Bewegende lichtjes

.

.

Dezelfde kracht die ooit de schepping in gang zette, zet ons nog steeds in beweging en maakt iedere dag nieuw. (Vrij naar Tagore)

Ik kijk door het raam. Het laatste gloeien van de ondergaande zon is verdwenen. Er zijn donkere wolken gekomen die de hemel nu bedekken. Ik heb de luiken nog niet gesloten en kijk naar de lampjes in de verte, die bewegen langs dezelfde streep. Dat is de snelweg die om Leeuwarden leidt. Soms zijn het een heleboel lampjes achter elkaar. Dat is dan een vrachtwagen. Ik heb geen hekel aan de snelweg, ik kijk er graag naar. Het is ver, net als de hemel boven mijn hoofd. Als er geen sterren zijn, dan kijk ik naar de bewegende lichtjes in de verte.
Aan de andere kant beweegt ook wat, dichterbij. Het is iemand met een zaklamp. We hebben geen buitenlampen. Het kunstlicht is ver weg, ver achter velden en wegen. Het is de stad, aan de horizon, die steeds dichterbij komt. Elke keer komen er weer nieuwe lichtjes bij.

De stad zoekt steeds opnieuw zijn bestemming, er wordt opgebouwd en afgebroken. En ik, ik ben maar een tijdelijke gast in dit verhaal, al is mijn voetstap duidelijk zichtbaar. Hoelang ben ik hier nog? Langzaamaan richten mijn gedachten zich meer en meer op het vertrek. Ik maak af wat ik af wil maken. Ik bereid me voor om met mijn huis te kunnen trekken.

Je begint dapper aan een gekozen pad. Je voelt een drijfveer, een wens. Al twijfel je soms, niet wetend wat de toekomst brengen zal. Soms raakt je drijfveer jarenlang bedolven, maar je weet, het is er, ergens. Ooit komt het weer boven. Toen ik twintig werd groeide bij mij het verlangen om een rijk palet aan disciplines en talenten, van mezelf en die van anderen, te helpen verbinden in een verhaal. Niet zoéén die in een poep en een scheet voorbij is, maar een vervolgverhaal dat lang kan duren.
Dit lukt slechts een enkele twintiger. Doorgaans moet je daarvoor eerst een hoop levenservaring opdoen. En nu ben ik bijna vier en vijftig. Ik weet dat er iets op komst is. Soms word ik huiverig van de leegte, die er voor me ligt, de concrete doelen die verdwijnen zodra ik hier straks mijn hielen licht. Maar wat er ook komen zal, het begint hier, bij mij, bij de eerste stap die ik zet. Ik adem in en uit, verzamel moed en herinner mij mijn grootste wens.

Het lichtje bij de deur is naar binnen verdwenen. Nu komt het weer naar buiten. Ik weet niet wie het is, ik zie alleen een vaag silhouet afsteken tegen de donkergroene schuurdeur. De schim sluit de deur af en loopt weg. Ik staar naar de bewegende boomtoppen, die afsteken tegen het licht van de stad op de achtergrond. Het is een beetje koud geworden in huis. De kachel is bijna uit en de oostenwind waait hard door de miniscule kier van de voordeur. Ik hang het laken op om de tocht tegen te houden. Ik duw het opzij om de deur te openen. Het laken staat meteen bol in de koude wind. Het brandhout ligt in een kist onder het bordes. Ik leg gauw een paar blokjes binnen en doe snel de deur weer dicht. Voor ik terug naar binnen ga pak ik de kruk om de luiken te sluiten. Mijn vriend Dick kan het zonder kruk, maar ik ben daar net te klein voor.

De luiken zijn dicht en de kachel is aan. Dit is mijn heerlijke nest, waarin ik verhalen uit kan broeden, verhalen als parels die het licht weerkaatsen. Ingevingen die iets teweeg kunnen brengen, zoals de bewegende lichtjes langs het pad dat ik zie in de verte.

Inpakken en wegwezen

.

.

Mijn gedachten branden
als een oranjegele vlam
in zomers korte nachten.
Onrustig wacht ik op de dag

De dag komt dichterbij
dat ik mijn vleugels spreid
na zes jaar vlieg ik weer
voor ’t eerst in eigen wooncocon
Als een havik vlieg ik
een nieuwe tijd tegemoet.

Ik zal landen in het Noorden
samen met mijn huis.
Vijftien mei twee-duizend-achttien!
O, wie zal ik daar allemaal zien?

 

Volgende week verslag van de reis en de aankomst!

 

(Fototitel: “De vlam van gedachten in de nacht.”)

.

.

Straks is het heel gewoon

.

Lekker hangen aan een oersterk dak. Het zit tjokvol schapenwol, het is warm en nog geventileerd ook. Met zo’n dak blijf ik gezond en lenig als een aap, al word ik honderd. Hoe de wereld er ook uit ziet in 2065, ik ga er voor.

.

De telefoon gaat. “Hallo met Hanna, ik ben student journalistiek. We hebben elkaar ontmoet in Tilburg op het perron en u vertelde over uw manier van leven en dat u zelf uw huis bouwde. Nu moet ik iemand interviewen die controversieel is. Ik dacht meteen aan u.”
Ik zeg haar dat ze welkom is en we maken een afspraak.

Later denk ik na over het woord “controversieel” Waarom is mijn manier van leven controversieel? Wekt het tegenspraak op? Het is meestal het tegenovergestelde. Ik kom veel vaker mensen tegen die er ook van dromen, maar het niet doen, dan mensen die er wat op tegen hebben.
Ik denk veel na over alle goede invloed die mijn manier van leven heeft op de omgeving. Ik gebruik weinig energie, ik heb weinig nodig en kan daardoor veel aandacht besteden aan mijn omgeving. Daarom tuinier ik veel, ik composteer alles wat er binnenkomt. Ik maak de grond rijker, de wereld mooier en waar ik ben wemelt het al gauw van de bloemen, hommels, vlinders en vogels. Als het moet, kan ik makkelijk verhuizen naar een plek waar ik nodig ben.
In deze tijd van klimaatverandering, ernstige bedreiging van de diversiteit en grondstoffen die op beginnen te raken, zou deze manier van wonen omarmd moeten worden. We moeten drastisch anders gaan leven, willen we het redden.
Inmiddels is ook duidelijk dat Antartica veel en veel sneller afsmelt dan gedacht en dat de zeespiegel aan het einde van de eeuw niet slechts een enkele meter, maar een aantal meters gestegen is.
Ik ben er niet bang voor. Ik denk ook niet, dat maak ik toch niet meer mee. Ergens is het in mijn bewustzijn, dat dit al in mijn leven kan gebeuren. En dan is het goed om mobiel te zijn, en zelfvoorzienend. Dan is het handig om je te kunnen redden met de gereedschappen die je hebt en het goed te kunnen vinden met de mensen om je heen.
Regels worden steeds strakker. Het zou juist andersom moeten. Om ons aan te kunnen passen aan de snel veranderende wereld, zou er meer ruimte moeten komen om te experimenteren met andere woonvormen. Zoals ik het op mijn manier doe. Als je ruimte krijgt om te spelen, dan merk je wat je ècht kan. Zelfvertrouwen groeit en je weet dat je je ook in moeilijke situaties kan redden.

Spelen maakt dat
enge dingen
zich gaan ontpoppen
tot uitdagingen

Hoe meer mensen de sprong maken, hoe meer er zullen volgen. Een leven zoals het mijne? Straks is het heel gewoon. Dat hoop ik zò!

.

In dit spannende filmpje van 10 minuten kun je het hele verhaal volgen. Als je meer wilt weten over details van hoe ik het gedaan heb, bekijk de andere video’s of kom langs!

.

.

.

De nok er op!

.

 

.

.

nok erop

.

Achter op het veld wacht werk. Heel zorgvuldig ingepakt staat het daar. Mijn eigen rijdend huisje. Nou ja, het wórdt een huisje. Nog even en het heeft een dak, lichtblauwe wanden, heldere ruiten. En houten kozijnen, zacht oranje gelakt. Op deze stille plek heb ik hard en vol concentratie gewerkt. Het geraamte is klaar, andere onderdelen wachten. Ze wachten op montage, opgeslagen tegen een kromme wand in een oude wagen. Het moeilijkste werk is nu gedaan. Heerlijk.
Ik zit aan tafel te schrijven. Langs de schoorsteenpijp in het dak giert stoterig de wind en raast. Een harde vlaag beukt onverwacht mijn wagen heen en weer. Hij rukt en trekt uit alle macht. Maar ik weet, hij doet me niets. Hij krijgt geen vat, de wind, niet op iets wat mijnes is. Geen blik dat bengelt, geen zeil dat klappert, alles is stevig vastgesjord. De dichte deur maakt nog een kier, het lichte gordijn wappert.
Ik schrijf en denk aan gisteren. Het was een grote dag, de zon scheen en de wind was stil.

De bouw van mijn wagen vordert langzaam. Stormwind, kou en kille regen maken het tempo traag en herfstig. Toch is het nu zover gekomen. We bereiken het hoogste punt, de nok. Het is de ruggegraat van het gewelfde dak. Het lange werkstuk ligt al een tijdje klaar, omhult door blauw dun flapperzeil. Dat kan er nu af. Vandaag krijgt het zijn plek.
Dick is bij me. Met z’n tweeën tillen we het lange ding naar de voorkant. Maar we hebben nog twee handen nodig. Buurman Jan komt helpen. Hij klimt op een stevige trap om hem aan één kant omhoog te houden. Dick en ik hijsen de andere kant op de voorste dakboog, die gemaakt is van plaatmateriaal. De lange nok weegt wel wat, maar minder dan je zou denken. We hijgen,sjorren en schuiven, verder en verder, tot hij op zijn plek ligt, rustend op alle drie de dakbogen. Nu mag hij zakken in de gleuven, tot hij vast zit. Even bijschaven met de vijl…. En hij past!

Een feestelijk moment

De nok, de nok, de nok erop!
sjorren, hijsen, trekken maar
en als hij zit kan het niet beter
het klopt tot op de millimeter
Nou valt alles samen

En dan

Alles heeft zijn plek
Mensen, dieren, planten, dingen
Ik leef hier en kijk en werk
help het groeien
tot ik klaar ben
klaar ben
voor vertrek
tot ik niets meer
te zoeken heb
hier waar ik nu ben

.

Op het filmpje kun je het zien. Nu het complexe werkstuk op zijn plek zit, kan je eronder staan en alles goed bekijken. Gaten zitten om de vijf-en-twintig centimeter. Daar worden straks de kromgebogen dakspanten doorheen getrokken, alsof het ribben zijn, sterk en flexibel. Daar komt het dakzeil op. De nok heeft een lange ventilatiekap voor frisse lucht en om vocht kwijt te raken. Ook de elektra komt erdoorheen, kabels van de zonnepanelen. Twee stroomkastjes heb ik ingebouwd, voor de connectoren. Ik kan er makkelijk bij, ze zitten pal boven mijn hoofd. De ventilatiekap gaat over in een daklicht van twee meter lang. En aan het uiteinde, daar komt een verrassing. Maar dat houd ik nog geheim.

Reakties welkom: tt.alowieke@gmail.com