Traag, trager traagst

Slakkekop

Ik heb de kachel extra heet gemaakt en zit op de bank. Het is aangenaam in huis. Een heel verschil met buiten. De kromme greppel voor de deur is nu bedekt met een kleine ijslaag. De kippen slapen op de houtstapel onder mijn vloer. Ik hoor de kreet van een bosuil. Dan is het weer helemaal stil. In die stilte denk ik aan twee vrienden. Lange tijd waren ze op reis, mogelijkheden verkennend voor een nieuw bestaan. Ik heb ze lang niet gesproken. Ze stuurden mij weken geleden hun telefoonnummer, om bij te praten. Ik heb nog steeds niet gebeld. Ik pak mijn telefoon en zoek het nummer op.

“Heeee Alowieke!” hoor ik verrast aan de andere kant.
“Waar zijn jullie?”
“We zijn nu in Nederland, over een maand verhuizen we met onze spullen naar Spanje. Daar willen we in een ecologische gemeenschap gaan wonen.”
“Waarom Spanje?”
“Het land, de mensen.. En jij, ben je nog steeds op die camping in Brabant?”
“O ja… zo snel als jullie ga ik niet.”
“Snel? Veel mensen vinden juist dat wij langzaam gaan. We nemen geen vliegtuig, doen alles met de boot en met de trein, blijven vijf maanden op dezelfde plek om te werken…”
“Voor mij gaan jullie snel. Voor mijn wagen klaar is en ik langzaamaan ga vertrekken, zover ben ik nog lang niet. Eerst moet ik een overkapping gaan bouwen. Want ik wil graag fijne werkruimte voor mijn project en heb daar een plek voor gekregen. Er ligt hier wel materiaal ervoor, maar in mijn eentje kan ik niet uit de voeten. Zware spanten zijn het, die in elkaar moeten worden gezet. Ik wacht tot Dick er is. Of iemand anders die tijd heeft. Ondertussen leer ik andere dingen, die ik ook nodig heb en schrijf. Geduld hè..  Ik zie steeds meer uit naar straks, de lange wandeltochten, met mijn nieuwe huisje achter me.”
“Ja, wij hebben er ook aan gedacht om echt heel langzaam te gaan reizen, zoals jij wil gaan doen.”
“Als je met trein of boot gaat, moeten jullie toch elke keer landen, als je ergens aankomt. Kijken, waar ben ik. Wat gaan we hier doen. Waarheen. Ik reis graag stapvoets, omdat ik bij elke stap ben waar ik ben en mijn keuzes één voor één kan nemen. En altijd heb ik mijn huis bij me. Met alles erin wat ik graag om me heen wil houden. Ik ben altijd thuis.”
“Ja klopt, als je nog veel langzamer gaat, dan kan dat. Goh.. Nou, zeg eens, wil je nog een wagen bouwen als je met deze klaar bent?”
“Haha, wie weet,” zeg ik.

.

Kleddernatte windvlagen

.

Overgang dakspant-wand

Idee waar ik mee wakker werd. Stormbestendige dak-constructie met isolatielaag en condensdruipkier

.

Stormachtig waait de wind in vlagen langs de vier houten wanden van mijn stulpje. Ik lig op mijn rug in bed te luisteren. Ik ben al een tijdje wakker. Een verbeterde bouwtekening ligt naast me, met een potlood erbij. Zojuist was ik er nog mee bezig. Maar nu denk ik er niet meer aan. Ik hoor iets anders. Een ritmisch zoemgeluid herhaalt zich. Ik besef dat het de zwiepende staalkabel is, van de schoorsteenpijp op het dak. De kippen houden zich stil, ze schuilen zeker onder mijn wagen, hun verenpak uitgezet tot een rond bolletje om de warmte vast te houden.

Ik rek me uit en gaap.’t Wordt tijd om op te staan. Ik stap uit bed en voel de bruine glanzende tegels van mijn kachel. Hij is nog warm. Het kistje hout staat er naast. Ik pak een plankje van vurenhout, dat lekker snel brandt en doe het klepje weer dicht. Nieuwsgierig schuif ik het dunne witte gordijn opzij, dat voor het raam hangt. Onder de loodgrijze lucht staan grote plassen in het veld. Rond mijn wagen is de blubberige boel nog erger geworden, zie ik. Kennelijk heeft het urenlang geregend vannacht. De sleuf, die ik gegraven had, is niet genoeg om al het neervallende water te verzamelen. Er staat opnieuw een plas omheen. Daar ga ik zo meteen wat aan doen.
Ik was me bij de waskom, kleed me aan en ga naar buiten. De schep ligt om het hoekje bij het rechter voorwiel. Ik zet mijn klomp op de schep, zover als ik durf het water in. Toch voel ik mijn sok een beetje nat worden, maar niet erg. Ik graaf druipende kluiten blubber. Breder en breder wordt de geul. Het water verplaatst zich terwijl ik schep, en de holtes stromen vol. Het ziet er best aardig uit, met dat versgegraven heuveltje ernaast. Leuk straks, met bloemen en kruiden erop.

Ik kijk en zie. Winters worden warmer en natter. Regen valt met bakken tegelijk. Nederland waterspeelplaats. Tot nu toe vind ik het nog steeds leuk. Spelen met water en aarde. Laat mij maar schuiven.

.

.

Wadi voor de deur

.

.

kippenoog.

.

 

2015

wILD 2015

.

“Klimaatverandering gaat veel sneller dan gedacht”, lees ik. In december is er een grote demonstratie in Parijs. Ik ga er heen. Je komt er de hele wereld tegen, erg boeiend. Opwekkende verhalen en heel tragische, alles is er. Kopenhagen was in elk geval onvergetelijk, tijdens de klimaattop in 2009. Mogelijk wordt het nog grootser, met nog meer mensen op de been. Maar hoe wild 2015 ook wordt, verder blijf ik rustig doorwerken, hier in het stille Haghorst.

Er zijn grote dingen nodig, maar dat kan niet worden waargemaakt zonder vele kleine stappen.

Ik heb mijn voetafdruk kunnen verkleinen tot wat op dit moment minimaal is. Het ging ineens snel, het opruimen, oude huis verkocht, en nu leef ik al ruim twee jaar in een kleine wagen met zuinige houtkachel. Ik gebruik stukken minder energie, minder water en mijn eetpatroon is versoberd. Het smaakt me des te beter. Op een voedzaam ontbijt werk ik verder, aan mijn eigen reiswagen. Havervlokken eet ik, geweekt in water want dat valt beter. Ik maak het lekker met kaneel, rozijnen, noten en pompoenpitten. Met dit ontbijt achter de kiezen voel ik met zo sterk als een beer en kan ik opgewekt aan het werk. Bouwen!
De nieuwe wagen, die ik zelf ontworpen heb, wordt een stuk kleiner en veel beter geïsoleerd. Als een warm nestje, een cocon, die me precies past. Als dit project klaar is, dan wil ik heel graag ervaring opdoen met muildieren. Het lijkt me niet alleen een groot plezier om zo te trekken, ik maak mezelf ook onafhankelijk van fossiele brandstoffen. Samen met hen loop ik daarheen waar de weg me leidt. Ik kan rondkijken en helpen waar nodig is. In de zomer zou ik betaalde trektochten kunnen aanbieden en onderweg kunnen we samen eetbare planten gaan zoeken.

Ik verdiep me in bouwen met natuurlijke materialen en in alle wonderen die de natuur ons te bieden heeft. Als ik eet uit de natuur hoef ik minder naar de winkel. Als ik toch iets nodig heb, ga ik naar kleine zelfstandigen uit de buurt. Haast bestaat niet. Hoe minder haast, hoe meer ruimte ik heb in mijn hoofd. Die ruimte heb ik nodig om al die nieuwe dingen te leren. Het is niet alleen hard nodig om het tij te keren, op deze wijze verlicht ook nog eens de geest. Spelenderwijs kunnen we zoveel bergen verzetten, dat kan geen enkel hoofd bedenken.

“Live as if you were to die tomorrow, learn as if you were to live forever,” zei Gandhi. Ik doe het met een opgewekt hart.

.

.

Tekening tweeduizendvijftien.

.

.

.

.

Nieuwjaar

aankomst wagen details 007

.

De vuurkorf op het veld maakt een cirkel in de sneeuw. Er omheen zitten mensen, twee gitaren hoor ik en een fluit en stemmen klinken. Vanuit de verte kan ik het net horen. Ik sta met een jongen naast het toiletgebouw, bij mijn nieuwe onderstel. Hij heet Matthijs, zegt hij. De lamp bij het toiletgebouw licht ons nog net een beetje bij. “En ga je hier straks in wonen? Gaaf zeg, jij droomt je droom niet alleen, je dóet het ook!” Ik glimlach.
“Met z’n tweeën kun je hem zo optillen,” zeg ik en we pakken allebei het koude staal, met onze jasmouwen ertussen. De randen van het profiel zijn ijzig en scherp. Met zijn tweeën is het een koud kunstje om de voorkant op te tillen. De ogen van Mathijs beginnen te stralen. “Ik wil kijken of ik hem kan trekken.”
Hij probeert het meteen, maar er komt geen beweging in. Matthijs laat los. “Hij staat nog op de handrem”.
Ik druk de rem naar beneden en de handen van Matthijs omvatten de voorkant. Hij trekt en meteen komt er beweging in. “Wauw hee, houd je hem zo licht?” Lachend kijk ik hem aan. “Ik hoop het! Maar er komen nog heel wat kilo’s bij…”

De volgende ochtend, net ontbeten en op weg naar de buren, kom ik de beheerder tegen. Hij wenst me een gelukkig nieuwjaar en duwt me iets in handen. Het is de beloofde sleutel. Ik loop naar de schuur om hem uit te proberen. De deur gaat open. Dit wordt dus onze gezamenlijke werkplaats. We kunnen beginnen, 2015 begint niet alleen op rolletjes, het opent ook nog deuren.

Het komt er

kolibrie achter 020

De jassen hangen, tassen zijn weer leeg en de inhoud ligt op tafel. We werpen ons op een flinke berg groenten en knollen. Onze messen hakken en snijden tot het klaar is. Ik schep op en zet de twee dampende kommen op tafel, met  twee lepels, elke kom één. “Wil je er geroosterde zonnebloempitten op?” vraag ik. “Jaaa graaag!” zegt Dick.
Ik rooster de pitten tot ze heerlijk beginnen te geuren en een lichtbruine tint krijgen en strooi ze erbij. Gretig begint mijn vriend te eten. Hij is gek op mijn maaltijden.
“Hoe ga ik dat doen, koken in mijn nieuwe wagen?” denk ik hardop. “Dan kook ik immers buiten. Daar is het donker in deze tijd en er is geen licht.”
Het is even stil en ik hoor alleen het geluid van kauwende kaken.
“Ik denk dat ik het overdag ga doen, dan maak ik een hele pan kool en knollen in één keer, net zoals nu.”
“Ja, dat deden ze vroeger ook, overdag koken. Zo hoort het eigenlijk.” Hij kijkt me kort aan en ik knik.
“Daarna schep ik elke dag wat uit die grote pot, doe er wat groene blaadjes bij, en warm het binnen op.”
“Op de kachel.” Dick schraapt het laatste restje uit zijn kom.
“Ja! ’s Winters op de kachel en ’s zomers buiten. Zo logisch eigenlijk.”

Mijn pen tekent de lijnen, scherp, zwart en strak.
Vandaag maak ik geen bouwtekening, maar een kleurplaat. Zo kunnen anderen ook zien, wat ik voor me zie. Ik pak het ene potlood na het andere, totdat het meer en meer gaat leven. Een heerlijk beeld is het, ontspannen, vrij en zonnig. Je zou er zo in willen stappen. En toch vind ik het best spannend. Ik kijk naar de vriendin op de tekening. Blij en tevreden leunt ze op haar ellebogen en kijkt vanuit het bed naar buiten. Gaat het zo worden als ik getekend heb? Uiteindelijk ben ik straks meestal alleen op pad. Daar ga ik van uit. Het zou leuk zijn, één of meerdere reismaatjes, met ook een wagen. Maar ik weet niet of die er zullen zijn. Ach, ik zie wel…

Sommige mensen dromen van een nomadisch bestaan. Weinigen doen het ook. Of ze zijn er niet aan toe. Dat snap ik best. Als je vriend of vriendin niet meegaat, dan moet je afscheid nemen. En van je andere vrienden. En dan hebben de meesten nog een huis, vast werk en een hoop spullen… Wat doe je daar dan mee. Alleen al de voorbereiding vraagt doorzettingsvermogen. En veel tijd en aandacht.

Mijn wagen groeit. Het onderstel staat bij de smid, klaar en betaald. Straks worden al mijn tekeningen langzaam maar zeker driedimensionaal. Wat een eer dat ik dit mag doen. Dit trage creëren van iets volkomen nieuws. Lichtvoetig maar vasthoudend ga ik door. Het komt er.

.

.

.

Ps:

Vandaag hoorde ik op radio4 een gedicht, tijdens mijn lievelingsprogramma, Passaggio. Het geeft een antwoord op mijn vraag: Hoe zal het straks zijn? Waar ga ik heen? Hier de eerste verzen.

Eldrid Lunden, Noorse dichteres, op leeftijd

Waar moeten we heen op de dag
dat we zien dat er nergens
een heen is? Wanneer alle deuren open zijn
zoals ze eerder dicht waren, wanneer één
open suizende ruimte alles is wat rest
van al je verlangen?

***

Het grote groene schouwspel
en de regen die geluid maakt
het donker van de wind in de boom
bos op een zwarte bodem

de wind in, in de wind

Vier passen voor ijsberen

Ijsberen

Eén, twee, drie, vier. Vier stappen maak ik en de laatste is een heel kleintje. De kurkvloer onder mijn voeten is niet zo koud meer als vanochtend. De kachel is warm. Na de vierde komt een halve draai, mijn armen geheven als een danser. Zo keer ik om, precies op de grens die ik afplakte op de vloer. Zwarte tape voor mijn tenen geeft het oppervlak weer van de wagen, die al lange tijd in mijn verbeelding aan het groeien is. De maten ken ik door en door. Meten is weten, zeggen ze. Ik loop. Vier passen heen, vier weer terug. Dat is hem.

Gisteravond kwam ik terug, na een paar dagen reizen. De kippen renden naar mijn voeten en de pauw stond op het bordes alsof hij me opwachtte. De ezel balkte. Verder was er geen mens te bekennen, in geen velden of wegen.
Hoeveel mensen vertelde ik mijn verhaal? Genoeg. Menigeen genoot van het beeld, de kleine woonwagen op reis. Elke lach die ik terug krijg inspireert me. Ik neem ze mee naar huis en koester ze als zonlicht.

Ik loop als een leeuwin in haar hok. Heen en weer. Loom en lenig. Niet gekooid, maar uit vrije wil en gedompeld in stilte. Een scherp contrast, de drukte van de afgelopen dagen en de diepe rust die me nu omkleed als een donkerbruine deken. Het is donker, vochtig en koud buiten. Maar hier binnen niet.
Ik heb het licht uitgedaan. Zonder kunstlicht wordt het duister iets tastbaars. De grijze schemer versterkt de schaarse geluiden en maakt de stilte stiller. Nu het licht aan doen, is als een radio aanzetten om maar iets te horen. Maar ik wil geen stemmen nu, geen schijnwerpers. Laat alles wat het is.

Ik denk aan mijn nieuwe wagen. Ik loop in de denkbeeldige kleine ruimte en strek mijn armen wijd, langs de twee rijen kleine ramen. Met mijn vingertoppen kan ik ze raken, aan weerszijden tegelijk. Ik hef mijn armen omhoog en als ik op mijn tenen sta, kan ik mijn vlakke hand tegen het hoogste punt van het plafond leggen. Ik voel de stugge katoen onder mijn vingers en de warme laag van schapenwol eronder. De dakspanten maken een ritme van ronde bogen. Vijf zijn het er, tot de bedstee. Ik raak ze boven mijn hoofd, gelijk met de passen van mijn voeten. Ik loop en de ribben van mijn cocon lopen met me mee in het ritme. Ik schrijf de maten met mijn lichaam. Eén, twee, drie, vier, langs de kachel, tot het bed en weer terug. Vier stappen om te ijsberen. Het duurt niet lang meer, dan gaat het feest beginnen. Bouwen ga ik.

…………….Mensenwens voor een wurm

WurmMensenwens voor een wurm

Stil onder een natte steen
bewegingloos vol leven
hoeveel kun jij ons nog vergeven
lieve wurm, ga nog niet heen

Ik weet dat ik je broer een keer
dwars door midden sneed, pardoes
een scherpe spade zonder roest
en weer en weer en weer…

We hakken en we woelen
het gaat maar door en door
ik heb er een gebedje voor
Laat het weer krioelen.

Zonder messen, zonder ploeg
geen reuzenwielen niets ontziend
zoveel meer heb jij verdiend
na al wat je verdroeg

Dit hoop ik en maar ja, ik weet
het is maar slechts een wens
van één enkel simpel mens
maar de plaat is nog niet heet

De druppel kan nog vallen
in aarde waar jij bent
lieve wurm, zo onderkend
Ik gun je duizendtallen

Herfstfeest

 

herfstdansers 001

.

Ik zit op mijn schapenvacht bij de kachel. Het hout knettert zachtjes en een lichte harsgeur vult mijn woonwagen. Een kreet van een kraai trekt mijn blik naar buiten. Ik kijk door het raam, naast me. De stilte op het veld lijkt nog intenser nu het herfst is. Dezelfde bosjes als in de lange warme zomer, omgrenzen het veld. Mezen vliegen af en aan, merels vechten in het gras. En toch is het nu anders. Onder een loden lucht verkleurt de bomenrand tot een bruingrijze strook. Als ik me voorover buig, kan ik de oranjegele beukenhagen zien. Ze lijken wel te stralen..

De ene dag na de andere rijgt zich aanéén tot een solide ketting van donkere parels. Ik houd ze in handen en koester ze. Wat een geschenk, dat ik hiermee mag werken. Ik bereid me voor op het werk dat komt, straks. Ik glimlach.

En nu. Al een paar dagen zijn alle buren weg en mijn vriend is te druk om te komen. In mijn eentje werk ik door. Het is tijd voor het wekelijkse verhaal. De hele dag heb ik nog niemand gezien, behalve Ton de beheerder, die de dieren kwam voeren. Op dagen als deze is het de knaloranje radio, die mijn ritme maakt, me vertelt wanneer het weekend is. Aan het einde van elke werkdag is het zover. Ook vandaag. Ik druk op de knop. Radio 4 moet ik hebben. Ik draai er aan voor de juiste ontvangst, tot het geluid zuiver is en zonder ruis. Ik hoor nog net de hartelijke, meisjesachtige stem van Dieuwertje Blok. Het zijn de eerste woorden die ik vandaag hoor. “Na het nieuws van zeven uur kunt u luisteren naar Passaggio, met Lex Bohlmeijer. Geniet u van de avond!” zegt ze op zo’n levendige toon, dat ik bijna hardop zou antwoorden: “Ja hoor, doe ik!”

Passaggio is een programma vol afwisselende muziek. Veel ervan heb ik nog nooit gehoord. Ik luister ook graag naar Lex’s korte vertelsels, interviews en gedichten. Zijn stem lijkt veel op die van een verre, dierbare vriend van me. Maar toch, hij kent me niet. Gek is dat. Ook erna laat ik de muziek aan. De avond is vol harmonie en aanstekelijke ritmes. Ik neurie zachtjes mee en dans op de paar vierkante meters die mijn huis rijk is. Mijn eigen herfstfeestje.

.

Dit verhaal leest ook lekker met radio 4 erbij:

http://www.radio4.nl/live

Kinderdromen

.

kinderdromen 004

.

Het is een rustig dagje. Dick is er ook. Hij zit aan tafel de krant te lezen. Ik sta met kousevoeten op de bank en rommel wat op het zoldertje er boven. Sommige dingen heb ik niet meer aangeraakt, sinds ik het er twee jaar geleden neerlegde. Ik haal de voorste stapel boekjes weg en wat CD’s. Ik weet wat er achter ligt. Het is een mij heel bekend blauw boekje, volgeschreven met een rond en nog kinderlijk handschrift.
„Zal ik je eens voorlezen uit het dagboek van toen ik veertien was?” vraag ik aan Dick. “Dat heb ik nog wèl bewaard. Het gaat over onze reis dwars door het Noord Amerikaanse continent.”
“Ja, leuk,” zegt Dick.
“We reden elke dag vijfhonderd kilometer, de heenweg door Amerika, de terugweg door Canada, zes weken lang.” Ik sla een willekeurige bladzijde open en lees een paar stukjes. Dan kom ik bij een opmerkelijke passage.

“We gaan naar Iron Springs. Daar woont een vroeger buurmeisje waar ma altijd mee speelde. Het is nog dertien kilometer, zegt mama. Ik kijk naar buiten. Ach wat zielig, er staat een paard in de regen. Hij is al onder de bomen gaan staan. Dat wil ik altijd nog eens, paardrijden. Of het liefst, er eentje hebben, maar daar zal wel nooit iets van komen.”

Verrast kijk ik naar Dick. “En vlak daarna lees ik dit,” vervolg ik.“

Ik vind het heerlijk om zo te trekken. Ik zou best zo willen leven.”

.

“Toen wist je het al,” zegt Dick.
“Ja,” antwoord ik “en straks gaat het dan gebeuren. Tenminste, dat denk ik. Maar zeker weet je het nooit. Het kan altijd anders gaan dan verwacht.”
“Je gaat het doen,” zegt Dick overtuigd.
“Ja,” glimlach ik hem toe. “Ik heb er ook veel vertrouwen in, dat het door gaat. Er zijn tot dusver geen barrières. Alles verloopt rustig en soepel.”
Ik kijk naar Dick zijn grijze krullenbos. Wie heeft er nou zo’n fijne couch? Ik bof maar.

..

.

Wiekie´s koffie

alowieke's avatarAlowieke

Dit zelfportret is gemaakt met een paintprogramma en een erg beroerd functionerende muis en ik ben best trots dat het nog iets geworden is.

Soms is het alsof ik iets voor de eerste keer echt zie. Op een dag pak ik voor de zoveel duizendste keer een filterzakje voor de koffie. Ze liggen op het bovenste plankje, boven het aanrecht. Ik zie nog net drie bruine puntjes tussen twee glazen potten uitsteken, waar mijn voorraden in zitten. Drie nog maar. Dat is niet veel. Ik wil een pen uit de kast halen om het erbij te schrijven op het lijstje bij de kalender. Maar ik doe het niet. Ik kijk nog eens naar de drie papiertjes op mijn plank. Waarom heb ik die dingen eigenlijk nodig. Waarom gebruik ik ze eigenlijk al zoveel jaren. Er zijn vast zat andere manieren om koffie te zetten.
Ik kan perculatorkoffie zetten. Of Turkse koffie. Dan heb ik geen filterzakjes nodig. Maar juist de vetten die in de koffiebonen zitten zijn niet gezond. Gefilterde koffie is daarentegen helemaal…

View original post 633 woorden meer