Landschapspijn en werken aan hoop

Blijven vertellen, blijven delen wat je hoort en doorgaan. Zo komen we er samen wel.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Er komt iemand naar me toe, een vrouw en ze is boos en in. Er waren weilanden vol zonnebloemen. Ze kwam er graag langs op de fiets, stopte dan en keek hoe hele zwermen vogels genoten van het gerijpte zaad. Nu is alles weg. Ze zag hoe de boer alles maaide. Waar moesten al die vogels naartoe? Er was niks! Nee, ze had de boer niet gesproken. Ze was boos en verdrietig. Begrijpelijk.

Even later, als ze weer weg is, kom ik mijn buurman tegen. Hij is landschapshistoricus en werkt freelance voor de provincie. “Goh ja”, zegt hij als ik het verhaal vertel, “dat is natuurlijk zo. De boer krijgt subsidie voor bloemen en insecten en zaait daarvoor die bloemen. Maar daarna begint het eigenlijk pas met het zaad en de vogels. Een boer zou méér subsidie moeten krijgen om het ook de hele winter nog te laten staan.” Hij kijkt in gedachten voor zich uit, zijn blik is vastberaden. “Het komt goed uit” zegt hij. “Binnenkort spreekt ik een man, gespecialiseerd in landschaps-subsidies. Die werkt met boeren.” Hij kon natuurlijk niet zeggen of het een gevolg zou krijgen, maar hij zou het aan hem voorleggen. Dat scheelt zoveel, te weten dat er mensen aan werken.

Ik loop van mijn buurman terug naar mijn eigen afgelegen veldje en kijk naar de bult aan de overkant van de sloot. Daar ligt het Verhalenpad, waar ik aan werk. Het Wetterskip heeft bij het hekkelen veel riet laten staan. Het ziet er mooi uit. Wat gemaaid was of wat plat op de grond lag heb ik opgeruimd of overeind gezet. Het gemaaide riet ligt nu in dikke bulten onder de jonge bomen, op de helling van de bult. Het zal het huis vormen van insecten tijdens de koude winter. Het zal vergaan tot compost en het houdt brandnetels en de groei van het levende riet tegen. Tussen de bulten en het wuivende riet kunnen de hazen blijven rondscharrelen en vogels vinden er een schuilplaats. De plek wordt steeds specialer. Zo zag ik deze zomer een jongetje. Hij holde bij zijn ouders vandaan en riep over zijn schouder: “Ik ga naar het natuurgebied!” Dat is het dus, deze plek waar ik aan werk. En nu werkt het Wetterskip ook nog mee. “Dat laten staan van riet hebben ze niet zomaar gedaan. Er moeten meer van zulke stukjes natuur komen vinden ze.” Dat zegt de buurman, landschapshistoricus. Zo werkt dat dus, je begint ergens aan en op een gegeven moment wordt het gezien en sluit het aan bij een grotere beweging. Je laat iets zien, praat over dingen die je raken, en dan opeens luistert er iemand, die doet er wat mee. Het kan overal gebeuren. Houd dus hoop en blijf geloven in wat je doet en zegt. Het kan zomaar zijn dat iemand vastberaden achter je gaat staan. Samen komen we verder.

.

Een moment van verwarring

Woorden kunnen het tegenovergestelde bereiken van wat je eigenlijk bedoelt. Dan ga ik misschien wel liever gewoon verder met bomen planten. Dat is tenminste echt iets.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Dat is nou ook wat. Gisteren schreef ik een mooi stukje, over hoe ik mijn duurzame leven zie. “Ik zie mezelf als een nomade” schreef ik, “een nomade trekt alleen verder als het moet. Maar evengoed kan het zijn dat deze plek voor de rest van mijn leven is. Misschien heeft deze grond mij echt nodig en hoort het bij mij”.

Beter kan ik het niet zeggen, dacht ik tevreden. Het bericht kreeg veel belangstelling. Maar toen zag ik iets merkwaardigs. Op LinkedIn stond een duim van een man die ik niet kende. Ik keek naar zijn profiel en hij bleek de CEO te zijn van een olie en gasbedrijf. Ik ging rechtop zitten. Wat is dit nou? Een oliedirecteur die iets herkent in wat ik zeg? En dat terwijl ik vorige week nog voor de Waddenzee op de dijk heb gestaan om de nieuwe boorplannen van Shell tegen te houden! De directeur is gespecialiseerd in niet ontdekte olie en gasgebieden op verschillende plekken op de wereld. Die kunnen dan geëxploiteerd worden. Voor mij heeft dat woord een andere betekenis dan voor hem: het betekent nieuwe wegen uitrollen door ongerepte natuurgebieden en onteigeningen. Geronk en geraas en platgereden dieren. Kaalslag om de jaknikkers te plaatsen. Verdere stijging van de temperatuur op aarde, al weet je nooit hoeveel dat is. Verbaasd kijk ik ernaar. Ik dacht dat ik iets schreef over eenvoudig leven. Ik lees het nog eens over. “Misschien hoort de grond bij mij,” schreef ik. Ja, dat denkt een olie-exploitant ook. Die denkt opgewekt: “Ja dat heeft ze mooi gezegd” en voelt zich bevestigd in wat hij doet. Hij ziet zichzelf kennelijk ook als nomade. Hij trekt verder als het moet, maar het liefst vindt hij een grote gasbel waar we voor heel lang genoeg aan hebben. Of olie. Precies zoals ik schreef. Maar “grond die bij je hoort” is in dit geval grond die wordt toegeëigend.. Zo iemand staat vooral ten dienste van zijn eigen portemonnee. Bedrijven moeten groeien, in onze economie, groeien en concurreren. Het is elke keer maar de vraag wat mensen zien in een tekst. Denk ik iets te schrijven over eenvoudig leven, blijkt het tegenovergestelde ook waar te zijn. En dan denk ik: Wat heeft het eigenlijk voor zin, al die woorden? Kan ik niet beter beroepsactivist worden, dan is het tenminste echt duidelijk waar je voor staat. Tenminste, dat hoop je dan. Een poosje volg ik die gedachte. Maar als ik uit het raam kijk zie ik de bomen. Natuurlijk, de bomen! Zij zijn immers concreter dan wat dan ook. Bomen planten is een prachtige bezigheid. Daarvoor zijn weinig woorden nodig, je leven staat ten dienste van hen. Bomen planten doe ik al. In het begin hebben ze je nodig, later een stuk minder. Ze leven vaak langer dan ik. Die prachtige wezens leveren enorm veel diensten voor deze bodem en onze planeet. Bomen planten en ervoor zorgen doet vast en zeker meer dan een tekst, al bewerk ik hem twintig keer om het zo helder mogelijk te krijgen. Ik houd van ze. Als ik hier dan sta, hier in het Friese land, maken ze me gelukkig. Zie ze staan, daar in de wind. Het blad licht op in de zon, de takken zwaaien heen en weer. De berken torenen steeds verder boven het land uit, daar boven op de bult. Hun stammen zullen steeds witter worden en dikker. Eronder kleuren de helderrode bessen van de sleedoorn, tussen de andere bomen en struiken. Niet te geloven dat dit kleine bos nog maar drie jaar staat! Maar ik heb er dan ook veel tijd in gestoken. Dit is echt iets. Het bosje is mijn wonderkind, dat nog veel kan doen. Het zal verder groeien. Mensen zullen het zien en gelukkig luisteren naar het ritselen van bladeren en naar de spotvogel in de zomer. Vlinders en andere dieren en insecten zullen voedsel en beschutting vinden. In de herfst zullen de mensen na mij nog jarenlang noten verzamelen. Hazelnoten, walnoten. Ze zullen goeie gesprekken voeren tijdens het wieden en elkaar helpen bij het uitgraven van de woekerbraam die geen vruchten geeft. Ze zullen de essen en esdoorns ertussenuit halen en gebruiken als brandhout. Misschien is dit bosje wel een begin van een groter bos. Het zien en beleven ervan verandert iets in het denken van de mensen, heel langzaam maar zeker. Dat krijg ik met teksten niet voor elkaar.

De Friezen hier moeten wennen aan bomen. Het kan nog heel lang duren voor het bos groter zal groeien. Misschien wel vijftig jaar. Dan ben ik er niet meer bij. Maar ik heb wel een aanzet gegeven en meegewerkt en het verhaal gaat door. Bomen doen misschien wel meer dan woorden. Laten we goed voor ze zijn. Bescherm ze, verzorg ze, help ze groeien. Laat hun verhalen leven.

.

De kentering van licht naar donker

Elk jaar, als de maand september komt, heb ik een sombere avond. Eentje maar, en dan is het weer voorbij.

.

Auteursrechten Alowieke van Beusekom

Dit keer is er alleen geschreven tekst.

.

Het is niet vaak dat ik sombere gedachten heb. Het is maar één enkele avond en bijna altijd tegen de herfst, als de eerste bladeren vallen en de dagen korter worden. Het is wanneer ik al een hele zomer tuinonderhoud heb gepleegd en er nog steeds veel werk moet worden gedaan. En dan ook nog al die demonstraties waar we voor worden opgeroepen, tegen volkerenmoord, tegen boringen van Shell op de Waddenzee, en tegen het handelsverdrag Mercosur… Ik voel me verantwoordelijk. Maar in beweging komen gaat nu stroever. De vroege ochtend heeft de betovering van de lente verloren, en de vogels fluiten niet meer. De broedvogels vertrekken, de wintergasten zijn nog niet gearriveerd.  De magische herfstssluiers zijn er nog niet. En de bessen, pruimpjes en frambozen zijn allemaal geplukt, terwijl de appels nog niet rijp zijn. Donkere gedachten drijven als wolken mijn kop binnen. Iemand zegt dat de aarde ons er straks allemaal af-flikkert en dan zelf verder gaat. Ik denk daaraan als ik die avond in bed lig. Soms kan ik daar dankbaar voor zijn, dat alles uiteindelijk wel goed komt met onze planeet. Maar nu niet. Ja, we maken er een puinhoop van. En wat kan ik nou doen in mijn uppie, al leef ik nog zo eenvoudig en zorg ik goed voor mijn bomen. Misschien kan ik net zo goed ophouden met bestaan, als het dan toch die kant op gaat met ons. Gelukkig redt de slaap me uit mijn somberheid. Het universum van de droom brengt me zoals altijd tot mezelf. De herfst is in aantocht. Het is de herfst, de lucht vol schimmels en verrotting.

In huis is het ’s ochtends koud. Zoals gewoonlijk doe ik mijn oefeningen en maak ontbijt. Maar na de verwarmende pap weegt die sombere avond nog steeds in mijn ledematen en ik duik opnieuw onder de wol. Tot een uur of tien, half elf, dan komt de zon over de bomen heen en maakt de wereld lichter. Net als de natuur keer ik langzaam naar binnen, voel de stralen van de nazomerzon en doe wat nog gedaan moeten worden. Het maaien van het lange gras, distels trekken, riet weghalen. Overwoekerde paden maak ik zichtbaar aan het einde van het land. Zo kunnen we bewonderen wat er dit jaar is gaan groeien. Ik ontdek de zaailing van een lijsterbes met bessen er al aan. Sommige struiken hebben al gele bladeren. De overgang is duidelijk. Die ene avond gebeurt het. Als een zonnebloem die haar zwaar geworden kop omlaag knikt, voor ze haar zaad weggeeft. Als de kentering tussen vloed en eb, tussen de zonnetijd en de donkere dagen. Het is de wet van al wat leeft, waar ik nog altijd deel van uitmaak.

Grote strandschoonmaak op Schier

Stichting De Noordzee organiseerde een reeks schoonmaakacties en dit keer ging ik mee. Met een grote groep struinden we het verlaten strand af, in weer en wind.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Op de boot naar Schiermonnikoog wacht ik op vertrek. Links is water en lucht, rechts loopt de dijk. De zee en de wolken zijn altijd anders. Het is de speling van het licht, die de kleur van het water verandert. Het is de zon die glinsterende rimpels maakt in het oppervlak. De luchten zijn weids en indrukwekkend, het water is groenblauw. Er drijft een dikke wolk voor de zon en eensklaps is de glinstering weg, blauw wordt geelgroen. Meeuwen scheren en schreeuwen over het water. In de verte langs de oever duikt een aalscholver onder, op jacht naar vis.

Maar het gaat slecht met de vis en de zee. Grote vissen zijn verdwenen en kleintjes zijn er ook steeds minder. Er wordt overal ter wereld gevist, bijna geen plek wordt met rust gelaten. Overmaat schaadt en doet veel kwaad. Slordigheid en nonchalance ook. Zeehonden worden gevonden met hun kop verstrikt in netten, zeevogels met doppen in hun maag. Ronddrijvende zooi doet het zeeleven geen goed. Zeventig jaar geleden was het nog heel anders. Eigenlijk is dat best kort geleden. Maar nu is het zo, en dan kan je er maar beter het beste van maken, vind ik. Daarom gaf ik me op voor de grote schoonmaak op Schiermonnikoog.

Stichting De Noordzee organiseert het nu twaalf jaar: De Beach Clean Ups tour. De groep verzamelt zich op een terras bovenop de duin en na de thee gaan we los. Het is heerlijk om met gelijkgezinden het strand af te struinen als een troep strandvogels. Trots steekt iemand een groot stuk touw in de lucht of een deel van een net. Reuze interessant is het, om aan kleine draadjes te trekken die uit een bult steken. Onder het zand blijkt dan een hele kluwen verborgen te zijn, als je het treft. Ik schep er een kinderlijk genoegen in.
Tussen de bedrijven door leren we ook nog wat. Al een paar keer heb ik wat groen, uit elkaar gevallen plastic opgeraapt. En nu een hele bos. Wat een hoop, denk ik, en wil het in de plastic zak stoppen. Maar dan komt er een jonge vrouw aan. Ze stelt zich voor als Nina. “Dat is geen plastic” zegt ze. “Het is zeesla!” Oude zeesla wordt transparant, vertelt ze. Je kunt het duidelijk herkennen. Er zitten groene stukjes aan en er zitten gaatjes in. Het scheurt makkelijker uit elkaar. Plastic voelt ook stugger aan. Nina is mariene ecoloog en ze vertelt ons veel.
We lopen verder, vinden een bezem, een pen, stukken van een groene eierdoos en een heleboel gestolde paraffine. Paraffine wordt vervoerd als droge of natte bulk over zee. Na het lossen van een lading paraffine in de haven, blijven er altijd restjes achter in de opslagtanks van het schip. De opslagtanks worden daar schoongemaakt voor het laden van de volgende vracht. Voor het gemak worden de resten paraffine soms rechtstreeks van schepen geloosd in zee, en niet afgeleverd in de haven. Dat is niet alleen vervuilend, het zou anders mooi gerecycled kunnen worden of verbrand, waarbij bruikbare energie vrijkomt. Zonde dus.

Soms ligt het in dunne plakjes op het zand, dan weer in klonten met veel merkwaardige uitstulpingen. Er zijn jutters die zich daar speciaal op richten. Ik niet. Ik kijk naar andere dingen. Zo heeft iedereen een andere focus. Eigenlijk moeten we op peuken letten, maar die zijn hier niet op dit afgelegen stuk strand. Turend struinen we verder, Dan heb ik weer iets raadselachtigs beet, wat ik vaker heb gezien. Een plak, zanderig van buiten, zwart van binnen. Ik voel eraan. Ik denk dat het zwarte binnenste van klei is, zo stijf is het. De mariene-ecoloog komt weer naast me lopen. “Dat is zwarte zeeklei” zegt ze. “Er zit veel organisch materiaal in. Vroeger was de Waddenzee moerasland, en ook delen van de Noordzee. Je kan hier ook stukken losgeraakt veen vinden. Of hele oude botten van landdieren die hier toen leefden.” Terwijl ze het zegt, herinner ik het me het verhaal, dat ik daarover las. Doggerland! Als het op aarde kouder werd groeiden de ijskappen op de Noordpool en stond de Noordzee droog. Dat gebeurde meerdere malen. Er zijn resten van nederzettingen gevonden van wel een miljoen jaar oud. Er leefden hier mensen in de toendra’s, lang geleden. Er was water in de rivieren die er doorheen stroomden. Als de wind uit het noorden kwam, dan waaide het fijne witte zand vanuit Scandinavië helemaal naar hier. Schiermonnikoog bestaat dus uit zand van Scandinavië. Het is een mooi strand waar we lopen, veel witter dan aan de westkust. Je ziet hoe makkelijk het wegwaait, dat fijne zand in de wind, vlak over de grond, als een rivier gaat het. Of als sluierwolken in een film, die je versneld afspeelt. In de ijstijd was de hele vlakte één grote zanderige wind. Ik staar naar de horizon en stel het me voor.

.

.


Verschillende ijstijden volgden elkaar op. Ook met de laatste ijstijd kon je hier zo naar Engeland lopen. Toen het water weer steeg kwamen de moerassen met al hun plantengroei. Het werd steeds warmer en het water steeg verder. Engeland kwam los van het vasteland en de Noordzee kreeg steeds meer de vorm die ze nu heeft. Maar de zwarte zeeklei bleef,  als stille vertegenwoordiger van oude tijden. Het ligt als daar als deel van de bodem en bij graafwerkzaamheden komen er stukken los. Die zwarte plak is dus niet zomaar rotzooi, het vertelt een verhaal van duizenden jaren geleden! Het blijft indrukwekkend. Daarom houd ik van de aarde, om al die verhalen die ze met zich mee draagt. Daarom is dit zo leuk.

We lopen een fiks eind en hoewel het steeds vrij zonnig was, dreigt er nu een donkere regenwolk. Vanuit het niets steekt een koude rukwind op. Niemand maalt er om. Bewonderend kijken we naar de ruige zee en laat de wind maar waaien. De lunch eten we op achter de trekker. De kar erachter begint al aardig vol te raken. De laatste jutter arriveert en gooit er een groot stuk plastic in. In de luwte van de trekker eten we ons brood, iedereen op zijn kont in het zand. Dan struinen we weer het hele eind terug. Niemand haakt af, en wanneer de tocht is afgerond stralen we met rode blossen op de wangen. Er zijn er veel die elk jaar terugkomen. Ik geloof dat ik dat ook maar doe.

.

Klik hier om te luisteren naar het verhaal.

.

.

Alles wat er is, is mij dierbaar

.

.

Soms zijn er van die nachten. Je bent klaarwakker en vraagt je af wat je doet, hier in je nest. Zo verging het mij vannacht in mijn hangmat en ik draaide me keer op keer om tot alle dekens en schapevachten in hobbels en bobbels door elkaar lagen. Ik legde alles weer recht. Uiteindelijk vond ik rust en sliep ik in.

De volgende ochtend hoor ik mussen tjilpen. Is het al zo laat? Voedertijd! De klok wijst kwart over acht. Ik heb een gat in de dag geslapen. Ik laat me zakken uit de hangmat, nog wat wankel op mijn benen van de slaap. Dan klauter ik het bordes af om de vogels te voeren op de hoge voedertafel en hun water te verversen. Zelfs slaapwandelend kan ik dit nog doen, zo hoort het bij mijn dagelijkse routine. Ik ben toch nog helemaal niet wakker. Wazig loop ik naar de kas en ga stil op een van de twee luie stoelen zitten. Ik kijk naar de wereld buiten de deur. Het is alsof er over de bomen en het gras een sluier ligt. Het is er en toch ook weer niet, want ik ben er nog niet. Ik ben er wel, maar het zit nog binnenin. Daar voel ik het heel duidelijk, als een warme tevreden gloed in mijn borst. Ik doe mijn ogen niet dicht. Vanuit mijn ochtendsluier zie ik iets bewegen. Het is de winterkoning. Hij hipt de drempel over en zoekt tussen de potten en planten naar beestjes. Dat heeft hij duidelijk eerder gedaan. Wat een zorgvuldigheid! Hij kijkt alles wel twee keer na. Dan vindt hij de weg weer naar buiten, alles zonder mij te hebben opgemerkt.

Ik wil ook naar buiten. Op blote voeten loop ik naar het Verhalenpad. Daar aangekomen zie ik dat het pad zich nu definitief heeft verlegd. Van de week kon je er nog wel een beetje door, tussen de kattenstaarten. Maar vandaag heeft de paarsbloeiende weelde alles in beslag genomen. Ik knip het zijpad vrij, zodat er zich een nieuwe route vormt. Die loopt omhoog, de bult op, langs de berken, de jonge wilgenstruiken en de kruisbes. Ik heb een kommetje meegenomen voor het ontbijt om ze te plukken. Er zijn veel bessen naast gevallen en een kleine wesp gaat er verkennend overheen. Ik pluk tot er geen eentje meer aan zit. Dan richt ik me op en kijk vanaf mijn koninklijke plekje over het ontwakende veld. Nog steeds dromerig, maar toch zie ik alles wat beweegt. Een kiekendief komt langs zweven. En ik ben hier en kijk. Alles wat er is, is mij dierbaar.

Soms zijn er van die nachten. Je bent klaarwakker en vraagt je af wat je doet, hier in je nest. Zo verging het mij vannacht in mijn hangmat en ik draaide me keer op keer om tot alle dekens en schapenvachten in hobbels en bobbels door elkaar lagen. Ik legde het weer recht, vond eindelijk vond ik rust en sliep in.

De volgende ochtend hoor ik mussen tjilpen. Is het al zo laat? Voedertijd! De klok wijst kwart over acht. Ik heb een gat in de dag geslapen. Ik laat me zakken uit de hangmat, nog wat wankel op mijn benen van de slaap. Dan klauter ik het bordes af om de vogels te voeren op de hoge voedertafel en hun water te verversen. Zelfs slaapwandelend kan ik dit nog doen, zo hoort het bij mijn dagelijkse routine. Ik ben toch nog helemaal niet wakker. Wazig loop ik naar de kas en ga stil op een van de twee luie stoelen zitten. Ik kijk naar de wereld buiten de deur. Het is alsof er over de bomen en het gras een slaperige sluier ligt. Het is er en toch ook weer niet, want ik ben er nog niet. Ik ben er wel, maar het zit nog binnenin. Daar voel ik het heel duidelijk, mezelf als een warme tevreden gloed in mijn borst. Ik doe mijn ogen niet dicht. Vanuit mijn ochtendsluier zie ik iets bewegen. Het is de winterkoning. Hij hipt de drempel over en zoekt tussen de potten en planten naar beestjes. Dat heeft hij duidelijk eerder gedaan. Wat een zorgvuldigheid! Hij kijkt alles wel twee keer na. Dan vindt hij de weg weer naar buiten, zonder mij te hebben opgemerkt.

Ik wil ook naar buiten. Op blote voeten loop ik naar het Verhalenpad. Daar aangekomen zie ik dat het pad zich nu definitief heeft verlegd. Van de week kon je er nog wel een beetje door, tussen de kattenstaarten. Maar vandaag heeft de paarsbloeiende weelde alles in beslag genomen. Ik knip het zijpad vrij, zodat er zich een nieuwe route vormt. Die loopt omhoog, de bult op, langs de berken, de jonge wilgenstruiken en de kruisbes. Ik heb een kommetje meegenomen voor het ontbijt om ze te plukken. Er zijn veel bessen naast gevallen en een kleine wesp gaat er verkennend overheen. Ik pluk tot er geen eentje meer aan zit. Dan richt ik me op en kijk vanaf mijn koninklijke plekje over het ontwakende veld. Nog steeds dromerig, maar toch zie ik alles wat beweegt. Een kiekendief komt langs zweven. En ik ben hier en kijk. Alles wat er is, is mij dierbaar.

.

Een diepreinigende kringloop

Hoopvolle gedachten over water op planeet Aarde, naar aanleiding van nieuwste wetenschappelijke inzichten. (2014)

Werk van Alowieke

.

Vandaag geen luisterversie.

.

Er was een dag dat mijn ogen wijd opengingen. Dat was toen ik leerde over de planeet waarop wij wonen. Mijn aardrijkskundeleraar was blij verrast met mijn fascinatie voor fysische geografie. “Daar moet je fantasie voor hebben”  zei hij. “Om het voor je te zien.” Later ben ik wel eens uitgelachen om mijn grote fantasie, maar ik denk dat het een zegen is, die hoop en uitzicht kan bieden. Zeker wanneer je het kan gronden.

Dit is een verrassend verhaal dat diep en ver gaat. Hoe gaat het verder met de aarde? Dat vraag ik mij soms af, wanneer  ik alleen ben. Vooral het water.  Er zitten stoffen in die daar niet horen,  stoffen die nooit verdwijnen, zeggen ze. Nooit? Hoe lang is nooit? Een nieuw wetenschappelijk inzicht  bracht me  op een hoopgevende gedachte:.

Ik lees dat er zich 600 km onder de aarde  zeer waarschijnlijk  een Oceaan van water bevindt. Het kristal ringwoodiet, gevonden in Brazilië,  is vanuit vulkanisch gebied omhooggekomen en gevonden in een diamant. Het kristal is prachtig blauw, bindt zuurstof en waterstofmoleculen in grote mate. Het is daar diep in de aarde actief. Het  water wordt vervolgens van diep weg omhooggepompt en zo is het dan gekomen, volgens dit nieuwe inzicht. . Daardoor wonen wij op een zo bijzondere  blauwe planeet.

De kringloop van water zou in dat geval veel dieper gaan en veel langer duren dan we dachten. Dat moeten wel miljarden jaren zijn. Op die manier zouden dus ook de vervuilingen van onze tijd langzaam maar zeker diep in het binnenste van de aarde kunnen verdwijnen.   Ringwoodiet bindt geen chemicaliën.  Pfas en pesticiden zouden daar dan achterblijven. Opvallend genoeg is het feit dat het enige Pfassvrije bronwater wat te koop is, afkomstig is van een vulkaan op Hawai. Als je ergens mee bezig bent lijken zulke feiten naar je toe te stromen als een rivier.

Kristallen diep in de aarde. Wat is dat voor indrukwekkende kringloop?

.

https://www.zmescience.com/science/news-science/earth-water-mantle-ringwoodite-13012014/

.

.

De wortels zijn de ziel

Er zijn vluchtige verhalen bovengronds, van wat mensen denken te zien. En er er is het verhaal ondergronds: het gemeenschappelijke verhaal dat doorgaat en waarin elk mens een specifieke eigen bijdrage doet. Soms weet je daarvan, soms weinig en vaak ook helemaal niets.

.

Het laatste schilderij van van Gogh was een bodem met boomwortels, gemaakt langs een weg bij Auvers-sur-Oise bij Parijs. (Info: https://www.goedbodembeheer.nl)

Het is markt. Op het bankje bij de loempiaman zit Sietske. Ze wenkt me. “Kom je ook een loempia eten? Ze zijn zo lekker!” Ik antwoord dat ik dat soort dingen niet meer doe. Ik wil nog lang met mijn spaargeld doen en ook nog bomen kunnen planten en Treesistance blijven steunen. “Dan betaal ik het.” Daar zeg ik geen nee tegen en ik ga naast haar zitten. We hebben elkaar vaak kort gesproken maar nog nooit echt uitgebreid. “Hoe is het?” vraagt ze “Ik dacht dat je weer verder zou trekken met je wagen.”

Ik woon hier nu vier en een half jaar in Friesland, bij Leeuwarden. Beeldvorming gaat snel, het veranderen ervan veel langzamer. Het kan wel tien jaar duren of veel langer nog, weet ik uit eerdere ervaringen. “Ik wilde van begin af aan al blijven”. Ze knikt, wil verder vragen, maar we zijn afgeleid. Voor ons speelt een Iers bandje. We klappen mee met het ritme tot er een rustiger nummer volgt. Ik kijk naar de menigte mensen en de bomen die hier pas zijn geplant op het plein bij de Waag. Het doet me denken aan de bomen thuis bij de boerderij. Veel van wat ik heb geplant begint al groot te worden. Vier jaar geleden de eersten en elk jaar plant ik verder. Maar weinigen weten ervan. Maar wat vier jaar geleden in de krant stond weten ze nog wel: er is hier in Friesland een vrouw die een nomadisch leven zou leiden. Ik noemde mezelf een gewortelde nomade. Het woord “nomade” blijft hangen. Daar hebben mensen een beeld bij. Er zijn veel nomaden, met busjes en laptops. Maar dat “gewortelde” dat snappen mensen niet. Terwijl het daar juist om gaat. Sietske wil nu echt weten hoe het met me is. Het antwoord blijft uit, want het feest begint weer. De muziek wordt wilder, Sietske en ik klappen en lachen. Ik heb mijn loempia nog niet gehad, de baas is eerst maar andere klanten aan het helpen. Tot de band ophoudt met spelen. Ik kijk hoe de vier muzikanten om de hoek verdwijnen. Ik eet mijn loempia, Sietske de hare. Ze vertelt me over haar leven nu, we praten over mensen die we beiden kennen en het goede wat ze doen. Dan vraagt ze opnieuw naar wat ik nou eigenlijk doe. Net als ik uitgebreid wil antwoorden komt er iemand aan die haar nodig heeft. Ze excuseert zich en we nemen afscheid. Terwijl ik nog even blijf zitten, denk ik eraan hoe lang het duurt voor een nieuw verhaal geland is. Er gaan jaren overheen voor wat je vertelt is ingedaald. En ondertussen blijf ik planten, ver weg tussen de weiden, waar ik maandenlang niemand zie. Ik denk aan de bomen en het land, ze roepen me.

Het planten van bomen gebeurt in stilte. Terwijl iedereen wat anders aan het doen is plant ik door. De natuur is onze basis. Het is niet alleen dat ik houd van wat ik doe, ik zie het ook als verantwoordelijkheid. Eenvoudig leven hoort daar voor mij onlosmakelijk bij. Trekken met de wagen doe ik niet. Wortelen, daar gaat het nu om. Dat we dit weer leren in een mensenwereld die steeds verder ontworteld raakt.
Geplante bomen en struiken groeien. Soms is er wat mis, dan help ik ze. Met hen heb ik een band die echt is. Ze zeggen niks, ze zijn er. Ze maken me stil, zodat ik alleen nog maar oor en oog ben. Ze komen met verrassingen, dingen die ik zelf nooit bedacht heb. Zonder bijgedachten knip ik het riet, geef het leverkruid en de perenboom de ruimte. Ik wied tussen de aardappels, knip het maaisel tot losse mulch. Ik zorg ervoor. De bomen groeien dicht en sterk. De vogels komen terug en ik kom steeds weer terug. En mocht ik er ooit niet meer zijn, dan groeit alles door op geheel eigen wijze. Voor ik ooit mijn laatste adem uitblaas zal ik kijken naar mijn eeltige vingers en dan weet ik: Ik maak voor altijd deel uit van dit verhaal, een verhaal dat niet alleen van mij is. Wortels groeien opnieuw uit. Maar wat erboven groeit gaat elk jaar dood. Wortels zijn de ziel. Wat echt van belang is vindt zijn weg wel. Het gaat door, in zoekende wortels die elkaar vinden in het ondergrondse web. Het komt via mij en anderen. In welke vorm ook, het gaat door en zo wordt het hele netwerk gevoed.

Ik neem de laatste hap van mijn loempia. Sietske verdwijnt tussen de mensenmenigte.

.

Elke wortel is anders.

‘Onder de grond zijn er veel meer voedingsstoffen dan boven de grond. Voedingstoffen die bovendien in verschillende vorm voorkomen. Voor een mobiel element als stikstof is een heel andere wortel nodig dan een immobiel element als fosfaat.’ ‘Daarnaast hebben mycorrhiza-schimmels een grote invloed op het wortelstelsel’, vervolgt ze. ‘Eigenlijk kun je niet spreken van een losse wortel; schimmel en wortel(s) vormen een systeem. (Monique Weemstra, WUR)

.

Weet je al van mijn nieuwe boek: “De heilige traagheid der dingen? Ik was genoodzaakt een nieuwe uitgever te zoeken, de oude moest inkrimpen. Maar iedere keer dat iemand interesse toont krijg ik weer moed! Elke inschrijving is welkom.

De spotvogel zingt van Afrika

Terwijl ik muntwater drink naast een theatergezelschap, kijken we naar het Verhalenpad in de verte. We horen de spotvogel. Voor de tweede zomer is de zeldzame vogel hier en zingt liedjes uit Afrika.

Hier meer info over de vogel. https://stats.sovon.nl/stats/soort/12590

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Tegenover alle droevenis van deze tijd, staat het groeizame wat zich vlak naast ons bevindt. Dat is de tegenhanger, waardoor we in balans en gezond blijven. Je moet rustig zijn om erop te kunnen letten, anders gaat het aan je voorbij. Ik neem er graag de tijd voor. Tussen de bedrijvigheden door sta ik stil en luister. Af en toe hoor ik bijzondere geluiden. Zo is er sinds vorig jaar een spotvogel neergestreken op het Verhalenpad. Hij is hier voor de tweede keer om maandenlang te zingen. De spotvogel neemt letterlijk verhalen met zich mee. Hij imiteert alles wat hij hoort, of het nou vogels zijn of het geluid van een telefoon.

Nu sta ik op een avond naast een roze caravan muntwater te drinken uit een kartonnen bekertje. Er zijn meer mensen. Er is theater op de camping en iedereen zit op klap- en strandstoelen te wachten tot het begint. In de verte ligt het begin van het Verhalenpad. “Daar heb ik zeshonderd bomen en struiken geplant,” vertel ik “En verderop nog tweehonderd”. Nu ik de gelegenheid krijg zal ik erover vertellen ook. “Er zijn steeds meer vogels en vlinders die er terugkeren,” ga ik verder. Een van de vrouwen lijkt niet te luisteren, ze kijkt geconcentreerd voor zich uit. “Wat hoor ik toch voor vogel?” vraagt ze dan. Ik lach, blij dat ik het haar kan vertellen. “Het is de spotvogel.” Ze juicht opgetogen. “Eindelijk hoor ik hem een keer. Dat wil ik al zo lang!”
De spotvogel hier te hebben, dat is geweldig. Hij neemt verhalen mee uit Afrika, landen als Congo, ten zuiden van de evenaar. Elke dag heeft hij een ander repertoire, vaak is dat Europees, met merel- mees- en winterkoninggeluiden ertussen, maar nu is hij met zijn liedje weer helemaal terug in Afrika. Zijn ritmes doen denken aan de muziek van de Batwa, ofwel de pygmeeën. Ze zingen nog steeds, maar of het nog altijd dezelfde liederen zijn weet ik niet. Er is veel gebeurd, en hun verhalen zijn veranderd. Ik zie ze voor me, de kleine donkere mensen, een zachtaardig volk en eeuwenlang thuis in de wouden van Congo. Dat ze daar zijn verdreven, daar hebben ze zich nooit bij neergelegd. Ze willen maar een ding: Terug naar hun voorouderlijk land. In 2024 heeft het Afrikaans Hof voor de Rechten van de Mens en Volkeren die beslissing genomen. Hun uitzetting is veroordeeld, als schending van mensenrechten. Maar daarmee is het nog niet geregeld met hun terugkeer. Het is alleen een aanbeveling voor de autoriteiten, geen verplichting. Hun strijd gaat door.

En hier staan wij, te luisteren naar het vogeltje dat zijn lied zingt en hun verhaal vertelt, aan het begin van het Verhalenpad. Meer mensen hebben het opgemerkt. Ik ben vereerd dat de spotvogel hier nu is. Ik hoef niet op reis te gaan. Hij brengt de wereld bij mij thuis.

.

.

Het filmpje duurt vijf minuten. We lopen eerst naar het pas aangeplante stuk waar een puttertje keihard zit te zingen en gelijk daarna zie je het Verhalenpad. Voor het eerst laat ik het hele bosje zien van afstand. Het is enorm gegroeid, als je bedenkt dat het grootste gedeelte nog maar drie en een half jaar oud is. Liggend op de rug, tussen het riet en de berkebomen luisteren we naar de spotvogel.

Genezing voor de ontheemden

Een verhaal voor Wereldvluchtelingendag

Tekening van 2016

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het land ligt in afwachting van een nieuwe dag. De puttertjes vliegen over de hoge wilgen naar het lange gras. De spotvogel fluit alle riedels die hij in zijn repetoire heeft. De winterkoning laat merken dat hij er is. Pas geplante bomen groeien weinig door de droogte, maar zullen het overleven. Een vroege kijker loopt langs, blote voeten op het gras. De dauw bedekt hoopvol de droge grond. Alles in de vroege ochtend ademt levenslust. De enkeling kan ontmoedigd naar bed gaan, ziek worden of sterven door barre omstandigheden, maar het leven als magisch geheel hervat zich telkens weer. De ochtend is het mooiste moment om dat te zien. Die kracht is wonderlijk. Waar komt het vandaan?

Je kan moedeloos in slaap vallen, onverschillig voor de wereld. De nacht brengt genezing, het universum brengt nieuwe energie, als een eindeloze bron. Maar voor velen is de nacht nooit meer stil, en is genezing ver weg. Wakker worden met een lichaam dat warm en ontspannen is, blote voeten op het bedauwde gras, alles was er, ooit in een leven dat is weggevaagd. Het zijn de ontheemden, verjaagd van hun voorouderlijk land. Kinderen met grijze haren staren in de verte naar een vader die niet meer terugkomt. De appelbomen waar ze samen mandenvol appels plukten zijn verdwenen. Bommen blijven vallen in slapeloze nachten. Het lichaam van de jongen staat strak van spanning, zo vervuld is hij met woede om de vernedering. Er zijn gloeiende ogen, hij wil rechtvaardigheid en vechten. Geweld schept een vicieuze cirkel die leidt tot almaar meer geweld. Kapotte landschappen, ontdaan van hun liefdevolle zorg, van de mensen die bij deze aarde, hun land hoorden. Kan dit ooit weer goed komen? Misschien. De band die verbroken is kan worden geheeld, als er tijd is en rust. Als er aandacht is voor genezing.

Op 20 juni, Wereldvluchtelingendag, staan we daarbij stil. Het zou veel langer moeten zijn dan een dag. Het zou regel moeten zijn. In plaats van steeds meer geld uit te geven aan defensie, zouden we moeten denken aan de vluchtelingen, hoe we hen kunnen helpen met genezen. Als het met hen goed gaat, dan gaat het met de hele wereld goed. Als de zwaksten gelukkig zijn, is de hele samenleving gelukkig. Dit vraagt alle aandacht. Sommige mensen hebben er hun werk van gemaakt, zoals Milou, Ana en Luna in Nederland en Jonathan Ngangura in Oeganda. Het helpen van vluchtelingen, mensen met trauma’s. Schilderen, kunst, samen werken in de natuur, het maken van tuinen, gemeenschapsvorming. Haal mensen uit hun eenzaamheid, de herinneringen die in hun lijf zijn gaan zitten. Neem ze op in het grote geheel. Appels plukken in de boomgaard, samen taart maken en glimlachen naar de kuikens. Wat weg is komt niet meer terug. Er zijn gaten gevallen die gevoelloos maken. Maar verdoofde harten kun je verlichten. Een glinstering van hoopvolle dauw teruggeven. Blote voeten in het gras, handen weer laten voelen. Daaraan werken met zijn allen, dat is het enige wat echt telt. De aarde weer een paradijs te maken. Het gaat immers niet om ons. Hoe we hier leven, met elkaar. Als iedereen gelukkig is, zijn we het zelf ook.

.

Opgeschrikt in een verhaal

Luisterend naar de stem van een stervende rivier

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.



Het is zes uur in de ochtend. Om een of andere reden ben ik wakker geworden en de regen tikt op het dak. Rustige grote druppels zijn het, de wind is kennelijk gaan liggen. Ik stel me voor hoe de insecten en vlinders beschutting zoeken onder grote bladeren. Veel van die planten heb ik zelf gezaaid of uitgezet en ze breiden zich snel uit. In de tuinradijs, onder de moerasandoorn, overal schuilen libellen en vlinders. Het land, de dieren en ik, alles hoort bij elkaar.

Ik luister naar de regen maar val niet opnieuw in slaap. Wacht, ik kan het luisterboek aanzetten, dat ik gisteren geleend heb bij de online bibliotheek.

“Ik ben een berg die op me wacht” heet het. Een fascinerende titel. Nu zijn hier geen bergen. Hier in Fryslân is water. Ook de Swette, het water wat hier al eeuwen loopt, hoort daarbij. Fryslân zonder glinsterende vaarten en meren, dat kun je je toch niet voorstellen? Ik had er zelf nog niet aan gedacht, om de Swette een stem te geven in een verhaal. De schrijfster van dit boek heeft dat wel gedaan. Het is de rivier die spreekt over alles wat hij ziet. Een nomadenvolk leeft al eeuwenlang samen met de stroom. Er is een vrouw, heerlijk als de zon, die haar handen onder zijn huid dompelt. De rivier is verliefd op haar. Er is een zanger die zingt over de rivier en de bergen. En er is ook een jongen die alleen maar dode vissen verzamelt. Stil lig ik te luisteren. Het verhaal kabbelt rustig voort, net als de regen op het dak. Langzaamaan dommel ik weg. Plots word ik wakker. De stem is opeens scherp geworden. “Waarom verzamel je dode vissen?” vraagt iemand. De jongen antwoord: “Ik luister naar hun verhaal. De dode vissen hebben iets te vertellen. Ze zijn bang voor de toekomst. We zien het toch. Het ijs op de berg smelt. Er is steeds minder water.” De rivier hoort het, maar kan het zich niet voorstellen dat dit kan. Het land als een dor gerimpeld vel, zonder hem als stroom en bron van leven. Zonder rivier is er niets meer. Zonder de rivier geen vissen, geen nomadenvolk dat met hem samenleeft.

Ik ben in een keer wakker. Ik had het boek niet eens zo bewust gekozen. Maar dit! De dreiging uit dit verhaal is onlangs werkelijkheid geworden. Gisteren nog plaatste ik het bericht op Linkedin: De gletsjer in Nepal is gestorven. Hoe dramatisch dit ook is, er werd geen enkele aandacht aan gegeven. Natuurlijk hebben we verschrikkelijk veel aan ons hoofd. Maar toch is het raar. Stel je voor dat er geen water meer in de Swette was, of dat de Rijn bijna niet meer stroomde, of dat het IJsselmeer droog stond! Dan piepten we wel anders. In dit verhaal is het of de ziel van het landschap zijn stem laat horen. En wat daar gebeurt, is nog maar het begin. Als de gletsjer sterft sterft de rivier en zonder water is er geen leven.

Nu ik dit gehoord heb, denk ik niet dat ik nog in slaap ga vallen, bij het luisteren naar dit boek. Ik wil horen wat de schrijfster, Sholeh Rezazadeh, mij te vertellen heeft. Het is een noodkreet. Een verhaal van ons allemaal.

“Ik ben een berg die op me wacht.“ Zo heet het. Morgen luister ik verder. En dan met volle aandacht.

Hoe gaat het verder? Ik wist het nog niet. Maar dit is de tekst bij Ambos uitgevers.

De veertigjarige Alma die woont in een woonboot op de Amstel, een rimpelloze rivier. Ze heeft een drukke baan. Op een dag neemt ze een radicaal besluit: ze reist in haar eentje naar Iran. Daar sluit ze zich aan bij een nomadenvolk. Saray hoedt schapen en melkt geiten. Ze is verliefd op een jongen van een andere nomadenfamilie en ontmoet hem in het geheim aan de oever van de Aras, de bruisende rivier die door het ruige berglandschap dendert.

Lukt het Alma om haar jachtige bestaan achter zich te laten? De nomaden leven bij de dag en eten wat de seizoenen te bieden hebben. In plaats van constant op hun iPhone te turen zijn ze verbonden met elkaar. Maar ze worden in hun voortbestaan bedreigd. Door de klimaatverandering wordt het steeds droger, Aras buldert minder en steeds meer jonge nomaden willen in de stad leven.

(Noot van mij: Is er in de stad nog wel water dan? Als er geen rivier meer is? Dit vraagt om een vervolg.)

‘Met de natuur als een echt personage en de mens als onvolmaakt wezen op zoek naar liefde en verbinding, droom je weg bij elke zin die je leest.’- JAN

.