Een warm vuur in mijn borst

.

 

dansend-twee-en-vijftig-jaar-kl-frm-2

 

 

Mijn 53e levensjaar is vandaag begonnen. Hoe ouder ik word, hoe lichter en speelser het leven. Als een vrolijke Ierse jig, die steeds sneller gaat. Heerlijk. Na het zware werk van de afgelopen twintig jaar, verlang ik naar meer speelse lichtheid in het bestaan en naar muziek. We vieren mijn verjaardag en we dansen en zingen de vonken ervan af.

Het is een bijzondere avond, hier in Eindhoven. Ik heb er ver voor moeten fietsen. En nu zijn we er! Ik was er aan toe. Al urenlang geniet ik van de muziek, die klinkt als een klok door de luidsprekers. De zaal lijkt op een kerk, daardoor krijgt de hele belevenis iets magisch, en de hoge ruimte boven onze hoofden maakt onze voeten nog lichter.
Geboeid luister ik. Ik ben langs de kant gaan staan, om me even helemaal op de muziek zelf te concentreren, zachtjes wiegend en zingend vind ik een tweede stem die zo klopt met de muziek dat het er naadloos bij lijkt te horen, lange melodielijnen als een meanderende rivier. Het volgende nummer is wilder en ik zing in een reeks van staccato kreten, die het ritme van de muziek lijken te versterken. Het is of de aarde zelf haar leven in mijn voeten stopt, het door mijn hele lichaam laat stromen en door mijn mond naar buiten galmt. Ik voel me als een olm in de wind.
Ik stap naar voren en beweeg rustig mee met de mensen en laat me al zingend naar het midden voeren. Af en toe kijkt iemand blij verrast opzij, bij het horen van een heldere stem naast zich. Ze beginnen mee te zingen, soms aarzelend, dan weer vol overgave, luid boven de muziek uit. De ene stem wisselt zich af met de andere. Niemand weet wie ermee begon. Ik straal stilletjes en luister.
Mijn lichaam danst de dans die eeuwig lijkt te duren.

Dan is het stil. Een zaal vol mensen staat in afwachting en niemand beweegt nog. Ergens uit de hoek begint een blonde vrouw piano te spelen. Het is het lied Hallelujah, van Leonard Cohen. Ze zingt ingetogen door de microfoon, de mensen zingen opgetogen mee. Ik word naar de piano toe getrokken als een magneet. Op twee meter afstand blijf ik staan. Ik zing nog steeds, hoog helder en blij. De diskjockey staat aan de andere kant van de piano, een enthousiaste vrouw met een rond gezicht en grijzend haar. Ze kijkt me lachend aan en terwijl ik haar mond zie bewegen als de mijne en de muziek naar een crescendo voert, moedigt ze me aan met haar ogen. Haar hele lijf lijkt te zeggen: luider, helderder, laat het galmen! Ik blijf naar haar kijken en mijn stem groeit door haar blik. Ze had dirigent kunnen worden, denk ik bewonderend. Dan verdwijnt ze. Ik blijf staan en mis haar.

Na het eerste lied volgt een tweede, een heel lang lied. En nu, na heel lang kijken, durf ik dichterbij de spelende handen te komen. Opeens sta ik naast haar, naast de pianiste. Ik demp mijn stem, zing zachtjes een octaaf lager dan zojuist en zoek contact. De pianiste negeert me. En ineens vind ik de toon niet meer. Even sta ik vertwijfeld en verlegen naast haar, niet wetend wat te doen, maar het is al gauw duidelijk. Zodra ze kans ziet om haar linkerhand van de piano los te laten, wappert ze me afwerend weg. Ik spring geschrokken terug. Oei. Ze heeft vast volle concentratie nodig en een volkomen onbekende naast zich stoort haar. Als een pingpongballetje schiet ik terug de zaal in en kijk om me heen.

Daar is de jongen, met wie ik aan het begin van de avond danste en samen zong. Hij kijkt me lachend aan, alsof hij wil zeggen: „O, was je dáár!” Een warm vuur gloeit in mijn borst. Hier hoor ik nu, tussen al die mensen. Hier, waar we met elkaar iets maken wat elke keer ongekend is. Zo wil ik oud worden, heel oud. En zingen. Laat stralen wat er stralen kan. Maak levend wat kan leven.

 

Dit gedicht maakte ik op mijn vijfentwintigste.

Lieve god,
die in mijn tenen
en mijn vingertoppen
Sta me bij
want ik wil leven
Bloeien wil ik,
bewonderen en laten groeien wil ik
Lieve, lieve, lieve
Jij

Aan het einde van de melkweg

.

Geluk-van-de-levensgenieters-kl-frm

.

Geluk

In takken groeperen zich groene zinnen
popelend om alle kanten uit te lopen

Op stoeptegels een kindertekening
door regenschrift al half gewist

Achter een dakkapel begint een merel te zingen
houdt dan midden in zijn herinnering op

In mijn hoofd vertwijgt zich zijn lied – niemand
ziet iets aankomen, dat is ons geluk.

Bernlef (1937-2012)


 

Het is nog vroeg en schemerig. Half acht, zie ik op het klokje. Ik sta op en kleed me warm aan. De kachel brandt al, die heb ik om half zes al aangestoken. Zou er sneeuw liggen? Ik kijk door het gordijn. Er ligt een dun laagje, de grassprietjes steken er met hun toppen net precies boven uit.
Ik veeg de vloer met stoffer en blik en gooi het stof in de compostemmer. Als het schoon is doe een paar oefeningen, springen, strekken, balanceren op één been met de ander hoog in de lucht. Rustig adem ik door terwijl de oefeningen zich als een dans aanéénrijgen. Ik druk me vijftien keer op. De vloer is koud. De gevechtsdans duurt wat langer. Daar krijg je het lekker warm van.

Ik kijk nog even mijn mail na. Er staat weer een artikel in van de Correspondent en ik volg de discussie, die eronder staat. Iemand heeft het over “een gebrek aan vooruitgangsdenken.“ Ik vraag me af wat hij bedoelt.
„Welk vooruitgangsdenken kiezen we dan, het jouwe of het mijne?“ Dat typ ik eronder en ik klap de laptop weer dicht.

Als ik klaar ben kijk ik naar het aanrecht. Er staan drie lege flessen. Er hoort melk in, geitenmelk. Het is op, tot op de laatste druppel. Zal ik naar de boer fietsen? Dan ben ik lekker op tijd. Ik besluit daad bij woord te voegen en stop de flessen in een linnen tasje. Op het aanrecht ligt nog precies drie euro. Ik stop de koude muntstukken in mijn zak, doe een warm wollen rokje over mijn broek en ga naar buiten om mijn fiets te pakken. Het sneeuwt nog steeds. Mijn fiets staat droog onder een hutje van golfplaat. Ik heb het hutje helemaal met dakpannen bedekt en er groeit klimop overheen. Maar eigenlijk is het net iets te laag. Iets hoger zou beter zijn. Om mijn fiets te pakken moet ik een beetje bukken. Maar ach, erg is het niet. Ik stop de flessen in de fietstas en maak het eerste spoor over het witte veld, mijn voetstappen naast het slingerspoor van banden.

Ik kom aan bij het erf van de boerderij. Mijn sjaal is wit gesneeuwd. Het hek staat open, dat is een veeg teken. Als het hek openstaat, dan is de melkwagen al geweest en is de tank leeg. Ik maak rechtsomkeer. Teleurgesteld fiets ik weer weg, wuif nog even naar de boer, die achter het raam met zijn gezin zit te ontbijten. Hij wuift terug.

Thuis doe ik mijn natte sjaal af en mijn wollen beenwarmers droog ik op de kachel. Ik ga zitten. Mijn ellebogen steunen op mijn knieën, mijn hoofd rust in mijn handen, als een mislukt beeld van Rodin. Ik baal. Nou heb ik geen melk. Wat nu? Ik heb helemaal geen zin om chagrijnig te zijn omdat ik geen melk heb. Ik kan het ook wat anders doen. Ik kan thee drinken, kruiden zijn er in overvloed. Thee is ook lekker. Zelfs nu vind ik hier in de tuin nog verse munt, op de meest beschutte plekken. Zò lekker met gember! Blij spring ik op en loop naar buiten.

Als vooruitgang een rijker leven betekent, dan is dat voor mij, dat alles er is wat ik nodig heb. En als je met weinig tevreden bent, dan groeit geluk op elke hoek van het pad.

 

 

Een levensgenieter voedt niet alleen zichzelf,

maar ook het leven dat hij geniet.

(Alowieke)

 

 

Hoe kan het toch

.

Stille-oude wei en wij

Midden in de grootste chaos zijn wij JUIST in staat, het paradijs te scheppen, op de plek waar we werkelijk zijn.   (Alowieke)

.

Ik ben er
Ik ben waar ik moet zijn
en jij
jij bent er ook

Weet je nog
die dag,
zo lang geleden

Samen zongen wij een lied
tussen oude stenen in een wei
wie weet was het wel deze
de stenen zijn verdwenen
weggesleept door een man
die uit zijn tractor kwam
terwijl een zware ploeg
ploeterde in de verte
in stofwolken van
zijn spoor

We zongen onder de eikenboom
midden in het land
en schepten koeienstront opzij
met onze blote handen
misschien was het wel hier
waar wij gingen zitten
in het stille gras van
grondige tijdloosheid
de wei die altijd ruikt voor mij
naar
vochtige aarde en mest

En hoewel alles er al was,
en in wezen nooit verdwenen is,
verrast het ons dat wij dan toch
na al dat geploeter
en eindeloze omwegen
dan toch
ten midden van de chaos
hier mogen staan
alsof er
niks veranderd is

En hoe kan het toch
dat ons lied weer licht is
spint van tevredenheid
sprankelend jong
en het gras dat groeit
voor onze vermoeide gezichten
bij elke ademtocht voller wordt
en dat de kievietsbloem bloeit

bloeit
als nooit tevoren

.

Onder de tekening, boven het gedicht, heb ik mijn gedachten kort en krachtig samengevat. Wie kan me aanvullen? Korte overpeinzingen lees ik graag. Citaten van anderen zie ik het liefst met bronvermelding.

 

Het hart beslist

.

.

Harten-Aas-kl-frm

.

Het is bijna twee uur. De lage herfstzon schijnt door kale takken van de bomen. Er is geen wind en ik hoor alleen het opgewekte gekwinkeleer van koolmezen en een winterkoning, die in mijn buurt naar beestjes zoekt.
Ik sta op het punt om het laatste scharniergat in de deurpost uit te hakken. Met de dag word ik blijer, want o, wat wordt het mooi. Zes weken geleden begon ik met het maken van de deuren, acht in totaal, vier voordeurtjes, vier achterdeurtjes, allemaal geïsoleerd en met raampjes erin. Aanvankelijk verloor ik bijna mijn hoofd, bij het klaarmaken van de meer dan honderd onderdelen die ik allemaal precies op maat moest zien te krijgen. En dat was nog maar het begin. Mijn wagen komt tjokvol deurtjes, luiken en luikjes en het gaat allemaal piekfijn passen. Straks kijk je je ogen uit, zoveel is er te zien!
Mijn beitel is vlijmscherp geslepen, de houten klopper ligt klaar om te pakken. De zon is heerlijk. Nu ik zoveel buiten ben, besef ik de kracht er van en hoe opwekkend het is om al dat licht in me op te nemen en de frisse lucht in te ademen. Ik wilde de klopper pakken, maar halverwege de beweging draai ik me om en geniet met volle teugen van de zon in mijn gezicht. Ik knijp mijn ogen net niet dicht en kijk door een spleetje, als een kat die zich koestert.

Dan hoor ik mannenstemmen. „Hallo, is daar iemand?“
Ik kom achter de woonwagen vandaan. „Ja! Ik hier!“
„Wij zoeken Alowieke.“
„Dat ben ik!“ Vrolijk kijk ik ze aan. „Dan moeten jullie Jaap en Dennis zijn.“ Ik steek mijn hand uit ter kennismaking.
Ze wilden komen kijken. En ideeën op doen. Ze hebben taart meegenomen. Ze willen zelf óók een wagen bouwen en misschien het wonen in een huis voorgoed de rug toekeren. Jaap kan met paarden omgaan en is handig. Hij loopt meteen een rondje om mijn wagen en kan zijn ogen niet afhouden van de stalen onderkant. „Mooi onderstel!” Hij zakt door zijn knieeën om eronder te kijken en knikt nog eens vol bewondering. Zijn vriend Dennis kijkt afkeurend naar zijn kont. „Niet alleen het onderstel is mooi hoor!“ Dennis is de meest artistieke van de twee. Ik lach naar Dennis, blij met het compliment. „Ik snap het wel, dit is waar Jaap nu mee bezig is, dus dat interesseert hem het meest.“ Dennis knikt.
„We moeten een sterk onderstel hebben en sterke paarden,“ verklaart Jaap. „Dennis gaat mee op één voorwaarde. Zijn harp moet óók mee. En die weegt wat. Maar het geheel moet zo licht mogelijk worden!“
Ik help de jongens met informatie en beantwoord hun vragen. We eten taart bij de warme kachel en voor we het in de gaten hebben is het schemerig. „We moeten weg Dennis! We willen nog meer zien vandaag.“
Ze verdwijnen over het veld. Ik wuif ze na tot ik ze niet meer kan zien.

Ze zijn niet de enigen met plannen. Handen beginnen te jeuken. Fantasieën, voorheen nog als een ei in een nest, beginnen nu haarfijne scheurtjes te vertonen. Als een ongeduldig kuiken dat het krappe ei zat is, maar nu naar buiten wil en licht wil zien. Er wordt gebouwd aan kleinere huisjes om eenvoudiger te leven. In Nederland ontstaan op veel plekken buurttuinen. In steeds meer landen worden hele wouden ingepland, zoals in India en Ethiopië en er worden voedselbossen ontworpen. Er wordt hard gewerkt aan alternatieve energie en ook ik kan vol trots de panelen op mijn dak laten zien. De schaduw van de oude wereld met zijn grote verzwelgende voetafdruk is nog steeds groot. Maar de kiemen van een nieuwe wereld zijn er al. Het borrelt! Wat zullen al die geïnspireerde acties met elkaar teweeg brengen?
Ik ben heel nieuwsgierig naar het komende jaar, 2017!

.

Harten Aas

Hoe zwarter de schaduw, hoe sterker de bron
kijk waar je bent
want altijd
ergens is de zon

Vergeet voor even het verstand
en vind een hart, gezond als wat
want dat begrijpt in welk verband,
kiest zonder twijfelen haar pad

Het is niet bang en vol vertrouwen
zal het ontvangen en weer geven
en altijd kiest zij
zonder aarzelen
voor leven.

.

Het thema “Volg je hart”, komt dit jaar op allerlei plekken terug. Het is de tijd ervoor. Ook Marc Siepman geeft workshops en lezingen over dit onderwerp. Doe wat je hart je ingeeft, en werk niet alleen om geld te verdienen. Wij zijn er dankzij de planeet Aarde. Hoe kunnen wij voor haar zorgen?

https://marcsiepman.nl/workshop-voor-wat-hoort-niks/

 

Met de kracht van een donkergroene reus

Een filosofische wandeling door het bos

.

blogtek-wortelgangen-door-de-tijd-kl-frm

.

Ik spreid mijn handen wijd
maak wortelgangen door de tijd
Onze dromen zijn de bomen
van de toekomst

.

De lucht is koud en blauw, maar onze voeten zijn warm. Samen met Dick loop ik in stevig tempo over de verharde weg richting het landgoed “Baest“. Onze adem maakt wolkjes. Als je je ogen dicht doet, lijkt het of er iemand alleen langs komt, zo gelijk lopen we op. Met halfgesloten ogen kijk ik naar de lage zon en geniet van de kleuren, die het licht tussen mijn wimpers maakt, het lijken net vleugels van libellen. „Zo mooi is het zonlicht,” zeg ik tegen Dick „Als kind deed ik dat ook, zo kijken tussen mijn wimpers.”
„Pas maar op,” lacht hij schertsend „Je wordt er stekeblind van!“
„Dat zeiden ze vroeger ook. Ik merk er nog steeds niks van.“
Ik kijk naar het prachtige zachte licht, tot het bos begint, een bosje met enkel sparren, bedoeld om regelmatig hout uit te kunnen oogsten.
In een stil, gestadig tempo komen we aan bij het oude land, het bos dat al veel langer bestaat. Er staan dikke beukenbomen waar verder niks onder groeit. Er ligt een dikke laag goudgeel blad onder, bedekt met bevroren dauw. De stilte en de herfst maken me filosofisch.
„Jij bent niet bang hè?“ vraag ik.
„Waarvoor?“
„Voor het einde van de wereld. Voor chaos en onherstelbare verwoesting door alles wat er nu gebeurt.“
„Nee, er gebeuren net zoveel goede dingen. Het is maar waar je naar kijkt,“ antwoordt Dick.
Ik kijk naar één van de majestueuze beuken, met takken als armen van een donkergroene reus en zonder bladerige kruin op zijn hoofd kun je zijn houtige spierbundels nog beter zien.
„Ik kende ooit een Afrikaan. In de zomer was hij naar ons land gekomen. Toen het herfst werd, kwam hij zorgelijk bij me aanzetten en met grote ogen zei hij: Alle bomen gaan dood! Ik moest lachen en heb hem gerustgesteld.“
„Ik kan me voorstellen dat het schrikken is, als je dat nooit gezien hebt,“ glimlacht Dick.
„Daar moet ik aan denken. Mensen die bang zijn weten niet dat na elk einde weer een nieuw begin is, net als na de herfst en de winter, net als die Afrikaan. Soms lijkt het of alles afstevent op aftakeling en einden van dingen. Maar ik denk dat de meeste kracht niet zichtbaar is. Het is als een netwerk van wortels dat onder de grond groeit en wacht. Als je niet goed kijkt, dan weet je niks van de enorme levensdrang van alles, dat rust in de bodem en zich klaarmaakt voor een nieuwe lente..”
Ik ben even stil en we kijken naar het krakende bevroren blad onder onze voeten. Dick zegt niks, in afwachting of ik nog meer ga zeggen.
„Ik denk dat het precies zo gaat, in een samenleving van mensen en alles wat ons omringt. Overal zijn mensen die werken aan de basis, vaak onbekend en ongezien, maar met ongekende volharding. Al weet niemand hoe het er straks uit gaat zien.“
„Zo is het,“ knikt Dick.

We lopen verder langs de rietkragen van het Wilhelminakanaal. In het dorp drinken we een heerlijke blonde trappist. De glazen met de goudgele drank fonkelen in de lage zon.
„Op alles wat er is!“ Ik hef het glas en klink tegen het zijne.
„En dat we er nog veel van kunnen genieten,“ lacht mijn vriend.

.
.
.

piano-impro-kado-zw-w-kl-frm

VOETNOOT

Tot mijn verrassing kreeg ik een piano improvisatie kado.
Het thema is “Na elke winter komt een lente“
En het past zo mooi bij dit verhaal
dat ik het in de reacties heb gezet.
Het is van Jeroen de Clercq, uit België.

.

.

..

Dans de evolutie in!

.

.
dans-de-quantum-evolutie-kl-frm

.

.
Zwierend dans ik. De zaal is warm en schemerig en vol zwetende lijven en de muziek is ritmisch, licht en vrolijk. Mijn lichaam gaat mijn ogen achterna en ik heb het gevoel dat alles mogelijk is. Snel als water ga ik voort, slalom tussen schuddende schouders en balancerende benen door, langs stelletjes die stralend langs elkaar heen bewegen. Het is of ik zwem, zwem in een diepe stromende bergrivier, de rivier lààt mij dansen en ik geniet van het veeltonige geluid van water.
Ik draai om een ingetogen brunette heen, houd me in, ga mee in haar verstilling als in een dromerige bron en ze glimlacht. En voort ga ik weer, laat me gaan in de bewegende zee van mensen. Ogen fonkelen als ze me aankijken, ik maak een pirouette naast een snel bewegende man, de draai brengt mij bij een andere hand, ergens in de lucht ontmoet ik hem. Ik pak de hand, draai driemaal rond en laat weer los, ben alweer ergens anders.

Ik kijk achterom. Daar staat een lange jongen mij lachend en stomverbaasd na te kijken. Een meter van hem vandaan staat het meisje. Het was háár hand, die hij dacht te vatten. Toen hij zich omdraaide merkte hij opeens dat hij haar kwijt was. Ik lach terug, het water sprankelt dwars door mij heen.

Eén met alles wat er is. Dit is de hemel. En dan denk ik, wat een mallemolen is onze wereld geworden. De race om geld en groei raast al het geluk voorbij en verplettert alles. Liever dans ik zélf dan dat ik me rond laat slingeren in een levensgevaarlijke, op hol geslagen draaimolen.
.
Dit zijn tien sleutels naar geluk. En nu ik dit zo bekijk…. als ik dans doe ik het ALLEMAAL!

1. GEVEN – Iets doen voor anderen (en kunnen ontvangen)
2. VERBINDING – Contact maken met mensen (alleen al naar ze lachen maakt een dag al goed)
3. TRAINEN – Zorg goed voor je lichaam (en geniet)
4. WAARDERING – Let op de wereld om ons heen (verheug je in het zien)
5. PROBEREN – Blijf nieuwe dingen leren (alles is mogelijk)
6. RICHTING – Heb doelen om naar uit te kijken (dichtbij en ver af)
7. VEERKRACHT – Vind manieren om terug te stuiteren (oa. humor)
8. EMOTIE – Kies een positieve benadering, (wij gaan allen het grote onbekende tegemoet, maar heb het vertrouwen dat je overal mee om kan gaan en een oplossing kan vinden.)
9. AANVAARDING – Comfortabel zijn met wie je bent
10. BETEKENIS – Maak deel uit van iets groters

In het Engels vormen de eerste letters van deze woorden (Giving, Relating, Exercising, ….) tesamen ‘GREAT DREAM’.
Is het vreemd dat dans alle tien de punten in zich draagt? Nee! De quantumfysica vertelt ons dat alles om ons heen niets anders is dan dansende deeltjes, bewegend in golfpatronen. Misschien is dansen wel “meebewegen“ en die energiestromen vòelen. Misschien is dit meebewegen wel een sleutel van de evolutie, waar alles toe leidt en bewegen we ons ritmisch of met schokgolven naar een lichtere wereld. Als je je vasthoudt, dan nemen de golven je toch wel mee, tegen wil en dank. Loslaten en zwierig meedansen is een vreugdevolle optie… en zo verfrissend, om net als water te zijn!

.

De woeste wind waait
willens en wetens mijn
warme wollen sjaal
weg van mij
in wilde dans daar wappert hij
voorgoed de wijde wereld in.

.
Het lijstje over geluk heb ik uit het blad ZOZ, tijdschrift voor doendenkers. ( Wat tussen haakjes staat heb ik zelf toegevoegd.) Naar aanleiding van “De dag van het geluk“ (20 maart) schreven zij daarover. Het wordt uitgegeven door Omslag, werkplaats voor duurzame ontwikkeling in Eindhoven.

Mijn uitstapje van dans naar de quantumfysica is intuïtief. Ik ben er, raar of niet, diep van overtuigd. Er zijn ook wetenschappelijke verhalen over te vinden en zeer waarschijnlijk heb ik er maar een fractie ervan gezien. Dit soort bronnen raadpleeg ik een enkele keer, om mijn gedachten te staven.

Links:

http://www.omslag.nl/index.html

http://www.eindhovendanst.nl/

http://www.worldyourdance.com/

Mistige panelenpraat

Vervolg op zonnige panelenpraat.

.

.

blauwe-klompen-kl-frm.

De koffie is op. Ik trek mijn blauwe klompen aan en steek de telefoon in mijn zak om naar buiten te lopen. Mijn voeten laten een donker spoor achter in het kort gemaaide veld, dat zilver is van dauw en mist. Ik ga het hoekje om van het lege onaffe huis dat in het midden van de camping staat. Het is van rode baksteen met oranje pannen op het dak. Onder de nok kan je dwars door het huis heen kijken.
Achter het huis is de vijver. En daar, vlak naast het hek waar de frambozen groeien, daar staat ze dan. Mijn eigen kleine huis op wielen. Wat is ze mooi.

.

.

bouwen-woonwagen-voordeuren-dubbel-kl-frm.

.

Ik kijk naar het groen geschilderde dak. Ik heb er veel tijd aan besteed, want er zitten heel veel functies aan. Er liggen al zonnepanelen op, die wachten op aansluiting. Ik zie vanaf de grond de onderste staalkabel. Daar zitten ze aan vast, heel stevig met allemaal roestvrij stalen oogjes en moertjes. Ik heb overal de kleinste maat van genomen. Toch is alles veel te robuust uitgevoerd, voor die  flexibele paneeltjes. Had het eenvoudiger gekund?
Ja. Ik had gewoon een paar lange latten op het dak kunnen vastmaken, met aan weerszijden een bout. Daar had ik de panelen op kunnen schroeven.

.

.

bouwen-zonnepanelen-1e-situatie-kl-frm

In de winter liggen de panelen aan één kant. De baan die
de zon maakt is dan veel kleiner. In de zomer komen de
panelen aan weerskanten van de dakkap te liggen. De ene
kant zal optimaal laden in de ochtend, de andere in de
middag.

.

.

Maar toch, deze constructie is veel sterker. De bovenste kabel zit vast met een hele rij roestvrijstalen ogen, die dwars door de opstaande dakkap heengaan. Als ik nu iets op wil hangen, een groot zeil bijvoorbeeld, dan heb ik overal bevestigingspunten en sterk ook nog. Ik kan er van op ààn. Ik zou aan de onderste kabel van alles vast kunnen maken. Ik zie het al voor me. Een raamwerk van touw met een zeil erboven. Je kan er hele bossen kruiden onder drogen, geurend in op zwoele zomeravonden en we kunnen er muziek onder maken als het regent…
Ik klim op de wiebeltrap die nog steeds bij de wagen staat en werp een kritische blik op de kabels. Het zit nog lang niet goed. Ik zie boutjes die nog niet kortgeslepen zijn. Het onbeschermde staal prikt diep in het rubber. Ai ai. Dat mag niet. Ik zal ze een kopje kleiner maken met mijn haakse slijper en dan een dopje er op. Ik moet ook iets met het dakrubber doen, dat rekt veel te veel uit. O, ik moet echt weer aan het werk hierboven. Maar niet nu. Ik klim weer naar beneden.

.

.

bouwen-zonnepanelen1e-situatie-detail-kl-frm

.

.

Ineens krijg ik een idee. Ik zal wel vaker onderhoud moeten doen en ik wil altijd alles kunnen inspecteren. Als ik het dakrubber niet vastplak in de goot, maar in plaats daarvan vastklèm, dan kan ik het altijd losmaken en oprollen. Ik kan het vastbinden aan het opstaande puntdakje, in het midden. Dan kan ik zo mijn hoofd tussen de dakbogen doorsteken en zien hoe het erbij staat. Dat is leuk! Ik glim van pret. En de isolatie haal ik er zo tussenuit. Dan zie je weer de mooie kale constructie. Hoera! Wie heeft er nou een dak dat je open kan rollen? Het wordt een superdak. Het is het meeste werk van de hele wagen. Maar ik heb het er voor over.

.

.

bouwen-dakzeil-in-de-goot-kl-frm

Goot met dakrubber

.

.

Vrijdag komt Johan de electra aansluiten, schiet me te binnen. Dat is helemaal niet handig. Er moet nog veel te veel gebeuren.

Ik pak de telefoon uit mijn zak en tik zijn nummer in. Aan de andere kant klinkt een opgewekte stem. „Met Johan.”
„Dag Johan, met Alowieke.“
„Hé Alowieke! Ik heb vrijdag bij jouw een afspraak om de zonnepanelen aan te sluiten!“
„Dat gaat niet door.“ Mijn stem klinkt resoluut. „Het is nog niet in orde, de bouten prikken in het dak, dat moet ik oplossen. En het rubber moet een onderlaag krijgen van stijf doek. Er zijn nog een paar dingen, die ik eerst in orde wil maken. Ik ga er verder mee in de lente, als het droog is en warmer en als ik weer zin heb in het dak.“
„Wat vervelend voor je zeg! Maar je klinkt toch heel positief.“
„Ach ja, ik leg er een paar planken onder en gooi er een zeiltje over. Dan kan het wel even blijven liggen zo. Voorlopig ga ik verder met andere dingen. Het wordt hartstikke mooi!“

Wandelend praat ik nog even verder. Eèn van de kippen ontdekt mij en rent op een holletje naar me toe. Helaas kip, ik heb niks voor je. En ik ben aan het bellen.
„Dan kan je mooi zien hoe het straks geworden is Johan,” besluit ik, de bruine kip negerend.
„Ik ben benieuwd.“
Na een laatste groet druk ik mijn telefoon uit en stop hem terug in mijn zak.

.

.

Foto’s met haiku’s

.

bouwen-dakzeil-in-bamboegoot-kl-frm

Kijkje op het dak
natte blaadjes in de goot
regen druipt erlangs.

.

.

bouwen-druppel-aan-de-wand-kl-frm

Druppels aan de plank
die hangen tot ze vallen
zoals ik het wil.

.

.

bouwen-werkplaats-detail-kl-frm

Schetsje tussendoor
met potlood op een plankje
hoe maak ik de deur.

.

.

bouwen-deurdeel-kl-frm

Borstels in de kier
zo blijft mijn huisje warmer
hier geen koude tocht.

.

.

bouwen-werkplaats-2-lamp-kl-frm

Mijn oudste lamp straalt
sterk en warm en heel vertrouwd
lief en gelig licht.

.

.

https://alowieke.wordpress.com/2015/12/08/zonnige-panelenpraat/

.

.

.

Duikelend de vrijheid in

.

.

-kunstzwemmen-duikelend-de-vrijheid-in-kl-frm

.

.

Ik haal diep adem voor ik onder water duik. Ik tel tot acht terwijl ik met stevige slagen vooruit zwem. Ik weet dat de anderen hetzelfde doen. Dan duikel ik naar voren, tot ik met mijn buik omhoog lig en luister naar de muziek. Die is goed te horen onder water, door de speciale luidspreker, die eruit ziet als een kunststof plaatje. Ik blijf tellen. Als ik weer bij èèn ben gil ik hard. In het water draagt het geluid ver. Mijn medezwemsters kunnen me goed horen. Nu komt het balletbeen. Allemaal tegelijk steken we ons rechterbeen omhoog, de tenen komen net boven water uit, strak gestrekt. We spannen al onze spieren zodat we langzaam omhoog komen. Boven water belichten de theaterlampen acht meisjesbenen, die ver boven het water uit steken.

Als kind deed ik jarenlang aan kunstzwemmen. Dat is eigenlijk dansen in het water. Ik genoot ervan, om vrij als een dolfijn te zijn, en het gevoel te hebben dat ik kon vliegen. Als we even niks hoefden ging ik in mijn eentje en leefde me uit met allerlei capriolen die we helemaal niet hadden geleerd en die ook geen naam hadden. Maar ook synchroonzwemmen was heerlijk. De tijd bestond uit niks anders dan water, ritme, de muziek en wij.

Vandaag op deze stille herfstdag moet ik daar aan denken. Ik heb een dagje vrij genomen om eens rustig mijn gedachten te laten gaan, zonder iets te moeten en zonder te weten waar het toe zal leiden. En nu komt er dit in me op.

Soms denk ik, misschien ben ik wel niet alleen aan het werk. Misschien deel ik deze stille, o zo productieve tijd wel met anderen. Wellicht is dat wat ik doe onderdeel van iets groters, wat ik niet kan overzien. Dan zwemmen we met onze ogen dicht door het water, allemaal tegelijk als een groep dolfijnen. We hebben sterke getrainde lichamen, zodat we direct kunnen reageren op het signaal. Er zijn jongeren en ouderen, maar iedereen is er klaar voor en weet wat hij of zij moet doen. Vrije mensen, verbonden door het Onnoembare.

Van de week schoot dit lied me te binnen. Zomaar. Ik zong het voor het eerst toen ik achttien was, bij een protestmars, tussen duizenden anderen. Het lied voor de vrije geest.

.

Op een wagen van het slachthuis
stond een kalf met gebogen kop,
In de blauwe lucht daarboven
zocht een zwaluw de vrijheid op

refr.
En de aarde draait maar
met al haar ach en wee
En het windje waait maar
en voert de zwaluw mee
Donna donna donna, donna,
donna donna donna, don
donna donna donna donna,
donna donna donna don

Klaag niet zei de wagenvoerder
niemand dwingt jou een kalf te zijn
had je vleugels als een zwaluw
was je even vrij als hij

refr.

Kalf’ren worden vastgebonden
en in ’t abattoir geslacht
Leer dus als je vrij wilt blijven
zelf vliegen op eigen kracht

Refr.

..

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank, van Judith Bark

voetnoot-judith-bark

.

Dit boek is tegelijk beklemmend doordat de vrouw letterlijk in een soort vissenkom zit, en tegelijkertijd lijkt het me ook een uitdaging. Ik vind het mooi hoe ze zich aanpast en bezig is met èèn ding.. elke dag overleven..maar daardoor heeft ook alles wat ze doet zin…

” Op zesentwintig april bleef mijn wekker stilstaan. Ik zat een overhemd te zomen toen het tikken ophield. eerst merkte ik het niet eens, dat wil zeggen, ik merkte alleen dat er iets was veranderd. Pas toen de kat haar oren spitste en haar kop naar het bed draaide, hoorde ik ook bewust de nieuwe stilte. De wekker was gestorven. Het was de wekker die ik in de hooggelegen jachthut op mijn tocht naar het aangrenzende dal had gevonden. Ik nam hem in mijn handen, schudde hem, hij zei nog een keer tik-tak en toen was het definitief met hem gedaan. Ik schroefde hem met de schaar open.Voor mij zag hij er heel gezond uit. Ik kon geen enkel mankement in zijn raderwerk ontdekken, er was niets kapot en toch wilde hij niet meer tikken. Ik wist meteen dat het me nooit zou lukken hem weer aan de praat te krijgen.Ik liet hem dus maar met rust en schroefde het deksel weer dicht. Het was drie uur s middags , kraaientijd, en dat wees hij vanaf dat moment aan. Ik weet niet waarom ik hem heb gehouden. Hij staat nog steeds naast m’n bed op drie uur.”

Ik vind dit een mooi stukje want hoewel er niet veel gebeurt, is het toch een moment van loslaten. Loslaten van tijd en van de manieren van vroeger toen de klok nog de regels maakte en de dag bepaalde..

.

.

.

OVER HET LIED

Donna donna, of Dana dana werd gecomponeerd door Sholom Secunda en Aaron Zeitlin ter gelegenheid van de theaterproduktie ‘Esterke’ in 1940-1941. Het is gezongen door vele artiesten en is in vele talen vertaald. Joan Baez is één van de bekendste vertolkers. Ook Donovan heeft het gezongen.

.

.

.

.

-kunstzwemmen-duikelend-de-vrijheid-in-kl-frm

 

Meisje van diamant

.

-violiste-en-het-kind-kl-frm

Tijdens mijn verblijf op Schiermonnikoog maakte ik iets heel bijzonders mee. Samen met een hele stoet andere muziekliefhebbers ben ik op de veerboot gestapt, voor de “Ode aan de wadden“. Het was de opening van het vijftiende Kamermuziekfestival. Tijdens het concert was ik het meest geraakt bij het zien van dit meisje.
.
.

Meisje van diamant

In de banken zitten mannen, vrouwen
ze kijken allemaal heel ernstig
naar twee mensen op de planken
die met de muziek wilden trouwen

Ze spelen daar met heel hun hart
de tango met al zijn emoties
de viool die zingt en knarst
gitaar verlicht de smart

Tussen de groten, op de grond
zit heel alleen een meisje
ze kijkt naar ’t spel met grote ogen
glimmend met half open mond

Haar gezicht is lief en zacht
een witte jurk hangt rond de knieën
Het haar in lange krullen danst
telkens als ze lacht

Ze straalt verwonderd
naar haar engel,
donkere ogen, als betoverd
staren naar
de jonge
violiste

Dan wordt ze plotseling overdonderd
door een valse noot

Ze knijpt abrupt haar ogen dicht
en lippen op elkaar
alsof
ze een tik krijgt
op haar wangen

De muziek is als het licht
en zij weet het te vangen

Het kind is als een diamant
en alle kleuren van ’t heelal
weerkaatsen keer op keer
terug van haar gezicht

.

Na het concert ben ik naar haar toegelopen. Ze zat bij haar ouders, allebei mensen met donker krullend haar. “Ik vond het zó leuk om naar je te kijken!” zei ik, “Je ging helemaal op in de muziek!” En ze antwoordde stralend: “Ja, ik speel zelf ook viool en mijn vader ook en onze hele familie is muzikaal!” Ik werd helemaal blij van haar. Toen ik allang in bed lag zag ik haar gezicht nog steeds voor me.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Corrie van Rijthoven

voetnoot-corrie-kleine-prins-kl-frm

.

.

.

.

.

.

.

.

Dit is op dit moment mijn lievelingsboekje:
“De kleine prins”, van Antoine de Saint-Exupéry. Ik vind het mooi vanwege de puurheid waarmee het geschreven is en om het geheim, dat in de volgende passage te lezen is.

Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.

.

.

DE BOUW

Ik ben nu lekker uitgerust en ga zo meteen kijken hoe de wagen erbij staat.

 

De karavaan

.

.karavaan

.

Ooit had ik een droom.
Ik zag een karavaan
van woonwagens,  ze reden
door het ganse land
een kleurrijke stoet zag ik gaan
en waar de groep ook kwam
daar boden ze helpende hand

Ze reisden door van plek naar plek
bouwden, sjouwden, gaven raad.
Er waren tuinders en techneuten
ze deelden zonnestroom en zaad
en allen
speelden muziek in de avond
en dansten

Het begint bij jezelf.

blogtek Hoera Vakantie!

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Ik ben de bouwer en de tuinvrouw
de muzikant, de danseres,
de kokkin en de verteller

Met grond tussen mijn tenen
en verf aan mijn vingers
deel ik de karavaan
met tal van lieve vreemden
ergens, waar dan ook

De karavaan is nooit verdwenen
hij rolt op rare wielen
wandelt voort op wonderbenen
de droom gaat almaar verder rond
van luisterend oor tot open mond

Vanuit het afscheid van wat was
groeit wat nu al wordt gedacht
Alles is in wording
en groen is ook het gras
aan deze kant van de gracht

 

Ja

.

.

DE BOUW VAN DE WAGEN

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Dick Verheul

voetnoot-dick-momo

.

Momo en de Tijdspaarders van Michael Ende vind ik een prachtig verhaal, omdat het enerzijds sprookjesachtig en wonderlijk is, en tegelijk heel herkenbaar. Sprookjes spelen zich elke dag af, als je er op let. Het gaat over geheimzinnige grijze heren, een soort bankiers, die de mensen aanmoedigen tijd te sparen. Ze zullen het later met rente terugkrijgen, is de belofte.  “Verspilt u voor alles uw kostbare tijd niet meer zo vaak aan zingen, lezen, of aan uw zogenaamde vrienden,” zegt een grijze man tegen kapper Fusi.

“Goed”, zei meneer Fusi, dat kan ik allemaal doen, maar de tijd die ik
op  deze manier overhoud – wat moet ik daarmee doen? Moet je die
inleveren? En waar? Of moet ik die bewaren? Hoe gaat dat allemaal
in zijn werk?”
“Daarover”, zei de grijze heer en glimlachte voor de tweede keer
flauwtjes, “moet u zich maar geen zorgen maken. Dat kunt u rustig
aan ons overlaten. U kunt er zeker van zijn, dat van uw bespaarde
tijd niet het kleinste beetje voor ons verloren gaat. U zult het wel
merken, dat er niets voor u overschiet.”



Het loopt trouwens goed af.

.

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank. Leg het tussen je blote voeten.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

.

.

.

.

karavaan

.