Een bed in een huis als een buik

.

.

.

Ik kan niet slapen
lig met open ogen
naar boven te kijken
naar essenhouten bogen

Ik heb geen bed
in lineaire tijd
waar ik verloren zoek
naar geborgenheid

Ik heb geen bed
in een huis dat echoot
mijn nest omarmt me
als een zachte schoot

Mijn bed is warm
mijn dak is zacht
mijn wand is stof
mijn engeltje lacht

Met ogen halfgesloten
zo duik ik met een gaap
in koesterende warmte
tot ik werkelijk slaap

.

.

.

Zomaar verhuisd

.

 

De lente is de tijd van nieuw begin. Dromen, in de winterstilte uitgegroeid tot plan, breken open als een dikke knop van een jonge loot en beginnen te groeien. Onafgesproken komt alles tegelijkertijd.

Ineens is het gebeurd. Het leek zo te moeten. Ik ben verhuisd. Het was helemaal niet mijn bedoeling, het was kennelijk zo ver. De stoffeerder heeft de kussens gebracht. En toen ze er lagen, was het gelijk een echt huis. Het huis lokte mij. „Weet je wat,” dacht ik, „ik breng er vast wat boeken naar toe.“ En na de boeken dacht ik, ik kan er ook wel wat kleren heen brengen. Zo ging het.

Met armen vol loop ik heen en weer over het veld, van mijn ene wagen naar de andere. De nieuwe is veelbelovend en blauw als de lucht van een winterse zonsopgang. De oude ziet er een beetje haveloos uit. Hier en daar bladdert de roodbruine verf en de ramen zijn vuil. Ik heb haar de laatste tijd verwaarloosd. Mijn eigengebouwde huis werd almaar mooier. Hoe dichter bij de verhuizing, hoe meer ik het verval negeerde van dat, wat ik achter zou laten. Ik verlangde naar mijn nieuwe leven.

.

Het verval van het oude, verlangend naar nieuw leven

.

Wat voor de één een vervagend leven betekent, is voor de ander een unieke kans. De vernieuwing van mijn oude wagen staat al op de drempel. Er is iemand wiens handen jeuken om aan de slag te gaan, te krabben en te schuren en blauwe luchten en bloemen er op te schilderen.
Want de oude wagen is eigenlijk al niet meer van mij. De nieuwe eigenaresse wacht tot ik klaar ben. Hoeveel geduld heeft ze nog? Terwijl ik steeds vaker heen en weer loop komt ze bij toeval aanlopen. „Mag ik even in de wagen zitten om te voelen hoe het is?“ vraagt ze „Dan kan ik vast een beetje aarden.“ Ik zeg lachend dat ik het prima vind en dat ze precies op het juiste moment komt. Ik roep haar na dat het al een stuk leger is, daar binnen.

Leegte is belangrijk voor het fantaseren. Ik houd van leegte en gun iedereen die stille veelbelovende en uitnodigende ruimte. Ruimte om dromen uit te werken.

 

Kristallen voor het raam

.

De lente is de tijd van nieuw begin. Dromen, in de winter sterk geworden, breken open als een dikke knop van een jonge loot en beginnen te groeien. Onafgesproken komt alles tegelijkertijd. Het is als dominostenen, die met zorg zijn neergezet door een onzichtbare hand. Ineens beginnen ze te vallen. Eerst eentje. Dan de volgende. En dan gaat het opeens snel. Dat is het moment. Zonder veel moeite kan er veel tot stand worden gebracht. Gewoon, omdat het er de tijd voor is. Ik ben één zo’n steentje in een heel groot veld, nietig als een zandkorrel maar tegelijkertijd is mijn bestaan net zo essentieel als een zonnestraal. Ik sta precies op de juiste plek en waarom dat weet ik niet. Ik maak er wat van, zie alles als een uitdaging en geniet. Ik werk, ik kijk, ik schrijf. Ik ben.

 

Zithoek te transformeren tot bed. Ontbrekende deel hangt er boven, met de transparante plaat er in, is het ook te gebruiken als tafel. Het ontbrekende stuk matras staat rechtop onder de linkerbank, net te zien op eerste foto.

.

Alles werkt zoals ik het bedacht had, alleen moet er hier en daar nog wat bijgewerkt worden. Als dingen in gebruik genomen worden, blijkt het soms net ietsje anders uitvallen dan berekend. Zo zakt de bedbalk iets meer door dan ik dacht, waardoor het ene kastdeurtje klemt als er iemand op zit. Het zijn maar een paar dingetjes.

Inmiddels is een groot gedeelte van de spullen over, vooral boeken en kleren. Het is verbazingwekkend hoeveel ik kwijt kan zonder dat je er iets van ziet. En ik heb nog steeds een hoop ruimte over! De grote kast onder de vloer is nog steeds helemaal leeg. Daar komen straks gereedschappen en kampeerspullen. De keukenuitrusting moet ook nog, maar daarvoor maak ik een lichte kist, die ik open kan klappen tot buitenkeuken.

 

.

Nu ik ben verhuisd en de lampjes kunnen branden, lijkt het of het af is. Maar er is nog steeds veel te doen. De raamluiken, het egaliseren van het dak, het verbeteren van het energiesysteem en nog veel meer. Iets wat klein is, een huis of een ander ding, is niet per definitie minder werk. Zeker niet als het een huis is dat 23 luiken of deurtjes heeft die open kunnen. Alles moet perfect kunnen sluiten en niets mag elkaar in de weg zitten! Bijna ongelooflijk dat dat kan, in een huis van zes vierkante meter!

.

.

.

Diepe duizelingen

Het omhelzen van de draak

.

.

Hoe heb ik mijn vrijheid gevonden? Het is een opéénvolging van keuzes, die het schier onmogelijke omhelzen. Als angsten duvels blijven die gedood moeten worden, leren we ze nooit echt kennen. Maar wanneer we ze uitnodigen in hartelijk licht en liefde, blijkt er iets wonderlijks te gebeuren. (Alowieke)

.
Ik word wakker. De zon staat al hoog aan de hemel en ik zie dat het kwart over acht is. Zonder aanleiding krijg ik een gedachte. Dat heb ik vaker ’s ochtends, als ik nog niet in beslag genomen wordt door dagelijkse bezigheden.

Ik schrijf het gelijk op, voor de gedachte weg is. Het is als één van de appelen aan een boom. Ze hebben mijn leven lang gerijpt. Nu ik de vijftig ben gepasseerd hangen de appels glanzend en met rode wangen aan de takken. Ik neem de tijd om ze te plukken. Niet voor niets heb ik radicale keuzes gemaakt, ben ik een volkomen nieuw leven begonnen. Ik deed het om tijd en ruimte te maken. En nu? Ik pluk en geef ze een plek om ze te delen.

 

Het omhelzen van de draak

.
Misschien is dat het verschil wel
tussen die dagen van vroeger en nu.
Toen gaf de koning het bevel
de draak te doden aan ridders te paard
die stortten zich dan in een vurige hel.

Maar tegenwoordig, de dag van vandaag
hangt aan elke grote klok
kent ieder het antwoord op de vraag
hoeveel koppen, ogen, werveltjes…
Verstand smoort doodsangst in de maag

Toch begint alles anders te lijken
Langzaam lijken de duisters te wijken
zo vraag ik mij verwonderd af

Stel dat die draken konden zingen
met stemmen uit al hun zeven koppen
als al die draken zingen gingen
hun schubbige schouders in liefde omarmd
hun lied omringt dan de lelijkste dingen

Stalen stoerheid kan vervagen
ridders met hun heldendom
ze winnen niet, zijn niet verslagen
hun harnassen zijn zwaar en stom
niemand die ze nog wil dragen

De warme bas van de drakentong
O, laten we de draken vragen

Om te zingen!

 

.
Dit gedichtje, zo licht en speels van aard, heeft diepe gronden. Het vertelt  over het transformeren van schaduwkanten. Als onze angsten duvels blijven die gedood moeten worden, leren we ze nooit echt kennen. Maar wanneer we ze uitnodigen in hartelijk licht en liefde, blijkt er iets wonderlijks te gebeuren.

Ik zag mijn draak onder ogen toen ik vijf-en-twintig was.

Op nieuwjaarsochtend 1991 om acht uur werd ik frontaal aangereden op een totaal verlaten Lucasbolwerk in Utrecht. De weg was leeg, ja. Behalve die éne auto. Ik had een lange emotionele nacht gehad en was met mijn hoofd ergens anders. De klap kwam vanuit het niets. Van het ene moment op het andere lag ik schreeuwend van pijn op de weg en ik zag mezelf liggen. Ik hoorde mij gillen alsof het een ander was.
Ik kwam plat op mijn rug in het ziekenhuis terecht. Ik had een arm en een been gebroken en ik werd geconfronteerd met mijn angsten, die zich als een draaikolk aan me opdrongen. Dagenlang lag ik op mijn rug met mijn been omhoog in een stelling. Ik kon er niet aan ontkomen. Ik probeer uitdrukking te geven aan wat ik voelde.

Ik keek in de diepte van een duizelingwekkend ravijn met donkere poelen zonder einde. Er was iets daar. Iets donkers en duisters, als een afzichtwekkend monster of gedrocht. Muren kwamen op me af en ik kon geen kant op. Dit was het einde.
„Okee dan!“ riep ik vanuit mijn diepste wanhoop. „Ik kan niet anders.“ Ik slingerde die woorden het universum in en wierp me blind in de diepte waar ik iets had verwacht wat erger was dan de dood. Maar wat ik er aan trof was ongelooflijk. De sprong bracht mij in de armen van mijn eigen draak. Een diepe ontspanning spoelde langs mijn benen omhoog, alsof ik gedoopt werd in stil en heilig water. Het omspoelde me van mijn kleinste teen tot kruin. De duistere poel bleek het warmste bad te zijn dat ik ooit heb gekend. De draak was mijn eigen kloppende hart.

Ik heb dit verhaal nog vaak verteld. En dan blijkt dat ik niet de enige ben, die zo’n levens veranderende klap heeft gehad. Het is een zeer grondige inwijding in het kiemkrachtige kern van het leven en een sprong in de groei naar jezelf zijn, met al je mogelijkheden en speelse nieuwsgierigheid naar de wereld en anderen.

 

Kierkegaard: “Angst is de duizeling van de vrijheid.”

.

Het breken van duister gaat vaak geleidelijk, zoals Henriëtte Holst hieronder beschrijft. Arm en rijk, nomaden of stedelingen, de Inuït op de Groenlandse ijsvlakten of een autonome Afrikaanse boer in de Savanne, iedereen leeft en leert. Wie durft te vallen, staat weer op met nieuwe inzichten. En het mag allemaal. We mògen het, keihard vallen en fouten maken! Wat een kans toch, zo’n leven op Aarde, de planeet die dat alles maar verdraagt… Boffen dat we er zijn!

Al die mensen onderweg, al die bijzondere verhalen, sterken mij in de overtuiging dat uiteindelijk, alles goedkomt. (Zelfs in Nederland, waar vallen eigenlijk niet mag. Misschien ben ik daarom wel hier.)

 

Henriëtte Roland Holst:

 

Over de rustige vastheid die ik vond

De mensen zijn in twijfel gevangen
’t gezicht van een god heeft de tijd gebleekt,
nu kom ik ze vertroosten met gezangen
van wat nooit wisselt en in niets ontbreekt.
Ik kan bemoediging zijn voor de bangen,
de klare stem die altijd rustig spreekt,
omdat mijn hart dat geen angstvallig hangen
aan wolken kent, ziet wat door wolken breekt.

Ik werd geboren met een aard die sterk
van zelf gaat naar de kern van alle zaken
maar veel stond tussen mij in en mijn werk.
Groeiende, heb ik dat opzij gezet:
het werd al lichter, alle duisters braken
en ik zag liefde als de levenswet.

Henriette Roland Holst-van der Schalk (1869-1952)
uit: Sonnetten en Verzen in Terzinen geschreven (1896)

 

.

Toen ik verder zocht naar meer filosofieën hier over, ontdekte ik een Vlaming, in wiens woorden ik wel iets herken. Psychiater en hoogleraar Damiaan Denys is gespecialiseerd 
in angsten en woont in Nederland. Nederland is een bang land, constateert de Vlaming. ‘Maar angst is juist het deurtje dat ons de vrijheid toont.’

Overigens mis ik iets in zijn visie. Hij onderzoekt de hersens en spreekt niet over het hart. De verwoording van dichters omvat daarin meer dan die van wetenschappers. Het zijn twee manieren om de werkelijkheid te benaderen. Ze kunnen naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen en verrijken.

https://www.vn.nl/psychiater-filosoof-damiaan-denys/

.

 

.

 

 

Een loden lucht en lentesoep

.

.

Als je moe bent en de ooit zo blauwe lentelucht is grijs geworden, dan lijkt alles somber. Hoe heerlijk smaakt dan verse, zelfgemaakte lentesoep! (Alowieke)

 

Ik sta voor de deur en staar naar buiten. Donkergrijze wolken jagen langs de hemel, voortgestuwd door harde wind. De kruinen van de bomen waaien heen en weer, sommigen al in blad, anderen zijn nog kaal. Ik kijk op de wekker. Het is al één uur en ik heb nog steeds niks gedaan. Mijn keel is een beetje dik en mijn hoofd voelt zwaar en suf. Ik vraag me af wat ik met deze dag aan moet. Ik staar nog een poosje naar de wind in de boomtoppen. Dan weet ik het. Ik kan twee dingen doen. De hele dag verse kruidenthee gaan drinken of toch nog iets proberen te doen. Ik kies voor het laatste.

Ik loop over het veld naar mijn werk, de bouw van mijn nieuwe woonwagen. Er zijn nog drie plankjes die ik wil ophangen en ook twee kastdeurtjes. Maar eenmaal binnen, laat ik me zakken op de harde planken vloer. De deurtjes die ik nog moet vastmaken, staan vlak vóór me, tegen de andere houten wand aan geleund. Ik ben niet geneigd er iets mee te doen. Misschien komt het als ik er wat langer ernaar kijk. Ik hou vol en kijk nog een poosje naar de witgeschilderde plaat met het pianoscharnier er aan. Het helpt niet.
Misschien is dit niet de beste plek om te zitten. Ik kan mijn heil beter wat hoger zoeken. In de zithoek achterin, kijk je uit over de hele lengte van de wagen en zie je de ramen. Daar ervaar je de ruimte. Dan komt het vast wel.
Ik sta op en klim op dat, wat een bedbank moet worden. De spijlen van de zitting duwen hard in mijn billen. De kussens komen volgende week pas. De wagen schudt een beetje heen en weer door de harde wind. Ik kijk nog een tijdje voor me uit. Langzaam aan vergeet ik de deurtjes, die ik op had willen hangen. De wens komt in me op om terug te gaan. Ik ben moe. Ik wil terug naar mijn wollige schapenvacht.

In de andere wagen is de kachel lekker warm. Ik dompel mij onder in niks en pak een boek.
Als de zon ondergaat heb ik een lange luie dag achter de rug. Maar er is één ding wat nog ontbreekt. De soep.

Ik ga naar buiten om de ingrediënten plukken. Inmiddels is de lucht niet meer egaal grijs. Er zijn stukken blauw te zien, al staat er nog steeds een fikse koude wind. Ik loop naar het perk vlak naast mijn wagen. Er staat van alles wat eetbaar is, sommige dingen heb ik zelf gezaaid, andere plantjes groeien er uit zichzelf. De levenslustige lenteblaadjes barsten van frisgroene voedzaamheid. Precies wat ik nodig heb.
Ik pluk, ik hak en ik kook. De blaadjes en bloemetjes hoeven maar een minuutje te koken, ik wil het zo vers mogelijk. Het wordt een heerlijk soepje. Na de eerste happen al voel ik me een heel ander mens. Daar kan geen supermarkt tegen op.

Niets liever dan lentesoep.

 

Lentesoep uit Brabant

madeliefjes…………………  het kort gemaaide veld staat er vol van.
veldkersblad……………….  groeit hier vanzelf, vlak naast mijn wagen in een perk dat ik maakte
duizendblad……………….. krachtige sterk uitdijende plant, van zaad uit Roemenië. brandneteltoppen……….. Overal, het is een plaag! Laat iedereen er zoveel mogelijk van eten.
selderij ……………………….  staat naast de bessenstruik, tussen de appelmunt en de veldkers.
knolraap, rode ui………… van kwekerij Oppers in Middelbeers, vier kilometer fietsen.
linzen en knoflook……… uit de biowinkel in Tilburg waar ik twee uur voor gefietst heb.
een lepel sesampasta …. biowinkel Balans uit Eindhoven, gekregen van mijn vriendje marmite……………………..  van de supermarkt, voor de vitamine B12
laos en  peper …………….. zwarte peperkorrels  en laos in een zakje van de Turk in Eindhoven

 

Voor mensen die niks van plantjes weten of die geen tijd hebben om te plukken:

http://www.herenboeren.nl/ (van eigen grond, maar niet persé biologisch. Wie weet komt dat nog?)

.

Klein, mooi en handig

.

 

In de kern van het huidige leven, zit de kiem van het nieuwe al verborgen. Het is als een jas, waar je aan werkt tot die past, om dan het oude af te werpen en het nieuwe aan te trekken. (Alowieke)

.

 

Ik sta in de keukenhoek van mijn oude woonwagen en veeg voor de zoveelste maal het aanrecht schoon. Het is een normaal aanrecht, zoals in alle huizen. Er zit zelfs een echte wasbak in. Het is een grote, dus dat betekent nog meer om schoon te maken. Ik heb er een sport van gemaakt om mijn watergebruik te minimaliseren. Het staat in een mooie glazen pot op het aanrecht. Daar past een grote wasbak helemaal niet bij. Er staan nu drie dingen in, die ik toch ergens kwijt moet: een smoezelig afvalbakje, een glazen potje voor vuil water en een wit kommetje met schoon water om plakkerige handen af te spoelen. Omdat ik de wasbak eigenlijk een lelijk, nutteloos ding vind, besteed ik er maar weinig aandacht aan en ook aan wat er in staat.
Het is voor mij de kunst om in de nieuwe wagen van banale dingen iets moois te maken. Ik maak er graag een hoekje van dat praktisch is, niet groter dan nodig en waar ik met plezier naar kijk. Er komt gèèn wasbak. En het gore vuilwaterpotje wordt straks ingeruild voor een mooie kleine kruik, die op een plankje staat te pronken. Hoe kleiner hoe fijner.

Ik erger me steeds meer aan te grote, zinloze dingen in huis. Zo is er het tweepitsgastel, waarvan ik er altijd maar één gebruik. Eigenlijk vind ik het hele aanrecht veel te groot. Er zijn stukken van het aanrechtblad die ik niet gebruik. En dat komt toch weer vol te staan, met wàt eigenlijk? En ik moet elke keer opnieuw alles optillen bij het schoon maken.
Er zijn ook dingen die simpelweg onhandig gemaakt zijn. De keukenwand zat er al. Het is grof timmerwerk van ruwe planken. Die wand is altijd goor, want ruwe planken zijn lastig schoon te krijgen. En de kurkvloer, die ik zelf heb gelegd, is bij de deur opgebold door vocht. Door het zwellen laat de kurklaag los en er zitten nu kieren tussen. Dat komt omdat de deur niet afwatert en harde regen onder de deur door sijpelt. En zo is er meer, wat beter kan. Ik heb veel van deze woonwagen geleerd. Hoe ik dingen wel en niet wil. Het is een goeie plek geweest en er waren ook veel mooie dingen. En nu ben ik er klaar mee.

 

 

De nieuwe wagen is bijna bewoonbaar. Ik werk hard. Ik wil eindelijk wel eens verhuizen. Hoewel de nieuwe wagen de helft kleiner is, voelt dat niet zo. Het is er licht en open en ik heb het gebouwd in een gelijkmatig ritme, met verrassende details. Het is bijna als muziek, als een symfonie.
De indeling is precies zoals ik het wil. Dat alles geeft me het gevoel van ruimte en vrijheid. Het is een schatkist aan lang uitgewerkte ervaringen en dromen, nu tastbaar geworden in dit éne.

Straks kan ik er werkelijk in trekken. Ik verheug me er op.

 

.

Het bed maak ik op zeventig centimeter hoogte en eronder is kastruimte. Het middelste gedeelte, wat nu ontbreekt, wordt ook gebruikt als tafel. Je kan de kussens opzijleggen en als rugleuning gebruiken en de tafel ophijsen aan touwen, tot gewenste hoogte. Je kan hem ook tot aan het dak hijsen en dan kan je daar staan of lopen, dansen of ijsberen. Er zit plexiglas in de tafel zodat je er doorheen kan kijken en het daklicht kan blijven zien, wanneer hij tegen het plafond gehesen is. Ik doe mijn best om in alle keuzes die ik maak ruimte te scheppen, of de illusie ervan. De materialen die ik gebruik, zijn meestal natuurlijk. Maar soms is kunststof echt handiger en dan kies ik daar toch voor.

Om ruimte te scheppen heb ik veel kastruimte onder de vloer gemaakt. Je kan erbij via vijf luiken. Het frame van de kast is klaar, het maakt deel uit van de wagen. Ik moet hem nog wel muisdicht maken.

Het valt me op dat dingen die ik maak, steeds opnieuw lijken op muziekinstrumenten. Kijk naar de onderdelen van dit bed. Het lijken wel twee piano’s.

 

 

.

 

 

 

 

De voedselknoop

.

 

Onze voedselketen is erg ingewikkeld geworden. Het is een duizelingwekkende achtbaan, met ziekmakende loopings en niemand weet waar het begin is en het einde. En niemand weet wie daar dan staat en in welke omstandigheden die verkeert. Ik had een terloopse ontmoeting met een gangbare boer. Hij was op weg naar zijn land en ik sprak met hem. Een bijzonderheid, in dit land van grootschalige akkerbouw ontmoet je maar zelden een boer op de landweg.

 

De melk is op, alle drie flessen zijn leeg. Voor ik aan het werk ga, wil ik ze gevuld hebben, vol verse romige geitenmelk. Ik pak de flessen, spoel ze om en stop ze in een linnen zak. De zak wikkel ik een paar keer om het stuur en zo fiets ik weg, de camping af, de weg op.

Op de lange rechte weg naar Haghorst loopt iemand. Het is een kleine, wat oudere man met zijn arm onder zijn jas, alsof hij die gebroken heeft. Tegelijk komt er een grote machine de naast ons gelegen akker oprijden. „Hallo!“ begroet ik hem vrolijk en ik stap af. „Wat gebeurt hier?“ Ik kijk hem nieuwsgierig aan en wijs naar de landbouwmachine naast ons.
Hij blijft staan, kijkt me genoeglijk aan en geeft heel rustig antwoord. „Dat is een mestinjector. Hij injecteert de mest in de grond.“
Ik kijk naar de tentakels, achteraan de wagen en de man, die hem hoog en droog bestuurt. In de ronde laadruimte moeten heel veel liters mest passen. De enorme brede wielen rollen rustig over het droge zand. „Ik heb er wel vaker eentje gezien, maar deze is wel erg groot zeg.“
„Ja, dit is een professionele.“
„Hij rijdt alles plat,“ zeg ik bot. En op hetzelfde moment bedenk ik me dat dit de boer moet zijn, die ik tegenover me heb. Hij blijft me vriendelijk aankijken en geeft me nog gelijk ook.
„Ja, het gaat wel ten koste van de structuur van de bodem, maar kijk, die wielen zijn zo breed, dat het de schade beperkt.“ Ik kijk hem opnieuw aan, met frisse belangstelling. Ik kijk naar de wielen die wel een meter breed zijn, met een dik profiel erin. Ik knik. „Ja, ik zie het, dit scheelt wel.” Dan praat ik verder. „Ik heb gehoord van precisielandbouw. De machines zijn computer gestuurd en rijden elke keer precies over het zelfde spoor, om de grond zo min mogelijk plat te rijden.“

In gedachten zie ik een met rijen bomen beplante akker voor me, met rijen lagere gewassen er tussen in. Het is een permacultuurboerderij. Tussen de bomen rijdt een smalle trekker, over een smal spoor, om te oogsten. Maar ik zeg niks van wat ik voor me zie. Ik heb deze man nog maar net ontmoet, en ben te gast in dit Brabantse land. Als gast kun je beter eerst luisteren en niet alles beter weten, vind ik.

„Ja, precisielandbouw“ beaamt hij. „Dat is mooi. Daar moeten we uiteindelijk naar toe. Er zijn ook drones, als hier straks aardappels staan, dan vliegen ze boven het land en kunnen precies opsporen op welke plekken gespoten moet worden.“ Hij ziet het al helemaal voor zich en zwaait met zijn arm richting het land, als een koning met zijn scepter. „Zo kunnen we de hoeveelheid gif een stuk beperken.“ Hij kijkt er zorgelijk bij. „Het mòet wel,“ gaat hij verder, „We moeten er in méé. We zullen moeten investeren in zulke loonwerkers…“ Er komt een frons in zijn gezicht.
Ik begrijp de boeren, die de ene verplichting na de andere moeten volgen en de dure investeringen kosten vele boeren de kop. Toch mòet het anders, er moet een andere weg in worden geslagen. Maar hoe?
„Het beste zou zijn helemaal geen gif meer te gebruiken.“ Ik spreek op dezelfde zachte toon als hij. „Er komt kanker van ons voedsel,“ denk ik hardop, „ We krijgen de ziekte van ons eten. In Nederland is het zelfs één op de drie!“ Mijn stem klinkt plotseling fel. Hij kijkt me stilletjes aan, alsof ik iets zeg wat hij allang dacht. „Ja toch hè….ons voedsel…“ Hij mompelt het half in zichzelf en hij kijkt naar de grond.
„Er zou meer biologisch voedsel moeten komen,“ zeg ik tegen de boer. „Er zijn notabene een paar duizend bioboeren tekort in Nederland, jammer toch!“ De man knikt, natuurlijk is hij het met me eens.
„Ja, maar het is een grote investering. In de overgangsfase verdien je zo goed als niks en je moet er veel harder voor werken. Het is inderdaad jammer. Nu worden er steeds meer biologische producten uit het buitenland gehaald.“
„Toch zonde hoor..“
„Ja“, zegt de boer, wetend dat je aan veel dingen maar weinig kan doen, net zoals het kan regenen of wekenlang droog kan zijn, zonder dat je er vat op hebt.
Het is even stil.
„En welke aardappel komt hier nou te staan,” vraag ik.
„Bintje,“ zegt hij.
Toevallig ken ik een leuke anekdote over het ontstaan van de naam van deze beroemde Nederlandse aardappel. Hij luistert naar me en lacht breed.
„Dat is mooi hè, die verhalen.” Hij grinnikt nog eens. „Nou ik ga weer verder hoor!“

De mestinjector is aan het einde van het land gekomen. De boer loopt verder de weg af, zijn ene arm zwaait heen en weer tijdens het lopen, de andere arm zit verstopt onder zijn jas. Ik weet nog steeds niet waarom. Verder loopt hij, naar de machine met de man er in. Ik stap op mijn fiets. Ik houd mijn tas met de drie flessen goed vast, zodat het niet wiebelt. Zo rijd ik door naar de geitenboer. Ik heb zin in koffie, echte koffie met verse geitenmelk.

 

Het is ernstig. Ons land telt na Slovenië, de meeste doden door kanker. Eén op de drie mensen heeft de kans het in zijn of haar leven te krijgen. Het is in ons leven geslopen, al decennia geleden is het langzaamaan begonnen, als één van de ziekelijke uitwassen van onze welvaartsmaatschappij. Onze voedselketen is erg ingewikkeld geworden. Niemand weet meer wat hij eet en waar het vandaan komt. En de boer wil wel anders maar weet niet hoe. Het is een voedselknoop. Alleen door drastische veranderingen kunnen we de knoop ontwarren en ons leven weer eenvoudig maken.

Landbouwgif, additieven in bewerkt voedsel en plastics zijn ziekmakend. Maar ook telt het steeds nijpender wordende gebrek aan voedingswaarde en het ontbreken van heilzame stoffen. Hier ligt de oorzaak in onze huidige landbouwmethoden. De ziekmakende oorzaken van ons voedsel worden meer en meer ingezien en erkend. Maar we kunnen het roer keren, en er zullen veel dingen grondig anders moeten.
Ik eet in elk geval biologisch, niet uit plastic en ik vul mijn maaltijd aan met wilde kruiden. In een bodem die met rust gelaten wordt, zijn de heilzame voedingsstoffen nog te vinden, die niet alleen planten, maar ook dieren en ons, mensen, weerstand geeft tegen nare ziekten als kanker. In verschillende landbouwmethoden zijn manieren bedacht om dit op te lossen. Er wordt nagedacht hoe de natuurlijke principes na te bootsen, die de bodem rijker en levender maken en de plantengroei divers en weelderig. Er zijn manieren om meer met de natuur mee te werken in plaats van er tegen in, terwijl het hele plan ons belang blijft dienen. Onderstaande links bevestigen niet alleen dit verhaal, maar tonen ook initiatieven die werken aan die oplossingen. Dingen waar je blij van wordt!

.

Link met nieuws dat het fout gaat met onze voedselproductie

http://www.telegraaf.nl/binnenland/20536216/__Vitamine_weg_uit_groenten__.html

.

Links die gaan over kanker.

http://voedingkanker.nl/voeding-bij-kanker/
http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/kankersterfte-nederland-een-na-hoogste-
http://www.cijfersoverkanker.nl/

 

Links die gaan over gezond voedsel van gezond land.

http://www.herenboeren.nl/ (recht van eigen land in de winkelmand)
http://toekomstboeren.nl/ (inhaken op initiatieven)
http://www.brabantsemilieufederatie.nl/voedselbossen/ (mensen gezocht die voedselbossen willen aanleggen in Brabant)
http://natuurlijkeveerkracht.eu/advies/stadstuin/ (advies in de stad)
http://www.akkernaarbos.nl/ (advies boeren)
https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2017/03/22/pionieren-met-een-agrarisch-voedselbos

 

http://www.wwoofnetherlands.org/ (vrijwilliger worden tegen kost en inwoning)

.

Links van meer politiek getinte bewegingen.

http://www.voedselanders.nl/manifest/
https://www.living-land.org/europa (consultatie aan Europese Commissie)

 

Links met algemene informatie.

https://www.aardeboerconsument.nl
http://www.biojournaal.nl/artikel/25581/Voor-onze-grootste-gezondheidscrisis,-bestaat-geen-enkel-plan (Bijeenkomsten in de Rode Hoed over Positive Health)

 

Help mee en teken de petitie voor de rechten van kleinschalige boeren!

https://peasantsrights.eu/

.

 

Een beter mens

.

Deze week deed ik een energie experiment. Ik heb keihard gewerkt, zonder adem te halen. Precies zoals veel politici het graag zien.

.

Het prille ochtendlicht kietelt als kwikzilver door de kier van het gordijn. Ik beweeg mijn heupen en schouders. Ik draai en wiebel wat heen en weer, voor ik zover ben dat ik het bed uit spring. Daar is moed voor nodig, want het is zo koud, dat mijn adem wolkjes maakt. Ik adem diep in en gooi resoluut de dekens opzij, om razendsnel zoveel mogelijk kleren over mijn pyjama heen te doen.
Vandaag doe ik alles anders dan normaal. Ik doe mijn oefeningen snel achter elkaar, zonder te bedenken wat ik vannacht gedroomd heb of naar buiten te kijken. Ik steek de kachel niet aan. Dan ontbijt ik maar met een deken om me heen.
Deze week ga ik als een speer. Dat is de bedoeling. Net als duizenden anderen maak ik deze week van mijn bezigheden een gesmeerde routine. Waarom? Omdat ik denk dat ik dan meer werk kan verzetten, misschien. Maar vooral omdat ik het lullig vind, dat ik op mijn gemak de dag begin, terwijl de rest van Nederland zich in het zweet werkt. Vandaag is het de vijfde dag, dat ik het zo doe.

Daar sta ik dan, om kwart voor negen in de ochtend, nog een beetje koud, moe en niet helemaal wakker, mijn blauwe klompen in het halfbevroren gras. Ik kijk naar mijn nieuwe wagen, mijn grote project, waar ik nu al drie jaar aan werk. Ik heb geen zin. En niet zomaar een beetje. Ik heb zelden zo tegen de dag opgezien. Ik kijk naar de kale kozijnen, die nog geschilderd moeten worden, het hobbelige dak. Wat een boel werk nog.

 

 

Ik kijk naar de binnenruimte, de glanzende vloerluiken, de geschilderde wanden.. Hoewel het rust uitstraalt en steeds mooier wordt, kijk ik ernaar met weerzin. Het is genoeg geweest. Ik houd het voor gezien, ik scheid er mee uit voor vandaag.

 

 

Mijn nieuwe huisje doet het maar even zonder mij. Ik ga vandaag helemaal niks doen. Met dit besluit loop ik terug naar de oude wagen. Binnen is het nog steeds koud en ongezellig. De zon is nog ijl en heeft te weinig kracht om mijn huisje te verwarmen. Ik hurk bij de kachel en maak een luchtig stapeltje van kleine houtjes. Ondertussen denk ik na, over mijn experiment. Ik doe het nu lang genoeg om het effect te merken. Ik werk van negen tot vijf. Acht uur werk, merk ik verrast op. Dat is precies evenveel als anders, als ik van elf tot zeven werk! Maar er is een groot verschil.

Gewoonlijk neem ik als éérste anderhalf uur de tijd om mijn oefeningen te doen. Als ik dat doe dan word ik van top tot teen wakker en ben ik één en al oor en oog. Maar hoewel de lente deze week is losgebarsten, heb ik er nu maar weinig van gezien. En om vijf uur ben ik te moe om er nog van te genieten. Bovendien moet er water worden gehaald en eten gekookt en de kachel moet worden aangemaakt. Dan heb ik geen tijd meer voor verwondering. En anders kan ik zo genieten, terwijl ik toch evenveel werk! Hoe kan dat?

De vlammen likken langs het blanke hout. Ik doe er een paar grotere blokken bij en sluit het deurtje. Het vuur knappert en de dag strekt zich uit in zalige tijdloosheid. Ik laat me achterover op de bank vallen en merk hoe moe ik eigenlijk ben.

Ik dacht dat ik meer zou presteren door hard werken en vroeg beginnen. Maar het is niets dan een idee, een idee over hoe het hoort in onze prestatiegerichte maatschappij. Alsof ik dan een beter mens ben. Nou, echt niet! Ik sla spijkers krom, snij me in mijn duim en ik heb geen inspiratie. Het allerergste is de weerzin die ik kweek. Zeker voor een langdurig project is dat dodelijk. Niet alleen voor de kwaliteit van het werk, maar ook voor mijn energie en levensplezier. Ik weet het nu zeker. In het vervolg begin ik gewoon weer om elf uur met bouwen.

Leven is ritme, als een gestadig kloppend hart, als de golven van de zee op het strand. Het is mìjn eigenwijze ritme, dansend op mijn harteklop geniet ik van wat er is en komt er iets moois uit mijn handen. Alleen zò wil ik leven. Ach… ik wist het toch eigenlijk al, is er niet een hele oude wijsheid, die zegt dat hardlopers doodlopers zijn?

 

 

Allemaal mensen die om zeven uur opstaan en keihard werken. Dit is waar de politiek nog altijd over praat, want het moet nog altijd beter dan hoe het is. Maar er is een bodem in de pot. Weten ze niet, dat het aantal burn-outs onder jonge mensen drastisch toeneemt?

Een natuurlijk levensritme gaat met de seizoenen mee. In de winter zijn de dagen korter en hebben we minder energie. In de donkerste maanden werkte ik maar drie uur per dag aan de nieuwe wagen, aan een erg ingewikkeld stuk.  Verder vul ik mijn tijd met winteractiviteiten als schrijven en tekenen en filmpjes maken. Dat ritme verandert met het licht mee. Nu het lente is heb ik er plezier in om lekker door te gaan zolang het licht is.

In deze prestatiegerichte maatschappij presteer ik op mijn eigen manier. Zo’n mooie woonwagen had ik nooit kunnen bouwen in een baan van negen tot vijf. Ik wilde dat iedereen de vrijheid kreeg om langs  kleine, vriendelijke paden te gaan om zijn of haar eigen levensritme en kwaliteiten te ontdekken.

https://www.gezondheidsplein.nl/dossiers/burn-out-bij-kinderen-en-jongeren/item67965    (Ook twintigers en dertigers)

 

 

De vonk uit het verlorene

.

 

Als je liefste sterft, dan val je in een gat. Maar als je aan de zwaartekracht van het gat weet te ontsnappen, kan er uit die ervaring iets moois ontstaan. (Alowieke)

 

Het miezert al een paar uur. De lucht is egaal grijs en de schemerige dag gaat langzaam over in de nacht. Ik doe de gordijnen dicht. Op het aanrecht staat een afgespoelde etenskom en in de woonwagen hangt nog de geur van geroosterde zonnebloempitten. Buiten loeit de koe.
Ik sta voor de kleine kast bij het raam en gedachteloos aai ik over het ronde houten kistje, dat er op staat. Door de warme kachel is het hout verder gescheurd dan ooit, de spleet, die vanuit het midden begint, wordt naar buiten toe steeds wijder. De scherpe rand van de scheur doorbreekt de cirkels van de jaarringen met een gapende kloof. Het kistje heeft een oervorm, alsof het zich de boomstam nog herinnert, waar het uit kwam. Het is goed geolied, het hout is goudgeel met jaarringen als donkerrode kringen. Onder het deksel zit een brede zwarte kier. Het wil niet meer dicht. Door de grote scheur in het hout past het niet meer.
Ik pak het kistje beet, zet het op tafel en open het. De schat die het bergt, bestaat zoals gewoonlijk uit rommel. Drie lege tubetjes arnicazalf, twee doosjes paperclips. Wanneer gebruik ik die, vraag ik me af. Ook zitten er wel zes scheermesjes in, genoeg voor twee levens. Ik vind twee kleine bruine flesjes, ooit door vriendinnen in handen gedrukt. „Geweldig spul, alsjeblieft! Voor jou”. Ik kijk ernaar en vraag me af wat ik er mee moet. Eén voor één spreid ik alles uit op tafel en schuif opzij wat weg kan. De bodem voelt een beetje vettig aan, alsof er iets heeft gelekt. Uiteindelijk is het kistje helemaal leeg. Ik poets de bodem schoon en strijk zachtjes over het gladde hout.

In gedachten zie ik de handen die dit maakten en de man van wie die handen waren. Zoveel meer maakte hij, de prachtigste schalen, zuilen en reusachtige schaakstukken, gedraaid op een grote draaibank met ingenieuze precisie en creativiteit. Ik herinner me een perfecte houten bol, gemaakt van gouden regen. Het had een geelgroene betoverende glans, je kon er bijna doorheen kijken.  Ik ruik de geur van verse lijnolie uit lang vervlogen tijden.
Deze handen, de altijd vuile en bezige vingers, ze zijn nog altijd bij me. De klok kan uren en dagen tellen, maar niet de intensiteit, niet de warmte van het samenzijn, dat nog een eeuwigheid doorgloeit..

Ik sta met het kistje in de hand, rond als een glad geschaafd en uitgehold stuk boomstam. Ik klapper met de klep en vraag me af. Wat nu? Het is één van de laatste dingen die ik wegdoe, dingen van hem, het laatste voorwerp van zoveel kubieke meters opruimen, zoveel spullen met ziel erin. Maar de tijd verstrijkt, het hout scheurt en verliest zijn glans en houtwurmen maken een begin aan het verval.

Ik glimlach. Ik weet. Zijn aanwezigheid zit niet in stoffige, uit elkaar vallende spullen. Méér dan dat, maakt hij deel uit van mijn nieuwe huis, mijn nieuwe leven, de prachtige kleine woonwagen, die ik bouw. Hij is er bij, als een stille kracht.
Ik schuif het kistje opzij, bij de spullen die weg kunnen, maar toch een beetje apart ervan. Dit is voor de kringloopwinkel. Het zal zwijgend zijn verhaal vertellen, ergens op een plank, tussen honderden andere spullen. Een stil en vergeten verhaal zal het zijn en geen mens die het zal kennen.

.

 

FILOSOFEREN OVER LIEFDE, WETENSCHAP EN DOOD

Als je liefste sterft, dan val je in een gat. Maar als je aan de zwaartekracht van het gat weet te ontsnappen, kan er uit die ervaring iets moois ontstaan. Ik vind het bijzonder opwekkend, hoe je het vitale deel van een overleden dierbare in je kan opnemen. Hoe die energie doorgegeven wordt en alles overleeft. Ik wil daar nog even op doorgaan. Het is een ongewone en volkomen intuïtieve gedachtesprong, maar iets ervan doet mij denken aan de kwantumwaarnemingen van Hawkins. Energie gaat nooit verloren, het verandert alleen van vorm. Zelfs een zwart gat is niet zwart. Er komt een soort straling van af.
Je zou het zwarte gat met de dood kunnen vergelijken, of het gat waar je in valt als achterblijver. De deeltjes, hieronder genoemd, zijn dan een liefdespaar. 
Lees op die manier het volgende wetenschappelijke stuk, zoals ik dat voor me zie:

Hawkingstraling wordt in het algemeen verklaard met virtuele deeltjes. Er zijn bewegingen die ontstaan doordat alles in rust verzonken raakt, vanwaaruit dan weer kleine fonteintjes van activiteit opspringen. Hierdoor ontstaan paren van virtuele deeltjes (deeltjes met hun antideeltjes) nabij de waarnemingshorizon van het zwarte gat. Het kan zijn dat een van beide deeltjes in het gat valt, en daarbij voldoende energie opdoet om het paar reëel (niet-virtueel) te maken. Als dan het andere deeltje aan de zwaartekracht van het zwarte gat weet te ontsnappen, lijkt het van buiten af gezien, alsof het deeltje door het zwarte gat is uitgezonden. Dat deeltje neemt dan een deel van de energie van het deeltjespaar met zich mee.

Kortom, het is of er energie loskomt, die er anders niet geweest was. Is dit niet iets wat vaker gebeurt? Door de dood van de één, op de rand van de kloof van licht en donker, worden dromen werkelijk gemaakt. Treurnis is de meest voorkomende emotie bij verlies, maar hoeveel energie zou het wel niet geven als veel meer mensen dit om konden zetten in liefdevolle aandacht en geïnspireerde daden? Het is niet alleen iets wat terugkomt in het Bijbelse pinksterverhaal. Ook dit filmpje zie ik als een lichtend voorbeeld daarvan. Deze boodschap wordt uitgesproken door Mohamed El Bachiri, die zijn lief verloor bij de aanslagen in Parijs. Tot zover deze gedachtegang.

https://www.youtube.com/watch?v=xsCSfmi566w&feature=share

 

Zaterdags werk in de tuin

.

 

 

Het is een dag vol lentegroet
ik kuier over dit kleine land
en bewonder
de heerlijke zon die het dóet

Ik meng de compost met het zand
en mijn vriend, die leest de krant
vlak naast de houten bloembak
ooit gemaakt van een veilingkist
en waar ik zojuist nog wat erwten in stak

Mijn vriend vraagt of ik het wist
dat van die Turken
die mochten het land niet in

Het onkruid laat zich niet beperken
door geen grens of traliewerken
ik haal het weg en spreid de zaden
tot het moment dat de kippen het merken

Ze zoeken en wroeten
vlak naast mijn voeten

Naarstig pak ik de schep
om de ijverige dieren
gauw ergens anders te plezieren

Geschepte aarde, wanhopige pieren
de kippen die krabben en pikken
vrolijk om het te vieren
Snel ren ik weg

Ik strooi het zaad en ik duw het wat aan
ergens ver bij de kippen vandaan
Ik kijk om me heen en zie ze nog niet
O, mogen er hier straks bloemen staan

Het zaterdagse werk is klaar
we zitten gezellig naast elkaar
Ik lees een ingezonden brief
met vieze handen naast mijn lief

Dan hoor ik ergens druk gekrabbel
van een opgetogen zadendief
Ze vindt ze allemaal

De peultjes vlak naast mijn portaal
ik kan het wel vergeten
die bloembak blijft straks leeg en kaal

Ik lach met een vermaakte blik
want ze heeft nu toch gewonnen
ik verstop ze, zij mag vinden
mijn allerbeste kip en ik

 

Mooi werk schept moed

.

wandafwerking-3

 

Ik ben in mijn nieuwe huisje aan het werk. De uren vliegen voorbij en ik ben goed op dreef. Gestadig ga ik voort, in alle rust en ongestoord. Het begint al een beetje schemerig te worden, maar ik wil graag afronden waar ik mee bezig ben.
Ik sta met een wandpaneel in mijn hand. Ik heb het zojuist op maat gezaagd. Het dunne triplex heeft aan de randen een paar bochten en inhammen, waar de dakbogen precies in passen. Ik schuif het paneel achter de paal langs, die de vloer met de middelste dakboog verbindt. Als ik een beetje buig, duw en schuif, kan ik hem mooi op zijn plek manoeuvreren. De paal heeft een paar handige plankjes, niet groot, je kan er net een flinke bloempot op zetten. Dat komt nu mooi van pas. Ik schuif de plaat achter de plankjes langs en ze houden hem mooi op zijn plek. Ik doe een stap achteruit en kijk tevreden glimlachend naar het resultaat. De stugge lap ongebleekt katoen, die de beddewand bekleedt, verdwijnt achter het zojuist geplaatste wanddeel. Het ziet er keurig afgewerkt uit.
En nu komt de kroon op dit stukje werk. Die ligt al een paar maanden klaar. Het is de strook van een bamboestengel, rechtstreeks van een biologische Nederlandse kwekerij gekocht. Nu mag hij zijn dienst bewijzen! Ik spring van het bordes af, mijn ene voet raakt kort het omgekeerde kistje, dat als trapje dient en dat al vele kleuren heeft gehad, omdat ik er steeds mijn kwast aan schoon strijk. Het gras is nat en wat modderig omdat ik steeds over hetzelfde stukje loop. Rustig loop ik verder, anders glijd ik nog uit met mijn klompen in de modder. Ik duik onder de wagen en pak de strook bamboe. Ik strijk over de binnenkant, met mijn vinger. Mijn vel is meteen vuil. Eerst maar even flink op schrobben.
Eenmaal schoon gepoetst, komt de goudgele kleur van de bamboe prachtig tot zijn recht. De driehoekige uitstekende delen zijn bijzonder om te zien. Dit zijn de delen die de segmenten van de plant van elkaar scheidt, die de plant zijn stevigheid geeft. Al met al is het een mooi ding. Ik loop er mee naar de hoek, waar het houten wandpaneel plaats maakt voor het ongebleekte katoen. De rafelige bovenkant van de lap is nog zichtbaar en erboven zie ik een smalle strook schapenwol uitpuilen. Daar begint de kromming van het dak, de essenhouten bogen houden als een ribbenkast de zachte massa vast van wol en stof, die erboven ligt. De stof vormt zich als een glooiend vel ritmisch naar het harde skelet dat ik ervoor gemaakt heb.
De bamboe sluit de rafelige, uitpuilende kier netjes af. De harde glimmende buitenkant heeft precies de juiste kromming en ik plaats hem tegen de houten spanten aan. De binnenkant van wat ooit een hoge groene stengel was, is nu zichtbaar. De driehoekige uitsteeksels van de segmenten kloppen perfect met het ritme van de dakspanten, alsof het ervoor gemaakt is. Nu vastmaken. Ik geniet ervan hoe snel dit gaat, na zoveel langdurige klussen. Twee gaatjes erin, touwtje er doorhalen en klaar is Kees.

Ik loop naar de deur om op een afstandje te kijken. Ineens is het een echte kamer, met een klassieke uitstraling. Ik heb er hard voor gewerkt en het is nog niet klaar. Maar te zien dat het zò bijzonder mooi wordt, dat schept moed om door te gaan. Doorgaan, tot het af is.

 

wandafwerking woonwagen geïnspireerd door yurt

.

 

PRAKTISCH VERHAALTJE OVER DE BOUW

Ik ben nu bezig met de inrichting. Daarvoor heb ik alles opgeschreven wat ik in mijn huis wil hebben en houden. Met de rolmaat ben ik al mijn bezittingen langs geweest. Wat past kan er in, wat niet past gaat weg. Daar ben ik inmiddels heel resoluut in geworden. Het is een korte overzichtelijke lijst geworden. De kastjes en bergplanken maak ik zò, dat de spullen er precies in passen. Ik maak laden en dienbladen op maat, de vensterbank eindigt als sokkenbak en erboven komt een smal laptopkastje aan de wand. Het is een flinke investering in tijd en het kost weer twee grote platen populierenhout, maar dan ben ik ook echt helemaal tevreden. Voor minder doe ik het niet.

werkboek-mijndingenlijst

Ik maak alle kastjes binnen van populierenhout. Dat is erg licht en werkt prettig. Het is wel iets duurder, maar omdat dit mijn enige echte huis wordt, heb ik het ervoor over.
Dat ik de wand bij het bed niet met panelen heb bedekt, maar van ademende stof heb gemaakt, is niet voor niks. Zeker als je met zijn tweeën bent wasem je een hoop vocht uit ’s nachts. De stof en de wol kan nu dat vocht absorberen en weer afgeven als de lucht droger wordt. Zo houd je de luchtvochtigheid in huis prettig en constant.

 

werkboek-inrichting beddehoek

 

Verder moet er aan de buitenkant ook nog veel gebeuren. Het dak is geweldig en doet wat het moet doen en lekt nergens. Maar van een afstandje zie je de spanten bovenop het dak door het rubber heen en het ziet er rommelig uit. Dus heb ik iets bedacht waardoor ik het mooi glad en gelijk kan maken en wat toch heel licht is. Dat wordt een bijzonder klusje en daar zal ik tegen die tijd verslag van doen. En ik moet nog verder met de gootafwerking en de raamluiken. Maar dat komt straks, in de zomer, tegelijk met de zonnepanelen en het aanleggen van de elektra.

Tot slot wil ik nog even een mededeling doen. Het kan dat sommige lezers nieuwsgierig worden en graag eens zouden komen kijken en kletsen. Ik houd van nieuwsgierige mensen met een open blik, maar op dit moment komt uitgebreid bezoek niet uit, ik heb concentratie nodig. Natuurlijk kan je hier altijd een tentje op komen zetten om te genieten van de rust. De camping is geopend. Je kan een kop koffie bij me drinken in de ochtend of aan het einde van mijn werkdag. Maar als mijn huisje af is, dan maak ik echt tijd voor de inwijding. Dan mag iedereen komen kijken.