Hoe kan het toch

.

Stille-oude wei en wij

Midden in de grootste chaos zijn wij JUIST in staat, het paradijs te scheppen, op de plek waar we werkelijk zijn.   (Alowieke)

.

Ik ben er
Ik ben waar ik moet zijn
en jij
jij bent er ook

Weet je nog
die dag,
zo lang geleden

Samen zongen wij een lied
tussen oude stenen in een wei
wie weet was het wel deze
de stenen zijn verdwenen
weggesleept door een man
die uit zijn tractor kwam
terwijl een zware ploeg
ploeterde in de verte
in stofwolken van
zijn spoor

We zongen onder de eikenboom
midden in het land
en schepten koeienstront opzij
met onze blote handen
misschien was het wel hier
waar wij gingen zitten
in het stille gras van
grondige tijdloosheid
de wei die altijd ruikt voor mij
naar
vochtige aarde en mest

En hoewel alles er al was,
en in wezen nooit verdwenen is,
verrast het ons dat wij dan toch
na al dat geploeter
en eindeloze omwegen
dan toch
ten midden van de chaos
hier mogen staan
alsof er
niks veranderd is

En hoe kan het toch
dat ons lied weer licht is
spint van tevredenheid
sprankelend jong
en het gras dat groeit
voor onze vermoeide gezichten
bij elke ademtocht voller wordt
en dat de kievietsbloem bloeit

bloeit
als nooit tevoren

.

Onder de tekening, boven het gedicht, heb ik mijn gedachten kort en krachtig samengevat. Wie kan me aanvullen? Korte overpeinzingen lees ik graag. Citaten van anderen zie ik het liefst met bronvermelding.

 

Mistige panelenpraat

Vervolg op zonnige panelenpraat.

.

.

blauwe-klompen-kl-frm.

De koffie is op. Ik trek mijn blauwe klompen aan en steek de telefoon in mijn zak om naar buiten te lopen. Mijn voeten laten een donker spoor achter in het kort gemaaide veld, dat zilver is van dauw en mist. Ik ga het hoekje om van het lege onaffe huis dat in het midden van de camping staat. Het is van rode baksteen met oranje pannen op het dak. Onder de nok kan je dwars door het huis heen kijken.
Achter het huis is de vijver. En daar, vlak naast het hek waar de frambozen groeien, daar staat ze dan. Mijn eigen kleine huis op wielen. Wat is ze mooi.

.

.

bouwen-woonwagen-voordeuren-dubbel-kl-frm.

.

Ik kijk naar het groen geschilderde dak. Ik heb er veel tijd aan besteed, want er zitten heel veel functies aan. Er liggen al zonnepanelen op, die wachten op aansluiting. Ik zie vanaf de grond de onderste staalkabel. Daar zitten ze aan vast, heel stevig met allemaal roestvrij stalen oogjes en moertjes. Ik heb overal de kleinste maat van genomen. Toch is alles veel te robuust uitgevoerd, voor die  flexibele paneeltjes. Had het eenvoudiger gekund?
Ja. Ik had gewoon een paar lange latten op het dak kunnen vastmaken, met aan weerszijden een bout. Daar had ik de panelen op kunnen schroeven.

.

.

bouwen-zonnepanelen-1e-situatie-kl-frm

In de winter liggen de panelen aan één kant. De baan die
de zon maakt is dan veel kleiner. In de zomer komen de
panelen aan weerskanten van de dakkap te liggen. De ene
kant zal optimaal laden in de ochtend, de andere in de
middag.

.

.

Maar toch, deze constructie is veel sterker. De bovenste kabel zit vast met een hele rij roestvrijstalen ogen, die dwars door de opstaande dakkap heengaan. Als ik nu iets op wil hangen, een groot zeil bijvoorbeeld, dan heb ik overal bevestigingspunten en sterk ook nog. Ik kan er van op ààn. Ik zou aan de onderste kabel van alles vast kunnen maken. Ik zie het al voor me. Een raamwerk van touw met een zeil erboven. Je kan er hele bossen kruiden onder drogen, geurend in op zwoele zomeravonden en we kunnen er muziek onder maken als het regent…
Ik klim op de wiebeltrap die nog steeds bij de wagen staat en werp een kritische blik op de kabels. Het zit nog lang niet goed. Ik zie boutjes die nog niet kortgeslepen zijn. Het onbeschermde staal prikt diep in het rubber. Ai ai. Dat mag niet. Ik zal ze een kopje kleiner maken met mijn haakse slijper en dan een dopje er op. Ik moet ook iets met het dakrubber doen, dat rekt veel te veel uit. O, ik moet echt weer aan het werk hierboven. Maar niet nu. Ik klim weer naar beneden.

.

.

bouwen-zonnepanelen1e-situatie-detail-kl-frm

.

.

Ineens krijg ik een idee. Ik zal wel vaker onderhoud moeten doen en ik wil altijd alles kunnen inspecteren. Als ik het dakrubber niet vastplak in de goot, maar in plaats daarvan vastklèm, dan kan ik het altijd losmaken en oprollen. Ik kan het vastbinden aan het opstaande puntdakje, in het midden. Dan kan ik zo mijn hoofd tussen de dakbogen doorsteken en zien hoe het erbij staat. Dat is leuk! Ik glim van pret. En de isolatie haal ik er zo tussenuit. Dan zie je weer de mooie kale constructie. Hoera! Wie heeft er nou een dak dat je open kan rollen? Het wordt een superdak. Het is het meeste werk van de hele wagen. Maar ik heb het er voor over.

.

.

bouwen-dakzeil-in-de-goot-kl-frm

Goot met dakrubber

.

.

Vrijdag komt Johan de electra aansluiten, schiet me te binnen. Dat is helemaal niet handig. Er moet nog veel te veel gebeuren.

Ik pak de telefoon uit mijn zak en tik zijn nummer in. Aan de andere kant klinkt een opgewekte stem. „Met Johan.”
„Dag Johan, met Alowieke.“
„Hé Alowieke! Ik heb vrijdag bij jouw een afspraak om de zonnepanelen aan te sluiten!“
„Dat gaat niet door.“ Mijn stem klinkt resoluut. „Het is nog niet in orde, de bouten prikken in het dak, dat moet ik oplossen. En het rubber moet een onderlaag krijgen van stijf doek. Er zijn nog een paar dingen, die ik eerst in orde wil maken. Ik ga er verder mee in de lente, als het droog is en warmer en als ik weer zin heb in het dak.“
„Wat vervelend voor je zeg! Maar je klinkt toch heel positief.“
„Ach ja, ik leg er een paar planken onder en gooi er een zeiltje over. Dan kan het wel even blijven liggen zo. Voorlopig ga ik verder met andere dingen. Het wordt hartstikke mooi!“

Wandelend praat ik nog even verder. Eèn van de kippen ontdekt mij en rent op een holletje naar me toe. Helaas kip, ik heb niks voor je. En ik ben aan het bellen.
„Dan kan je mooi zien hoe het straks geworden is Johan,” besluit ik, de bruine kip negerend.
„Ik ben benieuwd.“
Na een laatste groet druk ik mijn telefoon uit en stop hem terug in mijn zak.

.

.

Foto’s met haiku’s

.

bouwen-dakzeil-in-bamboegoot-kl-frm

Kijkje op het dak
natte blaadjes in de goot
regen druipt erlangs.

.

.

bouwen-druppel-aan-de-wand-kl-frm

Druppels aan de plank
die hangen tot ze vallen
zoals ik het wil.

.

.

bouwen-werkplaats-detail-kl-frm

Schetsje tussendoor
met potlood op een plankje
hoe maak ik de deur.

.

.

bouwen-deurdeel-kl-frm

Borstels in de kier
zo blijft mijn huisje warmer
hier geen koude tocht.

.

.

bouwen-werkplaats-2-lamp-kl-frm

Mijn oudste lamp straalt
sterk en warm en heel vertrouwd
lief en gelig licht.

.

.

https://alowieke.wordpress.com/2015/12/08/zonnige-panelenpraat/

.

.

.

Meisje van diamant

.

-violiste-en-het-kind-kl-frm

Tijdens mijn verblijf op Schiermonnikoog maakte ik iets heel bijzonders mee. Samen met een hele stoet andere muziekliefhebbers ben ik op de veerboot gestapt, voor de “Ode aan de wadden“. Het was de opening van het vijftiende Kamermuziekfestival. Tijdens het concert was ik het meest geraakt bij het zien van dit meisje.
.
.

Meisje van diamant

In de banken zitten mannen, vrouwen
ze kijken allemaal heel ernstig
naar twee mensen op de planken
die met de muziek wilden trouwen

Ze spelen daar met heel hun hart
de tango met al zijn emoties
de viool die zingt en knarst
gitaar verlicht de smart

Tussen de groten, op de grond
zit heel alleen een meisje
ze kijkt naar ’t spel met grote ogen
glimmend met half open mond

Haar gezicht is lief en zacht
een witte jurk hangt rond de knieën
Het haar in lange krullen danst
telkens als ze lacht

Ze straalt verwonderd
naar haar engel,
donkere ogen, als betoverd
staren naar
de jonge
violiste

Dan wordt ze plotseling overdonderd
door een valse noot

Ze knijpt abrupt haar ogen dicht
en lippen op elkaar
alsof
ze een tik krijgt
op haar wangen

De muziek is als het licht
en zij weet het te vangen

Het kind is als een diamant
en alle kleuren van ’t heelal
weerkaatsen keer op keer
terug van haar gezicht

.

Na het concert ben ik naar haar toegelopen. Ze zat bij haar ouders, allebei mensen met donker krullend haar. “Ik vond het zó leuk om naar je te kijken!” zei ik, “Je ging helemaal op in de muziek!” En ze antwoordde stralend: “Ja, ik speel zelf ook viool en mijn vader ook en onze hele familie is muzikaal!” Ik werd helemaal blij van haar. Toen ik allang in bed lag zag ik haar gezicht nog steeds voor me.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Corrie van Rijthoven

voetnoot-corrie-kleine-prins-kl-frm

.

.

.

.

.

.

.

.

Dit is op dit moment mijn lievelingsboekje:
“De kleine prins”, van Antoine de Saint-Exupéry. Ik vind het mooi vanwege de puurheid waarmee het geschreven is en om het geheim, dat in de volgende passage te lezen is.

Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.

.

.

DE BOUW

Ik ben nu lekker uitgerust en ga zo meteen kijken hoe de wagen erbij staat.

 

De karavaan

.

.karavaan

.

Ooit had ik een droom.
Ik zag een karavaan
van woonwagens,  ze reden
door het ganse land
een kleurrijke stoet zag ik gaan
en waar de groep ook kwam
daar boden ze helpende hand

Ze reisden door van plek naar plek
bouwden, sjouwden, gaven raad.
Er waren tuinders en techneuten
ze deelden zonnestroom en zaad
en allen
speelden muziek in de avond
en dansten

Het begint bij jezelf.

blogtek Hoera Vakantie!

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Ik ben de bouwer en de tuinvrouw
de muzikant, de danseres,
de kokkin en de verteller

Met grond tussen mijn tenen
en verf aan mijn vingers
deel ik de karavaan
met tal van lieve vreemden
ergens, waar dan ook

De karavaan is nooit verdwenen
hij rolt op rare wielen
wandelt voort op wonderbenen
de droom gaat almaar verder rond
van luisterend oor tot open mond

Vanuit het afscheid van wat was
groeit wat nu al wordt gedacht
Alles is in wording
en groen is ook het gras
aan deze kant van de gracht

 

Ja

.

.

DE BOUW VAN DE WAGEN

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Dick Verheul

voetnoot-dick-momo

.

Momo en de Tijdspaarders van Michael Ende vind ik een prachtig verhaal, omdat het enerzijds sprookjesachtig en wonderlijk is, en tegelijk heel herkenbaar. Sprookjes spelen zich elke dag af, als je er op let. Het gaat over geheimzinnige grijze heren, een soort bankiers, die de mensen aanmoedigen tijd te sparen. Ze zullen het later met rente terugkrijgen, is de belofte.  “Verspilt u voor alles uw kostbare tijd niet meer zo vaak aan zingen, lezen, of aan uw zogenaamde vrienden,” zegt een grijze man tegen kapper Fusi.

“Goed”, zei meneer Fusi, dat kan ik allemaal doen, maar de tijd die ik
op  deze manier overhoud – wat moet ik daarmee doen? Moet je die
inleveren? En waar? Of moet ik die bewaren? Hoe gaat dat allemaal
in zijn werk?”
“Daarover”, zei de grijze heer en glimlachte voor de tweede keer
flauwtjes, “moet u zich maar geen zorgen maken. Dat kunt u rustig
aan ons overlaten. U kunt er zeker van zijn, dat van uw bespaarde
tijd niet het kleinste beetje voor ons verloren gaat. U zult het wel
merken, dat er niets voor u overschiet.”



Het loopt trouwens goed af.

.

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank. Leg het tussen je blote voeten.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

.

.

.

.

karavaan

.

 

Leve de eenvoud

.

.

.

Engelenvleugel voor de luifel

.

Eenvoud is voor mij
het steeds compacter maken
van wat er werkelijk toe doet
tot het zichtbaar is voor iedereen
Hard als een diamant

Eenvoud komt niet zomaar
je moet er flink voor werken
het is als hakken in een stam
hout tjokvol met noesten

Er zit een beeld in de stam
en alleen jij
hebt een vermoeden hoe het
er uit gaat zien

Misschien zijn het twee vleugels
om te vliegen als het nodig is
de ganzen achterna.

Vleugels om te trekken,
zoals vlinders en vogels op zoek gaan
naar de plek
waar ze willen zijn.

.

.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank, deze week van Frank de Greef

Franks voetnoot

.

.

Een van mijn favoriete passages staat op p. 535:

“Ik wil haar ogen
zo graag zien, papa.”Haar ogen! Verwilderd
kwam Onno overeind. Ook hij had sinds acht jaar haar ogen niet meer gezien!
Moest hij een zuster halen of kon hij zelf een ooglid optrekken? Met een gevoel
dat het niet deugde wat hij deed, boog hij zich over het bed, legde de top van
zijn middelvinger op een ooglid en schoof het voorzichtig omhoog. Samen keken
zij naar het diepbruine, bijkans zwarte oog dat niets zag – zo min als het oog,
dat zich aan de hemel lijkt te vormen bij een totale zonsverduistering.

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

 

Ik ga door tot het er is

 

.

.

deuvels op de vensterbank

.

.

 

Werken aan mijn kleine huis

.

De wanden zijn dicht, het werk is gestopt
Zeshonderd deuvels inclusief lijm
heb ik met veel geduld
in alle zeshonderd gaatjes geklopt

Gelukkig is mijn huis maar klein
anders was er nog veel meer
van almaar door hetzelfde
voor het af zou zijn

Ik ben, ik werk en
rust in de avond

De zon is warm en maakt mijn wangen
rozig van rode wijn
Het gras is groen, de lucht is blauw
ik kan niets meer verlangen

Ik ga door
tot het er is. . .

Hoe kleiner mijn huis,
hoe minder ik mis.

.

.

Weg met de doelenlijst, eerst ik

.

Blogtek. Open constructie in de tuin van eeuwigheid kl.frm.

Onderaan dit verhaal te zien: een korte impressie van de bouw op dit moment

Ongemerkt vult de tijd zich, de ene na de andere dag ben ik in de weer. Vandaag staak ik. Ik ben moe. Ik geef me over. Ik ga de hele dag niks doen. Luisteren naar de regenbuien en naar de vogels.

De melk is op. Ik heb net mijn ontbijt achter de kiezen en kijk naar mijn voorraad. De pakken geitemelk, de sojamelk, de rijstemelk, allemaal zijn ze zo goed als leeg. Ik giet de laatste restjes in mijn kopje koffie en vouw ze op om in de hele kleine prullenbak te doen. Dan neem ik een slokje. Eigenlijk is het te weinig melk, vind ik. Ik heb ook geen havermelk. Eerder maakte ik dat zelf, van havervlokken. Maar mijn vlokkenpap heeft nu een andere samenstelling. Ik stop er nu ook gerst en rogge in. Dat is lekker en gezond. Helaas komt er minder lekkere melk uit, als je het fijn perst. Wat nu, zal ik boodschappen gaan doen, alleen omdat ik geen melk meer heb? Dat zou toch te zot zijn. Zeven kilometer fietsen voor een beetje melk. Laat maar. Ik doe wel een keer zonder.
Ik neem nog eens een slokje van mijn koffie. De koffie is sterk en smaakt zurig, ik voel hoe mijn maag inéén krimpt. Waarom drink ik dit eigenlijk, vraag ik me af. Het geeft me een zwaar gevoel op de maag en ik word er misselijk van.
Ik zet het kopje neer op het aanrecht. Hoewel ik weet dat ik het toch niet opdrink vind ik het toch zonde om weg te gooien. Nou ja, de plantjes lusten het straks wel, als het koud is. Nu eerst thee zetten. Ik giet het laatste water uit de kan in het melkpannetje en reik boven mijn hoofd naar het gele doosje. Ontbijtthee is het, van Zonnatura. Honderd procent biologisch, staat er op. Nieuwsgierig lees ik de ingrediënten. Ik kan de kleine lettertjes nog steeds prima lezen, zonder bril. Ik zie dat er citroenmelisse in zit, braamblad, munt, tijm en nog een paar dingen. Die eerste vier kan ik zo gaan oogsten, vers uit eigen tuin. Waarom doe ik dat niet?

Ik woon nu bijna vier jaar op de camping. Na vier jaar beginnen de tuinen die ik heb geplant en ingezaaid volwassen te worden, de citroenmelisse groeit in grote bossen, de munt ook en de tijm, ze hebben er niks van te lijden als ik af en toe wat toppen afpluk. En bramen staan overvloedig langs de sloten en in de hagen, genietend van een overdaad aan uitgespoelde mest, dat van de akkers komt.
Waarom pluk ik niet wat vaker, vraag ik me af. Dat deed ik eerder toch ook? Toen was het heel gewoon voor me.

Ineens weet ik hoe het komt. Ik ben een deadline gaan stellen voor de bouw. Ik werd jachtig en doelgericht. De Doe-lijst werd belangrijker dan mijzelf en wat ik eet en drink. Geen wonder dat ik veel minder energiek wakker word en minder zin heb.

Ik zet de knop meteen weer om. Doelenlijst blijft vandaag liggen. Ik ga kruiden plukken en salade maken. Niet onmiddellijk, maar straks. Ik maak er een fijne wandeling van. En dan ga ik er iets heeeeel lekkers van maken.

.

Het is erg lekker geworden. Ik deed er in: Braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, een klein beetje tijm en wilgebast van een jonge twijg. Ik pluk alleen de toppen. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.
Het is heerlijk geworden. Dit deed ik er in: braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, duizendblad, een klein beetje tijm en wilgenbast van een jonge twijg. Verder pluk ik alleen de topjes van de plant. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.

.

DE BOUW van de WOONWAGEN

Het skelet is nu zo goed als klaar. De spanten van het dak en de wanden, de raamkozijnen, de deurposten, alles zit er in. Ik zou het in een paar uur helemaal dicht kunnen timmeren. Maar ik doe het niet. De openheid van de constructie is prachtig, vooral bij zonsondergang. Ik geniet van een huis vol licht.
Deze week doe ik kalm aan met bouwen. Ik luister naar de regen. En als het mooi weer is, neem de tijd om de tafel te dekken, een tafel in mijn nieuwe wagen. Een fijne theetafel wordt het. En dan kijk ik om me heen, hoe mooi alles is, zoals het nu is. Eerst vieren, dan verder.

.
Tijdelijk huis van licht

Ik pluk het wonder
tussen aarzelende regels door
Het doel dat is een dak
maar nu is het nog zonder

Heerlijk puur en eerlijk
mijn huis is vol met licht
al is het nog geen woning
het is een prachtgezicht

.
.

Knuffelwand en kleine bombus

.

weidehweidehommel bombus pratorumkl. frm.

.

Even was hij heel dichtbij
op mijn eigen duim zat hij
Kleine Bombus maakt zich klaar
hij ruikt de bloemen, kamt zijn haar
knikt me toe met zwarte ogen
en daar gaatie, weg van mij
omhoog, tot aan de hemelbogen

.

Ik sta onder het doorzichtige zeil, dat over de bouwplaats hangt. Het tikt, alsof het regent. Maar het regent niet. Het zijn tientallen vliegjes. Ze willen door het zeil heen vliegen maar dat kan niet.
Er zijn kleine vliegen en grote. De grote zijn lang en smal. Af en toe bespringt een grote vlieg een kleintje en eet hem heel langzaam op. Daar heeft hij voor een hele tijd genoeg aan. Dat denk ik. Want meestal zitten ze rustig te verteren, zonder te reageren op de drukte om hen heen. Warm en droog in hun luilekkerland.

Net als ik de beitel wil pakken hoor ik een diep donker gezoem. Het moet een hommel zijn. Ik ken ze goed. Ik help hommels. Hommels zijn lief. En ze zijn heel erg nodig voor de bestuiving. Ik kijk omhoog. Daar is hij. Een dikke zwarte stip tegen het felle zonlicht, dat door het zeil schijnt. Driftig zoekt het beestje naar een doorgang. Hij wil terug naar de zon en de bloemen, omhoog, omhoog.
Ik ga op het kleine bordes staan en houd mijn handen om hem heen. Het is een aardige hommel. Hij is geel en wollig en kruipt meteen op mijn vinger. Een weidehommel is het. Bombus Pratorum in het latijn. Door hun warme jasje kunnen ze goed tegen de kou en het zijn de eerste hommels die ik zie, na de winter. Ik stap van het bordes af, met Bombus op mijn duim. Ik loop onder het zeil door, er onder uit.
Bij het hek van de vijver blijf ik staan. De hommel gaat op zijn achterpoten zitten en poetst rustig zijn kop. Dan zet hij zijn poten weer neer en vliegt. Weg vliegt hij.

Ik ga weer verder, en pak de beitel. De plank ligt al klaar. Het is voor de buitenwand, en ik pas het profiel zo aan, dat het afwatert. Achter de buitenwand komt de isolatie. De eerste rol schapenwol zit er al in. Het ziet er lekker uit. Een echte knuffelkar is het nu. Het wordt zo fijn! Ik heb er zin in, wonen in een warm wollen jasje.

Maar ik kan even niet verder met de buitenwanden. Ik moet een paar weken wachten op een partij extra planken. Ondertussen ga ik verder met andere dingen. Het is net jongleren. Elke keer kijken hoe het uitkomt. En ondertussen het geheel blijven zien. Een hele kunst, dat is het.

.

knuffelwand wagen

.

De delen van red cedar staan al in de grondverf. Erachter zit schapenwolisolatie. Heel lekker warm. Het is behandeld tegen mot. Anders kan het zomaar gebeuren. Op één dag kunnen ze mijn hele huis opeten.

Het onderste stuk is klaar gekomen. Nu wacht ik op de extra planken van andere maten. Dan werk ik verder hoog, de twee bochtjes om tot aan het dak.

.

Lente barst los, de bouw begint!

.

Bouwen kozijnen kl frm 018

.

.

De eerste loodgrijze wolken pakken zich samen. De wind is gaan liggen en zachtjes bewegen de lichtgroene toppen van de hoog opgeschoten haagbeuken. Heel langzaam beweegt de lucht naar het noordwesten. Zo zacht is het, zo zwoel. Kleine spatjes beloven het begin van regen. Gelukkig, want de stoffige zandgrond is droog. Boeren zijn druk, overal. Ploegen, zaaien, maaien. Het ruikt naar gier.

Hier is het niet kaal en stoffig, zoals de omgeploegde akkers op dit moment. Hier is alles groen. De lente is losgebarsten. Tegelijk met de vogels bouw ik mijn nest. Het is de nieuwe wagen, waar ik aan verder werk.

De kozijnen. Ik had ze in de herfst al gemaakt, precies gepast, met zelfgemaakte hardhouten deuvels erin. Alle verbindingen zitten muurvast met zeewaterbestendige superlijm. Twee kozijnen zijn het. In elk kozijn komen vier langwerpige raampjes van echt glas. De sterke hoekige kozijnen maken het skelet van de wagen nóg steviger.

Het is een warme dag als ik ze erin zet. Dick is er om te helpen. Het werk gaat snel. Onze vingers zitten onder de lijm en alle lijmklemmen zijn in gebruik. Maar het lukt en ik ben tevreden. Bouwen is fijn. Ik wil het niet te snel doen, ik wil elk moment vieren. Vooral nu er zoveel verandert in korte tijd. En Iedereen mag meekijken. Dat is het allermooiste.

.

Als ik bouw
wil ik genieten
Dode lijnen
daar houd ik
niet van
Gestadige toewijding
dat is het plan
Het is mijn lust en
liefste leven

Laat me en ik maak iets,
je zal eens zien hoe mooi
Laat me hier
mijn gang maar gaan
Het komt,
het komt er aan
.

.

.

Scheppingsverkeer

.

.

Scheppingsregels

.

Aloïsius kijkt
naar het werk
van zijn handen
een grote E
met blauwe randen
Eerste letter
van het blad
Sierlijk straalt de
gouden krul
van verse inkt
nog nat

Hij weet

„God schiep de wereld
in zes dagen en Hij keek
en Hij zag dat het goed was
en rustte op de
zevende dag.“

Maar

Dat was vroeger
voor de wereld van cijfers
het beeld ging domineren
O, ik weet
niet meer
wat ik zie

Ik tekende en vulde
vijftig vellen vol
vele lieve letters
op stralend wit papier
ik stopte ze in mijn toverdoos
vlijtig als een mier

Ik poetste en ik werkte door
goochelde met beelden
ik keek ernaar en ja
ik dacht
dacht echt dat het goed was
toen ik het
de deur uit mailde

Warm van ’t werk verwacht ik nu
de grote dag
van publicatie
ik dans en vrolijk lach ik

De dag die na de zevende
zie ik mijn mooie schepping dus
gelijk terug
in de brievenbus

Verkeerde resolutie

.