Aan het einde van de melkweg

.

Geluk-van-de-levensgenieters-kl-frm

.

Geluk

In takken groeperen zich groene zinnen
popelend om alle kanten uit te lopen

Op stoeptegels een kindertekening
door regenschrift al half gewist

Achter een dakkapel begint een merel te zingen
houdt dan midden in zijn herinnering op

In mijn hoofd vertwijgt zich zijn lied – niemand
ziet iets aankomen, dat is ons geluk.

Bernlef (1937-2012)


 

Het is nog vroeg en schemerig. Half acht, zie ik op het klokje. Ik sta op en kleed me warm aan. De kachel brandt al, die heb ik om half zes al aangestoken. Zou er sneeuw liggen? Ik kijk door het gordijn. Er ligt een dun laagje, de grassprietjes steken er met hun toppen net precies boven uit.
Ik veeg de vloer met stoffer en blik en gooi het stof in de compostemmer. Als het schoon is doe een paar oefeningen, springen, strekken, balanceren op één been met de ander hoog in de lucht. Rustig adem ik door terwijl de oefeningen zich als een dans aanéénrijgen. Ik druk me vijftien keer op. De vloer is koud. De gevechtsdans duurt wat langer. Daar krijg je het lekker warm van.

Ik kijk nog even mijn mail na. Er staat weer een artikel in van de Correspondent en ik volg de discussie, die eronder staat. Iemand heeft het over “een gebrek aan vooruitgangsdenken.“ Ik vraag me af wat hij bedoelt.
„Welk vooruitgangsdenken kiezen we dan, het jouwe of het mijne?“ Dat typ ik eronder en ik klap de laptop weer dicht.

Als ik klaar ben kijk ik naar het aanrecht. Er staan drie lege flessen. Er hoort melk in, geitenmelk. Het is op, tot op de laatste druppel. Zal ik naar de boer fietsen? Dan ben ik lekker op tijd. Ik besluit daad bij woord te voegen en stop de flessen in een linnen tasje. Op het aanrecht ligt nog precies drie euro. Ik stop de koude muntstukken in mijn zak, doe een warm wollen rokje over mijn broek en ga naar buiten om mijn fiets te pakken. Het sneeuwt nog steeds. Mijn fiets staat droog onder een hutje van golfplaat. Ik heb het hutje helemaal met dakpannen bedekt en er groeit klimop overheen. Maar eigenlijk is het net iets te laag. Iets hoger zou beter zijn. Om mijn fiets te pakken moet ik een beetje bukken. Maar ach, erg is het niet. Ik stop de flessen in de fietstas en maak het eerste spoor over het witte veld, mijn voetstappen naast het slingerspoor van banden.

Ik kom aan bij het erf van de boerderij. Mijn sjaal is wit gesneeuwd. Het hek staat open, dat is een veeg teken. Als het hek openstaat, dan is de melkwagen al geweest en is de tank leeg. Ik maak rechtsomkeer. Teleurgesteld fiets ik weer weg, wuif nog even naar de boer, die achter het raam met zijn gezin zit te ontbijten. Hij wuift terug.

Thuis doe ik mijn natte sjaal af en mijn wollen beenwarmers droog ik op de kachel. Ik ga zitten. Mijn ellebogen steunen op mijn knieën, mijn hoofd rust in mijn handen, als een mislukt beeld van Rodin. Ik baal. Nou heb ik geen melk. Wat nu? Ik heb helemaal geen zin om chagrijnig te zijn omdat ik geen melk heb. Ik kan het ook wat anders doen. Ik kan thee drinken, kruiden zijn er in overvloed. Thee is ook lekker. Zelfs nu vind ik hier in de tuin nog verse munt, op de meest beschutte plekken. Zò lekker met gember! Blij spring ik op en loop naar buiten.

Als vooruitgang een rijker leven betekent, dan is dat voor mij, dat alles er is wat ik nodig heb. En als je met weinig tevreden bent, dan groeit geluk op elke hoek van het pad.

 

 

Een levensgenieter voedt niet alleen zichzelf,

maar ook het leven dat hij geniet.

(Alowieke)

 

 

Die heerlijke eenheid van leven en wonen

.

hangmat-uitproberen-in-de-woonwagen-kl-frm

.

De zon schijnt door de ramen. Fel en wit straalt hij op de nieuwe voordeurtjes. Ze zitten er alle vier in, twee boven en twee onder. Ook de vurenhouten vensterbanken baden in het winterse licht. Ze reflecteren hun warme oranje kleur in mijn richting. Ik krijg er een tevreden gevoel van. Het ligt er vol houtstof, schroeven, boortjes, allerlei stukjes hout. Eén blik en je weet het. Hier wordt gewerkt. Maar vandaag niet! Ik ga iets heel anders doen. Om een lang project leuk te houden, moet je bezigheden af en toe variëren. Iets doen waar je eerder nog niet aan dacht, iets leuks, met een snel resultaat.
Deze week werd ik wakker met een prachtgedachte. Ik zag het helemaal voor me. De hangmat, nù wist ik precies waar hij moest hangen! Hij zou een plek krijgen tussen de twee noklatten! Grijnzend bedacht ik me hoezeer alles met elkaar klopte, de beschikbare ruimte waar ik hem zou opbergen, de kracht van de construktie die juist op die plek hartstikke sterk is. Het warme groene doek zou perfect passen bij de geelwitte katoen van het dak.

Dus daar sta ik dan, mijn hoofd in de nek, frutselend met de harde lus van het uiteinde van het grote groengekleurde kleed. Om straks niet plotseling op mijn kont te liggen, maak ik hem vast met een abusslot. Het slot past mooi om de essenhouten boog heen die in de nok tevoorschijn komt. Hetzelfde doe ik met de andere kant, onder het lange, smalle daklicht. Het past allemaal precies. Tevreden wip ik mijn achterste over de rand van de mat en rol achterover. De stevige stof sluit zich om mijn lichaam als een noot in zijn dop. Is er iets fijners dan zo te liggen, met de zon in mijn gezicht?

Het is lekker in de wagen, terwijl het januari is en ik nog geen kachel heb. De zonnewarmte valt door de ruiten naar binnen. De dikke laag wol houdt de kostbare warmte vast, de lucht is droog en aangenaam. Terwijl ik van uit de hangmat door het raam kijk, vraag ik me af hoe de ruimte verhouding van mijn wagen is, de muur en isolatie ten opzichte van de binnenruimte. De muren, het dak en de vloer zijn bijna tien centimeter dik. In totaal kom ik kom uit op iets minder dan dertien procent van het geheel. Hoeveel is dat bij andere huizen? Raar eigenlijk dat ze de grootte van de binnenruimte ongemoeid laten bij de bouwwet voor isolatie. Het maakt nogal wat uit of je deze wand voor een kasteel gebruikt, of voor een heel klein huisje. Dat het wat klein is vind ik niet erg. Als ik hier in mijn hangmat lig ben ik helemaal gelukkig.
Hoeveel anderen zullen mij nog volgen? Er zijn er genoeg, mensen die geen huis kunnen betalen en voor wie klein wonen een uitkomst is. En ook voor anderen kan het de oplossing zijn, dakloze Groningers, flexwerkers die mobiel willen wonen, forenzen die niet meer willen reizen. Het meest houd ik van mensen die net als ik, van weinig kunnen genieten, als ze maar veel groen om zich heen hebben. Mensen met respect voor de bodem waar we op staan, voor de lucht die we inademen en daarom kiezen voor klein en eenvoudig.

Ik besef hoe bijzonder het is dat ik dit kan bouwen, in mijn eentje, zonder voorbeeld. En steeds meer ben ik ervan overtuigd: dit wordt een plekje om in de meest extreme omstandigheden toch prettig thuis te kunnen zijn, of het buiten nou bloedje heet is, of hartstikke koud. We zullen het allemaal meemaken. Het moment dat ik erin ga wonen komt steeds dichterbij.

Zo lig ik in mijn hangmat en kijk naar buiten. Ik heb er vertrouwen in.

.

.

Inspirerende links:

http://www.tinyhousenederland.nl/inspiratie/we-hebben-meer-pioniers-nodig/

http://www.tinyhousenederland.nl/regelgeving/tiny-house-wetgeving-van-bouwbesluit-tot-omgevingswet/

Voetenbadje

.

-voetenbadje-onder de tafel.

Het is weekend.
Buiten stralen de honderden
heldere sterren in een zwarte
koude hemel
de kachel brandt rookloos

Hij
zit tegenover mij
aan tafel in mijn kleine huis

Zal ik een voetenbadje maken
vraagt hij
Is goed zeg ik
en weg is hij
ik luister naar de stilte
en wacht

Hij komt terug met in zijn handen
een grote gele klotsende bak
ik gooi er een wit klontje in
als hij hem neerzet
onder de tafel

Ik til mijn blote voeten
van de nogal frisse vloer
en laat ze zachtjes plonzend
zakken in het warme water
ik voeg ze bij de zijne
en voel zijn gladde vel
samen kan het nèt

Zit er wel soda in
vraagt hij
Ja er zit soda in zeg ik
en roer ondertussen
in een grote kop met
dampende koffie en melk

Hoe erg het ook allemaal is
wij genieten als kinderen
met poedelende voeten
samen onder de tafel

 

Engelenvleugels

.

engelenvleugels-woonwagen-luifel

 

.Het is gegaan zoals het hoort. Op een stralende zondagmiddag heb ik, met hulp van Dick, twee engelenvleugels aan de wagen vastgemaakt. Stralend wit in de zon heten ze je welkom, aan weerszijden van de deuropening. De vleugels hebben een open vorm, in het midden is een gat uitgezaagd en gladgebeiteld. Het gat heeft de vorm van een blad of een veer. De vorm kwam vanzelf uit mijn handen, toen ik er deze winter aan werkte.
De engelenvleugel is een bijzondere variant op een traditie. Eigenlijk horen er èngelen aan een woonwagen te hangen, gekrulde koppen met nog meer krullen eromheen. Ze houden niet alleen de dakrand omhoog, ze beschermen je ook tegen ongeluk onderweg.

De warme middagzon straalt nu warm op mijn bruine schouders. Ik sta op een afstandje van mijn wagen, warmgroen en lichtblauw geschilderd, als bossen met een zachte avondhemel erboven. De vleugels zijn nog wit van grondverf. En nu, terwijl ik dit alles gedachtenloos gadesla, zie ik iets merkwaardigs. Mijn engelenvleugels lijken iets heel anders te doen dan beschermen. Ze stralen openheid uit, en vertrouwen. Ze lijken je stralend te omarmen. Ik ben er stil van. Dit is de pure eenvoud die ik bedoel, de kern van wat leven voor mij is. Volledig vertrouwen. Zo hard als een diamant, zo zacht als zijde.

De vleugel zit stevig vast. Dat moet ook. Mensen zullen zonder twijfel de onderkant van de vleugel pakken om zich omhoog te hijsen. Dus het moet ook sterk zijn. Ik vond de oplossing. Ik heb hem vastgelijmd met Superdesuperlijm. Ongelooflijk, ik wist niet dat het bestond, lijm met een kracht van 110 kg per cm2! Meestal gebruik ik de onschadelijke houtlijm, maar in dit geval wil ik geen risico nemen en kies ik de allersterkste lijm die ik kan vinden.

Het werk aan de wagen is nu erg afwisselend. Constructieve klussen wissel ik af met schilderwerk. Met de kwast streel ik de schoonheid van de wagen, en maak hem nog mooier dan hij al is. Heerlijk, om te zien hoe hij uit de verf komt, hoe de vorm eindelijk volledig tot zijn recht komt.

Terwijl ik kijk naar wat gedaan heb, besef ik nog iets. De openheid, de lichtheid, de vloeiende vorm, dit is een wagen om Bach in te spelen, op mijn dwarsfluit! Vroeger speelde ik veel Bach en vond ik dat heerlijk, maar dit zilveren instrument ligt al vele jaren stil opgeborgen in zijn zwarte doos. Hij begint de laatste tijd zachtjes naar me te roepen. Ik moet nog veel weg doen, om op zes vierkante meter te kunnen wonen. Maar mijn fluit gaat mee. Dan zijn het niet alleen engelenvleugels die omarmen. Dan is er ook muziek, die harten kan verwarmen. Ik hoop het.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Afina Kuiper

voetnoot-alina.

Op de afbeelding zie je een favoriet van mij; autobiografisch verhaal van M. Wylie Blanchet die op jonge leeftijd weduwe werd. Ze woonde begin 1920 zeer afgelegen in fairy tale blokhut in British Columbia en besloot daar samen met haar 5 kinderen te blijven wonen nadat haar man niet terugkeerde van een zeiltocht en vermoedelijk verdronken is.
Ze besloot elke zomer haar huisje te verhuren en bracht dan juni t/m september door op hun zeer kleine zeilboot. Ze verkende tijdens hun tochten de kreken en baaien van de toen nog ongerepte kusten van Vancouver Island en doet in dit boek verslag van hun belevenissen.

” our world then was both wilde and narrow – wide in the immensity of sea and mount; narrow in that the boat was very small, and we lived and camped, explored and swam in a little realm of our own making”.

Prachtige verhalen over natuur, verlaten Indiaanse dorpen en over hoe weinig een mens eigenlijk nodig heeft ; elk lid van het gezin kreeg 1 stel kleding mee en de hond mocht mee maar verbleef in het kleine roeibootje omdat er geen plaats meer aan boord was…..

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank. Leg het tussen je blote voeten.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

Leve de eenvoud

.

.

.

Engelenvleugel voor de luifel

.

Eenvoud is voor mij
het steeds compacter maken
van wat er werkelijk toe doet
tot het zichtbaar is voor iedereen
Hard als een diamant

Eenvoud komt niet zomaar
je moet er flink voor werken
het is als hakken in een stam
hout tjokvol met noesten

Er zit een beeld in de stam
en alleen jij
hebt een vermoeden hoe het
er uit gaat zien

Misschien zijn het twee vleugels
om te vliegen als het nodig is
de ganzen achterna.

Vleugels om te trekken,
zoals vlinders en vogels op zoek gaan
naar de plek
waar ze willen zijn.

.

.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank, deze week van Frank de Greef

Franks voetnoot

.

.

Een van mijn favoriete passages staat op p. 535:

“Ik wil haar ogen
zo graag zien, papa.”Haar ogen! Verwilderd
kwam Onno overeind. Ook hij had sinds acht jaar haar ogen niet meer gezien!
Moest hij een zuster halen of kon hij zelf een ooglid optrekken? Met een gevoel
dat het niet deugde wat hij deed, boog hij zich over het bed, legde de top van
zijn middelvinger op een ooglid en schoof het voorzichtig omhoog. Samen keken
zij naar het diepbruine, bijkans zwarte oog dat niets zag – zo min als het oog,
dat zich aan de hemel lijkt te vormen bij een totale zonsverduistering.

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

 

Het laatste boek van de plank

.

.

Paul Biegel, De tuinen van Dorr

Als je moest kiezen
welk boek blijft als laatste
is het enige
dat niet mag verdwijnen
van je boekenplank?

Ik dacht er over na,
om het straks
echt te doen!

.

.

We zitten samen te eten, Dick en ik. Terwijl ik mijn laatste hap havermout in de mond steek, kijk ik omhoog naar de boekenplank. Het is maar een klein plankje, maar er staan toch nog vier-en-twintig boeken op. En dan is er nog een grote stapel planten- en bomenboeken, die in de kast ligt. „Ik zal nog heel wat weg moeten doen, als ik in de kleine wagen ga wonen,“ zeg ik terwijl mijn blik over de titels glijdt. „Kerewin, van Keri Hulme kan wel weg. Kan je die meenemen voor op jullie “weggeefkast“? Bij Dick staat een vitrinekastje bij de deur. Mensen mogen er dingen in stoppen of er uithalen. „Ja, kan wel, maar boeken blijven meestal erg lang liggen. We kunnen het proberen.“ Ik knik en kijk hoe hij de laatste hap brood in zijn mond steekt om dan rustig te gaan verteren met zijn rug tegen de wand van de wagen. Ik kijk weer naar de boekenplank.
„Alleen op de wereld, van Hector Malot. Dat vind ik ook moeilijk om weg te doen, net als de Geheime Tuin van Burnett. Maar dat is niet het moeilijkste. . .“ Ik kijk peinzend naar de twee laatste boeken van de rij. Daar staat Hasse Simonsdochter van Thea Beckman, het elfenkind uit Kampen.. Thea Beckman begon pas met publiceren toen ze 47 was, maar wat kon ze schrijven! Al haar boeken heb ik in één ruk uitgelezen. Ik genoot van de avontuurlijke ondernemende karakters, vaak sterke vrouwen uit vorige eeuwen. Ook de trilogie van “Kinderen van Moeder Aarde” vind ik nog steeds prachtig, over de toekomst. Het speelt in het land Thule, het oude Groenland, dat na de opwarming van de aarde een prachtig groen continent is geworden en waar vrouwen regeren.
Toch, het boek van Hasse Simonsdochter is het enige boek dat ik nog van haar heb. Het lastige van de boeken van Thea Beckman is, dat ze allemáál zo mooi zijn en dik ook nog. Geweldig om op een regenachtige dag in weg te duiken, maar niet handig, zo’n rij zware boeken op een plankje in een woonwagentje van zes vierkante meter. Dus ik heb ze weggedaan. Ook Hasse zal verdwijnen, weet ik nu. Ten slotte heb ik mijn e-reader.

„Ik weet welk boek mij het liefste is,” zeg ik plotseling tegen Dick en ik kijk naar dat ene boek. Het is een geelwitte rug met een groenbruine tekening, waarvan ik nu maar een klein stukje zie. De tekening loopt verder op de voorkant van de kaft. Aan één kant is de rug gebobbeld. Dat komt van water. Hij is nat geworden, toen hij in een kelder lag opgeslagen. “De tuinen van Dorr“, van Paul Biegel.

Ik pak het boek van de plank en sla het open. Dieprood papier, zo rood als bloed, is aan de binnenkant tegen de harde kaft geplakt. Het straalt mij warm tegemoet. Het is ook een warm boek, warm, lief en wanhopig. Het begint met een verboden liefde tussen twee kinderen, een prinses en een tuinmansjongen. “Mijnewel en Jouweniet,” noemen ze elkaar. Een heks verandert de jongen in een bloem om van hem af te zijn. Als de bloem verwelkt, plukt Mijnewel het zaad, om een plek te zoeken waar ze het in de grond kan stoppen, een plek waar ze hem weer terug zal zien, haar liefste, als hij weer ontluikt. Ze verlangt er zo naar hem weer te zien! Het kàn, hij kan weer veranderen in Jouweniet, maar dat weet ze op dat moment nog niet…
Ik houd van de taal van Biegel, zo direct en speels. De grote verbeelding die door alles heen loopt. Zijn boeken leven!

Ja, dit boek is het laatste boek van mijn plank. Dit is het boek dat blijft, straks als ik mijn nieuwe huisje intrek, een woonwagen met een vloer van zes vierkante meter.

.

.

Ik begin te lezen…

.

De verloren stad

Er was maar één manier om het pikzwarte water over te komen: in het rieten bootje van de dwerg.
„Dat kost een zoen op je linkerwang,“ zei de dwerg grinnikend.
Hij had een bochel die hem voorover drukte, alsof hij voortdurend een zware zak op de rug droeg.
„ Goed,“ zei het meisje zacht.
De dwerg draaide zich om en liep hobbelend naar de oever.
„Stap maar in,“ zei hij. . .

 

OPROEP

Kies je lievelingsboek, maak er een foto van, het boek op de grond tussen je blote voeten, net zoals de foto hierboven. De vroege ochtendzon of in de avond, het zijn mooiste tijdstippen voor een foto.

Schrijf heel kort waarom je dit gekozen hebt.

Zoek een alinea die je mooi vindt en zet die erbij.

Stuur het naar tt.alowieke@gmail.com. Dan zet ik ze bij elkaar in een volgende blog. Je kan kiezen of je je echte  naam erbij wilt hebben of een nepnaam.

Leuk, Ik ben benieuwd!

Tien paar schoenen en meisjesgenade

.

Blogtek. Tien paar schoenen kl frm.

.

Er was een tijd dat ik postbode was. Ik had een eigen wijkje. Dat deed ik met plezier. Maar één winter lang liep ik op kapotte schoenen. Ooit waren het eerste klas wandelschoenen. Die dagen waren al lang voorbij. De ene zool zat los en als het regende werd mijn sok nat. Er was geen geld voor nieuwe.
Misschien is het daarom, dat het wegdoen van schoenen me moeite kost, bij het opruimen.

Als ik straks verhuis naar mijn kleine coconwoning, dan heb ik slechts een paar vierkante meter. Wat doe ik dan met al dat schoeisel, past het wel? Ik wil eigenlijk geen enkele missen. Dit is wat ik heb:.

.
Klompen voor in en uitlopen en warme voeten
Comfortabele met bont gevoerde terreinlaarzen voor diepe plassen
Hele goeie wandelschoenen
Makkelijke nette schoenen
Uitgaansschoenen met hak
Mexicaanse muiltjes, instappers.
Warme pantoffels voor de winter
Sandalen
Renschoenen met verende zool
Balletschoenen, ook te gebruiken voor klimmen in gladde paal en in bomen.

.

Maar wie weet, de kast onder de vloer is best groot. Misschien past het. Nog even verder bouwen, dan weet ik het.
Ik ga nóg kleiner leven. Van twaalf naar zes vierkante meter. Een poppenhuis is het bijna. Ik heb er zin in. En ach, al zou ik een paar schoenen weg moeten doen. Als dat alles is…

Meer dan wat dan ook is dit huisje van mij. Het is méér dan een ding. Mijn eigenwijsheid zit er in en al mijn jongensachtige meisjesdromen. Ik maak het voor de gein.

Genade en gein is hetzelfde woord, al is er haast niemand die dat weet. Genade betekent dus eigenlijk: Geintje, of heb lol. Zo grappig vind ik dat. Ik moest erg lachen toen ik dat ontdekte. Waarom zou je zaken te serieus nemen. Blijf toch lekker spelen. Jongensgenade of meisjesgenade, allemaal leuk.

Hoera, het leven is een geintje!

.

Bodemcompactie op het land, dat is soms ook geinig.

.

.

Nog meer gedachtes over gein…

.

Als je iemand
iets vergeeft
dan zeg je
Kom,
laten we lekker
samen gaan lachen

Dat is genade
Dat is gein
zonder poespas
Heel gewoon

Weg met de doelenlijst, eerst ik

.

Blogtek. Open constructie in de tuin van eeuwigheid kl.frm.

Onderaan dit verhaal te zien: een korte impressie van de bouw op dit moment

Ongemerkt vult de tijd zich, de ene na de andere dag ben ik in de weer. Vandaag staak ik. Ik ben moe. Ik geef me over. Ik ga de hele dag niks doen. Luisteren naar de regenbuien en naar de vogels.

De melk is op. Ik heb net mijn ontbijt achter de kiezen en kijk naar mijn voorraad. De pakken geitemelk, de sojamelk, de rijstemelk, allemaal zijn ze zo goed als leeg. Ik giet de laatste restjes in mijn kopje koffie en vouw ze op om in de hele kleine prullenbak te doen. Dan neem ik een slokje. Eigenlijk is het te weinig melk, vind ik. Ik heb ook geen havermelk. Eerder maakte ik dat zelf, van havervlokken. Maar mijn vlokkenpap heeft nu een andere samenstelling. Ik stop er nu ook gerst en rogge in. Dat is lekker en gezond. Helaas komt er minder lekkere melk uit, als je het fijn perst. Wat nu, zal ik boodschappen gaan doen, alleen omdat ik geen melk meer heb? Dat zou toch te zot zijn. Zeven kilometer fietsen voor een beetje melk. Laat maar. Ik doe wel een keer zonder.
Ik neem nog eens een slokje van mijn koffie. De koffie is sterk en smaakt zurig, ik voel hoe mijn maag inéén krimpt. Waarom drink ik dit eigenlijk, vraag ik me af. Het geeft me een zwaar gevoel op de maag en ik word er misselijk van.
Ik zet het kopje neer op het aanrecht. Hoewel ik weet dat ik het toch niet opdrink vind ik het toch zonde om weg te gooien. Nou ja, de plantjes lusten het straks wel, als het koud is. Nu eerst thee zetten. Ik giet het laatste water uit de kan in het melkpannetje en reik boven mijn hoofd naar het gele doosje. Ontbijtthee is het, van Zonnatura. Honderd procent biologisch, staat er op. Nieuwsgierig lees ik de ingrediënten. Ik kan de kleine lettertjes nog steeds prima lezen, zonder bril. Ik zie dat er citroenmelisse in zit, braamblad, munt, tijm en nog een paar dingen. Die eerste vier kan ik zo gaan oogsten, vers uit eigen tuin. Waarom doe ik dat niet?

Ik woon nu bijna vier jaar op de camping. Na vier jaar beginnen de tuinen die ik heb geplant en ingezaaid volwassen te worden, de citroenmelisse groeit in grote bossen, de munt ook en de tijm, ze hebben er niks van te lijden als ik af en toe wat toppen afpluk. En bramen staan overvloedig langs de sloten en in de hagen, genietend van een overdaad aan uitgespoelde mest, dat van de akkers komt.
Waarom pluk ik niet wat vaker, vraag ik me af. Dat deed ik eerder toch ook? Toen was het heel gewoon voor me.

Ineens weet ik hoe het komt. Ik ben een deadline gaan stellen voor de bouw. Ik werd jachtig en doelgericht. De Doe-lijst werd belangrijker dan mijzelf en wat ik eet en drink. Geen wonder dat ik veel minder energiek wakker word en minder zin heb.

Ik zet de knop meteen weer om. Doelenlijst blijft vandaag liggen. Ik ga kruiden plukken en salade maken. Niet onmiddellijk, maar straks. Ik maak er een fijne wandeling van. En dan ga ik er iets heeeeel lekkers van maken.

.

Het is erg lekker geworden. Ik deed er in: Braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, een klein beetje tijm en wilgebast van een jonge twijg. Ik pluk alleen de toppen. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.
Het is heerlijk geworden. Dit deed ik er in: braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, duizendblad, een klein beetje tijm en wilgenbast van een jonge twijg. Verder pluk ik alleen de topjes van de plant. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.

.

DE BOUW van de WOONWAGEN

Het skelet is nu zo goed als klaar. De spanten van het dak en de wanden, de raamkozijnen, de deurposten, alles zit er in. Ik zou het in een paar uur helemaal dicht kunnen timmeren. Maar ik doe het niet. De openheid van de constructie is prachtig, vooral bij zonsondergang. Ik geniet van een huis vol licht.
Deze week doe ik kalm aan met bouwen. Ik luister naar de regen. En als het mooi weer is, neem de tijd om de tafel te dekken, een tafel in mijn nieuwe wagen. Een fijne theetafel wordt het. En dan kijk ik om me heen, hoe mooi alles is, zoals het nu is. Eerst vieren, dan verder.

.
Tijdelijk huis van licht

Ik pluk het wonder
tussen aarzelende regels door
Het doel dat is een dak
maar nu is het nog zonder

Heerlijk puur en eerlijk
mijn huis is vol met licht
al is het nog geen woning
het is een prachtgezicht

.
.

Een-en-vijftig!

.

.

51 jaar!

.

„Het verval komt nog wel. Dat kun je mooi zien als je elk jaar een foto maakt.“ zegt mijn vriend Dick vrolijk, als ik me afvraag hoe het is om zeventig te zijn. „Nee hoor, niks daarvan“ zeg ik eigenwijs. „Het velletje wordt misschien wat minder strak, maar de spieren houden de rest goed bij elkaar! Van afstand zie je over tien jaar nog steeds geen verschil, en over twintig jaar ook niet. Wedden?“
„Ach joh,“ zegt Dick „Ik vind je altijd mooi.“
Ik ben vandaag één-en-vijftig geworden. Toen ik vijftig werd heeft Dick het beeld van mij vastgelegd, bij de vijver. Dat was vorig jaar. Het was een hele koude dag en in mijn Eva’s kostuum ben ik gauw weer naar binnen gerend toen de foto gemaakt was. Nu maken we weer een foto. Midden tussen de natte akkers. En volgend jaar ook. En dan weer ergens anders. Elk jaar eentje! Het is een avontuurlijke ontdekkingstocht door de tijd, die ik graag deel met anderen. Mijn lijf en ik en waar ik ben, daar gaat het over

Hiep hiep hoera.

Ik hou ervan
het leven
van verval en rottigheid
en dan
dan komt het groeien

Ik kon groeien
als een den
zo tof
dat ik geboren ben!

Ik dank de wind
om mee te stoeien
ijskoud of vol beloftes

Ik blijf toch een
vroeg lentekind
.

EN DAN NU….

Hoe ben ik 51 geworden? Een globaal overzicht van mijn dagelijks leven zoals ik het in de loop der tijd heb opgebouwd.

  • Regelmatig water drinken, vooral voor het naar bed gaan en bij het wakker worden. Vaak ook       ’s nachts.
  • Elke ochtend een uur lichaamswerk. Poweryoga, gewichtheffen, springen, dansen, zingen, bekkentrekken. Tien minuten is trouwens ook al effectief, dus geen smoesjes dat ik geen tijd heb. ’s Avonds doe ik het ook vijf of tien minuten.
  • Vers geplet graan eten uit eigen molentje. Haver, gerst, rogge, met lijnzaad, rozijnen, veel pompoenpitten, kokos, paar cashewnoten, paar hazelnoten, goed fijngekauwd of gemalen. Gemengd met water, scheut geitenmelk, kokosvet en kaneel.
  • Ik sta altijd. Als ik schrijf of teken, of werk achter mijn laptop, dan doe ik dat ik staande achter een lessenaar. Soms urenlang. Goed voor de ademhaling en nooit last van mijn rug. Ik houd de hele dag een actief gevoel. Ongemerkt doe ik toch vaak wat stapjes heen en weer of wiebel met mijn heupen.
  • Tussen de middag fruit eten.
  • ’s Avonds geniet ik van het bereiden van de maaltijd. Ik maak een mix van allerlei seizoensgroente. Vaak eet ik er peulvruchten bij en wat gierst of boekweit met kruiden. Soms hele jonge geitenkaas. Geen vlees. Ik meng er wilde planten door, die op dat moment groeien.

Nu zijn dat brandneteltoppen, jong kleefkruid, fluitekruid, en vogelmuur als salade. fluitekruid moet je wel kunnen herkennen om vergissing uit te sluiten. Ik zie het, maar ik ruik het ook, dat het fluitekruid is. Het verwante dollekervel is wel giftig, maar van een enkel hapje krijg je niks en de smaak van giftige planten is vaak totaal anders. Er zitten ook paarse vlekken op de stengel van dollekervel. Dat heeft het fluitekruid niet.

  • Veel buitenlucht en zonlicht.
  • Extra vitamine D slikken in de winter. Marmite voor de B12.
  • Kruidenthee.
  • Koffie versgemalen met granenkoffie gemixt en carobepoeder voor het zoete smaakje. Veel melk erbij. Mix van zelfgemaakte havermelk en geitenmelk.
  • Lekker diagonaal slapen in mijn brede hangmat, met schapenvachtjes erin. Heerlijk schommelen als ik nog niet slaap.
  • Veel naar buiten kijken zon, wolken, regen, vogeltjes…. en muziek luisteren in de avond.
  • Beperken van kijken op internet en facebook. Voornamelijk s ochtends en s avonds en maximaal twee uur per dag.
  • Opruimen wat ik niet nodig heb, veel weggeven of afvoeren. Soms kan ik het slopen om iets nieuws te maken, of is het organisch en begraaf ik het om te laten composteren.
  • Leeggekomen ruimte laten inspireren door mensen en dingen waar ik blij van word. Soms is er niets of weinig voor nodig, zoals bij dans en muziek en tuinieren.

Spullen waar ik blij van word, heb ik meestal zelfgemaakt, met materiaal wat er is of wat ik speciaal uitzoek. Soms is het ook een herinnering of een cadeautje, dat echt iets voor me betekent. Toch is er niets dat op een vaste plek kan rekenen, bij mij. Ik ben doordrongen van het besef dat alles tijdelijk is en ben voorbereid op elk verlies of afscheid. De rijkdom zit vooral in de geest en in een groeiend inzicht dat alles wat vergaat een bodem vormt voor een nieuwe frisse lente.

  • Tuinieren, vergroten van groeiende en bloeiende zones, verbreden van de blik.
  • Kijken naar hele kleine beestjes.
  • Elkaar voorlezen.
  • Wandelen, wilde planten zoeken en luisteren naar dierengeluiden, alleen of samen.
  • Praten met de buren.
  • Knuffelen.

 

Wensen:

  • Wagen afbouwen! Lekker in mijn eentje, rustig en geconcentreerd.
  • Mijn boek „Drakenlief“ uitgeven en het veel mensen laten lezen.
  • Met Manon Ossevoort wandelen en samen eetbare planten zoeken. (Zij is het trekkermeisje dat naar de Zuidpool reed.) Andere geïnteresseerden ook welkom om mee te gaan. (Omgeving Eindhoven)
  • Dick helpen zijn kamer in te richten, hoogslaper bouwen, dansvloertje met spiegel en hangstoel met katrol.
  • Later: Yoga-acrobatiek doen, samen met anderen. Niet voor een keer maar het liefst op de plek waar ik ben en met regelmaat.
  • Meerstemmig zang met een paar anderen die ook redelijk van blad kunnen lezen of een sterk geheugen hebben voor toon en klank.
  • Meedoen in een dansvoorstelling in de natuur.
  • Voedselbossen planten geïnspireerd door permacultuur met alle lagen: van bodem en kruidlaag tot wat er bovenin de kruinen zit.
  • Kunst en speelplekken maken in die voedselbossen.
  • Een keer wandelen en filosoferen met Lex Bohlmeijer.
  • En ten slotte: Verrassingen en bezoekers verwelkomen. Maar tot de zomer niet teveel, anders komt de wagen niet af. Ik blijf verslag doen in mijn blog, met verhalen, filmpjes en foto’s van de bouw.

Dat was het! En ze leefde nog lang en gelukkig.

Link van Manon Ossevoort: http://www.tractortractor.org/nl/

Lopen met de paardenman

blogtek Nomaden op pad

“Hoera hij rijdt!” Opgetogen zie ik de kleine, kleurige zigeunerwagen van zijn plek rijden, onder de bomen vandaan, het veld op. Heel even is het of ik mijn eigen wagen zie, net af, voor het eerst ingespannen met dieren ervoor. Maar het is niet de mijne, het is een andere wagen die nu wegrijdt. En ik ben er getuige van. Een kleine robuuste haflinger stapt stevig voort met indrukwekkende spierbundels. De witte ezel ernaast is veel tengerder, alsof het een veulen is, maar ze is taai en trekt stevig mee. Voort gaat het, over het enkelhoge gras, de harde zandweg op, die door het landgoed slingert. De ronde huif is knalgroen en wiebelt als ze door een kuil rijden. Herma staat naast me. Een fee met zilveren haar. Ze kijkt blij. Arie, haar vriend, loopt naast de dieren het pad af naar de poort. “Nomaden Stapvoets” noemen ze zich.
Arie en Herma organiseren trektochten. Arie is een echte paardenman. Hij is ermee groot geworden. De wagen heeft hij zelf gemaakt. Hij is net af. En ik heb de eer de allereerste klant te zijn. Een vorige vrouw voor wie hij tochten uitzette, was koningin Beatrix, toen hij stalmeester was op het hof. Nu ben ik het, die met hem meegaat. Niet op prachtige paarden door het bos rond het Loo, maar lopend naast een wonderwagen door het bos bij Zutphen.
Ik denk aan mijn eigen wagen, die ik aan het bouwen ben. Die is zéker nog niet af! Een gedachtenflits als een ijsvogel. Even zie ik een beeld van hoe het op een dag zal zijn. Snel, net zichtbaar maar gelijk weer weg. Ik weet, er is nog veel te doen. Maar nu hoef ik niets. Ik mag lekker mee. Met een zee van heerlijke leegte in het vooruitzicht, loop ik op een drafje naar Arie. Hij gaat rustig voort naast de ezel en ment met maar één hand. De haflinger volgt zijn subtiele signalen. Ezel loopt ernaast. Hij houdt zelf in de gaten wat er achter hem gebeurt en trekt dapper mee. Arie vraagt me links voor te gaan lopen, naast het paard. We gaan! Lopen gaan we. Twee dagen samen met de dieren. Ik zal hem honderd vragen stellen. Onder de groene bomen in de gouden zon. Grijze wolken met witte toppen schuiven over blauwe lucht. Al valt er straks een bui, niets wat mij nu kan deren.

Geboeid kijk ik toe, hoe de paardenman zijn dieren tuigt. Hij gebruikt eenvoudig materiaal en hij heeft er lang over nagedacht. Hier zie je enkele  oplossingen.

Arie maakt de knuppel vast aan de wagen. Er aan vast zit een blauwe lijn. Die is voor de ezel. De ezel heeft nog een tweede lijn, die bevestigd is aan de lamoen. Het touw is lang genoeg om de ezel ruimte te geven. Ze kan zelf kiezen waar ze haar stappen zet.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hieronder is de knuppel te zien die aan de wagen vastzit, eenvoudig en doeltreffend knoopwerk.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wonderwegen der nomaden

Wie weet nu welke wonderen
er later zullen komen
wanneer wij stapvoets verdergaan
langs weiden onder bomen

Terwijl de wind trekt aan de huif
kan niets ons echt vermoeien
de rivieren van de tijd
zullen paden van ons pad bevloeien

Klik hier voor de website van Nomaden Stapvoets.