Tussen de laatste rommel (Among the last rubbish)

.

Lente! Ruimte maken voor groeizaamheid. Opruimen voor een frisse geest en nieuw leven. Opruimen. Maar niet alles. Want tussen de laatste rommel kan je soms iets verstoren wat eigenlijk met rust gelaten wilde worden. Ik zag het gebeuren en was stomverbaasd.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

.

Sneeuw bedekt al het lelijke, stalen blokkendozen, geparkeerde auto’s, achteloos neergeworpen afval. Maar de prille lente maakt het contrast juist groter. De tere blaadjes, net uit de knop, doen een beroep op onze eigen jeugd, verstofd, verdwaald geraakt of ingeklemd tussen alles wat we verzamelden. Daarom is de lente een tijd om op te ruimen. Een nieuw jaar begint. Dat is een mooie kans. We krijgen het cadeau, elk jaar weer. Geef groeizaamheid de ruimte!

Ik ben al een paar weken bezig. Rond en onder mijn huis is alles schoon. Er lag van alles. Lege in elkaar gezakte dozen, verdwaalde plastic bloempotten, wat weggewaaide oude kranten, een paar beschimmelde lappen en glazen potjes. . . Zelfs al leef ik eenvoudig, spul blijft kleven. Ik wil best wat rommel, maar dan van het aangename soort. Blaadjes, takjes onder de struiken. Een mooie humuslaag. Groen en nog meer groen. Bloeiende bomen en dikke heggen. Uitbottende wilgeknoppen. Lente! Het mooiste moment van het jaar.

Ik fiets terug langs het pad, op weg naar huis. Ik heb net koffie gedronken bij mijn vriend Dick en wil weer verder aan het werk. Maar dan valt mijn oog weer op de verzameling plastic pijpjes, die al een tijdje tussen de struiken ligt. Er ligt nog meer troep, verderop. Wat eigenlijk? Ik zet mijn fiets neer en ga het pad af, de bosjes in, tussen een stacaravan en een zelfgebouwd houten huis door. Ik schrik ervan. Het lijkt erop dat dit niemandsland is. Niemand voelt zich verantwoordeliljk voor dit stuk grond. Het ligt vol rotzooi en het begint uit de hand te lopen. Wel dertig lege plastic vaten met een groene waas. Kennelijk liggen ze hier al lang. Een berg beeldschermen, stukken geplastificeerde spaanplaat, elektrische apparaten, noem maar op. Met open mond sta ik te kijken. Mijn buurman komt naar buiten. We praten erover. “Ik wil wel helpen” zeg ik “Dan regel ik iemand om het weg te brengen. “Fijn” zegt hij. “Ik wilde er al een tijdje aan beginnen. Het is zooi van de vorige bewoner, maar er zit ook van mij bij. Toen ik hier kwam heb ik veel opgeruimd. Maar nu…. Je weet hoe dat gaat.” Ja dat weet ik. En ik maal er niet om van wie het is. We ruimen op en we doen het samen.

Tussen de rotzooi ligt ook een rol, van dik ijzerdraad. Het is rasterwerk voor een hek, met grote vierkante gaten. Die kan ik wel gebruiken. Ik bind hem vast aan mijn bagagedrager en fiets terug naar huis. De rol hobbelt achter me aan over de weg vol kuilen. Dan stap ik af, knoop de rol weer los en loop ermee achter de wilgen langs, waar het grote weiland ligt. Hier begint de lege ruimte, tot aan de contouren van Leeuwarden. Je ziet de enorme windmolens, een grote torenflat en de snelweg, die erheen leidt. Vanuit de auto zie je een mooi landschap, maar vanuit het land is de lelijke weg en het opdringende stadsbeeld nogal dominant. De stad komt steeds dichterbij, zeggen de oude lieden. Ik denk er nu niet verder over na. Er is genoeg te doen. Ik leg de rol bij de andere neer. Het is al een mooie verzameling. Ze lagen over het hele terrein verspreid, de rollen gaas en rasterwerk, en niemand die er wat mee deed. Ik wel! Het wordt een schutting tegen de harde wind. Je kunt er riet doorheen vlechten. Ik verzamel het langs de sloten en langs de Zwette. Er is riet genoeg en het is mooi werk. Er komt klimop tegenaan, tussen de opgroeiende wilgen in. Drie dozen vol potjes staan klaar. Het wordt een heerlijk plekje hier. Dat vinden de vogels ook. Het zijn er steeds meer.

.

.

Ik loop tussen twee bomen door en kom uit in de beschutte ruimte achter de kas en mijn woonwagen. Het is een kleine hoek, waar ook de voedertafel staat. Ik hurk om brandnetels en kleefkruid weg te halen. Hier, naast de bomen, moet de klimop komen te staan. Maar eerst moet er ruimte komen. Mijn handen werken systematisch de bomenrand af. Ik ben zo lekker bezig, dat ik verder ga dan ik eigenlijk hoef. Maar dan kom ik bij een grote grijze ton. Hij ligt op zijn kant, geklemd tussen twee bomen in. Het grijze plastic is verweerd en zit vol donkere vlekken. Ik kom dichter en dichterbij, mijn handen wieden door. Dan beweegt er iets, dat schijnbaar vanuit het niets tevoorschijn komt, vlak voor mijn neus. Een jong haasje! Zelfs van zo dichtbij had ik hem niet gezien, zijn gevlekte vacht heeft een perfecte schutkleur, naast de verweerde ton. Hij huppelt om de ton heen en gaat aan de andere kant zitten. Nu kan ik hem niet meer zien. Ik ben stom van verbazing. Wat een goede hazenmoeder, ze weten de plekjes wel te vinden. Ik ben blij dat ik die ton daar heb laten liggen. Opruimen is een goed ding, maar niet alles! Dat weet ik nu weer. En eigenlijk is het ook wel heel leeg, waar ik heb gewied. Het is een kale kamer, voor de kleine haas. Gauw pluk ik wat handenvol stug gras en drapeer het om een bos takjes heen. Nu is het weer wat meer beschut. Kom nou maar terug haasje, ik ben weg.

Ik ga voort en mijn handen werken verder. Werk, om te doen groeien. Ruimte maken. Ruimte voor leven. Met opgeruimde geest, en hier en daar wat rommel.

.

.

NEDERLANDS:.

ENGELS:

Spring! Make room for growth. Clean up for a fresh mind and new life. Tidy up. But not everything. Between the last mess you can disturb something that actually wanted to be left alone. I saw it happen and was amazed.

Meer ruimte voor kleine boeren! (More room for small farmers)

.

.

Ik kies voor de kleine boer. Zij kunnen land en bodem herstellen.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Ik heb het eigenlijk nooit over standpunten. Een goed verhaal bestaat uit beelden, zodat je je kan inleven. Het liefst bereik ik daarmee zoveel mogelijk verschillende mensen. Maar soms is het nodig om je direct uit te spreken. Het is als een punt achter een zin. Of een komma, waarna je door kan gaan.

Laat ik helder zijn: We konden kort geleden stemmen. Ik ben gegaan, want ik vond het belangrijk. Het ging om de Waterschappen en de Provinciale Staten. Vanuit de Provinciale Staten wordt de eerste kamer gekozen, dus daar hebben we dan ook invloed op. Ik stond dus ook in zo’n hokje met een rood potlood in mijn hand. Het zal sommigen niet verbazen: Ik heb niet op BBB gestemd. Waarom niet? Deze partij is opgezet door een marketingburo, die conservatieve boeren in het zadel wil houden. Deze boeren zetten mijns inziens de zaak vast, en niet alleen met tractors op de weg. Het is de doodlopende weg van schaalvergroting die ten koste wat het kost wordt verdedigd. Heggetjes, hakhoutbosjes en greppels, alles wordt uitgewist om beter met grote machines het land op te kunnen. Er wordt al decennialang kunstmest gebruikt, hoewel men een eeuw geleden al wist dat het de grond geen goed deed. Ook het gifgebruik is weer toegenomen. Het leek er een tijdje op dat het minder werd, maar helaas zette dat niet door. Het gevolg is een steeds doder, fantasielozer landschap, waar niemand graag in rondfietst. Een partij als BBB maakt dat hierin niets of weinig zal veranderen. Natuurlijk wil ze ook wel goeie dingen. De bus en bieb, die terug moeten komen in het platteland. Dat zie ik ook graag. Maar dit weegt voor mij bij lange na niet op tegen die andere kant: Het voortzetten van de grootschalige export en de agro industrie. Alles voor de groei-economie, een grijze wereld van cijfers. Daarmee door te gaan zie ik niet alleen als een ramp voor Nederlandse landschap, maar ook voor onze gezondheid, de aarde en de mensen in het verre Zuiden.

.

Ook heggen en sloten horen thuis in Nederland

.

Nederland is beroemd om zijn zwart witte koeien met enorme uiers. Andere runderen kunnen prima met een kruidenrijke weide toe, maar deze zijn zo ver door gefokt dat ze verslaafd zijn gemaakt aan grote hoeveelheden eiwit. De bulkladingen vol soja die daarvoor uit Brazilie worden gehaald, maken een wereld van leven kapot. Er worden vele hectares bomen gekapt, diersoorten sterven uit en stammen die daar thuishoren worden opgejaagd. Dus ik zet steeds weer mijn handtekening: “Laat die bomen staan.”
Ik ben vóór die stammen, die er hun thuis kunnen vinden, en ik leef mee met de laatste jager verzamelaars. Ik denk ook aan de kleine boeren in Afrika. Ook hen steun ik, door niet op BBB te stemmen. Honderd miljoen kilo aardappelen worden daar naartoe gebracht, nee, zelfs meer nog. De prijzen zijn zo laag, dat een kleine Ethiopische boer daar niet tegenop kan telen. En het is zelfs nog gekker: Vele kilo’s groente komen in de winter uit Ethiopië, geteeld door Nederlandse boeren daar. En dat terwijl de bevolking er honger lijdt door toenemende droogtes. Waarom doen we dat? We moeten ze beschermen, juist die kwetsbare kleine boer in verre landen. Door bij de biologische boer in je eigen buurt te kopen, zorg je indirect ook voor hen. Je helpt ze door boerenkool te eten in de winter, in plaats van sperziebonen uit Ethiopië of Senegal. Het helpt ook als je voor een politieke partij kiest die de wereldhandel wil beperken. Die meer streekmarkten wil en de eco-boer een eerlijke prijs wil geven.

Ook in Nederland hebben kleine en beginnende boeren het moeilijk. Er zijn steeds meer jongeren te vinden, die het anders willen doen. Een organisatie als Toekomstboeren groeit als een speer. Ze weten de energie erin te houden. Er zijn conferenties en workshops. Het gaat over gezonde landbouw waarin de natuur een plek heeft. Er zijn allerlei vormen en namen voor. Herstellende landbouw, biologische landbouw, agro forestry, permacultuur, het is een hele hand vol. Inspiratie en kennis is er zat. Jonge boeren willen graag hun handen uit de mouwen steken. Maar hoe kom je aan land als je geen pa hebt die boer is? Grote boeren, voor een groot deel BBB stemmers, kopen het vrijkomende land op. Grond gaat van de hand voor torenhoge prijzen. De boerenakkers in Nederland kosten tien keer zoveel als elders. Dat is geen probleem, de bank zorgt wel voor een lening.
Maar deze jonge boeren staan aan de kant. Die komen nauwelijks aan bod. Er is geen ruimte voor hen. De koek gaat op aan grote jongens. Sommige landloze jongeren emigreren dan maar. Maar ik wil die jongelui niet kwijt! Juist zij, die het kleinschalige boerenlandschap willen herstellen, hen moeten we dragen op handen. Zij, die gezond voedsel willen kweken van gezonde grond. Ja, er moeten meer kleine boeren komen, hier in Nederland. En niet alleen hier, maar wereldwijd. Ik steun ze. Dit is het standpunt, vanwaaruit ik mij beweeg. Hier sta ik, in alle hoop op beterschap en met vieze schrijvershanden.

Je kunt nog altijd de petitie tekenen. Het gaat om andere keuzes in de wereldhandel, bescherming van mensenrechten en een gezonde aarde voor de generaties na ons: https://alowieke.blog/de-petitie/

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

We need a Small Farmer Revolution. Especially here, in the Netherlands, where large scale agriculture is defended at all costs. There are more and more young landless farmers, with energy and knowledge to bring the balance back. But they are standing aside. We need a revolution to help them, and other small farmers in the world..

Iets laten groeien is niet niks (Before it grows! – 2)

DEEL 2

Voor alles wat je koopt, gaat ergens anders iets verloren. Wat? Over veengrond en turfgebruik in de tuin en kwekerijen.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Zou er nog leven in zitten? Ik ben net wakker, wanneer ik mezelf deze vraag stel Ik lig in mijn hangmat en denk aan het zaaigoed. Gisteren was er nog steeds niks. Na bijna een maand heb ik er steeds minder vertrouwen in. Misschien had ik het koeler op moeten bergen, dat zaad, en is het uitgedroogd. Of misschien had ik het in turfpotjes moeten doen. Die kan je kant en klaar kopen en er zit al een zaaigaatje in. Turf kan veel water opnemen, en vocht is belangrijk in dat prille begin. Ik pieker. Kan het sneller of beter? Zelfs ik als langzaam levende minimalist val wel eens ten prooi aan dit soort ongeduld. Zo minimalistisch ben ik dus ook weer niet. De verleiding is groot. En die turfpotjes lijken me wel heel handig voor ontkiemend zaad. Maar de volgende vraag is dan, waar komt het vandaan? Wat gaat er verloren doordat ik dit wil? Voor alles wat je krijgt, verdwijnt er ook iets. Wat dat is, dat is een belangrijke vraag.

Ik open de laptop, zoek en lees. Ik lees zoals ik al jaren lees, want alles over de bodem intrigeert me. Haar verhalen, haar leven, haar ongeboren mogelijkheden.
Het antwoord ligt voor het oprapen. Ja dus. Er verdwijnt veel, door ons turfgebruik. Al eeuwenlang wordt er grond afgegraven voor turf. In de middeleeuwen voor brandstof en ook in de eeuwen daarna. Dankzij onze voorouders is de dikke laag veen grotendeels verdwenen en zakken we nu steeds verder de nattigheid in. Er gaan bovendien prachtige plantengemeenschappen ten onder, door wat wij met onze pot en tuinaarde in onze tuin laten groeien. Is dat het allemaal waard?

.

Veenvormend moeras in Polen

Overheden houden zich daar meestal niet zo mee bezig, met plantengemeenschappen. Voor hen geldt vooral het CO2 verhaal. In veengronden zit namelijk ook enorm veel koolstof opgeslagen. Dat gaat de lucht in als je het weggraaft. Vooral daarom is men internationaal bezig met het afbouwen van turfgebruik. In Engeland is turf al verboden. Bij ons nog niet, al heeft de tweede kamer niet lang geleden gezegd de alternatieven te willen onderzoeken.
Turf wordt nog steeds gewonnen om in tuincentra te verkopen. Het zit in tachtig procent van de plastic zakken die er liggen en ook boeren en tuinders gebruiken het. Wij zijn de grootste gebruiker van heel Europa. We hebben niet alleen onze eigen turfgronden grootschalig uitgestoken, maar importeren nu op grote schaal uit het buitenland.

Tja. Maar beter geen turfpotjes dus, voor mijn zaad. Wat kan ik dan gebruiken? Het eerste bericht dat opduikt gaat over biochar. Ik ben meteen geïnteresseerd. Maar eerst doe ik de slaapzak over mijn hoofd, die ik als bijdekentje gebruik. Het is nog fris in huis en ik krijg koude handen. In mijn kleine donkere tentje is het lekker warm. Het beeldscherm licht op in het donker. Ik lees verder: “Biochar is vooral gemaakt van plantenafval dat verhit wordt tot 350 graden. Op die manier gaat er geen koolstof verloren en het afval hoeft niet naar de stort te worden gebracht, maar wordt hergebruikt.”
Wat raar, denk ik als ik het lees. Elke gemeente maakt er stadscompost van. Er gaat nergens groenafval naar de vuilstort! Het klinkt als een promotieplaatje van techneuten zonder contact met de werkvloer. Dat gebeurt wel vaker als het over CO2 oplossingen gaat. Het moet meteen big business worden.
Verderop lees ik dat ze het zelfs als koolstofopslag in de grond willen stoppen. De haren rijzen mij te berge. Klinisch in de grond stoppen, verbrande bomen en planten? Zonder er iets nieuws uit te laten groeien? Dat is bizar. Er is notabene een groot tekort aan compost, las ik in een vakblad voor bosbouwers.
Gelukkig zie ik ook een ander bericht. De Belgen laten zich niet gek maken. Die doen degelijk bodemonderzoek. Het ILVO (Instituut voor Landbouw-Visserij en Voedingsonderzoek) doet er verslag van, en het WUR heeft het overgenomen. In biochar is geen worm te zien, hebben ze ontdekt. Dus dat in de grond stoppen is het einde van de levenscyclus, begrijp ik. Ik ben blij dat ik het hier zwart op wit zie. Dank je wel, lieve Belgen! Techniek zonder liefde is een doodskist voor het leven.

.

Veenafgraving

.

Wat is het dan wel? Waar moet ik mijn zaad in stoppen? Het antwoord is simpel. Gewoon, met levende compost, gemaakt van verschillende ingrediënten.

Ik staar uit het raam over de groene weiden. Opeens heb ik er genoeg van. Ik klap de laptop dicht, klauter uit mijn hangmat en ruim alles op. Ik was me en kleed me aan. Nu wil ik zien hoe mijn eigen zaad erbij staat! Ik stap de deur uit en klim het kleine bordes af. De merel voor mijn deur vliegt luid protesterend weg. De lucht voelt warm aan. Ik schuif de deur open van de kas en loop naar achteren. Tot mijn grote verrassing zie ik de eerste groene sprieten de grond uit komen. Heel klein nog, nauwelijks zichtbaar, maar het is wel een teken van leven! Dat schept hoop. Gelukkig maar dat ik die turfpotjes niet heb gekocht, maar het gewoon gedaan heb met wat ik had, met bladaarde, dezelfde compost die ik ook voor de bomen gebruik. Ik pak de gieter die ik gisteren tweedehands kocht. Een kleine, mosgroen van kleur met een lange slanke tuit. Met een dun straaltje giet ik het water uit over de kleine bakjes. Hier groeit het in elk geval. Zelfs zonder turf. Goddank, het groeit!

‘Planten kweken is niet iets dat je even snel kunt doen,’ zeg Linda Chalker-Scott van de Washington State University. Zij is ook de schrijfster van het blog Horticulturalist Myths. ‘Als je een duurzaam systeem wil, moet je het op de juiste manier doen.’ Ze vindt dat we ons weer moeten richten op de grond onder onze voeten. ‘Honderd jaar geleden hadden we geen potgrondmengsels,’ zegt ze. ‘Planten hebben het al die tijd prima zonder gedaan.’

LINKS
https://www.nationalgeographic.nl/van-potgrond-krijg-je-vuile-handen-letterlijk-en-figuurlijk.https://turfvrij.nl/peat-science/
https://www.boom-in-business.nl/article/36896/tweede-kamer-wil-geleidelijk-af-van-turf-in-potgrond
En als laatste het onderzoek van ILVO: https://edepot.wur.nl/365672

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

For everything we buy, something disappears somewhere else. What? I read in the morning, in my hammock, and find out the effects of my use of peat. But on the road, I also discover strange CO2 solutions. Find other inspiring facts in the blog Horticulturalist Myths

.

Song for my seeds

.

.De twee onderste foto’s komen van Wikipedia:
1 Door Radomil – Eigen werk, CC BY-SA 3.0,

https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=69596
2.CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=244694

.

.

Een kleine kern die zich voorbereidt (A small core preparing)

Bestaat de grond van ons bestaan niet uit voedsel? Het zijn de vele goede verhalen die zich hierover moeten verspreiden. Verhalen over smaak en veerkracht. Er moeten veel meer boeren en boerachtigen komen met hart voor zaad en bodem. En dat al die mensen kunnen en mogen uitwisselen. Voedsel en voedselsoervereiniteit.

.

Tekening Alowieke

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Het polderlandschap trekt aan ons voorbij. Theo Boon, de directeur van Odin zit naast me aan het stuur. Hij is al bijna vijfenveertig jaar bezig met biologisch voedsel. Ik ben blij dat ik met hem mee terug kan rijden. Het is een goede dag geweest, en ik was erbij, als schrijver en verteller. Het was een studiedag over zaadvaste zaden. Dat zijn zaden die groeien door bestuiving van bijen en beestjes. Zaden die zelf ook weer zaad kunnen maken met jonkies die op hen lijken en die ook weer bestoven worden en jonkies maken. En.. zo.. voort.. Prachtig. Dan denk je misschien: Maar dat hoort toch zo?!? Ja, dat is de natuurlijke weg. Maar de zakelijke wereld van ons voedsel is heel anders. (Binnenkort vertel ik daar meer over, in een extra blog.)

Ik ben gevraagd hierover een verhaal te vertellen en dat heb ik gedaan vandaag. “Het was heel mooi hoor!” zegt Theo. “Je had alle aandacht, het was ineens muisstil. Ik dacht: Wat gebeurt hier?! Ik grijns. Dat het een succes was, kwam ook door de locatie en de bescheiden groep. De aula van de Warmonderhof is een mooie plek. Er is een gedempte akoestiek, dat is fijn. Het is een ruimte die niet rond is en ook niet vierkant. Het heeft een groot podium als een nis. Er zijn asymetrische hoeken en veel hout. Een hoog, diep oranje gordijn verspreidt een warme gloed door de zon die erachter schijnt. Je voelt je hier gekoesterd. Zo’n ruimte wil wel helpen, voor een goed verhaal. En een groep, net niet te groot om een korte voorstellingsronde te doen. Er waren medewerkers van Odin, van de Beersche hoeve die voor de winkels van Odin levert. Ook zag ik de mij bekende lui van de Zaderij, waar je biologische zaadvaste zaden kan bestellen. Er was een vrouw met een voedselmuseum, een door de wol geverfde journalist van een akkerbouwkrant, en meer bijzondere mensen.
De directeur van Odin woont vlakbij de plek waar ik zes jaar lang heb gewoond, op de Brabantse zandgrond. Ik zie het zo voor me; de stille laan met de majestueuze beuken. Het bos en de beek die erdoor stroomt. Het gefluit van mezen en vinken in de bomen. En dan de weide en die oude hoeve, als je de coulissen van het bos verlaat. Ik krijg bijna zin om terug te gaan.

“Hoe is het daar nu?” vraag ik hem “Het is al best droog hè? Stel je voor deze lente ook niet regent. Wat dan?” vraag ik. Theo kijkt bedenkelijk. “Ja het is nu al behoorlijk droog. Dat gaat dan heel moeilijk worden als het zo doorgaat. Voor de ontkieming hebben we toch echt vochtige grond nodig.” Ik kijk voor me uit en denk aan de sloten in Friesland, die altijd gevuld zijn met water. Aan andere plekken in Nederland die verbonden zijn met het IJsselmeer. Of plekken waar toevallig net wat meer regen valt dan in Brabant. In een flits gaat het door me heen. We zullen het niet redden in de toekomst, als we gedwongen worden om te blijven concurreren. Als boerderijen als de Beersche Hoeve alleen blijven staan. De klimaatverandering dwingt verandering af. We moeten samenwerken en de aarde gezond maken. Het is buigen of barsten. De biologische sector werkt aan verbetering van de bodem. Aan sterkere groenten en knollen. Een door bijen bestoven en zaadvaste biologische witlof kan vijf keer zoveel droogte aan als een gangbare, vertelde een jongen vandaag. Hij had het zelf onderzocht en was er trots op. Het zijn deze verhalen die zich moeten verspreiden. Er moeten veel meer boeren komen met hart voor het zaad en de bodem. Zaden moeten uitgewisseld kunnen worden.
Dit alles gaat door me heen, terwijl ik opzij kijk, naar de man naast me. Ik zeg hardop wat ik denk. “Het kan niet zo zijn dat eentje alles moet doen. Het telen van zaadvaste zaden moet overal gebeuren waar het kan. Het kan niet anders.” De man naast me knikt. Ook hij weet het. Al is het niet makkelijk, voor geen enkele boer. Er zijn steeds meer controles. Veel tijd gaat verloren aan het verkrijgen van certificaten. Op elk plantje moet “een sticker”. Patenten worden aangescherpt. Het gaat niet alleen meer om soorten, maar ook om eigenschappen. Stel je voor: Alle meisjes met blond haar zijn van mij! Dat kan toch niet? De mogelijkheid om te spelen met veranderingen wordt almaar verder ingeperkt. Het drijft menige boer tot wanhoop. De wereld is hard bezig zichzelf vast te werken terwijl de klimaatverandering steeds sneller gaat. Een grote golf komt aanrollen, maar we mogen onze surfplank niet gebruiken.
Toch ben ik niet somber. Ik denk aan de mensen die ik ontmoette, vandaag. Ik weet: Zij gaan door. Het is belangrijk elkaar te ontmoeten. Ik ben blij dat ik vandaag een bijdrage heb kunnen leveren. Het geeft hoop en inspiratie. Buiten wordt het schemerig. De weg gaat licht omhoog, we rijden de polder uit, Friesland in. Nog even, en dan ben ik thuis. Daar is Dick. Hij heeft de tafel al gedekt, met aardappels en spruiten van Odin. Hij wacht tot ik terug ben. Tenslotte, liefde gaat door de maag.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Doesn't the basis of our existence consist of food? It is the many good stories that have to spread about this. Stories about taste and resilience. There must be many more farmers with a heart for seed and soil. And that all those people can and are allowed to exchange. I was at meeting about seeds and foodsoverngity and sit in the car, we are driving back, and I talk with the driver.


			
		

Uit en thuis in veranderend land (Home and away in changing land)

.

Liever wonen in een vernield land dat wordt hersteld, dan in een wild paradijs dat wordt vernield.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Ik sta in de nieuwe tuinkas van de zon te genieten, wanneer buurman Jeroen komt aanfietsen. Ik herken zijn silhouet. Zijn blonde haar zit in een staart, zoals altijd. Hij zet zijn vouwfiets tegen een boom en loopt het veld over naar me toe. In de deuropening blijft hij staan. “Zo zeg! Je hebt een hele ruimte erbij! En wat een mooi uitzicht hier.” Je kan goed door de ramen kijken. Ze zijn nog brandschoon. Mijn buurman heeft de bouw niet meegemaakt. Hij is bijna twee maanden weggeweest, naar Amerika. Ik zie hem nu voor het eerst weer terug. “Hoe was het? Ben je blij weer terug te zijn?” vraag ik. “O ja, zeker,” zegt hij. “Toen ik in Canada was had ik het op een gegeven moment wel gehad.”
“O, ben je daar ook geweest?”
“Ja” antwoordt hij “Na vier weken bij Sofie in California ben ik naar Vancouver Island gegaan, met een vriend in de auto.”
“Oei,” zeg ik bezorgd, “daar wordt veel gekapt hè?”
“Ja,” bevestigd hij “De mensen daar menen: O wij hebben hier zoveel, wat maakt het uit….” Triest kijkt hij naar de horizon. “Zo zonde. Zúlke bomen gaan er om!” Hij spreidt zijn armen wijd om een onzichtbare boom, als een postume omarming.
“Ik weet het.” zeg ik. “Ik heb het vorige zomer nog bestudeerd, toen er in die streken 50 graden Celsius werd gemeten. Stukken gelezen, filmpjes bekeken. In de herfst waren er in diezelfde gebieden flinke overstromingen. Hoe zit het met de bomen, dacht ik toen. Kaalkap en verstoringen in het weer hebben veel met elkaar te maken. Het is niet alleen maar een CO2 verhaal.”
Jeroen haalt zijn wenkbrauwen op. “De veranderingen zijn daar in elk geval veel extremer dan hier. Ik kan het niet aanzien, dat die mensen nog geen enkel besef hebben van de enorme waarde van alles wat hen omringt. Al die prachtige wouden… Ik ben blij dat ik weer terug ben.”
Het was in elk geval een opgewekte thuiskomt met goed nieuws. Zijn gezicht verandert meteen van uitdrukking. Vrolijk vertelt hij wat hij gehoord heeft. De Greidhoeke moet een biologische regio worden. Europa heeft geboden dat Nederland veel meer natuurinclusief boerenland moet creeëren. Acht regio’s in Nederland zijn daar gelijk op ingehaakt. Ook bij ons, in de Greidhoeke bundelen de krachten zich. De bodem moet worden verbeterd. Het moet open land blijven, een paradijs voor de weidevogels. Ook Jeroen is daar al heel lang mee bezig, voor zijn werk.

.

.

Jeroen kijkt om zich heen. De kas is pas net klaar. Het witte zand ligt nog op de tegels. “Best groot,” zegt hij, “Dus hier ga je van alles voorkweken. Mooi zeg.” Ik knik. “De stellingkasten en de zaaitrays liggen al klaar. De compost ook.” Ik denk even na, om dan verder te gaan: “Weet je,” begin ik “Ik woon veel liever in een land dat omgeschept, leeggepompt, uitgemolken en verstoord is en waar de mensen werken aan herstel. Dat liever dan wonen in een prachtig wild gebied dat voornamelijk afgebroken wordt. Ik heb gehoord dat ze wel bomen terug planten, maar dat is niet te vergelijken met de reuzen die zijn omgegaan.
“Ja,” zegt Jeroen bedachtzaam. “Wij zitten hier al in een volgende fase.”
“Gelukkig wel…” zeg ik. Het klinkt als een ademtocht. We kijken beide naar buiten. De weiden zijn weids en groen. Straks zullen de halmen weer wuiven, tussen de lichte opgroeiende stammen van pas geplante berkebomen. We maken er wat moois van, langzaam maar gestaag. En ook in Canada zal de natuur herstellen, ooit.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Rather live in wasted land thats being restored, than in beautifull wild nature that’s mainly in the proces of being destroyed.

Ik houd niet van doem (I don’t like doom)

.

Ik ben op de markt en heb een discussie. Ik voel me alleen. Ben ik de enige die nog ergens in gelooft? Is de voedselmarkt eeuwig gedoemd tot sommen winst, volume en eigenbelang? Geeft er nog iemand om? Jazeker! Er is een belangrijke beweging. Ik lees de Nyéléni verklaring van het internationale forum voor agro ecologie

Boerenforum, Toekomstboeren, Wervel, Oxfam, FIAN Belgium, Voedsel Anders, Alowieke

.

.

Mijn kinderen zijn niet van vlees en bloed. Het zijn bomen en beestjes. Het zijn verhalen en gesprekken op de markt en onderweg, wanneer ik door het weidse land fiets. Ik produceer ze niet. Ik plant ze, ik deel ze en ze geven het leven inhoud. Hetzelfde geldt voor de zaden, die klaarliggen om op te kweken, in de nieuwe kas. Het is meer dan voedsel. Het is zin. Dikwijls is dat anders. In de wereld van nu draait alles om een grote productie. Maar als leven een optelsom is, hoe vruchtbaar is het dan? En waar is het respect voor de aarde?

.

.

Er zijn dagen dat het discussies regent. De donkere dagen zijn voorbij, met lage luchten en motregen. Het is marktdag en de lucht is licht. Ik heb deze week veel nagedacht over mijn eenzame werk op het land, tijdens deze miezerige januaridagen. Ik dacht aan de toekomst van dit land en aan mensen dichtbij en ver, mensen waar ik van houd. Het ging door tot ik in bed lag. Ik slaap al jaren prima. Ik houd ervan, me over te geven aan de nacht. Maar nu lag ik wakker in mijn hangmat.

Ik doe mijn ogen open. Ik heb toch nog een poosje geslapen. Het is zeven uur, zegt de wekker, net als anders. Ik kruip niet terug in mijn hol, maar sta op met het vertrouwen dat het wel weer goed komt. Het is ook geen onprettig gevoel. Ik ben niet moe, er ligt alleen een waas over de wereld, als een lichte vitrage. Na slechts een paar uur slaap is het of mijn ziel dichter onder de huid zit. Het hart ligt broeierig op de tong. Ik was me met ijskoud water en kleed me netjes aan. Het is vrijdag en vrijdag is marktdag. Daar ga ik heen. Net als vorige week. En de week ervoor.

De markt is een heel eind fietsen. Ik ga ook een stukje met de trein, want er is een harde tegenwind. Dat is niet fijn met een fiets vol zware boodschappen. De biologische markt is op het hoekje van de veel grotere markt, niet ver van het station. Het is er gezellig en langzaamaan leer ik iedereen kennen. Mensen ontmoeten elkaar en eten soep bij de Reizende Kookvrouw. Een enkele marktman of vrouw houdt van een discussie of een kort gesprek over de bizarre vorm die het leven neemt in onze tijd. De één is serieus, de ander maakt er grapjes over.

Ik sta bij de laatste kraam voor vandaag. Ik wil nog boekweit kopen. Boekweit in een papieren zak. Dat hebben ze hier. De man achter de kraam praat met een klant, die al met één been weggelopen is. “De nierbonen van mij komen van eigen land,” zegt hij. “Ik produceer twee keer zoveel als Hak per hectare, maar ik ben dan ook al zeven jaar aan het veredelen. Zij beginnen pas, met biologische teelt!” Maar hij praat tegen dovemansoren. De vorige klant is al weg. Dus ik neem het gesprek over. “Zijn ze zaadvast?” vraag ik. Hij leunt voorover, zijn handen steunend op de kraam. “Daar gaat het niet meer om,” zegt hij. “Het gaat om een grote productie. De voedingswaarde gaat steeds meer achteruit, maar dat wil de markt. Vroeger komt nooit meer terug.” Verbaasd kijk ik hem aan. Ik geef tegengas. Dat niemand de toekomst kent. Dat er ook een andere tendens is. Maar hij gelooft er niet in. Hij glimlacht meewarig, terwijl hij mijn boekweit inpakt. Naast me staat de volgende klant te wachten. Ze lacht om mijn brede gebaren en deinst achteruit als ik haar bijna raak, met mijn vingertoppen. Ze staat breed te grijnzen alsof ik een clown ben. Ik wilde ook nog gierst, maar dat laat ik nu maar zitten. Ik betaal, pak de boekweit en vlucht weg. Ik voel me alleen en de laatste woorden liggen onuitgesproken op mijn lippen. Verdorie, ik ben toch niet de enige die nog ergens in gelooft? Is de voedselmarkt voor eeuwig gedoemd tot sommen van winst, volume en eigenbelang? Wie maakt het eigenlijk nog uit?

.

.

Bij een andere kraam zit een meisje op de lege kratten uit te blazen. Ze heeft me kort geleden nog geholpen. Ze glimlacht naar me. “Heb je pauze?” Vraag ik. “Nee,” zegt ze “Ik ben klaar voor vandaag.”. “O, zou ik dan wat mogen vragen?” Ze knikt en kijkt me nieuwsgierig aan. “Denk jij dat de voedselmarkt voor altijd gedoemd is tot meer en meer, ten koste van wat dan ook?” Ze kijkt me helder aan. “Ik houd niet van doem,” zegt ze kort en bondig. “Ik denk dat er wel degelijk een beweging is, de andere kant op. Steeds meer mensen willen dat helemaal niet, steeds meer en meer. Genoeg is genoeg, vinden ze.” Ze praat in alle rust verder, zonder dat ik haar nog maar één vraag hoef te stellen. Dit gaat ons aan, haar en mij. Ik luister aandachtig en het doet ons beide goed. “Dank je wel,” zeg ik uiteindelijk. “Ik had zojuist een discussie daarover. Ik ben blij dat ik in deze kraam iemand vind die net zo denkt als ik.” Ze knikt en antwoordt oprecht: ”Dat snap ik best.” Ik lach haar hartelijk toe, wanneer ik de zware tas weer oppak. Ook mijn rugzak is zwaar en mijn schouders verlangen naar ontspanning. Bepakt en bezakt kuier ik het plein af, de trein in en dan naar mijn fiets. Het is maar zes kilometer. Ik heb de wind schuin in de rug.

Eenmaal thuis pak ik het boekje met de Nyeleni verklaring, het internationale forum voor Agro ecologie. Want natuurlijk ben ik niet alleen. Overal op de wereld zijn mensen bezig. Met elkaar bouwen we aan een andere manier van leven. Ik blader en put hoop, meer nog dan anders. Dan kom ik bij punt zes:

Mens, natuur en spiritualiteit zijn aan elkaar verbonden.

De kern van onze holistische visie is het noodzakelijke evenwicht tussen de natuur, de kosmos en de mens. We erkennen dat we als mensen slechts een deel van de natuur en de kosmos zijn. We delen een spirituele band met ons land en met het web des levens. We houden van ons land en van onze volkeren. Zonder dat, kunnen we onze agro-ecologie niet verdedigen, niet vechten voor onze rechten, of de wereld voeden. Wij verwerpen de commodificatie van elke vorm van leven.

Goddank. Ik ben niet alleen.

(Commodificatie is het proces waarbij steeds meer aspecten van het menselijk handelen en de resultaten daarvan worden uitgedruikt in een geldwaarde in plaats van de intrinsieke waarde. Het begrip werd geïntroduceerd door Karl Marx.)

.

.

.

LINK naar Nyeleni Europe: https://nyeleni-eca.net/
De Nyéléni declaration in English: https://www.foodsovereignty.org/wp-content/uploads/2015/02/Download-declaration-Agroecology-Nyeleni-2015.pdf

.

NEDERLANDS:

.

ENGELS:

.

I’m on the market and having a discussion. I feel alone. Am I the only one who still believes in something? Is the food market eternally doomed to sums of profit, volume and self-interest? Who really cares anyway? Yes, yes! There is an important movement. I read the Nyeleni Statement of the International Forum for Agro Ecology:

The core of our cosmovisions is the necessary balance between nature, the cosmos and human
beings. We recognize that as humans we are but a part of nature and the cosmos We share a spiritual
connection with our lands and with the web of life. We love our lands and our peoples, and without that,
we cannot defend our agroecology, fight for our rights, or feed the world. We reject the commodification
of all forms of life.

.

Song that calls for action: Fight for our lands and web of life

.

Fights for our rights

hands for our lands

every man and every wife

will take part of web of life

Every woman with her spouse

creates a world that not allows

the loss of value of the hart

an economic world so smart

in last spasms it is curled

we don’t need to feed the world

feed yourself an feed your neighbour

an end will come to senseless labor

without a soul within

.

Water wordt leidend, zegt de minister (Water will be leading, says the minister)

Het water is de poort naar een gezond land en een andere blik op de aarde. Tijd om samen de handen uit de mouwen te steken.

.

Tekening: Alowieke van Beusekom

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

Ik sta aan de oever van de Zwette. Het laatste restant van wat ooit een oude binnenzee was. Het is getemd, gekanaliseerd, ten behoeve van het menselijk nut. Maar nog steeds is het mooi om te zien, de glinstering van de zon, die zacht door de sluierwolken schijnt en weerspiegelt in het water. De meerkoeten en de eenden in het riet…

Mijn kleren liggen op een hoopje op de steiger. Het hout is nog vochtig van halfbevroren dauw. Het is ijskoud aan mijn voeten. Gauw klim ik het water in. De kou omhult me en ik haal diep adem. Ik dompel onder, met mijn gezicht in het frisse nat adem ik borrelend uit. Zodra ik boven kom roep ik het uit: “Het is zover! De verandering is nu! Laat het water ons leiden, lieve Zwette, laat het mijn woorden meenemen. Dat een ieder die langs een sloot, gracht staat, bij een rivier of aan het meer, jouw boodschap ook verstaat. Wij staan niet los van de natuur. We gaan Nederland herscheppen, de bodem weer maken als een vruchtbare spons, de volmaakte harmonie van vochtig land, het begin van een paradijs! Het water is de poort. Laat het water zijn boodschap uitspreken en een bron van nieuwe gedachten zijn, dat ook onze leiders zal bereiken!”

Wie zal het horen? Ik weet het niet. Maar elke keer als ik in het water ben, geef ik het nu mijn woorden en wensen mee. En ook het nieuws, dat ik gehoord heb. Het goede nieuws, dat iedereen mag horen. Het is een ritueel aan het worden.

Nu de feiten. Het is dus echt zo. Er is een kabinetsakkoord over water en bodem! Ik durfde het nog niet te geloven, maar het is echt waar. De brief is ondertekend door de minister. Er zijn stukken te lezen dat er 35 miljard voor wordt uitgetrokken. De drinkwatervoorziening staat op het spel. De bodem verzakt en een miljoen gebouwen dreigen op den duur in te storten. Er zijn toenemende droogtes die de economie veel geld kosten. Het wordt nu duidelijk dat de natuur niet iets is wat we als een speeltje aan de kant kunnen zetten. We moeten samenwerken, met elkaar, met de bodem en het water. Ik ben blij dat ik hier in Nederland woon, waar dit allemaal gebeurt. Dit land, dat we eeuwenlang hebben afgegraven, opgefikt, uitgemolken en vervuild tot wat het nu is. Het land dat ik liefheb en verzorg. Want nu wordt het dringend. Zodra het dringend wordt, wordt het spoor gewisseld en komen de kansen.

Water is wereldwijd iets om aan te verdienen. Er worden dammen aangelegd, zodat stuwmeren ontstaan voor stroom. Er zijn kanalen gegraven om schepen door te voeren, loodrecht, dat gaat het snelst. In Nederland waren eeuwenlang vijf overstromingen per jaar, en toen de afsluitdijk kwam, was met daarover zeer verheugd. Maar die dijk maakte ook veel kapot… Het waren keuzes uit eigenbelang op korte termijn. Rivieren zijn gekanaliseerd, dijken keer op keer verhoogd, de pompen werken op volle toeren. Dat we het probleem daarmee alleen maar groter maken, is de laatste decennia duidelijk geworden.

Bij het omarmen van de natuur, als deel van ons bestaan, speelt het water een cruciale rol. Water als bron van leven, MOET wel omarmd worden. Het is de poort naar een andere blik op de aarde.

In het regeerakkoord staat dat het water moet worden gebufferd. Ook het Friese greppellandschap kan worden hersteld, waar weidevogels zo van houden. Het wordt ondersteund door subsidies. De sponswerking van de bodem moet terug worden gebracht, want anders klinkt het land in en droogt het uit. Een verhaal van lange adem. Dit is te lezen in een brief, ondertekend door de minister. Het geeft hoop. Maar we moeten er zelf aan meewerken. “Bescherming van waardevolle onafgedekte bodems is een belangrijk uitgangspunt, ” zegt hij. Er is nu de kans om schadelijke investeerders te stoppen. En er moeten heggen en houtwallen worden geplant. Daarvoor zijn vele handen nodig. Gouden handen met liefde voor het land. De tijd van langs de kant staan is voorbij. We moeten het met elkaar doen, en als je ziet hoe het anders kan, dan heb je nu de tijd mee om eraan te werken. Samenwerken aan gezond land. Ik doe mee!

LINKS:

https://www.facebook.com/groups/1004930819964307

https://www.hegenlandschap.nl/

Klik om toegang te krijgen tot water-en-bodem-sturend.pdf

Er is een nieuw akkoord van het kabinet: Water en bodem moeten leidend zijn bij de ruimtelijke inrichting. Ook de sponswerking van de grond moet worden verbeterd. Op pagina 12, 13 van de bijgevoegde brief lezen we hoe de minister dit ziet:
a.Vergroting grondwateraanvulling in bovenstroomse gebieden door het dichten van greppels en sloten.
b.Vertragen van de waterafvoer door beken te laten hermeanderen. Ook door het oppervlak te verruwen, o.a. door het aanleggen van HEGGEN en HOUTWALLEN.
c.Water beter laten infilteren door onnodige bodemafdekking te voorkomen. ( Verstening)
d.Water beter vasthouden in bodem door duurzaam bodembeheer.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Water is the gateway to healthy land and a different view on the earth. We have a lot of problems to face. And now the minister says water will be leading. As soon as something becomes urgent, the track is changed and the opportunities come. Time to roll up our sleeves together.

Wat heb ik nodig? (What do I need?)

.

.

Bestel iets, en het is er. Van overal en ergens wordt het helemaal naar je toegebracht. Dat is verrekte bijzonder. Ik vraag me af wat ik echt nodig heb in het leven. Nu kan het nog en je weet maar nooit of dat zo blijft. In dit verhaal lees je wat dat is.

Eigenlijk ben ik een kind dat niets heerlijker vindt dan natte klei tussen de tenen door te laten sijpelen. Ik hoef nergens heen en heb aan weinig genoeg. Des te meer verbaas ik me over de toenemende stroom aan onnodige spullen en de verwijdering die dat geeft. Een steeds efficiënter transportsysteem maakt mogelijk dat alles overal vandaan komt. En tegelijkertijd is het gevoel voor essentie steeds verder zoek, tegen beter weten in. De meest idiote spullen worden verscheept in vierkante kolossen van een halve kilometer lang. Hoe langer ik stilsta, hoe meer ik me bij mezelf afvraag, hoelang nog? Hoelang hebben we nog beschikking tot alles wat we maar willen? Ik las in de Correspondent dat we een bizarre mijlpaal hebben bereikt in ons consumptiegedrag. De weegschaal staat nu precies in evenwicht. Het gewicht van door mensen gemaakte spullen is op dit moment even groot als al het leven op aarde bij elkaar. Beton telt het zwaarst daarin. Aan de andere kant wegen we de mensen, dieren, planten, maar ook schimmels en bacteriën. Maar al is dit de zoveelste noodklok, er geen afname van de goederen- en grondstoffenstroom. Het lijkt erop dat al die spullen een onverzadigbare honger opwekken. Zodra je ermee begint maak je een innerlijk gat dat steeds dieper wordt. Wat verslaving kan doen.

Wat is het, wat ik echt nodig heb? Hoe harder anderen rennen, hoe vaker ik stilsta, om die vraag te beantwoorden. Ik loop rustig naar huis, op het Swettepaad, en het miezert. Buren snellen voorbij in de auto. Een knikje vanachter het raam. Ik lach terug. Ja, denk ik ondertussen. Ik heb ook beton nodig. Portlandcement, voor mijn kas. Meer dan ik dacht. Vandaag gaan we verder, met de bouw, Dick en ik. Ik kijk over de weilanden naar de drukke weg, in de verte. Ik wil voedsel dichtbij huis. Daarvoor is die kas nodig. Dat wist ik vroeger niet, ik dacht best zonder kas te kunnen.

Ik herinner me het nog goed. In 2007 begon ik met planten en zaaien. Brave Hendrik was mijn eerste poging. Het zou lijken op spinazie, maar was een vaste plant. Dat leek me wel wat. Zo’n plant die zelf wel wist wat hij moest doen. Ik had geen zin in gemoeder. Het zaad strooide ik uit over mijn tuin en Hendrik moest het verder zelf maar uitzoeken. Het kwam nog op ook. Helemaal vanzelf. Maar toen kwamen de merels. Die wisten het meteen te vinden en er bleef geen sprietje van over. Ik zou dus niet ontkomen, aan moederen over zaad. Maar inmiddels vind ik zaad prachtig. Het is zo bijzonder om een erwt uit te zien komen als een danser, of een zonnebloem. Maar zonder voorzorg doen ze het dus niet. Dat weet ik nu. Keer op keer zag ik de vogels terugkomen, maar ook de slakken en de woelmuizen. Er bleef niks van over. Daarom ben ik nu een kas aan het bouwen. Plantjes mogen bij mij eerst sterk worden, voor ze de grond in gaan.

Ik stap van het pad af, de kleine poort tussen de wilgenbomen door. Met een grote pas stap ik over de langwerpige dozen heen. Daar zit de tuinkas in. We hadden ze rechtop tegen het schuurtje aangezet, maar nu liggen ze kris kras door elkaar over de grond. Dat komt door de harde wind. Die waait alles om. Behalve het glas. Dat staat mooi vastgebonden tegen de wilgenhaag aan. Ik kijk weer op en zie dan pas mijn vriend Dick staan. “Je bent er al!” roep ik “Zullen we gelijk maar beginnen dan?”

Achter de woonwagen staan we uit de wind. Hier moet hij komen, een tuinkas van wel tien vierkante meter. Het fundament ligt er over vierhonderd jaar nog, zo zwaar en groot zijn de stenen. Het onderstel is van zwart aluminium gemaakt. Vandaag leggen we het waterpas. “De buren denken dat ik een terras maak,” zeg ik tegen Dick “Een terras met een laag zwart hekje erom. Haha, niks voor mij! Wat kennen ze me slecht!” Nee, Dick en ik weten precies wat het gaat worden. Een kas met een puntdak, helemaal van veiligheidsglas. Maar eerst moet dat rare hekje de grond in met zijn pootjes. Dat wordt het fundament. We maken gaten in de grond. Dat noem je “poeren” vertelde een ervaren fundamentenmaker. We boren diep, tot wel zeventig centimeter. Het is vette klei. Elke keer drukken we de kluiten uit de grondboor, om dan weer dieper te gaan. Uiteindelijk zijn de zes gaten klaar. We duwen de laatste pvc pijp het gat in. Dan laten we het zwarte hekje met de poten in de grond zakken. Het klopt precies! Nu het cement nog. Cement met grind erin. Of grind met cement. Maar we hebben niet genoeg. We moeten eerst bijhalen. Op de fiets naar de stad dus. Maar dat komt morgen wel.

.

Het fundament ligt er over vierhonderd jaar nog, zo zwaar zijn de tegels.

Er is een hoop nodig voor een kas van tien vierkante meter. Vier kuub scherp zand, cement, stenen, glas, rubber, aluminium, het grind,en dan nog schroeven en moertjes. Het is eigenlijk een wonder dat alles er zomaar is. Twee weken na bestelling lag de kas er al. De stenen en het zand werden later geleverd door weer andere vrachtwagens. Het enige wat wij op de fiets moeten halen is honderd kilo aan kiezels en cement. Het kan allemaal! Het is er. Dat is heel bijzonder.

Maar stel dat die levering gaat horten en stoten. Ooit. Met corona hebben we daarvan een voorproefje gehad. Containers stonden op verkeerde plaatsen en de logistiek was in de war. Nu lijkt alles weer normaal. Maar normaal is niet normaal. Het is verrekte bijzonder dat je zomaar alles kan laten brengen of halen in de winkel. Dat er zand is, aluminium en veiligheidsglas en alles wat er maar te halen is op deze aardbol. We zijn ongelooflijk bevoorrecht en dat gaat niet eeuwig duren. Natuurlijk, straks is er ook nog wel zand. Het is niet verdwenen, het is alleen in gebruik. Dan moet je het weghalen op een plek waar het al lag. In die nieuwe tijd gaat alles langzamer en met veel meer overleg. Dat moet wel. Maar nu kan het nog. Je bestelt wat en het is er. Dus ik bereid me voor. Wat heb ik echt nodig? Nog even en hij staat er. Een echte plantenkas..

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Order something, and it’s there. From wherever it is brought all the way to you. That is very special. I wonder what I really need in life. Now it’s still possible and you never know if it will stay that way. In this story you can hear what that is.

https://decorrespondent.nl/13985/de-mens-bouwt-door-maar-breekt-daarmee-de-aarde-af-hoe-geven-we-de-toekomst-vorm/3578728061865-131fc7b9?pk_campaign=daily.

.

Zo groot wordt de mijne niet….

De roep van water en levend land (The call of water and living land)

.

.

Kunnen we niet meer doen dan dijken verhogen? Kunnen we het water niet vaker omarmen? Ook daarin is veel gaande. Mijn eigen vrolijke geploeter is een mooi voorbeeld, voor hoe dat in het groot kan gaan.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Nederland boeit me. Dat er op maar vier miljoen hectare grond zoveel belangen spelen, daar kan ik met mijn hoofd niet bij. Er moeten wegen komen, bedrijventerreinen voor de groei-economie, er moeten een miljoen huizen worden gebouwd. De boeren willen ploegen en oogsten en met zware machines het land op. En wat is de grote gemene deler, die op de achtergrond staat te grijnzen? Wateroverlast! Toenemende verharding en inklinking van de bodem eist zijn tol. Water wordt gezien als een lastig ding, een vijand die moet worden verdreven. Zo was het vele eeuwen lang. Verschillende partijen zijn er nu druk mee bezig. Waterstaat, rijksoverheid en provincies. Wel vijftienhonderd kilometer dijk moet er worden verhoogd. De grootste operatie ooit.

Het was maar even, dat ze langs kwamen. Van de ene dag op de andere stonden er overal houten stokjes. Sommige hadden een blauwe kop, anderen een rode. Langs de hele oever staan ze nu, bij het grindpad dat naar de boerderij loopt tot in de weide er achter. “Ze gaan de dijk ophogen met dertig centimeter, vanwege de hogere waterstanden” zegt boer Jochum. Dat onze weg een dijk is, daar denken maar weinigen aan. Vorig jaar nog heeft mijn buurman een sleuf in de weg gegraven, om een leiding te leggen. Op die plek is de weg nog steeds drassig. In feite heeft hij dus gewoon een gat in de dijk gemaakt!

Onze dijk is maar een kleintje. Er liggen veel grotere plannen. Voor elke meter hoger moeten die dijken vijf meter breder worden. Dat kost enorm veel geld en er zijn protesten van bewoners die natuur en huizen kwijtraken. Maar kunnen we niet meer doen dan dijken verhogen? Kunnen we het water niet vaker omarmen? Ook daarin is veel gaande. Mijn eigen vrolijke geploeter is een mooi voorbeeld, voor hoe dat in het groot kan gaan.

Mijn klompen zijn onbruikbaar geworden in de modderpoel. Ik loop nu altijd op laarzen. Op het zompige pad verdwijnen de grassprietjes langzaam maar zeker onder een dikke laag modder. Heen en weer ga ik, elke dag opnieuw. Veel boompjes van vorig jaar staan nu in een kuil met water. Voor ik nieuwe bomen kan gaan planten, moet ik eerst het waterwerk verbeteren. Dat is nu bijna klaar. Het is een mooi gezicht, de glinsterende wadi’s en het water dat door de sleuven wegstroomt naar het laagste punt. In de greppel heb ik diverse kuilen gegraven, het loopt nu niet direct de sloot in. Overal staat water. Hoe langer ik het vocht vast kan houden hoe beter. De zomers worden alsmaar droger en de bomen zullen het straks hard nodig hebben.

Ik sta bovenop de bult te kijken naar mijn creatie. Dit zou Nederland kunnen zijn, in het miniatuur. Onze kustprovincies en langs de rivieren. Maar ook rond de steden zou het er zo uit kunnen zien. Allemaal opslag voor water, water voor de bomen en de dieren. Water voor de mensen. Maar in de eerste plaats voor de bodem.

.

.

Dertien procent van de Nederlandse bodem is verhard. Het water spoelt weg over de daken, door de straten de riolen en de grachten in. Het stroomt verder naar de rivieren en dan naar zee of het Ijsselmeer in. Goed geregeld, dachten we als Nederlanders. Tot de rekening kwam. Toenemende droogtes in de zomer, wateroverlast in de winter. De riolen lopen over. Rivieren slijten uit door het water dat er veel te snel doorheen stroomt. Land droogt uit en klinkt in. Niet alleen in de stad is er een probleem. Ook de manier hoe het land bewerkt wordt. We doen er allemaal aan mee. Er wordt veel gevraagd van de Aarde en aan teruggeven wordt weinig gedacht.

Ooit was de grond als een spons. Een overvloed aan planten en bomen groeide er, die bloeiden, zaad droegen en wortelstokken maakten. Ze stierven af en werden tot vruchtbare humus, een bodem die massa’s water kon opslaan en waar talrijke planten en bomen hun thuis konden vinden. Ik zie het voor me, hoe het zou kunnen zijn. Ik zag het in mijn dromen. Een land met veel lage elzen en wilgenbosjes en talloze waterstromen. Glooiende velden vol grassen en bloemen. Het is het land waar ik me thuis voel. Het is ook het land van mijn overleden man, Michiel. Ik zag hem wegvaren in een lange smalle boot, bomend met een lange stok. Het is het land waar mijn ziel huist. Handen helpen bouwen wat de ziel verlangt. Al is het maar een speldenknop. Het gaat om de herinnering.

Herinner je. Blijf waar je bent, vol verwondering, je handen klaar voor het heilige werk. En dan begint alles opnieuw, als een gesprek met de schepping. Het verhaal van water en aarde, van leven en laten leven zonder veeleisend te zijn. We drinken het heldere water en weten: Wij zijn hier slechts gasten. Wat een geschenk om er te zijn.

STOWA (Kenniscentrum van regionale waterbeheerders):

De conditie van landbouwbodems is op orde als ze de natuurlijke spons- en zuiverende werking behouden. Voor een goede sponswerking moeten bodems goed doorlaatbaar zijn, een goede structuur hebben en veel open ruimtes bevatten.
De conditie van onze landbouwbodems gaat echter aantoonbaar achteruit. De helft kampt momenteel met verdichting door het gebruik van zware machines en intensieve bewerkingen (zie Box 1). Beworteling en bodemleven laten te wensen over en het organische stofgehalte is vaak niet optimaal. Hevige neerslag infiltreert daardoor niet snel genoeg in de bodem, waardoor plassen op het land komen te staan en regenwater snel naar de sloot stroomt. Zo gaan kostbaar zoet water en meststoffen verloren en nemen de emissies naar het oppervlaktewater toe. Bij droogte houdt een schrale bodem niet genoeg water vast en door verdichting kunnen gewassen minder diep wortelen en daardoor niet genoeg grondwater opnemen.
Door het veranderende klimaat komen steeds vaker perioden van droogte en perioden met extreme neerslag voor. Een goede spons- en bufferwerking van bodems wordt daarom steeds belangrijker.

Nootje na:

De actiegroep Lutkemeerpolder is voor mij een voorbeeld van hoe burgers horen te vechten voor hun water en land. Deze polder stond op het punt om te grabbel te worden gegooid aan investeerders. Sinds 2018 voeren zij campagne. De mail die ik vandaag krijg sluit perfect aan bij mijn verhaal. Hoera!
.
Goed nieuws! Donderdag 12 januari heeft het Waterschap een motie aangenomen ter bescherming van de Lutkemeerpolder. Die het bestuur opdraagt “een zienswijze in te dienen, die ertoe oproept verharding in de polder te voorkomen en zo de Lutkemeerpolder te redden, waarin we water kunnen vasthouden voor drogere perioden.

Water en bodem moeten sturend worden voor het te voeren beleid.

Uit cijfers van het Waterschap blijkt dat de Lutkemeerpolder vrijwel het enige gebied in Amsterdam is waar de waterkwaliteit nu nog gezond is. Door de bouw op het naastgelegen perceel gaat de kwaliteit echter snel achteruit.
En dat is een landelijk probleem, want steeds vaker lopen we tegen de grenzen van het water- en bodemsysteem aan. Bodemdaling en lage waterstanden zorgen voor veel schade aan het landschap, gebouwen en infrastructuur en daling van de biodiversiteit. Voldoende goed drinkwater is niet langer vanzelfsprekend.

Daarom stelt het kabinet nu dat water en bodem sturend (WBS) moeten zijn bij de ruimtelijke inrichting van Nederland. De huidige plannen voor distributie vallen duidelijk niet binnen de kaders van WBS.
.
Er is een PDF bestand ter inzage van dit besluit van het ministerie. Dat gaat dus over heel Nederland en is opgesteld op 25 nov 2022.

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/11/25/kabinet-maakt-water-en-bodem-sturend-bij-ruimtelijke-keuzes

https://weblog.wur.nl/uitgelicht/klimaatslimme-stad-meer-groen/
https://www.wur.nl/nl/show-longread/zeven-redenen-om-te-investeren-in-een-groene-stad.htm
https://www.rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer/bescherming-tegen-het-water/maatregelen-om-overstromingen-te-voorkomen/hoogwaterbeschermingsprogramma
https://pointer.kro-ncrv.nl/dijkbewoners-in-verzet-tegen-plannen-voor-hogere-dijken
https://www.stowa.nl/deltafacts/zoetwatervoorziening/droogte/bodem-als-buffer#Overzicht

NEDERLANDS:

ENGELS:

Can’t we do more than raise dykes? Can’t we embrace the water more often in the Netherlands? There is also a lot going on about this. My own cheerful plodding is a good example of how that can be done on a larger scale.

.

.

Moeders, vaders, helden! (Mothers, fathers, heroes!)

Mensen als micchorizae. Afbeelding uit het boek "Langs kantelende wegen." Uitgeverij Louise.

Ik deed het voor Moeder Aarde.

.

Duidelijk moet worden dat wij, burgers, zorg willen dragen voor onze aarde, onze grond, ons land. En vergeet de wormen niet.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het leven heeft een harde kant en een zachte. We horen veel over de harde feiten, maar de zachte blijven meestal onopgemerkt naast de kantlijn. Toch zijn er kantelingen. Goeie boeken die steeds populairder worden. Over leven, mens en aarde. Over schimmels, zaad en voedsel. Ik lees het boek: “Een vlecht van heilig gras”. Robin Wall Kimmerer heeft het hierin ook over moederschap. Heeft moeder Aarde meer moeders nodig? Als onze Aarde ons voorziet in zoveel heerlijkheden, dan zorgen wij toch ook voor haar?

Elke ochtend strooi ik het zaad op de voedertafel. Dat is voor de vogels. Er zijn mezen, ringmussen, merels, groenlingen, vinken spreeuwen, een grote bonte specht en zelfs een fazant. Als ik wegga, doe ik zachtjes de deur open en dicht om ze niet te storen. Mijn regenbroek ritselt als ik van het bordes afstap. Vandaag heb ik mijn vuile werkkleren aan. De modder van gisteren heb ik er alleen oppervlakkig afgeveegd. Morgen is het weer even vies. Want ik wil verder met dezelfde klus als gisteren. Een natte klus. Bomen planten in de modder. Het vraagt om een energieke inzet en veel geduld.
Ik loop naar de donkerbruine berg compost. Er ligt een schep bij met een afgebroken steel en er staat een kruiwagen. Die moet vol, om mee te nemen het land op. Ik steek de schep bovenin de berg, daar is het nog droog en los. Maar ik ben niet de enige die dat weet. Als alles nat en zompig is, zoekt alles wat droog wil blijven een weg naar boven. Een duizendpoot vlucht weg, vlak voor de rand van mijn vervaarlijke schep. Op duizendpoten moet je zuinig zijn. Zoveel zie je er niet, in dit land van zompige klei. Ik leg de spade neer en schep hem met beide handen op, heel voorzichtig, samen met de compost. Ik breng hem naar een beschutte hoek onder de grote wilg. Daar ligt een berg hele fijne takjes en blad. Dat is een goed plekje voor de duizendpoot.
Ik schep tot de kruiwagen vol is. Ik ga langs hetzelfde spoor over het veld. Elke dag wordt het drassiger. Het spoor komt uit bij het ijzeren hek. Even openduwen, dan kan ik erdoorheen. Ik rijd de kruiwagen naar de plek waar ik gebleven was. Het is er een modderpoel. Veel bomen en struiken houden daar niet van. Ze verrotten. De dagenlange regen vraagt me om geulen te graven en wadi’s. Het is zwaar maar mooi werk. De ene na de andere boom roept me. Het is bijna of ik ze hoor. “Help! Mijn wortels staan in het water! Dit houd ik niet lang vol!” Ik red ze. Alleen de wilgen en zwarte berken sla ik over, die kunnen wel tegen een beetje zompigheid. Ik graaf kuilen en slenken om de plekken heen, waar veel bomen staan. Zo ontstaat er een heel nieuw landschap. Enkelingen schep ik uit om een ander plekje te geven. Druipend ligt de wortelkluit om mijn spade. Aan het eind van de dag ben ik zo moe dat ik bijna uitglij. Mijn laarzen zijn veranderd in massieve modderkluiten en alles om me heen is glad en glibberig. Maar het doet me goed om de drenkeling in een warm bed te zetten van vruchtbare compost, en dan weer te bedekken met een deken van riet en gras. Ik veeg de modder van de steel van mijn spade met een handvol gras. Dan kom ik overeind en kijk naar het gat dat ik achterlaat, de plek waar de drenkeling zojuist nog stond. Verscheidene wormen komen naar buiten kruipen, uit de natte wand van grijze zeeklei. Dunne roze wormpjes en ook hele dikke grijze. Ineens houdt hun gang daar op, er is geen grond meer maar lucht. Dat moet heel vreemd zijn voor een worm. Bezorgd kijk ik toe. Terwijl ik het ene redt, verniel ik het andere. De kuil vult zich al snel met water. Een worm valt naar beneden, in de kleine poel die ontstaat. Met mijn hand vis ik hem op en leg hem onder een kluit. Die heb ik in elk geval gered.
Er zijn vele wezens, waarom ik mij bekommer. Ze maken mijn dag. En niet alleen de mijne. Ik weet van de anderen, die net zo bezig zijn als ik. En al lijkt het maar klein wat we doen, het is zeker niet nietszeggend!

Balans is nodig, van hard en zacht, van groot en klein, van zakelijkheid en liefde. Een politieke beslissing is nodig om sowieso iets mogelijk te maken. Veel land is in handen van het grote geld. Er moet actie worden ondernomen om het terug te krijgen. Maar het eigenlijke werk kan alleen door duizenden handen worden gedaan. Daar is dringend behoefte aan en iedereen kan ermee beginnen. Al is het maar één vierkante meter. Hoe meer mensen eraan werken hoe liever. Elke uitvinding, elke techniek, hoe waardevol ook, is bedacht door een paar mensen. Een enkel genie komt vol in de schijnwerpers en vangt een hoop opdrachten. Maar die mensen kennen hun bodem zeer waarschijnlijk niet. Ze kennen de oorwurmen niet en de vogels. Ze staan los van de aarde. Er is geen machine die de zorg voor het leven kan overnemen zoals wij dat doen. Machines kennen geen liefde. We hebben moeders nodig. Maar ook helden. Strijders die rondbazuinen dat het anders moet en die het gevecht om aandacht lang vol kunnen houden.

Rutger Bregman publiceerde vandaag een stuk in de Correspondent. Hij zei: Aan bewustzijn alleen hebben we niks. We kunnen wel weten dat het anders moet, maar we moeten het ook doen. Het gaat om realistisch idealisme. In zijn betoog kom ik diverse sociale misstanden tegen, die al dan niet met succes zijn aangekaart. Maar er is één ding wat ik mis en hij is niet de enige die het vergeet. Hoe meer machines het overnemen van de mensen, hoe groter de kloof, hoe verder we er los van staan. Het is de zorg om eigen bodem. De bodem geeft ons immers het leven. Hoe essentieel is dat! Ja, we hebben moeders nodig en vaders, die Moeder Aarde liefhebben met vuile handen. Maar we hebben ook helden nodig die een lange adem hebben. Mensen die grond los kunnen krijgen en de grote industrieën kunnen laten stoppen met hun kwalijke activiteiten. Ik noem het praktisch idealisme.

Er zijn allerlei manieren om actief te zijn. Wil je iets doen buiten je eigen tuin, dan is er keus genoeg. Natuureducatie met kinderen, een buurttuin opzetten, bomen planten bij Urgenda. Of steun “Land van Ons” om grond los te krijgen voor collectief en gezond landgebruik. Ook een initiatief als het “Behoud Lutkemeer” is de moeite waard om te steunen, hun succes zou een mijlpaal kunnen zijn voor andere initiatieven. Duidelijk moet worden dat wij, burgers, zorg willen dragen voor onze aarde, onze grond, ons land. Als we dat niet laten merken, dan verandert er niks. Ik wens iedereen heel veel succes en geluk ermee. En doe de wormen de groeten.

https://www.ivn.nl/vrijwilligers

meerbomen.nu/over-de-actie

dezwijger.nl/update/voedsel-uit-eigen…

http://behoudlutkemeer.nl/

voedselanders.nl

landvanons.nl

caringfarmers.nl

urgenda.nl

viacampesina.org/en

.

NEDERLANDS

ENGELS:

It must be made clear that we, citizens, want to take care of our earth, our land, our country. If we don’t show that, nothing will change. I wish everyone a lot of success and happiness with it. And don’t forget to say hello to the worms for me!

.

.

.