De komst van een vagebond

Blogtek reiziger met tinker kl 001

.

Ik kom thuis en ineens staat er een paard in de wei. Zwart met wit en sokken om de benen. Het is een Tinker. Ik herken hem. Het is hetzelfde paard dat ik weken geleden zag, die keer dat ik  langs het Wilhelminakanaal fietste. De ezel balkt van opwinding en rent naar het hek als het dier hem nadert, maar het paard aan de andere kant graast rustig door. Achter de heg staat het woonwagentje verscholen. Een jongensachtige man met blond en halflang  haar zit achter een bord macaroni. Hij steekt zijn hand uit. “Jan,” stelt hij zich voor “Wij hebben elkaar eerder ontmoet”. “Ja,” lach ik. “Ik ben Alowieke.. ” Ik kijk het weiland in. “Leuk voor de ezel”, wijs ik, “nieuw gezelschap.” Hij lacht en zegt dat zijn paard toch niet reageert. Naast het kleine wagentje staan twee honden. Het touw waarmee ze vastzitten staat strak en hun neuzen steken allebei in mijn richting. Ik laat ze snuffelen aan mijn hand.
“Ik blijf tot februari,” zegt Jan resoluut.  ” Dan wil ik naar Portugal reizen, om daar te gaan wonen.”
“Reis je alleen?”
“Ja, met Dorus en de twee honden.
“Is dat niet zwaar, in je eentje?”
“Ja het is heel hard werken. Ik ben nog maar een jaar geleden begonnen met paarden en heb nu één grote tocht gemaakt met de wagen, in Nederland. Ik dacht, daar rij ik gewoon mee weg, net als een auto. Dat viel flink tegen. Het is ook een beetje dubbel. Ik zie er best tegen op, om weer op pad te gaan. Maar ik hoop toch dat ik straks weg kan. Eerst moet de wagen opgeknapt. De bok is er af gebeukt bij een ongeluk. Kijk maar.” Ik zie een rafelige dakrand en de bok is spoorloos.
“Ongeluk? Hoe kwam dat?”
Hij vertelt. “Ik stond met mijn wagentje bij een boer. Mijn merrie had net een veulen gezoogd, was aan het verspenen en niet in haar  normale doen. Toch ben ik een ritje gaan maken, mèt wagen. De boer zei: Dat kan je best, en het dier moet bewegen. Het liep fataal af. Ze stond zomaar opeens stil, dronk vermoeid en dorstig uit een grote plas. De wielen zakten weg en uit alle macht spoorde ik het dier aan. Dorus trok, de wagen schoot met een ruk naar voren, tegen haar kont. Dorus maakte van gekkigheid een rare sprong. In een poging een greppel te ontwijken knalde ik tegen een boom…. En eigenlijk wist ik het,” zegt Jan bedachtzaam, “Ik moet dit nu niet doen. Maar die boer wist zòveel van paarden….”
Jan vertelt hoeveel hij van zijn paard is gaan houden. Terwijl we praten komt de Tinker naar me toe, besnuffelt me en gaat verder met grazen. De honden zijn gaan liggen. “Je hebt al een hoop geleerd,” merk ik op. “Ja,” antwoordt hij. “Dat kan prima in korte tijd. Ik heb alles over paarden in me opgezogen als een spons. Toch, zoals jij het doet is denk ik beter. Eerst  bouwen. Maar daar ben ik veel te ongeduldig voor. En zo kan het ook.” Ik knik. “Ja, jij hebt al een mooie band opgebouwd met je paard. Maar ik ga nu koken. We praten later verder,” zeg ik. Hij kijkt naar zijn koud geworden bord macaroni. “Ik ga mijn prakkie maar eens opwarmen”.

Ik loop terug naar mijn wagen. De verhalen van Jan laten mij niet koud. Bij elke stap die ik doe, zie ik het scherper. Ik hoef voorlopig nergens heen. Dit is een goede plek. Alles op z’n tijd. Zeker weten.

.

Jan en zijn dieren kl

Jan en zijn dieren

De hut

Blogtek de Hut 2-003

.

Emmeloord. Het is 1975, woensdagmiddag en we zijn vrij. Ik bouw een hut van riet, met mijn buurmeisje. De oever langs de Lemstervaart is zompig, als je de scherpe stengels afsnijdt dan zakken je laarzen langzaam weg in de modder. Je moet snel je voeten verplaatsen. Maar er is genoeg om mee te bouwen. We binden het in bosjes aan elkaar. Ons bouwsel groeit uit tot een rond koepelvormig nestje. Urenlang werken we eraan. Tot de zon niet ver van de horizon staat. “Zullen we nu ophouden,” vraag ik. “Ja,” knikt mijn vriendinnetje “morgen verder.” We kruipen er in en kijken naar de eenden in het kanaal. Trots en met glimmende ogen fantaseren we wat we nog meer zullen doen.
De volgende dag na schooltijd ben ik verlangend om onze hut terug te zien. Opgetogen loop ik naar de vaart. Ik ga het lange rechte stuk helemaal af maar zie niets. Ik zoek en zoek en vraag me af of ik hem over het hoofd zie omdat er zovèèl riet is. Maar ik weet toch zeker dat het daar moet zijn, na die dichtbegroeide meidoorn. Ik kijk nog een tweede keer. Dan zie ik het. In elkaar getrapt. Verdrietig kijk ik ernaar en ga naar huis.

Het was de eerste en de enige hut die ik bouwde. Ik droomde van een boomhut met planken en spijkers. Maar ik zag zelden of nooit iemand die timmerde, in de tijd dat ik opgroeide. En handenarbeid op school was niet voor meisjes en met jongens speelden we niet. Dus kwam het er nooit meer van.
Mijn eigen droomhut heb ik dus niet gebouwd. Later bouwde ik wel andere dingen, toen ik veel ouder was. Ik bouwde mee aan een zeventiende eeuws schip in Utrecht. Ik maakte kasten, een hoogslaper, het interieur van een schip, deuren, de luikenkap van een boot, het interieur van een werfkelder, van een tuinhuis en nog veel meer. Ik keek vaak naar de houtbewerkers die mijn vrienden waren. Iedereen om me heen werkte met hout en soms steen. Maar nog steeds was er niet die hut.

Een wens die tijd krijgt om te rijpen, kan uitgroeien tot een pareltje. En nu komt het er. Het wordt een superhut, op wielen. De schelp van mijn verbeelding heeft zich geopend en ik kan het doen. Ik gloei van voldoening. Ik kan het! Stukje voor stukje, met volle concentratie. Precies zoals ik het wil. Zaag en beitel doen hun werk. Schroeven voegen het samen. Het wordt wat..

.

bouwen skelet onder zeil 003

Aan beide kanten staan de spanten van de wand stevig vast. Heftige regenbuien kletteren op het zeil en dan schijnt de zon weer. Prachtig, die transparantie. Zolang het duurt. Ook deze fase is tijdelijk.

.

bouwen materiaal kozijn maken 005

Kozijnen maken, materiaal en gereedschap. Potlood, slijpsteentje voor beitels, kruishout, winkelhaak, beitels, duimstok, decoupeerzaag, en buiten beeld ligt nog een handzaag voor het precieze werk.

.

bouwen kozijn voorbereiding 009

Werken onder zeil. 

Woonwagen te koop

Straks is dit plekje beschikbaar voor wie wil…..

26 aug 2015

Straks …. Straks is inmiddels nu,  en deze week is er een liefhebber gekomen die het tuinieren hier voort wil zetten.

21 juli 2016

blogtek bloemenweelde R2 002

.

Ik sta met een campinggast bij het grotje, niet ver van mijn woonwagen. Het is rond als een kleine nis en gemaakt van grote keien met cement ertussen. Er staat een  beeldje in van een man in een bruine pij. Het stelt de Sint Antonius voor, patroonheilige van reizigers. De man naast me  haalt een waxinelichtje uit zijn zak. Hij steekt zijn grijze hoofd in het grotje. Even later brandt er een klein flakkerend vlammetje.
Even staan we te kijken. “En trek je dan straks de wereld in, met je nieuwe wagen?” vraagt hij opeens. Het is een bekende vraag. “Wie weet. Ik ben nog niet zover. Ik bouw nu om te bouwen. Dit is mijn meesterstuk. Ik kan alles gebruiken wat ik heb geleerd en geniet daarvan. Ik vind het leuk om er over te vertellen.  Ik bouw een huisje dat van top tot teen van mij is. Met wielen. Waar ik straks heen ga? Ik weet niet. De tijd zal het leren. ” “Dat is wijs,” zegt de man. Hij kijkt  naar het beeldje van de middeleeuwse monnik. Het vlammetje brandt nu roerloos, de wind is gaan liggen. “Gaan jullie dadelijk weer weg?” verander ik van onderwerp. De man knikt opgewekt, zijn grijze staartje beweegt in zijn tanige bruine nek. “Ja, alles is klaar voor vertrek.” Hij klopt me vriendschappelijk op de schouders. Misschien tot de volgende keer! Als je er dan nog bent…”  Hij lacht me toe en loopt terug naar zijn camper.

Sint Antonius in het grotje

Antonius in grot (3)JPG

.

Het is een paar dagen later. De regen van zojuist is opgehouden en het is ineens een stuk lichter. Ik ga naar buiten. Oranje goudsbloemen stralen in de middagzon en de roze melde is zo hoog opgegroeid dat het een bos is geworden.  Ik pluk een blaadje en stop het in mijn mond. Het smaakt naar rauwe spinazie. Ik eet het graag. Ik loop langs het grotje. Het opgebrande waxinelichtje staat er nog. Er naast staan diverse muntsoorten  in bloei en daarachter rijst de paarse Dropplant op uit het groen. Ik trek wat wilde melde er tussen uit en kweekgras.
Dan loop ik door naar mijn nieuwe wagen. Ik wil hem zien en aanraken. Hij groeit. Ik kan het niet laten om even het doorzichtige zeil op te lichten en te kijken. Het lijkt wel een geraamte, met wervels langs een ruggegraat en ribben. Trots pak ik èèn van de spanten beet. Ze staan nu stevig op hun plek, geschroefd en gelijmd. We hebben gisteren lekker gewerkt. Tot het ging regenen.

De bouw vordert

Bouwen spanten 012

.

Wat als de wagen straks klaar is?  Ik ga er niet meteen mee op pad. Ik probeer hem eerst rustig uit. Hier, op deze plek. Dan kan ik verbeteren wat nodig is en zien hoe ik verder ga. Iedereen die wil kan komen kijken. Nu ben ik er nog.

Als  ik in mijn nieuwe huisje woon, dan heb ik het oude niet meer nodig. Ik wil het heel graag verkopen aan iemand met een groene vingerwens. Iemand die stilte en natuur nodig heeft, en hier graag wil zijn. Als ik die nou eens kon ontmoeten…

Deze wagen is dus verkocht. En mijn wens is aardig uitgekomen.

Woonwagen tekoop 004

.

.

De creatieve oplossing


Blogtek De creatieve oplossing 008

Ik denk na. Al een paar dagen. Het gaat om de onderste dakbogen, waar de isolatie op rust. Ik probeerde de mooie essenhouten stokken te buigen met stoom. De bovenste bogen zijn goed gelukt. Gelukkig maar, want die zijn het belangrijkste. Maar de ondersten braken af. De bocht is te scherp. Sommigen gebruiken PVC pijp voor hun huif. Dat is goedkoop en buigt makkelijk. Maar dat wil ik niet. Geen PVC. Wat dan?

De vraag tolt en tolt
kruipt en cirkelt om te vinden
een antwoord naar mijn zin

Ik fiets langs grijze blokkendozen
Weg voor een boodschap
gauw nu maar

tot

oranje container groene kabels
verschijnen langs de weg

Ik kijk over mijn schouder
en keer nieuwsgierig terug
En zowaar wat zie ik daar

In die bak vol lege haspels
Daar ligt mijn schat verborgen.

Kijk maar naar het filmpje.

 

PS: Uiteindelijk heb ik met dit idee niks gedaan. Het zijn toch de mooie essenhouten bogen geworden. Omdat de onderste bogen niet dragend zijn, kon ik ze ook doormidden zagen. Gehalveerd konden ze de bocht makkelijk halen en hoefden ze niet te barsten.

.

 

Kromstomen

blogtek kromstomen

.

Ik sta in de kleine pipowagen, die ik van de beheerder voor opslag mag gebruiken. Dikke rollen schapenwol moet ik opzij sjorren om te vinden wat ik zoek. De rijke oogst van gisteren. De hele dag zijn we druk geweest om essenhouten stokken te buigen in een PVC pijp. Die ligt nu in elkaar gezakt terzijde, de hete stoom maakte hem zo zacht als belegen kaas. Maar het is gelukt. Een dikke rij blanke bogen staan keurig naast elkaar. Het ziet er redelijk uniform uit, zoals ze opgespannen staan, tegen de zijwanden van de smalle wagen. Er zijn wel kleine verschillen in vorm te zien. Hout heeft een eigen wil. Maar ik ben toch best trots op ons werk. En vandaag ga ik alleen weer verder. Het is nog niet klaar.
Alles wat we gisteren hebben gebruikt heb ik weer uitgepakt en aangesleept. Ik leg de wollen dekens en vachten weer om de pijp voor isolatie. Ik zet de behangstomer aan en vul hem met de gieter. Dan pak ik vier van de stokken, om ze klaar te stomen in de vochtige hitte.

Een stem doorbreekt de stilte. “Boris, Boris!” hoor ik luid roepen. Het volgende ogenblik zie ik een man op een fiets. “Zoekt u iets?”
“Ja, ik ben mijn hond kwijt. Ze zeiden dat hij de camping was opgehold.”
“Ik heb geen hond gezien.”
“Bent u die vrouw die op TV Brabant te zien was? Bent u die pipowagen aan het bouwen?”
“Ja dat klopt. Ik ben eerst alle onderdelen aan het maken. Er is al veel af, al kun je daar nog niks van zien.” Hij kijkt naar mijn nieuwe wagen, half verborgen onder een bouwzeil wacht hij geduldig op voltooiing.
“Dus dit jaar kunt u er nog niet mee op vakantie.”
“Ik bouw niet om op vakantie te gaan, het wordt mijn huis. Ik wil graag zo klein mogelijk wonen en kunnen gaan waar ik wil. Ik zou graag overal kunnen werken met mijn eigen huis bij me. Maar zover ben ik nog niet.”
“O…” zegt de man wat vaag. Hij kijkt naar de vier stokken, die klaar liggen voor de pijp. “Wat is dat?”
“Ik ben essenhouten stokken aan het buigen met stoom. Onder de dekens, daar gebeurt het allemaal, met deze behangstomer.” Ik geef er een klopje op.
“Goh, wat leuk. Ik werk ook met hout zie je.” Hij kijkt onrustig om zich heen. “Ik ga toch verder mijn hond zoeken. Ik ben een beetje ongerust.”
“Kan ik me voorstellen. Succes!”
“Dag!”
“Dag..”

Ik ga verder met mijn werk. Ik haal het dampende hout uit de pijp en dwing het snel in zijn vorm. Maar het lukt niet vandaag. Dit is een andere boog dan die van gisteren. De onderste spanten zijn veel korter in de bocht. Het hout barst. Ik probeer verschillende dingen uit maar alle vier stokken mislukken. Dan geef ik toe. Wat ik wil, kan niet. Niet met deze middelen. Ik kijk naar de gebarsten stok in mijn hand en ga in gedachten af wat de alternatieven zijn. Toch ben ik nauwelijks teleurgesteld. De eerste helft is toch maar mooi gelukt. En voor de rest vind ik een oplossing. Zo is het.

.

De hoogte in

Woonwagen dakboog monteren

.

We gaan het doen vandaag. We bouwen definitief de hoogte in. De ene bui na de andere valt uit de lucht, maar toch proberen we het klaar te krijgen. Dick is er nog om te helpen en straks is zijn vakantie voorbij. We zetten de eerste van de dakbogen er op, hij is van plaatmateriaal. Je kan heb straks goed zien, precies in het midden van de woonwagen. Als een sierlijke boog omsluit hij het bed. Er komen gordijnen aan, net als een hemelbed. Dus heb ik hem mooi versierd.
Hij moet móói worden. Maar niet alleen daarom speelt hij een hoofdrol. Zonder dit onderdeel kunnen we niet verder bouwen.  Omdat dit het eerste is wat de hoogte in gaat, en ook nog in het midden, is het bepalend voor al het andere.
Ik meet alles wel twintig keer na. Met de rolmaat, met de winkelhaak. Het is een hele grote winkelhaak, ik maakte hem zelf, al maanden geleden, toen ik popelde om te beginnen en er nog niks was. Ik ben blij dat ik hem nu zo goed kan gebruiken. Dick geeft dingen aan en houdt alles stevig vast tot het echt helemaal goed is. Ik heb de schroeven er al een klein stukje ingezet, ik hoef ze alleen nog maar aan te draaien. Met de accuboor in de hand, kijk ik naar de lucht. Een loodgrijze wolk begrenst het zonnige blauw en nadert snel. Zouden we op tijd klaar zijn? Nog drie schroeven, dan kunnen we het bouwzeil erover gooien. De accuboor doet zijn werk. De boog en de paal trekken samen als uit één stuk en de lijm kruipt eronderuit zoals het hoort. Nu gauw onder zeil! Dick duwt het zeil omhoog en ik sta in de wagen om het transparante zeil over het hoogste punt te trekken. Ik stap uit de wagen om het helemaal tot de grond te trekken. Precies als het klaar is barst het los. Met bakken valt het naar beneden. Razendsnel  duik ik erin. Dick volgt. We maken het ons gemakkelijk. Naast elkaar leunen we tegen de opstaande wand en luisteren naar het keiharde gekletter boven ons hoofd. Als trotse kinderen in hun allereerste hut.

.

dakconstruktie plaatboog

.

Hieronder zie je de andere twee bogen van plaatmateriaal. Deze twee komen aan de voor- en achtergevel. Hier proberen we of ze in de noklatten passen. Fijn, het zit als een huis. De bovenkant van de bogen is de vorm van het dak. Het is een dik dak, want er zit twee centimeter ventilatieruimte onder en acht centimeter Doschawol.

.woonwagen dakbogen passen 005

Als ik straks op pad ga…

Ik werk gestaag, de tijd is mijn
en mocht ik na lang voorbereiden
de grens van ’t land ooit overschrijden
dan zal het leven anders zijn

Wie ben je en wat doe je
dat is en blijft de eerste vraag
ik oefen, ja ik oefen graag
gewoon maar met een dansje

I am Alowieke.

Zaad uit Roemenië komt op

blogtek bloemenweelde R2 002

.

Ineens is het er. Kruiptijm groeit in hoekjes waarvan ik allang vergeten was dat ik het er ooit gezaaid had. Gestaag kruipt het verder, zich niks aantrekkend van de lange droogtes. Ik sta ernaast in het gras. Ik kijk ernaar en zie voor me hoe het hier kan worden. Met genoeg geduld vormt de geurige paarsbloeiende kruiper een strook, aan de rand van de perken, sterk genoeg om af en toe belopen te worden. Ik verwacht niet dat ik dat ooit te zien krijg. Dan ben ik hier allang weg…
Ik loop verder langs de kronkelmuur, die midden in het veld is opgemetseld. Vroeger stonden er alleen brandnetels. Nu hangen grote Blaassilenes weelderig tussen de andere planten. Verder op zie ik de geel bloeiende stalkaarsen, soms wel twee meter hoog. Allemaal zaad uit Roemenië, twee jaar geleden meegenomen en ingezaaid. Vorig jaar kwam er niks op, maar ik heb er wel veel van weggegeven. Want ik had zo véél ervan! En nu komt het wèl de grond uit.
Het paarse slangenkruid staat al lange tijd in bloei. Met zijn slingerende borstelige stengels beschermt hij de andere planten tegen konijnenvraat en kippen. Tussen de frambozen staan ook paarse bloemen, maar daarvan ken de naam niet. Verderop licht een wondermooi wit knopje op, tegen het groen. Het is een hoge plant en heel fijn opgebouwd. Ze staat vlak bij het duizendblad, met zijn brede witte bloemschermen. Het duizendblad heeft grote hoge bossen gevormd, groter dan ik ooit in Nederland gezien heb.
Ik ben tevreden. Ik hoop dat het zaad zich verspreid, op zoveel mogelijk manieren. Ik hoop dat het overal elders net zo mooi op komt als bij mij.

.

.

.Bloemen uit Roemenië (1)Bloemen uit Roemenië (2)

.Bloemenro resultaten ontginner (2)Bloemenro resultaten ontginner (3)

.Bloemen uit Roemenië (5)Bloemenro resultaten ontginner (4)

 

.

 

 

Mijn compositiestukken

dakconstructie woonwagen 2

.

“Het is droog! Kom, we gaan plakken!” Dick zet zijn mok op tafel en volgt me, naar de bouwplaats, die achter mijn woonwagen ligt. Over het natte gras lopen we langs de nieuwe wagen, nu bedekt met doorzichtig zeil. Het zeil is wat ingezakt, er liggen plassen op. De vloer van de wagen ligt er al in, glanzend in de lak. Ik buig me voorover om de lange lat er onder vandaan te trekken, die ik de “lengtelat” heb genoemd. Er zijn al een heel aantal uitgezaagde stukjes op bevestigd, heel ritmisch, van diverse vormen. Als je het zo ziet lijkt het wel het binnenwerk van een enorme piano. Compositiestukken heb ik ze genoemd, omdat ze uit diverse onderdelen bestaan. Ze zullen de wand met de essenhouten dakbogen verbinden.

20-7-15 BLoemenro Wagenbouw 051

Het is een heel precies karweitje. Juist omdat alles er samenkomt moet het op de millimeter kloppen, anders past het niet.
Dick helpt me om de lange lat op de werkbank te leggen. De ene kant ligt op het platgelegde tuinhekje, dat ik als werkblad gebruik, de andere kant op de melkbus. Op de melkbus liggen twee grote stenen om het hoogteverschil te overbruggen.
Terwijl Dick de lat vastzet met twee lijmklemmen, loop ik naar de groene bouwkeet, die onder de lindeboom staat. De deur klemt een beetje. Maar dat is alleen als het zo vochtig is, als vandaag. Ik loop langs de cirkelzaag naar de achterwand van de kleine keet. Ik bewonder de grote verzameling essenhouten stokken, die keurig klaarliggen op de bovenste plank. Die zijn voor de dakbogen. Eronder liggen de spanten, die vorm zullen geven aan de wand van de wagen. Straks, als alles klaar is, zullen we het in een paar dagen tijd allemaal in elkaar zetten. Wat een gebeurtenis zal dat zijn!
Op de onderste plank staat een zwart veilingkistje. Dat moet ik hebben. Erin zitten verschillende onderdelen, die ik in de afgelopen tijd keurig heb uitgezaagd. Het is allemaal voor de compositiestukken, die we op de klaargelegde lengtelat gaan plakken, met superlijm.
Vandaag gaan we verder met monteren, met zijn tweeën. Fijn dat Dick er nu bij is, het werkt een stuk makkelijker en het is veel gezelliger. Dick kijkt me aan.
“Of zullen we eerst een filmpje maken, voor je verhaaltje?” vraagt hij. Dick houdt van filmpjes maken.
“Laten we dat doen,” knik ik instemmend.” Er is nog maar één bouwfilmpje, het is de hoogste tijd voor een vervolg.”
Het lukt allemaal net. Als het filmpje klaar is begint het weer te regenen. Gauw ruimen we alles op en duiken weer de wagen in. Elke dag loopt anders dan ik dacht.

.

.

.

dakconstruktie woonwagen

.

20-7-15 BLoemenro Wagenbouw 049

.Klik op het plaatje voor groot formaat

Hommelles

4 juli 2015 015

Bij de ingang naar de douches van de minicamping. Daar zat het. Een flink hommelnest, lekker droog en warm in de steenwol. Ze vonden hun weg door een kier in het houten kastje, dat om de waterleiding heen was gebouwd. Het leek ons geen goed idee, een hommelnest op een publieke plek. Hoewel ze niks doen en niet gevaarlijk zijn, leek het  toch beter ze naar elders te verhuizen.

Ik wist niet hoe dat zou gaan. Even later ligt het nest ligt in stukken uit elkaar. Met de hooivork heeft Ton, de beheerder, de steenwol weggeplukt dat om de waterleiding heen zat. Hij was bang om aangevallen te worden en vernielde het nest op veilige afstand. Het ligt in dikke vlokken overal en ergens en tientallen hommels vliegen opgewonden in het rond. Op de grond ligt een kleverige klont gemaakt van ronde bolletjes. Zijn dat de raten? Gefascineerd kijk ik ernaar. Verdrietig ook. Het voelt als heiligschennis. Dat kan ik niet zo laten luggen. Ik richt me tot Ton. “Ik maak het wel af. Ik stop alles in een stalen mand. Kunnen ze daar hun nieuwe nest maken.”
“Dan zou ik wèl iets anders aan doen!” lacht Ton. Ik kijk naar mijn blote armen die uit mijn lange zomerhemd steken. “Misschien niet nodig, maar ik doe het toch maar,” antwoord ik. Ik heb nog nooit een hommelnest verhuisd.

Ik trek een dikke trui aan, een broek en klompen. Over mijn hoofd doe ik een dunne zijden doek, die ik op zijn plek houd met een strooien hoed. Roze is de zijde en ik kan er zo doorheen kijken. Nu lijkt het net een imkerpak. Met dikke gevoerde handschoenen aan kan mij niets gebeuren. Ik loop terug naar de puinhopen van het nest. Er kruipen en vliegen veel hommels rond, kleintjes en grotere. De kleintjes kunnen mannetjes zijn en de grotere de werksters. In de hoek ligt een hele grote dode hommel. Eén van de koninginnen? Zou ze al lang dood zijn?  Ik kan nu alles zien, zo bijzonder!
Ik heb de mand klaargezet, pal naast het kapotte nest. Voorzichtig pak ik een dik stuk isolatie en leg het er in. Ik herhaal het, tot de bodem vol is. Dan leg ik de raten er in, precies in het midden. Ik maak de mand helemaal vol, tot de rand. De Hommels worden drukker en een een stuk of drie zoemen keihard bij mijn oor. Toch een beetje eng. Maar ze doen geen enkele poging om me te steken. Ik wist wel dat hommels doodgoeie beestjes waren en toch verrast het me. Nu hun nieuwe huis klaar is laat ik ze toch eerst maar even met rust.

.

2 juli hommels 007

.

Een uur later keer ik terug. Gewoon in mijn hemd. Ik kijk naar de plek waar het oude nest zat. Het gele isolatie is nog niet allemaal weg. Sommige hommels sjouwen zinloos rond met plukken steenwol, anderen kruipen weg in de laatste restjes. Ik moet echt alles weghalen, des te eerder is deze zielige verwarring voorbij. Met blote handen en slechts in mijn hemd, haal ik stukje bij beetje alles er uit. De hommels zijn niet meer in me geïnteresseerd. De allerkleinsten lopen hulpeloos rond. Zijn dat mannetjes? Als ik mijn vinger voor ze neerleg kruipen ze er op alsof het een reddingsboei is. Eén voor één breng ik ze naar het kersverse hol van hun nieuwe huis in de mand van dik ijzerdraad. De slimste en ijverigste werksters hebben alweer een gang gemaakt. Daar stop ik de kleinere stumpers in en ze kruipen meteen naar binnen.
Ik maak de oude nestplek zo goed als leeg. Uiteindelijk is er nog één hommel die het maar niet begrijpt en druk blijft zoeken. Hij wil ook niet op mijn vinger. Ik laat hem maar. Vroeg of laat komt er vast wel een nestgenoot, die hij kan volgen.

.

hommelnesttafel

.

Al snel zijn alle hommels vertrouwd met het nieuwe nest. Het is iets moois geworden. Ik heb een tafel voor ze gemaakt, als dakje. Een tafel vol hommelteksten en tekeningen. Een heel educatieproject. Nu schuiven we het hommelhuis elke dag een meter op. Over een week of twee staat het tegen de muur van de schuur, vlak bij de fruitbomen. Een mooie plek om verder te hommelen.

.

PS Ik heb de pagina “Over mij” veranderd. Voor een breder beeld van mijn levensproces, Klik hier en lees.

.

.

.

Hommel les

.

.

…..

Vrijkaartje voor de Aarde

Vrijkaartje Aarde

.

Het is half acht. Na een warme dag begint het af te koelen. Een lichte bries waait mijn wagen in. Ik zit op de bank en luister.  Mijn favoriete radioprogramma heet “Passaggio” op radio4. Het is al een tijdje bezig. De laatste tonen sterven weg, van een rustig, melancholiek stuk. Verder is het enige geluid dat van twee vinken, buiten. Ze zingen hun riedel, als een vraag en antwoordspel. Twee vliegen zigzaggen om me heen om dan zoemend te gaan seksen op het blote vel van mijn knie. Ik wuif ze weg en schuif de dunne katoen van mijn rok erover. Dan hoor ik Lex Bohlmeijer, de presentator. Hij zegt dat hij vrijkaartjes heeft. Een muzikale voorstelling is het, notabene op Fort Rijnauwen! Ik ken het. Het ligt aan dezelfde rivier als waar ik vroeger woonde.
Het stuk speelt zich af in de weelderige natuur rond het fort, vertelt hij. Het gaat over het einde van de wereld. “Wie wil er vrijkaartjes winnen?” vraagt Lex. Dan moeten we vandaag of morgen een kort verhaal opsturen. “Hoe kunnen we de aarde redden?” Dat is het thema. Morgen is de uitslag. Ik aarzel geen moment en klim in de pen. Drie kwartier later heb ik geen verhaal. Wel een gedicht.

Hoe redden we de aarde. (Sterk bewerkte versie)

.
Op de dag dat alles dor was
liep op straat een liefdespaar
omarmden levenloze stad
en gingen voort, al zingend
langs het uitgestorven pad

Bomen, heuvels, dode dorpen
elke plek een eigen vers
ze  liefden elkaar met het lied
en waar ze kwamen trilde het
ging doffe starheid snel teniet

Ze zagen alles wat ze zagen
dansend langs hun wonderpad
een kind een boom een land een naam
zelfs stenen werden langzaam levend en
de oude man voor ’t raam

Aarzelend kijkt hij nu op
verrassing in zijn blauwe blik
die kinderlijk hun canon echoot
alles kan en wil weer zingen
Op deze dag gaat niemand dood

.

De volgende dag luister ik in gespannen afwachting naar de radio. Lex wacht even met het laten horen van de uitkomst. Na een kwartier komt het. De vrijkaartjes gaan naar Marijke. Zij schreef: “Mijn kleindochter heeft al gezegd dat als ik win, zij met me meegaat. Is dat niet het redden van de aarde?” Lex ziet het graag. Grootmoeder met kleindochter samen op pad. Ik eigenlijk ook wel. Maar ik heb níet gewonnen. Jammer. Het was een leuk idee. Maar vrijkaartjes kreeg ik toch. Een kaartje voor de Aarde en eentje voor een bezoek aan de Tuinen der Fantasie. Zo kom je nog eens ergens…

Klik hier voor het beluisteren van het radiopramma op NPO4

.

Inspiratiebronnen.

Het gedicht is onder andere geïnspireerd door “De Droomtijd”, een mythe over het begin van het leven op aarde. Dit is waar de Australische Aborigionals in geloofden en leefden, lang voordat de westerse mens een voet aan land deed.  Ik las er over toen ik twintig was, nu dertig jaar geleden. Het boek dat zoveel indruk op me maakte heet “Gezongen Aarde”, geschreven door reisschrijver Bruce Chatwin.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruce_Chatwin

Ook heb ik gedacht aan het oneindige verhaal van Michaël Ende. De kracht van de fantasie werkt door al zijn boeken heen, en hoe belangrijk dat is voor een leefbare wereld.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_oneindige_verhaal

.
En dan is er Paul Biegel met  “De tuinen van Dorr.” Een sprookjesachtige vertelling over een hartelief en een stenen stad. Ik heb het vast al vijftien keer gelezen. Biegel hield van twee van zijn boeken het meest. Dit is er één van. Dat begrijp ik goed. Heerlijke taal, heerlijk verhaal.

De foto van het aboriginalkunstwerk heb ik gehaald van deze site: http://www.guidodevliegher.be