Contouren van een nieuw verhaal

.

Een verhaal begint met ruimte

.

De luisterversie en het liedje vind je onderaan de tekst.

Hier sta ik dan. Nog steeds woon ik in het rijdende Verhalenhuis, dat wellicht nooit meer rijden zal. Maar verhalen groeien er des te meer. In en om huis worden ze steeds talrijker. Maar ook verder gebeurt er veel. Ik sta stil en kijk. En terwijl ik luister bedenk ik me, wat is eigenlijk een goed verhaal, en hoe groeit het?

De chaos wordt steeds groter. Het oude verhaal werkt niet meer, al hopen velen nog van wel. Zoals we nu leven, kan het niet eindeloos door gaan. De Aarde raakt uitgeput. Kloven worden dieper, grenzen versterkt. De één houdt vast aan wat ooit was, de ander schreeuwt zijn buurman doof dat hij los moet laten. Aan een dood paard hoef je niet te trekken. En elkaar doof schreeuwen helpt ook niet. We hebben een nieuw verhaal nodig. Een verhaal om een vitale toekomst in te gaan. Dat geluid gaat steeds vaker op. Maar hoe? Is het een plan, dat van A tot Z uitgedacht moet worden? En door wie dan? Begin je zo eigenlijk wel een nieuw verhaal? Door het helemaal uit te denken?

Een nieuw verhaal kan alleen overleven als het van iedereen is. Dat kun je niet bedenken, dat moet groeien. Misschien is het als een kind, dat geboren wordt. Wat doet een kind als hij net een nieuwe wereld wordt ingeperst? Je zou raar opkijken, als het meteen zou opspringen, zodra de navelstreng is doorgeknipt. En dat hij zou roepen: “Waar is mijn smartphone?!” Je zou je doodschrikken van zo’n kind, dat zulke zaken opeist zodra het adem kan halen.

Ik heb nooit een geboorte meegemaakt, behalve mijn eigen. Daar weet ik weinig meer van. Maar volgens mij begint het met diep inademen en een keel opzetten. Niet om de omstanders iets duidelijk te maken, maar gewoon omdat je er opeens bent, in een volkomen andere wereld. En dan begin je je grote teen te bewegen, gaan de ogen open, is er licht en donker. Contouren beginnen langzaam duidelijk te worden, tot je steeds meer herkent. Verbaasd kijk je naar de mensen boven je wieg.

Begint elk nieuw verhaal zo? Met verwarring, schrik, en de gewaarwording? Ik zie wel een gelijkenis met hoe het nu is. We zijn in een andere wereld beland dan die we altijd gedacht of gehoopt hadden. En wat dan, na het schreeuwen. Eerst kijk je om je heen. Er is licht en er is donker. Je kijkt ernaar, zonder te oordelen. Je laat de contouren tot je doordringen. En dan ontdek je wat je kunt. Je hebt vingers en voeten. Zo begint een verhaal. De natuur kan ons daar veel in leren. Het leven, zoals het is.

Ik kijk wat ik kan. Ik plant bomen langs het Verhalenpad. Voor ik er was, stond er geen één. Ik werk eraan. Maar de Verhalen groeien vooral als ik er niet ben. Ik beweeg me stil, om niet te storen. Maar het is wel goed dat ik er ben, anders was er niemand die de verhalen kon zien en vertellen. Bovendien zouden ze er niet eens zijn, zonder mij. De verhalen worden uit mijn handen geboren. Ik schep. Ik kijk waar het droog is en waar nat. Daar houd ik rekening mee. Sommige dingen houden van droog, andere helemaal niet. In de lage stukken is het zompig. Het heeft veel geregend. De modder sopt onder mijn klompen. Vanuit het niets vliegt een vogel op. Geruisloos. Ik herken een velduil. De ruigte op de bult bevalt hem kennelijk. Hij vliegt helemaal naar achteren, ver weg van mij. Ik grijns. Het land dat ik verzorg krijgt steeds meer verhaal. Al weten weinigen ervan, ik ben er trots op. Als ik er niet geweest was, was alles riet geworden, dat één keer per jaar werd afgemaaid. Dan hadden vele verhalen die er nu zijn geen kans gehad.

Tussen het riet heb ik open stukken gemaakt. Het hele jaar door heb ik het bijgehouden. Door steeds te maaien zijn er nu open ruimtes, hier en daar beschut met opgroeiend struikgewas en riet dat ik wel gewoon laat staan. Er groeit nu veldkers tussendoor. Dat smaakt naar radijs. En in de lente komt er massaal speenkruid op. Ook lekker. Zolang je nog geen gele bloemetjes ziet, kan je er sla van maken. En het bijzondere is, tussen het gras en de kruiden is het één gatenkaas van muizenholletjes. Daarom kwam die velduil langs. En de torenvalken en de reiger. Maar er gebeurt meer. Muizen maken de grond los. Het zaad dat daar valt, komt met graagte op. Soms strooi ik zelf zaad in die losse grond. Inheemse bloemen die er nog niet zijn. Ik kijk wat er gebeurt, en pas mijn plan daar steeds op aan. Trek brandnetels uit voor ze zaad maken. Alles begint met kijken. In feite zijn de verhalen er al. Maar ze krijgen pas gestalte als je ze ziet, en er wat mee doet. Zo begint het.

Ja, een nieuw verhaal maken. Hoe doe je dat met een heel land? Begint het met protest? Keihard schreeuwen? Volgens mij hebben we dat al gedaan. Ieder op zijn manier. Wellicht is het tijd om te accepteren dat het gewoon zo is. Je kunt het totaal niet met de ander eens zijn. Dan kun je blijven roepen. Maar je kunt het ook gewoon laten zijn. En ontdekken dat je handen en voeten hebt. Het schip zal vast wel ergens stranden. Het werkt zoals het werkt. Gebruik je energie om de nieuwe contouren verkennen. Beweeg je teen, je voet, begin te lopen. Een nieuw Verhalenpad groeit ook niet in een dag. Soms ben je het zat. Maar je gaat door. Het groeit. En uiteindelijk wordt het wat. Toch.

Alles eindigt en begint
de één verliest de ander wint
de bal gaat naar de overkant
waar hij in de sloot belandt

Hé wat draag je op je rug
leg het weg en kom weer terug
haal adem en blijf heel stil staan
want straks komt de bal
er weer aan

(Maar eerst moeten we hem uit de sloot halen.)

Liedje en luisterversie:

.

.

Weg van de gewenning. . . (A Way form the habbit)

Alles begint en eindigt bij het parkeren van je auto.

.

Niet parkeren.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to read the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Vanuit mijn huis kan ik het net zien, tussen alle begroeiing door. Het veld, de sloot, met de rietkraag eromheen, en het weiland erachter. Het weiland in de zomer is anders dan in de winter. In de winter is alles verlaten. Het enige wat je hoort is het gekwetter van spreeuwen en het staccato geroep van de kramsvogels wanneer ze je zien. Het geluid van hun vleugels, wanneer ze massaal opvliegen. In de zomer zijn de kramsvogels weg. Andere vogels trekken zich terug op andere weiden, die helaas niet biologisch zijn en lang niet zo onberoerd als de onze. Voor onze boer is de wei om te hooien en wilde bloemen te laten groeien. Voor de weekendgasten, op weg naar hun feestje, is het vooral een lege ruimte. Wat doe je daarmee? Natuurlijk, een balletje trappen. Maar in de eerste plaats: je auto neerzetten. Of je nou links stemt of rechts, Groenlinks of BBB, bijna iedereen doet het. Gewoontes zijn hardnekkig. Ik denk: Als we het in deze oververhitte wereld anders willen, zullen we ergens moeten beginnen. Verandering van gewoontes.

Wanneer ik net mijn huis op orde heb, komt de eerste auto aanrijden. Hij parkeert achter de sloot met een snelle draai in. Het is het laagste stuk. Als het winter was, had hij nu vastgezeten. Het heeft nu ook veel geregend, maar zompig is het nog niet. Ik kijk er goed naar en realiseer me iets. Op die plek groeit mijn thee! Smalle weegbree is het, voor de luchtwegen. Het staat op een bijzonder plekje. Nadat een dampendhete berg bladcompost de hele grasmat had verschroeid, was het enige wat overleefde dit zaad. Het zaad van de weegbree. Nu het staat daar, in een mooie cirkel, dicht op elkaar, zonder ook maar één grassprietje ertussen. Ik ben er blij mee. Ik loop erheen en zie inderdaad een spoor, dwars erdoorheen. De automobilist had er zeker zin in, dat feestje. Hij is met een vaartje doorgeschoten in zijn achteruit, een heel eind het weiland op.

Ik loop naar de kampeerders. Er zijn er al een paar bezig hun tent op te zetten. Hun jonge stemmen klinken vrolijk en opgewekt. Er staat zachtjes een muziekje aan, rustige lichtvoetige jazz is het. “Hoi!” roep ik “Er is iemand door mijn thee gereden.” Ik kijk verkennend rond. De jongen die het laatst aankwam komt meteen naar me toe. Hij loopt met me mee en geïnteresseerd ziet hij wat hij eerst niet zag. “Goh,” zegt hij “Ja zeg! Ik denk dat de anderen dit ook niet zien. Ik zal het omheinen, met een touw.” Hij gaat meteen aan de slag. Ondertussen stelt hij allerlei vragen, hoezo die kruiden op deze plek, en helpt het inderdaad zo goed voor de luchtwegen. Met plezier geef ik antwoord. Maar zijn auto staat nog steeds midden in de wei. Ik wijs hem op een hoger stuk, vlak langs de weg. “Daar is beter. Daar parkeren vaker auto’s” zeg ik “Als je hem midden op het veld laat staan, dan zetten de anderen hun auto’s er straks naast. Dan ben jij het voorbeeld. Beter van niet.” Hij snapt het meteen en zet zijn auto neer op de gewezen plek.

Het leven bestaat uit talloze gewoontes. Met elkaar maken we ons bestaan op aarde, zoals het is. Inmiddels erkent iedereen dat het anders moet. Dat we de natuur meer plek moeten geven, gewoon, waar we wonen. Steeds meer mensen begrijpen hoe belangrijk een losse humusrijke bodem is, als basis voor al het leven. De meeste snappen het wel, maar hoe pas je dat toe? Je doet wat je doet en de agenda zit vol. Je schiet van het één naar het andere, en schiet gauw door. Dat is vergeeflijk, maar daar begint het wel mee. De verandering.

Later die dag kom ik er weer terug. Ik knip de platgereden blaadjes af om te drogen. Vertederd kijk ik naar het witte touw, dat mijn thee omheint. En naar de drie geparkeerde auto’s, op het hoge stuk, vlak langs de weg. Die jonge lui zijn toch niet gek! Opnieuw denk ik, wie weet kan het. Wie weet komt het toch, uiteindelijk, allemaal goed.

.

.

A Way from the habbit

From my house I can just see it, through all the vegetation in front of the window. The field, the ditch, with the reed around it, and the meadow behind it. The pasture in the summer is different than in the winter. In winter everything is deserted. All you hear is the twitter of starlings and the staccato calls of the fieldfares when they see you. The sound of their wings, when they take flight. In the summer the fieldfares are gone. Other birds retreat to other pastures, which unfortunately are not organic and not nearly as untouched as ours. For our farmer, the meadow is for making hay and growing wild flowers. For the weekend guests, on their way to their party, it is mainly an empty space. What do you do with that? Of course, kick a ball. But first of all: park your car. Whether you vote left or right, Groenlinks or BBB, almost everyone does. Habits are persistent. I think: If we want to change things in this overheated world, we have to start somewhere. Change of habits. Everything starts and ends with parking your car.

When I’ve just got my house in order, the first car drives up. He parks behind the ditch with a quick turn. It’s the lowest part. If it were winter, he would be stuck by now. It has also rained a lot now, but it is not soggy yet. I look closely and realize something. That’s where my tea grows! Narrow plantain it is, for the respiratory health. It is in a special place. After a steaming hot mound of leaf compost scorched the entire turf, the only thing that survived was this seed. The seed of the plantain. Now it’s there, in a nice circle, close together, without a single blade of grass in between. I’m happy with it. I walk towards it and indeed see a track, right through it. The motorist was certainly looking forward to that party. He sped along in reverse, a long way out into the pasture.

I walk to the campers. Some of them are already setting up their tents. Their young voices sound cheerful. There is soft music playing, quiet light-footed jazz it is. “Hi!” I shout “Someone drove through my tea.” I look around. The boy who arrived last comes straight to me. He walks with me and with interest he sees what he didn’t see before. “Gosh,” he says “Yes! I don’t think the others see this either. I will fence it in with a rope.” He immediately gets to work. In the meantime he asks all kinds of questions, why those herbs in this place, and does it indeed help so well for the airways. I will answer with pleasure. But his car is still in the middle of the meadow. I point him to a higher area, close to the road. “There is better. Cars park there more often” I say “If you leave it in the middle of the field, the others will park their cars next to it. Then you are the example. Better not.” He immediately understands and parks his car at the designated spot.

Life consists of countless habits. Together we make our existence on earth, as it is. Everyone now recognizes that things have to be done differently. That we should give nature more space, just where we live. More and more people understand how important a loose, humus-rich soil is, as the basis for all life. Most get it, but how do you apply it? You do what you do and the agenda is full. You shoot from one thing to the next, and quickly shoot through. That’s forgivable, but that’s where it starts. The change.

I’ll be back later that day. I cut off the flattened leaves to dry. Endeared, I look at the white rope that surrounds my tea. And to the three parked cars, on the high part, close to the road. Those young people aren’t crazy! Again I think, who knows. Who knows, maybe it will all work out in the end.

Alles schuift . . . all things move

Schiermonnikoog, Noordzeestrand.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Alles beweegt. Vooral zand, water en wind. Nu is het zo dat het strand van Ameland steeds in zee verdwijnt. Maar een eiland zonder strand, dat kan niet, vinden de mensen. Het strand geeft het eiland ook extra bescherming. Daarom graven ze zand uit de Noordzee en spuiten het tegen het eiland aan. Elke keer opnieuw, want steeds weer verdwijnt het. Hoe? Waarheen….?

.

Everything moves. Especially sand, water and wind. Now it is the case that the beach of Ameland keeps disappearing into the sea. But people think an island without a beach is impossible. A bigger beach is also safer. That is why they dig sand from the North Sea and spray it against the island. Every time again, because it disappears again and again. How? Where to …. ?

De gevolgen van zandwinning op de Noordzee. Er is een toenemende vraag naar zand en steeds minder aanbod. Onze Noordzee is een zandwinningsgat. Vaargeulen worden dieper en breder. Het vele graven en baggeren blijft niet zonder gevolgen. Het is een vloek voor het bodemleven en het doet stromingen van koers veranderen. https://www.waterforum.net/onderzoek-naar-effect-grootschalige-zandwinning-op-noordzee/

Opnieuw delen van het strand van Ameland weggespoeld – https://nos.nl/l/2457956

.

.

.

.

Minder blogs, meer diepgang

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van negen minuten.

.

Daar sta ik dan. Terug op de camping van Jochum, precies op hetzelfde plekje waar ik vorig jaar op 4 juli vertrok. Alles is hetzelfde, maar toch niet. De rietkragen van de Zwette liggen plat door de regen en wind. De bomen die ik plantte zijn gegroeid. Vanuit mijn raam zie ik er een drie. Het zijn kerspruimen. Ze staan in het riet naast het water. Ze hebben het daar kennelijk goed, want ze zien er alle drie goed uit. Ik kijk vaak naar ze. Misschien groeien ze dan nóg meer. Aan beide kanten van mijn huis zie ik de horizon. Aan de ene kant, tussen het riet door, schittert het water van de Zwette. Aan de andere kant van mijn huisje, lopen zwarte paarden in een verre wei. Soms gaan ze met zijn allen rennen. Daar kijk ik graag naar. In de verte zie ik de kerktoren van Jellum. De luchten zijn wijds en veranderen continue. Het leven is een stroom. Ik navigeer om mijn eigen koers te varen.

Wanneer begon mijn nieuwe leven? Het was Utrecht, mijn geliefde stad, die mij te klein werd. Te benauwd. Te veel spullen en herinneringen. Ik had nieuwe lucht nodig en een groene bodem. Ruimte. Na jarenlang opruimen verliet ik de werfkelder, het huis onder de kloostermoppen. Dat is nu acht jaar geleden. Ik stap terug in de tijd en vertel.

Ik laat mijn schepen achter me. Ik neem afscheid van mijn bestaan als rondvaartschipper. Maar ook van de plek waar ik trouwde en rouwde. Het leven ligt voor me open. Ik trek in een woonwagen op een Brabantse camping. Ik ken hier helemaal niemand, behalve mijn vriend Dick, die 24 kilometer verderop zit. Het is belangrijk om te blijven communiceren. Ik besef dat ik anders in een isolement kan terecht komen. Ik besluit een blog te beginnen en begin direct. Zo wil ik de band mijn achterban te onderhouden. Ik doe het elke week en besteed er veel tijd aan. Ik vertel vrienden en kennissen over mijn nieuwe leven op het platteland. Ik schrijf verhalen, maar maak ook filmpjes, tekeningen, gedichten. Ik train mijn concentratie, vaardigheden en waarneming.
Dan komt er een creatieveling langs, die een oude vonk in me losmaakt. Ik wil mijn eigen huisje bouwen. Iets in mij zegt dat dit belangrijk is voor mijn toekomst. Dat ik het nodig heb in mijn levensverhaal. Ik ontwerp, ik bouw en ik film elke fase. Het huisje groeit. Ik verwerk het materiaal tot een complete film en zet hem op You Tube. Na drie jaar is mijn huis klaar. Op wielen! Ik kan verder en laat me per trailer naar Friesland vervoeren. Want een trekker heb ik nog niet en paarden ook niet.
Gaandeweg begint de reden om te schrijven te veranderen. Ik denk dat ik iets te vertellen heb, wanneer ik mijn verhaal weet te verweven met dat van anderen. Misschien kan ik slapende vonken laten gloeien, zoals die ene creatieveling bij mij deed. Een boek is een goed middel voor mij. Een aanééngesloten verhaal, waarmee ik lezers meeneem op mijn wandeling. Ik wil zo zuiver mogelijk kunnen weergeven wat ik zie en hoor. Ik train mezelf steeds meer daarin. En steeds meer mensen lezen mijn verhalen.
Een half jaar sta ik op de camping van Jochum, waar ik nu ook ben. Ik werk veel op het terrein, plant bomen en bloemen. Tot de grote dag gekomen is. Ik ga op reis en begin met mijn boek. Inmiddels heb ik een trekhond gekocht, met een elektromotor erin. Ik kan hem laden met zonnepanelen. Het is zo spannend! Waar zal ik uitkomen? Ik ben van plan de landsgrens af te gaan. Maar ik weet niet in welke haven ik zal eindigen.

Zo vertrek ik. Mijn plan verandert onderweg. Ik ga niet de landsgrens af. Ik blijf in Friesland en reis door ’t Bildt. Elke dag schrijf ik. Het is een grote inspanning. Maar het verhaal wordt steeds vollediger. De stroom van mijn leven bundelt zich in een ketting van ontmoetingen en gedachten. Ik geniet van de gastvrijheid die ik overal vind. Ik laat me overweldigen door de ruimte en de elementen. Ik zie uitdagingen waar mensen mee worstelen. En wat ik verlangde, dat lukt. Ik verweef mijn eigen verhaal met dat van anderen.

Nu zijn we dik een jaar verder. De laatste wijzigingen in het manuscript zijn verwerkt.Vanmiddag komt de uitgever mijn boek ophalen. Eind oktober komt het uit. En dan nadert de presentatie, een feestelijk moment met muziek en een verhaal.
Na zeventien maanden hard werken, kan het manuscript naar de drukker. Inclusief de vijftien pentekeningen. Dit was één van de redenen waarom ik jarenlang elke week schreef. Het was een schrijftraining en ik bouwde een lezerskring op. Het doel is bereikt. Nu het boek er komt, houdt het blog dan op? Nee. Het houdt niet op. Ik heb het nodig. Contact met lezers. Maar ik zal niet meer elke week iets publiceren. Voorlopig ga ik over op een maandelijks blog. Dan kan ik meer tijd in het verhaal stoppen, waardoor het meer diepgang krijgt. Wellicht vormt zich op die manier iets nieuws.
We zullen zien. Ik kijk uit naar het moment dat het boek er is!

’Langs kantelende wegen,’
Alowieke van Beusekom
Uitgeverij Louise (1e druk, 500 exemplaren)

 

Nieuwe tijdstip van mijn blog: Eerste maandag van de maand als de sirenes afgaan.

 

 

Bewegende lichtjes

.

.

Dezelfde kracht die ooit de schepping in gang zette, zet ons nog steeds in beweging en maakt iedere dag nieuw. (Vrij naar Tagore)

Ik kijk door het raam. Het laatste gloeien van de ondergaande zon is verdwenen. Er zijn donkere wolken gekomen die de hemel nu bedekken. Ik heb de luiken nog niet gesloten en kijk naar de lampjes in de verte, die bewegen langs dezelfde streep. Dat is de snelweg die om Leeuwarden leidt. Soms zijn het een heleboel lampjes achter elkaar. Dat is dan een vrachtwagen. Ik heb geen hekel aan de snelweg, ik kijk er graag naar. Het is ver, net als de hemel boven mijn hoofd. Als er geen sterren zijn, dan kijk ik naar de bewegende lichtjes in de verte.
Aan de andere kant beweegt ook wat, dichterbij. Het is iemand met een zaklamp. We hebben geen buitenlampen. Het kunstlicht is ver weg, ver achter velden en wegen. Het is de stad, aan de horizon, die steeds dichterbij komt. Elke keer komen er weer nieuwe lichtjes bij.

De stad zoekt steeds opnieuw zijn bestemming, er wordt opgebouwd en afgebroken. En ik, ik ben maar een tijdelijke gast in dit verhaal, al is mijn voetstap duidelijk zichtbaar. Hoelang ben ik hier nog? Langzaamaan richten mijn gedachten zich meer en meer op het vertrek. Ik maak af wat ik af wil maken. Ik bereid me voor om met mijn huis te kunnen trekken.

Je begint dapper aan een gekozen pad. Je voelt een drijfveer, een wens. Al twijfel je soms, niet wetend wat de toekomst brengen zal. Soms raakt je drijfveer jarenlang bedolven, maar je weet, het is er, ergens. Ooit komt het weer boven. Toen ik twintig werd groeide bij mij het verlangen om een rijk palet aan disciplines en talenten, van mezelf en die van anderen, te helpen verbinden in een verhaal. Niet zoéén die in een poep en een scheet voorbij is, maar een vervolgverhaal dat lang kan duren.
Dit lukt slechts een enkele twintiger. Doorgaans moet je daarvoor eerst een hoop levenservaring opdoen. En nu ben ik bijna vier en vijftig. Ik weet dat er iets op komst is. Soms word ik huiverig van de leegte, die er voor me ligt, de concrete doelen die verdwijnen zodra ik hier straks mijn hielen licht. Maar wat er ook komen zal, het begint hier, bij mij, bij de eerste stap die ik zet. Ik adem in en uit, verzamel moed en herinner mij mijn grootste wens.

Het lichtje bij de deur is naar binnen verdwenen. Nu komt het weer naar buiten. Ik weet niet wie het is, ik zie alleen een vaag silhouet afsteken tegen de donkergroene schuurdeur. De schim sluit de deur af en loopt weg. Ik staar naar de bewegende boomtoppen, die afsteken tegen het licht van de stad op de achtergrond. Het is een beetje koud geworden in huis. De kachel is bijna uit en de oostenwind waait hard door de miniscule kier van de voordeur. Ik hang het laken op om de tocht tegen te houden. Ik duw het opzij om de deur te openen. Het laken staat meteen bol in de koude wind. Het brandhout ligt in een kist onder het bordes. Ik leg gauw een paar blokjes binnen en doe snel de deur weer dicht. Voor ik terug naar binnen ga pak ik de kruk om de luiken te sluiten. Mijn vriend Dick kan het zonder kruk, maar ik ben daar net te klein voor.

De luiken zijn dicht en de kachel is aan. Dit is mijn heerlijke nest, waarin ik verhalen uit kan broeden, verhalen als parels die het licht weerkaatsen. Ingevingen die iets teweeg kunnen brengen, zoals de bewegende lichtjes langs het pad dat ik zie in de verte.

Inpakken en wegwezen

.

.

Mijn gedachten branden
als een oranjegele vlam
in zomers korte nachten.
Onrustig wacht ik op de dag

De dag komt dichterbij
dat ik mijn vleugels spreid
na zes jaar vlieg ik weer
voor ’t eerst in eigen wooncocon
Als een havik vlieg ik
een nieuwe tijd tegemoet.

Ik zal landen in het Noorden
samen met mijn huis.
Vijftien mei twee-duizend-achttien!
O, wie zal ik daar allemaal zien?

 

Volgende week verslag van de reis en de aankomst!

 

(Fototitel: “De vlam van gedachten in de nacht.”)

.

.

Straks is het heel gewoon

.

Lekker hangen aan een oersterk dak. Het zit tjokvol schapenwol, het is warm en nog geventileerd ook. Met zo’n dak blijf ik gezond en lenig als een aap, al word ik honderd. Hoe de wereld er ook uit ziet in 2065, ik ga er voor.

.

De telefoon gaat. “Hallo met Hanna, ik ben student journalistiek. We hebben elkaar ontmoet in Tilburg op het perron en u vertelde over uw manier van leven en dat u zelf uw huis bouwde. Nu moet ik iemand interviewen die controversieel is. Ik dacht meteen aan u.”
Ik zeg haar dat ze welkom is en we maken een afspraak.

Later denk ik na over het woord “controversieel” Waarom is mijn manier van leven controversieel? Wekt het tegenspraak op? Het is meestal het tegenovergestelde. Ik kom veel vaker mensen tegen die er ook van dromen, maar het niet doen, dan mensen die er wat op tegen hebben.
Ik denk veel na over alle goede invloed die mijn manier van leven heeft op de omgeving. Ik gebruik weinig energie, ik heb weinig nodig en kan daardoor veel aandacht besteden aan mijn omgeving. Daarom tuinier ik veel, ik composteer alles wat er binnenkomt. Ik maak de grond rijker, de wereld mooier en waar ik ben wemelt het al gauw van de bloemen, hommels, vlinders en vogels. Als het moet, kan ik makkelijk verhuizen naar een plek waar ik nodig ben.
In deze tijd van klimaatverandering, ernstige bedreiging van de diversiteit en grondstoffen die op beginnen te raken, zou deze manier van wonen omarmd moeten worden. We moeten drastisch anders gaan leven, willen we het redden.
Inmiddels is ook duidelijk dat Antartica veel en veel sneller afsmelt dan gedacht en dat de zeespiegel aan het einde van de eeuw niet slechts een enkele meter, maar een aantal meters gestegen is.
Ik ben er niet bang voor. Ik denk ook niet, dat maak ik toch niet meer mee. Ergens is het in mijn bewustzijn, dat dit al in mijn leven kan gebeuren. En dan is het goed om mobiel te zijn, en zelfvoorzienend. Dan is het handig om je te kunnen redden met de gereedschappen die je hebt en het goed te kunnen vinden met de mensen om je heen.
Regels worden steeds strakker. Het zou juist andersom moeten. Om ons aan te kunnen passen aan de snel veranderende wereld, zou er meer ruimte moeten komen om te experimenteren met andere woonvormen. Zoals ik het op mijn manier doe. Als je ruimte krijgt om te spelen, dan merk je wat je ècht kan. Zelfvertrouwen groeit en je weet dat je je ook in moeilijke situaties kan redden.

Spelen maakt dat
enge dingen
zich gaan ontpoppen
tot uitdagingen

Hoe meer mensen de sprong maken, hoe meer er zullen volgen. Een leven zoals het mijne? Straks is het heel gewoon. Dat hoop ik zò!

.

In dit spannende filmpje van 10 minuten kun je het hele verhaal volgen. Als je meer wilt weten over details van hoe ik het gedaan heb, bekijk de andere video’s of kom langs!

.

.

.

De nok er op!

.

 

.

.

nok erop

.

Achter op het veld wacht werk. Heel zorgvuldig ingepakt staat het daar. Mijn eigen rijdend huisje. Nou ja, het wórdt een huisje. Nog even en het heeft een dak, lichtblauwe wanden, heldere ruiten. En houten kozijnen, zacht oranje gelakt. Op deze stille plek heb ik hard en vol concentratie gewerkt. Het geraamte is klaar, andere onderdelen wachten. Ze wachten op montage, opgeslagen tegen een kromme wand in een oude wagen. Het moeilijkste werk is nu gedaan. Heerlijk.
Ik zit aan tafel te schrijven. Langs de schoorsteenpijp in het dak giert stoterig de wind en raast. Een harde vlaag beukt onverwacht mijn wagen heen en weer. Hij rukt en trekt uit alle macht. Maar ik weet, hij doet me niets. Hij krijgt geen vat, de wind, niet op iets wat mijnes is. Geen blik dat bengelt, geen zeil dat klappert, alles is stevig vastgesjord. De dichte deur maakt nog een kier, het lichte gordijn wappert.
Ik schrijf en denk aan gisteren. Het was een grote dag, de zon scheen en de wind was stil.

De bouw van mijn wagen vordert langzaam. Stormwind, kou en kille regen maken het tempo traag en herfstig. Toch is het nu zover gekomen. We bereiken het hoogste punt, de nok. Het is de ruggegraat van het gewelfde dak. Het lange werkstuk ligt al een tijdje klaar, omhult door blauw dun flapperzeil. Dat kan er nu af. Vandaag krijgt het zijn plek.
Dick is bij me. Met z’n tweeën tillen we het lange ding naar de voorkant. Maar we hebben nog twee handen nodig. Buurman Jan komt helpen. Hij klimt op een stevige trap om hem aan één kant omhoog te houden. Dick en ik hijsen de andere kant op de voorste dakboog, die gemaakt is van plaatmateriaal. De lange nok weegt wel wat, maar minder dan je zou denken. We hijgen,sjorren en schuiven, verder en verder, tot hij op zijn plek ligt, rustend op alle drie de dakbogen. Nu mag hij zakken in de gleuven, tot hij vast zit. Even bijschaven met de vijl…. En hij past!

Een feestelijk moment

De nok, de nok, de nok erop!
sjorren, hijsen, trekken maar
en als hij zit kan het niet beter
het klopt tot op de millimeter
Nou valt alles samen

En dan

Alles heeft zijn plek
Mensen, dieren, planten, dingen
Ik leef hier en kijk en werk
help het groeien
tot ik klaar ben
klaar ben
voor vertrek
tot ik niets meer
te zoeken heb
hier waar ik nu ben

.

Op het filmpje kun je het zien. Nu het complexe werkstuk op zijn plek zit, kan je eronder staan en alles goed bekijken. Gaten zitten om de vijf-en-twintig centimeter. Daar worden straks de kromgebogen dakspanten doorheen getrokken, alsof het ribben zijn, sterk en flexibel. Daar komt het dakzeil op. De nok heeft een lange ventilatiekap voor frisse lucht en om vocht kwijt te raken. Ook de elektra komt erdoorheen, kabels van de zonnepanelen. Twee stroomkastjes heb ik ingebouwd, voor de connectoren. Ik kan er makkelijk bij, ze zitten pal boven mijn hoofd. De ventilatiekap gaat over in een daklicht van twee meter lang. En aan het uiteinde, daar komt een verrassing. Maar dat houd ik nog geheim.

Reakties welkom: tt.alowieke@gmail.com