Wachten op de zonnewende (Waiting for the solstice)

.

Steeds weer terugkeren naar een plek. Niet omdat je er toevallig langskomt, maar omdat je het wilt. Omdat je er je wortels hebt en je de mooiste momenten met iemand kunt delen.

Een van de vele stegen in Utrecht, met opkomende zomerzon.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

.

Al noem ik mij een gewortelde nomade, ik ben het niet altijd geweest. Emmeloord, mijn geboorteplaats zei me niet zoveel. Toen ik 18 was verhuisde ik naar Zwolle. Toen ik 19 was ging ik een half jaar terug naar Emmeloord. Op mijn twintigste woonde ik in Arnhem. Op mijn 22e vertrok ik naar Leeuwarden. Toen ik 25 was vertrok ik naar Utrecht. Zoeken. Steeds weer verhuizen. Het was een rusteloos bestaan en ik was een slechte slaper. Net goed en wel in Utrecht brak ik mijn been bij een verkeersongeluk. De genezing duurde twee jaar. De beperking deed me goed. Talent kwam nu tot uitdrukking: schrijven, tekenen. Karakter heeft stilte nodig om zich te kunnen vormen.
Mijn been genas. De lange beperking had me rust gegeven en ik was bereid om grondige keuzes te maken. Een paar jaar later ontmoette ik Michiel en hij werd mijn man, een man met diepe wortels. Zijn leven speelde zich af langs de werven, in het middeleeuwse Utrecht. Hij was een hartelijke creatieve ambachtsman. Iedereen in de buurt kende hem. Samen begonnen we een rondvaartbedrijf en zijn wortels vergroeiden met de mijne. Met elkaar voeren we enige jaren over het water en met elkaar deden we het onderhoud. Hard was zijn dood en het leven dat erna kwam. Ik heb alles door mijn handen laten gaan en mijn wortels groeiden dieper en dieper. Tot het jaar 2012.
Toen ik vertrok dacht ik de stad achter me te laten. Maar het is niet zo. Ik ben daar nog steeds. Mijn wortels strekken zich onzichtbaar uit naar dat ene plekje in het centrum van Utrecht. Mijn verhalen worden er nog trouw gelezen. Ik ken de stenen, de bomen, de hoekjes en de mensen. En zij kennen mij.

Dat is precies wat ik denk, als ik de monumentale deur achter me sluit. Hier, bij mijn oude buren, vond ik een hartelijk welkom. Ik kon er blijven slapen. Waar ik vandaag heen moet, is vlakbij. Vandaag draait de film: “Rooted nomad” in het Louis Hartlooper Complex. Het is de docu over mij, waar ik al vaker over sprak. Met een zachte klik valt de deur dicht en ik hoor de echo in de lege gang er achter. De donkergroene verf glimt, alsof er pas geschilderd is. Voor de deur staat een bord met “Te koop”. Mijn oude buren willen weg. “De stad wordt almaar drukker en we hebben nauwelijks een tuin.” Ik doe een paar stappen de stille straat in en vraag me af. Hoeveel mensen denken dat? Wanneer komt de dag, dat iedereen die ik hier ontmoet me vreemd is? Of staan straks al die huizen leeg en woont iedereen “tiny” op het platteland? Op dit moment is er nog niks te merken van drukte. De zon is al op, maar is verborgen achter de huizen. Het wordt een warme dag.

Beneden aan de gracht zijn mensen. Ik hoor gemoedelijk gelach en zacht gepraat. Ik loop naar de gietijzeren reling en kijk naar beneden. Daar zitten de jongens die op de werf wonen. Ik ken ze allebei. Ze kijken omhoog en groeten me. “Kom beneden!” roept de één. Er zijn gasten. Twee jongens en een meisje. Ik ken ze niet. Hun ogen staan helder, hun huid is koffiebruin. Op de tafel staan een paar halfvolle glazen wijn en een lege. Ik loop de trap af en groet ze. “Welkom” zegt Dave. “We hadden hier een mooie nacht. Je maakt nu het staartje mee.” Dave is de bewoner van de werfkelder. Zijn buurman, Daan, kijkt me stralend aan.
“Wat leuk dat je er bent! Ik vond het zo jammer toen ik hoorde dat je gisteren was langs geweest!” Ook de anderen kijken naar me. “Was je toevallig hier?” Vraagt een van de jonge gasten. “Nee” zeg ik. “Ik woonde hier en kom steeds terug. Niet toevallig, maar omdat ik het graag wil”. Ondertussen denk ik: Wat is er toch met dat woordje “toevallig”. Het lijkt te horen bij deze tijd. Misschien is het de persoonlijke levensreis, die steeds individueler lijkt te worden. Je ontmoet wie je tegen moet komen, spreekt niks af en kijkt niet verder dan de dag van morgen. Alles komt vanzelf op je pad. Vernieuwing is een toverwoord. En “Shift”. Ik zie vernieuwing als een zeldzame noodzaak. Een prachtig avontuur, een sluisdeur die opent naar nieuwe wateren. Of een wissel, waar de trein langsgaat. Maar het leven spoort niet met alleen maar wissels. Zeker niet als iedereen zo’n bestaan leidt en er steeds minder mensen zijn die een geregeld leven leiden bij de technische dienst.

De zon komt op en schijnt precies door het steegje aan de overkant. Het is een vertrouwd beeld. Ik kijk ernaar en herinner me de tijd dat ik hier woonde. Het hele jaar was ik omsloten door de hoge muren van de herenhuizen, als een stedelijke vallei. Alleen het water glinsterde in de gracht en stroomde de stad uit, vrij de wijde wereld in. Ik keek ernaar en mijn gedachten stroomden mee. Ik keek naar de weerspiegelingen van de bomen die braken in de bries. Als de zon dan eindelijk kwam, dan stond hij al hoog aan de hemel en scheen fel boven de huizen. Het steegje waar ik nu naar kijk, was niet zomaar een steegje. Ik keek uit naar de dagen rond de zonnewende. Dan kwam het zonlicht precies erdoorheen, vroeg in de ochtend. Hij kwam als een gouden vloed de gracht over, en vloeide mijn werfhuis in. Ik kijk naar de streep van zonlicht op de straatstenen en voel me gelukkig. Daan kijkt er ook naar. Hij woont nu al tien jaar in mijn oude huis. “Zo mooi is dat ..” zegt hij stilletjes. Gastheer Dave praat ondertussen steeds door. Hij zegt dat ik zijn huis eens moet bekijken. Het is hartelijk bedoeld, maar ik negeer hem. Ik kijk naar de zon en dan weer naar Daan. We wisselen een glimlach. “Ik ken het zo goed, dit moment!” zeg ik. Hij steekt zijn hand uit en we geven elkaar de vijf. “Wij begrijpen elkaar!” zeg ik. Daan straalt van genoegen. “Zo is het,” zegt hij ferm.

Je kunt terug gaan naar een stad omdat je hem mooi vindt. Dat doe je dan eens in de tien jaar, op zijn hoogst. Maar nog mooier is het om momenten van schoonheid te kunnen delen. En om te horen hoe het is. Daarom is het, dat ik steeds weer terug ga. Vaker dan zomaar een keer. Het is waarom ik de band onderhoud, met mijn oude buurt én de bewoners. Niet toevallig, maar omdat ik het graag wil. Wortels maken doe je samen.

.

De documentaire “Rooted Nomad” is te zien op 2Doc.nl. Een bijzondere film, ontstaan uit een fijne samenwerking met twee twintigers. Het gaat over deze Friese bodem en de speelse creativiteit die een nieuwe levensfase brengt, na een lang en zwaar afscheid. Het is tegelijkertijd ter nagedachtenis aan Michiel, mijn lieve man, die 20 jaar geleden stierf. De documentaire van Michelle van der Plas en Emma Sidlauska is prachtig geworden en staat nu online:

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html

NEDERLANDS:

ENGELS:

Keep returning to one place. Not because you happen to pass by, but because you want to. Because you have your roots there. That’s why I go back to Utrecht, again and again. I had an early meeting down by the water.

Rondhangende koekoeken (Hanging cuckoos)

.

.

Af en toe wat paren en verder een beetje rondhangen. Die vogels hebben zeeën van tijd.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Mijn vriend leest mij elke dag voor uit de krant. Daar heb ik om gevraagd en hij doet het graag. Ik luister rustig het hele artikel uit. Maar vandaag niet. Terwijl hij leest hoor ik wat anders en het is de koekoek. Al weken hebben we een koekoek die almaar door roept. Dag en nacht. Soms is hij even stil. Als teveel andere vogels er doorheen roepen neemt hij de moeite niet. Het lijkt wel een ijdele vogel, eentje die graag solo zingt. Dat dacht ik. Een eenzame narcist. Maar nu luister ik vol verbazing. Want volgens mij hoor ik nog een koekoek. Een tweede! Zijn geluid lijkt iets hoger. Ik luister naar Dick zijn verhaal en tegelijkertijd naar wat ik buiten hoor. “Zonder psychopraat was internet erg leeg,” leest Dick voor. Ik ga rechtop in mijn stoel zitten en breek zijn zin plotseling af. “Hé Dick Hoor je dat? In de boomgaard! Het zijn er twee! Twee koekoeken roepen tegelijk!” Dick houdt op met lezen maar hoort het niet of is meer geïnteresseerd in zijn artikel. Ik luister nog beter. “Ja! Het is echt zo!” Dick leest alleen in stilte verder en ik ren naar buiten om een opname te maken. Wauw, dat heb ik nog nooit gehoord. Een mannenkoekoekenkoor. Het lijkt wel Afrikaans zang! Polyphonie van pygmeën.

De aarde is onze moeder en vol geluiden. Natuurvolkeren halen hun inspiratie uit de muziek van de Aarde zelf. Maar ook Debussy deed dat en hoeveel andere musici en kunstenaars zijn niet de natuur in getrokken voor inspiratie of luisterden naar de vogels in hun eigen tuin. Schrijvers, maar ook uitgeputte moeders, overspannen managers of distributiemedewerkers, allemaal halen ze energie uit de natuur.

Ik laat vruchtbare grond door mijn handen gaan, zie jonge bomen groeien. Libelles zweven over het pad, in de luwte tussen het hoge gras en het riet. Ik word er blij van en slaap rustig en vredig. Ik luister naar Dick, die een artikel voorleest. Over psychopraat van mensen die geen buurvrouw meer over de heg hebben maar wel een smartphone. Over de teloorgang van de waarde van arbeid, omdat alles uitloopt op steeds meer heen en weer gedoe. Jongens op elektrische fietsen die banaantjes brengen aan luie leeftijdsgenoten. Containers vol spul dat over zee gaat. Dick leest voor en we verdiepen ons in de vreemde stromen van de groeieconomie. We praten erover, maar tegelijkertijd laat ik het langs me heen gaan. En luister naar wat hier is. Naar de koekoek, buiten in de boomgaatd. Ik blijf wie ik ben en waar ik ben, Handen in aarde en luisteren, leven en eten wat er is, hier. Zolang het om mij heen blijft groeien, dan is het goed.

Ik luister naar de opname die ik heb gemaakt en grinnik. Wat een lollig samenzang: Het mannenkoekoekskoor! Die mannetjes hebben toch niks te doen. Af en toe wat paren en verder een beetje rondhangen. Die vogels hebben zeeën van tijd. Verveling maakt vindingrijk en creatief. En dan is er ineens een koekoekskoor. Zo zie je maar. Laten we ons vaker gaan vervelen. Dat kan voor ons mensen helemaal geen kwaad.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

The Males Cuckoo Choir! Those guys have nothing to do. Do some mating now and then and then hang out a bit. Those birds have plenty of time. Boredom makes resourceful and creative. And then suddenly there is a cuckoo choir. Who ever heard that? Let’s get bored more often. That can do no harm at all, for us humans.

Het waarborgen van de eenvoud (Insuring simplicity).

.

.

Eenvoud koesteren in bescheidenheid. Dat is makkelijker als je op een eiland zit. Maar zo is het niet. Om je heen gebeurt van alles. Zoveel mensen, zoveel belangen. Ook groene idealen kunnen te ver doorschieten. Dan wordt het tijd om je gezicht te laten zien. Als bewaker van eenvoud laat ik zien waar ik voor sta.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH version? Click on the button under the text.

.

Het is Pinksteren. Het weekend dat Nederland er massaal op uit trekt. Op de Swetteblom is het ook druk. Overal lopen honden en staan auto’s geparkeerd. Ik sta in het huisje waar Dick de hele winter woont. Ik ben alleen dit weekend. Ik giet heet water op de koffie en een heerlijke geur biedt troost. Ik drink mijn koffie en staar door het raam. Het weiland is stil en groen. Het is vol gouden stippen van boterbloemen en witte, van de klaver. Een simpel draadje halverwege bakent het koeienland af. De grote zwarte os staat er. Hij heet Quintus maar ik noem hem Oskar. De twee bruinwit gevlekte koeien staan naast hem te grazen. Achter me in de boomgaard klinkt gekwetter. Twee bonte spechten hebben daar een nest in een van de oude wilgen. Ik heb het gezien, dat nest. Een mooi hol is het. Ze boffen met zo’n plek, geen ekster kan erbij.

Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik hoor en zie. Ik raak ermee vergroeid. Maar vandaag, nu de camping verandert in een rumoerige drukte, vandaag vraag ik me af hoe lang het duren zal. De boer staat klaar voor kampeerders en campers. Verder is hij vooral bezig met een tiny house project. Dat gaat niet over natuur. Dat gaat over menselijke behoeftes. Energievoorziening en waterreiniging en weet ik veel wat niet meer…

Net als ik daaraan denk, staat hij voor mijn deur. Hij heeft het druk. Zijn gezicht is verstopt achter een dikke wilde baard. Daarboven kijken twee opgewekte blauwe ogen me aan. Hij heeft nieuws. Over het tiny house project. “Ik vond iemand die wil helpen het voor elkaar te krijgen. Jij zou ook meedoen toch?” “Nee,” zeg ik. “Niet meer” mijn stem klinkt vastbesloten. “Ik heb me bedacht. Er wordt al zoveel gebouwd. Ik ben hier om een stem te geven aan de natuur.” Boer Jochum trekt zijn wenkbrauwen op. “Ik hoop niet dat het elkaar in de weg gaat zitten,” zegt hij weifelend, want eigenlijk weet hij best wel dat dat heel belangrijk is. “Wonen en biodiversiteit kan elkaar ook versterken, in plaats van tegenwerken,” zeg ik hoopvol. Altijd positief blijven. Dat is mijn motto. Boer Jochum kijkt bedenkelijk, groet en loopt weg om wat anders te gaan doen.

Als hij weg is loop ik er nog een tijd over na te denken. Zullen die toekomstige bewoners wel zover zijn, dat ze zo eenvoudig kunnen leven in de natuur? Het moeten huizen worden voor de jongeren uit het dorp. Willen die ook in eerste plaats goed voor de natuur zorgen? Doen ze alles, net als Dick, Jochum en ik, met de fiets? Ik denk het niet. Er komen allicht niet alleen huizen, maar ook auto’s bij. Een hele rij. Ook het bezoek, dat langs komt, komt met de auto. Dat is de norm. Wat een drukte wordt dat. Het is nu zo n mooi veldje…. zonde eigenlijk, als dat overhoop wordt geschept voor al die voorzieningen. Is dat wel nodig?

Ik loop over het pad naar huis. Ik passeer twee lachende meiden en een man met drie honden. Op het veld speelt iemand op een trommel. Ik loop langs de groeiende rij geparkeerde auto’s, die aan de rand van het weiland staan. Dan ben ik bij mijn eigen veldje. Somber loop ik langs de grote witte motorhome, die voor mijn huisje staat geparkeerd op het veld. Binnen hoor ik mensen praten. Ik heb ze nog niet gezien, terwijl ze er al twee dagen staan. Als ik over deze camping mocht beslissen, dan werd het een fietscamping. Alleen voor fietsers met kleine tentjes. Stille mensen die kunnen genieten van niks. Die komen hier nu ook al graag. Terwijl ik hieraan denk, voel ik me overspoeld door al die belangen. Feestvierders, rustzoekers, bewoners, de boer, en nu ook toekomstige tiny housebewoners en alles wat zij met zich meebrengen. . . Wat een gedoe! Bezwaard staar ik naar de horizon. Door de sluierwolken schijnt zacht licht. Ik geniet ervan, ondanks mijn twijfels. Het maakt me rustig. Verderop hoor ik mensen roepen. Ik ken ze niet. Een kleine stoet loopt over het pad. Ik sluit de luiken en ga naar binnen. Ik ga vroeg naar bed vanavond. Morgen is er weer een dag.

Als ik de volgende dag wakker wordt, regent het zachtjes en het waait. Het is zes uur. Ik ga naar buiten in mijn pyjama en open de luiken. De grote witte camper staat er nog. Maar als ik weer in mijn hangmat duik, zie ik de lampjes aan gaan en hij rijdt het veld af. Gelukkig. Dat scheelt alweer. Met een opgeruimd gemoed kijk ik naar buiten. Nu kan je mijn huisje weer zien staan, vanaf de weg. Dat is goed. Ik ben hier niet voor niks. Ik ben er om stem te geven aan de natuur en een eenvoudig leven dat daarmee overeenstemt. Dat mag gezien worden. Dat is de bedoeling. Zal mijn instelling straks nog wel passen bij deze plek? Of zal het teloor gaan in het rumoer? Veranderingen zijn soms lastig. Toch, soms is het nodig. Ik kan blijven of weggaan. Wat het ook is, het zal me opnieuw sterken en wakker schudden. Kiezen waarvoor ik het doe. Het waarborgen van de eenvoud, diep in het hart, ten allen tijde. En dat uitstralen, de wereld in. Amen.

.

NEDERLANDS:


ENGELS:


Nurturing simplicity in modesty. That’s easier when you’re on an island. But life is not like that. It’s a lot of hassle around you. So many people, so many interests. Also green ideals can go too far. Then it’s time to show your face. As a guardian of simplicity I show what I stand for in my life.

.

NIEUWS:

De documentaire “Rooted Nomad” is te zien op 2Doc.nl. Een bijzondere film, ontstaan uit een fijne samenwerking met twee twintigers. Het gaat over deze Friese bodem en de speelse creativiteit die een nieuwe levensfase brengt, na een lang en zwaar afscheid. Het is tegelijkertijd ter nagedachtenis aan Michiel, mijn lieve man, die 20 jaar geleden stierf. De documentaire van Michelle van der Plas en Emma Sidlauska is prachtig geworden en staat nu online:

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html

Je kan het ook op groot scherm komen bekijken.
Zaterdag 18 juni 2022 om 11.20 uur.
Louis Hartloopercomplex, Utrecht.

Koop hier kaartjes: https://www.hartlooper.nl/films/campusdoc-international-film-festival-18-19-juni-vertoning-1-blok-2/

Wat overleeft (What survives)

.

Dit is een heilig plekje in mijn huis. Een glas in loodraam in de nok. De rode bol, in vieren gedeeld, symboliseert de Aarde en de opgaande lijnen het groeien. De halve kom naar boven gaat uit naar de hemel en alles wat ons omgeeft. Naar lucht en licht, wat leven voedt. In de winter is het raam bedekt achter een dikke prop schapenwol. In de lente haal ik dat eruit, het moment dat het groeien begint.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you rather listen? Click on the button under the text.

Sommige mensen bewaken een oude plek. Ze zijn al jong verbonden met een bodem die verzadigd is met verhalen. Verzorgers van lommerrijke bossen. Of kruidige weiden, al decennialang niet geploegd of omgekeerd. Dagjesmensen fietsen voorbij langs een bloeiende houtwal of een wei vol bloemen. “Wat een mooie plek…” zeggen ze. Het zijn herders en boeren. Mannen en vrouwen die leven in het ritme van de seizoenen. Die één geworden zijn met dat, wat nooit verandert en toch altijd in beweging is. Heel gewoon, zonder valse romantiek. Het is dat, wat nooit het nieuws haalt, omdat het is wat het is en het graag zo wil blijven. Niet vernieuwend en blits, maar gegrond en duurzaam. Juist die mensen kunnen niet vaak genoeg in het voetlicht komen.

Mijn raam kijkt uit op goudgele velden vol boterbloemen. Boer Jochum beheert ze. Hij wil honderd worden en dat lukt hem vast. Hij is een sterke vent. Misschien heeft hij nog wel dertig jaar te gaan! Maar ooit komt er een einde aan. Als een boer sterft of ermee ophoudt, en er is geen zoon, wat dan? Meestal wordt de grond verkocht. Bijna altijd aan een grootgrondbezitter.
De plek die nu de Swetteblom heet, kent een lang verhaal. Al bijna honderd jaar is het een boerderij. Voor die tijd was het een wilde plek, waar kippen liepen en wat kleinvee. Dat wilde, dat heeft boer Jochum terug laten keren. De bomen die hij plantte mogen scheuren en verrotten. Het hooiland is gezond en kruidig en elke winter trekt de zompige klei een grote groep kramsvogels aan, die voedsel vinden in de natte wei. Ik hoor kikkers in de lentenacht. Op het ontluikende verhalenpad zag ik zojuist een geschrokken watersalamander. Ik loop naar Jochumsreed. de lange onverharde weg die van de camping naar het dorp loopt. De regen heeft de scheuren in de droge klei doen verdwijnen en alle bomen zijn nu groen. Vanaf de camping komen Rien en Linde aanlopen. Hun stemmen klinken serieus en nieuwsgierig houd ik mijn pas in, en volg het gesprek.

“Alles wordt opgekocht en met de grond gelijk gemaakt. Dat gaat hier ook gebeuren,” zegt Rien met een ijzeren zekerheid. “Ooit komt er een grote boer en die maakt er allemaal dezelfde weilanden van. Net als overal. En dan moet je allemaal oprotten.” Rien bivakkeert hier om een autobiografie te schrijven. Geen idee hoe lang nog. Naast hem loopt Linde. Ze woont in het dorp en komt hier graag. Deze winter heeft ze elke week de stal uitgemest om haar hoofd leeg te maken. Het deed haar goed. Ze wil de Swetteblom niet missen. Nooit niet. Ze luistert naar Rien zijn pessimistische uitlating en knikt nadenkend. Daar heeft ze al vaker over nagedacht. Ze fronst haar wenkbrauwen. Vanaf de andere kant komt Tanja. Ze wandelt ons tegemoet met haar kleine hondje, groet en loopt verder. Voor velen is deze plek een passage in hun leven. Anderen bouwen iets op. Ik ben hier eigenlijk ook nog maar net. Toch heb ik hier mijn wortels, op de zeebodem van het Noorden. Het lijkt op de polder, waar ik vandaan kom. Maar niemand is zo geworteld als de boer, die hier geboren is. Die de weilanden hooit en de koeien voert en altijd zulke lekkere kwark maakte. Hij beslist wanneer welke boom om gaat. Maar liever laat hij ze staan. De man die al jaren de campinggasten ontvangt. Wat gebeurt er als zo iemand wegvalt? Het land van acht hectare dat langs de Swette ligt, heeft veel in zich, om de eeuwen in te gaan. Jochums plek is gezonder dan vele andere. Dit is een bronplek, zoals Jeroen dat noemt. En er zijn er meer. Tussen de blokkendozen en het groene biljartlaken in, liggen wegen verborgen, die bronplekken verbinden zoals de onze.

Met zijn drieën lopen we over het pad. Het heeft hard geregend. Er staan plassen. Met mijn blauwe klompen loop ik er dwars doorheen. Naast me loopt Linde. “We moeten de camping nog groter helpen maken, zorgen dat er heel veel mensen komen. Het op de kaart zetten. Dan wordt het belangrijk!” zegt ze. “Iets wat belangrijk is heeft meer overlevingskans.” Ik frons mijn wenkbrauwen. “Wil je dat echt?” vraag ik verbaasd. Haar gezicht verandert meteen van uitdrukking. Even aarzelt ze, voor ze zegt: “Nee, eigenlijk helemaal niet. Dit is juist zo’n fijne rustige plek….” Ik knik. “Dat vind ik ook. Ik denk dat we juist de rust en de rijke natuur hier tot zijn recht moeten laten komen.” Boer Jochum heeft er goed voor gezorgd en doet dat nog steeds. Maar wij zijn net zo goed nodig. We moeten de Swetteblom niet alleen gebruiken, maar ook voeden. Door onze handen uit de mouwen te steken en door onze verhalen erover. Wat mooi zou het zijn als iedereen dat deed. Overal, op duizenden plekken. Hoe meer je geeft, hoe rijker een plek wordt. En hoe groter de kans dat het blijft.
Ik zie iets bewegen tussen het gras en sta plotseling stil. De andere twee lopen pratend verder. Heel stil luister ik maar zie niets. Ritselend verdwijnt het zonder dat ik weet wat het was. Morgen ga ik weer kijken. En als ik het weet, schrijf ik de naam op in een mooi boekje met een gouden rand. Want wie schrijft, die blijft.

.

NEDERLANDS

ENGELS
We must not only use a place, but also feed it. By rolling up our sleeves and by telling our stories about it. How nice it would be if everyone did that. Everywhere, in thousands of places. The more you give, the richer a place becomes. And the more likely it will stay.

Ritme (Rhythm)

.

Dit is vier jaar geleden, toen schreef ik vanuit Brabant, de andere kant van het land. Ik was daar zes jaar, maar ben er nooit helemaal geworteld. Ik wist dat ik weer weg zou gaan. Hoe? Geen idee. Punt één was het ritme om te blijven schrijven. Als dat maar doorgaat, dan komt de rest vanzelf. En zo ging het.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Ik heb een langzaam leven nodig. Alleen dan kan ik doen wat ik doe – met liefde. Het is een gunst om langzaam te kunnen leven, maar ook heel duidelijk een keuze. De keuze om steeds te kiezen voor dat ene wat je energie geeft en voldoening, en niet voor het vele, het beste of het hoogste. Genoeg is genoeg. Die keuze maak je niet één keer, maar telkens weer. Zo bouw je rustig aan iets op. Zo creëer je tijd en diepgang voor datgene wat je belangrijk vindt. Voor mij is dat nu al meer dan tien jaar het schrijven van een wekelijks blog. Dat is een heilig ritme.

De week ging razendsnel voorbij. Net als veel andere mensen heb ik deze week, bij uitzondering, veel buitenshuis rondgebracht. Ik ben overal geweest. De gesprekken waren boeiend en leuk, waar ik ook was. Eindelijk weer de vrienden opgezocht waar ik al lang heen wilde. Maar ik was vergeten dat Dick me ook nog had uitgenodigd, voor een optreden in een andere plaats. Ook hartstikke leuk. Eerst met de trein. Onderweg met iedereen een praatje gemaakt. Het meisje op het perron met haar vouwfiets, de oude man met zijn hond die op de hoek van het muziekcafé woonde. Hij zat daar met de buurvrouw. Toen we terugkwamen zaten ze er nog, als meubelstukken in de kleine stille straat. Zelfs de enorme hond was niet van houding veranderd. Hun dag ging traag, demijne snel. Ik voelde me als een reiziger, dan weer hier, dan daar. Geen gewortelde nomade. Daarvoor betaal ik tol.

Het is avond. Hoewel ik moe ben, duurt het lang voor ik inslaap. Veel te wakker. Gebeurtenissen en gezichten passeren mijn geestesoog. En dan wordt het stil. Ik val in slaap. Na een paar uur ben ik alweer wakker. Mijn hoofd voelt brak. Het is maandagochtend. Maar ik kan nog niet rusten. Nog niet. Nog niet. Maandag is schrijfdag. Ik moet iets. Eerst maar een glas water..

Altijd komt er wel een thema, waarover ik wil schrijven. Iets dat hoort bij mijn rode draad. Rustig begint het te dagen. In het weekend ben ik er al mee bezig, tussen de regels door. Juist als het leven saai lijkt, dan groeit het, van binnenuit. Die tijd is nodig, een tijd dat er niets is en niets hoeft. Een tijd van luisteren. Nu is het maandag, het weekend is alweer voorbij. Ik heb geen idee waarover ik het wil hebben. Ik ben gewoon moe en wil luisteren naar de winterkoning. Ik hou van hem. Hoe hij om mijn huis vliegt, als een kolibrie zo snel. Naar de enthousiaste kreten van wervelende visdiefjes en kapmeeuwen die scheren over velden vol boterbloemen. Was ik maar een visdiefje. Voor één enkele dag. Scheren en schreeuwen in de wind. Een plotselinge duik in het water. Zoefffff! Gelijk weer omhoog. Mis. Mijn snavel is leeg. Ik droom. Ik laat de wind door mijn huisje waaien en voel de bries op mijn huid. Heerlijk. Een geluid haalt mij uit de sluimering. De winterkoning. O ja. Het is maandag. Hoogste tijd om te schrijven. Maar ik weet niks. Ik lijk wel een kip. Elke dag een ei. Ik heb er diepe bewondering voor, die legkippen. Zij moeten wel. Ik mag kiezen. Ik kan zeggen, ik doe het niet. Het is mijn eigen keus. Maar zo werkt het niet. Kanniet ligt op t kerkhof, Wilniet ligt ernaast. Als je daarmee begint, dan is er altijd wel een excuus. Daar doe ik niet aan. Schrijven is een ritme, net als de slaap, de wandeling, de cyclus van de maan of de seizoenen. Door het ritme is er beweging en groeit het. Zonder ritme was er geen leven. Zonder ritme was ik er zelf niet eens. Ga en gij zult vinden.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS


Writing is a rhythm, just like sleep, the walk, the cycle of the moon or the seasons. Because of the rhythm there is movement and it grows. Without rhythm there was no life. Without rhythm I wouldn’t even be here. Go and you will find.

Zoveel kuikens! (So many chicks)

.

.

Als vegetariër ontmoette ik een kippenboer. Het was een vrolijk gesprek. Als we spreken over een grote liefde van hem gaat hij stralen. Weidevogels.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH version? Click on the button under the text.

.

Sinds kort weet ik dat hier in de buurt een kippenschuur staat. Het is drie kilometer verderop, langs de weg. Er ligt een klein veldje waar schapen in staan. Maar gisteren zag ik er ook een kieviet, die alarm sloeg en rondcirkelde. Een nest? Vandaag aas ik op het moment om daar meer over te weten te komen. Ik ben op weg naar Weidum, op de fiets. Dan zie ik iemand bij het huis van de kippenboer. Een jonge vent wil net op zijn zitmaaier stappen om het gazon te maaien. Ik stop, stap af en zwaai naar hem. “Hallo, mag ik wat vragen?” roep ik. Ja dat mag. Hij stapt van zijn maaimachine en komt me nieuwsgierig tegemoet. “Die kieviet in het land hiernaast, heeft die eieren?” Hij grijnst en gaat er echt voor staan om antwoord te geven. “Nee, daar lopen kuikens.” zegt hij. ”Maar daarachter lopen er nog veel meer! Kievieten en grutto’s. Het wemelt van de kuikens!” Hij straalt helemaal. “En elk jaar worden het er meer. We houden het land nat met een pomp. Dat is goed voor de insecten en de muggenlarven. Die eten ze, de kuikens. Moet je eens kijken wat een wolk vliegjes! Het gaat goed!”

Ik stel de ene vraag na de andere. Hij weet veel van jonge vogels. Op verschillende manieren. Behalve voor de weidevogels, zorgt hij voor kippenkuikens. Die worden verkocht aan Albert Heijn. De klant eet graag het lichtroze vlees, keurig uitgestald en gesealed in plastic. Zo ligt het in de koeling. Maar het begint allemaal in een ei. Heel veel eieren zijn dat. En als ze uitkomen moeten de beestjes allemaal eten. Hij doet het samen met zijn pa. Ik heb mijn buurman wel eens horen mopperen, toen hij in een slechte bui was. Al die kippen die daar opgepropt zitten in die donkere schuur …. gromde hij. Daar moet ik aan denken. “Zoveel kippen in een schuur, daar is veel kritiek op,” zeg ik dan. ” Hoe ga je daar mee om?” Hij vertelt dat hij steeds opnieuw aanpassingen maakt. Er zitten nu grote ramen in het dak van de schuur. Er is ruimte bijgekomen om te scharrelen. De kuikens kunnen ook iets langer rondscharrelen dan vroeger, voor ze onder het mes gaan. De supermarkt betaalt hem ervoor, de prijs per kilo is hoger. “Ik zou best wel bio willen boeren,” zegt hij “Maar we kunnen niet verder uitbreiden. Er is niet meer scharrelruimte. De grens is bereikt.”
Het is balanceren. De eisen voor het dierenwelzijn worden steeds hoger. En er zijn steeds meer mensen die biologisch willen. Als boer verdient hij de kost met wat er gevraagd wordt. Hij werkt met de mogelijkheden die hij heeft en doet zijn best. Jonge kippen houden is zijn broodwinning. Maar dat hij echt van kuikens houdt, dat zie je wanneer hij over de grutto’s praat. En de kievieten. Om die dieren in zijn land te zien opgroeien, daar heeft hij alles voor over.

“Vorige week had de buurman een waterkanon aanstaan. Was dat niet erg?” vraag ik hem. “Ja”z egt hij, daar houden ze niet van. Ik heb een scherm neergezet. Dat hielp.”

In ieder mens is liefde en goede wil. Daar ga ik vanuit en dat blijkt ook, als je maar de juiste vragen stelt en kijkt waar de mogelijkheden liggen. Met enkel cynische blikken komen we niks verder. Met elkaar hebben we dit systeem gemaakt, en met elkaar zijn we er verantwoordelijk voor. Er verandert toch best veel. Ik heb hoop.

.

NEDERLANDS

ENGELS

As a vegetarian, I met a chickenfarmer. It was a happy conversation. As a farmer, he earns his living with what is asked. He works with the possibilities he has and does his best. Keeping young chickens is his livelihood. But you can see that he really likes chicks when he talks about the black-tailed godwits. And the lapwings.

WAAR ZIJN DE VERHALEN? (Where are the stories)

.

.

Leven in de natuur is luisteren naar verhalen. Maar als je teveel ideeën hebt hoe iets eruit moet zien, dan zie je niks. .

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst

Do you want to listen to the ENGLISH version? Click the button under the text.

Het is meivakantie, en op de Pôlle staan kampeerders. Er staat een groene tent en er zit een man te vissen op de steiger. Vanaf de andere kant komen twee figuurtjes het Verhalenpad aflopen. Vanaf het grindpad zie ik ze dichterbij komen. Het zijn kinderen, een jongen en een meisje. Ik blijf staan tot ze bij me zijn.

“Hallo, hebben jullie het Pad afgelopen?” Ze knikken. “Ja, we zagen een bordje staan met Verhalenpad. Maar waar zijn de verhalen? We hebben niks gezien. Wel hele diepe kuilen. Dat was vast een hoop werk. De grond was keihard,” zegthet jochie. Nieuwsgierig haal ik mijn wenkbrauwen op. “Hoe ziet een verhaal eruit denk je?” Hij haalt zijn schouders op. “Een bordje met een tekst. Of beelden.” Hij kijkt me schrander aan. Het meisje luistert aandachtig, wanneer ik verder praat. “Tja, dat is er allemaal niet. . . Maar heb je de spinnetjes wel gezien? Het zijn er honderden! Die schrijven de hele dag verhalen, met al die pootjes.” Hij schudt van nee. Niet gezien. Het meisje kijkt me met grote ogen aan. “Ze kruipen in de barsten in de klei. Die zijn daar gekomen van de droogte. In de kuilen kan je ze goed zien. Dat is kale harde grond. Eén voor één vul ik die met water, uit de sloot. Maar denk je dat ze verdrinken? Niks hoor, ze lopen gewoon over het water heen. Het zijn superspinnetjes. Ze kunnen alles en zijn razendsnel.” Hij kijkt verbaasd. “Nee, hebben we allemaal niet gezien!” Het meisje opent nu haar mond. “Zijn het geen schrijvertjes dan, die op het water lopen?” Die kent ze wel. “Nee,” zeg ik. “Ze zien eruit als gewone spinnen. En ze kunnen heel hard lopen. Leuk hoor. Ze drinken water uit de plassen die ik maak. Of ze drinken dauw, in de ochtend. Lang gras vangt veel dauw.” Ze knikken allebei, alsof ze dat al heel lang wisten. “Jullie zijn best slim,” meen ik. “Ik niet,” zegt het meisje verongelijkt. “Ik wel,” zegt de jongen. ”Ik heb Havo-VWO advies gekregen. Dat is best hoog.” Het meisje kijkt onverschillig. Ik vind het maar niks, dat praten over hoog en laag. “Maar jij bent praktisch,” zeg ik tegen haar. “En je weet volgens mij precies hoe schrijvertjes eruit zien.” Haar gezicht klaart op. Ze zegt dat ze mooi kan tekenen. Maar soms wordt ze ongeduldig en dan verpest ze het. We praten nog even verder. Dan verdwijnen ze richting de steiger, terug naar hun vader.

Langzaam loop ik het paadje af, door het lange gras, terug naar mijn wooncocon. Ik denk aan paden die uitgesleten zijn, ideeën die als kale constructies langs de verharde weg staan. Vertellingen die niet meer voor zichzelf spreken, maar zwart op wit moeten staan, anders zijn ze er niet of hebben ze zelfs geen bestaansrecht. Lees en weet, wie schrijft die blijft. Maar hoe meer je denkt te weten, hoe minder je ziet. Aan wie graag hoog de ladder klimt, gaan vele verhalen voorbij. Er zijn kleine vertelsels en soms zijn ze groter dan je kan bevatten. Niet enkele, maar duizenden verhalen zijn het, geschreven door talloze beestjes, bomen, bloemen en zelfs door bergen en rivieren. Sommige gaan zo snel dat ze gelijk zijn uitgewist. Andere zijn verschrikkelijk traag en nemen hele millennia in beslag. Dan besef je niet eens dat het verhaal er is, en nu verteld wordt aan jou. Maar alles ontwikkelt zich verder en steeds weer zijn er nieuwe wendingen. Oefen in breed kijken, en je ziet meer en meer: Verhalen in het web van leven.

Ik zet mijn ene voet voor de andere. Traag verdwijn ik achter de haag van riet, waar mijn huisje staat. De winterkoning fluit zijn lied, pal boven mijn hoofd. En weg ben ik, in mijn wooncocon. Het is weer de dag om woorden te weven. Anders was dit er niet, alles, wat ik nu schrijf. Verhalen die komen en gaan, en op een dag zullen verteren, als blad in de bodem van de herfst. Een bodem vol spinnetjes.

.

NEDERLANDS

.

ENGLISH

They were children. “Yes, we saw a sign with Story Path. But where are the stories? We haven’t seen anything. We saw deep pits. That must have been a lot of work. The ground was rock hard.” Curious, I raise my eyebrows. “What do you think a story looks like?”

Live in nature means listening to stories. When you only use your head, you miss it.

.

Als je mens en natuur van elkaar scheidt, dan wis je verhalen uit. Lees het artikel van Thomas Oudman.

https://decorrespondent.nl/13362/hoe-de-scheiding-tussen-mens-en-natuur-meer-kapotmaakt-dan-beschermt/3419303851458-239fbdc3

.

BELHAMELS OP TAFEL (Rascals on the table)

.

.

Maakte ik een lange reis voor niks? Het was niet waar ik voor kwam. Maar ik zie wel wat anders. Ik grijns met een kwajongensachtig genoegen.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Leiden stad. Ik struin door de drukke straten van het centrum, passeer talloze eettentjes en hier en daar een kledingzaak. Waarom ben ik hier? Even geleden zat ik nog bij een bijeenkomst van Future Affairs, van het NRC. Ik zat erbij, maar begreep er geen snars van, het Panpsychisme, Quantum en fractalen. In het Engels. Ik keek naar het gezicht van de vertellende vrouw. Hoe enthousiaster ze werd, hoe minder ik het begreep. De holle zaal maakte van het betoog een bord sonische spaghetti. Na een uur ben ik weggegaan. En nu loop ik hier. De zon komt achter de wolken vandaan, de stenen stad begint weer op te warmen. Dit is heel wat anders dan het koele Noorden, waar ik vanochtend nog fietste, op weg naar het symposium waar ik voor kwam. Ik volg het water van de gracht en kijk omhoog, naar de gevels. Een oude naam komt in beeld met zachte pastelkleuren. Het is een Antiquariaat. Ik verlang naar de stoffige geur van oude boeken. Nieuwsgierig wil ik naar binnen gaan, maar in één oogopslag zie ik dat ik er niks te zoeken heb. Het is de zoveelste uitspanning om je buik rond te eten.

Ik loop verder. De ongeïnteresseerde veelheid van consumptieartikelen loop ik zonder kijken voorbij. Het maakt me suf en onverschillig. Ik weet niet meer wat ik moet. Dan ga ik ook maar eten. Net als iedereen, kennelijk. Keus zat. De hele gracht is omringd door uitnodigende tafels en stoelen en borden die roepen wat er allemaal te koop is. Aan de overkant is het enige biologische eethuis. Ten minste, dat staat op het bord. Modern, lichtgroen, met tafeltjes langs de gracht. Wie weet is het wat. Ik steek de brug over, terwijl er net een sloep onder me doorgaat vol hapjes en mensen. Ik kies een tafel vlak boven de kademuur en kijk het glinsterende koele water. Boven de gracht vliegen kauwtjes, kapmeeuwen. Geen wonder. Zoveel eten bij elkaar vinden ze in de wijde omtrek niet. De mensen eisen steeds meer op. Overal. Natuurlijk komen ze hierheen! “Hier is het! Hier is het!” schreeuwen de meeuwen. Kolossale zeemeeuwen scheren dreigend over de hoofden van de mensen. Met hun kromme snavels vliegen ze soms rakelings over een maaltijd heen, maar iets van het bord graaien, dat durven ze nét niet. De meeste gasten kijken er niet eens meer van op. Maar de serveerster van het biotentje maakt zich er zichtbaar druk om. “Het komt door die patatzaak aan de overkant!” zegt ze opgewonden tegen een klant. “Dáár komen ze allemaal naar toe!” Op het moment dat ze dit zegt, landt er een kauwtje, twee meter van me af. Hij neemt plaats op het randje van de kademuur, en schikt zijn vleugels. Geïnteresseerd kijkt hij me aan, alsof hij precies weet waar hij moet zijn. Ik begroet hem vriendelijk. “Ha jochie! Jij lust wel wat hè? Nou dat is goed hoor… ” Ik praat op keuvelende toon zoals kauwtjes dat volgens mij ook doen. “Als ik klaar ben dan laat ik een stukje voor je over,” ga ik verder. Het kauwtje kijkt me slim aan. Het is net alsof hij precies begrijpt wat ik zeg. Misschien is dat ook wel zo. Als het over eten gaat, dan zijn zulke dieren bijzonder slim. Dan vliegt hij weg.

Ik bestel twee groentekroketten. Het valt tegen. Al is het gemaakt van speltmeel, er zit bijna geen groente in, het is vet en ik word er misselijk van. Ik eet de paar slablaadjes op, die aan de zijkant van het bord liggen. Een halve kroket laat ik liggen. Dan sta ik op om te betalen. Nauwelijks ben ik opgestaan of mijn gevleugelde vriend duikt vanuit het niets op de tafel, achtervolgt door een fladderende wolk. In een oogwenk is de tafel verborgen achter een schreeuwende groep vaalzwarte belhamels. Van alle kanten komen vogels aanvliegen, maar de kroket is al op. Ik kijk over mijn schouder. Wat een leven! Ik grijns met een kwajongensachtig genoegen. Even maar. Want vlak voor me komt de serveerster aanlopen. Ik trek een stoïcijns gezicht en pak mijn portemonnee om af te rekenen. “Vervelend hè, die vogels,” zeg ik meelevend. “Maar sommige mensen vinden ze toch wel leuk.” Ik pauzeer even om dan toe te voegen: “Dat vind ik eigenlijk ook.” De serveerster knikt aarzelend. Misschien ben ik zelf wel een belhamel. Eentje op twee benen.

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

DE PÔLLE EN HET VERHALENPAD (The Pôlle and the Storypath)

.

.

Er staat nu een bordje voor het Verhalenpad, daar prijkt de naam op. Hier hoor je hoe dat kwam en waarom ik aan indianen moest denken in Californië. Hoe mensen soms niet begrijpen wat ze zien en hoe dat tot grote vergissingen kan leiden.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Rather listen in ENGLISH: Click on the button under the text.

.

Aan de overkant van Jochums Reed ligt een oude wilg als een drie-armige ster gekraakt uiteen. Vanuit die dikke takken zijn talloze boompjes gaan groeien. Nu is het een klein wilgenbos. Het is een geliefde plek voor winterkoninkjes, merels en houtduiven. In het hout zitten talloze beestjes die worden opgegeten door weer andere beestjes. Naast de wilg stroomt de Swette, de rimpels in het water weerspiegelen in het licht. Hoe langer je ernaar kijkt hoe meer het fascineert. Het geeft de plek magie. De plek heet “De Pôlle”, dat is Fries voor “eilandje”. In het vlakke kustland waar de horizon overal te zien is, is zo’n bosje net als een eiland in zee. Onze Pôlle trekt veel gasten. Velen hebben gevraagd of ze er voor altijd hun caravan neer mochten zetten. Maar boer Jochum zegt altijd nee. Dit is een plek waar iedereen van mag genieten. Tussen het veldje en de Reed groeien meer bomen. Je kijkt tussen de stammen door naar de onverharde weg. Naast de weg ligt een berg zand met puin. Van het zand heb ik voorzichtig wat weg geschept, om te gebruiken voor het planten van mijn boompjes. Voorzichtig, om de witte dovenetel te ontzien, die wel houdt van dat losse zand. Ik heb er drie kruiwagens zand uit gehaald en de rest van de berg laten liggen. Van de stenen die ik na het graven overhield, bouwde ik een soort grotje, als schuilplek voor beestjes. Ernaast heb ik twee struiken geplant. Als die groeien dan komt er misschien wel een nestje in.

Het is weekend en mooi weer. “Alle campings zitten vol” zegt Dick “Hier gelukkig niet.” We drinken koffie en bespreken het nieuws. Wanneer ik terugloop naar mijn huisje, zie ik dat er gasten zijn aangekomen op de Pôlle. In de tijd dat ik weg was, hebben ze een groot vuur aangelegd. Het zijn twee jongens met een gele auto en een tentje. Uitgebreid genieten ze van de hoge vlammen. Het vuur blijft branden en ook de volgende dag komt bijtijds de eerste jongen uit het tentje. Hij plukt dood gras en met veel rook krijgt hij het vuur brandende.

Als ik om twaalf uur buiten kom, zijn ze weg. Ik loop naar de plek en zie dat het stenen grotje is afgebroken. De stenen liggen nu mooi opgestapeld rond een kring met as. Er kan inderdaad een flink vuur in. Er liggen een paar dikke takken naast. Voor het stel was dit het paradijs. Je waant je in het wild, als in een droom. Alles was er. De stenen lagen daar gewoon. Zouden ze wel eens in de Ecokathedraal van Le Roy zijn geweest? Een geweldige plek is dat. Het lijkt op een oude overwoekerde stad. Boomwortels slingeren zich dwars door en rond de stenen. Daar ligt geen enkele steen zomaar. Voor mij is dat een grote inspiratiebron. Weten zij veel, die jongens…

Zo is het op veel meer plekken gegaan. Dat nieuwelingen ergens kwamen. Een plek die ongerept leek. Bomen en stenen die daar puur toevallig leken te zijn. Ik denk aan de indianen die woonden in wat nu “Yosmitepark” heet, in Amerika. Zij hadden een heel gebied in gebruik. Het leek op een groot voedselbos. Het stond er vol eiken, want eikels waren hun belangrijkste voedsel. Op een dag kwamen er een stoet blanke mannen, te paard. Wat ze zagen was een prachtig paradijs en eikenbomen die gigantisch waren. Thuis zouden die allang gekapt zijn, voor scheepsbouw en nog veel meer. Dit was zo wild en ongerept! Ze wisten toen nog niks van agroforestry en voedselbossen. Laat staan van eikels en wat je daar allemaal mee kon. Eikels waren voor de varkens, niet voor mensen. Ze zagen dus niet dat het bos heel ingenieus in elkaar zat, eetbaar was en door honderden handen werd onderhouden. Er stonden geen hekjes tussen, of bordjes. De blanken jaagden de indianen weg, die zouden het paradijs toch maar verpesten. Het is triest, maar dat geloofden ze echt en daarna is het nooit meer goed gekomen. De blanke mannen maakten er een natuurpark van. Voor het park prijkte een bord, met een naam in hun eigen taal. Bij de poort stond een bewaker. Daar hadden de indianen niet van terug. Het bord is nooit verdwenen.

De gasten op de Pôlle waren natuurlijk geen veroveraars. Hun bedoelingen waren goed. Een volgende kampeerder kan de vuurplaats mooi opnieuw gebruiken, moeten ze hebben gedacht. Ik zet er nu mijn eigen kleine vuurkom neer. Klein is beter, dat houdt gulzigheid in toom. Ik pak de stenen en leg ze een voor een in het karretje. Even later staat er bij de ingang van het Verhalenpad het begin van een grappig muurtje. “Hier werkt Alowieke aan het Verhalenpad” staat erbij. En: “Kijken mag”. Bij mij geldt dat voor iedereen. Bewakers daar doe ik niet aan. Wie weet welke levensverhalen hier nog verteld zullen worden. En hoe vaak we nog aan inheemse mensen zullen denken, overal ter wereld. Met al hun Verhalenpaden. Hier, langs het Verhalenpad in Friesland.

.

NEDERLANDS

ENGLISH

ENGLISH

There is now a sign in front of the Story Path with the name on it. In this story you can read how that came about, and why it made me think of the indigenous people of what later became Yosemite Park, in California. How people who are new somewhere, don't understand what they see. And what great mistakes can result from that.
Lees verder “DE PÔLLE EN HET VERHALENPAD (The Pôlle and the Storypath)”

OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)

.

Mei de skries fan e Fryske greide giet it net sa goed

.

Een bos of wei hoort vol te zijn van het levend concert, maar dit sonisch landschap verdwijnt overal, in snel tempo. Een boeiend web van geluid lijkt een gunst in het leven, een aangename bijkomstigheid, maar het heeft nauwelijks rechten. Het is tijd om de noodzaak ervan te herontdekken. (Mede geïnspireerd door David George Haskell.)

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want tot listen to the ENGLISH translation? Push the button under the text

Hoe eenvoudiger ik leef, hoe rustiger ik word. Muziek luisteren is ook iets wat ik steeds minder doe. Toch, soms krijg ik echt zin om te swingen. Dus dan ik probeer het maar weer eens. Ik pak de laptop en open I Tunes. En ja, daar komt mijn muziekbibliotheek tevoorschijn, met allerlei plaatjes keuzes te zien. Allemaal muziek die ik gekocht heb. Ik klik op Miriam Makeba, maar ik hoor niks. Wat nu? Eerst maar eens inloggen bij Apple. Ik ben mijn wachtwoord vergeten en ben een paar minuten bezig. Vier keer moet ik een code invullen. Steeds weer een andere. Net voor ik ongeduldig word lukt het om er op te komen maar ik kom er niet achter wat er is. Ik ga terug naar mijn collectie. Daar gaf ik een paar honderd euro aan uit. Ik kom er steeds meer achter dat dit eigenlijk niks betekent. Ik ben er geen baas over. Er kan van alles zijn. Een nieuwe laptop waarop I Tunes niet meer werkt, of je moet ineens bijbetalen voor iets waar je allang voor betaald had. Geen idee wat het nu weer is. Uiteindelijk geef ik het op. Zo gaat het vaker. Uit dat ding, dichtklappen en weg ermee. Het is immers lente.

In de lente is alles muziek. Alles is vol geluid, gefladder en gefluit. De puttertjes piepen in het veld als ze niet in de gaten hebben dat ik er ben. De karekiet is tot mijn verrassing terug, en fluit zijn riedel in het riet. De groenlingen, de ringmussen hoor ik elke dag achter mijn wagen ruzie maken en zaad eten. Ook de pimpelmees, de koolmees, de merel en de vinken hoor ik. De winterkoning is druk bezig met nestjes bouwen en vliegt van hier naar daar. In en om het water laten waterhoentjes en meerkoeten weten dat de winter voorbij is. Ik luister de hele dag door. Elke vogel kan ik van de ander onderscheiden zonder hem te zien. Voor ik ze gespot heb, hoor ik ze en ik weet dat ze er zijn.

Eigenlijk is het een verwaarloosd deel van de schepping. Het geluid. Net als geur eigenlijk. Het zijn de ongrijpbare dingen van het leven. Maar als de zanger niet zingt wat rest ons dan nog? Geluid verbindt en onthult. We kunnen met het oor zien wat voor het oog verborgen is. We kunnen een sfeer creëren met elkaar. Zingen, spreken of fluisteren. Of iets verkondigen met luide stem. We kunnen luisteren met fonkelende ogen en rode wangen of zacht en verontwaardigd sissen. Dieren kun je zachtjes horen sluipen, als er een takje kraakt onder hun poten. Ze springen, grommen of fluiten, en elk dier luistert. Waar zijn de anderen, waar is het gevaar? Elk geritsel, geklop, geblaf of gekraai is belangrijk. De verscheidenheid aan bomen en struiken maakt het geluid nog gevarieerder. Het is de akoestiek van het landschap.

Een landschap hoort vol te zijn van dit alles, maar het verdwijnt steeds meer. Geluiden zijn een gunst in het leven, maar ze hebben nauwelijks rechten. Het web van geluiden, de akoestische wereld van een bos of wei, kan zonder ophef naar de kloten worden geholpen. Weinigen merken het op, hoe luisterlandschap almaar kariger wordt. (Ik ben toch blij dat dit in Friesland anders is, hier weet men, het is stil geworden op de weiden en het wordt zeer betreurd en er wordt hard aan gewerkt.)

Ik stop de laptop terug in het vakje waar hij hoort en stap langzaam het bordes op, zonder te stampen of met de deur te klappen. De vogels hoor ik nog steeds, maar ik zie ze niet. Ze zitten achter het lichtdoorlatende zeil. Het is geen mooi zeil meer. Het is oud en het wordt steeds groener. Maar het werkt en de dieren en ik zijn er aan gewend dat het zo is.

Er is veel leven op deze stille plek, twee kilometer van de weg af. De vroege ochtend is bijna voorbij. Het is het allermooiste deel van de dag en ik wil het niet meer missen. Het concert aan geluiden is voor mij een reden om andere concerten te laten gaan. Ik hoef nergens heen, want de ochtend geeft mij meer dan ik in jaren heb gehoord. De wereld aan geluiden, dat is het wat ik wil helpen scheppen. Gezoem van bijen en hommels horen. De grutto en de kievit in de wei in het voorjaar, de uilen en de kramsvogels in de winter. Hoe langzamer ik leef, hoe beter ik kan luisteren. Laat I tunes maar in de plomp zakken. Ik ga live.

PS Binnenkort is het vier mei, dan kan je weer twee minuten luisteren naar de stilte. Maak er wat moois van met elkaar! Hieronder staat het artikel dat mij inspireerde.

.

Foto: Alowieke van Beusekom

.

NEDERLANDS

ENGELS

We verwaarlozen de sonische diversiteit van de natuur en lopen zelf risico. Menselijke activiteiten leiden onze aandacht af van de levende aarde. Dit is waarom dat belangrijk is. David George Haskell

This story was originally published by Yale E360 and is reproduced here as part of the Climate Desk collaboration.

Geluid wordt gemaakt van de meest kortstondige dingen op aarde, onaanzienlijke luchttrillingen. Toch is geluid ook de grote verbinder en onthuller. Omdat geluidsgolven door en rond obstakels gaan, verbinden ze levende wezens met sonische informatienetwerken. Sommige van deze netwerken zijn communicatief – liedjes, muziek en spraak – en sommige komen neer op afluisteren – roofdieren en concurrenten die naar elkaar luisteren terwijl ze ademen, bewegen en eten. Luisteren kan dus de onzichtbare dynamiek van de levende wereld onthullen. In een tijd van crisis en snelle veranderingen biedt luisteren ons een krachtige manier om verbinding te maken en te begrijpen.
Maar wat we horen is vaak geluidsverlies. Een deel van dit verlies wordt uitgewist door het uitsterven van soorten. Het lied van de Kaua’i ʻōʻō, een honingeter uit Hawaï, of de boomkikker aan de rand van de Rabbs uit centraal Panama zal nooit meer door de bossen weerklinken. Een andere vorm van verlies is de verminderde sonische diversiteit van habitats: een vermindering van de verscheidenheid aan melodieën, de rijkdom aan lagen van verschillende geluidsfrequenties, het bereik van verschillende tempo’s en de tijdelijke variabiliteit van sonische expressie door dagelijkse en seizoenscycli. Boomplantages of rijgewassen zijn akoestisch flauw en bloedarm vergeleken met de kracht en weelderige sonische variaties van een bos dat rijk is aan divers leven. Overmatig motor- en industrieel geluid veroorzaakt ook verlies van sonische diversiteit door andere geluiden te verstikken en de akoestische banden te fragmenteren die vroeger bevolkingsgroepen en gemeenschappen met elkaar verbonden. En dan is er nog het verlies veroorzaakt door onze onoplettendheid. Wanneer we niet langer luisteren, wordt de rijkdom van de menselijke zintuiglijke ervaring, een noodzakelijke basis voor juist handelen, uitgehold.
Elke habitat op aarde heeft zijn eigen sonische signatuur, gemaakt van de duizenden stemmen die op elke plaats aanwezig zijn. Het duurde lang voordat deze sonische diversiteit ontstond. Predatie hield waarschijnlijk honderden miljoenen jaren lang een deksel op de sonische communicatie. De eerste dieren in de oceanen en op het land konden horen, vooral in de lage frequenties. Zingen of schreeuwen was daarom de dood uitnodigen. Tot op de dag van vandaag zijn vocale wezens degenen die snel kunnen ontsnappen of zichzelf kunnen verdedigen. De kikker, krekel en vogel danken hun gezang voor een deel aan hun springende poten of vleugels.
Toen communicatief geluid eenmaal evolueerde, te beginnen met oceaanvissen en schaaldieren en krekelachtige insecten op het land, diversifieerden de creatieve krachten van evolutie al snel het geluid, waarbij ze eenvoudige kreten aannamen en de complexiteit en nuance opbouwden die we tegenwoordig om ons heen horen. Deze creatieve evolutionaire processen werkten over vele tijdschalen, en dus onthult geluid de vele lagen van de generatieve krachten van het leven. Verlies van de geluidswereld tast de erfenis van deze verschillende tijden aan en vermindert de evolutionaire creativiteit en mogelijkheden voor de toekomst.

.

Lees verder “OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)”