Het waarborgen van de eenvoud (Insuring simplicity).

.

.

Eenvoud koesteren in bescheidenheid. Dat is makkelijker als je op een eiland zit. Maar zo is het niet. Om je heen gebeurt van alles. Zoveel mensen, zoveel belangen. Ook groene idealen kunnen te ver doorschieten. Dan wordt het tijd om je gezicht te laten zien. Als bewaker van eenvoud laat ik zien waar ik voor sta.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH version? Click on the button under the text.

.

Het is Pinksteren. Het weekend dat Nederland er massaal op uit trekt. Op de Swetteblom is het ook druk. Overal lopen honden en staan auto’s geparkeerd. Ik sta in het huisje waar Dick de hele winter woont. Ik ben alleen dit weekend. Ik giet heet water op de koffie en een heerlijke geur biedt troost. Ik drink mijn koffie en staar door het raam. Het weiland is stil en groen. Het is vol gouden stippen van boterbloemen en witte, van de klaver. Een simpel draadje halverwege bakent het koeienland af. De grote zwarte os staat er. Hij heet Quintus maar ik noem hem Oskar. De twee bruinwit gevlekte koeien staan naast hem te grazen. Achter me in de boomgaard klinkt gekwetter. Twee bonte spechten hebben daar een nest in een van de oude wilgen. Ik heb het gezien, dat nest. Een mooi hol is het. Ze boffen met zo’n plek, geen ekster kan erbij.

Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik hoor en zie. Ik raak ermee vergroeid. Maar vandaag, nu de camping verandert in een rumoerige drukte, vandaag vraag ik me af hoe lang het duren zal. De boer staat klaar voor kampeerders en campers. Verder is hij vooral bezig met een tiny house project. Dat gaat niet over natuur. Dat gaat over menselijke behoeftes. Energievoorziening en waterreiniging en weet ik veel wat niet meer…

Net als ik daaraan denk, staat hij voor mijn deur. Hij heeft het druk. Zijn gezicht is verstopt achter een dikke wilde baard. Daarboven kijken twee opgewekte blauwe ogen me aan. Hij heeft nieuws. Over het tiny house project. “Ik vond iemand die wil helpen het voor elkaar te krijgen. Jij zou ook meedoen toch?” “Nee,” zeg ik. “Niet meer” mijn stem klinkt vastbesloten. “Ik heb me bedacht. Er wordt al zoveel gebouwd. Ik ben hier om een stem te geven aan de natuur.” Boer Jochum trekt zijn wenkbrauwen op. “Ik hoop niet dat het elkaar in de weg gaat zitten,” zegt hij weifelend, want eigenlijk weet hij best wel dat dat heel belangrijk is. “Wonen en biodiversiteit kan elkaar ook versterken, in plaats van tegenwerken,” zeg ik hoopvol. Altijd positief blijven. Dat is mijn motto. Boer Jochum kijkt bedenkelijk, groet en loopt weg om wat anders te gaan doen.

Als hij weg is loop ik er nog een tijd over na te denken. Zullen die toekomstige bewoners wel zover zijn, dat ze zo eenvoudig kunnen leven in de natuur? Het moeten huizen worden voor de jongeren uit het dorp. Willen die ook in eerste plaats goed voor de natuur zorgen? Doen ze alles, net als Dick, Jochum en ik, met de fiets? Ik denk het niet. Er komen allicht niet alleen huizen, maar ook auto’s bij. Een hele rij. Ook het bezoek, dat langs komt, komt met de auto. Dat is de norm. Wat een drukte wordt dat. Het is nu zo n mooi veldje…. zonde eigenlijk, als dat overhoop wordt geschept voor al die voorzieningen. Is dat wel nodig?

Ik loop over het pad naar huis. Ik passeer twee lachende meiden en een man met drie honden. Op het veld speelt iemand op een trommel. Ik loop langs de groeiende rij geparkeerde auto’s, die aan de rand van het weiland staan. Dan ben ik bij mijn eigen veldje. Somber loop ik langs de grote witte motorhome, die voor mijn huisje staat geparkeerd op het veld. Binnen hoor ik mensen praten. Ik heb ze nog niet gezien, terwijl ze er al twee dagen staan. Als ik over deze camping mocht beslissen, dan werd het een fietscamping. Alleen voor fietsers met kleine tentjes. Stille mensen die kunnen genieten van niks. Die komen hier nu ook al graag. Terwijl ik hieraan denk, voel ik me overspoeld door al die belangen. Feestvierders, rustzoekers, bewoners, de boer, en nu ook toekomstige tiny housebewoners en alles wat zij met zich meebrengen. . . Wat een gedoe! Bezwaard staar ik naar de horizon. Door de sluierwolken schijnt zacht licht. Ik geniet ervan, ondanks mijn twijfels. Het maakt me rustig. Verderop hoor ik mensen roepen. Ik ken ze niet. Een kleine stoet loopt over het pad. Ik sluit de luiken en ga naar binnen. Ik ga vroeg naar bed vanavond. Morgen is er weer een dag.

Als ik de volgende dag wakker wordt, regent het zachtjes en het waait. Het is zes uur. Ik ga naar buiten in mijn pyjama en open de luiken. De grote witte camper staat er nog. Maar als ik weer in mijn hangmat duik, zie ik de lampjes aan gaan en hij rijdt het veld af. Gelukkig. Dat scheelt alweer. Met een opgeruimd gemoed kijk ik naar buiten. Nu kan je mijn huisje weer zien staan, vanaf de weg. Dat is goed. Ik ben hier niet voor niks. Ik ben er om stem te geven aan de natuur en een eenvoudig leven dat daarmee overeenstemt. Dat mag gezien worden. Dat is de bedoeling. Zal mijn instelling straks nog wel passen bij deze plek? Of zal het teloor gaan in het rumoer? Veranderingen zijn soms lastig. Toch, soms is het nodig. Ik kan blijven of weggaan. Wat het ook is, het zal me opnieuw sterken en wakker schudden. Kiezen waarvoor ik het doe. Het waarborgen van de eenvoud, diep in het hart, ten allen tijde. En dat uitstralen, de wereld in. Amen.

.

NEDERLANDS:


ENGELS:


Nurturing simplicity in modesty. That’s easier when you’re on an island. But life is not like that. It’s a lot of hassle around you. So many people, so many interests. Also green ideals can go too far. Then it’s time to show your face. As a guardian of simplicity I show what I stand for in my life.

.

NIEUWS:

De documentaire “Rooted Nomad” is te zien op 2Doc.nl. Een bijzondere film, ontstaan uit een fijne samenwerking met twee twintigers. Het gaat over deze Friese bodem en de speelse creativiteit die een nieuwe levensfase brengt, na een lang en zwaar afscheid. Het is tegelijkertijd ter nagedachtenis aan Michiel, mijn lieve man, die 20 jaar geleden stierf. De documentaire van Michelle van der Plas en Emma Sidlauska is prachtig geworden en staat nu online:

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html

Je kan het ook op groot scherm komen bekijken.
Zaterdag 18 juni 2022 om 11.20 uur.
Louis Hartloopercomplex, Utrecht.

Koop hier kaartjes: https://www.hartlooper.nl/films/campusdoc-international-film-festival-18-19-juni-vertoning-1-blok-2/

Wat overleeft (What survives)

.

Dit is een heilig plekje in mijn huis. Een glas in loodraam in de nok. De rode bol, in vieren gedeeld, symboliseert de Aarde en de opgaande lijnen het groeien. De halve kom naar boven gaat uit naar de hemel en alles wat ons omgeeft. Naar lucht en licht, wat leven voedt. In de winter is het raam bedekt achter een dikke prop schapenwol. In de lente haal ik dat eruit, het moment dat het groeien begint.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you rather listen? Click on the button under the text.

Sommige mensen bewaken een oude plek. Ze zijn al jong verbonden met een bodem die verzadigd is met verhalen. Verzorgers van lommerrijke bossen. Of kruidige weiden, al decennialang niet geploegd of omgekeerd. Dagjesmensen fietsen voorbij langs een bloeiende houtwal of een wei vol bloemen. “Wat een mooie plek…” zeggen ze. Het zijn herders en boeren. Mannen en vrouwen die leven in het ritme van de seizoenen. Die één geworden zijn met dat, wat nooit verandert en toch altijd in beweging is. Heel gewoon, zonder valse romantiek. Het is dat, wat nooit het nieuws haalt, omdat het is wat het is en het graag zo wil blijven. Niet vernieuwend en blits, maar gegrond en duurzaam. Juist die mensen kunnen niet vaak genoeg in het voetlicht komen.

Mijn raam kijkt uit op goudgele velden vol boterbloemen. Boer Jochum beheert ze. Hij wil honderd worden en dat lukt hem vast. Hij is een sterke vent. Misschien heeft hij nog wel dertig jaar te gaan! Maar ooit komt er een einde aan. Als een boer sterft of ermee ophoudt, en er is geen zoon, wat dan? Meestal wordt de grond verkocht. Bijna altijd aan een grootgrondbezitter.
De plek die nu de Swetteblom heet, kent een lang verhaal. Al bijna honderd jaar is het een boerderij. Voor die tijd was het een wilde plek, waar kippen liepen en wat kleinvee. Dat wilde, dat heeft boer Jochum terug laten keren. De bomen die hij plantte mogen scheuren en verrotten. Het hooiland is gezond en kruidig en elke winter trekt de zompige klei een grote groep kramsvogels aan, die voedsel vinden in de natte wei. Ik hoor kikkers in de lentenacht. Op het ontluikende verhalenpad zag ik zojuist een geschrokken watersalamander. Ik loop naar Jochumsreed. de lange onverharde weg die van de camping naar het dorp loopt. De regen heeft de scheuren in de droge klei doen verdwijnen en alle bomen zijn nu groen. Vanaf de camping komen Rien en Linde aanlopen. Hun stemmen klinken serieus en nieuwsgierig houd ik mijn pas in, en volg het gesprek.

“Alles wordt opgekocht en met de grond gelijk gemaakt. Dat gaat hier ook gebeuren,” zegt Rien met een ijzeren zekerheid. “Ooit komt er een grote boer en die maakt er allemaal dezelfde weilanden van. Net als overal. En dan moet je allemaal oprotten.” Rien bivakkeert hier om een autobiografie te schrijven. Geen idee hoe lang nog. Naast hem loopt Linde. Ze woont in het dorp en komt hier graag. Deze winter heeft ze elke week de stal uitgemest om haar hoofd leeg te maken. Het deed haar goed. Ze wil de Swetteblom niet missen. Nooit niet. Ze luistert naar Rien zijn pessimistische uitlating en knikt nadenkend. Daar heeft ze al vaker over nagedacht. Ze fronst haar wenkbrauwen. Vanaf de andere kant komt Tanja. Ze wandelt ons tegemoet met haar kleine hondje, groet en loopt verder. Voor velen is deze plek een passage in hun leven. Anderen bouwen iets op. Ik ben hier eigenlijk ook nog maar net. Toch heb ik hier mijn wortels, op de zeebodem van het Noorden. Het lijkt op de polder, waar ik vandaan kom. Maar niemand is zo geworteld als de boer, die hier geboren is. Die de weilanden hooit en de koeien voert en altijd zulke lekkere kwark maakte. Hij beslist wanneer welke boom om gaat. Maar liever laat hij ze staan. De man die al jaren de campinggasten ontvangt. Wat gebeurt er als zo iemand wegvalt? Het land van acht hectare dat langs de Swette ligt, heeft veel in zich, om de eeuwen in te gaan. Jochums plek is gezonder dan vele andere. Dit is een bronplek, zoals Jeroen dat noemt. En er zijn er meer. Tussen de blokkendozen en het groene biljartlaken in, liggen wegen verborgen, die bronplekken verbinden zoals de onze.

Met zijn drieën lopen we over het pad. Het heeft hard geregend. Er staan plassen. Met mijn blauwe klompen loop ik er dwars doorheen. Naast me loopt Linde. “We moeten de camping nog groter helpen maken, zorgen dat er heel veel mensen komen. Het op de kaart zetten. Dan wordt het belangrijk!” zegt ze. “Iets wat belangrijk is heeft meer overlevingskans.” Ik frons mijn wenkbrauwen. “Wil je dat echt?” vraag ik verbaasd. Haar gezicht verandert meteen van uitdrukking. Even aarzelt ze, voor ze zegt: “Nee, eigenlijk helemaal niet. Dit is juist zo’n fijne rustige plek….” Ik knik. “Dat vind ik ook. Ik denk dat we juist de rust en de rijke natuur hier tot zijn recht moeten laten komen.” Boer Jochum heeft er goed voor gezorgd en doet dat nog steeds. Maar wij zijn net zo goed nodig. We moeten de Swetteblom niet alleen gebruiken, maar ook voeden. Door onze handen uit de mouwen te steken en door onze verhalen erover. Wat mooi zou het zijn als iedereen dat deed. Overal, op duizenden plekken. Hoe meer je geeft, hoe rijker een plek wordt. En hoe groter de kans dat het blijft.
Ik zie iets bewegen tussen het gras en sta plotseling stil. De andere twee lopen pratend verder. Heel stil luister ik maar zie niets. Ritselend verdwijnt het zonder dat ik weet wat het was. Morgen ga ik weer kijken. En als ik het weet, schrijf ik de naam op in een mooi boekje met een gouden rand. Want wie schrijft, die blijft.

.

NEDERLANDS

ENGELS
We must not only use a place, but also feed it. By rolling up our sleeves and by telling our stories about it. How nice it would be if everyone did that. Everywhere, in thousands of places. The more you give, the richer a place becomes. And the more likely it will stay.

OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)

.

Mei de skries fan e Fryske greide giet it net sa goed

.

Een bos of wei hoort vol te zijn van het levend concert, maar dit sonisch landschap verdwijnt overal, in snel tempo. Een boeiend web van geluid lijkt een gunst in het leven, een aangename bijkomstigheid, maar het heeft nauwelijks rechten. Het is tijd om de noodzaak ervan te herontdekken. (Mede geïnspireerd door David George Haskell.)

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want tot listen to the ENGLISH translation? Push the button under the text

Hoe eenvoudiger ik leef, hoe rustiger ik word. Muziek luisteren is ook iets wat ik steeds minder doe. Toch, soms krijg ik echt zin om te swingen. Dus dan ik probeer het maar weer eens. Ik pak de laptop en open I Tunes. En ja, daar komt mijn muziekbibliotheek tevoorschijn, met allerlei plaatjes keuzes te zien. Allemaal muziek die ik gekocht heb. Ik klik op Miriam Makeba, maar ik hoor niks. Wat nu? Eerst maar eens inloggen bij Apple. Ik ben mijn wachtwoord vergeten en ben een paar minuten bezig. Vier keer moet ik een code invullen. Steeds weer een andere. Net voor ik ongeduldig word lukt het om er op te komen maar ik kom er niet achter wat er is. Ik ga terug naar mijn collectie. Daar gaf ik een paar honderd euro aan uit. Ik kom er steeds meer achter dat dit eigenlijk niks betekent. Ik ben er geen baas over. Er kan van alles zijn. Een nieuwe laptop waarop I Tunes niet meer werkt, of je moet ineens bijbetalen voor iets waar je allang voor betaald had. Geen idee wat het nu weer is. Uiteindelijk geef ik het op. Zo gaat het vaker. Uit dat ding, dichtklappen en weg ermee. Het is immers lente.

In de lente is alles muziek. Alles is vol geluid, gefladder en gefluit. De puttertjes piepen in het veld als ze niet in de gaten hebben dat ik er ben. De karekiet is tot mijn verrassing terug, en fluit zijn riedel in het riet. De groenlingen, de ringmussen hoor ik elke dag achter mijn wagen ruzie maken en zaad eten. Ook de pimpelmees, de koolmees, de merel en de vinken hoor ik. De winterkoning is druk bezig met nestjes bouwen en vliegt van hier naar daar. In en om het water laten waterhoentjes en meerkoeten weten dat de winter voorbij is. Ik luister de hele dag door. Elke vogel kan ik van de ander onderscheiden zonder hem te zien. Voor ik ze gespot heb, hoor ik ze en ik weet dat ze er zijn.

Eigenlijk is het een verwaarloosd deel van de schepping. Het geluid. Net als geur eigenlijk. Het zijn de ongrijpbare dingen van het leven. Maar als de zanger niet zingt wat rest ons dan nog? Geluid verbindt en onthult. We kunnen met het oor zien wat voor het oog verborgen is. We kunnen een sfeer creëren met elkaar. Zingen, spreken of fluisteren. Of iets verkondigen met luide stem. We kunnen luisteren met fonkelende ogen en rode wangen of zacht en verontwaardigd sissen. Dieren kun je zachtjes horen sluipen, als er een takje kraakt onder hun poten. Ze springen, grommen of fluiten, en elk dier luistert. Waar zijn de anderen, waar is het gevaar? Elk geritsel, geklop, geblaf of gekraai is belangrijk. De verscheidenheid aan bomen en struiken maakt het geluid nog gevarieerder. Het is de akoestiek van het landschap.

Een landschap hoort vol te zijn van dit alles, maar het verdwijnt steeds meer. Geluiden zijn een gunst in het leven, maar ze hebben nauwelijks rechten. Het web van geluiden, de akoestische wereld van een bos of wei, kan zonder ophef naar de kloten worden geholpen. Weinigen merken het op, hoe luisterlandschap almaar kariger wordt. (Ik ben toch blij dat dit in Friesland anders is, hier weet men, het is stil geworden op de weiden en het wordt zeer betreurd en er wordt hard aan gewerkt.)

Ik stop de laptop terug in het vakje waar hij hoort en stap langzaam het bordes op, zonder te stampen of met de deur te klappen. De vogels hoor ik nog steeds, maar ik zie ze niet. Ze zitten achter het lichtdoorlatende zeil. Het is geen mooi zeil meer. Het is oud en het wordt steeds groener. Maar het werkt en de dieren en ik zijn er aan gewend dat het zo is.

Er is veel leven op deze stille plek, twee kilometer van de weg af. De vroege ochtend is bijna voorbij. Het is het allermooiste deel van de dag en ik wil het niet meer missen. Het concert aan geluiden is voor mij een reden om andere concerten te laten gaan. Ik hoef nergens heen, want de ochtend geeft mij meer dan ik in jaren heb gehoord. De wereld aan geluiden, dat is het wat ik wil helpen scheppen. Gezoem van bijen en hommels horen. De grutto en de kievit in de wei in het voorjaar, de uilen en de kramsvogels in de winter. Hoe langzamer ik leef, hoe beter ik kan luisteren. Laat I tunes maar in de plomp zakken. Ik ga live.

PS Binnenkort is het vier mei, dan kan je weer twee minuten luisteren naar de stilte. Maak er wat moois van met elkaar! Hieronder staat het artikel dat mij inspireerde.

.

Foto: Alowieke van Beusekom

.

NEDERLANDS

ENGELS

We verwaarlozen de sonische diversiteit van de natuur en lopen zelf risico. Menselijke activiteiten leiden onze aandacht af van de levende aarde. Dit is waarom dat belangrijk is. David George Haskell

This story was originally published by Yale E360 and is reproduced here as part of the Climate Desk collaboration.

Geluid wordt gemaakt van de meest kortstondige dingen op aarde, onaanzienlijke luchttrillingen. Toch is geluid ook de grote verbinder en onthuller. Omdat geluidsgolven door en rond obstakels gaan, verbinden ze levende wezens met sonische informatienetwerken. Sommige van deze netwerken zijn communicatief – liedjes, muziek en spraak – en sommige komen neer op afluisteren – roofdieren en concurrenten die naar elkaar luisteren terwijl ze ademen, bewegen en eten. Luisteren kan dus de onzichtbare dynamiek van de levende wereld onthullen. In een tijd van crisis en snelle veranderingen biedt luisteren ons een krachtige manier om verbinding te maken en te begrijpen.
Maar wat we horen is vaak geluidsverlies. Een deel van dit verlies wordt uitgewist door het uitsterven van soorten. Het lied van de Kaua’i ʻōʻō, een honingeter uit Hawaï, of de boomkikker aan de rand van de Rabbs uit centraal Panama zal nooit meer door de bossen weerklinken. Een andere vorm van verlies is de verminderde sonische diversiteit van habitats: een vermindering van de verscheidenheid aan melodieën, de rijkdom aan lagen van verschillende geluidsfrequenties, het bereik van verschillende tempo’s en de tijdelijke variabiliteit van sonische expressie door dagelijkse en seizoenscycli. Boomplantages of rijgewassen zijn akoestisch flauw en bloedarm vergeleken met de kracht en weelderige sonische variaties van een bos dat rijk is aan divers leven. Overmatig motor- en industrieel geluid veroorzaakt ook verlies van sonische diversiteit door andere geluiden te verstikken en de akoestische banden te fragmenteren die vroeger bevolkingsgroepen en gemeenschappen met elkaar verbonden. En dan is er nog het verlies veroorzaakt door onze onoplettendheid. Wanneer we niet langer luisteren, wordt de rijkdom van de menselijke zintuiglijke ervaring, een noodzakelijke basis voor juist handelen, uitgehold.
Elke habitat op aarde heeft zijn eigen sonische signatuur, gemaakt van de duizenden stemmen die op elke plaats aanwezig zijn. Het duurde lang voordat deze sonische diversiteit ontstond. Predatie hield waarschijnlijk honderden miljoenen jaren lang een deksel op de sonische communicatie. De eerste dieren in de oceanen en op het land konden horen, vooral in de lage frequenties. Zingen of schreeuwen was daarom de dood uitnodigen. Tot op de dag van vandaag zijn vocale wezens degenen die snel kunnen ontsnappen of zichzelf kunnen verdedigen. De kikker, krekel en vogel danken hun gezang voor een deel aan hun springende poten of vleugels.
Toen communicatief geluid eenmaal evolueerde, te beginnen met oceaanvissen en schaaldieren en krekelachtige insecten op het land, diversifieerden de creatieve krachten van evolutie al snel het geluid, waarbij ze eenvoudige kreten aannamen en de complexiteit en nuance opbouwden die we tegenwoordig om ons heen horen. Deze creatieve evolutionaire processen werkten over vele tijdschalen, en dus onthult geluid de vele lagen van de generatieve krachten van het leven. Verlies van de geluidswereld tast de erfenis van deze verschillende tijden aan en vermindert de evolutionaire creativiteit en mogelijkheden voor de toekomst.

.

Lees verder “OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)”

Waken over wonderen

.

.

Kijk naar de scheuren in je ideeën. Begin niet overnieuw, maar blijf en kijk. Kijk naar het onkruid dat door de spleten groeit. Bescherm het wonder. Geef namen aan wat groeit tussen de kieren, en wat gezien wil worden.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

“Als je hier over een paar jaar klaar bent, dan ga je natuurlijk ook weer verder”, zegt Marita. Ze heeft hier in de herfst een keet neergezet. Die staat hier nu nog steeds op het kampeerveld. Ze wou er iets mee doen, ik weet niet precies wat. Nu is ze er weer, Marita. Ik heb haar lang niet meer gezien. Haar lange blonde haar heeft ze in een staart gebonden. Lekker praktisch. Ze komt de kar weer ophalen. Het is toch allemaal een beetje anders gelopen. Het is niet handig, dat de keet hier staat. Op de weg staat de trekker te ronken.

Marita is niet de enige die ergens een kar stalt. Die iets bedenkt waar niks uit voortkomt. We plannen heel wat af. Vaak komt er niks van, het is allemaal veel te veel. Soms krijgt het voeten in aarde. Maar wanneer is iets echt klaar? Of wil je graag, dat het klaar is? Wil je weer weg kunnen gaan, om ergens anders weer nieuwe dingen te bedenken? Een architect doet dat. Een wegenbouwer en een gatengraver. Ik graaf ook gaten, maar niet om putten aan te leggen en steeds weer nieuwe te maken. Mijn gaten worden weer gevuld. Ik zet er iets in wat groeit. Ik kijk. Ik kijk naar de boom, de struik, elk zijn eigen persoonlijkheid. Het dijt uit zonder dat ik er iets over te zeggen heb. Althans, bijna niets. Ik kijk naar het landje aan de overkant van de sloot, waar ik werk. Ik hou er van, nu al. Ik hoor hommels zoemen en zie het stuifmeel op hun rug van wilgenbloesems. Hazen huppelen weg wanneer ik traag aan kom lopen. Ik loop over het terrein rond de boerderij en kijk naar de lente. Als muren beginnen te scheuren en staal begint te roesten. Dan groeien de wonderen. Het gebeurt als de bomen groot zijn en hun takken kraken en het zaad valt in zwarte aarde. Nieuw leven bedenk je niet. Ik schep, maar het echte werk is een magisch gebeuren.

.

.

Ik ben niet gek. Ik ga niet weg, wanneer het leven pas net op gang komt. Ik kan zeggen, ik ben klaar, de boel maar laten groeien. Ergens anders gaan scheppen en maar weer zien waar ik dan weer jonge loten vandaan haal om te planten. Maar dat doe ik niet. Ik haak mijn wagen niet achter de trekker, dat verhaal is volgens mij voorbij. Iemand die almaar voortgaat, mist het wonder achter zijn rug. Het wonder vraagt om iemand die het beschermt. Wat groeit wil gezien worden. Het vraagt om iemand die het verhaal van het land vertelt. Het verhaal geeft bestaansrecht. Iets een naam te geven, het kan vernietiging voorkomen. Alles wat geen beschermer heeft, is kwetsbaar. In onze wereld heeft land dat nodig. Zonder dat kan niets worden tot een wonder. Een waker is nodig, die woorden geeft.

Wielen worden opnieuw uitgevonden en rollen over de wegen. Het scheppen en keren houdt niet op. Bestemmingsplannen bepalen de toekomst. Ruïnes zijn nauwelijks te zien, of het moet op het erf staan van een oude gepensioneerde boer. Ik plant bomen op oud land, bij een oude boer. Dat is bijzonder. Maar je moet het wel benoemen, er voor zorgen. Anders noemt men het op een gegeven moment verwaarloosd. Bosjes worden gesloopt. Wie weet nog dat ze met liefde zijn geplant, als de planter er niet meer is? Wie ziet het wonder en beschermt het? Niets is vanzelfsprekend. Alles wat ontstaat is belangrijk. Kijk naar de scheuren in je ideeën. Begin niet overnieuw, maar blijf en kijk. Kijk naar het onkruid dat door de spleten groeit. Bescherm het wonder. Geef namen aan wat groeit tussen de kieren, en wat gezien wil worden.

Marita heeft haar trekker op het veld gereden en komt achter het stuur vandaan geklauterd. Even staat ze stil om zich heen te kijken. Ik kijk haar aan en geef eindelijk antwoord. “Ik heb nagedacht over weggaan of niet”, zeg ik. “Ik ga niet verder, want het is nooit af. Ik zorg voor het land en het zaad. Ik ben waar ik ben.” Verbaasd kijkt ze me aan. “O?” zegt ze “Dat klinkt Boeddhistisch”, mompelt ze afwezig. Haar hoofd is alweer ergens anders. Ze koppelt haar keet achter de trekker. Hobbelend verdwijnt hij over het veld, de weg op. Ik sta in het bedauwde gras en kijk haar na.

Wil jij ook de biodiversiteit vergroten? Een tuin vol bloemen, struiken en hommels? Kijk of er oude mensen in de buurt zijn die meer grond hebben dan ze kunnen beheren. Zoek uit of je daar iets mee kan doen, met elkaar. Ik hoor graag jullie verhalen.

.

.

Een roestbak of kunst?

.

.

REUSACHTIG RIJK IN ROEMENIË . . . . . . . . Immensely rich in Romania

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want te hear the English translation? Click on the button at the bottom of the text.

.

Zorgvuldig stop ik de kleine boompjes onder de berg compost. Deze moeten nog. Hoeveel heb ik er nou geplant? Honderddertig, geloof ik. Nog tweehonderdtwintig te gaan. Ik recht mijn rug en kijk naar het resultaat. Al heb ik er al veel geplant, je kan er nog maar weinig van zien. Het moet een mooie beschutte plek worden. In de lente ben je straks door bloesems omringd. Nu zijn de boompjes nog klein en hebben nog geen blaadjes. Maar ooit is het een dikke haag, met wilde lijsterbes, meidoorn, els en sleedoorn…. Op deze plek zullen we vast ooit voedsel oogsten. Maar dat heeft geen haast. Ik wil de bodem met rust laten en niet spitten. De bomen zullen de grond vanzelf los maken, koolstofrijk en vol bodemleven. En waarom haast maken? Er is nog altijd de winkel. Ja, er is alle tijd. Hoewel je dat nooit zeker weet.

Ik kijk uit over het uitgestrekte weidelandschap. Ik had ook heel ergens anders kunnen wonen. In een bergdorp in Roemenië. In 2011 was ik uitgenodigd door een kennis die daar woonde, als enige Nederlandse van de gemeenschap. Ik was daar. Zo anders was het er! Hier kijk je uit op de horizon. Ik ben gewend aan die ruimte, als poldermeisje. In Roemenië waren bossen die nooit ophielden. Ik ben er geweest, toen. Ik speelde met de gedachte om er te blijven. Misschien.

Het land trok me. De eenvoud die er nog was, het oude handwerk wat nog leeft. Het landschap, dat nog van zichzelf is, en niet al duizend jaar een bestemmingsplan heeft en ontelbaar keer is omgeschept. Ik ging erheen, en omdat ik een jaar lang vijf uur per dag Roemeens had geleerd, kon ik kleine gesprekjes voeren met bewoners. “Wat moet je daar op het platteland?” zeiden ze thuis. “Het is zo’n andere cultuur en er is zoveel armoede!” Maar niemand van hen had het die mensen ooit gevraagd. Wie zegt dat ze dat zelf ook vinden? Ik kon dat nu te weten komen. Ik herinner mij er nog veel van. Het is nu elf jaar geleden.

Ik door de bossen de heuvels in. Overal zijn bomen, er lijkt geen eind aan te komen. Als poldermeisje krijg ik het er benauwd van. Wanneer houdt het op? Verdwaal ik niet? Ik loop op een smal paadje dat ineens lijkt te stoppen. Waarheen nu? Ik kijk om me heen en zie licht verderop, tussen de bomen door. Achter een grote boom loopt het pad door en het eindigt in een open plek. Nieuwsgierig kijk ik om me heen. Er staan grote pollen bloeiend gras en er groeien bloemen en kruiden. Dan struikel ik over iets. Oeps… Het is een vrouw. Ze ligt op haar zij in foetushouding en doet sloom haar ogen open. Dan komt ze overeind en kijkt me zittend aan. “Hallo”, zegt ze in het Roemeens. “Ik was in slaap gevallen.” Verbaasd kijk ik haar aan. Ze is al wat ouder. “Ce vache?” vraag ik. “Heel goed!” straalt ze. “Ik heb twee koeien weet je, en die grazen daar ergens. Ondertussen slaap ik. Straks komen ze vanzelf weer terug. Met melk! Heel veel melk! En ik hoef er helemaal niks voor te doen. Ik kan hier gewoon een dutje doen in de zon. Is dat niet prachtig?” Ik knik enthousiast en lach. Dat is paradijselijk. En wat fijn dat ik haar kon verstaan. Heet dit nou armoede?? Ik loop verder en vind de weg weer terug.

Ook in het dorp is het rustig. Als ik de winkel binnenstap liggen er maar een paar dingen op de plank. Een paprika, een krop sla en een paar broden. Meer niet. De mensen hebben zelf alles. Het brood kost maar een paar cent. Wat zijn ze rijk hier.

En nu sta ik hier op deze harde weidegrond. Ik ben niet gebleven, daar, in Roemenië. Nee. Ik koos ervoor terug te gaan. Ik voelde me geroepen het hier te doen. Juist thuis! Voor mij is thuis het Noorden van Nederland. Boompjes planten, nu. Het zal nog wel even duren, voor het massa krijgt. Vorig jaar werd alles zaaide opgegeten door de slakken. Nu ruik ik ratten. Die ratten eten de slakken op. Ratten lusten graag slakken. Ik heb veel lege huisjes gevonden, met keutels ernaast. Nou, voorlopig doen ze maar. Ik heb geen last van ze en kennelijk is het nodig. Ik luister naar de constante dreun in de verte. Daar, over de snelweg gaat een colonne vrachtwagens voorbij. De Haak heet hij in de volksmond. De weg gaat een paar honderd meter verderop de bocht om. Vele boeren zijn onteigend voor die weg. De vrachtwagens bevoorraden winkels en bedrijven, overal en ergens. Wie weet hoe ver ze moeten rijden. Ik hoop dat die vrouw daar in Roemenië nog steeds haar dutje doet, in de bossen. Dat ze niet gekapt zijn door grote gulzige bedrijven en niet doorkruist met vele asfaltwegen. En dat ze nog steeds haar eigen groenten heeft en melk. Helemaal niet armoedig. Maar reusachtig rijk in eenvoud en tevredenheid. Zover zijn wij nog lang niet.

.

Nederlands:

English:

For the next english story, skip the following four blogs.

OUDE DROMEN VAN EXPEDITIES . . . . . . . . . . . . .. Old dreams of expeditions

.

Dromen van expedities en ontdekkingen. Misschien wel prehistorische grottekeningen!

Alles is een keuze. Blijven waar je bent is een heldendaad, als de Aarde daarom vraagt.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the english translation? Click on the button under the text.

.

In een andere tijd was ik vast en zeker ontdekkingsreiziger geworden. Ik verlangde er dikwijls naar, andere landschappen te zien. Ik had bergen willen beklimmen, grotten kunnen ontdekken, andere culturen willen verkennen en vreemde gronden. Maar dit is niet mijn missie. De wegen zijn vol. Unieke landschappen verliezen hun eigenheid door toerisme.  Blijven waar je bent is in zo’n wereld een uiting van protest. Dat weet ik nu.

Ik moet zeggen dat ik meerdere zware lessen heb gekregen, om dit te kunnen: “Blijven waar je bent”. Mijn eerste vriendje was zo’n ontdekkingsreiziger. Hij deed waar ik van droomde. Sietse. Vol enthousiaste fantasieën vertrok hij naar Turkije. Het liep slecht met hem af. Tijdens een lift is hij vergiftigd met thee, waar landbouwgif in zat. Daarna is hij naakt de berg af gesleept. Het is onduidelijk waarom. Voor mij werd duidelijk hoe eenzaam je in feite bent, in een ver land. Vooral als je er helemaal niks van af weet, niemand kent, en de taal niet spreekt. Voor mij was de boodschap: “Zet je voeten in aarde.” Dat heb ik gedaan. Al was het nodig om eerst een been te breken. Het duurde twee jaar voor het genas. Ondertussen was ik geketend en kon niet veel. Het was een zware les om mijn ontdekkingsdrift in te tomen. Maar het is gelukt. Ik ben waar ik ben, al bijna dertig jaar. Eerst in Utrecht. Jarenlang deed ik rondvaarten, hetzelfde rondje elke keer. Zelf deed ik het onderhoud, vuile vingers, alles kunnen. Nu zit ik bij een ouwe boer, plant bomen en schrijf verhalen. Ik laat dingen groeien langs het Verhalenpad.

Groei hebben we nodig. Andere groei dan economische. Daarvoor is rust nodig en bestendigheid. Een gezonde bodem wordt niet steeds omgeploegd of platgereden. In de eerste plaats vraagt ze aandacht. Maar als iedereen van huis is dan is er niemand thuis. En de hoeveelheid asfalt groeit. Evenals desolate landschappen die door overconsumptie worden veroorzaakt en het aantal mensen dat daarvan de klos is. Willen we de wereld veranderen, dan haal je dat niet alleen uit flitsende acties. Het vraagt ook om rust, om te beseffen wat je echt nodig hebt en wat niet. Rust, om een vruchtbare bodem op te kunnen bouwen. Rust, om te zorgen voor de bomen en planten die je wilt laten groeien.

Regelmatig hoor ik: “Fijn dat je woont zoals je wilt wonen!” Weet dan, dat het een keus is, tevreden te zijn met je huis en je omgeving. Het is een keus, die iedereen kan maken. Zelfs als je, net als ik, al jaren droomt van verre expedities. Ook hier is van alles te verkennen. Met je neus in het gras is alles reusachtig. Blijven waar je bent is een heldendaad in een wereld waarin iedereen onderweg is.

.

Met liefde denk ik aan Michiel, de man die ik verloor, een ander deel van dit verhaal.

.

Nederlands:

Engels:

WAT BOMEN FLUISTEREN WANNEER JE TEVEEL WILT . . . . . . . .What trees whisper, when you want too much

.

.

Heel veel willen is als een laaiend vuur. Wat doe je daarmee? De woorden kwamen uit mijn eigen mond. “Ik kijk naar wat is, niet naar wat ik wil wat er is.” Verbaasd lees ik het, als een waarheid die steeds opnieuw ontkiemt.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Listen to the english version? Click on the button down under the text

Er is een sprookje waar ik vaak aan moet denken. Het gaat over de gevolgen van teveel. Nu zijn er meer sprookjes die gaan over hebberigheid of vriendelijke behulpzaamheid zoals Vrouw Holle. Maar wat gebeurt er nou echt met je, als je teveel wilt? Ten slotte zijn het niet allemaal lelijke stiefdochters die daar last van hebben. We hebben het allemaal wel eens. Soms gaat het zo verschrikkelijk goed, je zit in de juiste stroom en krijgt van alles aangeboden. Welke keuzes neem je dan? Graag denk ik dan aan het sprookje van de arme vrouw.

Een arme oude vrouw woont eenzaam in een hutje op de hei. Meer kan ze niet betalen. Ze werkt wat in haar groentetuintje, dat maar weinig opbrengt, op de arme zandgrond. Ze heeft één magere geit, die ze dagelijks melkt. Veel geeft ze niet, maar ja. Het oude mens heeft er vrede mee. Op een dag klopt er iemand aan. Ze opent de deur. Het is een knappe man met mooie kleren aan, het lijkt wel een prins. “Ik ben verdwaald” zegt de prins. “En ik heb honger, heeft u misschien te eten voor mij?” De oude vrouw zegt dat ze niet veel heeft, maar ze kan wel soep maken. De prins is haar heel dankbaar. “Ik geef u voor elke vetkring in de soep een zilveren daalder” zegt hij stralend en hij gaat zitten op het bankje naast het huis. De arme vrouw maakt de soep en doet de boter erin. Netjes afgepast, één eetlepel, zoals altijd. Maar dan laait er een vuur in haar op. Wat kan ze allemaal doen als ze veel méér daalders kan krijgen? Een groter huis met een boomgaard, een koets met paarden ….Gretig gooit ze de hele kluit boter in de soep. Het is alles wat ze in huis heeft. Dan staart ze ontsteld in de pan. Op de soep ligt één dikke laag vet!

Ik was mijn vuile handen in de waskom. Twee diepe kuilen in de weg zijn weer mooi geëgaliseerd. Zo kunnen we makkelijk keren, als we dit weekend de boompjes uitladen. Er ligt een berg zand klaar om ze tijdelijk in de grond te zetten, want ik krijg ze niet alle driehonderd in één keer de grond in. Doe ik wel genoeg, vraag ik me soms af. Wat stelt dit eigenlijk voor vergeleken bij de duizenden bomen die sommige anderen kunnen planten? Misschien kan ik mijn talent wel veel breder inzetten. Ten slotte: bomen planten kan iedereen. Ik kijk naar de onverharde weg. De kuil is in elk geval dicht.

Ik ga naar binnen om verder te werken aan mijn laatste verhaal. Ik open mijn laptop. Eerst kijk ik even naar de vele reacties op het laatste interview in de Leeuwarder Courant. “Verlangen naar langzaam leven” staat erboven. En: “Ik kijk naar wat is, niet naar wat ik wil wat er is.” Het is alsof ik de woorden opnieuw zie. Dat heeft de schrijfster mooi samengevat. Er is ook een vrouw die me bedankt voor al mijn blogs, mijn eenvoud inspireert haar en het heeft haar door een moeilijke tijd geholpen. “Bedankt dat je zo gewoon bent!” zegt ze. Ik glimlach. Langzaam maar zeker bouwen we een netwerk op van bomen, planten, en mensen. Dan zie ik een volgend bericht. Ik word attent gemaakt op een groot kunstevenement. Bosklab in Leeuwarden. Er is veel geld voor beschikbaar en het lijkt op mijn lijf te zijn geschreven. Het gaat over bomen en verbinding. Wat leren we van bomen en hoe kunnen we daar anderen mee inspireren, zo snel mogelijk? Het duurt honderd dagen. Speciaal voor die gelegenheid komen meer dan duizend bomen de stad in wandelen. Ik zie een plaatje met mensen die tussen bomen doorlopen, bomen die allemaal in bakken staan. Ieder loopt er op zichzelf. Verbinding zie ik niet. Wat raar… Maar het is wel een mooie kans. Als kunstenaar kan ik er vast anderen ontmoeten en meer naam maken. Ik kan veel meer dan wat ik nu doe! Even brandt er een vuur in mij. Ga ik het doen? Maar inmiddels ken ik dat vuur wel. Het is vaak de aankondiging van een periode met weinig slaap en teveel hooi op de vork. Bovendien: Is het wel nodig, meer naamsbekendheid? Het gaat toch goed zo? En verbreek ik juist niet de verbinding met wat ik nu, heel langzaam aan het opbouwen ben?

Ik denk aan de oude vrouw in de hut en neem een besluit. Het is genoeg. Ik hoef niet meer. Ik doe het met wat er is en ik weet zeker dat het iets heel moois gaat worden. Ook bomen groeien niet in één dag. Ze hebben een netwerk nodig. En wandelen kunnen ze ook niet. Al zou je willen.

(Wat gebeurt er eigenlijk met die bomen na afloop? Gaan ze dan de grond in?)

.

Bosklab (van laboratorium), komt drie maanden lang in Leeuwarden, van de zomer. Het wordt vast een leuk evenement. Wie weet wat voor bruisende dingen de kunstenaars er aan toe kunnen voegen. Maar het concept mist voor mij diepgang, letterlijk. De bomen staan centraal. In bakken worden ze door de stad gerold. Maar de energie van de boom komt vooral uit de bodem. De boom heeft een netwerk nodig van micchorizae, schimmels, die hen onderling voedt en verbindt. En meer nog. Talloze miniscule beestjes maken de bodem los en vol leven. Als dit alles er is, dan pas staat een boom in diepgaande verbinding en is hij gezond. Het is een voorwaarde voor leven, de bodem is de basis. Mensen horen er geen werk aan te hoeven besteden, dan is het goed. Bomen in bakken zijn eenlingen, ze missen hun gemeenschap. Dat evenementenmensen weinig met wortels hebben is logisch. Dat zijn snelle zaken, per definitie niet geworteld. Het komt en het gaat. “Stadsinrichters willen meer groen. Het lijkt een mooie match, maak er een bomenevenement van. Je kunt rollen met bomen als meubelstukken om te kijken hoe je het wilt hebben, in de stad van de toekomst. Dat is leuk. Maar de vraag die je dan stelt is: “Wat willen wij”. Dat is volgens mij toch heel wat anders als: “Wat kan de boom mij vertellen.”

Hoe bruisend het ook kan worden, ik zie er geen bodem in, als gewortelde nomade. Ik zou er eerder hyper van worden, elke dag wat anders. Bomen in bakken, twaalfhonderd nog wel. Al dat geld voor die eenzame bomen rollend door de stad, dat besteed ik liever aan iets anders. Ik zou het verspreiden over een nog langere periode. Met een speciaal aanvullend programma voor scholen bijvoorbeeld. Natuurouders en kinderen verbinden met kunstenaars. En niet alleen kunstenaars met naam uitnodigen, maar vooral ook buitenlandse inheemse activisten. Zij wagen hun leven om het regenwoud te beschermen. Ze zien familieleden sterven door de afbraak van hun land, de toenemende ziektes, de terloorgang van natuurlijk medicijn. Denken aan bomen is voor hen geen evenement, maar puur overleven. Die mensen eens te zien en te kunnen spreken, dat zou mij als activistisch kunstenaar pas werkelijk beroeren en inspireren. Ik denk al zo lang aan ze! Waarom worden ze steeds vergeten? Zij staan aan de heetste vuren van deze tijd! Zij zouden ons kunnen leren hoe we werkelijk naar bomen kunnen luisteren.

.

PS: Ik las later, dat een oude studiegenoot van mij zorgt voor een verdiepend kinderprogramma. Dat is mooi. Nu de inheemse activisten nog.

Nederlands:

Engels:

Het lege boekje in mijn binnenzak

.

Nu niet leeg meer.

.

Ik vind het vervelend als mensen tegen een dicht geblokte horizon aan moeten kijken. Zelfs al ken ik ze niet. Ik wens ruimte voor iedereen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Met mijn fietskar volgeladen rijd ik door de binnenstad van Leeuwarden. Iedereen kan zien wat ik eet. Fruit, groente, zonder zakje, vanuit de boodschappenmand heb ik alles zo in mijn bak gelegd. Havervlokken ook, in papier, en melk in een fles. Gelukkig regent het niet, het is èèn van die zeldzame dagen dat de lucht helemaal blauw is. Ik voel me vrolijk en opgeruimd. Temeer omdat ik net een belangrijke beslissing heb genomen. Ik leef sober en verzamel zo min mogelijk. Zo min mogelijk afval, maar ook minder nutteloze mooie dingen. Vanochtend heb ik een heleboel foto’s weggegooid op internet. En filmpjes. Het waren er veel te veel. In die diarree van beelden wordt het steeds lastiger te vinden wat ik zoek. Ik heb er genoeg van. Het benauwd me. Ik heb me ook voorgenomen minder op de laptop te zitten. Maar ik weet nog niet precies hoe ik het ga doen. Ik gedachten rijd ik langs de gracht.

Precies op dat moment kom ik langs een knutselwinkel. Door de deuropening zie ik rijen papier en pennen in alle soorten en kleuren. Daar moet ik zijn! Ik zet mijn fiets neer, duw het karretje tegen de gevel aan, zodat hij niet in de weg staat. Eenmaal binnen loop ik gelijk naar de kast met pennen. Ik koop vier zwarte fineliners, precies dezelfde als waar ik vroeger ook mee schreef. Ook tekeningen maakte ik ermee. Wat heerlijk dat ik ze nu weer heb! Te kunnen genieten van de zwarte vloeiende lijn op maagdelijk papier. Ik koop ook nog twee kladblokken, een leeg boekje, en briefpapier. Het is een begin.

Het was gisteren, dat ik op het idee kwam. De aanleiding was een bericht over een toekomstig datacenter in Zeewolde, een enorm terrein van meer dan 160 ha. Dat zijn honderdzestig voetbalvelden! Er moeten vijf blokkendozen op komen van 400 meter lang en 20 meter hoog. En dan nog een muur van 25 meter. Nou kan ik denken: Dat is mijn zorg niet. Maar daar voel ik me niet prettig bij. Volgens mij ben ik medeverantwoordelijk door al mijn computergebruik, al is het maar een heel klein stukje. Al die data die moeten worden opgeslagen. Daarom ga ik in de toekomst weer veel meer op papier doen. Geen eindeloze stroom van foto’s en berichtjes meer. Alleen enkele, waar ik echt voor kies. En de rest komt in dit mooie boekje. Ik steek het bij me, samen met de pen. Ik schrijf het vol met hele kleine mooie lettertjes. Dat wordt een heerlijk creatief proces! Nieuw en als vanouds tegelijk.

Mijn bijdrage in de digitale diarree wordt vanaf vandaag drastisch beperkt. En foto’s? Die zet ik gewoon op een memorystick. Als hij vol is ga ik schrappen of ik druk er een paar af. Zo houd ik het bij mezelf, en niet ergens, waar dan ook, in een megagroot datacenter. Ik vind het vervelend als mensen tegen een dicht geblokte horizon aan moeten kijken. Zelfs al ken ik ze niet. Ik wens ruimte voor iedereen.

Het is niet zomaar, dat dit me bezig houd. Ik was getrouwd met een verzamelaar. Na zijn dood ben ik jarenlang bezig geweest met opruimen. Ik had 300 vierkante meter te doen, waar alleen maar een gangetje doorheen liep, tussen bergen hout, ijzer, dekenkisten en wat al niet meer. Er stonden machines, in goede staat, maar wel groot en zwaar. In een huis waar alles vol staat, moet je wel met oogkleppen gaan lopen. Als je alles ziet dan wordt je gek. Je leefruimte krimpt en krimpt. Het doet me denken aan een krantenberichtje, lang geleden. “Man dood gevonden in zijn huis. Waarschijnlijk zelfmoord. Hij was verzamelaar en zijn huis stond tot de nok toe vol. Vermoedelijk zag hij geen uitweg meer.”

Wij leven in net zo’n wereld. Alles moet bewaard worden. Spullen staan veilig achter slot en grendel in huizen en kluizen, data worden opgeslagen in datacenters. Volgens mij kunnen we best een heel stuk minderen. Dan hoef je niet eens alles weg te doen, Facebook, Gmail, Foto’s die je wil bewaren. Als het maar minder is. Dus dat doe ik. Niet alleen omdat het me helderheid geeft, maar ook omdat ik me verantwoordelijk voel.

Ik loop terug naar mijn fiets. Tevreden voel ik het mooie boekje in mijn binnenzak. Het past precies!

https://www.trouw.nl/buitenland/computers-en-mobieltjes-slurpen-een-flink-deel-van-onze-energie~b43f8b3c/

Klik om toegang te krijgen tot Brief-aan-gemeente-Zeewolde.pdf

.

.

.

.

.

.

Laat ze maar denken

.

.

.

Is wat normaal is, wel zo normaal? En waarom hebben mensen zoveel nodig?

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Met een warme muts over mijn hoofd loop ik over het onverharde pad. Het waait stevig en ik zou er oorpijn van kunnen krijgen, met mijn natte gewassen haar. Eén lok komt onder de rand van mijn pet vandaan. Vanaf de andere kant komt een man aan gelopen. Hij is hier tijdelijk en ik heb weinig met hem te maken. Hij kijkt me slim aan en zegt: “Lekker hè, zo’n frisse douche!” Ik knik ja. “O ja, een keer per maand of zo….” zeg ik wat onverschillig. Een minzaam lachje ontglipt hem. Wat zou hij denken: Wat een viezerik? Maar het is nog erger! Ik douche nog niet eens een keer per maand. Ik douche vrijwel nooit! Ik heb zojuist mijn haar onder de kraan gewassen, met warm water. Dat is wel fijn.

“Ik badder elke dag in de Swette”, zeg ik dan. “Daar word je ook heel schoon van. En dan flink boenen en schrobben met de handdoek.” Hij springt meteen in de houding en glimlacht beleefd. “O ja, en het is ook heel gezond hè, voor je organen.” Ik beloon hem met een glimlachje. “Zo is het.” Dan loop ik verder naar huis. Langs de bosjes en de struiken. Ik vermijd de stenen, die anders in het hout van mijn klomp blijven prikken. Ik zet mijn ene voet voor de andere en vraag me af waarom mensen zoveel nodig hebben. Wereldwijd is een warme douche tegenwoordig normaal. In Amerika, Mexico, Brazilië en Afrika. Zelfs als er beperkte watervoorraden zijn wordt er gedouched. Het kost nogal wat. En niet alleen water. Ik las gisteren dat de Romeinen Europa veroverden, omdat ze hout nodig hadden om te stoken in hun luxueuze badhuizen. Die luxe, daar zijn ze uiteindelijk aan ten onder gegaan. Zouden de Romeinen elkaar net zo hebben aangekeken? Met een minzaam lachje, als je niet regelmatig naar een badhuis ging? Uiteindelijk viel er helemaal niks meer te badderen. Dat geeft wel te denken. Is wat normaal is wel zo normaal?

Ik verheug me elke ochtend op het frisse natuurbad. En het is leuk om te zien dat er hier steeds vaker mensen uit het dorp komen om het ook te doen. Die herhaling van ontmoetingen maakt dat een plek gaat leven.

Ik hoef geen pompje, zodat er water uit een kraan komt. Ik hoef geen leidingen door het huis en een boiler. Alles wat ik kan missen maakt me onafhankelijk en vrij. Er is al zoveel, zonder dat ik er wat voor hoef te doen. De Swette is een afwateringskanaal en volgt de loop van een oud riviertje, dat al eeuwenlang het regenwater afvoert. Vele liters fris helder water gaan er door heen. Elke ochtend ben ik er weer. Langzaam laat ik me omhullen in die overvloed en was me. Ik kijk naar de zon in het water. Een groep puttertjes vliegt over en landt in een hoge wilgenboom. Dit is rijkdom.

.

.

PS: 1x per maand doe ik de was op de boerderij. Ik zet het een nacht in de week, dan korte stand, eco, 30°C. Verder was ik 2x per maand mijn haar onder de warme kraan met het zeepje dat op de foto staat.

.

Een levend thuis met echte buren

.

Een deel van deze afbeelding komt terug in een ander verhaal: “De bestendigheidsgelofte.”

Een deel van mijn leven in vogelvlucht. Hoe ik woonde en wat ik mijn thuis noemde. Hoe ik de wet der wederkerigheid ontdekte, die ik niet alleen toepas op menselijke relaties, maar ook in relatie met de planten en dieren heel dichtbij, direct om mijn huis. Ze horen er allemaal bij.

Liever luisteren? Klik op de knop onder het tweede plaatje.

Er was een dag dat ik in een stenen huis woonde. Nooit had ik zorgen om de wind, de regen en er was niets wat weg kon waaien. Er was niets om vast te sjorren en een schoorsteenkapje hoefde ik niet te hebben want ik had CV. Het water en de stroom werd verzorgd door anderen en het huis werd onderhouden door de woningbouwvereniging. Dat is lang geleden. Wel vijfentwintig jaar. Hierna kwam ik in een eeuwenoude werfkelder terecht. Een heel romantisch plekje, maar je bent wel altijd bezig om je huis bewoonbaar te maken, en ook te houden. Een werfkelder vraagt ook veel energie. De stenen muren zijn tegelijkertijd het fundament van de huizen erboven. Daarom zijn ze een meter dik en warmen erg traag op. Ik moest de hele zomer blijven stoken op een laag pitje. Anders werd alles klam en vochtig en kleding begon te schimmelen in de kast. Ik heb geleerd mijn huis zo leeg mogelijk te laten zodat de lucht goed kan circuleren. Ik heb geleerd dat ventilatie erg belangrijk is en dat de wanden poreus moeten zijn en moeten kunnen ademen.

Uiteindelijk heb ik veel van de verworven wijsheden in de bouw van mijn kleine huis gestopt, met als gevolg dat ik vele malen minder hoef te stoken en altijd een heerlijk licht plekje heb. Het beddengoed voelt niet vochtig aan, de kleding schimmelt niet in de kast en ruikt gewoon fris. Een huisje klein maar fijn.

De basis is goed. Maar wat er van buiten op me af komt, dat heb ik niet voor het zeggen. Het kan stormen of de wielen zakken weg in de modder. Zo is het nu. Maar zo was het niet altijd. Ooit stond mijn wagen op een mooie ondergrond van beton. Om me heen had ik een glazen windscherm laten bouwen, op Frijlân. Dat was mijn eerste woonplek in Friesland. Ik had dat mooie scherm niet alleen voor mezelf. Dan had ik het nooit gedaan. Ik wist dat ik weer weg zou gaan. Het windscherm zou een cadeau worden aan de gemeenschap. Ik had veel aan de gemeenschap te danken, al was het dan in een andere plaats, op een ander moment. Dat was aan de Oudegracht, in die werfkelder. Het voelde als een ver verleden, de vuren op de werf aan het water, de muziek en de mensen van toen. Ik zou ze nooit van mijn leven meer bij elkaar kunnen krijgen, iedereen die er bij was. Maar dat hoeft ook niet. Ik heb geleerd dat je, wat je krijgt, niet per se aan dezelfde mensen terug hoeft te geven. Het netwerk is immers met vele lijnen aan elkaar verbonden en het voedt veel meer dan wat je kan zien. Ik weet nog dat iemand me dat uitlegde. Ik had het gevoel in het krijt te staan. Die man had zoveel voor me gedaan! “Ik vind je een mooi mens” zei hij, “En je bent met goeie dingen bezig. Daarom help ik je. Als je mij iets wilt geven, geef het dan aan een ander.” Ik voelde me verlegen en verbaasd dat ik daar nog nooit eerder bij stil had gestaan.

Het glazen windscherm wordt nu goed gebruikt. Er komen mensen bij elkaar en er wordt muziek gemaakt. Ik ben erbij, als het einde van het seizoen wordt gevierd. De trommels klinken prachtig tussen de glazen wanden, met de vloer van beton. Het is een perfecte klankkast. Overal zie ik lachende gezichten, er wordt gedanst en er worden oerkreten geslaakt. Even krijg ik kippenvel. De sfeer is precies als die ik achter liet. De feesten van toen, op de werf in Utrecht, hadden dezelfde muzikale openhartigheid als wat ik nu meemaak. Hetzelfde vuur. Is dit de wet der wederkerigheid? Dat alles bij je terugkeert als je durft te geven?

Mijn huis staat nu op een andere plek. Voor mezelf wil ik geen glazen windscherm, geen betonnen vloer. Ik hoef ook niet opgeborgen te staan in een schuur, zodat me niets kan gebeuren. Ik wil leven tussen het leven wat mij omringt. Glazen wanden geven mij het gevoel van gekooid zijn, dat ik in een aquarium zit, los van de rest. Ik maak het scherm nu van riet, dat ik rechtop tegen een wand zet. Die wand is van pallets gemaakt en goed gestut. Een windschut moet leven. Het moet langzaam vergaan, en terugkeren naar de bodem. Ik geniet er van om op die manier ruimte bieden aan andere levende wezens. Al is het maar een groep duizendpoten, die er beschutting vinden. Het is heerlijk om daar telkens weer aan te bouwen, en te zien wat er gebeurt. Ik maak er holletjes in voor de vogels. Ik zie hoe er na een uur al een hele zwerm kleine mugjes in woont. Als het winterkoninkje dat ontdekt, dan heeft hij weer eten. Maar ik heb hem nog niet gezien. Wanneer zou hij het ontdekken, mijn geliefde vogeltje? Al kijkende werk ik aan mijn plek. Vanuit mijn raam moet ik het zien. Juist wat dichtbij is, krijgt de meeste voeding. Doordat ik mezelf verzorg, verzorg ik de Aarde. Zoals ooit mijn geliefde zei: “We zijn niet alleen op de wereld.”

Het doet mij meer dan ooit beseffen: Het moet nu gebeuren. Hier, waar je bent. Op je eigen plek, en het liefst vlak voor je voeten. Het Web van Leven is overal.

.

.

Versterkt windschut met geoogst riet. Er zitten holletjes in voor insecten en voor de vogels. Doordat het jaar extreem vochtig was, was de rietoogst vele malen groter dan vorig jaar. Ik gebruik het ook voor paadjes, zodat het niet modderig wordt. Ik bouw met wat er is, ik leef samen met het leven dat zich vestigt. Ook muggen.

.

Tijdens het opschonen van mijn mailbox kwam ik toevallig deze architect weer tegen. Anna Heringer. Niet voor niets had ik haar opzij gezet, ze is belangrijk voor me. Waar zij voor staat als architect, datzelfde draag ik uit in mijn verhalen. Ook zegt het iets over het feit waarom mijn buren zo belangrijk voor me zijn . En over hoe ik nu mijn windschut bouw en versterk . Door haar levenswerk een plek te geven in mijn blog, hoop ik mijn keuzes nog beter toe te kunnen lichten.

Voor Anna Heringer is ‘Het bouwen van een huis tegelijk bouwen aan de gemeenschap’. In wezen is ecologisch bouwen dus eigenlijk sociologisch en politiek bouwen. ‘Eerst bouwen mensen huizen, daarna bouwen huizen mensen,’ is een gevleugeld woord uit de Baukultur. Zoals de mens bouwt, zal hij leven. Denk daar maar eens over na. Dat veel van de nieuwe, spectaculaire ecosteden overal ter wereld zozeer op techniek georiënteerd zijn, is voor Anna Heringer eerder een onderdeel van het probleem dan een oplossing. Waarom er niet veel meer met leem wordt gebouwd? Leem laat zich niet patenteren en standaardiseren, ‘daardoor is het economisch niet aantrekkelijk’. Leem heeft geen lobby. (Artikel 360 Magazine 1-10-2020 “Natuur en bouwsector moeten bondgenoten worden.”).

In dit filmpje kun je zien hoe ze samen met een heel dorp in Bangladesh een lemen school bouwde. De materialen komen uit de streek zelf. Het is zeker inspirerend, want modder hebben wij hier ook op deze oude zeebodem (Middelsee, N. Fryslân). Zelf heb ik diverse ervaringen met klei en het bouwen ermee. In deze beelden komt de titel van dit verhaal weer terug. Een levend thuis met echte buren.