Onafhankelijkheidsdag

.

.

“Wanneer vertrek je?” vraagt de kaasboer mij, terwijl hij de kaas uit de kleine vitrine pakt. Ik ben de enige die bij zijn marktkraam staat en hij neemt graag tijd voor een praatje. Morgen is hij weer hard aan het werk op de boerderij. “Op vier juli,” zeg ik. “Ah, op independenceday, july, the fourth.” Dat wist ik niet. Ik lach uitbundig. Het is nu niet alleen de onafhankelijkheidsdag van de Amerikanen, maar ook die van mij.

Maar wat me het meeste boeit, hoeveel boeren, mannen en vrouwen kiezen er nog meer hun eigen weg? Wat betekent onafhankelijkheid voor mensen in deze tijd, waarin de druk van buiten af steeds sterker wordt, door alle veranderingen in economie, maatschappij en klimaat?

Het is een week voor mijn vertrek. De zon schijnt en er waait een frisse wind. Ik wil net de kwast oppakken om de bagagewagen te schilderen, wanneer er iemand aan komt lopen. Het is Cythia, één van de vrouwen uit het dorp die ik ontmoette tijdens een wandeling. Nu staat ze glimlachend voor me en kijkt me vrolijk aan met haar wijze grijze ogen, omlijst door grijsbruine krullen. Rustig stelt ze de ene nieuwsgierige vraag na de andere. Straks vertrek ik. Waar kwam ik vandaan? Waar ga ik heen? Waarom doe je wat je doet? En onafhankelijkheid, is dat niet dat je in staat bent een oprechte keus vanuit jezelf te maken? Tegelijkertijd heeft het iets lichtvoetigs, zonder verwachtingen te zijn… Na een boeiend gesprek vertrekt ze weer. Een harde wind waait over het vlakke land terwijl ze verder loopt.

Niet veel later staat Femke voor mijn neus, nog een vrouw die ik ontmoette tijdens een wandelronde. De wind is gaan liggen en de zon doet haar lange haar glanzen. Ik kijk haar aan, haar ogen stralen opgetogen. Ze wilde me persee nog een keer zien, zegt ze. Ze heeft veel te vertellen. Ze heeft pas haar baan op gezegd. Ze wil niet meer doen wat een ander haar opdraagt. Ze wil haar eigen keuzes maken. Hoe doe je dat? Het is spannend. Bij het afscheid vraag ik haar of ze me op de hoogte wil houden als er iets bijzonders gebeurt. Dat doet ze graag. Maar tegelijkertijd zie ik een glimp van onzekerheid in haar ogen. Alsof ze denkt, “wat zou dat dan in godsnaam worden? Waar ga ik heen? Ik heb geen idee….. “
Toch heeft ze de sprong in het diepe genomen. Terwijl haar omgeving haar voor gek verklaart. “Ik moet wel,” zegt ze. “Niks dappers aan!”

Een spiraal aan ontmoetingen is begonnen. Het cirkelen houdt niet meer op. Ja, de volgende ochtend al komt er vlak na het ontbijt nog een vrouw aanlopen. Opgewekt lacht ze me toe, in een licht kort zomerjurkje. Haar vel is gebruind door de zon, haar bruine krullen beginnen grijs te worden.
“Ooh, woon jij hier? Ik ben net aangekomen met mijn camper. Toen ik hier langs kwam dacht ik, wat een mooi zelfgebouwd huisje! Daar moet ik even gaan praten!” Ze heet Jeannine. Ze gaat haar huis verkopen en in een camper wonen. Ze gooit het roer helemaal om, onafhankelijk van wat de rest van de wereld er van vindt. Het is een heel avontuur, alleen het opruimen al. Haar huis heeft wel vijf kamers. Er is veel te doen. Maar nu is ze vrij. Jeannine heeft een hemels plekje gekozen, aan een steiger bij het water. De komende dagen gaat ze uitproberen hoe het is om in een camper te wonen. We zien elkaar nog wel.

Die avond speel ik op mijn piano. Voor het eerst probeer ik “Lang zal ze leven” te spelen, met de juiste akkoorden erbij. Het klinkt best goed. Vrolijk klinkt het lied door de open deur. Dan hoor ik opeens een stem.

“Ben je jarig? Ik heb taart!”

Daar staat de laatste vrouw van vandaag. Ze heeft worteltaart en rosé. We toasten, hoewel ik helemaal niet jarig ben en zij ook niet. “Op de reis!” roepen we. Glazen klinken en lachend drinken we, in het licht van de ondergaande zon.

.

Een spiraal van ontmoetingen

.

.

Wie zal ik verder nog ontmoeten? Met wie dans ik de wervelwind, of volg ik de trage voetstappen van ons DNA? Alles is in beweging en ik maak er deel van uit. Goddank. Ik mag op reis.

Boer Jochum komt langs om te kijken of ik het goed maak, op mijn nieuwe plek. Hij kijkt naar mijn huisje. Hij kijkt naar de gekraakte wilg die horizontaal over het riet hangt. ”Die valt in elk geval niet meer op je dak, want die is al omgevallen,” zegt hij laconiek. “En goed dat je verderop staat en niet hier. Ik had hier al een hoop kleine boompjes gezien. Die wil ik laten groeien om uit te planten.” Ik kijk naar de plek bij zijn voeten. Tussen het fluitekruid zie ik inderdaad allerlei andere blaadjes. “Je kunt wel een boomkwekerij beginnen,” zeg ik hem. “Nu tiny forests zo populair beginnen te worden is daar straks vast veel behoefte aan. Hoeveel goeie bomengrond heb je hier in de buurt? Niet veel toch?” Jochum lacht. “Goed idee, dan beginnen we een nieuwe tak!”

Ja het is een tijd van vernieuwing en oude dingen staan in een ander licht. Jochum is altijd al bezig met bomen, maar er waren weinigen die het zagen. Zien maakt wakker, maakt aktief. Vanzelfsprekendheden worden doorbroken en krijgen nieuw leven ingeblazen. Als een rondcirkelende dans, die steeds sneller gaat. Als een boom die groeit door zonlicht en regen. Als een spiraal van vernieuwing.

Een dag later heb ik opnieuw een ontmoeting die me aan het denken zet.

Het is een bewolkte dag en ik zit binnen te lezen. Dan zie ik Hillegonda onder mijn raam. Ze loopt naar de deur en klopt. “Mag ik erin? Ik ben nog nooit binnen geweest!” roept ze. Ik vind het maar wat leuk dat ze spontaan langskomt en roep “JA!” Ze opent de onderdeur en doet twee stappen op de houten vloer. Ademloos kijkt ze rond. “Wat is het hier stil! Al het geluid wordt gedempt…. heerlijk!” Met open mond staat ze te genieten en kijkt rond. Ik laat haar gaan en zeg alleen maar “Ja, dat komt door de zachte ronde vormen in het dak…”.
Na een poosje is ze klaar met kijken en gooit het tasje leeg, dat ze bij zich had. Op de bank liggen nu allemaal kettingen en hangers uitgespreid. “Weet je nog wat je zei toen je laatst bij ons zat? Je zei dat een ketting je niet stond, nou dat zullen we nog wel eens zien!” lacht ze. Ik kijk naar de uitstalling en hoef niet lang te denken. Ik kies een hanger in de vorm van een rechtsdraaiend spiraal.

Ik weet dat het een symbool is. Dat wist Hillegonda nog niet. Ze is blij met mijn dankbaarheid en zodra ze weg is duik ik dieper in de vorm. Wat betekent die voor mij?

De spiraalvorm keert overal terug, zo vormen planten hun stengels, steeds verder omhoog, zo kruipt de slak zijn huis in. Maar ook ons DNA en draaikolken en wervelwinden maken eenzelfde beweging. Als symbool betekent het dan ook persoonlijke groei en innerlijke vrijheid.
Het is een weten, dat wat je realiseert niet meteen zijn doel hoeft te raken. Vaste gewoontes moeten doorbroken worden om vrijheid te creëren. Vaak moet alles daarna een tijdje rusten voor er iets gebeurt, voor je je creatie uit kan werken en je een poos later op hetzelfde punt uitkomt. De spiraal maakt zijn cirkels, steeds verder omhoog, tot het punt vanwaaruit je opnieuw een doorbraak maakt naar de volgende cirkel. Zo dans ik mijn dans. Zo verlaat ik mijn huis om te reizen en duurt het zeven jaar voor de wielen de weg op gaan.

Wie zal ik verder nog ontmoeten? Met wie dans ik de wervelwind, of volg ik de trage voetstappen van ons DNA? Alles is in beweging en ik maak er deel van uit. Goddank. Ik mag op reis.

.

Een plek om thuis te komen

.

.

Een plek om thuis te komen. Nu ik er ben, weet ik dat ik op reis kan gaan.

.

Met mijn ogen halfdicht geniet ik van het vroege licht dat door mijn koekoek schijnt. Slaperig mijmer ik over wat ik ga doen vandaag. Het is blogschrijfdag. Waar ga ik het over hebben? Gaat het over mijn vertrek op 30 mei? Ik weet het nog niet en laat het maar even. Ik doe het deurtje van de bedstee open om de slaap eruit te laten waaien. Dan  stap ik mijn bed uit. Ik open de deur. Vlak voor het bordes zit een groepje kippen, die halsreikend naar me opkijken. Ze willen eten. Ik stap in mijn pyjama op het vochtige gras en doe mijn klompen aan.

 

.

 

.

De camping met de bomen, het lange gras, alles is nog in een vochtige stilte gehuld. De koele lucht van de ochtend is heerlijk. De kippen pikken driftig van de kruimels die ik strooi. Ik loop terug over het paadje, tussen de essen, lindebomen en de vlierstruiken door. Maar ik ga niet mijn huisje in. Nee, ik pak een paar dikke werkhandschoenen die een vast plekje hebben gekregen in de bagageruimte onder mijn vloer. Ze liggen vooraan, ik kan er makkelijk bij. In mijn pyjama loop ik weer naar het kleine paadje. Het is zo hard als steen, door vele voeten en langdurige droogte. Rondom het pad staat het vol met speenkruid en fluitekruid. Hier en daar zie ik een teunisbloem en zelfs een kleine ooievaarsbek. Maar de grote overwinnaar is de alles overwoekerende brandnetel.

 

.

Wilde bijtjes op Ecocamping de Swetteblom

 

 

Overal in Nederland zie je hem, gestimuleerd door al die uitgespoelde mest, die door de sloten spoelt, zich mengt met het grondwater en onze bodem doordrenkt. Het is een netelige toestand. Mijn handen werken door. Ik trek ze uit of pluk ze af. Ik zie steeds meer wat onder de brandnetels vandaan komt en wat ik nu de ruimte geef. Ik zie het voor me, dit wordt een prachtplek, op deze oude, onberoerde grond. Een hemeltje voor bijen en insecten.
De zon staat al een stuk hoger aan de hemel, wanneer Maria haar yurt uit komt. Haar lange blonde haar glanst als een aureool om haar bruine gezicht. Haar helderblauwe ogen lachen en tientallen fijne lijntjes op haar wangen lachen mee. “Ik vind het zo heerlijk om te zien dat je zo lekker bezig bent! Wil je een kopje koffie met havermelk?” “O ja!” roep ik. “Koffie met havermelk vind ik het aller-allerlekkerste!”
Samen drinken we onze koffie, niet aan tafel op een stoel, nee, we lopen langzaam het hele terrein over. We staan stil bij wat we zien, vertellen wat het ons doet en ik vertel wat ik ervan weet. En Maria blijkt een haarscherpe intuïtie te hebben voor wat de oude honderd jarige appelboom nodig heeft. Er komen herinneringen op en verhalen. Het is een prachtige wandeling.

 

.

 

.

Het is heerlijk, om alleen op het land te werken in de vroege ochtend. Maar ik werk ook graag samen met de boer. We planten boompjes. Jochum  werkt stevig door. Hij is een vitale man en je zou niet zeggen dat hij zeventig is. Hij doet elke ochtend oefeningen, net als ik en gedichten schrijft hij ook nog, in het Fries natuurlijk. Tussen het scheppen door, praten we over onze belevenissen en idealen, en zo komt van het één het ander. Boer Jochum wil minder plastic. Ik wil hem er graag bij helpen. Samen zullen we de ruimte bij de WC’s transformeren in een sfeervolle zithoek.

Zwart landbouwplastic hangt stoffig aan de balken. Vuilnisemmers en dozen met oud papier en karton liggen op een slordige hoop, gemengd met andere zooi die mensen kwijt wilden. Jochem maakt de ruimte helemaal leeg en gaat weg. Nu is het mijn beurt. Ik trek het plastic er af, maak er een pakket van en gooi het op de aanhangwagen, om af te voeren.
Ik kniel op het beton van het erf. Voor me ligt een dikke rol stof, gisteren bezorgd door de postbode. Het is prachtige stevige jute en dit gaat het plastic vervangen.

 

.

 

.

Terwijl ik mijn schaar zet in de dikke jute komt Berry aanlopen. “Wat een mooie stof,” zegt hij. Berry is de man van Hillegonda. Het donkergrijze haar hangt in de war om zijn hoekige gezicht. Zijn ogen kijken vriendelijk en nieuwsgierig de wereld in. Een wereld waarin genoeg te zien is, want hij is tuinman op een landgoed van 24 hectare. Er woont een echte freule. Berry is heel gelukkig met zijn allerliefste Hillegonda, maar ook met dit werk. “Met al die dassen en reeën om me heen, hoe zou ik me er ooit eenzaam kunnen voelen?!” zegt hij.  In zijn aanhanger ligt mooi kastanjehout, dat er vandaan komt. Het is een dikke schijf die uit het onderste van de stam komt. We maken er een stoere tafel van, besluiten we.

 

.

Jochum ziet graag het bordje in het Fries, “Sithoeke”.

.

 

Ik werk de hele dag door en aan het eind van de dag is de transformatie compleet. Jochum komt aanfietsen. Verbluft stapt hij af. “Ongelooflijk,” zegt hij.
In de verte komt Tineke haar woonwagen uit, een kleine vrouw met rood haar. Ze is hier net een paar dagen. Deze plek inspireert haar. Ze ziet van alles en haar handen zijn bezig als een bij. Als boerendochter komen er veel herinneringen omhoog, op deze oude grond. Ze komt hier straks ook wonen. Meewerken op de boerderij, dat lijkt haar hartstikke leuk. Haar kinderen zijn het huis uit en nu kan ze doen wat haar hart haar ingeeft. Ik zie hoe ze rondloopt en hier en daar een bloem plukt. En als ik even later weer kijk, staat er een prachtig wildboeket op de stoere tafel.

Alles klopt. Ik geniet met volle teugen. Dit lijkt op de chemie van transformatie. Dit is wat ik hoopte te vinden. Hier is het, nu. En we doen het met elkaar.

 

.

.

 

Maar ik zou toch vertrekken? Ja ik ga vertrekken. Dertig mei is de grote dag, over vijf weken al. En ik ga ook! Maar nu weet ik dat ik hier terug kan keren, waar mensen er naar uitzien dat ik er ben en waar we in de herfst samen vlinderstruiken gaan planten en andere bloeiende planten. En nu, pas nu, weet ik dat ik kan vertrekken. Reizen is prachtig. Maar vooral als er een plek is waar je thuis kan komen.

 

.

Koe en de os in de wei.

.

 

Trekker met kantelaar

.

 

.

 

Veld met Wiekies Wandelhuisje

.

.