De vonk uit het verlorene

.

 

Als je liefste sterft, dan val je in een gat. Maar als je aan de zwaartekracht van het gat weet te ontsnappen, kan er uit die ervaring iets moois ontstaan. (Alowieke)

 

Het miezert al een paar uur. De lucht is egaal grijs en de schemerige dag gaat langzaam over in de nacht. Ik doe de gordijnen dicht. Op het aanrecht staat een afgespoelde etenskom en in de woonwagen hangt nog de geur van geroosterde zonnebloempitten. Buiten loeit de koe.
Ik sta voor de kleine kast bij het raam en gedachteloos aai ik over het ronde houten kistje, dat er op staat. Door de warme kachel is het hout verder gescheurd dan ooit, de spleet, die vanuit het midden begint, wordt naar buiten toe steeds wijder. De scherpe rand van de scheur doorbreekt de cirkels van de jaarringen met een gapende kloof. Het kistje heeft een oervorm, alsof het zich de boomstam nog herinnert, waar het uit kwam. Het is goed geolied, het hout is goudgeel met jaarringen als donkerrode kringen. Onder het deksel zit een brede zwarte kier. Het wil niet meer dicht. Door de grote scheur in het hout past het niet meer.
Ik pak het kistje beet, zet het op tafel en open het. De schat die het bergt, bestaat zoals gewoonlijk uit rommel. Drie lege tubetjes arnicazalf, twee doosjes paperclips. Wanneer gebruik ik die, vraag ik me af. Ook zitten er wel zes scheermesjes in, genoeg voor twee levens. Ik vind twee kleine bruine flesjes, ooit door vriendinnen in handen gedrukt. „Geweldig spul, alsjeblieft! Voor jou”. Ik kijk ernaar en vraag me af wat ik er mee moet. Eén voor één spreid ik alles uit op tafel en schuif opzij wat weg kan. De bodem voelt een beetje vettig aan, alsof er iets heeft gelekt. Uiteindelijk is het kistje helemaal leeg. Ik poets de bodem schoon en strijk zachtjes over het gladde hout.

In gedachten zie ik de handen die dit maakten en de man van wie die handen waren. Zoveel meer maakte hij, de prachtigste schalen, zuilen en reusachtige schaakstukken, gedraaid op een grote draaibank met ingenieuze precisie en creativiteit. Ik herinner me een perfecte houten bol, gemaakt van gouden regen. Het had een geelgroene betoverende glans, je kon er bijna doorheen kijken.  Ik ruik de geur van verse lijnolie uit lang vervlogen tijden.
Deze handen, de altijd vuile en bezige vingers, ze zijn nog altijd bij me. De klok kan uren en dagen tellen, maar niet de intensiteit, niet de warmte van het samenzijn, dat nog een eeuwigheid doorgloeit..

Ik sta met het kistje in de hand, rond als een glad geschaafd en uitgehold stuk boomstam. Ik klapper met de klep en vraag me af. Wat nu? Het is één van de laatste dingen die ik wegdoe, dingen van hem, het laatste voorwerp van zoveel kubieke meters opruimen, zoveel spullen met ziel erin. Maar de tijd verstrijkt, het hout scheurt en verliest zijn glans en houtwurmen maken een begin aan het verval.

Ik glimlach. Ik weet. Zijn aanwezigheid zit niet in stoffige, uit elkaar vallende spullen. Méér dan dat, maakt hij deel uit van mijn nieuwe huis, mijn nieuwe leven, de prachtige kleine woonwagen, die ik bouw. Hij is er bij, als een stille kracht.
Ik schuif het kistje opzij, bij de spullen die weg kunnen, maar toch een beetje apart ervan. Dit is voor de kringloopwinkel. Het zal zwijgend zijn verhaal vertellen, ergens op een plank, tussen honderden andere spullen. Een stil en vergeten verhaal zal het zijn en geen mens die het zal kennen.

.

 

FILOSOFEREN OVER LIEFDE, WETENSCHAP EN DOOD

Als je liefste sterft, dan val je in een gat. Maar als je aan de zwaartekracht van het gat weet te ontsnappen, kan er uit die ervaring iets moois ontstaan. Ik vind het bijzonder opwekkend, hoe je het vitale deel van een overleden dierbare in je kan opnemen. Hoe die energie doorgegeven wordt en alles overleeft. Ik wil daar nog even op doorgaan. Het is een ongewone en volkomen intuïtieve gedachtesprong, maar iets ervan doet mij denken aan de kwantumwaarnemingen van Hawkins. Energie gaat nooit verloren, het verandert alleen van vorm. Zelfs een zwart gat is niet zwart. Er komt een soort straling van af.
Je zou het zwarte gat met de dood kunnen vergelijken, of het gat waar je in valt als achterblijver. De deeltjes, hieronder genoemd, zijn dan een liefdespaar. 
Lees op die manier het volgende wetenschappelijke stuk, zoals ik dat voor me zie:

Hawkingstraling wordt in het algemeen verklaard met virtuele deeltjes. Er zijn bewegingen die ontstaan doordat alles in rust verzonken raakt, vanwaaruit dan weer kleine fonteintjes van activiteit opspringen. Hierdoor ontstaan paren van virtuele deeltjes (deeltjes met hun antideeltjes) nabij de waarnemingshorizon van het zwarte gat. Het kan zijn dat een van beide deeltjes in het gat valt, en daarbij voldoende energie opdoet om het paar reëel (niet-virtueel) te maken. Als dan het andere deeltje aan de zwaartekracht van het zwarte gat weet te ontsnappen, lijkt het van buiten af gezien, alsof het deeltje door het zwarte gat is uitgezonden. Dat deeltje neemt dan een deel van de energie van het deeltjespaar met zich mee.

Kortom, het is of er energie loskomt, die er anders niet geweest was. Is dit niet iets wat vaker gebeurt? Door de dood van de één, op de rand van de kloof van licht en donker, worden dromen werkelijk gemaakt. Treurnis is de meest voorkomende emotie bij verlies, maar hoeveel energie zou het wel niet geven als veel meer mensen dit om konden zetten in liefdevolle aandacht en geïnspireerde daden? Het is niet alleen iets wat terugkomt in het Bijbelse pinksterverhaal. Ook dit filmpje zie ik als een lichtend voorbeeld daarvan. Deze boodschap wordt uitgesproken door Mohamed El Bachiri, die zijn lief verloor bij de aanslagen in Parijs. Tot zover deze gedachtegang.

https://www.youtube.com/watch?v=xsCSfmi566w&feature=share

 

Zaterdags werk in de tuin

.

 

 

Het is een dag vol lentegroet
ik kuier over dit kleine land
en bewonder
de heerlijke zon die het dóet

Ik meng de compost met het zand
en mijn vriend, die leest de krant
vlak naast de houten bloembak
ooit gemaakt van een veilingkist
en waar ik zojuist nog wat erwten in stak

Mijn vriend vraagt of ik het wist
dat van die Turken
die mochten het land niet in

Het onkruid laat zich niet beperken
door geen grens of traliewerken
ik haal het weg en spreid de zaden
tot het moment dat de kippen het merken

Ze zoeken en wroeten
vlak naast mijn voeten

Naarstig pak ik de schep
om de ijverige dieren
gauw ergens anders te plezieren

Geschepte aarde, wanhopige pieren
de kippen die krabben en pikken
vrolijk om het te vieren
Snel ren ik weg

Ik strooi het zaad en ik duw het wat aan
ergens ver bij de kippen vandaan
Ik kijk om me heen en zie ze nog niet
O, mogen er hier straks bloemen staan

Het zaterdagse werk is klaar
we zitten gezellig naast elkaar
Ik lees een ingezonden brief
met vieze handen naast mijn lief

Dan hoor ik ergens druk gekrabbel
van een opgetogen zadendief
Ze vindt ze allemaal

De peultjes vlak naast mijn portaal
ik kan het wel vergeten
die bloembak blijft straks leeg en kaal

Ik lach met een vermaakte blik
want ze heeft nu toch gewonnen
ik verstop ze, zij mag vinden
mijn allerbeste kip en ik

 

Mooi werk schept moed

.

wandafwerking-3

 

Ik ben in mijn nieuwe huisje aan het werk. De uren vliegen voorbij en ik ben goed op dreef. Gestadig ga ik voort, in alle rust en ongestoord. Het begint al een beetje schemerig te worden, maar ik wil graag afronden waar ik mee bezig ben.
Ik sta met een wandpaneel in mijn hand. Ik heb het zojuist op maat gezaagd. Het dunne triplex heeft aan de randen een paar bochten en inhammen, waar de dakbogen precies in passen. Ik schuif het paneel achter de paal langs, die de vloer met de middelste dakboog verbindt. Als ik een beetje buig, duw en schuif, kan ik hem mooi op zijn plek manoeuvreren. De paal heeft een paar handige plankjes, niet groot, je kan er net een flinke bloempot op zetten. Dat komt nu mooi van pas. Ik schuif de plaat achter de plankjes langs en ze houden hem mooi op zijn plek. Ik doe een stap achteruit en kijk tevreden glimlachend naar het resultaat. De stugge lap ongebleekt katoen, die de beddewand bekleedt, verdwijnt achter het zojuist geplaatste wanddeel. Het ziet er keurig afgewerkt uit.
En nu komt de kroon op dit stukje werk. Die ligt al een paar maanden klaar. Het is de strook van een bamboestengel, rechtstreeks van een biologische Nederlandse kwekerij gekocht. Nu mag hij zijn dienst bewijzen! Ik spring van het bordes af, mijn ene voet raakt kort het omgekeerde kistje, dat als trapje dient en dat al vele kleuren heeft gehad, omdat ik er steeds mijn kwast aan schoon strijk. Het gras is nat en wat modderig omdat ik steeds over hetzelfde stukje loop. Rustig loop ik verder, anders glijd ik nog uit met mijn klompen in de modder. Ik duik onder de wagen en pak de strook bamboe. Ik strijk over de binnenkant, met mijn vinger. Mijn vel is meteen vuil. Eerst maar even flink op schrobben.
Eenmaal schoon gepoetst, komt de goudgele kleur van de bamboe prachtig tot zijn recht. De driehoekige uitstekende delen zijn bijzonder om te zien. Dit zijn de delen die de segmenten van de plant van elkaar scheidt, die de plant zijn stevigheid geeft. Al met al is het een mooi ding. Ik loop er mee naar de hoek, waar het houten wandpaneel plaats maakt voor het ongebleekte katoen. De rafelige bovenkant van de lap is nog zichtbaar en erboven zie ik een smalle strook schapenwol uitpuilen. Daar begint de kromming van het dak, de essenhouten bogen houden als een ribbenkast de zachte massa vast van wol en stof, die erboven ligt. De stof vormt zich als een glooiend vel ritmisch naar het harde skelet dat ik ervoor gemaakt heb.
De bamboe sluit de rafelige, uitpuilende kier netjes af. De harde glimmende buitenkant heeft precies de juiste kromming en ik plaats hem tegen de houten spanten aan. De binnenkant van wat ooit een hoge groene stengel was, is nu zichtbaar. De driehoekige uitsteeksels van de segmenten kloppen perfect met het ritme van de dakspanten, alsof het ervoor gemaakt is. Nu vastmaken. Ik geniet ervan hoe snel dit gaat, na zoveel langdurige klussen. Twee gaatjes erin, touwtje er doorhalen en klaar is Kees.

Ik loop naar de deur om op een afstandje te kijken. Ineens is het een echte kamer, met een klassieke uitstraling. Ik heb er hard voor gewerkt en het is nog niet klaar. Maar te zien dat het zò bijzonder mooi wordt, dat schept moed om door te gaan. Doorgaan, tot het af is.

 

wandafwerking woonwagen geïnspireerd door yurt

.

 

PRAKTISCH VERHAALTJE OVER DE BOUW

Ik ben nu bezig met de inrichting. Daarvoor heb ik alles opgeschreven wat ik in mijn huis wil hebben en houden. Met de rolmaat ben ik al mijn bezittingen langs geweest. Wat past kan er in, wat niet past gaat weg. Daar ben ik inmiddels heel resoluut in geworden. Het is een korte overzichtelijke lijst geworden. De kastjes en bergplanken maak ik zò, dat de spullen er precies in passen. Ik maak laden en dienbladen op maat, de vensterbank eindigt als sokkenbak en erboven komt een smal laptopkastje aan de wand. Het is een flinke investering in tijd en het kost weer twee grote platen populierenhout, maar dan ben ik ook echt helemaal tevreden. Voor minder doe ik het niet.

werkboek-mijndingenlijst

Ik maak alle kastjes binnen van populierenhout. Dat is erg licht en werkt prettig. Het is wel iets duurder, maar omdat dit mijn enige echte huis wordt, heb ik het ervoor over.
Dat ik de wand bij het bed niet met panelen heb bedekt, maar van ademende stof heb gemaakt, is niet voor niks. Zeker als je met zijn tweeën bent wasem je een hoop vocht uit ’s nachts. De stof en de wol kan nu dat vocht absorberen en weer afgeven als de lucht droger wordt. Zo houd je de luchtvochtigheid in huis prettig en constant.

 

werkboek-inrichting beddehoek

 

Verder moet er aan de buitenkant ook nog veel gebeuren. Het dak is geweldig en doet wat het moet doen en lekt nergens. Maar van een afstandje zie je de spanten bovenop het dak door het rubber heen en het ziet er rommelig uit. Dus heb ik iets bedacht waardoor ik het mooi glad en gelijk kan maken en wat toch heel licht is. Dat wordt een bijzonder klusje en daar zal ik tegen die tijd verslag van doen. En ik moet nog verder met de gootafwerking en de raamluiken. Maar dat komt straks, in de zomer, tegelijk met de zonnepanelen en het aanleggen van de elektra.

Tot slot wil ik nog even een mededeling doen. Het kan dat sommige lezers nieuwsgierig worden en graag eens zouden komen kijken en kletsen. Ik houd van nieuwsgierige mensen met een open blik, maar op dit moment komt uitgebreid bezoek niet uit, ik heb concentratie nodig. Natuurlijk kan je hier altijd een tentje op komen zetten om te genieten van de rust. De camping is geopend. Je kan een kop koffie bij me drinken in de ochtend of aan het einde van mijn werkdag. Maar als mijn huisje af is, dan maak ik echt tijd voor de inwijding. Dan mag iedereen komen kijken.

Een warm vuur in mijn borst

.

 

dansend-twee-en-vijftig-jaar-kl-frm-2

 

 

Mijn 53e levensjaar is vandaag begonnen. Hoe ouder ik word, hoe lichter en speelser het leven. Als een vrolijke Ierse jig, die steeds sneller gaat. Heerlijk. Na het zware werk van de afgelopen twintig jaar, verlang ik naar meer speelse lichtheid in het bestaan en naar muziek. We vieren mijn verjaardag en we dansen en zingen de vonken ervan af.

Het is een bijzondere avond, hier in Eindhoven. Ik heb er ver voor moeten fietsen. En nu zijn we er! Ik was er aan toe. Al urenlang geniet ik van de muziek, die klinkt als een klok door de luidsprekers. De zaal lijkt op een kerk, daardoor krijgt de hele belevenis iets magisch, en de hoge ruimte boven onze hoofden maakt onze voeten nog lichter.
Geboeid luister ik. Ik ben langs de kant gaan staan, om me even helemaal op de muziek zelf te concentreren, zachtjes wiegend en zingend vind ik een tweede stem die zo klopt met de muziek dat het er naadloos bij lijkt te horen, lange melodielijnen als een meanderende rivier. Het volgende nummer is wilder en ik zing in een reeks van staccato kreten, die het ritme van de muziek lijken te versterken. Het is of de aarde zelf haar leven in mijn voeten stopt, het door mijn hele lichaam laat stromen en door mijn mond naar buiten galmt. Ik voel me als een olm in de wind.
Ik stap naar voren en beweeg rustig mee met de mensen en laat me al zingend naar het midden voeren. Af en toe kijkt iemand blij verrast opzij, bij het horen van een heldere stem naast zich. Ze beginnen mee te zingen, soms aarzelend, dan weer vol overgave, luid boven de muziek uit. De ene stem wisselt zich af met de andere. Niemand weet wie ermee begon. Ik straal stilletjes en luister.
Mijn lichaam danst de dans die eeuwig lijkt te duren.

Dan is het stil. Een zaal vol mensen staat in afwachting en niemand beweegt nog. Ergens uit de hoek begint een blonde vrouw piano te spelen. Het is het lied Hallelujah, van Leonard Cohen. Ze zingt ingetogen door de microfoon, de mensen zingen opgetogen mee. Ik word naar de piano toe getrokken als een magneet. Op twee meter afstand blijf ik staan. Ik zing nog steeds, hoog helder en blij. De diskjockey staat aan de andere kant van de piano, een enthousiaste vrouw met een rond gezicht en grijzend haar. Ze kijkt me lachend aan en terwijl ik haar mond zie bewegen als de mijne en de muziek naar een crescendo voert, moedigt ze me aan met haar ogen. Haar hele lijf lijkt te zeggen: luider, helderder, laat het galmen! Ik blijf naar haar kijken en mijn stem groeit door haar blik. Ze had dirigent kunnen worden, denk ik bewonderend. Dan verdwijnt ze. Ik blijf staan en mis haar.

Na het eerste lied volgt een tweede, een heel lang lied. En nu, na heel lang kijken, durf ik dichterbij de spelende handen te komen. Opeens sta ik naast haar, naast de pianiste. Ik demp mijn stem, zing zachtjes een octaaf lager dan zojuist en zoek contact. De pianiste negeert me. En ineens vind ik de toon niet meer. Even sta ik vertwijfeld en verlegen naast haar, niet wetend wat te doen, maar het is al gauw duidelijk. Zodra ze kans ziet om haar linkerhand van de piano los te laten, wappert ze me afwerend weg. Ik spring geschrokken terug. Oei. Ze heeft vast volle concentratie nodig en een volkomen onbekende naast zich stoort haar. Als een pingpongballetje schiet ik terug de zaal in en kijk om me heen.

Daar is de jongen, met wie ik aan het begin van de avond danste en samen zong. Hij kijkt me lachend aan, alsof hij wil zeggen: „O, was je dáár!” Een warm vuur gloeit in mijn borst. Hier hoor ik nu, tussen al die mensen. Hier, waar we met elkaar iets maken wat elke keer ongekend is. Zo wil ik oud worden, heel oud. En zingen. Laat stralen wat er stralen kan. Maak levend wat kan leven.

 

Dit gedicht maakte ik op mijn vijfentwintigste.

Lieve god,
die in mijn tenen
en mijn vingertoppen
Sta me bij
want ik wil leven
Bloeien wil ik,
bewonderen en laten groeien wil ik
Lieve, lieve, lieve
Jij

Doen wat je boeit

.

Peddelen-over-het-water-kl-frm-2

 

Ik stap net mijn nieuwe woonwagen uit om wat schroefjes te pakken, als er een jongen over het pad loopt. Hij kijkt reikhalzend de heg over, een meter of tien van mijn wagen vandaan. De heg scheidt het terrein van de openbare weg en erachter is een greppel, meestal staat hij vol in deze tijd, maar nu staat hij droog. Je kan niet zomaar naar de weg. De meidoorn zit vol stekels en de greppel is diep.
„Vind je hem mooi, mijn woonwagen? Of keek je daar niet naar,” vraag ik.
De jongen staat stil. „Ik kijk zomaar even naar dit terrein hier.“
„Het is hier rustig,” zeg ik, verlangend naar een praatje. “Ik ben deze wagen aan het bouwen.“
„Fijn zeg, op zo’n plek. En word je straks een reiziger?“
„Nee. Het lijkt me een heel onrustig bestaan, alsmaar trekken. Misschien doe je dat een jaartje of zo, .“
„Ja, dat herken ik wel. Ik heb ook een half jaar getrokken en toen verlangde ik wel naar een plek. En toen kwam ik in Thailand mijn vriendin tegen. Daar woon ik nu. Maar soms bekruipt me toch weer het gevoel dat ik wil reizen.“ Hij kijkt even stil voor zich uit. Door de kale meidoornhaag kan ik hem helemaal zien staan, op het natte asfalt van het fietspad. „Ik moet het evenwicht zien te vinden,” prakkiseert hij hardop.
„Ik begrijp die reiskriebel wel. Maar dat zit er voorlopig niet in voor mij, met deze wagen. Ik heb geen rijbewijs. Ik ben schipper en gids geweest en heb weinig ervaring met paarden en de weg.”
„Zou je met paarden willen trekken dan?“ vraag hij nieuwsgierig.
„Ja, het liefst wel, maar als dat gebeurt kan het net zo goed nog tien jaar duren, voor ik misschien zover ben. Ik zie het wel. Ondertussen laat ik me gewoon trekken, en kan ik me inzetten op allerlei plekken, voor langere tijd, mijn hart volgen en gaan waar ik wil.“
„Wat kan je dan, behalve timmeren?“
„Ik schrijf, dicht, teken, maak filmpjes. Ik zing graag meerstemmig. Ik tuinier en speel met permacultuurprincipes. Eigenlijk kan ik alles doen wat me boeit. Ik verdiep me erin, en concentreer me. Dan komt de rest vanzelf.“
„Ja, dat is wel belangrijk, dat je je werk leuk vindt.“
„Ja, het is stom om werk te doen wat je niet leuk vindt.“ Mijn stem klinkt uitdagend.
„Ja….“ zegt hij weifelend. Die stilte lokt bij me een vraag uit.
„Wat doe jij?“
„Ik heb een eigen bedrijfje met software, het leuke is dat ik dat overal kan doen. Maar soms wil ik wel eens echt wat anders. Maar wat dan? Ik weet het niet.“
„Ja het moet groeien hè… en blijf je in Thailand?“
„Weet ik ook niet. Mijn vriendin is een erg leuk bedrijfje begonnen, ze verhuurt een soort surfplank waar je staande op kan peddelen. Dat is erg mooi, je gaat heel stil tussen al die eilandjes door en kan er mooi over uit kijken omdat je staat.“
„Dat lijkt me prachtig. Ik hoop voor jullie dat het wat wordt.” Ik meen het oprecht.
„Ik hoop het ook.” Hij zegt het zo zachtjes alsof hij het bijna niet durft te geloven.
Het is even stil en allebei dromen we van stille rimpelingen van water in de zon en het geluid van bewegende peddels.
„Nou, ik ga weer verder,“ zegt hij uiteindelijk.
„Ik ook. Het ga je goed,” lach ik hem toe.
„Dank je.“ Hij knikt nog even en loopt dan met ferme stap door. Ik keer me om en duik onder de wagen om het bakje met schroefjes te pakken. Eerst maar eens de luikringen vastschroeven. Grip op de zaak, dat lijkt me een goed begin.

 

 

Aan het einde van de melkweg

.

Geluk-van-de-levensgenieters-kl-frm

.

Geluk

In takken groeperen zich groene zinnen
popelend om alle kanten uit te lopen

Op stoeptegels een kindertekening
door regenschrift al half gewist

Achter een dakkapel begint een merel te zingen
houdt dan midden in zijn herinnering op

In mijn hoofd vertwijgt zich zijn lied – niemand
ziet iets aankomen, dat is ons geluk.

Bernlef (1937-2012)


 

Het is nog vroeg en schemerig. Half acht, zie ik op het klokje. Ik sta op en kleed me warm aan. De kachel brandt al, die heb ik om half zes al aangestoken. Zou er sneeuw liggen? Ik kijk door het gordijn. Er ligt een dun laagje, de grassprietjes steken er met hun toppen net precies boven uit.
Ik veeg de vloer met stoffer en blik en gooi het stof in de compostemmer. Als het schoon is doe een paar oefeningen, springen, strekken, balanceren op één been met de ander hoog in de lucht. Rustig adem ik door terwijl de oefeningen zich als een dans aanéénrijgen. Ik druk me vijftien keer op. De vloer is koud. De gevechtsdans duurt wat langer. Daar krijg je het lekker warm van.

Ik kijk nog even mijn mail na. Er staat weer een artikel in van de Correspondent en ik volg de discussie, die eronder staat. Iemand heeft het over “een gebrek aan vooruitgangsdenken.“ Ik vraag me af wat hij bedoelt.
„Welk vooruitgangsdenken kiezen we dan, het jouwe of het mijne?“ Dat typ ik eronder en ik klap de laptop weer dicht.

Als ik klaar ben kijk ik naar het aanrecht. Er staan drie lege flessen. Er hoort melk in, geitenmelk. Het is op, tot op de laatste druppel. Zal ik naar de boer fietsen? Dan ben ik lekker op tijd. Ik besluit daad bij woord te voegen en stop de flessen in een linnen tasje. Op het aanrecht ligt nog precies drie euro. Ik stop de koude muntstukken in mijn zak, doe een warm wollen rokje over mijn broek en ga naar buiten om mijn fiets te pakken. Het sneeuwt nog steeds. Mijn fiets staat droog onder een hutje van golfplaat. Ik heb het hutje helemaal met dakpannen bedekt en er groeit klimop overheen. Maar eigenlijk is het net iets te laag. Iets hoger zou beter zijn. Om mijn fiets te pakken moet ik een beetje bukken. Maar ach, erg is het niet. Ik stop de flessen in de fietstas en maak het eerste spoor over het witte veld, mijn voetstappen naast het slingerspoor van banden.

Ik kom aan bij het erf van de boerderij. Mijn sjaal is wit gesneeuwd. Het hek staat open, dat is een veeg teken. Als het hek openstaat, dan is de melkwagen al geweest en is de tank leeg. Ik maak rechtsomkeer. Teleurgesteld fiets ik weer weg, wuif nog even naar de boer, die achter het raam met zijn gezin zit te ontbijten. Hij wuift terug.

Thuis doe ik mijn natte sjaal af en mijn wollen beenwarmers droog ik op de kachel. Ik ga zitten. Mijn ellebogen steunen op mijn knieën, mijn hoofd rust in mijn handen, als een mislukt beeld van Rodin. Ik baal. Nou heb ik geen melk. Wat nu? Ik heb helemaal geen zin om chagrijnig te zijn omdat ik geen melk heb. Ik kan het ook wat anders doen. Ik kan thee drinken, kruiden zijn er in overvloed. Thee is ook lekker. Zelfs nu vind ik hier in de tuin nog verse munt, op de meest beschutte plekken. Zò lekker met gember! Blij spring ik op en loop naar buiten.

Als vooruitgang een rijker leven betekent, dan is dat voor mij, dat alles er is wat ik nodig heb. En als je met weinig tevreden bent, dan groeit geluk op elke hoek van het pad.

 

 

Een levensgenieter voedt niet alleen zichzelf,

maar ook het leven dat hij geniet.

(Alowieke)

 

 

Hoe kan het toch

.

Stille-oude wei en wij

Midden in de grootste chaos zijn wij JUIST in staat, het paradijs te scheppen, op de plek waar we werkelijk zijn.   (Alowieke)

.

Ik ben er
Ik ben waar ik moet zijn
en jij
jij bent er ook

Weet je nog
die dag,
zo lang geleden

Samen zongen wij een lied
tussen oude stenen in een wei
wie weet was het wel deze
de stenen zijn verdwenen
weggesleept door een man
die uit zijn tractor kwam
terwijl een zware ploeg
ploeterde in de verte
in stofwolken van
zijn spoor

We zongen onder de eikenboom
midden in het land
en schepten koeienstront opzij
met onze blote handen
misschien was het wel hier
waar wij gingen zitten
in het stille gras van
grondige tijdloosheid
de wei die altijd ruikt voor mij
naar
vochtige aarde en mest

En hoewel alles er al was,
en in wezen nooit verdwenen is,
verrast het ons dat wij dan toch
na al dat geploeter
en eindeloze omwegen
dan toch
ten midden van de chaos
hier mogen staan
alsof er
niks veranderd is

En hoe kan het toch
dat ons lied weer licht is
spint van tevredenheid
sprankelend jong
en het gras dat groeit
voor onze vermoeide gezichten
bij elke ademtocht voller wordt
en dat de kievietsbloem bloeit

bloeit
als nooit tevoren

.

Onder de tekening, boven het gedicht, heb ik mijn gedachten kort en krachtig samengevat. Wie kan me aanvullen? Korte overpeinzingen lees ik graag. Citaten van anderen zie ik het liefst met bronvermelding.

 

Die heerlijke eenheid van leven en wonen

.

hangmat-uitproberen-in-de-woonwagen-kl-frm

.

De zon schijnt door de ramen. Fel en wit straalt hij op de nieuwe voordeurtjes. Ze zitten er alle vier in, twee boven en twee onder. Ook de vurenhouten vensterbanken baden in het winterse licht. Ze reflecteren hun warme oranje kleur in mijn richting. Ik krijg er een tevreden gevoel van. Het ligt er vol houtstof, schroeven, boortjes, allerlei stukjes hout. Eén blik en je weet het. Hier wordt gewerkt. Maar vandaag niet! Ik ga iets heel anders doen. Om een lang project leuk te houden, moet je bezigheden af en toe variëren. Iets doen waar je eerder nog niet aan dacht, iets leuks, met een snel resultaat.
Deze week werd ik wakker met een prachtgedachte. Ik zag het helemaal voor me. De hangmat, nù wist ik precies waar hij moest hangen! Hij zou een plek krijgen tussen de twee noklatten! Grijnzend bedacht ik me hoezeer alles met elkaar klopte, de beschikbare ruimte waar ik hem zou opbergen, de kracht van de construktie die juist op die plek hartstikke sterk is. Het warme groene doek zou perfect passen bij de geelwitte katoen van het dak.

Dus daar sta ik dan, mijn hoofd in de nek, frutselend met de harde lus van het uiteinde van het grote groengekleurde kleed. Om straks niet plotseling op mijn kont te liggen, maak ik hem vast met een abusslot. Het slot past mooi om de essenhouten boog heen die in de nok tevoorschijn komt. Hetzelfde doe ik met de andere kant, onder het lange, smalle daklicht. Het past allemaal precies. Tevreden wip ik mijn achterste over de rand van de mat en rol achterover. De stevige stof sluit zich om mijn lichaam als een noot in zijn dop. Is er iets fijners dan zo te liggen, met de zon in mijn gezicht?

Het is lekker in de wagen, terwijl het januari is en ik nog geen kachel heb. De zonnewarmte valt door de ruiten naar binnen. De dikke laag wol houdt de kostbare warmte vast, de lucht is droog en aangenaam. Terwijl ik van uit de hangmat door het raam kijk, vraag ik me af hoe de ruimte verhouding van mijn wagen is, de muur en isolatie ten opzichte van de binnenruimte. De muren, het dak en de vloer zijn bijna tien centimeter dik. In totaal kom ik kom uit op iets minder dan dertien procent van het geheel. Hoeveel is dat bij andere huizen? Raar eigenlijk dat ze de grootte van de binnenruimte ongemoeid laten bij de bouwwet voor isolatie. Het maakt nogal wat uit of je deze wand voor een kasteel gebruikt, of voor een heel klein huisje. Dat het wat klein is vind ik niet erg. Als ik hier in mijn hangmat lig ben ik helemaal gelukkig.
Hoeveel anderen zullen mij nog volgen? Er zijn er genoeg, mensen die geen huis kunnen betalen en voor wie klein wonen een uitkomst is. En ook voor anderen kan het de oplossing zijn, dakloze Groningers, flexwerkers die mobiel willen wonen, forenzen die niet meer willen reizen. Het meest houd ik van mensen die net als ik, van weinig kunnen genieten, als ze maar veel groen om zich heen hebben. Mensen met respect voor de bodem waar we op staan, voor de lucht die we inademen en daarom kiezen voor klein en eenvoudig.

Ik besef hoe bijzonder het is dat ik dit kan bouwen, in mijn eentje, zonder voorbeeld. En steeds meer ben ik ervan overtuigd: dit wordt een plekje om in de meest extreme omstandigheden toch prettig thuis te kunnen zijn, of het buiten nou bloedje heet is, of hartstikke koud. We zullen het allemaal meemaken. Het moment dat ik erin ga wonen komt steeds dichterbij.

Zo lig ik in mijn hangmat en kijk naar buiten. Ik heb er vertrouwen in.

.

.

Inspirerende links:

http://www.tinyhousenederland.nl/inspiratie/we-hebben-meer-pioniers-nodig/

http://www.tinyhousenederland.nl/regelgeving/tiny-house-wetgeving-van-bouwbesluit-tot-omgevingswet/

Voetenbadje

.

-voetenbadje-onder de tafel.

Het is weekend.
Buiten stralen de honderden
heldere sterren in een zwarte
koude hemel
de kachel brandt rookloos

Hij
zit tegenover mij
aan tafel in mijn kleine huis

Zal ik een voetenbadje maken
vraagt hij
Is goed zeg ik
en weg is hij
ik luister naar de stilte
en wacht

Hij komt terug met in zijn handen
een grote gele klotsende bak
ik gooi er een wit klontje in
als hij hem neerzet
onder de tafel

Ik til mijn blote voeten
van de nogal frisse vloer
en laat ze zachtjes plonzend
zakken in het warme water
ik voeg ze bij de zijne
en voel zijn gladde vel
samen kan het nèt

Zit er wel soda in
vraagt hij
Ja er zit soda in zeg ik
en roer ondertussen
in een grote kop met
dampende koffie en melk

Hoe erg het ook allemaal is
wij genieten als kinderen
met poedelende voeten
samen onder de tafel

 

De zachte krachten zullen winnen

.

-the-fallen-technotreee-kl-frm

Een utopie van techniek die mens en bodem negeert, is als een boom zonder wortels. Je weet nooit waar en op wie hij valt. (Alowieke)

.

Het is zaterdagmiddag. De noordwestenwind waait als een koude föhn langs mijn woonwagen, maar binnen is het warm. Het is stil, ook de weekendgasten zijn niet gekomen. De wegen zijn glad, de stormwind is ijskoud en heeft gisteren in Scheveningen de kades blank gezet. Springvloed en storm tegelijk, het is opletten geblazen in ons platte landje aan zee. Eén grote golf en Nederland ziet er heel anders uit. Lange tijd waren er wel vijf stormvloeden per eeuw. En dan hebben we het nog niet eens over dijkdoorbraken van rivieren in het binnenland. Dat lijkt een heel andere era, een tijd die voorgoed voorbij is. Wij zullen dit niet meer meemaken. Denkt men.
Ik kijk naar het dunne laagje sneeuw dat alles bedekt. Afdrukken van grote kippenpoten zijn overal rond mijn wagen. De vloer is koud, ik heb mijn knieën opgetrokken, mijn voeten dicht bij me, op de schapenvacht. Mijn eenvoudige leven staat in groot contrast met de toenemende welvaart. Ik voel me verbonden met inheemse volkeren, die dicht bij de aarde leven.

Verbaasd kijk ik naar het nieuws van alledag. Er wordt gewerkt aan zelfrijdende auto’s. Dan kunnen mensen de krant lezen als ze naar hun werk gaan. Er zijn minder ongelukken, want computers kunnen het veel beter met elkaar regelen dan mensen.
En dat mensen robotangst hebben, ach dat verdwijnt wel. Zo is het immers altijd gegaan.

Het is een vreemde wereld. De angst voor auto’s is niet weg. Het is een geaccepteerde angst geworden, die ons vrijheden geeft, maar ook enorme gevaren oplevert. Om al die luxe te voeden, wordt elders andermans grond met voeten getreden. Steeds meer voorouderlijke grond wordt verorberd in de eindeloze honger naar meer, sneller en luxer vervoer, een nog grootser leven, riante huizen. Wilde natuur wordt massaal met de grond gelijk gemaakt, kleine boeren het leven onmogelijk gemaakt, tradities worden afgedaan als achterlijk, inheemse volkeren in elkaar geslagen en vermoord. De tegenstand bij dit geslagen deel van de wereld groeit, tegelijk met ongelooflijke dromen van mensen in de rijke wereld.

Zo droomt Rob Wijnberg, hoofdredacteur van de Correspondent, over eindeloze energiebronnen.
De razendsnelle Airbus brengt je straks in een uur van Amsterdam in New York, lees ik. En nog duurzaam ook! Hij lijkt er razend enthousiast van te worden. Waarom? Hij noemt het “De Vooruitgang.“ Voor mij een leeg woord. Wat is het ècht, is het een verslavend spelletje waar je steeds beter in wordt? Of is het een verlangen naar ongelimiteerde vrijheid? Ik dacht dat het juist de beperking was en de toewijding, wat ons aandachtig maakt en vrij.

De mens is pas mens als hij tot zelfbeheersing in staat is en eigenlijk dan pas wanneer hij haar in de praktijk brengt. (Mahatma Gandhi)

.

Tegelijk met de onverzadigbare drang naar technisch vernuft, groeit er een andere beweging, in tegengestelde richting. Mensen die niet méér hoeven dan er is en ook niets missen. Onafhankelijk zijn ze en liefdevol. Ze willen het zèlf doen. Eigenhandig planten ze, oogsten, bouwen, plaatsen hun zonnepanelen of repareren eigen huis en goed. De voldoening die dat geeft, is grenzeloos, elke keer opnieuw. Het is een beweging die 180 graden afwijkt van de andere route, de vooruitgang van de techniek om de techniek zelf, die belangrijker lijkt te zijn dan de mensen.

Ik herken het. Ik heb geen behoefte aan extreme kermisatracties, over de ruggen van anderen. Ik hoef geen zelfrijdende auto. Ik bouw aan mijn eigen kleine huis, op wielen. En als de waterstand stijgt, of de bodem verdroogt, dan zie ik dat. Ik hoef het niet in de krant te lezen in een razendsnel vliegtuig, hoog boven de wereld. En als er een dijk doorbreekt ben ik er hopelijk bij en bied helpende hand.

Ik droom van samenleven. Mijn paarden laten grazen in een kruidige wei en hun mest gebruiken om een groene zee te laten groeien, bron van voedsel voor mens en dier. Net zoals ze dat elders ook al eeuwenlang doen. Zo maken we de cyclus rond. En dan is er herkenning en verbondenheid, vervagen de grenzen. Merkwaardig, die paarden keren toch steeds terug, in mijn droom…. Als symbool van liefde en kracht tegelijk.

.
Henriëtte Roland Holst (1869-1952) schreef dit treffende gedicht, toen ze 49 jaar oud was. Twee jaar jonger dan ik nu ben. Het komt uit de dichtbundel: “Verzonken grenzen.” (1918)

.
De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind — dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

De machten die de liefde nog omkluistren
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,
dan kan de groote zaligheid beginnen
die w’als onze harten aandachtig luistren

in alle teederheden ruischen hooren
als in kleine schelpen de groote zee.
Liefde is de zin van ’t leven der planeten

en mensche’ en diere’. Er is niets wat kan storen
’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.
.

https://decorrespondent.nl/5915/waarom-vooruitgang-vooral-een-kwestie-van-duurzame-energie-is/1513634357235-ce2fd3e7