In een paar dagen komt het samen, het gedenken van de Palesteinse doden en het beschermen van de ongelooflijk levendige Waddenzee.

.
Het zijn de namen van de doden die ik voorlees. Palestijnse doden, een lange reeks van 68.000. Dat zijn hele boeken vol, waarvan ik als een van de vele vrijwilligers, slechts zes pagina’s voor mijn rekening neem. Elke naam krijgt de volle aandacht. Het valt niet mee, dat Arabisch. Het is volkomen vreemd aan elke taal die ik ook maar een beetje ken. Al is de uitspraak belabberd, het komt vanuit het hart. Tussen de namen in kijk ik telkens even naar het publiek. Een paar mensen zitten er. Sommigen komen hier elke dag langs voor ze naar hun werk gaan. Ze gaan extra vroeg van huis om hier nog even vijf of tien minuten te zitten. Maar niet iedereen heeft die betrokkenheid. Een oudere man staat sceptisch naar mij te kijken Hij zegt iets tegen een vrouw met een grote grijze krullenbos, die al een hele poos ernstig zit te luisteren. Als ik de laatste naam van mijn deel gelezen heb, ga ik naar haar toe. Ik wil het weten. Wat zei die man? Ze vertelt me het met ingetogen verontwaardiging.
“Ach joh, dit heeft toch helemaal geen zin” had hij gezegd. “Je moet die mensen niet allemaal hierheen halen.” Dit is ongepast vond ze en dat zei ze ook en toen liep hij weer verder. Ja, achtenzestigduizend doden, we halen al hun namen hierheen. Om ze als in een gebed te gedenken. Omdat er anders misschien niemand is die het doet en omdat een heel volk niet ongezien van de kaart mag worden geveegd. We kunnen hier weinig doen, maar dit is toch het minste. Er kwamen verschillende reacties uit Gaza. Een ervan kwam van Ahmed, uit Gaza stad, dat momenteel zwaar onder vuur ligt.
“Vanuit de grond van mijn hart, ik bedank jullie voor het staan op straat en dat je je stem verheft voor Gaza en de menselijkheid. Mensen als jullie geven ons de hoop dat het rechtsgevoel nog steeds leeft en dat er nog steeds vrije harten zijn die kloppen vanuit waarheid. Jullie demonstratie is niet alleen een voorbijgaand gebaar, het is een boodschap van liefde en licht, dat ons bereikt in het midden van de duisternis. Bedankt dat jullie ons laten voelen dat we niet alleen zijn.”
Dat raakt. Aan het einde van de dag ben ik ineens heel moe. De intensiteit van dit ritueel heeft veel energie gekost en tijdens het klaarmaken van het avondeten ben ik prikkelbaar. Stil eten we onze maaltijd, mijn vriend heeft er begrip voor.
Een paar dagen later ga ik opnieuw op pad. Dit keer pleiten we voor het voortbestaan van onze eigen levende Waddenzee. Het is een actie tegen Shell. Het bedrijf wil hier bij Ternaard naar gas boren. Ook hiervoor zijn veel mensen op de been gekomen. Ik kon gratis instappen, in een bus die Milieudefensie had geregeld. Het is een heerlijke dag en als we met zeshonderd mensen op de dijk lopen, hopen we allemaal dat dit prachtige uitzicht op het wad nog heel lang mag voortbestaan. Er zijn al genoeg doden te betreuren, mensen en niet-mensen. Laat onze Waddenzee dan alsjeblieft voortleven, bruisend, borrelend en fluitend, met alles wat er is! Het is niet nodig dat er opnieuw een gasboring wordt gedaan, op een plek waar het notabene verboden is. Er is genoeg gas voor het hele land op de plekken die al zijn aangeboord. Dit en meer hoor ik van de sprekers. De sfeer is ontspannen en open. Een van de sprekers vraagt om een minuut stilte en dan luisteren we met honderden mensen tegelijk naar wat er is. Ik hoor de roep van een enkele vogel die opvliegt uit het veld en kijk achterom. Ik vind er een glimlachende man, terloops en onverwacht kijkt hij me aan. Hartverwarmend dat zoveel mensen zich inzetten voor een gezonde aarde. Vandaag is het voor de levende zee. Een andere keer staan we op voor de doden die niet in vrede konden sterven en zijn we anderen tot steun. We zijn er, elke keer weer. Dan ik, dan jij, afwisselend als in een oneindig lied dat we altijd blijven zingen.
.











