Waken over wonderen

.

.

Kijk naar de scheuren in je ideeën. Begin niet overnieuw, maar blijf en kijk. Kijk naar het onkruid dat door de spleten groeit. Bescherm het wonder. Geef namen aan wat groeit tussen de kieren, en wat gezien wil worden.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

“Als je hier over een paar jaar klaar bent, dan ga je natuurlijk ook weer verder”, zegt Marita. Ze heeft hier in de herfst een keet neergezet. Die staat hier nu nog steeds op het kampeerveld. Ze wou er iets mee doen, ik weet niet precies wat. Nu is ze er weer, Marita. Ik heb haar lang niet meer gezien. Haar lange blonde haar heeft ze in een staart gebonden. Lekker praktisch. Ze komt de kar weer ophalen. Het is toch allemaal een beetje anders gelopen. Het is niet handig, dat de keet hier staat. Op de weg staat de trekker te ronken.

Marita is niet de enige die ergens een kar stalt. Die iets bedenkt waar niks uit voortkomt. We plannen heel wat af. Vaak komt er niks van, het is allemaal veel te veel. Soms krijgt het voeten in aarde. Maar wanneer is iets echt klaar? Of wil je graag, dat het klaar is? Wil je weer weg kunnen gaan, om ergens anders weer nieuwe dingen te bedenken? Een architect doet dat. Een wegenbouwer en een gatengraver. Ik graaf ook gaten, maar niet om putten aan te leggen en steeds weer nieuwe te maken. Mijn gaten worden weer gevuld. Ik zet er iets in wat groeit. Ik kijk. Ik kijk naar de boom, de struik, elk zijn eigen persoonlijkheid. Het dijt uit zonder dat ik er iets over te zeggen heb. Althans, bijna niets. Ik kijk naar het landje aan de overkant van de sloot, waar ik werk. Ik hou er van, nu al. Ik hoor hommels zoemen en zie het stuifmeel op hun rug van wilgenbloesems. Hazen huppelen weg wanneer ik traag aan kom lopen. Ik loop over het terrein rond de boerderij en kijk naar de lente. Als muren beginnen te scheuren en staal begint te roesten. Dan groeien de wonderen. Het gebeurt als de bomen groot zijn en hun takken kraken en het zaad valt in zwarte aarde. Nieuw leven bedenk je niet. Ik schep, maar het echte werk is een magisch gebeuren.

.

.

Ik ben niet gek. Ik ga niet weg, wanneer het leven pas net op gang komt. Ik kan zeggen, ik ben klaar, de boel maar laten groeien. Ergens anders gaan scheppen en maar weer zien waar ik dan weer jonge loten vandaan haal om te planten. Maar dat doe ik niet. Ik haak mijn wagen niet achter de trekker, dat verhaal is volgens mij voorbij. Iemand die almaar voortgaat, mist het wonder achter zijn rug. Het wonder vraagt om iemand die het beschermt. Wat groeit wil gezien worden. Het vraagt om iemand die het verhaal van het land vertelt. Het verhaal geeft bestaansrecht. Iets een naam te geven, het kan vernietiging voorkomen. Alles wat geen beschermer heeft, is kwetsbaar. In onze wereld heeft land dat nodig. Zonder dat kan niets worden tot een wonder. Een waker is nodig, die woorden geeft.

Wielen worden opnieuw uitgevonden en rollen over de wegen. Het scheppen en keren houdt niet op. Bestemmingsplannen bepalen de toekomst. Ruïnes zijn nauwelijks te zien, of het moet op het erf staan van een oude gepensioneerde boer. Ik plant bomen op oud land, bij een oude boer. Dat is bijzonder. Maar je moet het wel benoemen, er voor zorgen. Anders noemt men het op een gegeven moment verwaarloosd. Bosjes worden gesloopt. Wie weet nog dat ze met liefde zijn geplant, als de planter er niet meer is? Wie ziet het wonder en beschermt het? Niets is vanzelfsprekend. Alles wat ontstaat is belangrijk. Kijk naar de scheuren in je ideeën. Begin niet overnieuw, maar blijf en kijk. Kijk naar het onkruid dat door de spleten groeit. Bescherm het wonder. Geef namen aan wat groeit tussen de kieren, en wat gezien wil worden.

Marita heeft haar trekker op het veld gereden en komt achter het stuur vandaan geklauterd. Even staat ze stil om zich heen te kijken. Ik kijk haar aan en geef eindelijk antwoord. “Ik heb nagedacht over weggaan of niet”, zeg ik. “Ik ga niet verder, want het is nooit af. Ik zorg voor het land en het zaad. Ik ben waar ik ben.” Verbaasd kijkt ze me aan. “O?” zegt ze “Dat klinkt Boeddhistisch”, mompelt ze afwezig. Haar hoofd is alweer ergens anders. Ze koppelt haar keet achter de trekker. Hobbelend verdwijnt hij over het veld, de weg op. Ik sta in het bedauwde gras en kijk haar na.

Wil jij ook de biodiversiteit vergroten? Een tuin vol bloemen, struiken en hommels? Kijk of er oude mensen in de buurt zijn die meer grond hebben dan ze kunnen beheren. Zoek uit of je daar iets mee kan doen, met elkaar. Ik hoor graag jullie verhalen.

.

.

Een roestbak of kunst?

.

.

Zingen van lente

.

.

Het paradijs groeit met eelt op de vingers.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Dick en ik zitten aan een klein tafeltje. De rest van het restaurant is leeg. Een kleine Indiaase vrouw is stilletjes bezig aan de andere kant van de zaal. Voor het raam van het restaurant gaat van alles voorbij. Gozertjes op elektrische fietsen die eten rondbrengen. Steeds dezelfde zwarte man, die voor het raam langs loopt, met een grote zwarte doos in zijn armen. Diverse kampeerbussen gaan de bocht om. Wat een gedoe allemaal. Ik ben het al zolang niet meer in de stad geweest! Ik ben op het land en meestal alleen. Als ik alleen ben kan ik beter kijken, en zien wat het land van me wil. Elke dag plant ik bomen. Hele diepe gaten, zodat de wortels veel ruimte hebben. Het is vette klei en daarom gaat in elk gat een emmer zand, voor de lucht. Dat zand haal ik overal vandaan, waar ik het maar zie. En zo werk ik door. Mijn spieren zijn taai en sterk, mijn conditie opperbest. Soms denk ik dat ik bijna klaar ben. Maar dan vind ik weer een vergeten bosje boompjes in een dichtgegooide kuil. Het aantal wat ik nog te doen blijft steken op de vijftig. Ik graaf tot het af is, heb ik gezegd. Toch zit ik hier nu te eten in de stad, met Dick. Het is nog niet af. Maar het geeft niet. Dat mag best wel eens.

De vrouw haalt de borden van tafel. Nee, we hoeven geen koffie meer. “Het is tijd om te gaan,” zegt Dick. In zijn zak zitten kaartjes voor het concert van Lenny Kuhr. We lopen erheen en niet veel later luisteren we naar haar warme diepe stem. De liedjes zijn van haarzelf of ze zijn door anderen voor haar geschreven. Toen ze bekend werd met “De troubadour” was ze achttien, nu is ze tweeënzeventig en ze zingt het nog steeds. Eén keer, als toegift. Er zitten allemaal grijze mensen in de zaal. Ik ben geloof ik de jongste. We luisteren minutenlang en kijken naar het licht op de gezichten die warm afsteken tegen de hoge zwarte gordijnen. Soms vertelt ze er verhaaltjes bij. Ze spreekt over de lente, dat het gevoel geeft eeuwig jong te zijn. Ze heeft het over de eerste meidoorns die nu bloeien. Meidoorn? Zou ze niet de prunus bedoelen, denk ik even. Bomen, ik kan ze wel dromen. Ik doe mijn ogen dicht en droom weg bij haar stem en de sfeervolle gitaarmuziek. Ik zie het steeds voor me, het Verhalenpad, dat loopt tussen de pas geplante boompjes door. Het paradijs groeit met eelt op de vingers. De bomen zingen hun eigen lied. Lenny Kuhr zingt van de lente. Langzaam zak ik weg, mijn hoofd tegen Dick zijn schouder.

.

Met alle stemmen samen.

.

.

Eigenlijk willen ze wel. Als er twee of drie beginnen volgt de rest, vroeg of laat. Gaan we onze eigen aardappels telen! Zo moeilijk is dat niet.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Soms kom je iedereen achter elkaar tegen en elk gesprek is een bouwsteen voor de toekomst. Dit is zo’n tijd. Je plant het niet, het gebeurt gewoon. En al ben ik moe van het werk, verkouden en al ben ik moe van de vele ontmoetingen deze week, ik weet dat het nodig is. Nu ook weer. Ik sta op het pad naast de wilgenhaag. Buurvrouw Tanja staat naast me. Haar hond rent hard naar mijn woonwagen toe. Ik strooi soms brood voor de vogels. Dat weten honden maar wat goed. Zelfs als hij zo klein is als die van Tanja. Honden hebben geen zorgen. Baasjes en vrouwtjes wel. Tanja heeft een dikke rimpel boven haar neus.

“Ik vind het heel eng, wat er nu gebeurt” zegt ze, doelend op de oorlog aan de grenzen van de EU en Rusland. De gevolgen zijn groot, in deze tijd waarin handelslijnen de hele wereld over gaan. Dat weet iedereen inmiddels, alleen al door de gasprijs die gestegen is. En de brandstofprijzen. Ik gebruik geen gas. En ook geen brandstof. Ik fiets en ik werk. Mijn handen zijn stijf van het scheppen in de harde klei. Ik wiebel met mijn vingers om ze los te maken. Alles is betrekkelijk. Een zorg is ook een kans. Dat zeg ik ook tegen Tanja. “Maar mensen gaan nu wel nadenken over gewone dingen als voedsel en warmte. Het is niet vanzelfsprekend meer. Ik wacht daar al zo lang op. We kunnen ons eigen voedsel gaan verbouwen. Het vraagt ook om hechtere banden met de bodem en elkaar, als gemeenschap.” Ik zie twijfel in haar ogen. “Hebben we dat hier? Die band? Iedereen is zo individualistisch. Sommigen willen in theorie wel, maar in praktijk zie ik ze haast nooit.” Ik haal diep adem. “Maar het kàn wel!” zeg ik dan. “Eigenlijk willen ze wel. Als er twee of drie beginnen volgt de rest, vroeg of laat. Gaan we onze eigen aardappels telen! Zo moeilijk is dat niet. We kunnen ze nu in de grond stoppen.” De rimpel in haar gezicht verdwijnt en ineens straalt ze. “O ja! Ik doe sowieso mee! Ik zou ook graag een kleine moestuin onderhouden. Achter ons huis is mooie zwarte grond, daar zou het goed groeien.” Ik lach. “En Marja wil graag een kweektafel hebben. Zware dingen kan ze niet, maar zorgen voor kleine sprietjes vindt ze prachtig. Dan krijgt ze een belangrijke taak in het geheel. En zij is er tenminste altijd!” We praten nog lang door, Tanja en ik. Met woorden knopen we het verhaal van de toekomst.

Dat vraagt om toewijding. Het vraagt om een band met deze bodem en met elkaar. Toch weet ik dat dit nog altijd moeilijk is. Er is veel onrust. Zodra het mooi weer wordt, gaat iedereen los. Ook op de Swetteblom loopt het vol met kamperende flierefluiters en je hebt geluk als je nog iemand van hier treft. Het is overal hetzelfde liedje. “Ik heb dat nodig!” hoor ik vaak. Dat zal wel. Onze maatschappij eist steeds meer op. Er moet hard worden gewerkt, want we zitten in een diep economisch dal. Als het gevolg is dat iedereen in zijn vrije dagen op de vlucht slaat, dan komen we nooit tot iets. Het vreet van de aarde, het voedt niet. De bodem onder je voeten heeft jóu nodig! De wereld zit niet te wachten op nog meer heen en weer gedoe.

Nynke Laverman, een bekende Friese zangeres, draagt dit ook graag uit in haar nieuwe album “Plant”. Ooit was zij bij nomaden in Mongolië. Daar kwam ze tot dit inzicht. “Alles wat er is, komt voort uit dezelfde bron en is een schakeltje van belang in de enorme keten die leven heet. Dat besef zorgt voor het bewaren van evenwicht. Als je teveel neemt, blijf je met lege handen achter. Het zorgt ook voor een bepaalde innerlijke rust, omdat de drang naar overheersing en controle ontbreekt. Vanuit die blik is het onzinnig te zeggen dat een mens meer waard is dan een dier, een boom of zelfs een steen. Zo zei een oude Mongoliër tegen een toerist die een mooie steen wilde meenemen: Je moet een steen nooit zomaar oprapen, want die is drie maanden van slag als je ‘m verplaatst.

Dat is een mooi verhaal. Maar waarom moet je eerst de wereld afreizen om tot dat inzicht te komen? Weggaan, om tot de conclusie te komen dat jezelf maar beter niet teveel kan verplaatsen? En dan nog een keer en nog een keer, om steeds tot dezelfde conclusie te komen?

Ik werk en wacht. Inheemse, gewortelde mensen zijn er nog steeds gelukkig. Mensen die een band hebben met hun buurt en nergens heen hoeven. Die de natuur met zichzelf hebben verenigd. Ze zijn over de hele wereld te vinden. Ze leven in kleine groepjes of dorpen. Alleen, of nog altijd in stamverband. Ik ben er één van. Maar een stam heb ik niet, helaas. Maandag gaan we bomen planten. Voor deze keer werken we samen. Zo’n dag koester ik. Ik blijf dromen van het oude ritme. Het lied van het land, met alle stemmen samen. Met eigen mensen, die thuis zijn.

.

.

Investeren in lokale en agroecologische voedselproductie vergroot weerbaarheid

REUSACHTIG RIJK IN ROEMENIË . . . . . . . . Immensely rich in Romania

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want te hear the English translation? Click on the button at the bottom of the text.

.

Zorgvuldig stop ik de kleine boompjes onder de berg compost. Deze moeten nog. Hoeveel heb ik er nou geplant? Honderddertig, geloof ik. Nog tweehonderdtwintig te gaan. Ik recht mijn rug en kijk naar het resultaat. Al heb ik er al veel geplant, je kan er nog maar weinig van zien. Het moet een mooie beschutte plek worden. In de lente ben je straks door bloesems omringd. Nu zijn de boompjes nog klein en hebben nog geen blaadjes. Maar ooit is het een dikke haag, met wilde lijsterbes, meidoorn, els en sleedoorn…. Op deze plek zullen we vast ooit voedsel oogsten. Maar dat heeft geen haast. Ik wil de bodem met rust laten en niet spitten. De bomen zullen de grond vanzelf los maken, koolstofrijk en vol bodemleven. En waarom haast maken? Er is nog altijd de winkel. Ja, er is alle tijd. Hoewel je dat nooit zeker weet.

Ik kijk uit over het uitgestrekte weidelandschap. Ik had ook heel ergens anders kunnen wonen. In een bergdorp in Roemenië. In 2011 was ik uitgenodigd door een kennis die daar woonde, als enige Nederlandse van de gemeenschap. Ik was daar. Zo anders was het er! Hier kijk je uit op de horizon. Ik ben gewend aan die ruimte, als poldermeisje. In Roemenië waren bossen die nooit ophielden. Ik ben er geweest, toen. Ik speelde met de gedachte om er te blijven. Misschien.

Het land trok me. De eenvoud die er nog was, het oude handwerk wat nog leeft. Het landschap, dat nog van zichzelf is, en niet al duizend jaar een bestemmingsplan heeft en ontelbaar keer is omgeschept. Ik ging erheen, en omdat ik een jaar lang vijf uur per dag Roemeens had geleerd, kon ik kleine gesprekjes voeren met bewoners. “Wat moet je daar op het platteland?” zeiden ze thuis. “Het is zo’n andere cultuur en er is zoveel armoede!” Maar niemand van hen had het die mensen ooit gevraagd. Wie zegt dat ze dat zelf ook vinden? Ik kon dat nu te weten komen. Ik herinner mij er nog veel van. Het is nu elf jaar geleden.

Ik door de bossen de heuvels in. Overal zijn bomen, er lijkt geen eind aan te komen. Als poldermeisje krijg ik het er benauwd van. Wanneer houdt het op? Verdwaal ik niet? Ik loop op een smal paadje dat ineens lijkt te stoppen. Waarheen nu? Ik kijk om me heen en zie licht verderop, tussen de bomen door. Achter een grote boom loopt het pad door en het eindigt in een open plek. Nieuwsgierig kijk ik om me heen. Er staan grote pollen bloeiend gras en er groeien bloemen en kruiden. Dan struikel ik over iets. Oeps… Het is een vrouw. Ze ligt op haar zij in foetushouding en doet sloom haar ogen open. Dan komt ze overeind en kijkt me zittend aan. “Hallo”, zegt ze in het Roemeens. “Ik was in slaap gevallen.” Verbaasd kijk ik haar aan. Ze is al wat ouder. “Ce vache?” vraag ik. “Heel goed!” straalt ze. “Ik heb twee koeien weet je, en die grazen daar ergens. Ondertussen slaap ik. Straks komen ze vanzelf weer terug. Met melk! Heel veel melk! En ik hoef er helemaal niks voor te doen. Ik kan hier gewoon een dutje doen in de zon. Is dat niet prachtig?” Ik knik enthousiast en lach. Dat is paradijselijk. En wat fijn dat ik haar kon verstaan. Heet dit nou armoede?? Ik loop verder en vind de weg weer terug.

Ook in het dorp is het rustig. Als ik de winkel binnenstap liggen er maar een paar dingen op de plank. Een paprika, een krop sla en een paar broden. Meer niet. De mensen hebben zelf alles. Het brood kost maar een paar cent. Wat zijn ze rijk hier.

En nu sta ik hier op deze harde weidegrond. Ik ben niet gebleven, daar, in Roemenië. Nee. Ik koos ervoor terug te gaan. Ik voelde me geroepen het hier te doen. Juist thuis! Voor mij is thuis het Noorden van Nederland. Boompjes planten, nu. Het zal nog wel even duren, voor het massa krijgt. Vorig jaar werd alles zaaide opgegeten door de slakken. Nu ruik ik ratten. Die ratten eten de slakken op. Ratten lusten graag slakken. Ik heb veel lege huisjes gevonden, met keutels ernaast. Nou, voorlopig doen ze maar. Ik heb geen last van ze en kennelijk is het nodig. Ik luister naar de constante dreun in de verte. Daar, over de snelweg gaat een colonne vrachtwagens voorbij. De Haak heet hij in de volksmond. De weg gaat een paar honderd meter verderop de bocht om. Vele boeren zijn onteigend voor die weg. De vrachtwagens bevoorraden winkels en bedrijven, overal en ergens. Wie weet hoe ver ze moeten rijden. Ik hoop dat die vrouw daar in Roemenië nog steeds haar dutje doet, in de bossen. Dat ze niet gekapt zijn door grote gulzige bedrijven en niet doorkruist met vele asfaltwegen. En dat ze nog steeds haar eigen groenten heeft en melk. Helemaal niet armoedig. Maar reusachtig rijk in eenvoud en tevredenheid. Zover zijn wij nog lang niet.

.

Nederlands:

English:

For the next english story, skip the following four blogs.

EEN VREEMDE VERJAARDAG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . A strange birthday

A STRANGE BIRTHDAY

.

.

Een gebeurtenis die valt als een steen in de wereldvijver. Het komt als een schok. Maar uiteindelijk maakt alles deel uit van een lang verhaal. Niemand kan zien hoe de lijnen lopen, daar is het veel te complex voor. Maar verbanden zijn er. Alleen een verhalenverteller kan ze noemen, of een dichter. Want niets staat voor altijd vast.

Liever luisteren? Klok op de knop onder de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH version? click on the button below the text.

.

Het is het eerste waar ik aan denk, als ik wakker word. Ik ben jarig! Het is donderdag 24 februari 2022, en ik ben nu 57. Ik kijk op de wekker maar die staat stil. Aan het licht te zien is het half acht. Ik pak mijn smartphone en die zegt hetzelfde. Nu ik hem toch in de hand heb, kijk ik meteen even de mail na. “Rusland valt Oekraïne binnen”, kopt de Correspondent. Wat krijgen we nou? Ik ben jarig en het is oorlog? Ik zak terug in mijn hangmat en staar naar het bescheiden ochtendlicht. In mijn wooncocon is alles goed. Altijd. Hier heb ik een gevoel van vrede, hoe de toestand ook is. Het is een vredescocon. Maar hoe kan het, dat zulke extreme gebeurtenissen elkaar zo rap opvolgen? In de chaos van deze tijd zijn alle verbanden zoek. We lijken een speelbal te zijn in de golven van de wereld en Poetin gooide een steen. Wat nu? Waarom zo pal na elkaar?

Ik ben niet de enige die zoekt naar een verband. Sommigen geloven dat de straling van 5G masten iedereen gek maakt. Of ze verklaren het met zogenaamde illuminatie, een geheim genootschap. Misschien is Poetin door hen uitverkorenen om president van de wereld te worden. Iedereen zal hij onder zijn macht krijgen met ingespoten chips, stiekem natuurlijk, via vaccins.

Nee, daar geloof ik dus niet in. Verbanden zijn nooit simpel te leggen met één enkele verklaring. Er is geen “Joost” die het wel zal weten, geen duivel als verklaring voor alle ellende. Het zit in onszelf, hoe wij met de wereld omgaan. Ik trek het dekbed verder over mijn schouder. Ik wil nog even blijven liggen, voor ik er weer uit ga om bomen te planten. Het is koud in huis. Ik doe mijn ogen dicht en zie de Aarde voor me. De Aarde, zoals ze eigenlijk is, stralend blauw en groen, bedekt met bossen en heldere wateren.

Al eeuwen zijn mensen aan het kappen. Mensen kappen voor houtwinning, om akkers aan te leggen en steden te bouwen. De Aarde wordt kaler en kaler. Ik plant bomen. Onze geliefde planeet vraagt erom. Zonder bomen worden we ziek. Wetenschap heeft waargenomen dat er een verband is, tussen kaalslag en virussen. Waar bossen en biodiversiteit verdwijnt, daar gebeurt iets merkwaardigs. Juist virusdragende dieren vermenigvuldigen zich steeds sneller. Ratten bijvoorbeeld, en vleermuizen. David Quammen is één van de wetenschappers.

‘Terwijl we onze omgeving verwoesten, vernietigen we overal dieren, schimmels, bomen en planten. Al die organismen dragen unieke virussen met zich mee en door ze te vernietigen stellen we de virussen in staat om zichzelf te “redden” door verder te evolueren en menselijke virussen te worden,’ zegt hij.

Het ecosysteem valt in duigen en de Aarde die onze moeder is, lijkt te veranderen in een vijand. Dat is natuurlijk niet zo. Wat we terugzien, is de weerslag van ons eigen handelen. Zo kwam er de Vogelgriep. Zo kwam er Ebola en misschien wel de pest. Zo kwam Covid in ons leven. Ook in dat van Poetin. In de lock down werd het leven stil en eenzaam. Iedereen raakte in zichzelf gekeerd. Componisten, schrijvers en schilders waren in hun element. De concentratie deed hen goed. Anderen werden gek van eenzaamheid en frustratie. Straatvechters trokken hun jas aan en pakten hun stokpaard. Straatvechters. Zoals Poetin.

Poetin was het derde kind, dat zijn moeder baarde. De twee die hem voor gingen, waren beide dood gegaan. Zijn moeder adoreerde hem. Zijn vader was nooit thuis, want die was matroos. Hij groeide op in de sloppenwijken van Leningrad. Als straatvechter baande hij zich een weg en hij was lid van een knokploeg. In judo was hij een kei, en hij werd winnaar van zijn stad. Hij was alleen en hij was trots. Zijn jeugdvriend haalde eens een geintje met hem uit, en dat was zwaar vernederend voor hem. Hij zou het nooit vergeten.

Eenzaam en trots was hij. Een echte macho. Hij ontmoette zijn vrouw en trouwde. In die tijd moet hij spion zijn geweest voor Rusland in Oost Duitsland. Tot de muur viel. Toen heeft hij alle documenten verbrand. Wat moest hij nu? Hij dacht erover om taxichauffeur te worden, maar het werd wat anders. Eenzaam en trots was hij. En een vechtersbaas. Hij slaagde erin vrienden te worden met oudere politici en werkte zich omhoog. Met de listigheid van een straatjongen was hij binnen tien jaar president.

Een eenling is hij altijd gebleven. Hij gebruikte zijn ervaring bij de KGB om zichzelf te beschermen. Dat doet hij nog steeds en hij is er zo goed in, dat iedereen bang voor hem is. In de wereld van de politiek was het Angela Merkel die het beste met hem kon praten. Zij sprak Russisch. Toch werd het almaar stiller om hem heen. In 2013 scheidde hij van zijn vrouw. Hij had al lange tijd weinig contact meer met haar. Op politiek niveau werd zijn positie ook eenzamer. Angela Merkel verdween uit het beeld. En toen kwam Covid. Een vijand die niet te bestrijden was met wapens en legers. Hij was er als de dood voor. Als trotse vechter moet hij zich machteloos hebben gevoeld. Hij hield iedereen ver op afstand. Te zien is een gesprek met Macron, aan een meterslange tafel. Hij aan het ene eind, Macron aan het andere.

Covid kan een vechter gek maken. De eenzaamheid die iedereen kent, werkt bij elk mens weer anders. Wat heeft de lock down met deze president gedaan? Nauwelijks zijn de mondkapjes af, of hij ontketend een oorlog. Ik denk aan de rellen die we hebben gehad, met jonge straatvechters in Eindhoven. Er waren veel vernielingen, maar er was ook begrip, vanwege de extreme situatie. Voor een man op eenzame hoogte bestaat geen begrip. En zeker niet als hij een oorlog ontketend.

Uiteindelijk is alles een heel lang verhaal. Niemand kan zien hoe de lijnen lopen, daar is het veel te complex voor. Maar verbanden zijn er. Alleen een verhalenverteller kan ze noemen, of een dichter. Want niets is te bewijzen. Ik zucht en denk aan alles wat er nu gebeurt. Alles heeft goede en slechte kanten. En wat zal het uiteindelijk betekenen? Dat zien we later pas, heel veel later. En zelfs dan is geschiedenis maar een schamel geraamte van wat er werkelijk heeft plaatsgevonden. Met feiten hakken we een verhaal in hoofdstukken. Met verbeeldingskracht en inlevingsvermogen scheppen we verbanden. En dat is hard nodig.

Ik klim uit mijn hangmat en steek de kachel aan. Ik eet warme havermout en kleed me aan om de spade te pakken. Het werk wacht. Driehonderd inheemse bomen willen nog de grond in. En in de pauze ga ik taart eten. Want ik ben ook nog jarig. En ik wens dat de Aarde nog lang zal leven, en de mensen in vrede tesamen.

.

Nederlands:

English:

Hoe ons ingrijpen het ecosysteem Aarde verandert, en de invloed op onze gezondheid. Eén van de artikelen hierover:
https://www.groene.nl/artikel/het-is-niet-de-schuld-van-de-vleermuis


Artikel over het leven van Poetin.
https://m.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170306_02765259.

Zaterdag 5 – 3 – 22 is er een demonstratie, Malieveld Den Haag. Het gaat om de-escaleren en een wapenstilstand.
Spreker uit Oekraine en Rusland en PvdD en de organisaties.
.
https://www.sp.nl/column/lilian-marijnissen/2022/stop-oorlog

.

.

.

OUDE DROMEN VAN EXPEDITIES . . . . . . . . . . . . .. Old dreams of expeditions

.

Dromen van expedities en ontdekkingen. Misschien wel prehistorische grottekeningen!

Alles is een keuze. Blijven waar je bent is een heldendaad, als de Aarde daarom vraagt.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the english translation? Click on the button under the text.

.

In een andere tijd was ik vast en zeker ontdekkingsreiziger geworden. Ik verlangde er dikwijls naar, andere landschappen te zien. Ik had bergen willen beklimmen, grotten kunnen ontdekken, andere culturen willen verkennen en vreemde gronden. Maar dit is niet mijn missie. De wegen zijn vol. Unieke landschappen verliezen hun eigenheid door toerisme.  Blijven waar je bent is in zo’n wereld een uiting van protest. Dat weet ik nu.

Ik moet zeggen dat ik meerdere zware lessen heb gekregen, om dit te kunnen: “Blijven waar je bent”. Mijn eerste vriendje was zo’n ontdekkingsreiziger. Hij deed waar ik van droomde. Sietse. Vol enthousiaste fantasieën vertrok hij naar Turkije. Het liep slecht met hem af. Tijdens een lift is hij vergiftigd met thee, waar landbouwgif in zat. Daarna is hij naakt de berg af gesleept. Het is onduidelijk waarom. Voor mij werd duidelijk hoe eenzaam je in feite bent, in een ver land. Vooral als je er helemaal niks van af weet, niemand kent, en de taal niet spreekt. Voor mij was de boodschap: “Zet je voeten in aarde.” Dat heb ik gedaan. Al was het nodig om eerst een been te breken. Het duurde twee jaar voor het genas. Ondertussen was ik geketend en kon niet veel. Het was een zware les om mijn ontdekkingsdrift in te tomen. Maar het is gelukt. Ik ben waar ik ben, al bijna dertig jaar. Eerst in Utrecht. Jarenlang deed ik rondvaarten, hetzelfde rondje elke keer. Zelf deed ik het onderhoud, vuile vingers, alles kunnen. Nu zit ik bij een ouwe boer, plant bomen en schrijf verhalen. Ik laat dingen groeien langs het Verhalenpad.

Groei hebben we nodig. Andere groei dan economische. Daarvoor is rust nodig en bestendigheid. Een gezonde bodem wordt niet steeds omgeploegd of platgereden. In de eerste plaats vraagt ze aandacht. Maar als iedereen van huis is dan is er niemand thuis. En de hoeveelheid asfalt groeit. Evenals desolate landschappen die door overconsumptie worden veroorzaakt en het aantal mensen dat daarvan de klos is. Willen we de wereld veranderen, dan haal je dat niet alleen uit flitsende acties. Het vraagt ook om rust, om te beseffen wat je echt nodig hebt en wat niet. Rust, om een vruchtbare bodem op te kunnen bouwen. Rust, om te zorgen voor de bomen en planten die je wilt laten groeien.

Regelmatig hoor ik: “Fijn dat je woont zoals je wilt wonen!” Weet dan, dat het een keus is, tevreden te zijn met je huis en je omgeving. Het is een keus, die iedereen kan maken. Zelfs als je, net als ik, al jaren droomt van verre expedities. Ook hier is van alles te verkennen. Met je neus in het gras is alles reusachtig. Blijven waar je bent is een heldendaad in een wereld waarin iedereen onderweg is.

.

Met liefde denk ik aan Michiel, de man die ik verloor, een ander deel van dit verhaal.

.

Nederlands:

Engels:

WAT BOMEN FLUISTEREN WANNEER JE TEVEEL WILT . . . . . . . .What trees whisper, when you want too much

.

.

Heel veel willen is als een laaiend vuur. Wat doe je daarmee? De woorden kwamen uit mijn eigen mond. “Ik kijk naar wat is, niet naar wat ik wil wat er is.” Verbaasd lees ik het, als een waarheid die steeds opnieuw ontkiemt.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Listen to the english version? Click on the button down under the text

Er is een sprookje waar ik vaak aan moet denken. Het gaat over de gevolgen van teveel. Nu zijn er meer sprookjes die gaan over hebberigheid of vriendelijke behulpzaamheid zoals Vrouw Holle. Maar wat gebeurt er nou echt met je, als je teveel wilt? Ten slotte zijn het niet allemaal lelijke stiefdochters die daar last van hebben. We hebben het allemaal wel eens. Soms gaat het zo verschrikkelijk goed, je zit in de juiste stroom en krijgt van alles aangeboden. Welke keuzes neem je dan? Graag denk ik dan aan het sprookje van de arme vrouw.

Een arme oude vrouw woont eenzaam in een hutje op de hei. Meer kan ze niet betalen. Ze werkt wat in haar groentetuintje, dat maar weinig opbrengt, op de arme zandgrond. Ze heeft één magere geit, die ze dagelijks melkt. Veel geeft ze niet, maar ja. Het oude mens heeft er vrede mee. Op een dag klopt er iemand aan. Ze opent de deur. Het is een knappe man met mooie kleren aan, het lijkt wel een prins. “Ik ben verdwaald” zegt de prins. “En ik heb honger, heeft u misschien te eten voor mij?” De oude vrouw zegt dat ze niet veel heeft, maar ze kan wel soep maken. De prins is haar heel dankbaar. “Ik geef u voor elke vetkring in de soep een zilveren daalder” zegt hij stralend en hij gaat zitten op het bankje naast het huis. De arme vrouw maakt de soep en doet de boter erin. Netjes afgepast, één eetlepel, zoals altijd. Maar dan laait er een vuur in haar op. Wat kan ze allemaal doen als ze veel méér daalders kan krijgen? Een groter huis met een boomgaard, een koets met paarden ….Gretig gooit ze de hele kluit boter in de soep. Het is alles wat ze in huis heeft. Dan staart ze ontsteld in de pan. Op de soep ligt één dikke laag vet!

Ik was mijn vuile handen in de waskom. Twee diepe kuilen in de weg zijn weer mooi geëgaliseerd. Zo kunnen we makkelijk keren, als we dit weekend de boompjes uitladen. Er ligt een berg zand klaar om ze tijdelijk in de grond te zetten, want ik krijg ze niet alle driehonderd in één keer de grond in. Doe ik wel genoeg, vraag ik me soms af. Wat stelt dit eigenlijk voor vergeleken bij de duizenden bomen die sommige anderen kunnen planten? Misschien kan ik mijn talent wel veel breder inzetten. Ten slotte: bomen planten kan iedereen. Ik kijk naar de onverharde weg. De kuil is in elk geval dicht.

Ik ga naar binnen om verder te werken aan mijn laatste verhaal. Ik open mijn laptop. Eerst kijk ik even naar de vele reacties op het laatste interview in de Leeuwarder Courant. “Verlangen naar langzaam leven” staat erboven. En: “Ik kijk naar wat is, niet naar wat ik wil wat er is.” Het is alsof ik de woorden opnieuw zie. Dat heeft de schrijfster mooi samengevat. Er is ook een vrouw die me bedankt voor al mijn blogs, mijn eenvoud inspireert haar en het heeft haar door een moeilijke tijd geholpen. “Bedankt dat je zo gewoon bent!” zegt ze. Ik glimlach. Langzaam maar zeker bouwen we een netwerk op van bomen, planten, en mensen. Dan zie ik een volgend bericht. Ik word attent gemaakt op een groot kunstevenement. Bosklab in Leeuwarden. Er is veel geld voor beschikbaar en het lijkt op mijn lijf te zijn geschreven. Het gaat over bomen en verbinding. Wat leren we van bomen en hoe kunnen we daar anderen mee inspireren, zo snel mogelijk? Het duurt honderd dagen. Speciaal voor die gelegenheid komen meer dan duizend bomen de stad in wandelen. Ik zie een plaatje met mensen die tussen bomen doorlopen, bomen die allemaal in bakken staan. Ieder loopt er op zichzelf. Verbinding zie ik niet. Wat raar… Maar het is wel een mooie kans. Als kunstenaar kan ik er vast anderen ontmoeten en meer naam maken. Ik kan veel meer dan wat ik nu doe! Even brandt er een vuur in mij. Ga ik het doen? Maar inmiddels ken ik dat vuur wel. Het is vaak de aankondiging van een periode met weinig slaap en teveel hooi op de vork. Bovendien: Is het wel nodig, meer naamsbekendheid? Het gaat toch goed zo? En verbreek ik juist niet de verbinding met wat ik nu, heel langzaam aan het opbouwen ben?

Ik denk aan de oude vrouw in de hut en neem een besluit. Het is genoeg. Ik hoef niet meer. Ik doe het met wat er is en ik weet zeker dat het iets heel moois gaat worden. Ook bomen groeien niet in één dag. Ze hebben een netwerk nodig. En wandelen kunnen ze ook niet. Al zou je willen.

(Wat gebeurt er eigenlijk met die bomen na afloop? Gaan ze dan de grond in?)

.

Bosklab (van laboratorium), komt drie maanden lang in Leeuwarden, van de zomer. Het wordt vast een leuk evenement. Wie weet wat voor bruisende dingen de kunstenaars er aan toe kunnen voegen. Maar het concept mist voor mij diepgang, letterlijk. De bomen staan centraal. In bakken worden ze door de stad gerold. Maar de energie van de boom komt vooral uit de bodem. De boom heeft een netwerk nodig van micchorizae, schimmels, die hen onderling voedt en verbindt. En meer nog. Talloze miniscule beestjes maken de bodem los en vol leven. Als dit alles er is, dan pas staat een boom in diepgaande verbinding en is hij gezond. Het is een voorwaarde voor leven, de bodem is de basis. Mensen horen er geen werk aan te hoeven besteden, dan is het goed. Bomen in bakken zijn eenlingen, ze missen hun gemeenschap. Dat evenementenmensen weinig met wortels hebben is logisch. Dat zijn snelle zaken, per definitie niet geworteld. Het komt en het gaat. “Stadsinrichters willen meer groen. Het lijkt een mooie match, maak er een bomenevenement van. Je kunt rollen met bomen als meubelstukken om te kijken hoe je het wilt hebben, in de stad van de toekomst. Dat is leuk. Maar de vraag die je dan stelt is: “Wat willen wij”. Dat is volgens mij toch heel wat anders als: “Wat kan de boom mij vertellen.”

Hoe bruisend het ook kan worden, ik zie er geen bodem in, als gewortelde nomade. Ik zou er eerder hyper van worden, elke dag wat anders. Bomen in bakken, twaalfhonderd nog wel. Al dat geld voor die eenzame bomen rollend door de stad, dat besteed ik liever aan iets anders. Ik zou het verspreiden over een nog langere periode. Met een speciaal aanvullend programma voor scholen bijvoorbeeld. Natuurouders en kinderen verbinden met kunstenaars. En niet alleen kunstenaars met naam uitnodigen, maar vooral ook buitenlandse inheemse activisten. Zij wagen hun leven om het regenwoud te beschermen. Ze zien familieleden sterven door de afbraak van hun land, de toenemende ziektes, de terloorgang van natuurlijk medicijn. Denken aan bomen is voor hen geen evenement, maar puur overleven. Die mensen eens te zien en te kunnen spreken, dat zou mij als activistisch kunstenaar pas werkelijk beroeren en inspireren. Ik denk al zo lang aan ze! Waarom worden ze steeds vergeten? Zij staan aan de heetste vuren van deze tijd! Zij zouden ons kunnen leren hoe we werkelijk naar bomen kunnen luisteren.

.

PS: Ik las later, dat een oude studiegenoot van mij zorgt voor een verdiepend kinderprogramma. Dat is mooi. Nu de inheemse activisten nog.

Nederlands:

Engels:

HET EINDE VAN ONZE IJSTIJD . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. The end of our icetime

.

Afbeelding: Alowieke van Beusekom

.

Economische efficiëntie ligt als een kille ijsmassa over het land. Kan het smelten? En wat gebeurt er dan?

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Rather listen? Click on the button at the and of the tekst for the english translation.

Zompig is de grond onder mijn klompen. Ik loop licht en voorzichtig, om geen diepe gaten in de bodem te maken. De paadjes worden steeds drassiger. Hoe dichterbij de lente, hoe natter de klei. Op sommige plekken is er alleen nog modder. Er steken een paar zielige grasprietjes bovenuit. Toch weet ik, daaronder zit het nog vol wortels. Straks wordt alles weer groen. Dan komen ook de paardebloemen weer, waar Jochums land vol mee staat. Groen met gele sterren, zo zal het zijn, zoals elke lente, zodra de zon hoger komt. Maar nu is er blubber. Heel veel blubber, dat moet er toen ook geweest zijn, tienduizend jaar geleden, na de ijstijd. Het land heeft al veel meegemaakt. Als ik hier sta, op deze plek, kan ik dat steeds meer ervaren. Mijn wortels gaan de bodem in, ik verdiep me en raak het verleden dat het in zich draagt. Ik kijk niet alleen met mijn ogen, maar ook met mijn voeten, door te zijn waar ik ben.Ik tuur naar de horizon. Ooit was het hier helemaal bedekt met ijs, zover als je kon kijken. Onvoorstelbaar lijkt dat nu, die zware koude massa. Al het leven dat eronder vermorzeld werd en de bodem in gedrukt. Zaad dat slapend lag te wachten, tot het op een dag bevrijd zou worden. Soms lijkt de grauwheid eeuwig te duren. Dat moet toen ook zo zijn geweest. Maar toch kwam er een andere tijd. Het begon te smelten! Zo nat en drassig was het, daar is mijn zompige paadje niks bij. En geloof het of niet: Het zaad was er nog steeds, daar in de bodem. Wat een ongelooflijk feest moet dat zijn geweest, dat het weer kon ontkiemen! Soms zelfs na duizenden jaren.

Ook John O Donohue heeft zich dit voorgesteld. Hij was een dichter en filosoof die ik graag eens had ontmoet, in zijn thuisland aan de Ierse Westkust. Helaas kan dat niet meer, hij is maar twee en vijftig geworden en stierf in 2008. “Het eeuwige landschap ligt in onszelf,” zei hij en “Het land om ons heen heeft een ziel, net als de dieren, de stenen, de velden”.
Zijn beschrijving van de ijstijd maakte mijn verbeelding los. De veranderingen voor het land moeten intens zijn geweest, het gewicht van het koude grijze ijs dat alles bedekte. Toch kwam daarna alles weer tot leven. Een wonder eigenlijk. Zou dat niet opnieuw kunnen gebeuren, vraag ik me af. Als ik nu naar ons land kijk, de dichtgegooide greppels en kreken, gekapte bomen, de groeiende steden, het asfalt en de betegelde tuinen om tijd te besparen, dan denk ik, is dit niet een nieuwe ijstijd? Een koude hand ligt over de aarde. Het is de kille zucht van geld, geld en economische efficiëntie, als het belangrijkste dat telt. Koud. Kouder dan koud. Zwaar en drukkend. Toen het ijs smolt gebeurden er wonderen. Zou dit niet opnieuw kunnen gebeuren? Zou .. het … niet..

Zompig is de grond onder mijn klompen. Er is klei en er is gras. Boterbloemen, klaver, weegbree. En er is zaad, waarvan ik nog niks weet. Zaad dat wacht op de juiste omstandigheden. Het wil groeien, bloeien en zich verspreiden. Tot de hele wereld in kleuren uitbarst. Het zaad wacht.

Met dank aan Willemien die mij attent maakte op deze filosoof en dichter, na het lezen van mijn vorige blog.

Nederlands:

.

Engels:

.

Nieuws: Deze week schreef Nynke Bruinsma een mooi artikel in de Leeuwarder Courant. Dingen die ik steeds al wilde zeggen.

.

John O Donohue:

Podcast 1 https://lnns.co/sgR1AQmub-t

Podcast 2 https://lnns.co/f7CcY3w0pQH

Kees Klomp: Terug naar een ecologische samenleving: https://maatschapwij.nu/videoportret/kees-klomp-economische-ecologie/

NACHTLAND VAN VERDWENEN DIERBAREN . . . Nightland of lost loved ones

.

Ik denk niet alleen aan mijn verloren lief, met wie ik verbonden was door de aarde. Ik denk ook aan alle inheemse mensen die zich inzetten voor hun land en daarbij het leven moesten verliezen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.


Rather listen? Click on the button down under the text.

.

Herinneringen van de nacht kunnen net zo helder zijn als die van de dag. In sommige tijden zijn ze zelfs sterker, alsof ze bedoeld zijn om draagkracht te creëren en inzicht. Zo heb ik haarscherpe herinneringen aan de jaren na de dood van mijn man. Soms zijn ze weer heel dichtbij, die herinneringen. Zoals nu. Mijn venster kijkt uit op de Friese weiden. Ik heb zojuist de luiken geopend en de wereld opent zich opnieuw. Stil sta ik te staan en denk nergens aan. De horizon is in mist gehuld. Ik staar ernaar, en vermoed een werkelijkheid achter de werkelijkheid, die zich daar verbergt. En als de zon dan komt, heel teder, zie ik het. Het schemerlicht aan de horizon schijnt op een andere plek, die toch dezelfde is als de wereld waar ik in leef. Het grenst aan de wereld van de nacht, de herinneringen van toen. Op zulke dagen zie ik hem weer.

Mijn man was hij. Ik leefde met hem samen in een eeuwenoud huis, half onder de grond verborgen. Het huis stond op de grens van water en aarde. Aarde bond ons samen, de liefde ervoor en voor de trage snelheid die het water ons bood. Hand in hand liepen wij en met ons scheepje voeren we langs grachten en rivieren, als zilveren aderen door de tijd. Hij verliet mij, op een dag was hij er niet meer. Maar in mijn dromen zie ik soms de mist breken, en kan ik een glimp opvangen van zijn wereld, heel ergens anders. Soms is het ver, maar soms toch dichtbij. Op één of andere manier.

Ik sta voor het raam. Vandaag hoef ik niks meer. De mensen met hun drukte zijn verdwenen, de herinneringen aan talloze terloopse opmerkingen en gesprekken spoelen weg. Ik volg het ritueel van de dag en loop naar het water van de Swette. Ik dompel mezelf in de kou en kijk vlak boven het water uit naar daar, waar het om de bocht verdwijnt. De wind breekt de spiegel in kleine oplichtende rimpels. De laatste gedachte aan een drukke week laat ik gaan. Het drijft weg in de stroom. Ik droog me af en kleed me aan. Opnieuw sta ik voor het raam en kijk naar de horizon. Ik zie hoe de sluier breekt, even maar, die eeuwige mist die onze werelden scheidt. En daar is hij, zachtjes koerst hij door krekenland. Hier, waar de zee ooit vloeide en zijn handtekening zette in het zand op talloze manieren. Rustig gaat hij voort, mijn man, omringd door de zilveren aderen die het land doorkruisen. Er zijn zachte glooiingen, kreekruggen die het water begeleiden. Het is of de zon zachter schijnt, en een oude wereld blootlegt. Even zie ik hem, een gunst van het Al, voor de magische sluier zich opnieuw sluit. Door mijn raam zie ik de kreken verdwijnen, de glooiingen vervlakken. Het licht wordt zakelijk en grijs met rechte sloten en uitgestrekte grasvelden. De zon verdwijnt in een steeds grijzer wordende mist. Ik steek de kachel aan. De warmte en het licht van het vuur reflecteert wat ik net heb gezien. Het kruipt diep in mijn spieren en botten. Ik koester het. Het land zit in onszelf.

.

.

De verborgen kreek spreekt

Als kreek ben ik al jaren dicht
levend in de bodem
elke lente stik ik weer
in de drang naar lucht en licht

Mijn bedding en het water
de gele plomp en zwanebloem
kattestaart en waterlelies
de mensen, ja die kwamen later

Ik herinner mij nog alle dagen
de boer die mij toen onderhield
met ferme hand mij steeds bevrijdde
van de brede rietkragen

de zeis die scherp geslepen was
om het verste riet te oogsten
Ik herinner me mijn water
zo helder als een spiegelglas

De bochten waar het ooit eens golfde
voor overheden zaken kozen
onrendabel doorgekrast
met zware grond die mij bedolfde

Wat verlang ik naar de stroom
de bedding die mijn ziel vertolkt
Het zand dat schuurde langs de kant
de droom die ik al zolang droom

Waar zijn de handen van weleer
eeltig, ruw, bedreven
De wielen die nu langs mij rijden
die begrijp ik nu niet meer

Ik ben maar een verborgen kreek
elke dag droom ik opnieuw
van zonlicht en van rimpelingen
de stroom die langs mij streek

.

Nederlands

.

English

.

.

DE GEEST VAN HET LAND . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . The spirit of the land

.

.

Op de thee bij Ege. Een gesprek: “Misschien is dat het wel, waarom we hier zijn. Om het Weefwerk te herstellen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.


Rather listen? Click in the button down under the text

Ik zit in de kamer van Ege. Het is een klein oud huisje dat bij de boerderij hoort, met zware balken in het plafond. Er hangt een dik gordijn om de warmte van de kachel vast te houden. Daarachter is de keuken. Ege maakte een kast naast het fornuis, voor de potten en de pannen. “Ik kan alleen maar vierkant timmeren,” zegt Ege. “Zo heb ik het geleerd.” Hij pakt zijn glas van tafel en neemt een slok kruidenthee. Ik ben net binnen. Ik zag zijn fiets staan. Even buurten, dacht ik. En nou zit ik hier. Zijn opmerking maakt iets wakker. “Ja, nou je het zegt,” denk ik hardop, “ Er was niemand die mij leerde timmeren. Dat was niet voor vrouwen. Ik maakte een hut van het riet dat langs het kanaal groeide. Of ik weefde met takken. In het bos leer je heel andere dingen…”

Ik denk aan mijn moeder. Toen zij vijfenveertig was, was ik tien. Ik ben nu meer dan tien jaar ouder dan zij, toen. We woonden op de bodem van de Zuiderzee, in de polder. Ze vroeg nooit waar ik heen ging. Ik speelde waar ik wilde, het Emmeloordse bos was mijn oerwoud en ik was volledig vrij in wat ik deed. Behalve toen we een diep hol hadden gegraven in een bult. Dat moesten we dichtgooien vanwege instortingsgevaar. Wel klauterde ik in de hoogste bomen, zwom in het kanaal, groef klei uit langs de oever en boetseerde er beeldjes van. Met mijn vriendinnen plukten we meidoornbloesems voor thee, die naar amandelen smaakte. Soms was ik alleen met mijn moeder Janky en zochten we naar hazelnoten. Ik was wel eens hebberig en daar zei ze wat van. “Niet alles hè! Ook wat laten liggen”, leerde ze mij. We kregen schapenvachten van de boer, sponnen wol en verfden het. Mama breide er meestal truien van. Ik hield niet van breien. Ik weefde liever. Mijn moeder had geen vastomlijnd plan. Ze was nieuwsgierig en probeerde gewoon van alles uit. “Hé, zullen we deze wol eens met zuring verven? Kijken welke kleur dat geeft,” opperde ze vrolijk, en dan gingen we samen het bos in. Zuring stond er genoeg, daar hoefden we niet zuinig mee te zijn. Even later stond ze in keuken te roeren met een dikke houten stok. De ketel dampte en ik stond er met mijn neus bovenop. Ik rook de geur van wol, gekookte planten en een vleugje kopersulfide.

Mijn moeder gaf me vrijheid, die ik met beide handen aangreep. Samen waren we nieuwsgierig en dol op dit soort creatieve experimenten. Voor al die dingen ben ik nog steeds dankbaar.

Ege kijkt me lachend aan. “Dat is jouw geluk geweest! Ik wil graag meer organisch leven. En bouwen ook. Dat ik niet steeds alles van te voren bepaal. Meer kijken in vrijheid, wat er is en wie er is. Dat we het samen laten groeien. Dat wil ik leren.” Ik begrijp dat zijn kindertijd heel anders was dan de mijne. “Hoe heb jij leren timmeren?” vraag ik.

“Op school en van mijn vader. Vierkant denken en bouwen leerde ik, zoals veel meer jongens. Alles volgens plan.” Hij glimlacht even en vervolgt “Op de boerderij was altijd wel wat te doen…” Ege groeide op in Fryslân, niet ver bij ons vandaan. We kenden elkaar niet. En nu zitten we samen thee te drinken.

Ik kijk uit het raam. Tussen het hoog opgeschoten gras en verwilderde bramen loopt boer Jochum met Jeroen, de greppelkenner. Die is pas terug uit Groningen. Ze lopen tussen de struiken naar de open vlakte. Daar, bij het weiland, staan ze een poos stil, alsof ze het helemaal in zich opnemen. Jeroen wijst en zegt wat. Er komt een gedachte in me op. “Ik denk dat de natuur in onszelf zit, dat het deze weiden zijn, de grutto en het water, de wilgen langs de kant…” zeg ik en draai me om naar Ege. “Weet je” ga ik verder “De Yanomami, de Hopi en vele anderen, ze geloven dat het land een geest heeft. Dat de geest van het land zich met de mensen wil verweven. Ik voel dat ook. Misschien is dat het wel, waarom we hier zijn. Om het Weefwerk te herstellen. Om de gescheiden werelden weer één te maken. Te spelen als kunstenaars, met draden en kleuren die er tevoorschijn komen.” Ik denk aan de dagen met mijn moeder, toen ik een meisje was en zwijg even. Ege is ook stil. Hij kijkt alsof hij een wortel uit de grond trekt die niet mag breken. Rustig buigt hij voorover en zet zijn glas op tafel. Dan recht hij zijn rug en kijkt me aan.

“Ja,” zegt hij. “Dat denk ik ook. Het begint bij luisteren. Ik heb geen zin meer om overal een oplossing voor te zoeken. Dat houdt me er alleen maar vanaf.” Ik kijk naar de vastbesloten trek op zijn gezicht, het lange donkerblonde haar met maar ietsje grijs erin. Graag ga ik nog eens vaker op de thee bij dit taaie manmens. “We doen het met elkaar!” beëindig ik het gesprek. “Zo is het” grijnst hij en zijn ogen schitteren.

.

The hidden creek speaks

I am just a simple creek
hidden, out of sight
they covered me with heavy ground
and now I long for light

Where are the hands of former days
of people wise and strong
who came to cut the reed with sickles
and free me for a season long

My existance did not count
the gouvernment that choose
the way of money, not of life
so I had to loose

The wheels that cross me
four of a kind
I don’t get them
they are blind

I am just a hidden creek
covered in a bottom of clay
when will my water flow again
when will it be, that day

.

De Nederlandse versie van deze tekst heb ik speciaal geschreven voor Groene Verhalen, en zal daar op 1 februari, om 10.00 te beluisteren zijn.

Nederlands
Engels