Tussen de laatste rommel (Among the last rubbish)

.

Lente! Ruimte maken voor groeizaamheid. Opruimen voor een frisse geest en nieuw leven. Opruimen. Maar niet alles. Want tussen de laatste rommel kan je soms iets verstoren wat eigenlijk met rust gelaten wilde worden. Ik zag het gebeuren en was stomverbaasd.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

.

Sneeuw bedekt al het lelijke, stalen blokkendozen, geparkeerde auto’s, achteloos neergeworpen afval. Maar de prille lente maakt het contrast juist groter. De tere blaadjes, net uit de knop, doen een beroep op onze eigen jeugd, verstofd, verdwaald geraakt of ingeklemd tussen alles wat we verzamelden. Daarom is de lente een tijd om op te ruimen. Een nieuw jaar begint. Dat is een mooie kans. We krijgen het cadeau, elk jaar weer. Geef groeizaamheid de ruimte!

Ik ben al een paar weken bezig. Rond en onder mijn huis is alles schoon. Er lag van alles. Lege in elkaar gezakte dozen, verdwaalde plastic bloempotten, wat weggewaaide oude kranten, een paar beschimmelde lappen en glazen potjes. . . Zelfs al leef ik eenvoudig, spul blijft kleven. Ik wil best wat rommel, maar dan van het aangename soort. Blaadjes, takjes onder de struiken. Een mooie humuslaag. Groen en nog meer groen. Bloeiende bomen en dikke heggen. Uitbottende wilgeknoppen. Lente! Het mooiste moment van het jaar.

Ik fiets terug langs het pad, op weg naar huis. Ik heb net koffie gedronken bij mijn vriend Dick en wil weer verder aan het werk. Maar dan valt mijn oog weer op de verzameling plastic pijpjes, die al een tijdje tussen de struiken ligt. Er ligt nog meer troep, verderop. Wat eigenlijk? Ik zet mijn fiets neer en ga het pad af, de bosjes in, tussen een stacaravan en een zelfgebouwd houten huis door. Ik schrik ervan. Het lijkt erop dat dit niemandsland is. Niemand voelt zich verantwoordeliljk voor dit stuk grond. Het ligt vol rotzooi en het begint uit de hand te lopen. Wel dertig lege plastic vaten met een groene waas. Kennelijk liggen ze hier al lang. Een berg beeldschermen, stukken geplastificeerde spaanplaat, elektrische apparaten, noem maar op. Met open mond sta ik te kijken. Mijn buurman komt naar buiten. We praten erover. “Ik wil wel helpen” zeg ik “Dan regel ik iemand om het weg te brengen. “Fijn” zegt hij. “Ik wilde er al een tijdje aan beginnen. Het is zooi van de vorige bewoner, maar er zit ook van mij bij. Toen ik hier kwam heb ik veel opgeruimd. Maar nu…. Je weet hoe dat gaat.” Ja dat weet ik. En ik maal er niet om van wie het is. We ruimen op en we doen het samen.

Tussen de rotzooi ligt ook een rol, van dik ijzerdraad. Het is rasterwerk voor een hek, met grote vierkante gaten. Die kan ik wel gebruiken. Ik bind hem vast aan mijn bagagedrager en fiets terug naar huis. De rol hobbelt achter me aan over de weg vol kuilen. Dan stap ik af, knoop de rol weer los en loop ermee achter de wilgen langs, waar het grote weiland ligt. Hier begint de lege ruimte, tot aan de contouren van Leeuwarden. Je ziet de enorme windmolens, een grote torenflat en de snelweg, die erheen leidt. Vanuit de auto zie je een mooi landschap, maar vanuit het land is de lelijke weg en het opdringende stadsbeeld nogal dominant. De stad komt steeds dichterbij, zeggen de oude lieden. Ik denk er nu niet verder over na. Er is genoeg te doen. Ik leg de rol bij de andere neer. Het is al een mooie verzameling. Ze lagen over het hele terrein verspreid, de rollen gaas en rasterwerk, en niemand die er wat mee deed. Ik wel! Het wordt een schutting tegen de harde wind. Je kunt er riet doorheen vlechten. Ik verzamel het langs de sloten en langs de Zwette. Er is riet genoeg en het is mooi werk. Er komt klimop tegenaan, tussen de opgroeiende wilgen in. Drie dozen vol potjes staan klaar. Het wordt een heerlijk plekje hier. Dat vinden de vogels ook. Het zijn er steeds meer.

.

.

Ik loop tussen twee bomen door en kom uit in de beschutte ruimte achter de kas en mijn woonwagen. Het is een kleine hoek, waar ook de voedertafel staat. Ik hurk om brandnetels en kleefkruid weg te halen. Hier, naast de bomen, moet de klimop komen te staan. Maar eerst moet er ruimte komen. Mijn handen werken systematisch de bomenrand af. Ik ben zo lekker bezig, dat ik verder ga dan ik eigenlijk hoef. Maar dan kom ik bij een grote grijze ton. Hij ligt op zijn kant, geklemd tussen twee bomen in. Het grijze plastic is verweerd en zit vol donkere vlekken. Ik kom dichter en dichterbij, mijn handen wieden door. Dan beweegt er iets, dat schijnbaar vanuit het niets tevoorschijn komt, vlak voor mijn neus. Een jong haasje! Zelfs van zo dichtbij had ik hem niet gezien, zijn gevlekte vacht heeft een perfecte schutkleur, naast de verweerde ton. Hij huppelt om de ton heen en gaat aan de andere kant zitten. Nu kan ik hem niet meer zien. Ik ben stom van verbazing. Wat een goede hazenmoeder, ze weten de plekjes wel te vinden. Ik ben blij dat ik die ton daar heb laten liggen. Opruimen is een goed ding, maar niet alles! Dat weet ik nu weer. En eigenlijk is het ook wel heel leeg, waar ik heb gewied. Het is een kale kamer, voor de kleine haas. Gauw pluk ik wat handenvol stug gras en drapeer het om een bos takjes heen. Nu is het weer wat meer beschut. Kom nou maar terug haasje, ik ben weg.

Ik ga voort en mijn handen werken verder. Werk, om te doen groeien. Ruimte maken. Ruimte voor leven. Met opgeruimde geest, en hier en daar wat rommel.

.

.

NEDERLANDS:.

ENGELS:

Spring! Make room for growth. Clean up for a fresh mind and new life. Tidy up. But not everything. Between the last mess you can disturb something that actually wanted to be left alone. I saw it happen and was amazed.

Meer ruimte voor kleine boeren! (More room for small farmers)

.

.

Ik kies voor de kleine boer. Zij kunnen land en bodem herstellen.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Ik heb het eigenlijk nooit over standpunten. Een goed verhaal bestaat uit beelden, zodat je je kan inleven. Het liefst bereik ik daarmee zoveel mogelijk verschillende mensen. Maar soms is het nodig om je direct uit te spreken. Het is als een punt achter een zin. Of een komma, waarna je door kan gaan.

Laat ik helder zijn: We konden kort geleden stemmen. Ik ben gegaan, want ik vond het belangrijk. Het ging om de Waterschappen en de Provinciale Staten. Vanuit de Provinciale Staten wordt de eerste kamer gekozen, dus daar hebben we dan ook invloed op. Ik stond dus ook in zo’n hokje met een rood potlood in mijn hand. Het zal sommigen niet verbazen: Ik heb niet op BBB gestemd. Waarom niet? Deze partij is opgezet door een marketingburo, die conservatieve boeren in het zadel wil houden. Deze boeren zetten mijns inziens de zaak vast, en niet alleen met tractors op de weg. Het is de doodlopende weg van schaalvergroting die ten koste wat het kost wordt verdedigd. Heggetjes, hakhoutbosjes en greppels, alles wordt uitgewist om beter met grote machines het land op te kunnen. Er wordt al decennialang kunstmest gebruikt, hoewel men een eeuw geleden al wist dat het de grond geen goed deed. Ook het gifgebruik is weer toegenomen. Het leek er een tijdje op dat het minder werd, maar helaas zette dat niet door. Het gevolg is een steeds doder, fantasielozer landschap, waar niemand graag in rondfietst. Een partij als BBB maakt dat hierin niets of weinig zal veranderen. Natuurlijk wil ze ook wel goeie dingen. De bus en bieb, die terug moeten komen in het platteland. Dat zie ik ook graag. Maar dit weegt voor mij bij lange na niet op tegen die andere kant: Het voortzetten van de grootschalige export en de agro industrie. Alles voor de groei-economie, een grijze wereld van cijfers. Daarmee door te gaan zie ik niet alleen als een ramp voor Nederlandse landschap, maar ook voor onze gezondheid, de aarde en de mensen in het verre Zuiden.

.

Ook heggen en sloten horen thuis in Nederland

.

Nederland is beroemd om zijn zwart witte koeien met enorme uiers. Andere runderen kunnen prima met een kruidenrijke weide toe, maar deze zijn zo ver door gefokt dat ze verslaafd zijn gemaakt aan grote hoeveelheden eiwit. De bulkladingen vol soja die daarvoor uit Brazilie worden gehaald, maken een wereld van leven kapot. Er worden vele hectares bomen gekapt, diersoorten sterven uit en stammen die daar thuishoren worden opgejaagd. Dus ik zet steeds weer mijn handtekening: “Laat die bomen staan.”
Ik ben vóór die stammen, die er hun thuis kunnen vinden, en ik leef mee met de laatste jager verzamelaars. Ik denk ook aan de kleine boeren in Afrika. Ook hen steun ik, door niet op BBB te stemmen. Honderd miljoen kilo aardappelen worden daar naartoe gebracht, nee, zelfs meer nog. De prijzen zijn zo laag, dat een kleine Ethiopische boer daar niet tegenop kan telen. En het is zelfs nog gekker: Vele kilo’s groente komen in de winter uit Ethiopië, geteeld door Nederlandse boeren daar. En dat terwijl de bevolking er honger lijdt door toenemende droogtes. Waarom doen we dat? We moeten ze beschermen, juist die kwetsbare kleine boer in verre landen. Door bij de biologische boer in je eigen buurt te kopen, zorg je indirect ook voor hen. Je helpt ze door boerenkool te eten in de winter, in plaats van sperziebonen uit Ethiopië of Senegal. Het helpt ook als je voor een politieke partij kiest die de wereldhandel wil beperken. Die meer streekmarkten wil en de eco-boer een eerlijke prijs wil geven.

Ook in Nederland hebben kleine en beginnende boeren het moeilijk. Er zijn steeds meer jongeren te vinden, die het anders willen doen. Een organisatie als Toekomstboeren groeit als een speer. Ze weten de energie erin te houden. Er zijn conferenties en workshops. Het gaat over gezonde landbouw waarin de natuur een plek heeft. Er zijn allerlei vormen en namen voor. Herstellende landbouw, biologische landbouw, agro forestry, permacultuur, het is een hele hand vol. Inspiratie en kennis is er zat. Jonge boeren willen graag hun handen uit de mouwen steken. Maar hoe kom je aan land als je geen pa hebt die boer is? Grote boeren, voor een groot deel BBB stemmers, kopen het vrijkomende land op. Grond gaat van de hand voor torenhoge prijzen. De boerenakkers in Nederland kosten tien keer zoveel als elders. Dat is geen probleem, de bank zorgt wel voor een lening.
Maar deze jonge boeren staan aan de kant. Die komen nauwelijks aan bod. Er is geen ruimte voor hen. De koek gaat op aan grote jongens. Sommige landloze jongeren emigreren dan maar. Maar ik wil die jongelui niet kwijt! Juist zij, die het kleinschalige boerenlandschap willen herstellen, hen moeten we dragen op handen. Zij, die gezond voedsel willen kweken van gezonde grond. Ja, er moeten meer kleine boeren komen, hier in Nederland. En niet alleen hier, maar wereldwijd. Ik steun ze. Dit is het standpunt, vanwaaruit ik mij beweeg. Hier sta ik, in alle hoop op beterschap en met vieze schrijvershanden.

Je kunt nog altijd de petitie tekenen. Het gaat om andere keuzes in de wereldhandel, bescherming van mensenrechten en een gezonde aarde voor de generaties na ons: https://alowieke.blog/de-petitie/

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

We need a Small Farmer Revolution. Especially here, in the Netherlands, where large scale agriculture is defended at all costs. There are more and more young landless farmers, with energy and knowledge to bring the balance back. But they are standing aside. We need a revolution to help them, and other small farmers in the world..

Iets laten groeien is niet niks (Before it grows! – 2)

DEEL 2

Voor alles wat je koopt, gaat ergens anders iets verloren. Wat? Over veengrond en turfgebruik in de tuin en kwekerijen.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Zou er nog leven in zitten? Ik ben net wakker, wanneer ik mezelf deze vraag stel Ik lig in mijn hangmat en denk aan het zaaigoed. Gisteren was er nog steeds niks. Na bijna een maand heb ik er steeds minder vertrouwen in. Misschien had ik het koeler op moeten bergen, dat zaad, en is het uitgedroogd. Of misschien had ik het in turfpotjes moeten doen. Die kan je kant en klaar kopen en er zit al een zaaigaatje in. Turf kan veel water opnemen, en vocht is belangrijk in dat prille begin. Ik pieker. Kan het sneller of beter? Zelfs ik als langzaam levende minimalist val wel eens ten prooi aan dit soort ongeduld. Zo minimalistisch ben ik dus ook weer niet. De verleiding is groot. En die turfpotjes lijken me wel heel handig voor ontkiemend zaad. Maar de volgende vraag is dan, waar komt het vandaan? Wat gaat er verloren doordat ik dit wil? Voor alles wat je krijgt, verdwijnt er ook iets. Wat dat is, dat is een belangrijke vraag.

Ik open de laptop, zoek en lees. Ik lees zoals ik al jaren lees, want alles over de bodem intrigeert me. Haar verhalen, haar leven, haar ongeboren mogelijkheden.
Het antwoord ligt voor het oprapen. Ja dus. Er verdwijnt veel, door ons turfgebruik. Al eeuwenlang wordt er grond afgegraven voor turf. In de middeleeuwen voor brandstof en ook in de eeuwen daarna. Dankzij onze voorouders is de dikke laag veen grotendeels verdwenen en zakken we nu steeds verder de nattigheid in. Er gaan bovendien prachtige plantengemeenschappen ten onder, door wat wij met onze pot en tuinaarde in onze tuin laten groeien. Is dat het allemaal waard?

.

Veenvormend moeras in Polen

Overheden houden zich daar meestal niet zo mee bezig, met plantengemeenschappen. Voor hen geldt vooral het CO2 verhaal. In veengronden zit namelijk ook enorm veel koolstof opgeslagen. Dat gaat de lucht in als je het weggraaft. Vooral daarom is men internationaal bezig met het afbouwen van turfgebruik. In Engeland is turf al verboden. Bij ons nog niet, al heeft de tweede kamer niet lang geleden gezegd de alternatieven te willen onderzoeken.
Turf wordt nog steeds gewonnen om in tuincentra te verkopen. Het zit in tachtig procent van de plastic zakken die er liggen en ook boeren en tuinders gebruiken het. Wij zijn de grootste gebruiker van heel Europa. We hebben niet alleen onze eigen turfgronden grootschalig uitgestoken, maar importeren nu op grote schaal uit het buitenland.

Tja. Maar beter geen turfpotjes dus, voor mijn zaad. Wat kan ik dan gebruiken? Het eerste bericht dat opduikt gaat over biochar. Ik ben meteen geïnteresseerd. Maar eerst doe ik de slaapzak over mijn hoofd, die ik als bijdekentje gebruik. Het is nog fris in huis en ik krijg koude handen. In mijn kleine donkere tentje is het lekker warm. Het beeldscherm licht op in het donker. Ik lees verder: “Biochar is vooral gemaakt van plantenafval dat verhit wordt tot 350 graden. Op die manier gaat er geen koolstof verloren en het afval hoeft niet naar de stort te worden gebracht, maar wordt hergebruikt.”
Wat raar, denk ik als ik het lees. Elke gemeente maakt er stadscompost van. Er gaat nergens groenafval naar de vuilstort! Het klinkt als een promotieplaatje van techneuten zonder contact met de werkvloer. Dat gebeurt wel vaker als het over CO2 oplossingen gaat. Het moet meteen big business worden.
Verderop lees ik dat ze het zelfs als koolstofopslag in de grond willen stoppen. De haren rijzen mij te berge. Klinisch in de grond stoppen, verbrande bomen en planten? Zonder er iets nieuws uit te laten groeien? Dat is bizar. Er is notabene een groot tekort aan compost, las ik in een vakblad voor bosbouwers.
Gelukkig zie ik ook een ander bericht. De Belgen laten zich niet gek maken. Die doen degelijk bodemonderzoek. Het ILVO (Instituut voor Landbouw-Visserij en Voedingsonderzoek) doet er verslag van, en het WUR heeft het overgenomen. In biochar is geen worm te zien, hebben ze ontdekt. Dus dat in de grond stoppen is het einde van de levenscyclus, begrijp ik. Ik ben blij dat ik het hier zwart op wit zie. Dank je wel, lieve Belgen! Techniek zonder liefde is een doodskist voor het leven.

.

Veenafgraving

.

Wat is het dan wel? Waar moet ik mijn zaad in stoppen? Het antwoord is simpel. Gewoon, met levende compost, gemaakt van verschillende ingrediënten.

Ik staar uit het raam over de groene weiden. Opeens heb ik er genoeg van. Ik klap de laptop dicht, klauter uit mijn hangmat en ruim alles op. Ik was me en kleed me aan. Nu wil ik zien hoe mijn eigen zaad erbij staat! Ik stap de deur uit en klim het kleine bordes af. De merel voor mijn deur vliegt luid protesterend weg. De lucht voelt warm aan. Ik schuif de deur open van de kas en loop naar achteren. Tot mijn grote verrassing zie ik de eerste groene sprieten de grond uit komen. Heel klein nog, nauwelijks zichtbaar, maar het is wel een teken van leven! Dat schept hoop. Gelukkig maar dat ik die turfpotjes niet heb gekocht, maar het gewoon gedaan heb met wat ik had, met bladaarde, dezelfde compost die ik ook voor de bomen gebruik. Ik pak de gieter die ik gisteren tweedehands kocht. Een kleine, mosgroen van kleur met een lange slanke tuit. Met een dun straaltje giet ik het water uit over de kleine bakjes. Hier groeit het in elk geval. Zelfs zonder turf. Goddank, het groeit!

‘Planten kweken is niet iets dat je even snel kunt doen,’ zeg Linda Chalker-Scott van de Washington State University. Zij is ook de schrijfster van het blog Horticulturalist Myths. ‘Als je een duurzaam systeem wil, moet je het op de juiste manier doen.’ Ze vindt dat we ons weer moeten richten op de grond onder onze voeten. ‘Honderd jaar geleden hadden we geen potgrondmengsels,’ zegt ze. ‘Planten hebben het al die tijd prima zonder gedaan.’

LINKS
https://www.nationalgeographic.nl/van-potgrond-krijg-je-vuile-handen-letterlijk-en-figuurlijk.https://turfvrij.nl/peat-science/
https://www.boom-in-business.nl/article/36896/tweede-kamer-wil-geleidelijk-af-van-turf-in-potgrond
En als laatste het onderzoek van ILVO: https://edepot.wur.nl/365672

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

For everything we buy, something disappears somewhere else. What? I read in the morning, in my hammock, and find out the effects of my use of peat. But on the road, I also discover strange CO2 solutions. Find other inspiring facts in the blog Horticulturalist Myths

.

Song for my seeds

.

.De twee onderste foto’s komen van Wikipedia:
1 Door Radomil – Eigen werk, CC BY-SA 3.0,

https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=69596
2.CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=244694

.

.

Iets laten groeien is niet niks (Before it grows!)

Wat nodig is… Een beker kennis, een vat vol liefde en een oceaan van geduld. . . . . . . . . . . . Franciscus van Sales (1567 – 1622)

Alleen een oceaan van geduld vult onze beker van kennis tot in het oneindige, zonder hoogmoedig te worden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Alowieke (1965)

.

Edwin Harris, 1855 – 1906, Spring

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

.

Mijn nieuwe kas is ingewijd en heeft nu alle weersomstandigheden gehad. Vandaag stormt het. Ik heb de schuifdeuren moeten vastbinden. Gisteren lag er nog sneeuw op het dak. De dag dat ik terugkwam van weggeweest.

Ik loop over het veld naar mijn nieuwe tuinkas. Ik heb een drukke tijd gehad en was veel op pad. Het is lang geleden dat ik zo vaak ben weg geweest. Het was leuk. Maar vaak weg zijn eist zijn tol. Ik moet eraan wennen weer terug te zijn. Ik stap over een greppel heen. Er staat een klein beetje water in met een dun laagje ijs erop. De grond is nog bevroren en het kraakt onder mijn laarzen. Vlak voor de kas blijf ik staan. Er ligt een dun laagje sneeuw op het dak. Er mag geen sneeuw op het dak liggen, stond er in de handleiding. Maar de zon geeft al veel warmte. Af en toe valt er met een doffe plof een klont naar beneden. Laat de boel maar smelten, dan heb ik er geen werk aan. Ik wil naar binnen. Moeizaam probeer ik de schuifdeur te openen maar het lukt niet. Oei, niet forceren, nu. Eerst kijken. Waarom doet hij het niet? Dan zie ik zie het. IJs belemmert de goede geleiding. Ik heb nog geluk dat de deur niet op mijn kop is gevallen. Ik peuter het ijs uit de geleidingsgoot en probeer het voorzichtig opnieuw. Er komt beweging in tot het een kier is, net groot genoeg voor mij. Nieuwsgierig wring ik mezelf erdoor, de glazen ruimte in. Nog steeds wordt ik blij, als ik tussen de glazen wanden sta. Toch neem ik geen tijd om daarvan te genieten. De stellingkast achterin wil ik zien. Hoopvol schiet ik erheen en sta stil, met mijn neus erbovenop. De zaaitrays staan er nog net zo bij als hoe ik ze achterliet. Ik kijk naar de zwarte bladaarde, die ik zo mooi heb gezeefd, voor het in de tientallen aanééngesloten potjes ging. Het zit in de allerbeste zaaitrays die ik kon vinden. Ze zijn sterk en stevig en van gerecycled plastic en gaan nog vele jaren mee. De nieuwe kas is prachtig en redelijk warm, hoewel er af en toe een koude wind door de kieren waait. Ik heb veel moeite gedaan voor die piepkleine zaadjes. Alles is optimaal. Dat dacht ik. En toch, zwart is de aarde, alleen maar zwart. De zaadvaste bloemkool en koolrabi zitten er al twee weken in en doen nog niks. De kruiden die ik vorige week zaaide ook niet. Het is een dooie boel. Kom op zaadjes, ga het nou doen! Ik heb alles voor jullie over!
Tja…
Zaad groeit niet omdat ik het wil. Zelfs al bouw ik er een glazen kasteel omheen met een luxe kachel erin. Zelfs al geef ik elke dag een groot concert om de lucht uitnodigend te laten vibreren. Misschien gebeurt er wel helemaal niks. Dan zal ik toch doorgaan, het op een andere manier proberen. Iets laten groeien vraagt om geduld en volharding. Je moet erbij blijven, ernaar kijken en ervoor zorgen. Het laten mislukken als het moet, bedenken wat er anders kan en opnieuw beginnen.

Ik kijk naar de uitgestrekte weide, bedekt met een witte sluier. Dikke pollen groen gras steken boven de sneeuw uit. Het gras heeft mij niet nodig, om te groeien. De grond zit vol wormen, die de bodem voeden. Vooral hier, waar de bomen staan zijn het er veel. Deze plek wordt dan ook druk bezocht door merels. Die lusten wel een wormpje. Jonge plantjes trouwens ook. Vooral bloemkoolplantjes, fris en mals. Ik houd van de merels, maar je moet ze wel in de gaten houden. Of zorgen dat er eten is. Wormen, beestjes, bessen. Struiken, blad, een mesthoop. Dan hebben ze geen honger meer. Kunnen ze fluitend de boom in, met een volle maag. Maar nu is er niks te horen. Geen merel, geen winterkoning roert zich. Geen zaad wat opkomt, geen vogels om me te begroeten… Ik voel me leeg en heb de neiging om gelijk weer weg te gaan. Ik haal diep adem en weet. Hier moet het gebeuren. De plek waar mijn huis staat. Waar ik ben daar groeit het. Alles waar ik zoveel tijd en liefde heb ingestopt roept om mij. Vooral die kleine dingetjes waar leven in schijnt te zitten. Soms maar een millimeter groot. Ik kijk in de zaaitrays naast me. Is er echt geen eentje die op komt? Nee, niks.
Dan zie ik dat één tray wat droog is. Ik pak het kopje van de tafel en dompel hem onder in de grote wijnrode emmer, met water uit de sloot. Ik giet het water over de rulle grond in de potjes en hoop dat het zo goed is. Meer kan ik niet doen. Dan loop ik door dezelfde kier weer naar buiten en schuif de deur dicht. Een klodder gesmolten sneeuw valt vlak naast me neer, net niet op mijn hoofd. Ik glimlach.

.

En de wind die waait maar door, en door en door……..

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Only an ocean of patience fills our cup of knowledge to infinity, without becoming haughty. . . . . . . . . . . . Alowieke (1965)

I come home after being away a lot. I look at the seeds I sowed in my new green house.

.

.

Een kleine kern die zich voorbereidt (A small core preparing)

Bestaat de grond van ons bestaan niet uit voedsel? Het zijn de vele goede verhalen die zich hierover moeten verspreiden. Verhalen over smaak en veerkracht. Er moeten veel meer boeren en boerachtigen komen met hart voor zaad en bodem. En dat al die mensen kunnen en mogen uitwisselen. Voedsel en voedselsoervereiniteit.

.

Tekening Alowieke

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Het polderlandschap trekt aan ons voorbij. Theo Boon, de directeur van Odin zit naast me aan het stuur. Hij is al bijna vijfenveertig jaar bezig met biologisch voedsel. Ik ben blij dat ik met hem mee terug kan rijden. Het is een goede dag geweest, en ik was erbij, als schrijver en verteller. Het was een studiedag over zaadvaste zaden. Dat zijn zaden die groeien door bestuiving van bijen en beestjes. Zaden die zelf ook weer zaad kunnen maken met jonkies die op hen lijken en die ook weer bestoven worden en jonkies maken. En.. zo.. voort.. Prachtig. Dan denk je misschien: Maar dat hoort toch zo?!? Ja, dat is de natuurlijke weg. Maar de zakelijke wereld van ons voedsel is heel anders. (Binnenkort vertel ik daar meer over, in een extra blog.)

Ik ben gevraagd hierover een verhaal te vertellen en dat heb ik gedaan vandaag. “Het was heel mooi hoor!” zegt Theo. “Je had alle aandacht, het was ineens muisstil. Ik dacht: Wat gebeurt hier?! Ik grijns. Dat het een succes was, kwam ook door de locatie en de bescheiden groep. De aula van de Warmonderhof is een mooie plek. Er is een gedempte akoestiek, dat is fijn. Het is een ruimte die niet rond is en ook niet vierkant. Het heeft een groot podium als een nis. Er zijn asymetrische hoeken en veel hout. Een hoog, diep oranje gordijn verspreidt een warme gloed door de zon die erachter schijnt. Je voelt je hier gekoesterd. Zo’n ruimte wil wel helpen, voor een goed verhaal. En een groep, net niet te groot om een korte voorstellingsronde te doen. Er waren medewerkers van Odin, van de Beersche hoeve die voor de winkels van Odin levert. Ook zag ik de mij bekende lui van de Zaderij, waar je biologische zaadvaste zaden kan bestellen. Er was een vrouw met een voedselmuseum, een door de wol geverfde journalist van een akkerbouwkrant, en meer bijzondere mensen.
De directeur van Odin woont vlakbij de plek waar ik zes jaar lang heb gewoond, op de Brabantse zandgrond. Ik zie het zo voor me; de stille laan met de majestueuze beuken. Het bos en de beek die erdoor stroomt. Het gefluit van mezen en vinken in de bomen. En dan de weide en die oude hoeve, als je de coulissen van het bos verlaat. Ik krijg bijna zin om terug te gaan.

“Hoe is het daar nu?” vraag ik hem “Het is al best droog hè? Stel je voor deze lente ook niet regent. Wat dan?” vraag ik. Theo kijkt bedenkelijk. “Ja het is nu al behoorlijk droog. Dat gaat dan heel moeilijk worden als het zo doorgaat. Voor de ontkieming hebben we toch echt vochtige grond nodig.” Ik kijk voor me uit en denk aan de sloten in Friesland, die altijd gevuld zijn met water. Aan andere plekken in Nederland die verbonden zijn met het IJsselmeer. Of plekken waar toevallig net wat meer regen valt dan in Brabant. In een flits gaat het door me heen. We zullen het niet redden in de toekomst, als we gedwongen worden om te blijven concurreren. Als boerderijen als de Beersche Hoeve alleen blijven staan. De klimaatverandering dwingt verandering af. We moeten samenwerken en de aarde gezond maken. Het is buigen of barsten. De biologische sector werkt aan verbetering van de bodem. Aan sterkere groenten en knollen. Een door bijen bestoven en zaadvaste biologische witlof kan vijf keer zoveel droogte aan als een gangbare, vertelde een jongen vandaag. Hij had het zelf onderzocht en was er trots op. Het zijn deze verhalen die zich moeten verspreiden. Er moeten veel meer boeren komen met hart voor het zaad en de bodem. Zaden moeten uitgewisseld kunnen worden.
Dit alles gaat door me heen, terwijl ik opzij kijk, naar de man naast me. Ik zeg hardop wat ik denk. “Het kan niet zo zijn dat eentje alles moet doen. Het telen van zaadvaste zaden moet overal gebeuren waar het kan. Het kan niet anders.” De man naast me knikt. Ook hij weet het. Al is het niet makkelijk, voor geen enkele boer. Er zijn steeds meer controles. Veel tijd gaat verloren aan het verkrijgen van certificaten. Op elk plantje moet “een sticker”. Patenten worden aangescherpt. Het gaat niet alleen meer om soorten, maar ook om eigenschappen. Stel je voor: Alle meisjes met blond haar zijn van mij! Dat kan toch niet? De mogelijkheid om te spelen met veranderingen wordt almaar verder ingeperkt. Het drijft menige boer tot wanhoop. De wereld is hard bezig zichzelf vast te werken terwijl de klimaatverandering steeds sneller gaat. Een grote golf komt aanrollen, maar we mogen onze surfplank niet gebruiken.
Toch ben ik niet somber. Ik denk aan de mensen die ik ontmoette, vandaag. Ik weet: Zij gaan door. Het is belangrijk elkaar te ontmoeten. Ik ben blij dat ik vandaag een bijdrage heb kunnen leveren. Het geeft hoop en inspiratie. Buiten wordt het schemerig. De weg gaat licht omhoog, we rijden de polder uit, Friesland in. Nog even, en dan ben ik thuis. Daar is Dick. Hij heeft de tafel al gedekt, met aardappels en spruiten van Odin. Hij wacht tot ik terug ben. Tenslotte, liefde gaat door de maag.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Doesn't the basis of our existence consist of food? It is the many good stories that have to spread about this. Stories about taste and resilience. There must be many more farmers with a heart for seed and soil. And that all those people can and are allowed to exchange. I was at meeting about seeds and foodsoverngity and sit in the car, we are driving back, and I talk with the driver.


			
		

Alles kan veranderen (Everything can change)

.

.

Zal mijn nieuwe tuinkas ooit veranderen in een aquarium waar de vissen in en uit kunnen zwemmen? En wat doe ik dan? Ik kijk naar de spreeuwen en weet het antwoord.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

De nieuwe kas staat naast mijn woonwagen. Van daaruit heb je een prachtig uitzicht op het weidse land. Graag werk ik er of sta achter het beschermende glas naar buiten te kijken. Zwermen vogels vliegen rond, vooral nu, in de winter. Scholeksters vliegen luid roepend over: Wieki, wieki, roepen ze. Ze roepen mij! Ze verdwijnen als een uitbundige troep in de verte. Ik kijk naar de smienten in en om de sloot. Ze blijven op veilige afstand van mij, als tweebenige. Ik kijk naar de even schuwe kramsvogels met hun kordate loopje. Vijf keer hippen en stil staan ze weer, om verder te pikken in de grond van de oude wei. Soms zou ik een meeuw willen zijn, in grote getale zie ik ze zweven in de lucht zonder hun vleugels te bewegen. Ze weten precies wanneer dat kan, en de thermiek hun vleugels perfect ondersteunt. Wat een feest moet dat zijn.
Het meest verbaas ik me over de spreeuwen. Een grote groep arriveert in de herfst en blijft de hele winter hangen. Als een ruisende wolk vliegt de zwerm op, om ergens anders weer neer te strijken. Soms met een voor mij duidelijke oorzaak, soms ook helemaal niet. Hele kleine signalen kunnen al een grote beweging inzetten. Zij zien meer dan ik, kennelijk. Hun hele wezen is ingesteld op meebewegen. We kunnen van ze leren, denk ik peinzend.

.

Beluister het geluid van tientallen vleugels tegelijk.

.


Ik vraag me af, hoelang zullen al deze dieren hier nog zijn? En wij? Het gras is groen, de klei van het laagland is de hele winter vochtig en zelfs in de heetste zomers is er water in de sloot. Maar toch is het net zoiets als leven op de vruchtbare bodem bij een vulkaan. Het heeft voordelen, maar ook risico’s. Dit laagland is straks het eerst aan de beurt. Het IPCC voorspelt dat aan het einde van de eeuw het water 5 meter hoger kan staan. Eerst was dat maar een meter. Het wordt steeds meer, het gaat steeds sneller dan gedacht..

Ik sta in de kas en kijk door het glas in de grenzeloze ruimte. Ik zal hier straks een paar meter onder water staan. Mijn kas wordt een aquarium, waar vissen in en uit kunnen zwemmen. De meeuwen zullen blijven zweven in de wijde wolkenlucht, maar de spreeuwen zijn verdwenen naar de nieuwe kustgrens. De spreeuwen van wie we zoveel kunnen leren.
Meebewegen, zegt de spreeuw. Ik doe het. Maar zonder te vliegen en te zwerven. Ik ben toegewijd aan dit land. Ik maak er wat moois van en zet alles in wat ik heb. Zorgvuldig werk ik door, dag na dag. Maar toch, ik weet dat het kan verdwijnen, zelfs binnen een paar decennia als we pech hebben. Misschien maak ik dat nog wel mee en wordt alles in een hoge vloed weggespoeld. Alles wat mijn handen maakten of lieten groeien zal verdwenen zijn. Of verhuist naar elders, via zaad of vogelpoep of door de wind. Ik weet het niet.
En wie ben ik nou eigenlijk? Als gewortelde nomade ben ik een meebeweger. Zodra ik er lucht van krijg dat er iets verandert, verken ik de nieuwe mogelijkheden. Ik zorg dat ik licht blijf en bescheiden. Dat mijn huis en agenda niet te vol raakt. Zo blijf ik alert en kan ik beter manoeuvreren. Net als de spreeuw. Dat is tot nog toe altijd in mijn eigen voordeel geweest. En het wordt steeds belangrijker. In tijden van verandering is lichtheid essentieel. Meebewegen betekent niet alleen overleven, maar ook onderdeel zijn van het leven zelf. Het is geen mystieke opoffering. Het is doodeenvoudig eigenbelang, waar de rest van de wereld ook nog eens bij gebaat is..

Ik kijk naar de spreeuwen in de wei. Een valk duikt in de fouragerende zwerm. Alle pikkende snavels schieten omhoog. Met het geluid van tientallen vleugels blazen ze de aftocht. De valk heeft het nakijken. Met open mond staar ik naar de verdwijnende spreeuwenwolk. In reageren en meebewegen staan zij nog altijd een heel eind voor op mij, lomp en onhandig mens. Nederigheid en respect is het enige antwoord. Al heb ik nog zo’n mooie kas gebouwd, het is maar een star ding. Alles kan veranderen. Zomaar.

.

.

.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Will my new greenhouse ever turn into an aquarium, where fish can swim in and out? And what do I do when that happens? I watch the starlings and know the answer.

.

Ik houd niet van doem (I don’t like doom)

.

Ik ben op de markt en heb een discussie. Ik voel me alleen. Ben ik de enige die nog ergens in gelooft? Is de voedselmarkt eeuwig gedoemd tot sommen winst, volume en eigenbelang? Geeft er nog iemand om? Jazeker! Er is een belangrijke beweging. Ik lees de Nyéléni verklaring van het internationale forum voor agro ecologie

Boerenforum, Toekomstboeren, Wervel, Oxfam, FIAN Belgium, Voedsel Anders, Alowieke

.

.

Mijn kinderen zijn niet van vlees en bloed. Het zijn bomen en beestjes. Het zijn verhalen en gesprekken op de markt en onderweg, wanneer ik door het weidse land fiets. Ik produceer ze niet. Ik plant ze, ik deel ze en ze geven het leven inhoud. Hetzelfde geldt voor de zaden, die klaarliggen om op te kweken, in de nieuwe kas. Het is meer dan voedsel. Het is zin. Dikwijls is dat anders. In de wereld van nu draait alles om een grote productie. Maar als leven een optelsom is, hoe vruchtbaar is het dan? En waar is het respect voor de aarde?

.

.

Er zijn dagen dat het discussies regent. De donkere dagen zijn voorbij, met lage luchten en motregen. Het is marktdag en de lucht is licht. Ik heb deze week veel nagedacht over mijn eenzame werk op het land, tijdens deze miezerige januaridagen. Ik dacht aan de toekomst van dit land en aan mensen dichtbij en ver, mensen waar ik van houd. Het ging door tot ik in bed lag. Ik slaap al jaren prima. Ik houd ervan, me over te geven aan de nacht. Maar nu lag ik wakker in mijn hangmat.

Ik doe mijn ogen open. Ik heb toch nog een poosje geslapen. Het is zeven uur, zegt de wekker, net als anders. Ik kruip niet terug in mijn hol, maar sta op met het vertrouwen dat het wel weer goed komt. Het is ook geen onprettig gevoel. Ik ben niet moe, er ligt alleen een waas over de wereld, als een lichte vitrage. Na slechts een paar uur slaap is het of mijn ziel dichter onder de huid zit. Het hart ligt broeierig op de tong. Ik was me met ijskoud water en kleed me netjes aan. Het is vrijdag en vrijdag is marktdag. Daar ga ik heen. Net als vorige week. En de week ervoor.

De markt is een heel eind fietsen. Ik ga ook een stukje met de trein, want er is een harde tegenwind. Dat is niet fijn met een fiets vol zware boodschappen. De biologische markt is op het hoekje van de veel grotere markt, niet ver van het station. Het is er gezellig en langzaamaan leer ik iedereen kennen. Mensen ontmoeten elkaar en eten soep bij de Reizende Kookvrouw. Een enkele marktman of vrouw houdt van een discussie of een kort gesprek over de bizarre vorm die het leven neemt in onze tijd. De één is serieus, de ander maakt er grapjes over.

Ik sta bij de laatste kraam voor vandaag. Ik wil nog boekweit kopen. Boekweit in een papieren zak. Dat hebben ze hier. De man achter de kraam praat met een klant, die al met één been weggelopen is. “De nierbonen van mij komen van eigen land,” zegt hij. “Ik produceer twee keer zoveel als Hak per hectare, maar ik ben dan ook al zeven jaar aan het veredelen. Zij beginnen pas, met biologische teelt!” Maar hij praat tegen dovemansoren. De vorige klant is al weg. Dus ik neem het gesprek over. “Zijn ze zaadvast?” vraag ik. Hij leunt voorover, zijn handen steunend op de kraam. “Daar gaat het niet meer om,” zegt hij. “Het gaat om een grote productie. De voedingswaarde gaat steeds meer achteruit, maar dat wil de markt. Vroeger komt nooit meer terug.” Verbaasd kijk ik hem aan. Ik geef tegengas. Dat niemand de toekomst kent. Dat er ook een andere tendens is. Maar hij gelooft er niet in. Hij glimlacht meewarig, terwijl hij mijn boekweit inpakt. Naast me staat de volgende klant te wachten. Ze lacht om mijn brede gebaren en deinst achteruit als ik haar bijna raak, met mijn vingertoppen. Ze staat breed te grijnzen alsof ik een clown ben. Ik wilde ook nog gierst, maar dat laat ik nu maar zitten. Ik betaal, pak de boekweit en vlucht weg. Ik voel me alleen en de laatste woorden liggen onuitgesproken op mijn lippen. Verdorie, ik ben toch niet de enige die nog ergens in gelooft? Is de voedselmarkt voor eeuwig gedoemd tot sommen van winst, volume en eigenbelang? Wie maakt het eigenlijk nog uit?

.

.

Bij een andere kraam zit een meisje op de lege kratten uit te blazen. Ze heeft me kort geleden nog geholpen. Ze glimlacht naar me. “Heb je pauze?” Vraag ik. “Nee,” zegt ze “Ik ben klaar voor vandaag.”. “O, zou ik dan wat mogen vragen?” Ze knikt en kijkt me nieuwsgierig aan. “Denk jij dat de voedselmarkt voor altijd gedoemd is tot meer en meer, ten koste van wat dan ook?” Ze kijkt me helder aan. “Ik houd niet van doem,” zegt ze kort en bondig. “Ik denk dat er wel degelijk een beweging is, de andere kant op. Steeds meer mensen willen dat helemaal niet, steeds meer en meer. Genoeg is genoeg, vinden ze.” Ze praat in alle rust verder, zonder dat ik haar nog maar één vraag hoef te stellen. Dit gaat ons aan, haar en mij. Ik luister aandachtig en het doet ons beide goed. “Dank je wel,” zeg ik uiteindelijk. “Ik had zojuist een discussie daarover. Ik ben blij dat ik in deze kraam iemand vind die net zo denkt als ik.” Ze knikt en antwoordt oprecht: ”Dat snap ik best.” Ik lach haar hartelijk toe, wanneer ik de zware tas weer oppak. Ook mijn rugzak is zwaar en mijn schouders verlangen naar ontspanning. Bepakt en bezakt kuier ik het plein af, de trein in en dan naar mijn fiets. Het is maar zes kilometer. Ik heb de wind schuin in de rug.

Eenmaal thuis pak ik het boekje met de Nyeleni verklaring, het internationale forum voor Agro ecologie. Want natuurlijk ben ik niet alleen. Overal op de wereld zijn mensen bezig. Met elkaar bouwen we aan een andere manier van leven. Ik blader en put hoop, meer nog dan anders. Dan kom ik bij punt zes:

Mens, natuur en spiritualiteit zijn aan elkaar verbonden.

De kern van onze holistische visie is het noodzakelijke evenwicht tussen de natuur, de kosmos en de mens. We erkennen dat we als mensen slechts een deel van de natuur en de kosmos zijn. We delen een spirituele band met ons land en met het web des levens. We houden van ons land en van onze volkeren. Zonder dat, kunnen we onze agro-ecologie niet verdedigen, niet vechten voor onze rechten, of de wereld voeden. Wij verwerpen de commodificatie van elke vorm van leven.

Goddank. Ik ben niet alleen.

(Commodificatie is het proces waarbij steeds meer aspecten van het menselijk handelen en de resultaten daarvan worden uitgedruikt in een geldwaarde in plaats van de intrinsieke waarde. Het begrip werd geïntroduceerd door Karl Marx.)

.

.

.

LINK naar Nyeleni Europe: https://nyeleni-eca.net/
De Nyéléni declaration in English: https://www.foodsovereignty.org/wp-content/uploads/2015/02/Download-declaration-Agroecology-Nyeleni-2015.pdf

.

NEDERLANDS:

.

ENGELS:

.

I’m on the market and having a discussion. I feel alone. Am I the only one who still believes in something? Is the food market eternally doomed to sums of profit, volume and self-interest? Who really cares anyway? Yes, yes! There is an important movement. I read the Nyeleni Statement of the International Forum for Agro Ecology:

The core of our cosmovisions is the necessary balance between nature, the cosmos and human
beings. We recognize that as humans we are but a part of nature and the cosmos We share a spiritual
connection with our lands and with the web of life. We love our lands and our peoples, and without that,
we cannot defend our agroecology, fight for our rights, or feed the world. We reject the commodification
of all forms of life.

.

Song that calls for action: Fight for our lands and web of life

.

Fights for our rights

hands for our lands

every man and every wife

will take part of web of life

Every woman with her spouse

creates a world that not allows

the loss of value of the hart

an economic world so smart

in last spasms it is curled

we don’t need to feed the world

feed yourself an feed your neighbour

an end will come to senseless labor

without a soul within

.

Oer is pittig! ( Primal frute is pithy)

.

.

.

Als de appel veel pitten had, dan werd het een vruchtbaar huwelijk. Een pittig meisje is dus eigenlijk een vrouw die veel kinderen kan krijgen. Het is bijzonder om terug te lezen hoe levenskracht deel uitmaakte van de hele cultuur. Een vitale pittige toekomst hebben we er letterlijk uit gekweekt.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

.

Ik steek de spade in de grond en laat mijn armen naast mijn lichaam vallen. De laatste boom heeft een plek gekregen langs het Verhalenpad. Het was hard werken, om ruimte te maken in het riet. De hele bult staat er vol mee. Dat krijg je, als je grond uit de sloot op het land dropt. De wortels gaan diep de grond in, want ze willen maar één ding. Terug naar het water! Ik krijg ze wel, dacht ik. Nou, mooi niet. Een hele afgrond werd het, en het einde was nog niet in zicht. Ik heb ze toch maar doorgestoken, die lange lichtgele staken van wortels. Maar de spade was één modderkluit. Die moest ik er eerst afpeuteren. Rietwortels zijn vreselijk taai, en schoon gereedschap is noodzaak, wil je ze kort en klein krijgen. Maar het is gelukt. Tevreden kijk ik hoe het geworden is. Alle grond ligt weer op zijn plek. En in het midden staat hij, mijn grote trots.

Het is een bijzonder boompje, dat daar staat. Een inheemse wilde appelboom! Malus Sylvestris. Ik dacht dat die uitgestorven was in Nederland. Maar dat is dus niet zo. Bij Vroege Vogels weten ze er meer over. Er waren nog maar 125 exemplaren in Nederland, vooral rond de Veluwe en in de Achterhoek. Dat lijkt niet veel, maar om ze te laten overleven is het genoeg. Wilde appels kun je goed uit zaad telen. Het heeft groeikracht. Als ze maar ruimte krijgen en licht, want dat ontbreekt vaak in de bossen waar ze staan. Maar de appel is oersterk. Alle gekweekte soorten stammen van hem af. Het zaad van gekweekte bomen heeft die kracht niet meer. De bomen die daar uit groeien worden snel ziek. Ze krijgen laat vruchten en veel minder ook. En als er dan uiteindelijk een appeltje aankomt, dan is het maar afwachten hoe hij eruitziet. Dat krijg je als je soorten te lang door kweekt.

.

.

Ik kijk naar de jonge loot voor me. Helemaal oer issie. En sterk. Met mijn vingers ga ik over de gladde, donkere schors. Het is nu niet meer dan een tak, maar straks wordt het een kleine boom. “It beamke fan de takomst!” Ik verheug me op roze bloesems in mei en de kleine appeltjes in de herfst. Dan denk ik aan appels in de supermarkt. Die zijn vooral zoet. Ze glanzen mooi en lokken ons met rode wangetjes. Het zijn maar een paar soorten en de inhoud wordt steeds meer hetzelfde. En dat terwijl er zevenduizend rassen bestaan! Het gaat nu vooral om een hoge productie.

De mensenwereld zit vol grote verwachtingen en hoge eisen. Dat kost heel veel energie. Het gaat ten koste van kracht, inhoud en verscheidenheid. Een burn out dreigt zich te verspreiden, in alles wat fabrieksmatig wordt geproduceerd. Het gaat dwars door alles heen. Ook door de mensen zelf. Het zaad van de toekomst heeft ons nodig. Want dat wordt almaar zwakker. We hebben meer wilde pitten nodig. De wilde appel, symbool van onsterfelijkheid en eeuwige jeugd.

Het woord pittig komt kennelijk van fruit waar veel pitten in zitten. Pittig fruit lijkt ook smaakvoller te zijn. Tegenwoordig vind men pitten maar lastige dingen. Vroeger keken ze daar heel anders tegen aan. Pitten waren belangrijk. Bij de geboorte van een kind werd er een appelboom geplant, opgegroeid uit zaad. De ziel van de boom en het kind waren met elkaar verbonden. Bij een huwelijk werd er een appel van geplukt en doorgesneden. Je keek in het klokhuis als een vijfpuntige ster, het volmaakte symbool van vrouwelijkheid en de vijf zinnen: horen, zien, voelen, proeven en ruiken. Als de appel veel pitten had, dan werd het een vruchtbaar huwelijk. Een pittig meisje is dus eigenlijk een vrouw die veel kinderen kan krijgen. Het is bijzonder om terug te lezen hoe levenskracht deel uitmaakte van de hele cultuur. Een vitale pittige toekomst hebben we er letterlijk uit gekweekt.

Tegenwoordig hebben we een zorgverzekering. We denken dat we zo gezond de toekomst in kunnen. Daar betalen we voor. Vroeger geloofden ze in andere dingen. Toen waren het seizoensgebonden rituelen, waarin de mensen hun voorouders en de goden om levenskracht vroegen. In Nederland is er het bekende “appelhappen” uit een teil met water. Dit komt voort uit een oud Engels ritueel, dat op Halloween plaatsvond. Het is de bekende nacht van 31 oktober op 1 november, de dag die door de kerk als “Allerzielen” werd gedoopt om het heidense feest eruit te krijgen. Het commerciële Halloween van nu heeft nog maar weinig met het oorspronkelijke feest te maken. Volgens de oude Kelten is op dit moment de grens tussen de levenden en de doden op zijn smalst en is het contact met de voorouderlijke stam het grootst. Het appelhappen was dus meer dan een spelletje. Zo vroeg je de voorouders en de goden om een lang en gezond leven. De appel als symbool van de eeuwige jeugd. Als je het doet, neem dan wel de kleine oerappel, de pittige wildeling, heilige boom van de Kelten. Mocht je ook een boompje willen, dan kan je over een paar jaar bij mij de pitten komen halen.

Ik droom van veel wilde appelbomen en mensen die zaad komen halen. Ik grijns naar mijn kleine, pas geplante boom. Groei jij maar! Ik zal vaak naar je komen kijken. Al zijn je appeltjes klein en zuur, jij mooie pittige wildeling, je draagt wèl de toekomst in je!

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

I plant a wild apple. It has many pips. Seeds used to be important. There used to be the wedding apple. If the apple had a lot of pits, then it would be a fruitful marriage. So a pithy girl is actually a woman who can have many children. It is special to read how life force was part of the whole culture. We have literally grown out of it a vital, pithy future. (Look good at the picture above.)

Recepten met wilde appel:
Als dressing in salades, gemengd met honing, ook wel “most” genoemd.
Gebruiken als vervanging van azijn.
Je kunt er groenten en fruit mee inmaken.
Het is het basisingrediënt van Calvados.

Bronnen:

https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/redding-zeldzame-wilde-appelboom
https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=22633
http://www.stemderbomen.nl/pages/mainpages/geheim-van-de-appelboom.htmhttp://www.stemderbomen.nl/pages/artikelen/art_wilde%20appel.htm

.

Water wordt leidend, zegt de minister (Water will be leading, says the minister)

Het water is de poort naar een gezond land en een andere blik op de aarde. Tijd om samen de handen uit de mouwen te steken.

.

Tekening: Alowieke van Beusekom

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

Ik sta aan de oever van de Zwette. Het laatste restant van wat ooit een oude binnenzee was. Het is getemd, gekanaliseerd, ten behoeve van het menselijk nut. Maar nog steeds is het mooi om te zien, de glinstering van de zon, die zacht door de sluierwolken schijnt en weerspiegelt in het water. De meerkoeten en de eenden in het riet…

Mijn kleren liggen op een hoopje op de steiger. Het hout is nog vochtig van halfbevroren dauw. Het is ijskoud aan mijn voeten. Gauw klim ik het water in. De kou omhult me en ik haal diep adem. Ik dompel onder, met mijn gezicht in het frisse nat adem ik borrelend uit. Zodra ik boven kom roep ik het uit: “Het is zover! De verandering is nu! Laat het water ons leiden, lieve Zwette, laat het mijn woorden meenemen. Dat een ieder die langs een sloot, gracht staat, bij een rivier of aan het meer, jouw boodschap ook verstaat. Wij staan niet los van de natuur. We gaan Nederland herscheppen, de bodem weer maken als een vruchtbare spons, de volmaakte harmonie van vochtig land, het begin van een paradijs! Het water is de poort. Laat het water zijn boodschap uitspreken en een bron van nieuwe gedachten zijn, dat ook onze leiders zal bereiken!”

Wie zal het horen? Ik weet het niet. Maar elke keer als ik in het water ben, geef ik het nu mijn woorden en wensen mee. En ook het nieuws, dat ik gehoord heb. Het goede nieuws, dat iedereen mag horen. Het is een ritueel aan het worden.

Nu de feiten. Het is dus echt zo. Er is een kabinetsakkoord over water en bodem! Ik durfde het nog niet te geloven, maar het is echt waar. De brief is ondertekend door de minister. Er zijn stukken te lezen dat er 35 miljard voor wordt uitgetrokken. De drinkwatervoorziening staat op het spel. De bodem verzakt en een miljoen gebouwen dreigen op den duur in te storten. Er zijn toenemende droogtes die de economie veel geld kosten. Het wordt nu duidelijk dat de natuur niet iets is wat we als een speeltje aan de kant kunnen zetten. We moeten samenwerken, met elkaar, met de bodem en het water. Ik ben blij dat ik hier in Nederland woon, waar dit allemaal gebeurt. Dit land, dat we eeuwenlang hebben afgegraven, opgefikt, uitgemolken en vervuild tot wat het nu is. Het land dat ik liefheb en verzorg. Want nu wordt het dringend. Zodra het dringend wordt, wordt het spoor gewisseld en komen de kansen.

Water is wereldwijd iets om aan te verdienen. Er worden dammen aangelegd, zodat stuwmeren ontstaan voor stroom. Er zijn kanalen gegraven om schepen door te voeren, loodrecht, dat gaat het snelst. In Nederland waren eeuwenlang vijf overstromingen per jaar, en toen de afsluitdijk kwam, was met daarover zeer verheugd. Maar die dijk maakte ook veel kapot… Het waren keuzes uit eigenbelang op korte termijn. Rivieren zijn gekanaliseerd, dijken keer op keer verhoogd, de pompen werken op volle toeren. Dat we het probleem daarmee alleen maar groter maken, is de laatste decennia duidelijk geworden.

Bij het omarmen van de natuur, als deel van ons bestaan, speelt het water een cruciale rol. Water als bron van leven, MOET wel omarmd worden. Het is de poort naar een andere blik op de aarde.

In het regeerakkoord staat dat het water moet worden gebufferd. Ook het Friese greppellandschap kan worden hersteld, waar weidevogels zo van houden. Het wordt ondersteund door subsidies. De sponswerking van de bodem moet terug worden gebracht, want anders klinkt het land in en droogt het uit. Een verhaal van lange adem. Dit is te lezen in een brief, ondertekend door de minister. Het geeft hoop. Maar we moeten er zelf aan meewerken. “Bescherming van waardevolle onafgedekte bodems is een belangrijk uitgangspunt, ” zegt hij. Er is nu de kans om schadelijke investeerders te stoppen. En er moeten heggen en houtwallen worden geplant. Daarvoor zijn vele handen nodig. Gouden handen met liefde voor het land. De tijd van langs de kant staan is voorbij. We moeten het met elkaar doen, en als je ziet hoe het anders kan, dan heb je nu de tijd mee om eraan te werken. Samenwerken aan gezond land. Ik doe mee!

LINKS:

https://www.facebook.com/groups/1004930819964307

https://www.hegenlandschap.nl/

Klik om toegang te krijgen tot water-en-bodem-sturend.pdf

Er is een nieuw akkoord van het kabinet: Water en bodem moeten leidend zijn bij de ruimtelijke inrichting. Ook de sponswerking van de grond moet worden verbeterd. Op pagina 12, 13 van de bijgevoegde brief lezen we hoe de minister dit ziet:
a.Vergroting grondwateraanvulling in bovenstroomse gebieden door het dichten van greppels en sloten.
b.Vertragen van de waterafvoer door beken te laten hermeanderen. Ook door het oppervlak te verruwen, o.a. door het aanleggen van HEGGEN en HOUTWALLEN.
c.Water beter laten infilteren door onnodige bodemafdekking te voorkomen. ( Verstening)
d.Water beter vasthouden in bodem door duurzaam bodembeheer.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Water is the gateway to healthy land and a different view on the earth. We have a lot of problems to face. And now the minister says water will be leading. As soon as something becomes urgent, the track is changed and the opportunities come. Time to roll up our sleeves together.

Wat heb ik nodig? (What do I need?)

.

.

Bestel iets, en het is er. Van overal en ergens wordt het helemaal naar je toegebracht. Dat is verrekte bijzonder. Ik vraag me af wat ik echt nodig heb in het leven. Nu kan het nog en je weet maar nooit of dat zo blijft. In dit verhaal lees je wat dat is.

Eigenlijk ben ik een kind dat niets heerlijker vindt dan natte klei tussen de tenen door te laten sijpelen. Ik hoef nergens heen en heb aan weinig genoeg. Des te meer verbaas ik me over de toenemende stroom aan onnodige spullen en de verwijdering die dat geeft. Een steeds efficiënter transportsysteem maakt mogelijk dat alles overal vandaan komt. En tegelijkertijd is het gevoel voor essentie steeds verder zoek, tegen beter weten in. De meest idiote spullen worden verscheept in vierkante kolossen van een halve kilometer lang. Hoe langer ik stilsta, hoe meer ik me bij mezelf afvraag, hoelang nog? Hoelang hebben we nog beschikking tot alles wat we maar willen? Ik las in de Correspondent dat we een bizarre mijlpaal hebben bereikt in ons consumptiegedrag. De weegschaal staat nu precies in evenwicht. Het gewicht van door mensen gemaakte spullen is op dit moment even groot als al het leven op aarde bij elkaar. Beton telt het zwaarst daarin. Aan de andere kant wegen we de mensen, dieren, planten, maar ook schimmels en bacteriën. Maar al is dit de zoveelste noodklok, er geen afname van de goederen- en grondstoffenstroom. Het lijkt erop dat al die spullen een onverzadigbare honger opwekken. Zodra je ermee begint maak je een innerlijk gat dat steeds dieper wordt. Wat verslaving kan doen.

Wat is het, wat ik echt nodig heb? Hoe harder anderen rennen, hoe vaker ik stilsta, om die vraag te beantwoorden. Ik loop rustig naar huis, op het Swettepaad, en het miezert. Buren snellen voorbij in de auto. Een knikje vanachter het raam. Ik lach terug. Ja, denk ik ondertussen. Ik heb ook beton nodig. Portlandcement, voor mijn kas. Meer dan ik dacht. Vandaag gaan we verder, met de bouw, Dick en ik. Ik kijk over de weilanden naar de drukke weg, in de verte. Ik wil voedsel dichtbij huis. Daarvoor is die kas nodig. Dat wist ik vroeger niet, ik dacht best zonder kas te kunnen.

Ik herinner me het nog goed. In 2007 begon ik met planten en zaaien. Brave Hendrik was mijn eerste poging. Het zou lijken op spinazie, maar was een vaste plant. Dat leek me wel wat. Zo’n plant die zelf wel wist wat hij moest doen. Ik had geen zin in gemoeder. Het zaad strooide ik uit over mijn tuin en Hendrik moest het verder zelf maar uitzoeken. Het kwam nog op ook. Helemaal vanzelf. Maar toen kwamen de merels. Die wisten het meteen te vinden en er bleef geen sprietje van over. Ik zou dus niet ontkomen, aan moederen over zaad. Maar inmiddels vind ik zaad prachtig. Het is zo bijzonder om een erwt uit te zien komen als een danser, of een zonnebloem. Maar zonder voorzorg doen ze het dus niet. Dat weet ik nu. Keer op keer zag ik de vogels terugkomen, maar ook de slakken en de woelmuizen. Er bleef niks van over. Daarom ben ik nu een kas aan het bouwen. Plantjes mogen bij mij eerst sterk worden, voor ze de grond in gaan.

Ik stap van het pad af, de kleine poort tussen de wilgenbomen door. Met een grote pas stap ik over de langwerpige dozen heen. Daar zit de tuinkas in. We hadden ze rechtop tegen het schuurtje aangezet, maar nu liggen ze kris kras door elkaar over de grond. Dat komt door de harde wind. Die waait alles om. Behalve het glas. Dat staat mooi vastgebonden tegen de wilgenhaag aan. Ik kijk weer op en zie dan pas mijn vriend Dick staan. “Je bent er al!” roep ik “Zullen we gelijk maar beginnen dan?”

Achter de woonwagen staan we uit de wind. Hier moet hij komen, een tuinkas van wel tien vierkante meter. Het fundament ligt er over vierhonderd jaar nog, zo zwaar en groot zijn de stenen. Het onderstel is van zwart aluminium gemaakt. Vandaag leggen we het waterpas. “De buren denken dat ik een terras maak,” zeg ik tegen Dick “Een terras met een laag zwart hekje erom. Haha, niks voor mij! Wat kennen ze me slecht!” Nee, Dick en ik weten precies wat het gaat worden. Een kas met een puntdak, helemaal van veiligheidsglas. Maar eerst moet dat rare hekje de grond in met zijn pootjes. Dat wordt het fundament. We maken gaten in de grond. Dat noem je “poeren” vertelde een ervaren fundamentenmaker. We boren diep, tot wel zeventig centimeter. Het is vette klei. Elke keer drukken we de kluiten uit de grondboor, om dan weer dieper te gaan. Uiteindelijk zijn de zes gaten klaar. We duwen de laatste pvc pijp het gat in. Dan laten we het zwarte hekje met de poten in de grond zakken. Het klopt precies! Nu het cement nog. Cement met grind erin. Of grind met cement. Maar we hebben niet genoeg. We moeten eerst bijhalen. Op de fiets naar de stad dus. Maar dat komt morgen wel.

.

Het fundament ligt er over vierhonderd jaar nog, zo zwaar zijn de tegels.

Er is een hoop nodig voor een kas van tien vierkante meter. Vier kuub scherp zand, cement, stenen, glas, rubber, aluminium, het grind,en dan nog schroeven en moertjes. Het is eigenlijk een wonder dat alles er zomaar is. Twee weken na bestelling lag de kas er al. De stenen en het zand werden later geleverd door weer andere vrachtwagens. Het enige wat wij op de fiets moeten halen is honderd kilo aan kiezels en cement. Het kan allemaal! Het is er. Dat is heel bijzonder.

Maar stel dat die levering gaat horten en stoten. Ooit. Met corona hebben we daarvan een voorproefje gehad. Containers stonden op verkeerde plaatsen en de logistiek was in de war. Nu lijkt alles weer normaal. Maar normaal is niet normaal. Het is verrekte bijzonder dat je zomaar alles kan laten brengen of halen in de winkel. Dat er zand is, aluminium en veiligheidsglas en alles wat er maar te halen is op deze aardbol. We zijn ongelooflijk bevoorrecht en dat gaat niet eeuwig duren. Natuurlijk, straks is er ook nog wel zand. Het is niet verdwenen, het is alleen in gebruik. Dan moet je het weghalen op een plek waar het al lag. In die nieuwe tijd gaat alles langzamer en met veel meer overleg. Dat moet wel. Maar nu kan het nog. Je bestelt wat en het is er. Dus ik bereid me voor. Wat heb ik echt nodig? Nog even en hij staat er. Een echte plantenkas..

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Order something, and it’s there. From wherever it is brought all the way to you. That is very special. I wonder what I really need in life. Now it’s still possible and you never know if it will stay that way. In this story you can hear what that is.

https://decorrespondent.nl/13985/de-mens-bouwt-door-maar-breekt-daarmee-de-aarde-af-hoe-geven-we-de-toekomst-vorm/3578728061865-131fc7b9?pk_campaign=daily.

.

Zo groot wordt de mijne niet….