Een diepreinigende kringloop

Hoopvolle gedachten over water op planeet Aarde, naar aanleiding van nieuwste wetenschappelijke inzichten. (2014)

Werk van Alowieke

.

Vandaag geen luisterversie.

.

Er was een dag dat mijn ogen wijd opengingen. Dat was toen ik leerde over de planeet waarop wij wonen. Mijn aardrijkskundeleraar was blij verrast met mijn fascinatie voor fysische geografie. “Daar moet je fantasie voor hebben”  zei hij. “Om het voor je te zien.” Later ben ik wel eens uitgelachen om mijn grote fantasie, maar ik denk dat het een zegen is, die hoop en uitzicht kan bieden. Zeker wanneer je het kan gronden.

Dit is een verrassend verhaal dat diep en ver gaat. Hoe gaat het verder met de aarde? Dat vraag ik mij soms af, wanneer  ik alleen ben. Vooral het water.  Er zitten stoffen in die daar niet horen,  stoffen die nooit verdwijnen, zeggen ze. Nooit? Hoe lang is nooit? Een nieuw wetenschappelijk inzicht  bracht me  op een hoopgevende gedachte:.

Ik lees dat er zich 600 km onder de aarde  zeer waarschijnlijk  een Oceaan van water bevindt. Het kristal ringwoodiet, gevonden in Brazilië,  is vanuit vulkanisch gebied omhooggekomen en gevonden in een diamant. Het kristal is prachtig blauw, bindt zuurstof en waterstofmoleculen in grote mate. Het is daar diep in de aarde actief. Het  water wordt vervolgens van diep weg omhooggepompt en zo is het dan gekomen, volgens dit nieuwe inzicht. . Daardoor wonen wij op een zo bijzondere  blauwe planeet.

De kringloop van water zou in dat geval veel dieper gaan en veel langer duren dan we dachten. Dat moeten wel miljarden jaren zijn. Op die manier zouden dus ook de vervuilingen van onze tijd langzaam maar zeker diep in het binnenste van de aarde kunnen verdwijnen.   Ringwoodiet bindt geen chemicaliën.  Pfas en pesticiden zouden daar dan achterblijven. Opvallend genoeg is het feit dat het enige Pfassvrije bronwater wat te koop is, afkomstig is van een vulkaan op Hawai. Als je ergens mee bezig bent lijken zulke feiten naar je toe te stromen als een rivier.

Kristallen diep in de aarde. Wat is dat voor indrukwekkende kringloop?

.

https://www.zmescience.com/science/news-science/earth-water-mantle-ringwoodite-13012014/

.

.

De wortels zijn de ziel

Er zijn vluchtige verhalen bovengronds, van wat mensen denken te zien. En er er is het verhaal ondergronds: het gemeenschappelijke verhaal dat doorgaat en waarin elk mens een specifieke eigen bijdrage doet. Soms weet je daarvan, soms weinig en vaak ook helemaal niets.

.

Het laatste schilderij van van Gogh was een bodem met boomwortels, gemaakt langs een weg bij Auvers-sur-Oise bij Parijs. (Info: https://www.goedbodembeheer.nl)

Het is markt. Op het bankje bij de loempiaman zit Sietske. Ze wenkt me. “Kom je ook een loempia eten? Ze zijn zo lekker!” Ik antwoord dat ik dat soort dingen niet meer doe. Ik wil nog lang met mijn spaargeld doen en ook nog bomen kunnen planten en Treesistance blijven steunen. “Dan betaal ik het.” Daar zeg ik geen nee tegen en ik ga naast haar zitten. We hebben elkaar vaak kort gesproken maar nog nooit echt uitgebreid. “Hoe is het?” vraagt ze “Ik dacht dat je weer verder zou trekken met je wagen.”

Ik woon hier nu vier en een half jaar in Friesland, bij Leeuwarden. Beeldvorming gaat snel, het veranderen ervan veel langzamer. Het kan wel tien jaar duren of veel langer nog, weet ik uit eerdere ervaringen. “Ik wilde van begin af aan al blijven”. Ze knikt, wil verder vragen, maar we zijn afgeleid. Voor ons speelt een Iers bandje. We klappen mee met het ritme tot er een rustiger nummer volgt. Ik kijk naar de menigte mensen en de bomen die hier pas zijn geplant op het plein bij de Waag. Het doet me denken aan de bomen thuis bij de boerderij. Veel van wat ik heb geplant begint al groot te worden. Vier jaar geleden de eersten en elk jaar plant ik verder. Maar weinigen weten ervan. Maar wat vier jaar geleden in de krant stond weten ze nog wel: er is hier in Friesland een vrouw die een nomadisch leven zou leiden. Ik noemde mezelf een gewortelde nomade. Het woord “nomade” blijft hangen. Daar hebben mensen een beeld bij. Er zijn veel nomaden, met busjes en laptops. Maar dat “gewortelde” dat snappen mensen niet. Terwijl het daar juist om gaat. Sietske wil nu echt weten hoe het met me is. Het antwoord blijft uit, want het feest begint weer. De muziek wordt wilder, Sietske en ik klappen en lachen. Ik heb mijn loempia nog niet gehad, de baas is eerst maar andere klanten aan het helpen. Tot de band ophoudt met spelen. Ik kijk hoe de vier muzikanten om de hoek verdwijnen. Ik eet mijn loempia, Sietske de hare. Ze vertelt me over haar leven nu, we praten over mensen die we beiden kennen en het goede wat ze doen. Dan vraagt ze opnieuw naar wat ik nou eigenlijk doe. Net als ik uitgebreid wil antwoorden komt er iemand aan die haar nodig heeft. Ze excuseert zich en we nemen afscheid. Terwijl ik nog even blijf zitten, denk ik eraan hoe lang het duurt voor een nieuw verhaal geland is. Er gaan jaren overheen voor wat je vertelt is ingedaald. En ondertussen blijf ik planten, ver weg tussen de weiden, waar ik maandenlang niemand zie. Ik denk aan de bomen en het land, ze roepen me.

Het planten van bomen gebeurt in stilte. Terwijl iedereen wat anders aan het doen is plant ik door. De natuur is onze basis. Het is niet alleen dat ik houd van wat ik doe, ik zie het ook als verantwoordelijkheid. Eenvoudig leven hoort daar voor mij onlosmakelijk bij. Trekken met de wagen doe ik niet. Wortelen, daar gaat het nu om. Dat we dit weer leren in een mensenwereld die steeds verder ontworteld raakt.
Geplante bomen en struiken groeien. Soms is er wat mis, dan help ik ze. Met hen heb ik een band die echt is. Ze zeggen niks, ze zijn er. Ze maken me stil, zodat ik alleen nog maar oor en oog ben. Ze komen met verrassingen, dingen die ik zelf nooit bedacht heb. Zonder bijgedachten knip ik het riet, geef het leverkruid en de perenboom de ruimte. Ik wied tussen de aardappels, knip het maaisel tot losse mulch. Ik zorg ervoor. De bomen groeien dicht en sterk. De vogels komen terug en ik kom steeds weer terug. En mocht ik er ooit niet meer zijn, dan groeit alles door op geheel eigen wijze. Voor ik ooit mijn laatste adem uitblaas zal ik kijken naar mijn eeltige vingers en dan weet ik: Ik maak voor altijd deel uit van dit verhaal, een verhaal dat niet alleen van mij is. Wortels groeien opnieuw uit. Maar wat erboven groeit gaat elk jaar dood. Wortels zijn de ziel. Wat echt van belang is vindt zijn weg wel. Het gaat door, in zoekende wortels die elkaar vinden in het ondergrondse web. Het komt via mij en anderen. In welke vorm ook, het gaat door en zo wordt het hele netwerk gevoed.

Ik neem de laatste hap van mijn loempia. Sietske verdwijnt tussen de mensenmenigte.

.

Elke wortel is anders.

‘Onder de grond zijn er veel meer voedingsstoffen dan boven de grond. Voedingstoffen die bovendien in verschillende vorm voorkomen. Voor een mobiel element als stikstof is een heel andere wortel nodig dan een immobiel element als fosfaat.’ ‘Daarnaast hebben mycorrhiza-schimmels een grote invloed op het wortelstelsel’, vervolgt ze. ‘Eigenlijk kun je niet spreken van een losse wortel; schimmel en wortel(s) vormen een systeem. (Monique Weemstra, WUR)

.

Weet je al van mijn nieuwe boek: “De heilige traagheid der dingen? Ik was genoodzaakt een nieuwe uitgever te zoeken, de oude moest inkrimpen. Maar iedere keer dat iemand interesse toont krijg ik weer moed! Elke inschrijving is welkom.

De spotvogel zingt van Afrika

Terwijl ik muntwater drink naast een theatergezelschap, kijken we naar het Verhalenpad in de verte. We horen de spotvogel. Voor de tweede zomer is de zeldzame vogel hier en zingt liedjes uit Afrika.

Hier meer info over de vogel. https://stats.sovon.nl/stats/soort/12590

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Tegenover alle droevenis van deze tijd, staat het groeizame wat zich vlak naast ons bevindt. Dat is de tegenhanger, waardoor we in balans en gezond blijven. Je moet rustig zijn om erop te kunnen letten, anders gaat het aan je voorbij. Ik neem er graag de tijd voor. Tussen de bedrijvigheden door sta ik stil en luister. Af en toe hoor ik bijzondere geluiden. Zo is er sinds vorig jaar een spotvogel neergestreken op het Verhalenpad. Hij is hier voor de tweede keer om maandenlang te zingen. De spotvogel neemt letterlijk verhalen met zich mee. Hij imiteert alles wat hij hoort, of het nou vogels zijn of het geluid van een telefoon.

Nu sta ik op een avond naast een roze caravan muntwater te drinken uit een kartonnen bekertje. Er zijn meer mensen. Er is theater op de camping en iedereen zit op klap- en strandstoelen te wachten tot het begint. In de verte ligt het begin van het Verhalenpad. “Daar heb ik zeshonderd bomen en struiken geplant,” vertel ik “En verderop nog tweehonderd”. Nu ik de gelegenheid krijg zal ik erover vertellen ook. “Er zijn steeds meer vogels en vlinders die er terugkeren,” ga ik verder. Een van de vrouwen lijkt niet te luisteren, ze kijkt geconcentreerd voor zich uit. “Wat hoor ik toch voor vogel?” vraagt ze dan. Ik lach, blij dat ik het haar kan vertellen. “Het is de spotvogel.” Ze juicht opgetogen. “Eindelijk hoor ik hem een keer. Dat wil ik al zo lang!”
De spotvogel hier te hebben, dat is geweldig. Hij neemt verhalen mee uit Afrika, landen als Congo, ten zuiden van de evenaar. Elke dag heeft hij een ander repertoire, vaak is dat Europees, met merel- mees- en winterkoninggeluiden ertussen, maar nu is hij met zijn liedje weer helemaal terug in Afrika. Zijn ritmes doen denken aan de muziek van de Batwa, ofwel de pygmeeën. Ze zingen nog steeds, maar of het nog altijd dezelfde liederen zijn weet ik niet. Er is veel gebeurd, en hun verhalen zijn veranderd. Ik zie ze voor me, de kleine donkere mensen, een zachtaardig volk en eeuwenlang thuis in de wouden van Congo. Dat ze daar zijn verdreven, daar hebben ze zich nooit bij neergelegd. Ze willen maar een ding: Terug naar hun voorouderlijk land. In 2024 heeft het Afrikaans Hof voor de Rechten van de Mens en Volkeren die beslissing genomen. Hun uitzetting is veroordeeld, als schending van mensenrechten. Maar daarmee is het nog niet geregeld met hun terugkeer. Het is alleen een aanbeveling voor de autoriteiten, geen verplichting. Hun strijd gaat door.

En hier staan wij, te luisteren naar het vogeltje dat zijn lied zingt en hun verhaal vertelt, aan het begin van het Verhalenpad. Meer mensen hebben het opgemerkt. Ik ben vereerd dat de spotvogel hier nu is. Ik hoef niet op reis te gaan. Hij brengt de wereld bij mij thuis.

.

.

Het filmpje duurt vijf minuten. We lopen eerst naar het pas aangeplante stuk waar een puttertje keihard zit te zingen en gelijk daarna zie je het Verhalenpad. Voor het eerst laat ik het hele bosje zien van afstand. Het is enorm gegroeid, als je bedenkt dat het grootste gedeelte nog maar drie en een half jaar oud is. Liggend op de rug, tussen het riet en de berkebomen luisteren we naar de spotvogel.

Genezing voor de ontheemden

Een verhaal voor Wereldvluchtelingendag

Tekening van 2016

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het land ligt in afwachting van een nieuwe dag. De puttertjes vliegen over de hoge wilgen naar het lange gras. De spotvogel fluit alle riedels die hij in zijn repetoire heeft. De winterkoning laat merken dat hij er is. Pas geplante bomen groeien weinig door de droogte, maar zullen het overleven. Een vroege kijker loopt langs, blote voeten op het gras. De dauw bedekt hoopvol de droge grond. Alles in de vroege ochtend ademt levenslust. De enkeling kan ontmoedigd naar bed gaan, ziek worden of sterven door barre omstandigheden, maar het leven als magisch geheel hervat zich telkens weer. De ochtend is het mooiste moment om dat te zien. Die kracht is wonderlijk. Waar komt het vandaan?

Je kan moedeloos in slaap vallen, onverschillig voor de wereld. De nacht brengt genezing, het universum brengt nieuwe energie, als een eindeloze bron. Maar voor velen is de nacht nooit meer stil, en is genezing ver weg. Wakker worden met een lichaam dat warm en ontspannen is, blote voeten op het bedauwde gras, alles was er, ooit in een leven dat is weggevaagd. Het zijn de ontheemden, verjaagd van hun voorouderlijk land. Kinderen met grijze haren staren in de verte naar een vader die niet meer terugkomt. De appelbomen waar ze samen mandenvol appels plukten zijn verdwenen. Bommen blijven vallen in slapeloze nachten. Het lichaam van de jongen staat strak van spanning, zo vervuld is hij met woede om de vernedering. Er zijn gloeiende ogen, hij wil rechtvaardigheid en vechten. Geweld schept een vicieuze cirkel die leidt tot almaar meer geweld. Kapotte landschappen, ontdaan van hun liefdevolle zorg, van de mensen die bij deze aarde, hun land hoorden. Kan dit ooit weer goed komen? Misschien. De band die verbroken is kan worden geheeld, als er tijd is en rust. Als er aandacht is voor genezing.

Op 20 juni, Wereldvluchtelingendag, staan we daarbij stil. Het zou veel langer moeten zijn dan een dag. Het zou regel moeten zijn. In plaats van steeds meer geld uit te geven aan defensie, zouden we moeten denken aan de vluchtelingen, hoe we hen kunnen helpen met genezen. Als het met hen goed gaat, dan gaat het met de hele wereld goed. Als de zwaksten gelukkig zijn, is de hele samenleving gelukkig. Dit vraagt alle aandacht. Sommige mensen hebben er hun werk van gemaakt, zoals Milou, Ana en Luna in Nederland en Jonathan Ngangura in Oeganda. Het helpen van vluchtelingen, mensen met trauma’s. Schilderen, kunst, samen werken in de natuur, het maken van tuinen, gemeenschapsvorming. Haal mensen uit hun eenzaamheid, de herinneringen die in hun lijf zijn gaan zitten. Neem ze op in het grote geheel. Appels plukken in de boomgaard, samen taart maken en glimlachen naar de kuikens. Wat weg is komt niet meer terug. Er zijn gaten gevallen die gevoelloos maken. Maar verdoofde harten kun je verlichten. Een glinstering van hoopvolle dauw teruggeven. Blote voeten in het gras, handen weer laten voelen. Daaraan werken met zijn allen, dat is het enige wat echt telt. De aarde weer een paradijs te maken. Het gaat immers niet om ons. Hoe we hier leven, met elkaar. Als iedereen gelukkig is, zijn we het zelf ook.

.

Opgeschrikt in een verhaal

Luisterend naar de stem van een stervende rivier

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.



Het is zes uur in de ochtend. Om een of andere reden ben ik wakker geworden en de regen tikt op het dak. Rustige grote druppels zijn het, de wind is kennelijk gaan liggen. Ik stel me voor hoe de insecten en vlinders beschutting zoeken onder grote bladeren. Veel van die planten heb ik zelf gezaaid of uitgezet en ze breiden zich snel uit. In de tuinradijs, onder de moerasandoorn, overal schuilen libellen en vlinders. Het land, de dieren en ik, alles hoort bij elkaar.

Ik luister naar de regen maar val niet opnieuw in slaap. Wacht, ik kan het luisterboek aanzetten, dat ik gisteren geleend heb bij de online bibliotheek.

“Ik ben een berg die op me wacht” heet het. Een fascinerende titel. Nu zijn hier geen bergen. Hier in Fryslân is water. Ook de Swette, het water wat hier al eeuwen loopt, hoort daarbij. Fryslân zonder glinsterende vaarten en meren, dat kun je je toch niet voorstellen? Ik had er zelf nog niet aan gedacht, om de Swette een stem te geven in een verhaal. De schrijfster van dit boek heeft dat wel gedaan. Het is de rivier die spreekt over alles wat hij ziet. Een nomadenvolk leeft al eeuwenlang samen met de stroom. Er is een vrouw, heerlijk als de zon, die haar handen onder zijn huid dompelt. De rivier is verliefd op haar. Er is een zanger die zingt over de rivier en de bergen. En er is ook een jongen die alleen maar dode vissen verzamelt. Stil lig ik te luisteren. Het verhaal kabbelt rustig voort, net als de regen op het dak. Langzaamaan dommel ik weg. Plots word ik wakker. De stem is opeens scherp geworden. “Waarom verzamel je dode vissen?” vraagt iemand. De jongen antwoord: “Ik luister naar hun verhaal. De dode vissen hebben iets te vertellen. Ze zijn bang voor de toekomst. We zien het toch. Het ijs op de berg smelt. Er is steeds minder water.” De rivier hoort het, maar kan het zich niet voorstellen dat dit kan. Het land als een dor gerimpeld vel, zonder hem als stroom en bron van leven. Zonder rivier is er niets meer. Zonder de rivier geen vissen, geen nomadenvolk dat met hem samenleeft.

Ik ben in een keer wakker. Ik had het boek niet eens zo bewust gekozen. Maar dit! De dreiging uit dit verhaal is onlangs werkelijkheid geworden. Gisteren nog plaatste ik het bericht op Linkedin: De gletsjer in Nepal is gestorven. Hoe dramatisch dit ook is, er werd geen enkele aandacht aan gegeven. Natuurlijk hebben we verschrikkelijk veel aan ons hoofd. Maar toch is het raar. Stel je voor dat er geen water meer in de Swette was, of dat de Rijn bijna niet meer stroomde, of dat het IJsselmeer droog stond! Dan piepten we wel anders. In dit verhaal is het of de ziel van het landschap zijn stem laat horen. En wat daar gebeurt, is nog maar het begin. Als de gletsjer sterft sterft de rivier en zonder water is er geen leven.

Nu ik dit gehoord heb, denk ik niet dat ik nog in slaap ga vallen, bij het luisteren naar dit boek. Ik wil horen wat de schrijfster, Sholeh Rezazadeh, mij te vertellen heeft. Het is een noodkreet. Een verhaal van ons allemaal.

“Ik ben een berg die op me wacht.“ Zo heet het. Morgen luister ik verder. En dan met volle aandacht.

Hoe gaat het verder? Ik wist het nog niet. Maar dit is de tekst bij Ambos uitgevers.

De veertigjarige Alma die woont in een woonboot op de Amstel, een rimpelloze rivier. Ze heeft een drukke baan. Op een dag neemt ze een radicaal besluit: ze reist in haar eentje naar Iran. Daar sluit ze zich aan bij een nomadenvolk. Saray hoedt schapen en melkt geiten. Ze is verliefd op een jongen van een andere nomadenfamilie en ontmoet hem in het geheim aan de oever van de Aras, de bruisende rivier die door het ruige berglandschap dendert.

Lukt het Alma om haar jachtige bestaan achter zich te laten? De nomaden leven bij de dag en eten wat de seizoenen te bieden hebben. In plaats van constant op hun iPhone te turen zijn ze verbonden met elkaar. Maar ze worden in hun voortbestaan bedreigd. Door de klimaatverandering wordt het steeds droger, Aras buldert minder en steeds meer jonge nomaden willen in de stad leven.

(Noot van mij: Is er in de stad nog wel water dan? Als er geen rivier meer is? Dit vraagt om een vervolg.)

‘Met de natuur als een echt personage en de mens als onvolmaakt wezen op zoek naar liefde en verbinding, droom je weg bij elke zin die je leest.’- JAN

.

Mijn leven met Mol

De mollen hebben het moeilijk. Bij mij woont er een en we leven vreedzaam samen. Ze maken de bodem los, zodat zaad kan groeien in luchtige grond.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

De grond beweegt. Daaronder het oppervlak woont een blind dier dat zich continue een weg baant met zijn puntige snuit en graafhandjes. De mol. Zijn hele lijf doet mee, hij wurmt en wriemelt zich een weg en moeder Aarde koestert hem in haar schoot. Hij maakt de grond los en klaar om nieuw zaad te ontvangen. Zo was het. Maar hij heeft het moeilijk, de laatste tijd. Soms is het kletsnat, dan is het weer kurkdroog. De laatste weken was de kleigrond hard, doordat het wekenlang niet regende. Hij volgt de zandpaden die ik maakte en de grove graszoden die ik ernaast heb opgestapeld. Onder de stapel zoden is het nog vochtig en vol wormen. Het zandpad biedt hem een mooie route langs de beste snackplekken en daar vallen de wormen zo zijn gang in. Langs dat pad staan pas geplante boompjes, en ook die gaat hij af. Hij weet precies welke ik water geef. sporkehout doet niet moeilijk, maar houdt zijn blaadjes klein en groeit niet. Ik giet een volle emmer leeg bij eentje die het wel erg slecht getroffen heeft. Het water kolkt direct de mollengangen in, weg van de behoeftige wortels van de plant. Gauw duw ik proppen klei en hooi in de gangen. Ik druk de grond aan, naar de jonge struik toe, zodat hij op een bultje komt te staan. De mol kan er alsnog omheen om nog een wormpje mee te pikken. Er is genoeg te halen hier, voor mol. Op veel plekken groeit bosandoorn en bladkool, hun grote bladeren maken schaduw op de bodem. Een tapijt van gemaaid en uitgetrokken gras gaat de verdamping tegen en maakt ook dat dit een van de weinige plekken is waar hij kan leven. Ook de rij grote wilgen doen veel goeds. Hier is het nog enigszins vochtig. Tussen die pasgemaaide weiden vormt het een kleine oase. De grond van die weiden is keihard en kurkdroog. Er zit maar weinig organisch materiaal in dit gebied. De droogte maakt de klei bijna zo hard als steen. Hoe zou hij hier moeten overleven? Twaalf uur zonder eten en Mol is dood. Op de Swetteblom onder de bomen mogen ze hun gang gaan en er worden hier geen klemmen gezet en geen glasscherven in hun gangen geprikt. De mensen houden hier niet van die gemene dingen. Het is leven en laten leven. Dus zowat overal waar het maar mogelijk is vind je mollengangen. In de bosjes en langs de bomen, dat zijn favoriete plekken. Daar is de grond rijk aan humus en vol beestjes. Hier wordt de grond niet hard in droge tijden en ook niet zompig bij langdurige regenval. Regen is fijn voor Mol, maar als het teveel is loopt zijn hol onder water en verzuipt hij. Bomen en bosjes bieden hem overlevingskans, in droge en natte tijden. Doordat ik ze plant help ik wormen en mijn Mol. Hij weet mij dan ook goed te vinden. Het terrein rond mijn wagen ligt wat hoger en vormt in natte tijden een veilige haven. Overal zie ik omgewoelde aarde. We leven hier vreedzaam naast elkaar. Ik weet precies waar zijn gangen liggen. Daar stap ik netjes tussendoor, zodat ik niets plattrap en hij geen nieuwe hoeft te graven. Dat wordt immers steeds lastiger als het in de lente weer droger wordt.

Ik geef de mollengangen ook wel eens water. Dat trekt wormen aan. Ja, het gaat slecht met de mol, niet alleen omdat mensen een hekel aan hem hebben, maar ook door toenemende weersextremen. De mol mag daar net zo min de dupe van worden als welk ander dier of mens dan ook. Dus ik zorg goed voor hem. Mijn Mol.

.

.

Luister hier

Het boek zoekt een weg naar buiten

De volgende fase komt eraan. Wat is er om de hoek?

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is zover. Het boek met werktitel: “De heilige traagheid der dingen” is klaar om naar uitgevers te worden gestuurd. Uitgeverij Atlas en uitgeverij Vonk kies ik. Kijken wat het wordt. Er is een prachtig voorwoord bij gekomen, waar echt moeite en aandacht voor genomen is. Ik ben blij dat Fransjan de Waard dit heeft willen doen. Dit, tezamen met de nu al een-en-zestig inschrijvingen geeft mij moed. Het is een bijzonder moment na al die maanden. Stukje bij beetje zijn er vijf jaar overheen gegaan om dit boek te schrijven. Ik neem je mee op het einde van de reis, de laatste wandelingen met de wagen, de laatste ontmoetingen op de weg. Dan de definitieve keuze om te blijven waar ik ben, om echt iets voor de aarde te betekenen. De grote succesvolle droom: rondreizen met mijn eigen gebouwde huis met eigen energievoorziening, opgeven voor een kleine droom. Maar wel een droom met wortels en de andere was gegrond met wielen op asfalt!
Nog steeds ben ik tevreden met die keus, hoewel het soms wel volhouden is. Maar wat een bevrediging geeft het. Als ik zie wat er allemaal is gaan groeien op deze plek, dat is prachtig.
Vier jaar ben ik nu intensief bezig.

Toch sta ik nog steeds bekend als “Die vrouw die altijd maar rondtrekt met haar wagen.” Maf, hoe snel die beeldvorming gaat. Terwijl het maar drie maanden was, dat ik echt rondtrok. Dat zeg ik ook de hele tijd, maar dat maakt geen donder uit. Het was een hit en mensen blijven het zeggen. Terwijl ik de afgelopen vijf maanden maar een keer in de trein heb gezeten en nooit verder ben geweest dan Leeuwarden. In het dorp zijn kinderen die me naroepen. “Alowieke! Zwerver! Alowieke!” Het is mij een raadsel hoe ze mijn naam weten. Ben ik zo bekend? Blijkbaar wel. Gisteren fietsten ze me het hele stuk achterna, vanaf de huizen bij de melktap tot aan ons pad. Ik hoorde hun stemmen, maar keek niet. Toch was er iets veranderd. Ze riepen alleen nog mijn naam, zonder zwerver erbij. “Alowieke, Alowieke!” Misschien was het toch iets belangrijks. Ik stopte en keek met een ruk achterom. Daar stonden ze op een kluitje met hun fietsen. Met een hoop gegiechel en gilletjes keerden de kinderen zich gauw om. Ik haalde mijn schouders op en reed door. Kennelijk ben ik niet alleen bekend maar ook nog een spannend tijdverdrijf. Misschien moet ik ze maar eens met de hooivork achterna. Zullen ze vast leuk vinden.
Toch is het raar om bekend te zijn. Hoe mensen iets interpreteren dat weet je nooit. Dat hoort erbij. Laat ze maar denken. Het is geen reden om iets niet te doen. “Doch dyn plicht en lit de lju mar rabje” zegt een oude Fryske tegelwijsheid. Dus dat doe ik. En laat de kinderen zich maar vermaken. We maken er wat moois van. Als we willen is er immers zoveel mogelijk! We kunnen onze direkte omgeving transformeren tot een groeiende oase. Laat de inspiratie voortrollen als een golf, van de een op de ander, totdat niemand meer weet waar het vandaan kwam. Laat het protest tegen de rotgang der dingen zich naamloos en vanzelfsprekend transformeren in een overvloed aan tijd. En dat die tijd zich dan manifesteert als een prachtig paradijs, waarin alle leven een plek vindt om te groeien. Dat is mijn wens, die ik meegeef met het boek. Een boek zoals er vast meer zijn geschreven. Dat het bij elkaar komt als een rivier en stromen gaat. Dat wens ik.

.

.

Inschrijven kan nog steeds!

Het juiste moment

Het is net als in de Kleine Prins, wat je aandacht geeft, daar ga je van houden. Met liefde en transpiratie komt de transformatie.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het gras is nat, de lucht is helder. Het wordt weer warmer. Ondanks dat het wat geregend heeft is de grond is nog steeds hard en de mol heeft zich teruggetrokken in het gebied van de wadi’s en de greppels. De zonnepomp bevochtigt het stuk waar de nieuwe boompjes staan en een kikker neemt een duik in de modder, onderin de volgelopen kuil. De zwaluwen vliegen een stuk verderop. Ik zie ze in een vaart over het water scheren. Ze vangen kilo’s muggen en eendagsvliegen. Knap hoor! Ik pak mijn graszeis, die naast de ruigtezeis staat. Het wordt al een hele collectie. Dat is nodig ook, want de gepensioneerde man die kwam maaien heeft er steeds minder zin in, en loonwerkers zijn peperduur, zeker op dat hobbelige greppelland. Mijn aanschaf is dus niet alleen een cadeautje voor mezelf, maar dient ook een algemeen doel. Ten slotte is dit land wel acht hectare groot.Aan een spijker aan de muur hangt de sikkel, die ik voor riet gebruik. Met de zeis in de hand sluit de houten deur van het kleine schuurtje en loop tussen de wilgen door. Eerst door het Voorhof, tussen de jonge elzen door, verder naar het veld waar de nieuwe boomgaard moet komen. Elke dag een stukje zeisen, dat maakt de spieren sterk, en de band met het land groter. Het verhaal van de Kleine Prins vertelt het ons, waar je aandacht aan geeft, daar ga je van houden. Liefde met transpiratie, dat doet wat. De biodiversiteit groeit met de dag. Tussen de nieuwe aanplant kom ik niet met de zeis, daar trek ik het gras uit en ik gooi het neer. De begroeiing verandert. De moerasandoorn verspreidt zich het snelst. Die hoort hier echt thuis, ik vond hem een keer tussen het riet en de brandnetels. Daarna heb ik er nog een paar bij geplant. De daslook breidt zich ook uit, maar een stuk minder snel. De kleine boompjes doen het goed. Het is nog geen bosje maar dat wordt het wel. De elzen groeien en de zuurbessen en het sporkehout lopen zonder uitzondering allemaal uit. Ze hebben al drie maanden tijd gehad om te wortelen. Dan kunnen ze de droge lente goed aan en hoef ik weinig water te geven. Overal tussen de elsjes komt veldzuring op, die de harde grond perforeert met zijn penwortel. Al het leven werkt mee, om van dit land iets moois te maken. Er gebeurt hier veel. De grond heeft me nodig, heeft óns nodig. Soms speelt de verleiding om op avontuur te gaan, op ontdekkingstocht. Een droom die mij al lokt sinds mijn jeugd. Sinds ik op mijn veertiende zes weken door Noord Amerika reisde, met mijn ouders. Sindsdien speelt dat verlangen. Ik zie mensen rondgaan met verhalen over bezoek aan indianenstammen en wereldreizen. Heb je niks te vertellen als je dat niet doet? Wat je van ver haalt is lekker. Maar wat dichtbij groeit hoort bij je. Al is het minder exotisch. Het is net zoiets als zacht spelen op een saxofoon. Een luide stem opzetten is makkelijker en iedereen hoort het. Zacht spelen is veel moeilijker en je valt minder op. Net zoiets is kiezen voor je eigen verhaal, en niet het exotische van ver weg. Juist thuis te blijven. In dit land, dat het jouwe is, al zijn er 18 miljoen die dat zeggen. Met elkaar is het ons land, een lappendeken waarop je steeds verder in kan zoomen. Nogal een uitdaging, om het zachte, subtiele spel toch vol te houden, ten midden van dit alles. Het gaat ook om beheersing, denk ik.

Ik stap het veld op. De dauw hangt aan de lange halmen. Het is goed dat het nat is, dan glijdt de zeis beter door het gras. Ik maai zoals ik geleerd heb. Linker voet vooruit, zeis naar achteren, zwaai naar voren. Een mooie lange beweging, bijna halfrond om me heen. Dan een volgende stap. Even gaat het bijna mis. Ik moet de zeis wel goed horizontaal houden, anders botst hij tegen de harde klei. Maar elke dag gaat het beter en ik raak ook niet meer buiten adem. Het gras valt neer en bedekt de bodem. Het zal het vocht vasthouden, de wormen voeden. Ik help de aarde. Elke dag is er wel iets wat om me vraagt. De wei, de wormen, de bijen, de bomen. Maar ook de boer of de buren. Ik zing mijn partij, subtiel en zacht, maar toch krachtig.

Het is een uitdaging om niet het meest spectaculaire of exotische te kiezen. Om rustig te wachten tot het zover is, gewoon dichtbij huis. En tot die tijd heel rustig door te gaan. Zwoesj, zwoesj, gaat de zeis. Het wordt een warme dag. Nog even en de zon droogt het gras. Maar nu is het nog vroeg en het veld glinstert van de dauw. En ik ben er. Precies op het juiste moment.

.

.

Van Sandy van Zeisles.nl, in Zeeland

Wandeling over het Verhalenpad

Het plantwerk gaat door en alles groeit.. De feeën spelen op een gouden bed van speenkruid.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst. (Met verrassing aan het einde)

Ooit is het begonnen. Dit bomenlandje, hier aan de Swette, ver van de openbare weg. Veertig jaar geleden was het de boer die ermee begon. Voor zijn vader hier kwam om te boeren, was het een ruige plek met kleinvee en hij wilde dat wel weer zo. Destijds was er subsidie voor, voor bomen, en in heel Nederland is daar gebruik van gemaakt. Boer Jochum zal in het weidegebied een van de weinigen zijn geweest die zoveel bomen heeft geplant. En nu ben ik ook bezig op deze plek. Het Verhalenpad groeit. Het is niet alleen rijk aan allerlei bomen en struiken, maar ook steeds meer kruiden groeien er. En ik werk door. Tot twee keer toe komt er een opdracht bij. Er mag meer worden geplant, op andere stukken. Soms vraag ik me af: zal dit zo door gaan? Ik doe het met liefde. Het begint steeds meer een tweede natuur te worden. In de herfst wil ik bomen planten. Het is een sterke drang van binnenuit. Ik zoek binnen de wensen van de boer de hoeken waar ik vrijheid heb. Dat lukt prima. De variatie wordt groter en de samenwerking steeds beter.
Vandaag begin ik niet meteen met werken. Ik maak een rondje, gewoon om te kijken. De lucht is stralendblauw. De grond is droog maar niet zo droog als elders in het land. Het is een droge lente. De temperaturen lopen op, maar ondanks de warmte houden de bomen zich in. De essen, schietwilgen en andere grote bomen staan nog steeds in knop. Heel langzaam gaan ze open. Alleen de kleine bomen zijn stoutmoediger.

.

.

Ik loop naar de plek waar ik al vier jaar aan werk, het Verhalenpad. Het meeste is drie jaar geleden geplant. Het groeit hard, door mijn goede zorgen. Maar nu ben ik er al een tijdje niet geweest. Eerst loop ik het veld over, het hek door. Daar achter is het, de lange bult met de gecultiveerde wildernis eromheen. De sleedoorn bloeit wit, en over de grond ligt een goudgeel tapijt uitgespreid. Het speenkruid bloeit opgetogen. Al dat grastrekken heeft zijn vruchten afgeworpen. Het is een sprookje. Als een lentefee loop ik over de gele bloemen. Er komt hier bijna nooit iemand, het pad is bijna verdwenen. Verderop duik ik onder het wilgenbosje door. Daarachter, achter de wilgen, in het wilde stuk, is de sfeer heel anders. Hier bloeien straks tientallen kaardebollen. Paars, met veel bijen erop. Het staat nog vol dorre stengels van vorig jaar. Daartussen staat een wilde appel en een peer en diverse notenbomen. Hoog rijzen de bruine stengels, dor en droog, en de wilde appel en de walnoot staan er bijna onzichtbaar tussen in. Ook de wolmunt heeft een oerwoud aan oude stengels achtergelaten. Ze komen tot mijn borst. De oude stengels zorgen voor lichte schaduwen op de bodem. En de zon schijnt genadeloos, al dagen lang. Goed dat ze er nog staan, de stengels. Ertussen groeit de nieuwe munt, fris en opgewekt.

.

.


Het is een heerlijke plek. Verscholen tussen de wilde ruigte, ligt als een verrassing een wadi. Een door mij gegraven kuil, gevuld met water uit de sloot. Het nauwelijks te zien dat het door mij gegraven is, zo natuurlijk is het geworden. De pomp met zonnepaneel doet zijn werk, ik heb er nauwelijks zorg aan. De blauwe lucht weerspiegelt in het water en een jonge wilg buigt zich eroverheen. Hoog groeit het op, lange stengels, nieuw en oud. Als je hier zou worden heengeleid, geblinddoekt, dan zou je denken dat je in een moerasgebied stond. De kerspruim, wilg en zachte berk doen het goed in de vochtige  bodem. De groeigrage wilgen maken de grond geteed voor anderen. Hier beginnen de verhalen. Met deze beelden groeit de inspiratie. Daarom zijn dit soort plekken belangrijk, al is het in verhouding maar klein. Bronplekken, waar het in vrijheid kan groeien. En dat dan laten zien. Zodat het de wereld in gaat en zich vermenigvuldigt. Zo snel, dat het niet te volgen is. Laat het gaan. En ik ben hier, nu. Hier. De bronplek heeft me nodig.

.

Auteursrechten Alowieke van Beusekom

.

Klik op de knop voor de luisterversie. (Met verrassing aan het einde.)

Kiezen voor leven in een tijd van afbraak

Er is altijd een weg. Leven is onuitroeibaar.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is dubbel. Enerzijds is het een tijd om blij te worden. Het toverachtige stofje dat alles doet groeien staat op het punt om los te barsten. Alles is ervan doordrongen. De 730 bomen en struiken die ik plantte laten nog weinig zien, maar de wilgenroosjes, de zilverschoon en de smeerwortel ontvouwen hun eerste blaadjes boven de zwarte grond van het Verhalenpad. Op een andere plek ben ik ook bezig, vlak langs het openbare pad. Ik noem het “Het Voorhof”. Er groeien nu 200 struiken en bomen. Ze groeien langs een dicht op elkaar geplante rij wilgen, achter mijn kleine huis. Op de hoek staan ze zo dicht op elkaar, dat er nodig meer ruimte moet komen. Ik zaag een paar wilgenbomen om, de meidoorn en de kastanje kunnen hun takken nu vrij uitstrekken. Met veel genoegen stapel ik de takken op tot een houtril. Ietsje verderop loopt de wilgenrij weer gewoon door, de stammen dicht op elkaar, steeds hoger groeiend. Het is maar een klein hoekje, dat ik heb weggehaald. De stronken zullen opnieuw uitlopen en terugkomen als dichte struiken. Vogels en insecten zullen er beschutting vinden. Daarachter staat mijn gereedschapswagen, een aanhanger met deksel. Er zitten nog steeds zonnepanelen op, die stammen uit de tijd toen ik rondtrok door het Noorden van Friesland. Ernaast liggen de restanten van het vlot, dat ik maakte voor een documentaire, en daarna weer uit elkaar heb gehaald. Ik heb het zo opgestapeld, dat eronder ruimte is. Zo is het weer iets nieuws geworden. Het is het terrein van het winterkoninkje, een plek vol hoekjes om weg te kruipen en beestjes te vinden. Ik heb hem ook nog een eigen nestkast gegeven, die ik middenin de houtril heb verstopt. Ik hoorde het, toen hij het ontdekte. Een opgewonden gekwetter klonk vanuit de dichte berg takken.

.

.

Ik kan heel gelukkig worden van zulke ontwikkelingen. Alles te zien wat dichtbij is en groeit, waarvan ik de planter en de verzorger ben. Maar als ik kijk naar onze positie in groter verband, maak ik me soms zorgen. Rondom strekken de weilanden zich uit van boeren en de rijke paardenfokker en achter de Swette ligt de snelweg, de Haak genoemd. De snelweg, die ecologische leefgebieden doorkruist en veel kapot heeft gemaakt. Het is een economisch bepaald landschap, waar greppels worden dichtgegooid en drijfmest in de weiden wordt geïnjecteerd. De weg ligt er plompverloren ingekwakt en voor het land rondom is geen nieuw ecologisch plan gemaakt. Het is simpelweg opgeofferd, zoals er veel meer wordt opgeofferd. Soms word ik somber, en dan denk ik, wat doe ik hier, in dit land waar steeds meer kapot wordt gemaakt. Is het niet een eindeloze strijd, ik David en zij Goliath? Ben ik water naar de zee aan het dragen door het gras uit te trekken dat zich steeds maar blijft opdringen door de overmaat aan stikstof in de grond? En wat gebeurt er als ik er niet meer ben, verdwijnt het dan? Alles wat ik doe?

Toch ga ik door. Want het is zeker niet zinloos. De manier waarop ik het doe, ruig en divers, met hollingen en bollingen, dat doen er maar weinigen. Het is ook niet alleen ellende. Zeker niet! Het is voor mij als kunstenaar een heerlijke bezigheid, om het land te herscheppen. Het land vraagt om hogere en lagere delen. Wat vocht wil plant ik laag, wat geen natte voeten wil komt hoog. Ik zie hoe duizendpoten, pissebedden en kleine bruine rupsen hun schuilplaats vinden waar het hoger is en de grond losser. En hoewel ik veel genoegen schep om dit alles te zien groeien, komt die vraag steeds weer terug: Hoe levensvatbaar is dit, op lange duur? Iets is levensvatbaar als het op kan gaan in een groter geheel. Als er grond is waar nieuw zaad verwelkomd wordt, en niet per se gemaaid, omgehakt, of uitgetrokken. Als ik er niet meer ben, zal er dan nog iemand zijn die er met liefde voor zorgt? Of zal het met wortel en kluit worden uitgerukt omdat het in de weg staat?

Mijn positie is nogal opstandig. Ik heb letterlijk een groen opstandje, midden in de vlakte. Met opstandjes kan van alles gebeuren. Soms worden ze weggeveegd, soms inspireert het anderen en groeit het juist. Maar als je ermee kapt gebeurt er sowieso niks. En terwijl de mezen en de winterkoninkjes opgewonden hun vogelhuisjes inspecteren, groeit mijn beslissing om taai te blijven en blijmoedig door te gaan. Als we allemaal doorgaan op de plek waar we zijn, dan alleen hebben we kans dat het zal groeien. We hebben overal te maken met dezelfde waarden. Zolang de groei-economie en concurrentiestrijd het belangrijkste is, is de continuïteit van het leven ondergeschikt. Dat is overal zo. Dus ik ga door. Hier, want dit is de plek waar ik me mee verbonden heb. Misschien duurt het nog een tijd, voor de mensen beter met het land om zullen gaan. Maar ondertussen vertellen we elkaar onze verhalen. We wisselen zaden uit en stekken. Soms moet je er een eind voor fietsen. Ruimte blijven maken, in je eigen tijd en ook op het land, dat anders overwoekerd raakt door stikstoflievende gasten. Kiezen wat je ervoor in de plaats zet, wellicht iets dat de ruimte kan vullen, overvloedig en rijk. Na elke keuze weer kijken, wat gebeurt er. Misschien duurt het lang. Misschien blijven de slakken komen, de mollen en de hazen en de woelmuizen, het kweekgras en de horden brandnetels die in snel tempo verder kruipen over het land. Misschien groeit het tergend langzaam, waar je aan begonnen bent. De diversiteit, het voedsel voor mens en dier. Maar elk jaar is er iets wat overleeft. En dat wordt steeds meer. Voeden wat levensvatbaar is. Hoe de toekomst zal zijn dat weet ik niet. Dat weet niemand. Maar wel weet ik: Er is altijd een weg. Leven is onuitroeibaar. Zelfs in een tijd van dood en afbraak, dan juist is het je plicht om te kiezen voor de kant van het leven. Als het fiere gefluit van de winterkoning op een grijze stille dag. Zo zie ik het.

.

.

.

Klik hier voor de luisterversie:

.

PS: Zojuist sprak ik de boerin die woordvoerder is voor agroforestry Fryslan. Zij zegt dat steeds meer boeren zich aansluiten. Moedgevend!