Ik ga door tot het er is

 

.

.

deuvels op de vensterbank

.

.

 

Werken aan mijn kleine huis

.

De wanden zijn dicht, het werk is gestopt
Zeshonderd deuvels inclusief lijm
heb ik met veel geduld
in alle zeshonderd gaatjes geklopt

Gelukkig is mijn huis maar klein
anders was er nog veel meer
van almaar door hetzelfde
voor het af zou zijn

Ik ben, ik werk en
rust in de avond

De zon is warm en maakt mijn wangen
rozig van rode wijn
Het gras is groen, de lucht is blauw
ik kan niets meer verlangen

Ik ga door
tot het er is. . .

Hoe kleiner mijn huis,
hoe minder ik mis.

.

.

Weg met de doelenlijst, eerst ik

.

Blogtek. Open constructie in de tuin van eeuwigheid kl.frm.

Onderaan dit verhaal te zien: een korte impressie van de bouw op dit moment

Ongemerkt vult de tijd zich, de ene na de andere dag ben ik in de weer. Vandaag staak ik. Ik ben moe. Ik geef me over. Ik ga de hele dag niks doen. Luisteren naar de regenbuien en naar de vogels.

De melk is op. Ik heb net mijn ontbijt achter de kiezen en kijk naar mijn voorraad. De pakken geitemelk, de sojamelk, de rijstemelk, allemaal zijn ze zo goed als leeg. Ik giet de laatste restjes in mijn kopje koffie en vouw ze op om in de hele kleine prullenbak te doen. Dan neem ik een slokje. Eigenlijk is het te weinig melk, vind ik. Ik heb ook geen havermelk. Eerder maakte ik dat zelf, van havervlokken. Maar mijn vlokkenpap heeft nu een andere samenstelling. Ik stop er nu ook gerst en rogge in. Dat is lekker en gezond. Helaas komt er minder lekkere melk uit, als je het fijn perst. Wat nu, zal ik boodschappen gaan doen, alleen omdat ik geen melk meer heb? Dat zou toch te zot zijn. Zeven kilometer fietsen voor een beetje melk. Laat maar. Ik doe wel een keer zonder.
Ik neem nog eens een slokje van mijn koffie. De koffie is sterk en smaakt zurig, ik voel hoe mijn maag inéén krimpt. Waarom drink ik dit eigenlijk, vraag ik me af. Het geeft me een zwaar gevoel op de maag en ik word er misselijk van.
Ik zet het kopje neer op het aanrecht. Hoewel ik weet dat ik het toch niet opdrink vind ik het toch zonde om weg te gooien. Nou ja, de plantjes lusten het straks wel, als het koud is. Nu eerst thee zetten. Ik giet het laatste water uit de kan in het melkpannetje en reik boven mijn hoofd naar het gele doosje. Ontbijtthee is het, van Zonnatura. Honderd procent biologisch, staat er op. Nieuwsgierig lees ik de ingrediënten. Ik kan de kleine lettertjes nog steeds prima lezen, zonder bril. Ik zie dat er citroenmelisse in zit, braamblad, munt, tijm en nog een paar dingen. Die eerste vier kan ik zo gaan oogsten, vers uit eigen tuin. Waarom doe ik dat niet?

Ik woon nu bijna vier jaar op de camping. Na vier jaar beginnen de tuinen die ik heb geplant en ingezaaid volwassen te worden, de citroenmelisse groeit in grote bossen, de munt ook en de tijm, ze hebben er niks van te lijden als ik af en toe wat toppen afpluk. En bramen staan overvloedig langs de sloten en in de hagen, genietend van een overdaad aan uitgespoelde mest, dat van de akkers komt.
Waarom pluk ik niet wat vaker, vraag ik me af. Dat deed ik eerder toch ook? Toen was het heel gewoon voor me.

Ineens weet ik hoe het komt. Ik ben een deadline gaan stellen voor de bouw. Ik werd jachtig en doelgericht. De Doe-lijst werd belangrijker dan mijzelf en wat ik eet en drink. Geen wonder dat ik veel minder energiek wakker word en minder zin heb.

Ik zet de knop meteen weer om. Doelenlijst blijft vandaag liggen. Ik ga kruiden plukken en salade maken. Niet onmiddellijk, maar straks. Ik maak er een fijne wandeling van. En dan ga ik er iets heeeeel lekkers van maken.

.

Het is erg lekker geworden. Ik deed er in: Braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, een klein beetje tijm en wilgebast van een jonge twijg. Ik pluk alleen de toppen. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.
Het is heerlijk geworden. Dit deed ik er in: braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, duizendblad, een klein beetje tijm en wilgenbast van een jonge twijg. Verder pluk ik alleen de topjes van de plant. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.

.

DE BOUW van de WOONWAGEN

Het skelet is nu zo goed als klaar. De spanten van het dak en de wanden, de raamkozijnen, de deurposten, alles zit er in. Ik zou het in een paar uur helemaal dicht kunnen timmeren. Maar ik doe het niet. De openheid van de constructie is prachtig, vooral bij zonsondergang. Ik geniet van een huis vol licht.
Deze week doe ik kalm aan met bouwen. Ik luister naar de regen. En als het mooi weer is, neem de tijd om de tafel te dekken, een tafel in mijn nieuwe wagen. Een fijne theetafel wordt het. En dan kijk ik om me heen, hoe mooi alles is, zoals het nu is. Eerst vieren, dan verder.

.
Tijdelijk huis van licht

Ik pluk het wonder
tussen aarzelende regels door
Het doel dat is een dak
maar nu is het nog zonder

Heerlijk puur en eerlijk
mijn huis is vol met licht
al is het nog geen woning
het is een prachtgezicht

.
.

Knuffelwand en kleine bombus

.

weidehweidehommel bombus pratorumkl. frm.

.

Even was hij heel dichtbij
op mijn eigen duim zat hij
Kleine Bombus maakt zich klaar
hij ruikt de bloemen, kamt zijn haar
knikt me toe met zwarte ogen
en daar gaatie, weg van mij
omhoog, tot aan de hemelbogen

.

Ik sta onder het doorzichtige zeil, dat over de bouwplaats hangt. Het tikt, alsof het regent. Maar het regent niet. Het zijn tientallen vliegjes. Ze willen door het zeil heen vliegen maar dat kan niet.
Er zijn kleine vliegen en grote. De grote zijn lang en smal. Af en toe bespringt een grote vlieg een kleintje en eet hem heel langzaam op. Daar heeft hij voor een hele tijd genoeg aan. Dat denk ik. Want meestal zitten ze rustig te verteren, zonder te reageren op de drukte om hen heen. Warm en droog in hun luilekkerland.

Net als ik de beitel wil pakken hoor ik een diep donker gezoem. Het moet een hommel zijn. Ik ken ze goed. Ik help hommels. Hommels zijn lief. En ze zijn heel erg nodig voor de bestuiving. Ik kijk omhoog. Daar is hij. Een dikke zwarte stip tegen het felle zonlicht, dat door het zeil schijnt. Driftig zoekt het beestje naar een doorgang. Hij wil terug naar de zon en de bloemen, omhoog, omhoog.
Ik ga op het kleine bordes staan en houd mijn handen om hem heen. Het is een aardige hommel. Hij is geel en wollig en kruipt meteen op mijn vinger. Een weidehommel is het. Bombus Pratorum in het latijn. Door hun warme jasje kunnen ze goed tegen de kou en het zijn de eerste hommels die ik zie, na de winter. Ik stap van het bordes af, met Bombus op mijn duim. Ik loop onder het zeil door, er onder uit.
Bij het hek van de vijver blijf ik staan. De hommel gaat op zijn achterpoten zitten en poetst rustig zijn kop. Dan zet hij zijn poten weer neer en vliegt. Weg vliegt hij.

Ik ga weer verder, en pak de beitel. De plank ligt al klaar. Het is voor de buitenwand, en ik pas het profiel zo aan, dat het afwatert. Achter de buitenwand komt de isolatie. De eerste rol schapenwol zit er al in. Het ziet er lekker uit. Een echte knuffelkar is het nu. Het wordt zo fijn! Ik heb er zin in, wonen in een warm wollen jasje.

Maar ik kan even niet verder met de buitenwanden. Ik moet een paar weken wachten op een partij extra planken. Ondertussen ga ik verder met andere dingen. Het is net jongleren. Elke keer kijken hoe het uitkomt. En ondertussen het geheel blijven zien. Een hele kunst, dat is het.

.

knuffelwand wagen

.

De delen van red cedar staan al in de grondverf. Erachter zit schapenwolisolatie. Heel lekker warm. Het is behandeld tegen mot. Anders kan het zomaar gebeuren. Op één dag kunnen ze mijn hele huis opeten.

Het onderste stuk is klaar gekomen. Nu wacht ik op de extra planken van andere maten. Dan werk ik verder hoog, de twee bochtjes om tot aan het dak.

.

Lente barst los, de bouw begint!

.

Bouwen kozijnen kl frm 018

.

.

De eerste loodgrijze wolken pakken zich samen. De wind is gaan liggen en zachtjes bewegen de lichtgroene toppen van de hoog opgeschoten haagbeuken. Heel langzaam beweegt de lucht naar het noordwesten. Zo zacht is het, zo zwoel. Kleine spatjes beloven het begin van regen. Gelukkig, want de stoffige zandgrond is droog. Boeren zijn druk, overal. Ploegen, zaaien, maaien. Het ruikt naar gier.

Hier is het niet kaal en stoffig, zoals de omgeploegde akkers op dit moment. Hier is alles groen. De lente is losgebarsten. Tegelijk met de vogels bouw ik mijn nest. Het is de nieuwe wagen, waar ik aan verder werk.

De kozijnen. Ik had ze in de herfst al gemaakt, precies gepast, met zelfgemaakte hardhouten deuvels erin. Alle verbindingen zitten muurvast met zeewaterbestendige superlijm. Twee kozijnen zijn het. In elk kozijn komen vier langwerpige raampjes van echt glas. De sterke hoekige kozijnen maken het skelet van de wagen nóg steviger.

Het is een warme dag als ik ze erin zet. Dick is er om te helpen. Het werk gaat snel. Onze vingers zitten onder de lijm en alle lijmklemmen zijn in gebruik. Maar het lukt en ik ben tevreden. Bouwen is fijn. Ik wil het niet te snel doen, ik wil elk moment vieren. Vooral nu er zoveel verandert in korte tijd. En Iedereen mag meekijken. Dat is het allermooiste.

.

Als ik bouw
wil ik genieten
Dode lijnen
daar houd ik
niet van
Gestadige toewijding
dat is het plan
Het is mijn lust en
liefste leven

Laat me en ik maak iets,
je zal eens zien hoe mooi
Laat me hier
mijn gang maar gaan
Het komt,
het komt er aan
.

.

.

Scheppingsverkeer

.

.

Scheppingsregels

.

Aloïsius kijkt
naar het werk
van zijn handen
een grote E
met blauwe randen
Eerste letter
van het blad
Sierlijk straalt de
gouden krul
van verse inkt
nog nat

Hij weet

„God schiep de wereld
in zes dagen en Hij keek
en Hij zag dat het goed was
en rustte op de
zevende dag.“

Maar

Dat was vroeger
voor de wereld van cijfers
het beeld ging domineren
O, ik weet
niet meer
wat ik zie

Ik tekende en vulde
vijftig vellen vol
vele lieve letters
op stralend wit papier
ik stopte ze in mijn toverdoos
vlijtig als een mier

Ik poetste en ik werkte door
goochelde met beelden
ik keek ernaar en ja
ik dacht
dacht echt dat het goed was
toen ik het
de deur uit mailde

Warm van ’t werk verwacht ik nu
de grote dag
van publicatie
ik dans en vrolijk lach ik

De dag die na de zevende
zie ik mijn mooie schepping dus
gelijk terug
in de brievenbus

Verkeerde resolutie

.

Laat het zijn, het antwoord is er

.

Rustig door tuinieren kl frm.

.

Ik sta in de open deur van mijn pipowagen. De zon schijnt en de lucht is blauw. Vóór mij, op het bordes, staan tientallen plantjes. Die heeft de postbode vanmorgen gebracht, in een hele grote doos. Straks, als de zon weer warmer wordt, dan zullen ze groeien en bloeien. Er zijn veel dingen om blij van te worden vandaag. En toch ben ik droevig. Hoe komt dat nou, vraag ik me af. Ik weet niet.

Ik sta er niet lang bij stil en spring van het trapje af. Er is werk te doen. Ik pak acht plantjes beet, acht lange sliertige takken, oersterk, taai en buigzaam. In totaal heb ik er honderd, die de grond in moeten, allemaal in zwarte plastic potjes. Het zijn dwergmispels, een kleine soort cotoneaster. Parken staan er vol mee. Er rennen kinderen in rond om hun voetbal terug te pakken en meer van dat soort ongein. Maakt niet uit. Ze overleven alles.
Ik pak de lange dunne takken beet. De potjes bungelen er onder. Zo loop ik naar de plek waar ze de grond in moeten. Er staan al een paar bessenstruiken, allerlei bloembollen, munt en tijm, rond een jonge kweepeer. Ik laat de potjes op het gras zakken en kijk naar de naakte zwarte aarde in het perk. Die wil ik zoveel mogelijk bedekken.
Vóór ik hier vandaan ga, wil ik er zeker van zijn dat dit kleine bolwerk van diversiteit sterk genoeg is. De dwergmispels zullen daar zeker bij helpen en de andere planten beschermen. Er zijn konijnen, kippen een rondscheurende grasmaaier en een trekker. Ik wil dat alles wat ik in de grond zet het overleeft. En ook de andere perken die ik aanleg, onder de kersenbomen. Straks wil ik kunnen zeggen: „Het is goed zo, ik ga. Groei maar lekker door tuintjes! Mijn zegen heb je.“
Tuinieren is fijn. Ik wil de wereld mooier maken. Ik kijk, volg de vlucht van vogels rond mijn huisje en zie waar ze hun voedsel zoeken. Ik zie de eerste hommel zoekend rond zoemen. Hoe meer er groeit, hoe meer er bloeit. Mijn handen zijn zwart van aarde. Het maakt niet uit dat de grond niet van mij is. De aarde is van niemand. Die is van zichzelf. Ja, ik kan donateur worden om de wereld te redden met een handvol goede doelen. Maar veel liever stop ik mijn bijdrage hier in de grond. Dan kan ik zien hoe het groeit, en naar de beestjes kijken. Veel leuker.

Aan het eind van de dag doe ik de radio aan. Lex Bohlmeijer op radio 4. Hij vertelt met aangeslagen stem wat er is gebeurd is in Brussel. Een explosie van geweld. Ach.. was dàt het, vanmorgen? Kan dat, verdriet voelen wat massaal gevoeld wordt, waar ik nog niks van weet? Het is erg. Maar wat kan ik anders dan doorgaan. Planten en zaaien, kleine paradijsjes maken voor bijen en vogels. En bloemen om ogen te strelen. Laat het zijn, het antwoord is er. Hier.

.

Nergens is het paradijs als
nog ergens oorlog is
Maar ik blijf rustig
en ik meen
niemand
is werkelijk
alleen

.
Nootje na: De volgende dag zat ik te staren op de bank, half aanwezig, mijn lichaam traag als stroop, als was ik in de rouw. Ik heb een gevechtsdans gedaan, buiten. Dat luchtte op zeg! Echt een aanrader. Doe maar wat. Alles is goed.

Een-en-vijftig!

.

.

51 jaar!

.

„Het verval komt nog wel. Dat kun je mooi zien als je elk jaar een foto maakt.“ zegt mijn vriend Dick vrolijk, als ik me afvraag hoe het is om zeventig te zijn. „Nee hoor, niks daarvan“ zeg ik eigenwijs. „Het velletje wordt misschien wat minder strak, maar de spieren houden de rest goed bij elkaar! Van afstand zie je over tien jaar nog steeds geen verschil, en over twintig jaar ook niet. Wedden?“
„Ach joh,“ zegt Dick „Ik vind je altijd mooi.“
Ik ben vandaag één-en-vijftig geworden. Toen ik vijftig werd heeft Dick het beeld van mij vastgelegd, bij de vijver. Dat was vorig jaar. Het was een hele koude dag en in mijn Eva’s kostuum ben ik gauw weer naar binnen gerend toen de foto gemaakt was. Nu maken we weer een foto. Midden tussen de natte akkers. En volgend jaar ook. En dan weer ergens anders. Elk jaar eentje! Het is een avontuurlijke ontdekkingstocht door de tijd, die ik graag deel met anderen. Mijn lijf en ik en waar ik ben, daar gaat het over

Hiep hiep hoera.

Ik hou ervan
het leven
van verval en rottigheid
en dan
dan komt het groeien

Ik kon groeien
als een den
zo tof
dat ik geboren ben!

Ik dank de wind
om mee te stoeien
ijskoud of vol beloftes

Ik blijf toch een
vroeg lentekind
.

EN DAN NU….

Hoe ben ik 51 geworden? Een globaal overzicht van mijn dagelijks leven zoals ik het in de loop der tijd heb opgebouwd.

  • Regelmatig water drinken, vooral voor het naar bed gaan en bij het wakker worden. Vaak ook       ’s nachts.
  • Elke ochtend een uur lichaamswerk. Poweryoga, gewichtheffen, springen, dansen, zingen, bekkentrekken. Tien minuten is trouwens ook al effectief, dus geen smoesjes dat ik geen tijd heb. ’s Avonds doe ik het ook vijf of tien minuten.
  • Vers geplet graan eten uit eigen molentje. Haver, gerst, rogge, met lijnzaad, rozijnen, veel pompoenpitten, kokos, paar cashewnoten, paar hazelnoten, goed fijngekauwd of gemalen. Gemengd met water, scheut geitenmelk, kokosvet en kaneel.
  • Ik sta altijd. Als ik schrijf of teken, of werk achter mijn laptop, dan doe ik dat ik staande achter een lessenaar. Soms urenlang. Goed voor de ademhaling en nooit last van mijn rug. Ik houd de hele dag een actief gevoel. Ongemerkt doe ik toch vaak wat stapjes heen en weer of wiebel met mijn heupen.
  • Tussen de middag fruit eten.
  • ’s Avonds geniet ik van het bereiden van de maaltijd. Ik maak een mix van allerlei seizoensgroente. Vaak eet ik er peulvruchten bij en wat gierst of boekweit met kruiden. Soms hele jonge geitenkaas. Geen vlees. Ik meng er wilde planten door, die op dat moment groeien.

Nu zijn dat brandneteltoppen, jong kleefkruid, fluitekruid, en vogelmuur als salade. fluitekruid moet je wel kunnen herkennen om vergissing uit te sluiten. Ik zie het, maar ik ruik het ook, dat het fluitekruid is. Het verwante dollekervel is wel giftig, maar van een enkel hapje krijg je niks en de smaak van giftige planten is vaak totaal anders. Er zitten ook paarse vlekken op de stengel van dollekervel. Dat heeft het fluitekruid niet.

  • Veel buitenlucht en zonlicht.
  • Extra vitamine D slikken in de winter. Marmite voor de B12.
  • Kruidenthee.
  • Koffie versgemalen met granenkoffie gemixt en carobepoeder voor het zoete smaakje. Veel melk erbij. Mix van zelfgemaakte havermelk en geitenmelk.
  • Lekker diagonaal slapen in mijn brede hangmat, met schapenvachtjes erin. Heerlijk schommelen als ik nog niet slaap.
  • Veel naar buiten kijken zon, wolken, regen, vogeltjes…. en muziek luisteren in de avond.
  • Beperken van kijken op internet en facebook. Voornamelijk s ochtends en s avonds en maximaal twee uur per dag.
  • Opruimen wat ik niet nodig heb, veel weggeven of afvoeren. Soms kan ik het slopen om iets nieuws te maken, of is het organisch en begraaf ik het om te laten composteren.
  • Leeggekomen ruimte laten inspireren door mensen en dingen waar ik blij van word. Soms is er niets of weinig voor nodig, zoals bij dans en muziek en tuinieren.

Spullen waar ik blij van word, heb ik meestal zelfgemaakt, met materiaal wat er is of wat ik speciaal uitzoek. Soms is het ook een herinnering of een cadeautje, dat echt iets voor me betekent. Toch is er niets dat op een vaste plek kan rekenen, bij mij. Ik ben doordrongen van het besef dat alles tijdelijk is en ben voorbereid op elk verlies of afscheid. De rijkdom zit vooral in de geest en in een groeiend inzicht dat alles wat vergaat een bodem vormt voor een nieuwe frisse lente.

  • Tuinieren, vergroten van groeiende en bloeiende zones, verbreden van de blik.
  • Kijken naar hele kleine beestjes.
  • Elkaar voorlezen.
  • Wandelen, wilde planten zoeken en luisteren naar dierengeluiden, alleen of samen.
  • Praten met de buren.
  • Knuffelen.

 

Wensen:

  • Wagen afbouwen! Lekker in mijn eentje, rustig en geconcentreerd.
  • Mijn boek „Drakenlief“ uitgeven en het veel mensen laten lezen.
  • Met Manon Ossevoort wandelen en samen eetbare planten zoeken. (Zij is het trekkermeisje dat naar de Zuidpool reed.) Andere geïnteresseerden ook welkom om mee te gaan. (Omgeving Eindhoven)
  • Dick helpen zijn kamer in te richten, hoogslaper bouwen, dansvloertje met spiegel en hangstoel met katrol.
  • Later: Yoga-acrobatiek doen, samen met anderen. Niet voor een keer maar het liefst op de plek waar ik ben en met regelmaat.
  • Meerstemmig zang met een paar anderen die ook redelijk van blad kunnen lezen of een sterk geheugen hebben voor toon en klank.
  • Meedoen in een dansvoorstelling in de natuur.
  • Voedselbossen planten geïnspireerd door permacultuur met alle lagen: van bodem en kruidlaag tot wat er bovenin de kruinen zit.
  • Kunst en speelplekken maken in die voedselbossen.
  • Een keer wandelen en filosoferen met Lex Bohlmeijer.
  • En ten slotte: Verrassingen en bezoekers verwelkomen. Maar tot de zomer niet teveel, anders komt de wagen niet af. Ik blijf verslag doen in mijn blog, met verhalen, filmpjes en foto’s van de bouw.

Dat was het! En ze leefde nog lang en gelukkig.

Link van Manon Ossevoort: http://www.tractortractor.org/nl/

De nok er op!

.

 

.

.

nok erop

.

Achter op het veld wacht werk. Heel zorgvuldig ingepakt staat het daar. Mijn eigen rijdend huisje. Nou ja, het wórdt een huisje. Nog even en het heeft een dak, lichtblauwe wanden, heldere ruiten. En houten kozijnen, zacht oranje gelakt. Op deze stille plek heb ik hard en vol concentratie gewerkt. Het geraamte is klaar, andere onderdelen wachten. Ze wachten op montage, opgeslagen tegen een kromme wand in een oude wagen. Het moeilijkste werk is nu gedaan. Heerlijk.
Ik zit aan tafel te schrijven. Langs de schoorsteenpijp in het dak giert stoterig de wind en raast. Een harde vlaag beukt onverwacht mijn wagen heen en weer. Hij rukt en trekt uit alle macht. Maar ik weet, hij doet me niets. Hij krijgt geen vat, de wind, niet op iets wat mijnes is. Geen blik dat bengelt, geen zeil dat klappert, alles is stevig vastgesjord. De dichte deur maakt nog een kier, het lichte gordijn wappert.
Ik schrijf en denk aan gisteren. Het was een grote dag, de zon scheen en de wind was stil.

De bouw van mijn wagen vordert langzaam. Stormwind, kou en kille regen maken het tempo traag en herfstig. Toch is het nu zover gekomen. We bereiken het hoogste punt, de nok. Het is de ruggegraat van het gewelfde dak. Het lange werkstuk ligt al een tijdje klaar, omhult door blauw dun flapperzeil. Dat kan er nu af. Vandaag krijgt het zijn plek.
Dick is bij me. Met z’n tweeën tillen we het lange ding naar de voorkant. Maar we hebben nog twee handen nodig. Buurman Jan komt helpen. Hij klimt op een stevige trap om hem aan één kant omhoog te houden. Dick en ik hijsen de andere kant op de voorste dakboog, die gemaakt is van plaatmateriaal. De lange nok weegt wel wat, maar minder dan je zou denken. We hijgen,sjorren en schuiven, verder en verder, tot hij op zijn plek ligt, rustend op alle drie de dakbogen. Nu mag hij zakken in de gleuven, tot hij vast zit. Even bijschaven met de vijl…. En hij past!

Een feestelijk moment

De nok, de nok, de nok erop!
sjorren, hijsen, trekken maar
en als hij zit kan het niet beter
het klopt tot op de millimeter
Nou valt alles samen

En dan

Alles heeft zijn plek
Mensen, dieren, planten, dingen
Ik leef hier en kijk en werk
help het groeien
tot ik klaar ben
klaar ben
voor vertrek
tot ik niets meer
te zoeken heb
hier waar ik nu ben

.

Op het filmpje kun je het zien. Nu het complexe werkstuk op zijn plek zit, kan je eronder staan en alles goed bekijken. Gaten zitten om de vijf-en-twintig centimeter. Daar worden straks de kromgebogen dakspanten doorheen getrokken, alsof het ribben zijn, sterk en flexibel. Daar komt het dakzeil op. De nok heeft een lange ventilatiekap voor frisse lucht en om vocht kwijt te raken. Ook de elektra komt erdoorheen, kabels van de zonnepanelen. Twee stroomkastjes heb ik ingebouwd, voor de connectoren. Ik kan er makkelijk bij, ze zitten pal boven mijn hoofd. De ventilatiekap gaat over in een daklicht van twee meter lang. En aan het uiteinde, daar komt een verrassing. Maar dat houd ik nog geheim.

Reakties welkom: tt.alowieke@gmail.com

 

De lucht staat stil

Mistige flarden van tijd kl fr

.

De lucht staat stil. Het lijkt wel
of de tijd zich verdicht,
net zoals de lage lucht buiten.
Stroperig bewegen de wijzers van de wekker
en vertellen me dat het negen uur is.

De wereld probeert door te draaien in
hetzelfde tempo, maar de files verdikken zich
als verstopte aderen in een
afgetakeld lichaam dat zich stoterig beweegt
naar het einde van de wereld,
waar alles mistig is.

Ik pak de stenen vijzel en de kom,
leg er een walnoot in en kraak hem
op het puntje,
zodat hij in vier delen uitéén valt
en nog één, en nog één
zoals mijn moeder deed en mijn moedersmoeder
al zoveel seizoenen voor mij

Herfst.

.

Ik heb mijn ochtendoefeningen gedaan, maar het helpt niet. Mijn hoofd is even mistig als de buitenlucht. Wat kan ik doen, met een slome kop? Geen ingewikkelde constructies maken, dat is duidelijk. Zonder er lang over na te denken, pak ik de doos met walnoten en tamme kastanjes. Ik heb ze gisteren geraapt en ze zijn nog vochtig van de buitenlucht. Beter dat ze niet te lang liggen, want dan gaan ze rotten. Ik pak de zware stenen vijzel en de kom, leg er een walnoot in en kraak hem op het puntje, zodat hij in vier delen uitéén valt. En nog één, en nog één. Ik kom al snel in een prettige ritme. De doppen gaan de zak in. Aanmaakmateriaal. Ik voel me best tevreden zo. Het is de tijd niet, om bergen te verzetten, en mijn nieuwe wagen hoeft écht niet af voor de winter. Nu is het herfst. Tijd om de voorraden aan te vullen, terwijl de klok maar tikt en tikt. Zo gaat het nu en zo ging het al eeuwen voor mij.

.