk het erf over. De deur naar de melkstal staat op een kier. Ik zie een flits van lang blond meisjeshaar. Ik loop er niet heen, maar ga verder naar het koelhuis, waar de volle tank staat. Als ik door de open schuurdeur naar binnen kijk, zie ik aan de andere kant een grote drom kinderen. Door de kleine deur komen ze het koelhuis binnen stromen en de kleine ruimte is in één keer vol. Verrast kijk ik om me heen. Zo druk heb ik het hier nog nooit gezien. “We krijgen een rondleiding!” roept iemand me enthousiast toe. De geitenboer sluit de stoet en concentreert zich op zijn verhaal.
“Zal ik later terug komen?” roep ik naar de boer, maar ik krijg geen reactie. Zijn rode krullenbol steekt hoog boven de kinderhoofden uit en hij begint te vertellen.

“Hier gaat de melk naartoe.” Hij wijst naar de koeltank en vertelt een verhaaltje over de melk die warm uit de geit komt. Hij vraagt de kinderen wat er gebeurt als je de warme melk niet koelt. Een  meisje zegt aarzelend dat de melk dan dik wordt, maar verder weten de kinderen niet zo goed wat er dan gebeurt. Kennelijk zorgen hun moeders er wel voor dat er nooit zure melk gedronken wordt. Een wijs jongetje stelt technische vragen, de anderen luisteren, tot de boer is uitverteld en de kinderen naar buiten hollen.
Ik kijk afwachtend naar de boer, benieuwd of hij tijd heeft om mijn flessen te vullen. Hij blijft rustig staan, neemt grijnzend de twee flessen in ontvangst en draait zich om naar de koeltank. Wanneer hij gehurkt op de grond de grote kraan opendraait, staan er drie meisjes door het open raam naar binnen te kijken. Een levendige brunette met lang krulhaar buigt zich ver voorover. Ze wil alles zien. Als de ene fles vol is vraag ik haar: ”Wil je voelen hoe koud hij is?“ Haar bruine ogen glimmen en ze voelt aan de fles. “Oh ja, koud zeg!” roept ze. Nu willen opeens een heleboel meisjes voelen en één voor één raken ze het koude glas gevuld met het witte romige geitenmelk.
“Mwwwuh.. warm!” roept een eigenwijze dreumes.
“Jij bent zeker een eskimo,” zeg ik en verlegen lacht ze. Ik trek mijn hand terug door het raam de koelruimte in, om de andere fles ook aan te pakken, die de boer inmiddels keurig tot de rand toe heeft gevuld. Als ik even later de flessen in mijn fietstas stop, zijn de kinderen de melk alweer vergeten. Het eten staat klaar. Alle kleine voeten gaan op een drafje richting het huis.

Terwijl ik op mijn fiets stap denk ik aan Frijlân, de plek waar ik straks heen ga. Ook daar zullen kinderen zijn om te spelen en te leren op de boerderij. “Leren van nature,” wordt de slogan. Wie weet kom ik vaker in zo’n kinderdrom te staan. Als ik wegfiets over het asfalt, waait een frisse wind om mijn hoofd en zonlicht schijnt over het boerenland. Nog even en het zal ander land zijn, waar ik fiets, waar ik de lente zie ontluiken, een ander land en Friese kinderen. Zou er ook een geitenboer zijn?

De roep van de kievit

.

.

Het ijs op de vijver is helemaal gesmolten. De eenden, die tijdens de vorst sloom aan de oever zaten en het neergegooide brood ongeïnteresseerd lieten liggen, lopen nu achter elkaar aan het hele terrein van de camping over. Het zijn er nog maar twee, twee mannetjes. Van de derde is niks anders overgebleven dan een plas bebloede veren. Inmiddels heb ik het tafereel al zo vaak gezien, dat ik het heb geaccepteerd. Alles komt en gaat en niet altijd op zachtzinnige wijze. En strenge vorst is als de adem van de dood. Wat sterk en veerkrachtig is, dat redt het. De zwakkeren niet.
Opgetogen komt de lente dan, met de taaie overwinnaars, die niets liever willen dan de opwinding bevredigen, het nest bouwen en zo’n hoop leven maken, dat horen en zien je vergaat.

Ik zit op mijn hurken en kijk naar de verzameling kisten en boxen onder mijn wagen. Voor ik naar Friesland verhuis, wil ik alles gesorteerd hebben en opgeruimd. Terwijl ik net een zwart plastic veilingkistje naar voren wil schuiven, hoor ik boven me de roep van een kievit. Ik bevries in mijn beweging. Het geluid komt snel dichterbij. Tot mijn stille vreugde landt hij tien meter bij me vandaan en loopt zoekend rond in het gras, tussen een paar opgekroonde bomen. Hoewel de zon heerlijk schijnt, is er af en toe een fris windje. Het shirt dat ik aan heb, is te kort en ik voel een koude bries langs een blote kier waaien. Ik durf het niet in mijn broek terug te stoppen, dan gaat hij misschien weg. Ademloos kijk ik naar de vogel. Maar al snel vliegt hij weer op. Kennelijk vindt hij hier niet wat hij zoekt.

Die nacht hoor ik de paringsroep van vele kieviten, op het veld en in de akkers achter de camping. En ik duim voor ze. Dat ze dit keer wèl zullen slagen. Dat ze in het grasland voldoende voedsel kunnen vinden om kracht op te doen en hun jongen groot te brengen. Met pijn en spijt denk ik aan de enorme vlaktes, waar alleen maar raaigras te vinden is. Voor de weidevogels is deze eentonigheid een nekslag. Ik duim voor groeiende aandacht hiervoor. Soms hoor ik boeren zeggen dat ze heel erg hun best doen en om de nesten heen maaien. En toch is er geen enkel nest dat slaagt. Ze begrijpen het niet. De schuld wordt gegeven aan de vossen, waar jagers dan driftig op schieten in de schemering.

Hoeveel mensen zoeken het echt uit? Er zijn genoeg rapporten van. Daarin lees ik dat de vossen niet de belangrijkste oorzaak zijn van de grote achteruitgang van soorten. Het is de groeiende monocultuur. Ons land is gevormd door een delta van rivieren. Een plek die ooit wemelde van vliegende en broedende vogels. Wij hebben ons land onherkenbaar veranderd, van een levendig paradijs, in een rigide rasterwerk onstaan door een eindeloze saaie lijst van bedachte doelen. De uitgestrekte eenvormige vlakten zijn als een groeiende woestijn, waarin steeds minder dieren en insecten voedsel kunnen vinden en waar roofdieren hun prooi makkelijk kunnen zien.

Okee, er is een natuurlijke cyclus van leven en dood. De sterksten redden het en maken van de aarde een vitale plek, vol diversiteit. Dat is soms hard, maar het is ook mooi. Dit accepteer ik. Maar wat er nu met het land gebeurt, dat kan ik niet accepteren. Het kan anders. Laat dan nu het leven terugkeren in de wei, in het griend en in de beschutting van bloeiende bomen, die groeien langs de randen. Laat de wei vol bloemen zijn, zoveel soorten, niet te tellen. Laat groeien wat er groeien wil en kijk wat het ons biedt. Ook in Friesland, ooit het paradijs voor broedende weidevogels. Friesland, mijn nieuwe thuis van de toekomst.

.

.

Een loden lucht en lentesoep

.

.

Als je moe bent en de ooit zo blauwe lentelucht is grijs geworden, dan lijkt alles somber. Hoe heerlijk smaakt dan verse, zelfgemaakte lentesoep! (Alowieke)

 

Ik sta voor de deur en staar naar buiten. Donkergrijze wolken jagen langs de hemel, voortgestuwd door harde wind. De kruinen van de bomen waaien heen en weer, sommigen al in blad, anderen zijn nog kaal. Ik kijk op de wekker. Het is al één uur en ik heb nog steeds niks gedaan. Mijn keel is een beetje dik en mijn hoofd voelt zwaar en suf. Ik vraag me af wat ik met deze dag aan moet. Ik staar nog een poosje naar de wind in de boomtoppen. Dan weet ik het. Ik kan twee dingen doen. De hele dag verse kruidenthee gaan drinken of toch nog iets proberen te doen. Ik kies voor het laatste.

Ik loop over het veld naar mijn werk, de bouw van mijn nieuwe woonwagen. Er zijn nog drie plankjes die ik wil ophangen en ook twee kastdeurtjes. Maar eenmaal binnen, laat ik me zakken op de harde planken vloer. De deurtjes die ik nog moet vastmaken, staan vlak vóór me, tegen de andere houten wand aan geleund. Ik ben niet geneigd er iets mee te doen. Misschien komt het als ik er wat langer ernaar kijk. Ik hou vol en kijk nog een poosje naar de witgeschilderde plaat met het pianoscharnier er aan. Het helpt niet.
Misschien is dit niet de beste plek om te zitten. Ik kan mijn heil beter wat hoger zoeken. In de zithoek achterin, kijk je uit over de hele lengte van de wagen en zie je de ramen. Daar ervaar je de ruimte. Dan komt het vast wel.
Ik sta op en klim op dat, wat een bedbank moet worden. De spijlen van de zitting duwen hard in mijn billen. De kussens komen volgende week pas. De wagen schudt een beetje heen en weer door de harde wind. Ik kijk nog een tijdje voor me uit. Langzaam aan vergeet ik de deurtjes, die ik op had willen hangen. De wens komt in me op om terug te gaan. Ik ben moe. Ik wil terug naar mijn wollige schapenvacht.

In de andere wagen is de kachel lekker warm. Ik dompel mij onder in niks en pak een boek.
Als de zon ondergaat heb ik een lange luie dag achter de rug. Maar er is één ding wat nog ontbreekt. De soep.

Ik ga naar buiten om de ingrediënten plukken. Inmiddels is de lucht niet meer egaal grijs. Er zijn stukken blauw te zien, al staat er nog steeds een fikse koude wind. Ik loop naar het perk vlak naast mijn wagen. Er staat van alles wat eetbaar is, sommige dingen heb ik zelf gezaaid, andere plantjes groeien er uit zichzelf. De levenslustige lenteblaadjes barsten van frisgroene voedzaamheid. Precies wat ik nodig heb.
Ik pluk, ik hak en ik kook. De blaadjes en bloemetjes hoeven maar een minuutje te koken, ik wil het zo vers mogelijk. Het wordt een heerlijk soepje. Na de eerste happen al voel ik me een heel ander mens. Daar kan geen supermarkt tegen op.

Niets liever dan lentesoep.

 

Lentesoep uit Brabant

madeliefjes…………………  het kort gemaaide veld staat er vol van.
veldkersblad……………….  groeit hier vanzelf, vlak naast mijn wagen in een perk dat ik maakte
duizendblad……………….. krachtige sterk uitdijende plant, van zaad uit Roemenië. brandneteltoppen……….. Overal, het is een plaag! Laat iedereen er zoveel mogelijk van eten.
selderij ……………………….  staat naast de bessenstruik, tussen de appelmunt en de veldkers.
knolraap, rode ui………… van kwekerij Oppers in Middelbeers, vier kilometer fietsen.
linzen en knoflook……… uit de biowinkel in Tilburg waar ik twee uur voor gefietst heb.
een lepel sesampasta …. biowinkel Balans uit Eindhoven, gekregen van mijn vriendje marmite……………………..  van de supermarkt, voor de vitamine B12
laos en  peper …………….. zwarte peperkorrels  en laos in een zakje van de Turk in Eindhoven

 

Voor mensen die niks van plantjes weten of die geen tijd hebben om te plukken:

http://www.herenboeren.nl/ (van eigen grond, maar niet persé biologisch. Wie weet komt dat nog?)

.

De voedselknoop

.

 

Onze voedselketen is erg ingewikkeld geworden. Het is een duizelingwekkende achtbaan, met ziekmakende loopings en niemand weet waar het begin is en het einde. En niemand weet wie daar dan staat en in welke omstandigheden die verkeert. Ik had een terloopse ontmoeting met een gangbare boer. Hij was op weg naar zijn land en ik sprak met hem. Een bijzonderheid, in dit land van grootschalige akkerbouw ontmoet je maar zelden een boer op de landweg.

 

De melk is op, alle drie flessen zijn leeg. Voor ik aan het werk ga, wil ik ze gevuld hebben, vol verse romige geitenmelk. Ik pak de flessen, spoel ze om en stop ze in een linnen zak. De zak wikkel ik een paar keer om het stuur en zo fiets ik weg, de camping af, de weg op.

Op de lange rechte weg naar Haghorst loopt iemand. Het is een kleine, wat oudere man met zijn arm onder zijn jas, alsof hij die gebroken heeft. Tegelijk komt er een grote machine de naast ons gelegen akker oprijden. „Hallo!“ begroet ik hem vrolijk en ik stap af. „Wat gebeurt hier?“ Ik kijk hem nieuwsgierig aan en wijs naar de landbouwmachine naast ons.
Hij blijft staan, kijkt me genoeglijk aan en geeft heel rustig antwoord. „Dat is een mestinjector. Hij injecteert de mest in de grond.“
Ik kijk naar de tentakels, achteraan de wagen en de man, die hem hoog en droog bestuurt. In de ronde laadruimte moeten heel veel liters mest passen. De enorme brede wielen rollen rustig over het droge zand. „Ik heb er wel vaker eentje gezien, maar deze is wel erg groot zeg.“
„Ja, dit is een professionele.“
„Hij rijdt alles plat,“ zeg ik bot. En op hetzelfde moment bedenk ik me dat dit de boer moet zijn, die ik tegenover me heb. Hij blijft me vriendelijk aankijken en geeft me nog gelijk ook.
„Ja, het gaat wel ten koste van de structuur van de bodem, maar kijk, die wielen zijn zo breed, dat het de schade beperkt.“ Ik kijk hem opnieuw aan, met frisse belangstelling. Ik kijk naar de wielen die wel een meter breed zijn, met een dik profiel erin. Ik knik. „Ja, ik zie het, dit scheelt wel.” Dan praat ik verder. „Ik heb gehoord van precisielandbouw. De machines zijn computer gestuurd en rijden elke keer precies over het zelfde spoor, om de grond zo min mogelijk plat te rijden.“

In gedachten zie ik een met rijen bomen beplante akker voor me, met rijen lagere gewassen er tussen in. Het is een permacultuurboerderij. Tussen de bomen rijdt een smalle trekker, over een smal spoor, om te oogsten. Maar ik zeg niks van wat ik voor me zie. Ik heb deze man nog maar net ontmoet, en ben te gast in dit Brabantse land. Als gast kun je beter eerst luisteren en niet alles beter weten, vind ik.

„Ja, precisielandbouw“ beaamt hij. „Dat is mooi. Daar moeten we uiteindelijk naar toe. Er zijn ook drones, als hier straks aardappels staan, dan vliegen ze boven het land en kunnen precies opsporen op welke plekken gespoten moet worden.“ Hij ziet het al helemaal voor zich en zwaait met zijn arm richting het land, als een koning met zijn scepter. „Zo kunnen we de hoeveelheid gif een stuk beperken.“ Hij kijkt er zorgelijk bij. „Het mòet wel,“ gaat hij verder, „We moeten er in méé. We zullen moeten investeren in zulke loonwerkers…“ Er komt een frons in zijn gezicht.
Ik begrijp de boeren, die de ene verplichting na de andere moeten volgen en de dure investeringen kosten vele boeren de kop. Toch mòet het anders, er moet een andere weg in worden geslagen. Maar hoe?
„Het beste zou zijn helemaal geen gif meer te gebruiken.“ Ik spreek op dezelfde zachte toon als hij. „Er komt kanker van ons voedsel,“ denk ik hardop, „ We krijgen de ziekte van ons eten. In Nederland is het zelfs één op de drie!“ Mijn stem klinkt plotseling fel. Hij kijkt me stilletjes aan, alsof ik iets zeg wat hij allang dacht. „Ja toch hè….ons voedsel…“ Hij mompelt het half in zichzelf en hij kijkt naar de grond.
„Er zou meer biologisch voedsel moeten komen,“ zeg ik tegen de boer. „Er zijn notabene een paar duizend bioboeren tekort in Nederland, jammer toch!“ De man knikt, natuurlijk is hij het met me eens.
„Ja, maar het is een grote investering. In de overgangsfase verdien je zo goed als niks en je moet er veel harder voor werken. Het is inderdaad jammer. Nu worden er steeds meer biologische producten uit het buitenland gehaald.“
„Toch zonde hoor..“
„Ja“, zegt de boer, wetend dat je aan veel dingen maar weinig kan doen, net zoals het kan regenen of wekenlang droog kan zijn, zonder dat je er vat op hebt.
Het is even stil.
„En welke aardappel komt hier nou te staan,” vraag ik.
„Bintje,“ zegt hij.
Toevallig ken ik een leuke anekdote over het ontstaan van de naam van deze beroemde Nederlandse aardappel. Hij luistert naar me en lacht breed.
„Dat is mooi hè, die verhalen.” Hij grinnikt nog eens. „Nou ik ga weer verder hoor!“

De mestinjector is aan het einde van het land gekomen. De boer loopt verder de weg af, zijn ene arm zwaait heen en weer tijdens het lopen, de andere arm zit verstopt onder zijn jas. Ik weet nog steeds niet waarom. Verder loopt hij, naar de machine met de man er in. Ik stap op mijn fiets. Ik houd mijn tas met de drie flessen goed vast, zodat het niet wiebelt. Zo rijd ik door naar de geitenboer. Ik heb zin in koffie, echte koffie met verse geitenmelk.

 

Het is ernstig. Ons land telt na Slovenië, de meeste doden door kanker. Eén op de drie mensen heeft de kans het in zijn of haar leven te krijgen. Het is in ons leven geslopen, al decennia geleden is het langzaamaan begonnen, als één van de ziekelijke uitwassen van onze welvaartsmaatschappij. Onze voedselketen is erg ingewikkeld geworden. Niemand weet meer wat hij eet en waar het vandaan komt. En de boer wil wel anders maar weet niet hoe. Het is een voedselknoop. Alleen door drastische veranderingen kunnen we de knoop ontwarren en ons leven weer eenvoudig maken.

Landbouwgif, additieven in bewerkt voedsel en plastics zijn ziekmakend. Maar ook telt het steeds nijpender wordende gebrek aan voedingswaarde en het ontbreken van heilzame stoffen. Hier ligt de oorzaak in onze huidige landbouwmethoden. De ziekmakende oorzaken van ons voedsel worden meer en meer ingezien en erkend. Maar we kunnen het roer keren, en er zullen veel dingen grondig anders moeten.
Ik eet in elk geval biologisch, niet uit plastic en ik vul mijn maaltijd aan met wilde kruiden. In een bodem die met rust gelaten wordt, zijn de heilzame voedingsstoffen nog te vinden, die niet alleen planten, maar ook dieren en ons, mensen, weerstand geeft tegen nare ziekten als kanker. In verschillende landbouwmethoden zijn manieren bedacht om dit op te lossen. Er wordt nagedacht hoe de natuurlijke principes na te bootsen, die de bodem rijker en levender maken en de plantengroei divers en weelderig. Er zijn manieren om meer met de natuur mee te werken in plaats van er tegen in, terwijl het hele plan ons belang blijft dienen. Onderstaande links bevestigen niet alleen dit verhaal, maar tonen ook initiatieven die werken aan die oplossingen. Dingen waar je blij van wordt!

.

Link met nieuws dat het fout gaat met onze voedselproductie

http://www.telegraaf.nl/binnenland/20536216/__Vitamine_weg_uit_groenten__.html

.

Links die gaan over kanker.

http://voedingkanker.nl/voeding-bij-kanker/
http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/kankersterfte-nederland-een-na-hoogste-
http://www.cijfersoverkanker.nl/

 

Links die gaan over gezond voedsel van gezond land.

http://www.herenboeren.nl/ (recht van eigen land in de winkelmand)
http://toekomstboeren.nl/ (inhaken op initiatieven)
http://www.brabantsemilieufederatie.nl/voedselbossen/ (mensen gezocht die voedselbossen willen aanleggen in Brabant)
http://natuurlijkeveerkracht.eu/advies/stadstuin/ (advies in de stad)
http://www.akkernaarbos.nl/ (advies boeren)
https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2017/03/22/pionieren-met-een-agrarisch-voedselbos

 

http://www.wwoofnetherlands.org/ (vrijwilliger worden tegen kost en inwoning)

.

Links van meer politiek getinte bewegingen.

http://www.voedselanders.nl/manifest/
https://www.living-land.org/europa (consultatie aan Europese Commissie)

 

Links met algemene informatie.

https://www.aardeboerconsument.nl
http://www.biojournaal.nl/artikel/25581/Voor-onze-grootste-gezondheidscrisis,-bestaat-geen-enkel-plan (Bijeenkomsten in de Rode Hoed over Positive Health)

 

Help mee en teken de petitie voor de rechten van kleinschalige boeren!

https://peasantsrights.eu/

.

 

Weg met de doelenlijst, eerst ik

.

Blogtek. Open constructie in de tuin van eeuwigheid kl.frm.

Onderaan dit verhaal te zien: een korte impressie van de bouw op dit moment

Ongemerkt vult de tijd zich, de ene na de andere dag ben ik in de weer. Vandaag staak ik. Ik ben moe. Ik geef me over. Ik ga de hele dag niks doen. Luisteren naar de regenbuien en naar de vogels.

De melk is op. Ik heb net mijn ontbijt achter de kiezen en kijk naar mijn voorraad. De pakken geitemelk, de sojamelk, de rijstemelk, allemaal zijn ze zo goed als leeg. Ik giet de laatste restjes in mijn kopje koffie en vouw ze op om in de hele kleine prullenbak te doen. Dan neem ik een slokje. Eigenlijk is het te weinig melk, vind ik. Ik heb ook geen havermelk. Eerder maakte ik dat zelf, van havervlokken. Maar mijn vlokkenpap heeft nu een andere samenstelling. Ik stop er nu ook gerst en rogge in. Dat is lekker en gezond. Helaas komt er minder lekkere melk uit, als je het fijn perst. Wat nu, zal ik boodschappen gaan doen, alleen omdat ik geen melk meer heb? Dat zou toch te zot zijn. Zeven kilometer fietsen voor een beetje melk. Laat maar. Ik doe wel een keer zonder.
Ik neem nog eens een slokje van mijn koffie. De koffie is sterk en smaakt zurig, ik voel hoe mijn maag inéén krimpt. Waarom drink ik dit eigenlijk, vraag ik me af. Het geeft me een zwaar gevoel op de maag en ik word er misselijk van.
Ik zet het kopje neer op het aanrecht. Hoewel ik weet dat ik het toch niet opdrink vind ik het toch zonde om weg te gooien. Nou ja, de plantjes lusten het straks wel, als het koud is. Nu eerst thee zetten. Ik giet het laatste water uit de kan in het melkpannetje en reik boven mijn hoofd naar het gele doosje. Ontbijtthee is het, van Zonnatura. Honderd procent biologisch, staat er op. Nieuwsgierig lees ik de ingrediënten. Ik kan de kleine lettertjes nog steeds prima lezen, zonder bril. Ik zie dat er citroenmelisse in zit, braamblad, munt, tijm en nog een paar dingen. Die eerste vier kan ik zo gaan oogsten, vers uit eigen tuin. Waarom doe ik dat niet?

Ik woon nu bijna vier jaar op de camping. Na vier jaar beginnen de tuinen die ik heb geplant en ingezaaid volwassen te worden, de citroenmelisse groeit in grote bossen, de munt ook en de tijm, ze hebben er niks van te lijden als ik af en toe wat toppen afpluk. En bramen staan overvloedig langs de sloten en in de hagen, genietend van een overdaad aan uitgespoelde mest, dat van de akkers komt.
Waarom pluk ik niet wat vaker, vraag ik me af. Dat deed ik eerder toch ook? Toen was het heel gewoon voor me.

Ineens weet ik hoe het komt. Ik ben een deadline gaan stellen voor de bouw. Ik werd jachtig en doelgericht. De Doe-lijst werd belangrijker dan mijzelf en wat ik eet en drink. Geen wonder dat ik veel minder energiek wakker word en minder zin heb.

Ik zet de knop meteen weer om. Doelenlijst blijft vandaag liggen. Ik ga kruiden plukken en salade maken. Niet onmiddellijk, maar straks. Ik maak er een fijne wandeling van. En dan ga ik er iets heeeeel lekkers van maken.

.

Het is erg lekker geworden. Ik deed er in: Braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, een klein beetje tijm en wilgebast van een jonge twijg. Ik pluk alleen de toppen. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.
Het is heerlijk geworden. Dit deed ik er in: braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, duizendblad, een klein beetje tijm en wilgenbast van een jonge twijg. Verder pluk ik alleen de topjes van de plant. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.

.

DE BOUW van de WOONWAGEN

Het skelet is nu zo goed als klaar. De spanten van het dak en de wanden, de raamkozijnen, de deurposten, alles zit er in. Ik zou het in een paar uur helemaal dicht kunnen timmeren. Maar ik doe het niet. De openheid van de constructie is prachtig, vooral bij zonsondergang. Ik geniet van een huis vol licht.
Deze week doe ik kalm aan met bouwen. Ik luister naar de regen. En als het mooi weer is, neem de tijd om de tafel te dekken, een tafel in mijn nieuwe wagen. Een fijne theetafel wordt het. En dan kijk ik om me heen, hoe mooi alles is, zoals het nu is. Eerst vieren, dan verder.

.
Tijdelijk huis van licht

Ik pluk het wonder
tussen aarzelende regels door
Het doel dat is een dak
maar nu is het nog zonder

Heerlijk puur en eerlijk
mijn huis is vol met licht
al is het nog geen woning
het is een prachtgezicht

.
.

Het bevrijden van de koning, het slot

.

Protesten in de stad, met Drakenlief

.

Het grote plein is vol mensen. Agremone heeft haar wagen achtergelaten aan de rand van de stad. Haar draken staan op een groot veld tussen vele andere trekdieren. Zij en haar twee vrienden kunnen nergens langs, en mensen verdringen zich rond een doel dat nog onzichtbaar is. Dat moet de ingang van het paleis zijn. Er lopen soldaten rond om de orde te bewaken, maar ze weten niet goed wat te doen, met zo’n enorme menigte kunnen ze niks beginnen.
Agremone kijkt verward om haar heen. „Kom naar de kerk!“ roept een heldere jongensstem naar haar en haar metgezellen. „Daar verzamelen we ons, alle muzikanten!“
De oude hoofdstad is beroemd om haar kerk. Het is de grootse en mooiste kerk die ooit gebouwd is, en haar dikke muren kunnen een paar duizend mensen bergen. De jongen loopt op een holletje voor de drie uit, af en toe achterom kijkend of ze hem nog kunnen volgen. Dan komen ze bij een dikke deur, die krakend voor hen open gaat. „Kom erin,“ zegt de jongen en de twee muzikanten volgen. De lange man met zijn viool, het haar samengebonden in een zwarte staart, de kleine met een trekzak in de hand. „Ja, jij ook!“ zegt de jongen, als Agremone aarzelt om naar binnen te gaan. Zij heeft immers geen instrument! Of toch… ze heeft immers haar stem! De stem van Drakenlief!

.

Muzikanten in de kerk, met Drakenlief

.

De hal gonst van geluiden. Violen worden gestemd, trommelvellen strakgetrokken, zangers en zangeressen oefenen hun toonladders. Dan wordt iedereen verrast door het geluid van een enorme gong, die lijf en leden doet trillen. Eensklaps is het doodstil. Het is hààr violist, die de stilte doorbreekt. Zijn ogen schitteren van concentratie en een heldere zuivere toon vult de kerk. Ze luistert vol bewondering. Zonder erbij na te denken valt ze in met haar zuivere stem, een cello volgt en nog meer instrumenten en dan de trommels. Agremone wordt bijna overweldigd door de grootsheid van dit enorme concert waar zij midden in staat, en ineens weet ze het zeker. Natúúrlijk moeten we naar de koning, en wel nù! Ze is ervan overtuigd dat het gaat lukken. Ze kijkt naar de lange violist die naast haar staat, en bijna onmerkbaar knikt hij haar toe. Samen bewegen ze zich naar de grote deuren en de één na de ander volgt hen.
De menigte buiten wijkt verrast opzij, wanneer de deuren open gaan en muziek van duizenden over het plein golft. Soms is het zacht en lieflijk en hoor je alleen de fluiten en violen, daarna zijn het de trommels en trompetten die de boventoon voeren. Iedereen weet precies wat hij moet doen. Want niemand komt voor zichzelf, iedereen komt hier voor het grootste muziekstuk aller tijden, dat de betovering moet doorbreken. Maar niemand ziet de kleine bosuil die bovenop de kerktoren zit, hoog boven de massa’s. Hij slaat zijn vleugels uit en verdwijnt in de blauwe lucht.

.

Bosuil boven menigte, met Drakenlief

.

Agremone schroomt niet om voorop te lopen, en veel mensen vragen zich af wie die mooie prinses toch is. Zonder barrières bereikt de stoet de poort van het paleis. De muzikanten volgen tot de hele binnenplaats vol staat. Anderen vinden plek op balkons of klimmen zelfs op het dak en in de bomen die er staan. Ieders blik is gericht op de grote gouden deur onder de moerbeiboom. De muzikanten spelen de vonken ervan af. Tot heel langzaam de deur open gaat en bleek en verbaasd de koning naar buiten komt, gevolgd door drie nòg blekere, hele dikke mannen. Ineens is het doodstil.
„Wat moet dat hier?!!!“ buldert de dikste van de drie, maar zijn handen trillen en zijn stem breekt. De koning kijkt hem bevreemd aan, alsof hij wakker wordt, en staart plotseling naar de lucht boven hem. Vanuit het niets komt een kleine bosuil aangevlogen. De anders zo schuwe vogel neemt zeer beslist plaats op de schouder van de koning. En dan geloven de mensen hun ogen niet. De kleine klauwen van de uil groeien uit tot indrukwekkende proporties, de vleugels strekken zich, en dan, dan staat op de koninklijke schouder een enorme glanzende arend. Hij verzet zijn poten om de koning niet te bezeren en strijkt met zijn veren langs zijn hoofd alsof hij hem al jaren kent.

.

De koning en de adelaar, met Drakenlief

.

„W-w-wat is dit?“ een piepend stemmetje komt uit de zojuist nog bulderende man. Maar niemand hoort het. Terwijl alle muzikanten de koning bewonderen om de warmte en de wijsheid die hij nu zo glansrijk uitstraalt, zijn de drie dikke mannen opeens helemaal verdwenen. Er klinkt gejuich en de koning maakt de indrukwekkendste toespraak die hij ooit heeft gehouden en bedankt iedereen vanuit de grond van zijn hart. Een groot feest volgt en zal nog dagen duren. Veel mensen kunnen eindelijk weer eten, want onder het paleis ligt genoeg voedsel om het volk een heel jaar te voeden en de koning is gul.
Agremone zit buiten adem op een muurtje. Ze heeft de hele nacht gedanst en het was heerlijk. Drakenlief heeft haar muziek gevonden. De violist streelt bewonderend haar rode haar. Hun gezichten gloeien. „Nu komt het allemaal goed,“ zegt ze.
.

Epiloog

De mensen zijn nooit vergeten wat er in dit land op deze dag gebeurde. Het werd De Grote Ommekeer. Het immense samenspel dat tot de bevrijding leidde, inspireerde iedereen die erbij was en ervan hoorde. Het land veranderde onherkenbaar. Geen uitgedroogde vlakten meer, maar kruidige weiden en gevarieerde loofbossen, die zich steeds verder uitbreidden. Vogels konden weer nestelen en bijen vonden nectar in vele bloesems. In de omgeving van de verkoelende wouden ontstond een groeizaam klimaat.
Nog altijd is het heerlijk om naar te kijken, de lappendeken van moestuinen, de bedrijvigheid van mensen, die aan het werk zijn. Het land wordt doorkruist met tientallen weggetjes, omlijst met vele soorten notenbomen en fruit. De langdurige droogtes zijn voorbij, maar niet vergeten. Andere landen, eveneens getergd door extreme weersomstandigheden, volgen het voorbeeld van de groeikracht van dit land.

Agremone en de violist namen afscheid van de accordeonist, die met tranen in de ogen een laatste lied voor hen speelde. Hij bleef bij de koning als hofmuzikant.
De Arend van Eeuwen bleef trouw bij de koning voor vele jaren.Toen de geliefde koning uiteindelijk stierf, spreidde hij zijn vleugels en stootte een kreet uit die alle harten raakte. Hij vloog de bergen in en vond zijn wijfje. Hij heeft de bergen nooit meer verlaten.

Het liefdespaar leidt nu een kleurrijk leven. Langzaam trekken ze verder, met de kleine woonwagen en de twee draken. Ze dansen in de ochtendzon, zingen liedjes in de avond en laten de mooiste dingen groeien uit hun handen. Waar ze ook gaan, ze maken veel mensen gelukkig.

.

Verliefd op de muziek, Drakenlief en de vilolist

.

In veel sprookjes moet men eerst weten hoe de betovering verbroken kan worden. Daarna krijgt de dappere held of heldin één of meer opdrachten, die gewoonlijk met succes wordt vervuld.
Agremone, of Drakenlief, heeft die rol gespeeld zonder het zelf te weten. Want niet alleen de muziek was doorslaggevend. De koning had de Arend der Eeuwen òòk nodig, om de macht over zichzelf terug te krijgen. Daarom liep Drakenlief voorop, met een koninklijk zelfvertrouwen. Ze nam de bosuil mee, met de kracht van een Arend. En ze wist het niet.
In het echte leven gaat het immers net zo. De meeste invloed oefenen we uit zonder dat we het beseffen. Al proberen we toch zoveel mogelijk op te merken, het meeste weten we niet en krijgen we nooit te weten. Gelukkig maar. Als je àlles wist…!
Het plotselinge verdwijnen van de drie dikke mannen is overigens geheel volgens de wetten van de quantumfysica. Dat wat niet gezien wordt, verliest zijn vorm en is niets meer dan een stel ongelooflijk kleine deeltjes, die chaotisch door elkaar heen stuiven. Zo leerde ik tenminste op een open college van de Utrechtse Universiteit.
Ik denk dat ik me inderdaad zò zou voelen, als ik één van deze drie was. Krijg jezelf maar eens bij elkaar geraapt na zo’n toestand, een hele klus lijkt me dat. Wat ben ik blij dat ik niet in hun schoenen sta. Zoals Shakespeare al zei „To be or not to be, that ’s the question.“ Wat niet bezield is, kan zich niet blijvend manifesteren. Onoprechte intenties verdwijnen als wilde energie in de storm. En dode dingen vergaan. Maar goddank! Altijd weer tot voeding van iets anders.

Tijd voor andere koek

Blogtek appeltaart kl frm

Morgen komt ze hier echt wonen. An, een vrolijk natuurmens van drie-en-dertig met bruin krulhaar. Haar yurt is klaar en ze heeft er hard voor gewerkt. Ik ben blij dat ze komt. Daarom ben ik taart aan het bakken, voor haar. Appeltaart. Ik ken het recept goed. Mijn moeder deed het vaak tussendoor en ik hielp kneden. De laatste keer is alweer een tijdje geleden.

Ik pak de grote glazen pot van de plank. Speltmeel zit er in. Het moet op, dus ik kieper de hele inhoud in de net iets te kleine schaal. Het komt tot het randje en het stuift eroverheen. Gelukkig heb ik er een grote werkplank onder gelegd. De suikerpot komt voor het eerst sinds maanden van de plank. Met een grote lepel roer ik een paar flinke scheppen door het meel. Wat een boel, denk ik bij mezelf. Ik hou niet meer van suiker. Ik doe er maar de helft in van wat ze zeggen.
Ik wikkel de boter uit het papiertje. Er staat een wei op en de snuit van een koe. Ik hak de boter in stukjes en kneed met beide handen het meel en de boter. Lekker. Sommige mensen doen het met één hand, om de andere schoon te houden. Maar daar vind ik geen lol aan. Veel te lastig, dat stijve deeg zo in beweging te krijgen.
Het is toch te weinig boter, ik krijg de boel niet bij elkaar gekneed. Een hoop meel blijft los in de schaal liggen. Ik kijk ernaar en vraag me af wat ik nu moet doen. Ik wil niet nòg meer vet. Dan krijg ik een ingeving. Ik pak een stuk krant om de koelkast niet vies te maken en pak de yoghurtfles er uit. Dat is vast lekker in de taart. Vrolijk kieper ik er een flinke scheut door en zet er opnieuw mijn handen in. Nou gaat het veel beter.

De taart staat vol rozijnen, kaneel en heerlijke oranje goudreinetten te geuren in de oven. Ik open het deurtje en snijdt er een hoekje af en leg het op een schoteltje. Dit heb ik altijd het allerlekkerste gevonden. Warme appeltaart! Gulzig eet ik de krokante koek met grote stukken zachte appel, die er bijna afrollen, zo groot zijn ze. Het bevalt me. Zal ik nog meer nemen? Dan maak ik voor An wel een mooie schaal met nette stukken, dan ziet niemand dat ik er al van gegeten heb. Ik doe de oven uit, zet de lekkernij op het aanrecht en snijdt een stuk af, nog groter dan het eerste. Heerlijk!

De vreugde duurt niet lang. Al gauw ben ik misselijk van de boter en de suikersmaak blijft heel lang in mijn mond hangen. Dat proefde ik in eerst niet, nu wel. Ik spoel mijn mond met water om de smaak kwijt te raken. Dat helpt een beetje maar niet helemaal. Vroeger had ik dat niet. Wat een raar spul, suiker. De volgende keer probeer ik te bakken met alleen maar rozijnen en rijpe zoete appel. Geen suiker meer. En ook geen vet. Bakken met alleen maar yoghurt in het meel. De volgende keer probeer ik het.

Alles verandert. Ook het lichaam en wat ik lekker vind. Hebben meer mensen dat?

Ik maak er een potje van

Blogtek maakerpotjevan kl fr 006

.

Op de kast staat een stevige houten molen. Blank hout, met een slinger eraan om te draaien. „Anni“ staat er op. Het is één van de beste investeringen die ik heb gedaan. Een graanpletter, ofwel een vlokkenmolen. Ik eet geen brood meer. Jaar na jaar at ik het, maar het smaakt me niet meer. In plaats er van staat bij mij een grote zak haver in de kast en een zak rogge. Vijf kilo wegen ze, als ze nog vol zijn. In mijn voorraadkast liggen nog andere zakken en zakjes op elkaar gestapeld. Pompoenpitten, lijnzaad, rozijnen, kokos, noten, zonnebloempitten, gierst en meer. Alles wat ik genoemd heb gaat in de pap. Het belangrijkste zijn de havervlokken.

Voor ik ga slapen sta ik een minuutje te draaien. Vrolijk draai ik de slinger rond en zie in redelijk tempo de mix van granen in het gat van de pletter verdwijnen. Onder het tuutje van de afvoer vult een kleine stroom van vlokken mijn papkom. De gierst die erin zit verandert in een grof soort meel, de rogge en de haver zijn mooie platte vlokken geworden. Ik loop naar de glazen waterpot, en met de diepe lepel dompel ik een paar scheppen van het kristalheldere vocht en laat het in mijn kom lopen. Zes scheppen. Nu mag het de hele nacht weken.

Als ik wakker word, drink ik meteen een groot glas water. Niet meteen de pap opeten, eerst de oefeningen. Die duren dikwijls anderhalf uur. Het is net zo’n avontuurlijke mix als mijn ontbijt. Er zit van alles in. Poweryoga, oosterse vechtsport, dans, krachttraining, fysiotherapie, Chi Kung, stemtraining, boventoonzingen en acrobatiek. Het is helemaal door mijzelf aangepast aan wat ik kan, leuk vind en nodig heb. Heel langzaam verandert het programma, en de mogelijkheden breiden zich eerder uit, dan dat het minder wordt. Heerlijk!

In de krant lees ik de bevestiging van mijn gezonde levenswijze. Er is een nieuw boek uit, over gezond oud worden. Bewegen en havermout eten. Dat is hoofdzaak. Ik kijk naar mijn papkom en lach. Naast de krant staat mijn warme hap, rijk van smaak door de variatie aan ingrediënten. Ik denk dat het heel erg gezond is. Ik weet het wel zeker. Het leven begint pas!

Wiekies opkikker: Havervlokken, roggevlokken, gierst, gehakselde pompoenpitten, lijnzaad, kokos, rozijnen, paar gehakselde noten, kaneel, kokosvet, klein scheutje geitenmelk of sojamelk en water. Even koken en daarna een paar minuten laten staan. In plaats van hakselen kan je de noten en de pitten ook gewoon fijnkauwen en uitspugen, als je alleen bent. Dan verteert het harde spul ook beter door enzymen.

Weetjes: Mijn maaltje is langzaam gegroeid, en past bij me als mijn huis. Behalve vreselijk lekker, is haver opwekkend, net als chocola. Je wordt er levenslustig van.
Kokosvet is een vetsoort die meteen wordt opgenomen als energie, en hoopt zich niet op in het lichaam. Geitenmelk is beter verteerbaar dan koeiemelk. Kauwen op rozijnen en roggevlokken is goed tegen tandplak. Rogge en lijnzaad zijn goed voor de oestrogeenbalans bij vrouwen. Rogge en pompoenpitten zitten vol mineralen en de pitten bevatten bovendien antivirale stoffen.

Desondanks was ik toch moe en lusteloos tijdens de eindeloze herhaling van donkere dagen. Vitamine D bleek de oplossing. Meteen de hoogste dosis genomen. Nu kan ik er weer tegen. Hoera!

Volgende experiment: Haver en lijnzaad is te krijgen als paardenvoer. Het gekookte lijnzaad wordt gebruikt om de darmen schoon te maken, als de dieren veel zand binnen krijgen bij het grazen. Haver en lijnzaad schijnt als veevoer even lekker te smaken als het spul dat in keurige kleine zakjes te koop is. Ik wil het wel eens uitproberen.