Uitslapen en rokjes aan

blogtek

Mijn oogleden voelen zwaar en loom. De slaap ligt nog als een dikke wollen deken over me heen. Steeds weer doe ik mijn ogen open, steeds ietsje langer. De kamer is schemerig. Ik heb de ramen extra bedekt met allerlei doeken en kledingstukken. Langzaam word ik wakker. Ik kijk op de wekker. Het is alweer half tien.

Ik doe rustig aan. Het eerste en het zwaarste stuk heb ik nu gehad. De tornado van het creatieve brein. Ik heb gezien dat mensen hun wagen bouwden, en tijdens het bouwen bedachten hoe ze verder gingen. Ik doe het andersom. Ik teken alles uit. Daarna komt het verzamelen van het materiaal. Het boek met bouwtekeningen komt steeds opnieuw op tafel. Want één enkele verandering kan invloed hebben op al het andere.
Het bed moest bijvoorbeeld lager. Er was niet genoeg hoogte boven. Dat is wel nodig, want ik wil het ook als zithoek kunnen gebruiken. Tegelijkertijd wil ik dat het bed óók breed genoeg blijft en dat de wagen niet te hoog wordt. Het schuine stuk van de wand moest dus sneller breed worden dan ik had bedacht. Het maakt de totale vorm van de wagen gelijk anders. Eigenlijk is het een soort boetseren. Het enige verschil is dat boetseren puur op gevoel kan, en dit kan alleen maar met maten, lijnen en getallen. Als ik het simpel wilde houden, dan had ik een vierkant hok moeten bouwen.
Maar nu… de vloer ligt er in, zacht glanzend. Ik heb de dikke planken eerst geïmpregneerd met olie, zodat een eerste laag lak gelijk dekte. De twee onderwanden staan overeind, zodat het al een indruk geeft van de woonruimte. De spanten van de wand zijn in elkaar gezet, die het geraamte zullen vormen, bepalend voor alles wat er verder gebeurt. Ik heb ze netjes afgewerkt en ze liggen nu klaar op hun beurt te wachten. Het materiaal voor de rest van de bouw is aanwezig en zelfs de kachel met kachelpijp is besteld, zodat ik bij het maken van het dak gelijk de doorvoer van de schoorsteen kan maken. Ik ben trots op mezelf dat ik zover gekomen ben. Maar nu eerst een weekje uitslapen. Even niks, dan roze rust.

.

tekening van wiekies woonwagen

Op deze tekening kun je links en rechts de vorm van de spanten zien voor de zijwanden. Er zitten twee hoeken in, waar de wand twee keer de bocht om gaat. Bij die hoeken zijn perfect uitgelijnde blokjes geplaatst, waar vuren latjes tegenaan geschroefd zijn. Daar tussen zijn de spanten hol, zodat het licht blijft, en er isolatie tussen kan. In onderstaand filmpje werk ik de spanten af.

.

Hoera vakantie!

blogtek Hoera Vakantie!

Ik heb met mezelf afgesproken dat ik uit zou slapen. De gordijnen zijn extra bedekt met alle doeken die ik maar kon vinden. Zo is het donkerder in huis. Het helpt wel een beetje, om langer te slapen. Maar nu heb ik er genoeg van. Hoe laat zou het zijn? Ik kruip onder de lakens vandaan en kijk op de telefoon die ik als wekker gebruik. Toch al half tien. Best knap van mezelf, vind ik. In bed liggen tot half tien. Ik ben altijd vroeg wakker.
Ik leg de wekker weer neer en doe een greep in het klerenkastje. Een zwarte maillot trek ik eruit. Erboven hangen kleren aan een haak. Helemaal onderaan hangt een kort rood zomerjurkje. Dat doe ik aan. Want er wordt niet gewerkt en straks ga ik uit. Dansen in Eindhoven. Net als ik de soepele tricot over mijn hoofd heb getrokken, gaat de telefoon.
“U spreekt met Houtdraaierij de Smet, ik ben Harmen. Ik heb u gisteren geprobeerd te bellen over de bestelling maar u had geen verbinding.”
“Ja dat klopt! Worden de stokken vandaag bezorgt?”

De Houtdraaier die belt. Wat fijn! Lang heb ik gezocht, op internet, voor ik iemand vond die stokken maakte. Essenhout wil ik, dat zich goed laat buigen. Het moeten bogen worden, een dubbele rij,  onder en  boven. Rondhout is sterk en licht van gewicht. Het buigen wil ik zelf doen, met stoom en een PVC pijp en een mal. Ik ben benieuwd hoe dat gaat. Op de onderste bogen ligt straks isolatie van schapenwol. Erboven komt een klein laagje lucht voor ventilatie. Een tweede rij essenhouten bogen omsluit het geheel en het kunstrubberen dak vormt een sterke en honderd procent waterdichte afsluiting. Zo had ik het bedacht. Die stokken vind ik vast wel, dacht ik. Mooi niet. In Nederland nergens te vinden, stokken boven de twee meter. Ik vroeg me net af of ik mijn plan moest veranderen, tot ik deze houtdraaierij vond, in België.

Harmen praat verder. “Het spijt me dat ik het u moet zeggen, maar het kan vandaag nog niet worden bezorgd. We zijn razend druk en onderbemand. Kan het ook volgende week woensdag?”
“Om eerlijk te zijn, dan liever vrijdag. Ik neem een weekje vrij. En eigenlijk ben ik blij dat ik vandaag niet thuis hoef te blijven. Nou kan ik meteen al op pad gaan.”
De houtdraaier groet vrolijk en opgelucht en zegt dat het voor mekaar komt. Volgende week vrijdag dus! Ik leg tevreden de telefoon neer en kijk in gedachten uit het raam. Hoeveel mensen zou ik een plezier doen door zelf een weekje rustig aan te doen? Ikzelf in elk geval. Deze week geen rekensommen en bouwkwesties. Hoera, vakantie!

.

.dakconstruktie 001

Dwarsdoorsnede van het materiaal onder het dakzeil. Wat in deze opsomming ontbreekt, is de witte, stugge katoen die de binnenkant van de wagen moet bekleden. Deze wordt vastgezet met lengtelatten.

.dakconstruktie 002

Dwarsdoorsnede van andere kant gezien.

Een heel werkstuk

blogtek 18-05

Het is zondagavond. In mijn kleine huisje is het lekker warm, buiten waait het. Dick en ik hebben in de laatste uurtjes nog even doorgewerkt. Het resultaat is er. De eerste spant. Het wordt één van de ribben van het skelet dat mijn nieuwe wagen gaat vormen. Straks komt de buitenwand er als een stevige huid tegenaan geschroefd. Van onder is de wagen smal, dat scheelt in gewicht, en ik kan vaker tussen paaltjes door rijden. Mijn spanten hebben twee bochten. Het meten en maken daarvan is een tijdrovende klus. Harde hoekstukken worden verbonden met dunne vuren latten. De hoeken liet ik door de timmerman maken, zodat ze allemaal gelijk zijn. De allereerste spant hebben we stevig in elkaar gezet, met lijm en schroeven. We kijken er naar.

“Nou, zet je eerste exemplaar maar tentoon, midden in de kamer!” zegt Dick triomfantelijk. Ik lach hem toe en haal ons werk uit de mal. Voldaan pak ik het zachte vurenhout beet en trek het tussen de vastgespijkerde latjes vandaan. Het zit goed vastgeklemd, dus het moet op de millimeter af kloppen. Trots en tevreden zet ik het werkstuk naast de spiegel.
Dan valt me iets op. Het lijkt niet recht te zijn. Hangt de spiegel scheef? Zie ik wat ik zie?
“Hij is scheef,” mompel ik hardop, meer tegen mezelf dan tegen Dick. Dick lacht, alsof ik een flauw grapje maak en gaat verder met opruimen. Ik kijk nog eens en besluit om het te vergeten en eerst te gaan slapen.

De volgende ochtend word ik alleen wakker. Dick is al vroeg opgestaan en terug naar huis gegaan. Ik kijk naar het stukje lucht dat ik zie, tussen de gordijnen door. Bewolkt. De kamer is frisjes, buiten de dekens. Ik schiet snel mijn sokken en pantoffels aan en pak mijn kleren. Vandaag ga ik lekker binnen werken.

Na de eerste rek- en strek oefeningen loop ik naar het werkstuk van gisteren. Zal ik hem eens terugduwen in de mal? De mal staat rechtop tegen de wand aan. Eens kijken. Ik duw, probeer wat, maar het lijkt niet te kloppen. Toch krom? Op het eerste gezicht lijkt het verschil wel twee centimeter. Terwijl het gisteren perfect was. Ik haal mijn wenkbrauwen op. Maar even rustig de tijd nemen.
Na het ontbijt leg ik de mal neer op de grond. Dat werkt prettiger. Aandachtig schuif ik het werkstuk opnieuw tussen de latjes van de werkmal. Het gaat veel makkelijker, zo op de vlakke grond. Ik zucht opgelucht. Het bovenste gedeelte is ietsje krom, maar niet zo erg. Geen twee centimeter, maar slechts een halve. Gelukkig! Dat trekken we wel recht, vastgeschroefd op lange liggers. De dunne vuren latten zijn er soepel genoeg voor.

O, ik weet het. Hout werkt. In een droge atmosfeer kan het krom trekken of barsten. Daarom probeer ik sterk te bouwen, maar ook luchtig en flexibel. Wellicht kan ik zo problemen voorkomen. Wie weet lukt het me, er iets bijzonders van te maken. Een fijne wagen, echt de mijne.

.

18-05-15 002

.

.18-05-15 004

.

18-05-15 007

Onderaan rechts ontbreekt een lat. Op die plek heb ik een lage binnenwand, die nu al op de wagen zit. Hier zitten de regels van de vloer en de spanten van de wand aan vast. Daar komen ook twee klapstoelen aan. Zie foto’s onderaan het verhaal: “Kop of munt”. Vandaag, dag van publicatie van dit verhaal, heb ik de helft van de spanten af.

https://alowieke.wordpress.com/2015/05/05/kop-of-munt/

Hoofd gebroken

blogtek gebroken hoofd

Het is avond.De lucht kleurt zacht groenblauw en de beukenhagen staan eindelijk ook in het blad. Twee merels vliegen af en aan naar een dichtbegroeid stuk. Een stelletje koolmezen vliegen tien meter verderop, niet ver van mijn raam. Zij hebben hun nest in het vogelhuisje bij de vlier. Ik zit achter het venster en staar naar de vink, de roodborst, de mees, één voor één nemen ze een avondbad in de omgekeerde lantaarnkap, die ik in de grond groef. Als er geen regen valt, vul ik het aan met de grote groene gieter. Dat heb ik pas nog gedaan. Maar nu is het avond. Nu doe ik niks meer. Ik ben moe.
Er is veel gebeurd. Ik heb de ene na de andere lijst met materialen de deur uit gedaan. Keurige lijstjes, bij elkaar geschraapt uit volbeschreven kladjes vol namen en getallen. Tot diep in de nacht heb ik achter mijn laptop gezeten, mijn hoofd brekend en speurend naar adressen die iets voor me konden betekenen. Het is gelukt. Ik heb mijn nek in de kramp gewerkt en dat midden in de lente als mijn kop helemaal niet staat naar ellenlange lijsten met getallen en sommen.
Dus nu ben ik moe. Moe en blij. Ik ben door de rijstebrijberg heen. Nu wordt het makkelijker. Het werk zelf is leuk, erg leuk. Ik verheug me erop.

FILM

Kleine mededeling: Afgelopen jaar is er twee keer een filmploeg bij me geweest. Petry Gamers maakte de serie “Mooie mensen”. Eén aflevering daarvan is een portret van mijn leven, hier en nu. Ik vind het mooi gedaan. Ben ik nu een bekende Brabander? Hiervoor was ik een bekende Utrechter. Ik ben benieuwd wat ik straks ga worden.

Link: http://“Mooie mensen, aflevering Alowieke”

Kop of munt

blogtek Queen Elizabeth11

.

De ochtendzon komt achter een wolk vandaan. Hij schijnt vrolijk mijn huisje in, op de witte tafel. Het is een opklaptafel en ik maakte hem zelf. Erboven hangt een spiegel en onder de spiegel is een balkje. Niet breed, maar breed genoeg om toch iets op te leggen als de tafel is ingeklapt. Er ligt niet veel. Een visitekaartje, een zwarte fineliner. Er ligt ook een munt. “Two shillings, 1962” staat er op. Aan de andere kant een afbeelding van koningin Elizabeth, met een gevlochten krans om haar hoofd. De munt is net iets groter dan onze oude gulden. Hij ligt daar altijd, op dat plekje onder de spiegel. Soms valt hij op de grond, maar ik leg hem altijd weer terug.
Wat ga ik doen vandaag, vraag ik me af. Ik pak de Engelse munt met de mooie kop. Een beslissing is makkelijk genomen. Ik maak er een spelletje van.

“Kop is ik ga naar buiten, munt is ik blijf binnen.” Ik werp de munt in de lucht en laat hem vallen op de bruine kurkvloer. Hij rolt een eindje en blijft dan liggen onder de kast.
Het is kop. Ik ga naar buiten. Ik raap het muntstuk op en werp opnieuw.
“Kop is ik ga verder bouwen, munt is wat anders.”
Munt.
“Kop is ik ga het terrein af, munt is ik blijf erop.”
Kop.
“Kop is ik ga wandelen, munt is wat anders.”
Kop.
Okee. Dat is alweer besloten. Ik leg de “Queen” weer terug waar ze lag. Eerst de benen strekken.

Ik loop hetzelfde rondje als altijd. Langs de camping de zandweg op, tussen de akkers. Dan het bos in. Er liggen grote bergen sparren opgestapeld, er is flink gezaagd, in de prille lentedagen. Ik loop de rechte paden langs, rechts en dan weer rechts. Ik kijk om me heen en denk aan niks. Als ik het laatste bochtje neem, gaat mij een licht op. Het is de oplossing voor een bouwtechnisch euvel. De bodem van mijn nieuwe wagen staat ietsje bol. Dat ontdekte ik pas gisteren. Ik ben maar even opgehouden met bouwen. En nu weet ik opeens wat ik moet doen, om toch een rechte vloer te krijgen. Ik maak een brede kier onder de spanten. Als een viaduct ligt hij dan over de bolling heen en zo krijg ik alle spanten makkelijk op hetzelfde niveau. Joepie!

Niet voor het eerst, dat ik een ingeving krijg tijdens een wandeling. Spelenderwijs gaat het werk sneller dan ik had gedacht.

 

Ps. Deze methode laat het volledig afweten bij het bestellen van de lange lijst van materialen. Dat is en blijft een taaie boterham om je tanden in te zetten.

.

bouwen wagen (3)

.

bouwen wagen (1).

.

bouwen wagen (2).

Technische toevoeging en toekomstig gebruik

Op de laatste foto kan je goed zien hoe ik de regels van de vloer heb gemaakt. Het is geïnspireerd op de spanten van mijn vroegere boot. De regels zijn vrij hoog, want de vloer is dubbel, met isolatie eronder. Doscha schapenwol, acht centimeter, met antimot. Onderin aan de zijkant komen  gaten, zodat alle ruimtes in verbinding staan met de lucht in de tussenwand, achter de plank. Die zijn ook gevuld met wol. Boven de houten onderwand is de binnenkant van de wagen slechts bedekt met goed ademende schilderskatoen.

Er zijn vijf luiken in de vloer. Vier voor kastruimte, de vijfde voor de watervoorraad. Onder de wagen, op de grond,  staan straks twee grote pannen met op allebei een deksel. Daar zit het in. Eén ervan krijgt een slang als toevoer voor regenwater uit het dakgootje. Misschien maak ik die van bamboe. Ik wil mijn watervoorraad altijd kunnen zien, dan weet ik hoeveel ik nog heb en of het er goed uit ziet. Ik vind het ook leuk, een  put in de vloer. Heb ik helemaal geen pomp nodig die om elektriciteit vraagt en die stuk kan gaan. Lekker simpel.

Om moeiteloos te rollen

blogtek Moeiteloos rollen

Spannend is het, o zo spannend
om straks echt van hier te gaan
En als ik rijd in land zo wijd
laat ik me rollen als een keitje
in de grote oceaan

Keitjes in het grote water
o ja ja, die rollen wel
maar ik als mens heb meer te wensen
Ik denk ook aan later

 

. . .

Zondag 26 april

Het is “Dag van de Aarde.”  Het wordt gevierd in een oud klooster in Eindhoven. Hier en daar staan en zitten mensen te praten. Ook binnen zijn mensen. Er is een imker, een boekenkraam, muziek. Publiek loopt van het één naar het ander. Ze lopen in gangen, zaaltjes en op de binnenplaats. Ik zit in de weelderige tuin. Hier is het rustig, er zijn maar een paar mensen. Ik heb mijn miniwagentje mee, in een zwart kistje. Ik haal het eruit, en zet het voor me op de picknicktafel.

“Mooie maquette heb je.”  Jan, een jonge vent, vindt het groene modelwagentje prachtig. “Erg leuk dat je je ideeën gelijk tastbaar maakt. Het ís echt al wat hè? Het plan hèb je!”

“O, het is niet alleen een plan hoor, ik heb het onderstel al, het fundament is klaar, en de meeste bouwmaterialen zijn binnen. Een heel gedoe…”

“Goh.. Ja, dat kan ik me voorstellen.” Het is even stil en Jan kijkt naar het kleine groene woonwagentje in mijn hand. “Ik wil ook graag anders leven, meer zelfvoorzienend.” zegt hij dan. “En ik vraag me af hoe anderen dat kunnen, die dat schijnbaar moeiteloos voor elkaar krijgen.”

Ik kijk hem lachend aan. “Moeiteloos? Vergeet het maar. Ik ben ook wel eens bang en heb twijfel. Iedereen toch? Ik ga slapen als ik het niet zie zitten.  Kan ik ’s ochtends fris weer verder.”

“Ja, jij bent een heel eind op weg. Maar ik vraag me af hoe ik nou moet beginnen.” Hij kijkt nadenkend voor zich uit. ” Ik wil in elk geval veel meer de natuur in.”

“Dat kan je toch ook opzoeken waar je nu bent? Dat is al wat.”

De jongen knikt en zijn ogen lichten op. “Ja, ik weet al wat…” zegt hij. “Bedankt voor het inspirerende gesprek.”

28-04-2015 001

Technische toevoeging

Dit is het fundament. Op het staal van de wagen ligt overal kunstrubber, tegen het inrotten. Daarop ligt de plaat. De merantiblokjes (rechts te zien) zitten met lijm en slotbouten vast, dwars door plaat en staal heen. Opnieuw met rubber tussen bout en hout. Aan de blokjes komen de regels van de vloer, dwars door de verticale plank heen. Je ziet de gaten zitten, waar de zon doorheen schijnt.  Aan de blokjes komen ook de spanten van de wand vast te zitten, die naar de dakbogen leiden. Voor de hoekstukken heb ik superlijm gebruikt, dat sterker is dan hout. (Weer die zeewaterbestendige lijm van Bison. Het is nu op.)

Onverwoestbaar spul

blogtek onverwoestbaar 2

.

“Klop klop,” zeg ik hardop en tik met mijn knokkels op de deur van mijn buren. Achter de lila ramen van de kleine eivormige caravan beweegt een silhouet. Ik hoor gestommel. Henk, een vriendelijke zestiger, doet open. Zijn vrouw Nicole zit met opgetrokken knieën op de bank en kijkt op van haar boek. “Wil je me adviseren Henk?” vraag ik. Hij kijkt naar Nicole. “Kan het of stoort het je?” Ze schudt haar hoofd. “Nee hoor.”
“Nou, kom maar binnen!”

Henk klust al heel wat jaren en zijn materialenkennis is groot. Ik praat graag met hem.”Heb je mijn dakrubber al zien liggen?” vraag ik hem “EPDM heet het, en volgens mij kan ik het overal voor gebruiken. Als vervanging van lood tussen de kozijnen bijvoorbeeld. Ik heb er een paar meter teveel van. Heb jij er nog ideeën voor?”
“Ja dat is mooi spul. Als je er veel van hebt, dan zou ik er stroken van knippen en die op het staal van je wagen plakken, overal waar het contact maakt met het hout. Het ijzer gaat vroeg of laat corroderen. Dat tast je plaatmateriaal aan, hoe goed je het ook conserveert met olie of wat dan ook. Met het rubber ertussen gebeurt er niks. Je zou het ook met fietsbanden kunnen doen. Wel een beetje ruim knippen..”
“Goeie tip Henk! En weet je, dit spul gaat meer dan dertig jaar mee!” juich ik bijna.

Maar terwijl ik het zeg, zie ik het in een heel ander licht. Allemachtig, dertig jaar, waarom eigenlijk? Zoveel spul dat massaal worden gemaakt om niet te vergaan… Je zou er moe van worden.
“Waarom wil ik dat eigenlijk,” denk ik hardop “Waarom moet alles onverwoestbaar zijn? Ik kan die populierenplaat ook gewoon weg laten rotten of een canvasdak nemen. Als mijn huisje in elkaar zakt kan ik opnieuw gaan bouwen. Alles sterft af en vernieuwt zich toch? En is dat niet veel boeiender?”

“On-ver-gankelijkheid,” zegt Henk onverbiddelijk, met een minzaam glimlachje.
“En toch doe ik het”, praat ik verder, “Ik bouw alsof het een eeuwigheid mee moet gaan.”
“Ja,” zegt Henk.
Het is even stil.
“Ik vind het leuk dat ik met je mee mag denken,” zegt hij dan.
“Je bent een fijn maatje om mee te kletsen. Het is een groot avontuur, dit bouwen. Hoe dan ook. Op een drukkere plek had ik het nooit gekund. Zo heerlijk rustig is het hier.”

Ik kijk door het venster. Een man komt aanlopen over het veld. Het is de campingbeheerder. “Jullie krijgen bezoek,” zeg ik. “Ik ga ervandoor. Fijne avond nog!”
“Fijne avond!”

.

rubber tegen inrotten

“Met Henk’s tip gaat niks kapot, rubber tegen roest en rot.”

 

Technische informatie

Dit is het bodemblok waar de holle wandspanten aan vastzitten. Tussen de latjes in komt isolatie. Aan de buitenzijde 10 mm  dik red cedar (met FSC keurmerk). Ik heb rubber tussen hout en slotbout geplaatst. Condensdruppels op het koude staal kunnen zo niet meer het gat intrekken van het hout. Onder de linker verticale lat heb ik de plaat goed in de lijm gezet tegen rot. Die buitenste lat komt iets boven de plaat zodat er geen vocht tussen gezogen wordt. Er zijn twee soorten acties tegen rot: Je dicht het volkomen af, of je laat ruimte om te ventileren.

Ik ga ook EPDM onder de plaat leggen, zoals in het verhaal beschreven. Die moet ik lijmen met speciale EPDM lijm/kit.

Verder: ik ben toch blij dat ik niet voor canvas gekozen heb, als dakbedekking. Als ik daarmee naast een meertje onder de bomen ga staan, kan het gebeuren dat ik er na twee jaar al mijn vinger doorheen kan steken. (Gehoord van yurtbewoner)

 

Zagen!

blogtek Zagen

.

Ik draai de sleutel om. De oude groen geschilderde schuurdeur gaat makkelijk open. Het is koud en vochtig binnen. De stenen vloer biedt niet veel warmte en kleine stoffige raampjes laten maar weinig licht door. Vlak naast de deur liggen dikke rollen schapenwol. Het is isolatiemateriaal met groen plastic erom.  Ik loop verder naar al het hout, dat gisteren werd gebracht, en aai over een gladde blankhouten plank. Het is een hele lange, dit moet de nok zijn, al op maat gezaagd door de timmerman. Er ligt nog veel meer op de stapel, die we gisteravond gauw naar binnen hebben gesjouwd, de timmerman uit Esbeek en ik. Wat is het veel! Zou dat allemaal wel kloppen, vraag ik me af.
Ik krijg er de kriebels van. Eerst maar eens overal een plakkertje opzetten waar het voor is. Met een rol tape en een merkstift in de hand ga ik alles af, kijk, meet, schrijf, plak en schuif. Aan het eind van de ochtend ligt alles keurig gesorteerd bij elkaar.

Ik zag er tegenop, om de grote doorbuigende vloerplaten over de kleine tafel van de cirkelzaag te halen. Hoe krijg ik dat ooit stabiel, vroeg ik me af. Ik had eigenlijk de handcirkelzaag willen pakken, maar verschillende mannen hebben me ervan overtuigd dat een zaagtafel beter is.
Dick is er. Hij helpt me, volgt mijn aanwijzingen, geeft suggesties. Dat is fijn. We pakken de grote populieren platen en leggen de afgetekende lijn vlak voor de zaag. Dick staat klaar als een ervaren aanduwer en ik sta ernaast om te geleiden. Ik druk op de groene knop en het geluid van de motor vult de ruimte. Rustig schuift mijn grote vriend de plaat verder de tafel op. De zaag snijdt met geraas door het hout. Meteen al zie ik de plaat twee millimeter scheef schuiven.  “Terug, terug!” roep ik, terwijl ik de plaat probeer terug te duwen. “Naar links!” wapper ik met mijn handen. We proberen het nog eens. En nog eens. Het lukt niet om de twee-en-een-halve-meter stabiel voor de zaag te krijgen. Ik krijg er de zenuwen van. “Laat maar zitten Dick, we gaan buiten verder. Met de handcirkelzaag.”

De wagen staat buiten op het veld, achter een huis in aanbouw. We sjouwen de plaat het hoekje om en leggen hem klaar op de wagen. Ik ben rustig en vol concentratie. Dan zet ik mijn handcirkelzaag in het hout, om de grijze potloodlijn te volgen. Gehurkt op de plaat volg ik lenig de lange lijn. Dit is fijn en vertrouwd. Geen supermachines maar gewoon. Mijn eigen oude, maar nog altijd scherpe cirkelzaag.

“Heb ik de zaagtafel nu voor niks gekocht,” vraag ik me af bij het koffiedrinken. “Nee, ik denk toch niet,” vervolg ik dan. “Voor balkjes zagen in de lengte is hij perfect. De wanden en deuren worden immers hol. Voor het vulhout zal ik nog veel moeten schulpen.”

“Ja”, zegt m’n vriend bedachtzaam. Dat denk ik ook.” Het is even stil voor hij verder gaat.. “Het gaat een mooie wagen worden, meissie! En het begin heb je vandaag gemaakt, want de vloer is de basis!”

.

kopse kanten met lijm

De bodemplaat is van populierenplaat. Dat is lekker licht en het hout komt uit eigen land. Het is wel nodig om het goed te behandelen, anders rot het razendsnel weg, vooral via de randen. Daarom heb ik alle kopse kanten ingesmeerd met zeewaterbestendige lijm van bison. De vlakken behandel ik met bootolie. De bodem bestaat uit verschillende delen, vanwege de ondiepe, maar ruime kast onder de vloer.  Er zijn vijf luiken om erbij te kunnen.

 

Plankenkoorts

Blogtek plankenkoorts

O.. wat zullen het er veel zijn! Hoe bijt ik de spits af? . . . .

.
De lucht is grijs. Het motregent. Niet veel, voor de struiken die ik
vorige week heb geplant. Mijn cadeautje voor de camping. Een
afscheidscadeau. Want het is het laatste wat ik aan energie in deze
grond stop. Weg ben ik nog niet. Maar het bouwen begint, en dat is het
begin van een langzaam vertrek. Lange tijd was het een idee, deze plek
te verlaten, het leek ver weg. Maar nu voel ik het, tot in mijn
vingertoppen. Het is tijd.
Voor mij ligt een briefje. Heb ik voorlopig alles, vraag ik me af. Ik
kijk het lijstje nog eens na, latten en planken van allerlei maten. Ik
heb het besteld bij de timmerman in Esbeek en hij komt het
allemaal in èèn keer brengen. Volgende week, zei hij. Wat een berg
zal dat zijn. De spits afbijten, hoe doe ik dat? Eerst maar eens overal
opschrijven waar het voor is. Mijn schouders ontspannen
bij de gedachte. Het geeft me het gevoel dat het goed komt. Ordenen
geeft rust en overzicht en ik weet dat het werkt.

Ik kijk naar buiten. Het regent nog steeds, heel zachtjes.
De wind steekt op. Een koolmees fluit hard, recht voor de deur op een tak.
Wat nu. Dit wachten duurt me eigenlijk iets te lang. Er komen vragen
in me op. Wanneer zal ik aan de slag kunnen? Zal mijn geïmproviseerde
werkplaats voldoen? Hopelijk wordt het gauw mooi, rustig lenteweer,
dat het zeil niet meer zo flappert… Ga ik dit echt allemaal doen,
ga ìk dit mooie wagentje maken, wat ik al zolang voor me zie? Zo spannend
is het. Pure plankenkoorts. Maar als de planken er eenmaal zijn zal het
vast en zeker lukken. Wat te doen ondertussen…
Ik ga maar weer eens ijsberen.

Bouwen als concert

.

blogtek bouwen als concert 004

.

De maten voor het bouwen
zijn als een muziekstuk
Ik tel
zwarte lijnen en getallen
repeteer
elke keer opnieuw
.
Wat uit hout en ijzer
zal geboren worden
ken ik nu
zo door en door
Het ontwerp
hier op papier
dat is mijn partituur
.
Ik kan het spel gaan spelen
bijna zonder kijken
Het gereedschap is
mijn instrument
Het materiaal
niets anders dan
gestolde inspiratie
.
.