Lente

Zaad te geef
Gedicht: Klein en dapper Hoefblad
..

zaad te geef

Voor wie wil: Ik heb zaad te geef uit Roemenië en ook van Brabantse zandgronden. Wil je er wat van, stuur me dan een enveloppe met je adres en postzegels erop, en de bestelling er in. Zolang de voorraad strekt. Straks, als het zaad opgekomen is, wil ik graag verhalen horen. In welke bodem kwam het terecht en wat is er opgekomen? Ik ben benieuwd! Onder het gedicht kan je lezen wat ik allemaal heb.

Je kan het opsturen naar:
Minicamping de Ontginner
tav. Alowieke
Oirschotsedijk 4
5089 NA Haghorst

.
..
…
….
Klein Hoefblad

Klein hoefblad in de ochtendstond
Stralend naast de bessenstruik.
Van ver weg is zij gekomen,
met mij, uit vreemde grond

Elders o zo vaak verwenst
Maar hier is ’t onbekend
Ik kan zeggen “Kijk hoe mooi!”
Een blik die aan verbazing grenst

Niemand kijkt me dan vreemd aan
verwonderd kijkt men mee
naar dat bloempje “Weet-ik-veel”
dat ook nog zou bestaan

Klein Hoefblad, ja ik zoek je
jouw wilde geel daar naast de stoep
als ik het even niet meer heb
Jij, in dat dooie hoekje

@Juffrouw Kolibri
..
.
KLein en dapper hoefblad.
…
..
.

ZAAD UIT ROEMENIË

1 Zandgrondmengsel, lager gelegen gronden

Engelwortel (klein)
Zwarte toorts of koningskaars
Teunisbloem
Wilde peen
Cichorei
Duizendblad
Boerenwormkruid
Knoopkruid
Walstro
Viltige duizendknoop
Knopkruid
Ruige anjer
Leverkruid
Kamille
Wikke
Veldzuring
Vlasleeuwebek

2 Een zelfde zandgrondmengsel, met vooral veel GROTE engelwortel (Zaad als specerij, jonge scheuten in salade, bloemstelen als versiering op kleine hapjes. Bevat veel suiker. Wortel als geneesmiddel.)

3 Zandgrondbermmengsel

Vlasleeuwebek
Kamille
Incarnaatklaver
Duizendblad
Brunel
Koekoeksbloem wit
Verfkamille
Teunisbloem
Zeepkruid

Een beetje:
Kleine wilde tijm
Wilde peen
Boerenwormkruid

4 Leverkruid en verbascum van zandgrond.

ZAAD VAN LEEMGROND (hooilanden)

5 Kleine ratelaar en een paar andere kruiden. Kleine ratelaar is parasiet op gras. Te gebruiken bij arme gronden, in overgang naar bloemenweide.
(van lager gelegen roemeense leemgrond)
6 Mengsel leemgrond (lager gelegen)
Walstro, kleine ratelaar, kleine wilde tijm, knautia, ruige anjer, knoopkruid, borstelkrans
8 Kleine wilde tijm
7 Mengsel leemgrond (hoger gelegen)
Wilde peen, kleine wilde tijm, borstelkrans, zilverdistel


ZADEN VAN BRABANTSE TUINGROND (Zandgrond met uitgerijpte bacteriedominante compostaarde)

1 Bremer scheerkool (Zeldzaam. Zaad van Stichting de Oerakker. Tot twee meter opschietende kool met gele bloemen. Hoeft niet in een keer geoogst. Je kan er steeds blaadjes van blijven plukken. Blijft doorgroeien in zachte winters.)
2 Slangenradijs (Bloemen en blad rauw of in groentemengsel en soepen. Smaak beetje pittig, naar radijs. Blijft doorgroeien in zachte winters)
3 Pastinaak
4 Kervel
5 Goudsbloem (Bloemen lekker als alternatieve soepballetjes en in verzorgende huidolie. Blijft doorbloeien in zachte winters.)
6 Mengsel goudsbloem en boekweit (Makkelijk om mee te beginnen. Boekweit is bijenplant)
7 Olifantboon (Hoog opgroeiende pronkboon met rode bloemen. Zeldzaam. Zaad komt van Stichting de Oerakker.)
8 Oost Indische Kers, laaggroeiende bodembedekker, bont
9 Oost Indische Kers, hoog ( steun nodig)

De nacht dat de uil komt

..

Uil in de nacht

.

Zwetend fiets ik over een zandpad. De zon schijnt en de stoffige kuilen zijn af en toe heel diep. Ik balanceer over profielen van tractorwielen. Aan het einde van het pad is een boerderij. Als ik even opzij kijk, valt mijn oog op iets wat niet lang geleden gebeurd is. Er liggen dikke takken van een boom in het gras. Een tamme kastanje is het. Toen ik hier vorig jaar langskwam, genoot ik nog met volle teugen van zijn schoonheid, de prachtige bolronde bloemenkruin, vol met zoemende bijen. Er rest nu nog maar een mager koppie. De boer komt net teruglopen en luistert naar me.
„ Ach, er komen straks ook wel weer bloemen in”, zegt de boer. „Alleen maar een beetje minder.”
„Toch jammer,” zeg ik.
De boer gaat verder met zijn kippen en ik stap weer op de fiets. Een beetje triest kijk ik naar het asfalt, dat onder mijn wielen doorschiet.

Even later kom ik ons terrein weer op, onder de notenbomen door, langs de kortgeknipte laurierkers en de schuur. Dan geef ik wat kracht bij om verder te kunnen fietsen over het grasveld. Daar is mijn wagen. Ik stap af en zet mijn fiets naast het bordes op de standaard. Op mijn gemak loop ik naar mijn tuin. Dit is toch een goeie plek, bedenk ik me, terwijl ik om me heen kijk. Er is meer begroeing dan elders. Maar er zijn weinig struiken onder de bomen en een kruidlaag ontbreekt. Daarom komen er steeds overal brandnetels op, die de ruimte willen vullen. Plekken, waar geen gazon is.
Bomen worden hier gesnoeid, net als elders. Niet alleen omdat men het netter vind en voor meer zon op het gras. Het is ook omdat de boer kachelhout nodig heeft. Ik zou graag laten zien hoe weinig hout ik nodig heb, voor mijn kleine tegelkachel. Wat zou het fijn zijn als meer mensen in kleinere huizen gingen wonen, met zuinige kachels. Dan komt er weer tijd vrij. Tijd om te genieten. En te kijken naar bomen zoals ze zijn, zonder er iets mee te moeten. Onder de ongeschonden kruin kun je een weelderige begroeiing zien, van bloeiende struiken en kruiden. Helaas, je ziet het hier bijna nergens. Als er bomen staan, dan staan ze vaak dicht op elkaar, want dan groeien ze snel en kan je al gauw uitdunnen. Er is veel productiebos. Soms staat er wat hulst onder, of een heleboel laurierkers. En waar men niet is groeit braam en varen.
Ik loop verder over het grasveld. De drie schapen blaten naar me. In de verte zie ik nog net de toppen van een paar grote zomereiken. Die staan langs het zandpad, dat tussen de uitgestrekte boerenakkers loopt. Eén keer zag ik er een uil, bij schemering. Ik hoorde hem pal boven mijn hoofd en bespeurde zijn silhouet, helemaal boven in. Meestal hoor ik ze alleen van ver, in de herfst. Dan roepen ze naar elkaar. Maar dit keer was het zo dichtbij! Ik kreeg er kippenvel van. Ik glimlach bij de herinnering, en loop verder over het veld, tot ik de eiken langs het zandpad niet meer zie.

Hier op het terrein zijn geen uilen. Een uil zoekt oude volle boomkruinen op en die ontbreken. Kwam hij maar. Muizen genoeg hier. Ik zou het graag eens zien, een uil die een muis verschalkt. Ik kijk over het hek van mijn tuin. Ik vind muizen best grappig, maar ze hebben wel al mijn boontjes opgegeten. Ik zie een heleboel holletjes. Vorig jaar was er geen muis te bekennen, na die lange koude winter.
Hoelang duurt het voor we een uilenboom hebben? Zo’n prachtige oude boom? Een flinke kruin is eerder gesnoeid dan gegroeid. Een kettingzaag is  snel. Het doet me leed.

Ooit is ons land weer vol oude heilige bomen en dieren. Ik kan het voor me zien, in mijn fantasie. Ik zie het elke ochtend, als ik opsta. En al zal ik het zelf niet meer beleven, ik kan wel een beginnetje maken. En dat is al een hele uitdaging.

.

.

.

PS Later heb ik hier toch regelmatig een bosuil gehoord, vanwege de vele muizen dit jaar. Maar hij nestelt ergens anders.

Levensboom

.

Levensboom

Zingen doe ik elke morgen
totdat het hier groeien zal
De boom die voedsel draagt voor al
herstelt wat was verborgen

Een landschap draagt hij in zijn kruin
Met vennen, wulpen en patrijzen
Wat ooit was, zal weer verrijzen
Ons land een bloementuin

Voedselbossen overal
voor mens en dier, er is genoeg
waar de aarde lang om vroeg
In de kiem, het is er al.

Rivieren stromen vol zoet water
Zachte regen drenkt de grond
Laat groeien wat allang bestond
Op dit moment, er is geen later

Blijf hier tot de knoppen springen
hoorde ik iemand zeggen
we gaan de grenzen nu verleggen
wat dood was, zal weer zingen

.

blogtek-wereldboom

.

Ook in de politiek worden grenzen verlegd. Lees het volgende artikel over de unanieme afwijzing van de zadenwet.
http://www.omslag.nl/nieuws/00731.html#.Ux82nJp2lcM.facebook

.

.

Een bijzondere vraag

.

Een bijzondere vraag vandaag

.

Ik zit voor het raam van café de Zwaan in Diessen. Mijn kleine laptop staat opengeklapt op tafel met de kaneelthee ernaast. Op een glanzend schaaltje ligt het koekje en een bruinwit schelpje zeebanket. Ik open mijn mail. Eens kijken wat het brengt vandaag. Er is een bericht voor mij persoonlijk binnengekomen, van iemand die ik niet ken. Ik ben nieuwsgierig.
„Kan ik zaterdag langskomen?” lees ik. Het is een man die zelfvoorzienend wil leven door middel van permacultuur. Hij zoekt een plek. Leuk, zo vaak gebeurt dat niet. Dick en ik vragen ons regelmatig af hoe dat komt. “Kom maar”, schrijf ik gretig, “Ik probeer al langer mensen te trekken zoals jij.”
De man schrijft gelijk terug. Hij komt graag even kijken dit weekend, zegt hij. We zullen zien.

Een dag later. Mijn tafel ligt weer vol met boeken en schrijfsels en de zon schijnt tussen de buien door naar binnen. Buiten zie ik Ton, de beheerder lopen. Ik loop naar de deur om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Ik zie hem komen, met vastbesloten stappen mijn kant op. “Er is iets bijzonders” denk ik, “dat doet hij zelden, me opzoeken in mijn wagen.”
Even later zit hij bij me aan tafel. We praten een tijdje, tot hij me vertelt waarvoor hij komt. “Wat ik je wil vragen,” zegt hij “Wil jij het terrein van me huren?” Ik weet het, hij komt om in het werk. Hij bouwt ook aan zijn herberg in het dorp. Daar is ook zijn huis. Niet te doen, allemaal tegelijk. Zeker niet op den lange duur. En het is jammer, want het terrein ligt er nu nogal verlaten bij. Er zijn genoeg ideeën en maar erg weinig handen. Dat kan vast en zeker anders. Nu vraagt hij me of het me overvalt. Nee, eigenlijk vind ik het geen gekke vraag.

Teksten en tekeningen van allerlei schermbloemigen liggen voor even verlaten op tafel. Ik kijk naar twee ringmussen, die buiten in het gras scharrelen. Gisteren hebben we het er nog eens over gehad. Ik heb besloten dat ik het niet doe. Ik kan geen zakenvrouw zijn en tegelijkertijd kunstenares, landschapswandelaar en leerling plantenkennis. Dat kan ik niet. Ik doe iets vol toewijding, of ik doe het niet. En het zou jammer zijn als er geen verhaaltjes meer kwamen.
We hebben mensen nodig, verschillende talenten, om hier iets op te bouwen. Ik wil graag helpen ze te vinden. In de permacultuur leert men: Voor je ergens begint, ga eerst een jaar alleen maar kijken. Een overdosis aan geestdrift, ongeduld en ook commerciele belangen zorgen ervoor dat die fase veel te vaak wordt overgeslagen. Dat vind ik zonde. En behalve dat, ook het vertrouwen moet groeien voor we met elkaar een plan kunnen maken dat levensvatbaar is. Dus dit is het enige wat ik zeker weet. Hier doen we het wél zo.

Het is niet iets heel nieuws, wat we hier tot stand kunnen brengen. Alles wat er is, dat is er al. De windkeringen, al die fruit- en notenbomen. De mogelijkheid om te kamperen. Een vergunning met agro-toeristische bestemming. Een slapende stichting waar allerlei kleine bedrijfjes in kunnen worden ondergebracht. De basis is al in vele jaren gelegd, dat hoeven we niet meer te doen.
Dit is een plek die aandacht nodig heeft, niet van een enkeling zoals Ton of ik, maar van meerderen. Dit land schreeuwt om meer diversiteit en levendige cultuur. Dit stukje aarde, tussen akkers die al zolang zijn uitgeperst door grootschalige landbouw.
Mijn verhaaltjes gaan door. De waakvlam blijft aan. Als er hier iets moet gaan groeien, dan doen we het met elkaar. Als het zover is, dan maken we een heerlijk speelparadijs vol bedrijvigheid, met voedselbos en alles erop en er aan. Het liefst met mensen uit de buurt.
Gaat het gebeuren? De twee ringmussen vliegen geschrokken op, van iets wat ik niet kan zien. Net zo min als ik weet wat de dag van morgen brengen zal.

.
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

Dit vergeten papiertje vond ik tussen mijn administratie. Leuk dit nu terug te zien, klopt wel aardig, geloof ik.
Vergeten papiertje

Mijn eigen kleine huisje

.

Klein huisje, tiny house, mijn pipowagen

Exclusief bordes,
is mijn huisje twee bij zes.

Zo goed ken ik de kurkvloer
de kachel en de kast
de rijkdom van de eenvoud
mijn plek waar alles past

Mussen kwekken in het gras
en drinken uit de ton
mijn hoofd is fris als lentelucht
zoveel wat ik er won

Wellicht is het meer een jas
waarin ik nu leef
en alles wat er niet in past
dat komt gewoon te geef

Hier waar sterren helder zijn
werk ik gestadig verder
aan wat er is en wat wil zijn
net als een bloemenherder

Het hart blijft zachtjes gloeien
niets wat persée moet
ik laat hier groeien wat er is
Kom, deel mijn overvloed

***
**
*

http://nos.nl/artikel/611348-de-armste-president-ter-wereld.html
“Met een klein huis heb je minder zorgen”, zegt ook de president van Uruguay.

.

.

Een nooit vergeten blaadje

Een nooit vergeten blaadje.
Ik ben in Middelbeers en heb mijn fiets neergezet bij het kaartenwinkeltje. Niet op slot. Hier in het dorp kan dat best. Ik geniet er nog steeds van. Ik loop naar binnen. „Heb je ook postzegels?” vraag ik aan de man. Hij is van mijn leeftijd en hij kijkt vrolijk.
“Nee, daarvoor moet je naar het postkantoortje in de Boerenbont. Woon je nog steeds in die pipowagen bij Haghorst?”
“Ja, daar zit ik nog steeds. Ik leer van alles. Zoek ook eetbare planten die hier thuishoren en in het wild overleven. Die kweek ik op in mijn tuin.”
Hij vertelt over zijn vakanties in Bali. Dat die mensen niet persé naar de supermarkt hoeven, want er is overal wel eten te vinden. “Hier is dat niet”, zegt hij spijtig. En hij praat over zijn tijd bij de scouting, lang geleden. Toen aten ze wilde spinazie. Plukten ze zo van de grond. “Mensen kijken me dan zo vreemd aan, als ik dat vertel.” zegt hij.
“Wat was dat dan voor spul?” vraag ik nieuwsgierig. Want mensen noemen al gauw iets wilde spinazie. Hij pakt een pen en een stukje papier en tekent een langwerpig blaadje. “Nou zo ongeveer”, Zegt hij en hij laat het me zien.
“Hoog?”
“Nee laag.”
“Bloemen?”
Nou dat wist hij allemaal niet meer. Het was al zo lang geleden.
“Maar het blaadje weet je nog wel! Als ik het weet dan ga ik er misschien iets mee doen.”
“Ja,” zegt hij en staart in de verte. “Als ik dit winkeltje niet had, dan deed ik misschien ook van die dingen. Maar ja,” zegt hij dan resoluut. “Het is goed, dat iedereen wat anders doet.”
Ik lach. Ja, dat denk ik ook.
“Nou dan ga ik weer, bedankt!”
“Okee, houdoe hè!”

Begin de dag met een droom

.

.

Kikker in de ven

.

Het is avond. Ik heb net mijn oefeningen gedaan en mijn tanden gepoetst. Mijn nachthemd is warm van de kachel als ik hem aan doe. Dan gaat de telefoon. Het is Dick.

“Ik zou net gaan slapen.”
“O dus dan stoor ik? “
“Nee hoor, ik ga wel met de telefoon in bed liggen.”
Ik doe het licht uit en kruip onder het schapenwollen dekbed. Het is heel anders om in het donker te bellen. Wel gezellig eigenlijk.
“Ben je weer de hele dag met plantjes bezig geweest? “ vraagt Dick.
“Ja, net als gisteren. Studeren en aantekeningen maken. En nu ben ik helemaal leeg. Weet niks te vertellen. Ook geen verhaaltjes. Wat moet ik nou gaan schrijven deze week?”
“Misschien iets over je woonwagen? Daar heb je nog maar weinig over verteld.”
“Ik zou over het opstaan kunnen vertellen, en de oefeningen die ik doe.”
“Dat kan leuk zijn. En als je dan vertelt wat je denkt, terwijl je oefent.”
“Dan denk ik niks.”
“Nee, echt niet?”
“Nou ja, ik heb een ritueel. Bij de laatste oefening. Dan stel ik me voor hoe het landschap rond de minicamping eruit zou kunnen zien als we die vlaktes opnieuw zouden laten begroeien. Weer vennen zouden graven, en al de vogels en planten die dan terug komen. Hoe we daar lisdodde en mannagras kunnen oogsten. En moerasgamander. Hoe er weer schapen en koeien in de wei mogen lopen, om de vennen heen. Gewoon een bescheiden aantal en niet die massa’s die nu in de megastallen staan. Weides met bloemen erin. Overal zingende vogels. Ik stel me voor hoe het zou zijn als mensen meer met de natuur mee gingen denken, in plaats van ertegen in.”
“Dat is een goeie gedachte.” zegt Dick. “Het zou best eens kunnen, dat het werkt.”
“Vroeg of laat werkt het vast. Als we geduld hebben.”
Het is even stil. Het hout knapt in de kachel en het vogeltje dat zijn slaapplek heeft onder de dakrand, schudt zijn vleugels. Ik hoor het ritselen tegen de dunne wand. Dat doet hij wel vaker als ik aan het praten ben. Zou het een koolmees zijn of een pimpelmees? Of iets anders? Ik weet het nog steeds niet.
“Ik denk dat ik nu ook maar naar bed ga.” hoor ik dan aan de andere kant van de lijn.
“Lekker vroeg, goed idee. Welterusten Dick.”
“Welterusten Alowieke.”

.

Juffrouw Kolibri bij nacht.

.

Zelfgemaakte melk

Ontbijten Dick en ik
Zondag. Het is ochtend, en het is koud. Maar binnen niet. Ik heb de kachel weer warm gemaakt en het bed ingeklapt. Dick heeft de eettafel uitgeklapt en het is gezellig. Het ontbijt is eenvoudig, maar we doen er lekker lang over. We praten over van alles en nog wat. Nu gaat het over melk. Ik heb iets nieuws uitgeprobeerd. „Vind je het lekker?” vraag ik aan Dick, en ik kijk hem afwachtend aan. “Ja, heerlijk!” In zijn hand heeft hij een vers kopje koffie met de allereerste zelfgemaakte havermelk. Ik glim. Het is gelukt!
Ik heb het wel eens eerder geprobeerd met zilvervliesrijst, en dan door de zeef. In het recept stond dat ik een blender moest gebruiken maar ik wil liever niet meer apparaten. Mijn keukentje is maar klein. Toch lukte het me niet om daar het heerlijke romige goedje uit te krijgen dat ik in het recept beschreven zag. Het werd een kliederboel. En ik had een hele vieze zeef. Maar een recept met havermelk heb ik nog nergens gezien. Misschien omdat het zo belachelijk eenvoudig te maken is. Er komt geen blender of staafmixer aan te pas.
Ik liet de haver weken voor mijn ontbijt, een hele nacht. Samen met een klein handje rozijnen. Lekkere dikke havervlokken, uit een mooi wit papieren zakje. Biologisch. Ik zag dat het water steeds melkeriger werd. Laat ik het eens een beetje aanstampen, dacht ik. Ik pakte mijn stenen vijzel, en tussen de bedrijven door stampte ik wat. Met plezier zag ik de vloeistof steeds witter worden. Ik goot het goedje door de zeef, en klaar was het. Ik had ineens twee lekkere dingen. Geweekte haver met rozijnen, lekker door het fruit. En ik had melk voor in ons kopje koffie, zoet van de rozijnen.

Maandag. Dick is weer weg. De pot met vlokken is leeg. In de buurt is geen biologische kruidenier. Dus ik heb havervlokken gekocht bij de Emté, in Diessen.
“Hahne” staat erop. Maar twee-en-veertig eurocent voor een heel pakje vol. Verbazingwekkend, zo goedkoop. Ik maak het open. Het zijn kleine vlokjes, veel kleiner en stoffiger dan die van gisteren. Ik doe het in een kom met water en laat het staan. Stampen hoeft niet, dit is al bijna tot stof gestampt voordat het verpakt werd.
De volgende dag is het een dikke prut geworden. Ik druk de zeef erin en lepel de melk uit de zeef. Zo wordt die zeef niet zo vies als wanneer ik het papje erin gooi. De melk is wel romig, maar lang niet zo mooi als die van gisteren. De prut die overblijft in de kom, ziet er ook niet aantrekkelijk uit. Het lijkt wel papier maché. Voorzichtig proef ik en het smaakt ook zo. Ook de melk heeft een beetje een kartonsmaak.
Dit zal ik maar niemand voorschotelen. Ik ga maar eens uitkijken naar een vijf kilozak, met lekkere biologische havervlokken. Het liefst rechtstreeks van de graanpletterij.
Ik wist niet dat ik het zo leuk zou vinden om zo te experimenteren met voedsel en het vrienden te laten proeven. Al ben ik bijna negenenveertig, ik ontdek steeds nieuwe dingen.

Toch maar klein houden

Boomspiegel  (4)
De zon schijnt. Eindelijk worden we overgoten met licht, na die lange donkere dagen. De wind is guur, maar daar maal ik niet om. Het is een mooie dag om aan de slag te gaan. Ik sta bij de kleine boomgaard. Er staan achttien fruitbomen. Die heeft de beheerder geplant, Ton. Al dertig jaar geleden. Onder de bomen is gras. Het is keurig kortgehouden. Dat is het makkelijkste in onderhoud. En er is véél onderhoud. Weelderige ondergroei van kruiden en bloemen is er daarom nooit gekomen.
Maar nu mag ik iets gaan doen met die boomspiegels. Ik ben blij met dat vertrouwen en neem de tijd om over het idee na te denken. Waar ik rekening mee moet houden, is dat de grasmaaier er vlot tussendoor kan. Een-meter-tien moet er over blijven. Ton maait in stroken. Stroken in de lengte en stroken in de breedte, als een ruitjespatroon. In gedachten zie ik nog maar heel weinig gras. Alleen drie lange paden zijn overgebleven. Precies groot genoeg voor zijn maaiende racewagen. Onder de bomenrijen is alles begroeid. In de lange bedden zie ik de roze damastbloem, dezelfde die in mijn tuin staat. Het donkergroene blad is vrij groot en het bedekt de bodem rond de stam. De bloem kan je eten. Langs de randen van het perk staan muntplanten en andere kruiden. Ik kan het makkelijk plukken, zo pal naast het pad van gras.
Ik zie het haarscherp voor me. Dan vervliegt het visioen. Zover is het nog lang niet. Hoe ga ik dat doen, vraag ik me af, al die meterslange bedden. Er zijn konijnen. Die graven alles ondersteboven. Als dat zo is, dan heb ik gaas nodig, véél gaas. En palen. Ook veel. Waar haal ik dat vandaan? Ik heb maar vijf meter kippegaas, en dat spul is heel erg duur.
Nee, ik ga me hier niet in verslikken. Ik laat het hele idee voor wat het is. Ik begin gewoon met één boom. Eerst een perk uitzetten. Ik pak het rolletje touw uit mijn zak en kijk om me heen of ik iets van stokjes zie. Naast de rieten schutting liggen een paar stevige rietstengels die er tussen uit zijn gevallen. Ik raap ze op. Er vlak bij vind ik een ijzeren staafje, waarmee ik gaatjes kan prikken. Mooi zo. Nu heb ik alles. Netjes zet ik een vierkant uit en begin langs het touw met spitten. Zorgvuldig draai ik de grote kluiten gras om, zodat geen enkel sprietje er meer bovenuit steekt, en elke worm die ik zie, dek ik weer netjes onder. Ik kom maar één klein mierennestje tegen, en probeer ze zoveel mogelijk te sparen. Dan is de boomspiegel af. De bloemen komen later, laat eerst het gras maar doodgaan, daar onder die kluiten.

Het is een dag later. Ik zit in de zon aan tafel en drink een kop kruidenthee. Terwijl ik naar buiten kijk denk ik aan mijn werk van gisteren. Ik ben blij dat ik het zo klein heb gehouden. Hoewel we hier op dit moment met drie mensen zijn, ben ik de enige die tuiniert. Zolang dat zo is ga ik geen grote lappen grond omspitten. Zo is het, en niet anders.
De thee is op. Ik zet mijn glas op het aanrecht en pak mijn aantekeningen uit de kast. Verder met het boekje. Dat is nog een heel project.

Liefdesgedicht

.

.

De Dieze stroomt als stroop zo traag
het enige wat zich roert
Zijn oever is een natte kraag
die kronkelend naar nergens voert

Het bos droomt roerloos
houdt zich stil
Geen zaad geen kalf
wat springen wil
Mijn neus is als een rode roos
mijn handen zij zo wit en kil

Zacht rust het leven in de aarde
Diep verzonken in zichzelf
Het water waar ‘k zo graag naar staarde
weerkaatst het draaiende hemelgewelf

Luisterend keer ik weerom
een bries blaast zacht en loom
veegt resoluut de hemelkom
van alle grauwe grijsheid schoon

Zacht rust het leven in de aarde
Diep verzonken in zichzelf
Het water waar ‘k zo graag naar staarde
weerkaatst het draaiende hemelgewelf

Ik zie de mist langs gouden baan
en koester me  in ’t licht
Zolang als de zon maar op blijft gaan
dan leef ik in een lief gedicht

Alles gaat en komt weerom
al roep ik zacht of luid
De nacht veegt als een reuzengom
De oevers in de mist weer uit

Zacht rust het leven in de aarde
Diep verzonken in zichzelf
Het water waar ‘k zo graag naar staarde
weerkaatst het draaiende hemelgewelf

.

Beluister het lied hier.