De wensheuvel

.

.

Daar waar in stilte verbondenheid is, daar ligt de kiem van een nieuw begin.

Ik zit roerloos op de bank en luister. De vogels zijn zwijgzaam op deze grijze herfstdag. Een merel hoor ik. Even later een kraai die roept. Dan is het weer stil. De kachel tikt zachtjes, met gloeiend hout erin. Ik zit op mijn schapenvacht. Soms is de stilte bijna onverdraaglijk. Toch blijf ik zitten. En dan, als ik door de eerste weerzin heen ben, voel ik het. Ik ben verbonden. De grijze lucht lijkt lichter dan zonet, de kamer ruimer. Opgelucht haal ik diep adem. Je hebt maar een kleine plek nodig in je huis, waar je graag bent. Dat is genoeg. Bij mij is het mijn bank. Het huisje is klein maar groot genoeg.  En daar zit ik nu, op die bank.

Ik kijk door het raam boven het aanrecht, waar ik een stukje van de coniferenhaag zie. Ik hoor wat. Er komt wat aan. Een zware machine rijdt traag langs het onverharde pad, dat naar de camping leidt. Het overstemt alle geluiden. Een merel slaat alarm. Een groot gevaarte maait de berm. Ik verdraag het geluid tot het uiteindelijk in de verte verdwijnt en ik droom van een plek. Een plek waar niet geld en machines het leven op aarde domineren en manipuleren. Een plek waar alles mag zijn wat het is. Ik droom, net als  miljoenen mensen met mij van grond waar ik me mee kan verbinden en waar we samen de aarde kunnen verzorgen. Waar we onze handen vuil kunnen maken en kunnen laten groeien wat al ons leven lang onder de aarde lag te wachten. Als een woestijn, die na tientallen jaren weer tot bloei  komt. Zo wacht ik samen met anderen en werk verder aan de voorbereidingen.

In deze stilte is het of ik op een heuvel sta, en over de aarde kijk, samen met duizenden anderen. In die oeroude rust komt het beeld me steeds helderder voor ogen. Elke dag  groeit het. Tot het moment komt dat we de handen ineen kunnen slaan.. Sommigen zijn al begonnen, een  pril nieuw begin, anderen luisteren, net als ik en zullen weten wanneer het hun moment is. We zullen alles wat onder onze handen komt, laten groeien tot een weelderige tuin, en elke tuin is  verbonden met een andere. Alles is er al. Door wat groeit zijn plek te geven, geven we onszelf een plek. Bomen die vrucht dragen, kruiden die bloeien en geuren in de warme zon, en hangen te drogen op zolder. Kinderen rennen de kleine herdershond achterna op het veld. Langs de vijver drinken vogels tussen de waterkers en vliegen snel weer op. Onder een steen zie ik de staart van een salamander weg flitsen. Op deze denkbeeldige heuvel sta ik stil en zie het voor me. Laten we onze fantasie gebruiken en durven dromen. Onze beelden van wat zal zijn, rijgen zich aaneen en zo wordt het werkelijkheid. Zo kijken we uit over een aarde zoals we haar nog nooit hebben gezien. Dit is onze wensheuvel. De plek waar alles opnieuw begint.

.

Halte Toekomstweg

STAP VOOR STAP KOMT NAAR ME TOE, WAT NU NOG IN DE VERTE IS……………

Als je bus 142 neemt vanuit Tilburg of Best, stap dan uit bij Halte Toekomstweg. Daarna loop je een half uur door het bos, en dan kom je bij mij uit.

Het is herfst. De nachten kunnen nu flink koud zijn en een goeie kachel is goud waard. Ik ben blij dat ik zo’n fijne tegelkachel heb. Het vraagt tijd en aandacht om mijn stekkie warm te houden. Een groot gedeelte van de dag ben ik nu bezig met zorgen voor de dagelijkse behoeften, warmte, voedsel, schone kleren. Hout sprokkelen en zagen kost tijd. In Middelbeers hebben ze ook briketten, eco en niet-eco. Een stuk makkelijker, maar het kost ook wat. Met vijf ecobriketten kom ik de dag wel door, dat is vier euro per dag. De bruinkoolbriketten moet ik nog uitproberen, waarschijnlijk gaan die langer mee. Maar ik stook het liefst dikke takken snoeihout. Dat hoor je knappen in de kachel. Dat vind ik leuker dan de kant-en-klare briketten. Het hele ritueel van verzamelen en afkorten hoort er bij. De dunne laat ik liggen op de takkenwal, voor de beestjes, die hebben ook beschutting nodig. Eerlijk is eerlijk.
Vanochtend is het koud in mijn wagen, als ik wakker word. Onder mijn dikke schapenwollen dekbed is het warm, maar erbuiten niet… Mijn moeder maakte het van een schapenvacht, lang geleden, en nu ben ik blij dat ik het al die jaren heb bewaard. Ik zie hoe de ramen druipen van het vocht en kruip nog even diep weg in de behaaglijke warmte van mijn bed. Toch moet ik er zo uit, ik moet mijn kachel weer aansteken. Ik ben te zuinig geweest met mijn briketten, eentje is niet genoeg om hem de hele nacht warm te houden. De tegelkachel houdt de warmte lang vast, maar het duurt ook langer voor je hem weer opgewarmd hebt als hij is afgekoeld. Het effect van een warme kachel voel ik onmiddellijk. Heerlijk is het, ik voel hoe elke vezel in mijn lijf zich ontspant. Vooral op vochtige dagen voel ik mijn spieren verstrakken en ook mijn slijmvliezen en mijn keel protesteren ertegen. Dat voel ik des te beter, nadat ik jarenlang in een kelder heb gewoond. Dus ik geniet van die kachel. De moeite waard. Waarom doe je dat allemaal, zullen mensen zich afvragen, waarom ga je niet gewoon in een kurkdroog modern ,huis wonen waar een CV is, en waar alle kamers even warm zijn, zelfs de douche en de wc een verrukkelijke kamertemperatuur hebben…

Mijn wagen, Juffrouw Kolibri, is een tussenstation. Ze is bedoeld om mee te rijden, om ergens naar toe te gaan. Niet voor niets stap je uit op halte Toekomstweg, als je hierheen komt. Ik houd van de uitdaging alles opnieuw te ontdekken. Vrijheid is mooi, maar kan ook hard zijn. Dat wist ik al, dat is niet nieuw voor me. Ik heb dagenlang tussen de ijzel en regenbuien door onder mijn boten gelegen om ze kaal te maken en te teren. Onderhoud was nodig, voordat het vaarseizoen weer zou beginnen. Dan valt het hier prima te doen, in dit wagentje van mij. Door te leven in soberheid leer ik wat waardevol is en waar ik mijn energie in wil steken. Ik vang een glimp op van wat anderen meemaken, die niets hebben. En voel me rijk dat ik zelf de keus heb om dit te doen uit vrije wil. Ik voel me ook rijk als mijn huisje warm is doordat ik er zelf voor heb gezorgd. Of ik het de hele winter leuk blijf vinden? We zullen zien.
De zon staat nu op mijn dak, en de kachel is goed heet geworden. Zo meteen heb ik het weer hartstikke warm hier. Die zon is geweldig, wat fijn dat we hem hebben. Hoe maak ik optimaal gebruik van deze energie? Een huis moet in de winter warm zijn, zonnewarmte moet je op kunnen slaan. En in de zomer is het fijn als ik kan schuilen voor de brandende zon in een koel huis. De zon kan dan mijn water verwarmen, voor thee, de was en voor de douche.
Warmte is het belangrijkste van alles. Zonder warmte word je zwak en ziek en kan je ook geen voedsel zoeken of verbouwen. Als ik mijn eigen huis zou bouwen, hoe zou dat er dan uit zien?Binnenkort ga ik een vierdelige cursus strobalenbouw doen om die gedachte verder uit te werken.
Of ik zelf een heel huis kan bouwen doet er niet toe. Ik ben wel vaker aan dingen begonnen waarvan ik niet van tevoren wist hoe ik het ervan af zou brengen. En terwijl ik bezig was kwamen de oplossingen vanzelf naar me toe. Nooit geschoten altijd mis. Wie niet waagt, wie niet wint. Stap voor stap komt naar me toe, wat nu nog toekomst is.

Juffrouw Kolibri

Ik herinner me het eerste jaar dat ik in Utrecht woonde, in een rustig deel van de binnenstad. Ik lag graag op het dak om naar de gierzwaluwen te kijken, en verwonderde me hoe ze altijd maar door vlogen. De kolibri is familie van ze. Van oorsprong komen ze uit Zuid Amerika.

Het vogeltje heeft een lange snavel, die ze in de kroonbuis van de bloem kan steken. Om bij de nectar te komen moeten ze hun tong uitrollen. Ze kunnen achter uit vliegen en bijna zwevend tot stilstand komen, terwijl ze nectar verzamelen met hun lange tong. Er is geen andere vogel die dit kan.
Ze kunnen manouvrerenen als een helikopter. Niet alleen recht omhoog, maar ook naar achteren. Hun vleugelslag is niet te volgen, zo snel. Deze vliegtechniek vraagt zoveel energie dat ze altijd moeten blijven eten, en van bloem naar bloem blijven gaan. Ze houden alleen stil als het nacht is.
Toch krijgt de kleine vogel uit Zuid Amerika het voor elkaar om elk jaar van Brazilie naar Canada te vliegen en terug. En dat zonder te eten.
Ze kunnen zo snel bewegen, dat ze per seconde 385 keer hun eigen lichaamslengte afleggen. Bij het afremmen, dat met het spreiden van de vleugels gebeurt, ontstaat er een druk van negen keer de zwaartekracht. Een mens zou bij deze druk het bewustzijn verliezen.
Niemand snapt hoe het kleine dier dit alles voor elkaar krijgt. En toch doet ze het. Daarom staat de kolibri symbool voor het onmogelijke. Ze is boodschapper, brenger van berichten. Brengt verleden en toekomst bij elkaar in wijsheid. Ze is beweeglijkheid in rust.

Vele inheemse volkeren zien de kolibri als een symbool om snel tot de kern van een zaak te kunnen komen. De nectar van de bloemen is diep verborgen in het hart van de bloem. De kolibri weet erbij te komen, in een mum van tijd. De bloemen zijn helderrood en oranje, om de kolibri te lokken. Diep in de bloemkelk is veel nectar te vinden, als beloning.
De omhoogvliegende vogel en haar voorkeur voor heldere warme kleuren, symboliseert optimisme, vreugdevol leven en transformatie. Ze vliegt vanuit de diepte omhoog, het licht tegemoet en leven, waarin ze zich kan voeden met een overvloed aan zoete nectar. De extreme uitdagingen die ze weet te volbrengen, maakt dat ze nog dieper in de kelken kan komen. De verscheidenheid aan bloemen is groot, er is alle keus. Behalve als het langdurig regent en bloemkelken zich sluiten. Dan is het even afzien voor Kolibri.

.
Een juffrouw Kolibri zorgt dat ze licht is. Aan spullen bewaart ze alleen het nodige, dan is er rust en toch beweeglijkheid. Ze is waakzaam en reageert onmiddellijk als ze iets ziet wat haar nodig heeft. Rode, oranje bloemen. De bloemen hebben de Kolibri nodig, en een Juffrouw Kolibri de bloemen. Om te leven en te laten leven.

Het wandkleed van tijd

Plannen zijn er om vanaf te wijken.
Het is een beeld dat ik maak
naar de gebeurtenissen die me
worden aangereikt.
Het beeld verandert steeds.
Staat nooit vast.

Ik was niet van plan
om in een woonwagen te gaan wonen
Ik wilde naar Roemenie.
Een lemen huis bouwen.
Ik weet niet of ik in Roemenie terecht kom
Ik weet dat alles altijd anders gaat
Anders dan je denkt
Niemand weet toch
waar je heen gaat
Uiteindelijk.
Ja
Met paarden heb ik wat
Ze komen steeds weer op mijn pad
de laatste tijd
Dankbare dieren als je ze toegewijd bent
zeggen mensen me
Paardenmensen.
Er is zoveel te doen
Wat gaat het worden
denk ik dan
en ik ben even stil
Het is als een wandkleed
lijkt het wel
dat je weeft uit de kleuren
die worden aangereikt.
Ik weet niet
hoeveel van deze kleur ik krijg
en of er straks een andere
uit het verfbad komt.
Al die kleuren van mijn kleed
passen weer in een geheel
dat ik nooit kan overzien
wonderlijk
zo mooi

Alowieke

De onverharde weg, het einde van de wereld


Deze tekst horen bezoekers via de tomtom

.

Haghorst, 26 september 2012

Het is een herfstige dag. De harde wind wiegt mijn kleine woonwagen heen en weer. Ik heb haar Juffrouw Kolibri genoemd, mijn wagen. Deze Juf van mij heeft een goede vering, merk ik voor de zoveelste keer op. Dat is plezierig als ik er straks mee ga rijden. Misschien…   Het kort gemaaide grasveld van de minicamping is nat en de takken van de bomen bewegen wild tegen een donkergrijze lucht. Het is hier stil en ruim en ’s nachts is het écht donker. Het is aan het einde van de verharde weg vlak bij het bos, waar schapen blaten, hanen kukelen en paarden in de wei hun kont keren tegen harde wind en regen, op een dag als vandaag. Een stille plek, maar perfect voor mij, op dit moment. Hier kan ik me focussen, werken aan de wagen of gewoon een dag voorbij laten gaan om energie op te doen voor wat komt. Ik kan hier lokaal geteelde groenten eten, genieten en leren van de natuur en vrienden ontvangen die er even uit willen zijn. Bus 142 vanuit Tilburg, halte Toekomstweg.

Een keus gemaakt op één moment bepaalt alles. Het was op die ene dag, aan het begin van deze zomer, dat ik thuis aan het werk was in de middeleeuwse werfkelder.

Mijn blik drijft af van de computer, van de site die ik bestudeer, en ik staar naar de kastanjeboom. De boom waaronder ik getrouwd ben met Michiel, waaronder we bij elkaar kwamen voor zijn begravenis, de intensieve  jaren erna.  De oude kastanje die voor mijn deur op de werf staat tussen twee even grote platanen. Mijn oude vertrouwde boot ligt zoals altijd aangemeerd aan de wal er achter en er zijn geen klanten die wilden varen. Het is rustig buiten, alleen de vuilnisboot komt tuffend voorbij. Ik ben net te laat om naar Evert te zwaaien, de schipper, een oersterke man met gigantische armen. Hij is altijd blij als hij me even ziet. Hij is een van de vertrouwde gezichten die ik al zoveel jaren ken. Ik kijk nog eens lusteloos naar de lijsten op het beeldscherm, huurhuizen in de provincie Utrecht en Ik word er niet blij van. Maar die 20 jaar inschrijvingstijd,  zonde toch, om dat zomaar weg te gooien. Ik kijk en kijk nog eens. . Allemaal nieuwbouw, sfeerloos en duur.

Mijn aandacht gaat uit naar Zuid Oost Europa, Roemenië. Land met uitgestrekte natuur en een enorme diversiteit. Zou ik daar kunnen wonen? Ik zou tussen mensen willen zijn, die weten wat eenvoud is, en een ster zijn in het vinden van oplossingen met schaarse middelen. Misschien mijn eigen kleine leemhuis bouwen, ooit. Ik staar door de dubbele deuren, naar de zonovergoten werf, die ik nu definitief wil verlaten. Dan sta ik op. Het is een verre droom, besluit ik met een zucht. Heel ver. Ik ben hier, en wie weet hoe lang nog. .

Maar de wens naar eenvoud wordt snel vervuld, al is het dan niet in Roemenië. Na in totaal  twaalf jaar opruimen en opknappen, is mijn huis verrassend snel verkocht. “Zal je het niet missen, je boot, de gezellige buurt, die bijzondere plek waar je nu woont”, vragen mensen. Nee, ik zal het niet missen. Utrecht is als een thuis voor me. Maar mijn tijd is op, hier op deze plek. Het is tijd voor een nieuw begin.

Ik koop een woonwagen in Brabant. Het is de eerste die ik tegenkom, met standplaats. De plek bevalt me, de wagen ook. Dit is nu mijn thuis, twee uur reizen vanaf Utrecht. Het laatste stuk is een wandeling door het bos, dik een half uur, langs een zandpad, sparren, berken en veel varens en braam. Daar, waar de verharde weg begint is het terrein van minicamping d’n Bobbel. Het is een ruim veld, het gras kort gemaaid met talloze madelieven erin.

Ik ben hier nu meer dan twee maanden. Ik zou naar Roemenië en nu zit ik in het hart van Brabant. Maar ik zit precies goed. Mijn vriend Dick is hier vaak, hij woont niet ver van hier. Het land is stil, de luchten zijn ruim en helder. Het heeft niet de grote diversiteit van Roemenië, maar het is goed om te beginnen. Hier vind ik in elk geval vast de eenvoud, waar ik naar zocht.

Vijf oktober is het afscheid van Utrecht, in café de Morgenster. Daar zal ik buurtgenoten vinden en vrienden. Ik zal het laatste rondje varen in mijn rondvaartboot, mijn trouwe metgezel voor vijftien jaren. Vrienden zullen me vergezellen. En dan is het laatste lint  doorgeknipt. Dan woon ik echt helemaal hier. Naast het raam van mijn wagen fluit een roodborstje in de struiken. De wind is gaan liggen en de zon is gaan schijnen. Ik ga de was doen, het is droog.

Alowieke

Het is een mooie dag

 

.

Roemenië, 2012

 

Het is een mooie dag. De grootste hitte is voorbij, ik loop naar de beek, verscholen achter de bomen. Lola de hond blijft bij het huis. ik ben nog net  teveel een vreemde voor haar. Ik heb plastic schoenen meegenomen van Anet, die draagt ze in de beek om de stenen niet te voelen. Ik loop stroomopwaarts door het water en doe de plastic schoenen maar gauw weer uit. Veel lekkerder. De bodem van het beekje is soms zand, veel stenen en soms wat modderig, in de buurt van de wilgenbomen. Ik laat de modder lekker tussen mijn tenen sijpelen en balanceer op de stenen. Hoe langer ik loop hoe meer ik zie. Af en toe kom ik een blok leem tegen van een bijzondere kleur, groen of gelig. Ik zie een vogel aan het water die ik niet kende, ik had hem vanochtend ook al gezien. Ik ken nog maar zo weinig..! Het leek een kruising tussen een eend en een reiger.
Verderop is de oever afgekalfd, door hoog water. Het water komt soms wel twee meter hoog zie ik aan de plantenresten die in de wilgen hangen. Hier beginnen de velden, hooi is opgestoken en de mais staat er mooi bij. Ik ben blij de velden te zien. Het huis van Anet ligt in een soort kom, omringd door dicht geboomte. Thuis woon ik ook in een kom, maar dan van stenen huizen. Ik wil ruimte, de velden in, omhoog.

Ik klim de hoge zandwand op, om op de oever te komen. Het gras is net gemaaid. Ik trek de plastic schoenen weer aan tegen de harde stoppels en loop over het gras tussen twee maisvelden door. Aan het einde is een stenige zandweg. Ik steek over om verder de heuvel op te klimmen. Ik loop door een schitterende bloemenweide, zoemend van bijen en insecten. Als ik opkijk om te zien hoe het pad verder loopt, zie ik in de verte een paard grazen. Verderop zit een man op een kleine wagen. Buna Zuia, zeg ik en de man zegt hetzelfde en vraagt waar ik heen ga. “Kijken” zeg ik “boven”. Hij vraagt waar ik vandaag kom. “Ultima casa” zeg ik en vertel hem in gebrekkig Roemeens hoe mooi ik die bloemenweiden vond. Hij lacht en ik maak kenbaar dat ik weer verder ga.
Ik loop verder. Kleine appelbomen, gemaaide velden en overal hoopjes afgehakte jonge boompjes. Het bos begin een aantal meters verderop alweer uitbundig te groeien en de vele kleine acacia’s moeten flink in toom worden gehouden. Al ik bijna de top van de heuvel nader word ik verrast door een steile aflopende helling aan de andere kant. Ooit moeten hier zandverschuivingen zijn geweest. Het enige wat op deze afgrond groeit zijn beukenbomen, die hoog en meterslang de lucht in moeten schieten om bovenin blad te kunnen maken. Ik ga zitten om te kijken.

Dan ga ik verder de heuvel op. Ik hoef steeds minder te klimmen en er staan steeds meer eiken van grote omvang. Eromheen is het gras pas gemaaid. Bovenop de berg ontvouwt zich, tot mijn grote verrassing, een vlakte. De eiken zijn hier nog mooier. Ik loop een stukje over de vlakke top en wil net teruglopen als me iets merkwaardigs opvalt. Verderop houdt de grond opeens op en zie ik alleen maar lucht. Ik ga erheen en vergeet even adem te halen. Voor mijn voeten ligt een afgrond van wel dertig meter of meer, zoiets heb ik nog nooit gezien. In die enorme muren van zand vliegen tientallen zwaluwtjes heen en weer. Het is verder stil en ik zie niemand. Ik kan heel ver kijken, ver over de beboste heuvels. Ik zou willen dat ik hier mijn hangmatje op kon hangen en kon blijven slapen. Ik blijf lang staan kijken, tot ik met tegenzin verder ga. Ik zie ook bossen riet, wat gek, zo bovenop de heuvel is een klein vennetje. Er moet hier leemgrond onder zitten of zoiets.  Er staan een paar koeien bij te drinken.Terwijl ik er heen loop hoor ik hondengeblaf. De herder die erbij hoort komt naar me toe en houdt de honden op een afstand. Ze willen graag bijten zegt hij. Ook hij wil weten waar ik vandaan kom en waar ik heen ga. Ik ga weer terug nu, wijs ik ” Pe drum.” Verderop kijkt de andere man op de wagen me alweer glimlachend tegemoet. Hij vraagt van alles. Hoe oud ik ben, wat ik vanavond ga eten en hoeveel een brood in Nederland kost. Hij bekruizigt zichzelf bij het horen van die prijs en zegt dat je hier maar een lei betaalt. Dat is iets minder dan twintig cent.
Ik kijk naar zijn paard en vraag hoe hij heet. “Carl” zegt hij. Ik mag zijn wagen bewonderen en zijn gereedschap. Hij vraagt of ik morgen weer wil komen om te zien hoe hij het hooi bijeen harkt. Verderop  is ook nog weide die hij beheert. Ik knik blij. Dus morgen vroeg op en dezelfde weg weer vinden. Ik hoop dat ik hem terug zie. Dat weet je maar nooit hier.

Rondje dorp, Valsanesti, Roemenie

Het is al een aantal dagen geleden dat ik Tjechie achter me liet. Nu ben ik voor de derde dag bij Anet Verwey in Valsanesti. Het is een rijk bebost heuvelachtig gebied dat tegen de bergen aan ligt. Het dorp bestaat uit twee straten. Een verharde, doorgaande weg, en een grindpad.  Het was vandaag warmer dan gisteren. Anet is naar Bucarest en ik ben hier twee dagen alleen. Ik heb de parasOL gemaakt die was omgevallen, vond  twee lege accu’s die ik maar ben gaan opladen en heb even in de koele kamer naar geluiden geluisterd. Tussendoor naar het magazin gelopen, een gewoon huis, en niet als winkel te herkennen als de deur niet openstaat. Maar ik zag daar niemand en ook de straat was bijna verlaten. Ben weer teruggelopen en zojuist opnieuw de deur uit gegaan. Nu is het avond en de zon staat laag en het licht is niet meer zo ongenadelijk als midden op de dag. In de winkel hadden ze paprika tomaat, worteltjes, brood, een paar pakjes soep in een pakje, wat boter en wat snoep. Ik kocht brood paprika en tomaat en ben een rondje gaan lopen. Werd bijna verlegen van alle blikken en een vrolijk rondbuikig mannetje zei dat hij ook de heuvel op wilde die ik gekozen had en hij raakte me meteen aan. Toch maar niet, zei ik met mijn armen over elkaar. En ik maakte hem duidelijk dat ik toch maar liever de dorpsweg wilde zien. Veel mensen hier spreken  volgens mij alleen roemeens en ik kan net genoeg verstaan om ze een beetje te begrijpen. Als ik het niet begrijp herhaal ik hun woorden en kijk ze aan, het resultaat is tot nog toe vaak dat ze gaan lachen of tevreden gaan kijken.  Er zat een klein oud vrouwtje op een bankje, en toen ze mij met rode  rok en strohoed voorbij zag gaan, schoot ze me aan en zei ze volgens mij dat zij vroeger ook zo was en heel veel gekust werd. Maar nu was ze oud en krom. Draga, mompelde ze glimlachend toen ik verder liep en ik keek nog even naar haar om en lachte haar toe