Kromstomen

blogtek kromstomen

.

Ik sta in de kleine pipowagen, die ik van de beheerder voor opslag mag gebruiken. Dikke rollen schapenwol moet ik opzij sjorren om te vinden wat ik zoek. De rijke oogst van gisteren. De hele dag zijn we druk geweest om essenhouten stokken te buigen in een PVC pijp. Die ligt nu in elkaar gezakt terzijde, de hete stoom maakte hem zo zacht als belegen kaas. Maar het is gelukt. Een dikke rij blanke bogen staan keurig naast elkaar. Het ziet er redelijk uniform uit, zoals ze opgespannen staan, tegen de zijwanden van de smalle wagen. Er zijn wel kleine verschillen in vorm te zien. Hout heeft een eigen wil. Maar ik ben toch best trots op ons werk. En vandaag ga ik alleen weer verder. Het is nog niet klaar.
Alles wat we gisteren hebben gebruikt heb ik weer uitgepakt en aangesleept. Ik leg de wollen dekens en vachten weer om de pijp voor isolatie. Ik zet de behangstomer aan en vul hem met de gieter. Dan pak ik vier van de stokken, om ze klaar te stomen in de vochtige hitte.

Een stem doorbreekt de stilte. “Boris, Boris!” hoor ik luid roepen. Het volgende ogenblik zie ik een man op een fiets. “Zoekt u iets?”
“Ja, ik ben mijn hond kwijt. Ze zeiden dat hij de camping was opgehold.”
“Ik heb geen hond gezien.”
“Bent u die vrouw die op TV Brabant te zien was? Bent u die pipowagen aan het bouwen?”
“Ja dat klopt. Ik ben eerst alle onderdelen aan het maken. Er is al veel af, al kun je daar nog niks van zien.” Hij kijkt naar mijn nieuwe wagen, half verborgen onder een bouwzeil wacht hij geduldig op voltooiing.
“Dus dit jaar kunt u er nog niet mee op vakantie.”
“Ik bouw niet om op vakantie te gaan, het wordt mijn huis. Ik wil graag zo klein mogelijk wonen en kunnen gaan waar ik wil. Ik zou graag overal kunnen werken met mijn eigen huis bij me. Maar zover ben ik nog niet.”
“O…” zegt de man wat vaag. Hij kijkt naar de vier stokken, die klaar liggen voor de pijp. “Wat is dat?”
“Ik ben essenhouten stokken aan het buigen met stoom. Onder de dekens, daar gebeurt het allemaal, met deze behangstomer.” Ik geef er een klopje op.
“Goh, wat leuk. Ik werk ook met hout zie je.” Hij kijkt onrustig om zich heen. “Ik ga toch verder mijn hond zoeken. Ik ben een beetje ongerust.”
“Kan ik me voorstellen. Succes!”
“Dag!”
“Dag..”

Ik ga verder met mijn werk. Ik haal het dampende hout uit de pijp en dwing het snel in zijn vorm. Maar het lukt niet vandaag. Dit is een andere boog dan die van gisteren. De onderste spanten zijn veel korter in de bocht. Het hout barst. Ik probeer verschillende dingen uit maar alle vier stokken mislukken. Dan geef ik toe. Wat ik wil, kan niet. Niet met deze middelen. Ik kijk naar de gebarsten stok in mijn hand en ga in gedachten af wat de alternatieven zijn. Toch ben ik nauwelijks teleurgesteld. De eerste helft is toch maar mooi gelukt. En voor de rest vind ik een oplossing. Zo is het.

.

De hoogte in

Woonwagen dakboog monteren

.

We gaan het doen vandaag. We bouwen definitief de hoogte in. De ene bui na de andere valt uit de lucht, maar toch proberen we het klaar te krijgen. Dick is er nog om te helpen en straks is zijn vakantie voorbij. We zetten de eerste van de dakbogen er op, hij is van plaatmateriaal. Je kan heb straks goed zien, precies in het midden van de woonwagen. Als een sierlijke boog omsluit hij het bed. Er komen gordijnen aan, net als een hemelbed. Dus heb ik hem mooi versierd.
Hij moet móói worden. Maar niet alleen daarom speelt hij een hoofdrol. Zonder dit onderdeel kunnen we niet verder bouwen.  Omdat dit het eerste is wat de hoogte in gaat, en ook nog in het midden, is het bepalend voor al het andere.
Ik meet alles wel twintig keer na. Met de rolmaat, met de winkelhaak. Het is een hele grote winkelhaak, ik maakte hem zelf, al maanden geleden, toen ik popelde om te beginnen en er nog niks was. Ik ben blij dat ik hem nu zo goed kan gebruiken. Dick geeft dingen aan en houdt alles stevig vast tot het echt helemaal goed is. Ik heb de schroeven er al een klein stukje ingezet, ik hoef ze alleen nog maar aan te draaien. Met de accuboor in de hand, kijk ik naar de lucht. Een loodgrijze wolk begrenst het zonnige blauw en nadert snel. Zouden we op tijd klaar zijn? Nog drie schroeven, dan kunnen we het bouwzeil erover gooien. De accuboor doet zijn werk. De boog en de paal trekken samen als uit één stuk en de lijm kruipt eronderuit zoals het hoort. Nu gauw onder zeil! Dick duwt het zeil omhoog en ik sta in de wagen om het transparante zeil over het hoogste punt te trekken. Ik stap uit de wagen om het helemaal tot de grond te trekken. Precies als het klaar is barst het los. Met bakken valt het naar beneden. Razendsnel  duik ik erin. Dick volgt. We maken het ons gemakkelijk. Naast elkaar leunen we tegen de opstaande wand en luisteren naar het keiharde gekletter boven ons hoofd. Als trotse kinderen in hun allereerste hut.

.

dakconstruktie plaatboog

.

Hieronder zie je de andere twee bogen van plaatmateriaal. Deze twee komen aan de voor- en achtergevel. Hier proberen we of ze in de noklatten passen. Fijn, het zit als een huis. De bovenkant van de bogen is de vorm van het dak. Het is een dik dak, want er zit twee centimeter ventilatieruimte onder en acht centimeter Doschawol.

.woonwagen dakbogen passen 005

Als ik straks op pad ga…

Ik werk gestaag, de tijd is mijn
en mocht ik na lang voorbereiden
de grens van ’t land ooit overschrijden
dan zal het leven anders zijn

Wie ben je en wat doe je
dat is en blijft de eerste vraag
ik oefen, ja ik oefen graag
gewoon maar met een dansje

I am Alowieke.

Rammelend bestek en een dakgootgesprek

22 juni 2015 008

“Heee houden jullie een werkbespreking? Leuk!!” Henk hobbelt op zijn fietsje langs ons heen, een blauw bakje met rammelende kopjes en bestek op zijn bagagedrager gebonden. Hij was op weg naar zijn caravan. Maar nu verandert hij van richting, zet zijn fiets op de standaard en komt op ons af. Wij staan naast de nieuwe goudgele wagen met het werkboek in de hand. “Kijk, we zijn bezig met de bouwtekening van de goot.” “Ja, leuk hè, lacht Dick. Nu is ze al een jaar bezig met ontwerpen en nog steeds zijn er dingen waar over nagedacht moet worden,” glundert hij.
“Laat eens zien,” zegt Henk en kijkt naar de tekening. Henk is loodgieter en psycholoog. Hij is een ervaren trabbelsjoeter. Ik laat hem de spanten zien, die op de houten vloer klaar liggen. Ze zullen de huid van de wagen vorm en stevigheid te geven. Ernaast wacht een stapeltje verbindingsstukken, die moeten de overgang maken naar de dakbogen. Sommigen zijn  af, anderen nog niet. De decoupeerzaag ligt ernaast, tussen wat fijn houtpoeder van het zagen. Voor ik ga monteren wil ik alle onderdelen zoveel mogelijk af hebben. Het wordt een hele verzameling puzzelstukjes. Alles is uitgetekend op schaal en minstens tien keer nagekeken op juistheid.

.

22 juni 2015 009

Dit is de uiteindelijke tekening op schaal. Ik kan alle onderdelen rechtstreeks overtrekken en uitzagen. De vormgeving van de glooiende lijnen kan nog iets veranderen.

.

Henk tuurt naar mijn tekening met de goot en de stootlat. Die is nodig om het breedste punt te beschermen tegen botsen.”Wat is dat voor blokje, dat je onder de stootlat hebt getekend?” vraagt Henk aan mij. “Rubberen afhouders, gemaakt van auto- of trekkerband.”
“Goed plan, rubberen blokjes er onder. Zo heb je meer ruimte voor de goot. En autoband is vrijwel onverslijtbaar en is overal te vinden. Maar hoe is de afwatering van het dak?”  “Dat weten we nog niet. Heb jij een idee? Afwatering is toch je vak?” We wachten nieuwsgierig af wat hij gaat zeggen. “Wacht, zegt hij, “Ik breng eerst even de afwas naar huis. Hij stapt op zijn fiets en rijdt rammelend verder. Even later komt hij opgewekt terug lopen. Wij stoppen ons gesprek tot hij bij ons is en kijken hem nieuwsgierig aan. “Ik heb een idee”, begint hij. “Als je het dakrubber nou dóór laat lopen in de goot, het erom heen vouwt en vastplakt met EPDM lijm, dan heb je een hele goeie goot en geen lekkage. De ondersteuning van de goot kan je zò maken dat de stootlat er tegen aan kan geschroefd.” Henk laat een eenvoudig tekeningetje zien.
“Ja,” zeg ik bedachtzaam en kijk Dick even aan. “Dit is de beste oplossing.” Henk neemt het compliment bescheiden in ontvangst. “Jullie plan vond ik óók erg goed hoor! .. Maar nu ga ik ga weer verder,” zegt hij dan. “Wij ook,” antwoord ik.
“Dag Henk!”
“Dag Alowieke, dag Dick!”

.

Ik probeer geen enkele afgesloten ruimte te maken. Ik wil dat alles blijft ademen, vooral onder de vloer kan het soms vochtig zijn. Daar is het extra belangrijk.

.

Ventilatiegaten onder de vloer.
Ventilatiegaten onder de vloer.
Resthout na het gaten zagen
Resthout na het gaten zagen
Ventilatiegaten gezien van onder de vloer.
Ventilatiegaten onder de vloer waar de isolatie komt

 

 

Een heel werkstuk

blogtek 18-05

Het is zondagavond. In mijn kleine huisje is het lekker warm, buiten waait het. Dick en ik hebben in de laatste uurtjes nog even doorgewerkt. Het resultaat is er. De eerste spant. Het wordt één van de ribben van het skelet dat mijn nieuwe wagen gaat vormen. Straks komt de buitenwand er als een stevige huid tegenaan geschroefd. Van onder is de wagen smal, dat scheelt in gewicht, en ik kan vaker tussen paaltjes door rijden. Mijn spanten hebben twee bochten. Het meten en maken daarvan is een tijdrovende klus. Harde hoekstukken worden verbonden met dunne vuren latten. De hoeken liet ik door de timmerman maken, zodat ze allemaal gelijk zijn. De allereerste spant hebben we stevig in elkaar gezet, met lijm en schroeven. We kijken er naar.

“Nou, zet je eerste exemplaar maar tentoon, midden in de kamer!” zegt Dick triomfantelijk. Ik lach hem toe en haal ons werk uit de mal. Voldaan pak ik het zachte vurenhout beet en trek het tussen de vastgespijkerde latjes vandaan. Het zit goed vastgeklemd, dus het moet op de millimeter af kloppen. Trots en tevreden zet ik het werkstuk naast de spiegel.
Dan valt me iets op. Het lijkt niet recht te zijn. Hangt de spiegel scheef? Zie ik wat ik zie?
“Hij is scheef,” mompel ik hardop, meer tegen mezelf dan tegen Dick. Dick lacht, alsof ik een flauw grapje maak en gaat verder met opruimen. Ik kijk nog eens en besluit om het te vergeten en eerst te gaan slapen.

De volgende ochtend word ik alleen wakker. Dick is al vroeg opgestaan en terug naar huis gegaan. Ik kijk naar het stukje lucht dat ik zie, tussen de gordijnen door. Bewolkt. De kamer is frisjes, buiten de dekens. Ik schiet snel mijn sokken en pantoffels aan en pak mijn kleren. Vandaag ga ik lekker binnen werken.

Na de eerste rek- en strek oefeningen loop ik naar het werkstuk van gisteren. Zal ik hem eens terugduwen in de mal? De mal staat rechtop tegen de wand aan. Eens kijken. Ik duw, probeer wat, maar het lijkt niet te kloppen. Toch krom? Op het eerste gezicht lijkt het verschil wel twee centimeter. Terwijl het gisteren perfect was. Ik haal mijn wenkbrauwen op. Maar even rustig de tijd nemen.
Na het ontbijt leg ik de mal neer op de grond. Dat werkt prettiger. Aandachtig schuif ik het werkstuk opnieuw tussen de latjes van de werkmal. Het gaat veel makkelijker, zo op de vlakke grond. Ik zucht opgelucht. Het bovenste gedeelte is ietsje krom, maar niet zo erg. Geen twee centimeter, maar slechts een halve. Gelukkig! Dat trekken we wel recht, vastgeschroefd op lange liggers. De dunne vuren latten zijn er soepel genoeg voor.

O, ik weet het. Hout werkt. In een droge atmosfeer kan het krom trekken of barsten. Daarom probeer ik sterk te bouwen, maar ook luchtig en flexibel. Wellicht kan ik zo problemen voorkomen. Wie weet lukt het me, er iets bijzonders van te maken. Een fijne wagen, echt de mijne.

.

18-05-15 002

.

.18-05-15 004

.

18-05-15 007

Onderaan rechts ontbreekt een lat. Op die plek heb ik een lage binnenwand, die nu al op de wagen zit. Hier zitten de regels van de vloer en de spanten van de wand aan vast. Daar komen ook twee klapstoelen aan. Zie foto’s onderaan het verhaal: “Kop of munt”. Vandaag, dag van publicatie van dit verhaal, heb ik de helft van de spanten af.

https://alowieke.wordpress.com/2015/05/05/kop-of-munt/

Om moeiteloos te rollen

blogtek Moeiteloos rollen

Spannend is het, o zo spannend
om straks echt van hier te gaan
En als ik rijd in land zo wijd
laat ik me rollen als een keitje
in de grote oceaan

Keitjes in het grote water
o ja ja, die rollen wel
maar ik als mens heb meer te wensen
Ik denk ook aan later

 

. . .

Zondag 26 april

Het is “Dag van de Aarde.”  Het wordt gevierd in een oud klooster in Eindhoven. Hier en daar staan en zitten mensen te praten. Ook binnen zijn mensen. Er is een imker, een boekenkraam, muziek. Publiek loopt van het één naar het ander. Ze lopen in gangen, zaaltjes en op de binnenplaats. Ik zit in de weelderige tuin. Hier is het rustig, er zijn maar een paar mensen. Ik heb mijn miniwagentje mee, in een zwart kistje. Ik haal het eruit, en zet het voor me op de picknicktafel.

“Mooie maquette heb je.”  Jan, een jonge vent, vindt het groene modelwagentje prachtig. “Erg leuk dat je je ideeën gelijk tastbaar maakt. Het ís echt al wat hè? Het plan hèb je!”

“O, het is niet alleen een plan hoor, ik heb het onderstel al, het fundament is klaar, en de meeste bouwmaterialen zijn binnen. Een heel gedoe…”

“Goh.. Ja, dat kan ik me voorstellen.” Het is even stil en Jan kijkt naar het kleine groene woonwagentje in mijn hand. “Ik wil ook graag anders leven, meer zelfvoorzienend.” zegt hij dan. “En ik vraag me af hoe anderen dat kunnen, die dat schijnbaar moeiteloos voor elkaar krijgen.”

Ik kijk hem lachend aan. “Moeiteloos? Vergeet het maar. Ik ben ook wel eens bang en heb twijfel. Iedereen toch? Ik ga slapen als ik het niet zie zitten.  Kan ik ’s ochtends fris weer verder.”

“Ja, jij bent een heel eind op weg. Maar ik vraag me af hoe ik nou moet beginnen.” Hij kijkt nadenkend voor zich uit. ” Ik wil in elk geval veel meer de natuur in.”

“Dat kan je toch ook opzoeken waar je nu bent? Dat is al wat.”

De jongen knikt en zijn ogen lichten op. “Ja, ik weet al wat…” zegt hij. “Bedankt voor het inspirerende gesprek.”

28-04-2015 001

Technische toevoeging

Dit is het fundament. Op het staal van de wagen ligt overal kunstrubber, tegen het inrotten. Daarop ligt de plaat. De merantiblokjes (rechts te zien) zitten met lijm en slotbouten vast, dwars door plaat en staal heen. Opnieuw met rubber tussen bout en hout. Aan de blokjes komen de regels van de vloer, dwars door de verticale plank heen. Je ziet de gaten zitten, waar de zon doorheen schijnt.  Aan de blokjes komen ook de spanten van de wand vast te zitten, die naar de dakbogen leiden. Voor de hoekstukken heb ik superlijm gebruikt, dat sterker is dan hout. (Weer die zeewaterbestendige lijm van Bison. Het is nu op.)

Zagen!

blogtek Zagen

.

Ik draai de sleutel om. De oude groen geschilderde schuurdeur gaat makkelijk open. Het is koud en vochtig binnen. De stenen vloer biedt niet veel warmte en kleine stoffige raampjes laten maar weinig licht door. Vlak naast de deur liggen dikke rollen schapenwol. Het is isolatiemateriaal met groen plastic erom.  Ik loop verder naar al het hout, dat gisteren werd gebracht, en aai over een gladde blankhouten plank. Het is een hele lange, dit moet de nok zijn, al op maat gezaagd door de timmerman. Er ligt nog veel meer op de stapel, die we gisteravond gauw naar binnen hebben gesjouwd, de timmerman uit Esbeek en ik. Wat is het veel! Zou dat allemaal wel kloppen, vraag ik me af.
Ik krijg er de kriebels van. Eerst maar eens overal een plakkertje opzetten waar het voor is. Met een rol tape en een merkstift in de hand ga ik alles af, kijk, meet, schrijf, plak en schuif. Aan het eind van de ochtend ligt alles keurig gesorteerd bij elkaar.

Ik zag er tegenop, om de grote doorbuigende vloerplaten over de kleine tafel van de cirkelzaag te halen. Hoe krijg ik dat ooit stabiel, vroeg ik me af. Ik had eigenlijk de handcirkelzaag willen pakken, maar verschillende mannen hebben me ervan overtuigd dat een zaagtafel beter is.
Dick is er. Hij helpt me, volgt mijn aanwijzingen, geeft suggesties. Dat is fijn. We pakken de grote populieren platen en leggen de afgetekende lijn vlak voor de zaag. Dick staat klaar als een ervaren aanduwer en ik sta ernaast om te geleiden. Ik druk op de groene knop en het geluid van de motor vult de ruimte. Rustig schuift mijn grote vriend de plaat verder de tafel op. De zaag snijdt met geraas door het hout. Meteen al zie ik de plaat twee millimeter scheef schuiven.  “Terug, terug!” roep ik, terwijl ik de plaat probeer terug te duwen. “Naar links!” wapper ik met mijn handen. We proberen het nog eens. En nog eens. Het lukt niet om de twee-en-een-halve-meter stabiel voor de zaag te krijgen. Ik krijg er de zenuwen van. “Laat maar zitten Dick, we gaan buiten verder. Met de handcirkelzaag.”

De wagen staat buiten op het veld, achter een huis in aanbouw. We sjouwen de plaat het hoekje om en leggen hem klaar op de wagen. Ik ben rustig en vol concentratie. Dan zet ik mijn handcirkelzaag in het hout, om de grijze potloodlijn te volgen. Gehurkt op de plaat volg ik lenig de lange lijn. Dit is fijn en vertrouwd. Geen supermachines maar gewoon. Mijn eigen oude, maar nog altijd scherpe cirkelzaag.

“Heb ik de zaagtafel nu voor niks gekocht,” vraag ik me af bij het koffiedrinken. “Nee, ik denk toch niet,” vervolg ik dan. “Voor balkjes zagen in de lengte is hij perfect. De wanden en deuren worden immers hol. Voor het vulhout zal ik nog veel moeten schulpen.”

“Ja”, zegt m’n vriend bedachtzaam. Dat denk ik ook.” Het is even stil voor hij verder gaat.. “Het gaat een mooie wagen worden, meissie! En het begin heb je vandaag gemaakt, want de vloer is de basis!”

.

kopse kanten met lijm

De bodemplaat is van populierenplaat. Dat is lekker licht en het hout komt uit eigen land. Het is wel nodig om het goed te behandelen, anders rot het razendsnel weg, vooral via de randen. Daarom heb ik alle kopse kanten ingesmeerd met zeewaterbestendige lijm van bison. De vlakken behandel ik met bootolie. De bodem bestaat uit verschillende delen, vanwege de ondiepe, maar ruime kast onder de vloer.  Er zijn vijf luiken om erbij te kunnen.

 

“Laat maar gaan!”

Aankomst onderstel woonwagen440cm bij 150cm, en nog 50cm voor bordesje (heb ik beet).

.

“Er is hier iemand voor jou!” hoor ik de beheerder roepen. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Ik spring naar buiten, het bordes op, het trapje af, het grasveld over, naar de parkeerplaats. Mijn wagen is er. Helemaal vanuit Warnsveld naar hier gereden, op een trailer. Grijnzend staat de smid naar me te kijken.
Ik bekijk het fonkelnieuwe ding van alle kanten, het gegalvaniseerde ijzer ziet er uit of het nog veertig jaar mee kan. Zo fijn, een nieuw voertuig dat in zijn geheel in een zinkbad heeft gelegen! Hoeveel krabben, bikken en smeren scheelt mij dat… Ik denk aan vroeger, nog niet zo lang geleden. Dagenlang lag ik soms op mijn knieën tussen de spanten, of op mijn rug, onder één van de boten. Een hele vloot was het.  Er is iets anders in plaats gekomen. Deze schitterende start van mijn nieuwe project.
Wat een vakwerk, de bouwers hebben al mijn aanwijzingen zorgvuldig gevolgd en de details zijn perfect uitgevoerd. Heerlijk. De onderhoudsvrije wielen en assen, de handrem, de beugels voor extra laadruimte onder de vloer, de dissel die er zijdelings naast hangt. Die extra dissel, dat wilde ik ook graag. Als ik een berg op wil, kan ik de muildieren losmaken en een boer vragen of hij me wil trekken met de tractor, of iemand met een auto.

“Ja! Laat maar gaan!” roep ik. Ik sta klaar. De smid laat de staalkabel langzaam vieren. Ik heb het koude ijzer van de wagen stevig vast en help sturen, zodat de wielen niet van de rijplaten afglijden.

Aankomst onderstel

Dan rijden we hem het veld op. Ik kan het makkelijk trekken, in mijn eentje, over het zompige grasveld. Wat rijdt hij licht en wat is hij wendbaar! “Ik kan hem zelf wel trekken, ik heb helemaal geen dieren nodig!” roep ik uit. De anderen lachen.
Als we de bocht moeten maken naar het stenen plaatsje heb ik hulp nodig. Ik stuur, de ander duwt. Snel en gemakkelijk keren we de wagen op de plek waar ik  verder  ga bouwen.

Ik ben blij. Als ik straks de sleutel van de schuur krijg, dan kan ik de werkplaats gaan inrichten. Een goed begin is het halve werk! Een nieuwe stap op een lange weg te gaan. Ik verheug me er op.

.

aankomst wagen details 004

De remkabel.

.

aankomst wagen details 008

Stukje band, wielas, vloerspanten en beugels voor kastruimte onder de vloer.

 

 

 

Het komt er

kolibrie achter 020

De jassen hangen, tassen zijn weer leeg en de inhoud ligt op tafel. We werpen ons op een flinke berg groenten en knollen. Onze messen hakken en snijden tot het klaar is. Ik schep op en zet de twee dampende kommen op tafel, met  twee lepels, elke kom één. “Wil je er geroosterde zonnebloempitten op?” vraag ik. “Jaaa graaag!” zegt Dick.
Ik rooster de pitten tot ze heerlijk beginnen te geuren en een lichtbruine tint krijgen en strooi ze erbij. Gretig begint mijn vriend te eten. Hij is gek op mijn maaltijden.
“Hoe ga ik dat doen, koken in mijn nieuwe wagen?” denk ik hardop. “Dan kook ik immers buiten. Daar is het donker in deze tijd en er is geen licht.”
Het is even stil en ik hoor alleen het geluid van kauwende kaken.
“Ik denk dat ik het overdag ga doen, dan maak ik een hele pan kool en knollen in één keer, net zoals nu.”
“Ja, dat deden ze vroeger ook, overdag koken. Zo hoort het eigenlijk.” Hij kijkt me kort aan en ik knik.
“Daarna schep ik elke dag wat uit die grote pot, doe er wat groene blaadjes bij, en warm het binnen op.”
“Op de kachel.” Dick schraapt het laatste restje uit zijn kom.
“Ja! ’s Winters op de kachel en ’s zomers buiten. Zo logisch eigenlijk.”

Mijn pen tekent de lijnen, scherp, zwart en strak.
Vandaag maak ik geen bouwtekening, maar een kleurplaat. Zo kunnen anderen ook zien, wat ik voor me zie. Ik pak het ene potlood na het andere, totdat het meer en meer gaat leven. Een heerlijk beeld is het, ontspannen, vrij en zonnig. Je zou er zo in willen stappen. En toch vind ik het best spannend. Ik kijk naar de vriendin op de tekening. Blij en tevreden leunt ze op haar ellebogen en kijkt vanuit het bed naar buiten. Gaat het zo worden als ik getekend heb? Uiteindelijk ben ik straks meestal alleen op pad. Daar ga ik van uit. Het zou leuk zijn, één of meerdere reismaatjes, met ook een wagen. Maar ik weet niet of die er zullen zijn. Ach, ik zie wel…

Sommige mensen dromen van een nomadisch bestaan. Weinigen doen het ook. Of ze zijn er niet aan toe. Dat snap ik best. Als je vriend of vriendin niet meegaat, dan moet je afscheid nemen. En van je andere vrienden. En dan hebben de meesten nog een huis, vast werk en een hoop spullen… Wat doe je daar dan mee. Alleen al de voorbereiding vraagt doorzettingsvermogen. En veel tijd en aandacht.

Mijn wagen groeit. Het onderstel staat bij de smid, klaar en betaald. Straks worden al mijn tekeningen langzaam maar zeker driedimensionaal. Wat een eer dat ik dit mag doen. Dit trage creëren van iets volkomen nieuws. Lichtvoetig maar vasthoudend ga ik door. Het komt er.

.

.

.

Ps:

Vandaag hoorde ik op radio4 een gedicht, tijdens mijn lievelingsprogramma, Passaggio. Het geeft een antwoord op mijn vraag: Hoe zal het straks zijn? Waar ga ik heen? Hier de eerste verzen.

Eldrid Lunden, Noorse dichteres, op leeftijd

Waar moeten we heen op de dag
dat we zien dat er nergens
een heen is? Wanneer alle deuren open zijn
zoals ze eerder dicht waren, wanneer één
open suizende ruimte alles is wat rest
van al je verlangen?

***

Het grote groene schouwspel
en de regen die geluid maakt
het donker van de wind in de boom
bos op een zwarte bodem

de wind in, in de wind

Herfstwerk

herfstwerk 0002

De lucht is grijs als een grauw laken. Het motregent. Ik ben klaar met ontbijten en de dagelijkse oefeningen. Wat nu? De grijze stilte maakt me traag. Ik besluit om eerst een rondje te gaan lopen, voor ik aan het werk ga. Om mijn woonwagen scharrelen bruine kippen en wit-met-zwarte, op zoek naar zaad en beestjes in het gras.
Ik loop het trapje af van het bordes en verder het gras over, tussen de bosjes door, het zandpad op. Het monotone geluid van landbouwmachines, dat pas nog onophoudelijk klonk, is gestopt. De horizon verdwijnt in een mistige verte. Waar deze zomer uitgestrekte maisvlaktes lagen, zie ik nu omgeploegde akkers met her en der uitstekende stompjes stengel. De zanderige grond is donker van de regen. Er vliegt een groepje kauwtjes, verder is er geen beest te zien. Als ik langs de wei van de manege loop, schrik ik op van een koppel patrijzen, dat de vlucht kiest. Maar konijnen zie ik nergens, geloof ik. De jagers hebben goed hun best gedaan.
De vochtige kou doet mijn vingers verstijven. Ik trek aan de mouwen van mijn jas, tot ver over mijn vingers. Het begint iets harder te regenen en ik loop stevig door. Ik wil graag nog een tak uit het bos halen, voor die kletsnat geregend is. Ik wil geen nat hout in mijn kachel. De onderkant van mijn klompen is ook vochtig en geeft wat mee, als ik op een takje of steentje stap. Ik zal er binnenkort wel doorheen gaan.
Even later ben ik bij het bos. De tak die ik heb klaargelegd, ligt achter een bos grote varens. Ik neem hem op mijn schouder en wandel terug. De beboste oase van de camping is van verre te zien, over de rechte weg. Daar is de grinderige oprit al. Ik loop door naar het natte veld. Aan de rand ervan, tegen een bosje, staat mijn roestrode woonwagentje, nog steeds omringd door bloemen. Mijn thuis. De tak leg ik te drogen onder de wagen.
Als ik binnenkom straalt een heerlijke warmte mij tegemoet. Mijn kachel is een beste. Hij gééft warmte en houdt het nog vast ook. Want mijn huisje doet dat niet. Het zijn maar dunne wandjes.
De nieuwe wagen wordt anders. Zo’n zware kachel neem ik echt niet mee op reis. Dus er komt een dikke laag schapenwol die kou buiten moet houden. Wol neemt vocht op en laat het ook weer los. Zo heb ik geen last van condens en eventuele schimmels.
Op mijn witte werk- en eettafel ligt een dik boek vol tekeningen en berekeningen. Soms wel vier of vijf keer herzien. Vorige week heb ik drie dagen besteed om al het soortelijk gewicht op te tellen, van de materialen die ik nodig heb. Inclusief kachel. Ik was er duizelig van.
Ik ben al zolang bezig. . . Mijn blik glijdt van het boek naar het raam. De kippen schuilen onder een afdakje, samen met een klein konijntje.
De herfst is echt begonnen. Grauwe luchten, regenval, het is me best. Het werk ligt klaar op tafel, de kachel gloeit knus en warm. Ik ga er wat moois van maken.

Ontwerpboek wiekieskolibri 001

Opdracht voor de smid

Opdracht sm 3 002

Muren van grijze steen begrenzen een kale ruimte. Door de grote ramen zie ik het pand aan de overzijde, waar de secretaresse in wit licht achter haar computer tuurt. Tegenover me zit de smid van Warnsveld. Op tafel ligt een groot vel papier met de constructie tekening van mijn nieuw te bouwen wagen. Hij gaat voor mij het onderstel maken.

„Ga je er echt in wonen of is het maar voor kort?” Hij kijkt me nieuwsgierig aan.
“Ik ga er in wonen. Het moet comfortabel worden. Ook wil ik door zand, bossen en door ruigtes kunnen rijden. Dus het moet makkelijk wendbaar zijn. En niet te groot en te hoog. Lastig kiezen, zo allemaal bij elkaar.”
“Je zal toch iets grotere wielen moeten nemen, die kleintjes schuiven het zand voor zich uit. Vroeg of laat zit je vast.”
“Ja daarom heb ik aan de achterkant een ingebouwde wielkast bedacht met grote wielen. Die steken uit boven de vloer.” Ik wijs het aan op de tekening. “De voorwielen zijn wèl erg klein. Moeten die groter? Ik hoopte de vloer zo laag mogelijk te kunnen houden. . Onder de laadruimte heb ik ook maar dertig centimeter tot de grond. Is dat te weinig, komen we dan met de onderkant vast te zitten?“
“Het is aan de krappe kant, als je door ruig gebied wilt trekken.”
Hij is even stil en kijkt door het raam.
”Ik zal je mee naar buiten nemen” zegt hij dan. “We kunnen eens kijken bij andere wagens. Dat is duidelijker dan een tekening.”
Het is fris en het waait en druppelt. Ik loop achter hem aan over het grind. Achter de gebouwen ligt een hectare grond. Verspreid over het terrein staan aanhangers, paardentrailers en een stapel pallets.
“Kijk,” zegt hij en staat stil bij een glanzend nieuwe aanhanger. “Dit is een mooi wiel.” Hij aait over het harde rubber. Ik zie een klein breed wiel, maar groter dan ik zelf had bedacht.
“Ik zal eens meten,” zegt hij en pakt de rolmaat uit zijn zak. Hij meet vanaf het zanderige grind tot de onderkant van het voertuig. “Vijfenzestig centimeter tot de vloer.”
“Dat is tien centimeter hoger dan ik bedacht had,” zeg ik. “ Twee-meter-zeventig wordt mijn nieuwe wagen dan.”
“Die paardentrailer is precies even hoog,” wijst hij.
Ik kijk en denk. Goeie wielen en genoeg ruimte in en onder de wagen, het is allemaal belangrijk. Maar dit alles wordt hoger dan ik hoopte. In een bos rijd ik snel tegen takken aan. Wat is belangrijk? Die vraag heb ik al vaak gesteld. Ik overweeg. Een tak die in de weg zit kan ik meestal wel afzagen. Maar een mul zandpad of uitstekend rotsblok in de weg, daar doe je weinig aan…
“Ik heb genoeg gezien.” zeg ik resoluut. “Dit wiel wordt hem.”
We lopen terug naar het kantoor en ik neem afscheid. De bouwtekening mag hij houden. Ik pak mijn rugzak en neem de vouwfiets. “Tot over een week of zes! “ roep ik. Hij lacht. Tevreden begin ik de terugtocht. Terug naar huis, naar Haghorst.