Hoe kan het toch

.

Stille-oude wei en wij

Midden in de grootste chaos zijn wij JUIST in staat, het paradijs te scheppen, op de plek waar we werkelijk zijn.   (Alowieke)

.

Ik ben er
Ik ben waar ik moet zijn
en jij
jij bent er ook

Weet je nog
die dag,
zo lang geleden

Samen zongen wij een lied
tussen oude stenen in een wei
wie weet was het wel deze
de stenen zijn verdwenen
weggesleept door een man
die uit zijn tractor kwam
terwijl een zware ploeg
ploeterde in de verte
in stofwolken van
zijn spoor

We zongen onder de eikenboom
midden in het land
en schepten koeienstront opzij
met onze blote handen
misschien was het wel hier
waar wij gingen zitten
in het stille gras van
grondige tijdloosheid
de wei die altijd ruikt voor mij
naar
vochtige aarde en mest

En hoewel alles er al was,
en in wezen nooit verdwenen is,
verrast het ons dat wij dan toch
na al dat geploeter
en eindeloze omwegen
dan toch
ten midden van de chaos
hier mogen staan
alsof er
niks veranderd is

En hoe kan het toch
dat ons lied weer licht is
spint van tevredenheid
sprankelend jong
en het gras dat groeit
voor onze vermoeide gezichten
bij elke ademtocht voller wordt
en dat de kievietsbloem bloeit

bloeit
als nooit tevoren

.

Onder de tekening, boven het gedicht, heb ik mijn gedachten kort en krachtig samengevat. Wie kan me aanvullen? Korte overpeinzingen lees ik graag. Citaten van anderen zie ik het liefst met bronvermelding.

 

De zachte krachten zullen winnen

.

-the-fallen-technotreee-kl-frm

Een utopie van techniek die mens en bodem negeert, is als een boom zonder wortels. Je weet nooit waar en op wie hij valt. (Alowieke)

.

Het is zaterdagmiddag. De noordwestenwind waait als een koude föhn langs mijn woonwagen, maar binnen is het warm. Het is stil, ook de weekendgasten zijn niet gekomen. De wegen zijn glad, de stormwind is ijskoud en heeft gisteren in Scheveningen de kades blank gezet. Springvloed en storm tegelijk, het is opletten geblazen in ons platte landje aan zee. Eén grote golf en Nederland ziet er heel anders uit. Lange tijd waren er wel vijf stormvloeden per eeuw. En dan hebben we het nog niet eens over dijkdoorbraken van rivieren in het binnenland. Dat lijkt een heel andere era, een tijd die voorgoed voorbij is. Wij zullen dit niet meer meemaken. Denkt men.
Ik kijk naar het dunne laagje sneeuw dat alles bedekt. Afdrukken van grote kippenpoten zijn overal rond mijn wagen. De vloer is koud, ik heb mijn knieën opgetrokken, mijn voeten dicht bij me, op de schapenvacht. Mijn eenvoudige leven staat in groot contrast met de toenemende welvaart. Ik voel me verbonden met inheemse volkeren, die dicht bij de aarde leven.

Verbaasd kijk ik naar het nieuws van alledag. Er wordt gewerkt aan zelfrijdende auto’s. Dan kunnen mensen de krant lezen als ze naar hun werk gaan. Er zijn minder ongelukken, want computers kunnen het veel beter met elkaar regelen dan mensen.
En dat mensen robotangst hebben, ach dat verdwijnt wel. Zo is het immers altijd gegaan.

Het is een vreemde wereld. De angst voor auto’s is niet weg. Het is een geaccepteerde angst geworden, die ons vrijheden geeft, maar ook enorme gevaren oplevert. Om al die luxe te voeden, wordt elders andermans grond met voeten getreden. Steeds meer voorouderlijke grond wordt verorberd in de eindeloze honger naar meer, sneller en luxer vervoer, een nog grootser leven, riante huizen. Wilde natuur wordt massaal met de grond gelijk gemaakt, kleine boeren het leven onmogelijk gemaakt, tradities worden afgedaan als achterlijk, inheemse volkeren in elkaar geslagen en vermoord. De tegenstand bij dit geslagen deel van de wereld groeit, tegelijk met ongelooflijke dromen van mensen in de rijke wereld.

Zo droomt Rob Wijnberg, hoofdredacteur van de Correspondent, over eindeloze energiebronnen.
De razendsnelle Airbus brengt je straks in een uur van Amsterdam in New York, lees ik. En nog duurzaam ook! Hij lijkt er razend enthousiast van te worden. Waarom? Hij noemt het “De Vooruitgang.“ Voor mij een leeg woord. Wat is het ècht, is het een verslavend spelletje waar je steeds beter in wordt? Of is het een verlangen naar ongelimiteerde vrijheid? Ik dacht dat het juist de beperking was en de toewijding, wat ons aandachtig maakt en vrij.

De mens is pas mens als hij tot zelfbeheersing in staat is en eigenlijk dan pas wanneer hij haar in de praktijk brengt. (Mahatma Gandhi)

.

Tegelijk met de onverzadigbare drang naar technisch vernuft, groeit er een andere beweging, in tegengestelde richting. Mensen die niet méér hoeven dan er is en ook niets missen. Onafhankelijk zijn ze en liefdevol. Ze willen het zèlf doen. Eigenhandig planten ze, oogsten, bouwen, plaatsen hun zonnepanelen of repareren eigen huis en goed. De voldoening die dat geeft, is grenzeloos, elke keer opnieuw. Het is een beweging die 180 graden afwijkt van de andere route, de vooruitgang van de techniek om de techniek zelf, die belangrijker lijkt te zijn dan de mensen.

Ik herken het. Ik heb geen behoefte aan extreme kermisatracties, over de ruggen van anderen. Ik hoef geen zelfrijdende auto. Ik bouw aan mijn eigen kleine huis, op wielen. En als de waterstand stijgt, of de bodem verdroogt, dan zie ik dat. Ik hoef het niet in de krant te lezen in een razendsnel vliegtuig, hoog boven de wereld. En als er een dijk doorbreekt ben ik er hopelijk bij en bied helpende hand.

Ik droom van samenleven. Mijn paarden laten grazen in een kruidige wei en hun mest gebruiken om een groene zee te laten groeien, bron van voedsel voor mens en dier. Net zoals ze dat elders ook al eeuwenlang doen. Zo maken we de cyclus rond. En dan is er herkenning en verbondenheid, vervagen de grenzen. Merkwaardig, die paarden keren toch steeds terug, in mijn droom…. Als symbool van liefde en kracht tegelijk.

.
Henriëtte Roland Holst (1869-1952) schreef dit treffende gedicht, toen ze 49 jaar oud was. Twee jaar jonger dan ik nu ben. Het komt uit de dichtbundel: “Verzonken grenzen.” (1918)

.
De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind — dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

De machten die de liefde nog omkluistren
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,
dan kan de groote zaligheid beginnen
die w’als onze harten aandachtig luistren

in alle teederheden ruischen hooren
als in kleine schelpen de groote zee.
Liefde is de zin van ’t leven der planeten

en mensche’ en diere’. Er is niets wat kan storen
’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.
.

https://decorrespondent.nl/5915/waarom-vooruitgang-vooral-een-kwestie-van-duurzame-energie-is/1513634357235-ce2fd3e7

Klaar om te vangen

.

klaarstaan- in de sneeuw

.

.

Het nieuwe jaar is aangebroken, de klok heeft geslagen, de oliebollen zijn op en de rommel is opgeruimd. Met frisse moed adem ik de koude winterlucht in en stap het trapje af van mijn bordes. De besneeuwde velden lopen over in de lichtgrijze lucht die erboven hangt. Alle geluiden klinken doffer, door het gigantische witte kleed dat alles bedekt en de lucht is roerloos stil. Alleen mijn voetstappen klinken luid, het kraakt. Op de sneeuw ligt een dun laagje ijs.
Ik houd van sneeuw. Het bedekt alles, verschroeide aarde krijgt een koele jas, vuilnishopen veranderen in iets wonderbaarlijk moois. De oneindige helderheid van al dat ijs maakt mijn gedachten scherp en mijn concentratie is beter dan ooit.
Kon het maar altijd zo wit en helder zijn, in de hoofden van alle mensen in deze verhitte wereld vol chaos. En kon de sneeuw maar van alle mensen kinderen maken, met speelse harten en rode wangen, ogen glinsterend om de volgende bal te vangen, alle pezen van het lichaam klaar voor actie. Verder niets,  geen andere gedachten dan die aan dit spel met de elementen, in een maagdelijk witte sneeuwvlakte.

Maar er ligt meestal geen sneeuw. Dus moeten we op een andere manier ruimte scheppen in het hoofd. We maken helderheid in onze gedachten door op te ruimen, of door vakantie te nemen op een plek ver van de dagelijkse beslommeringen. Er zijn meer manieren om die maagdelijke leegte te verkrijgen. Je maakt het spoor voor je voeten vrij. Als je zo leeg bent en kan genieten van  eigenlijk niks en alle geluiden dringen haarscherp tot je door, ja dan ben je ontvankelijk en klaar. Je weet nooit wanneer je de bal krijgt toegeworpen en je weet ook niet hoe die er uit ziet… Maar dat hij komt, dat is zeker. Klaar staan, daar gaat het om, klaar om te vangen.

Oproep: Hoe maak jij jezelf leeg en klaar om de bal te vangen? Ik vind het heel leuk als je dat in een reactie wilt vertellen. Wat doe je, wat zie je, waar ben je… Of je nu je inspiratie bij Johan Cruijff haalt, bij de opruimcoach of in een klooster in India, ik wil het allemaal weten!

.

.

Een fietstocht door het witte land voor een heeeeleboel heerlijke goudreinetten!

Een echt huisje!

.

-Een-echt-huisje-kl-frm

.

Met een grote lap ongebleekt katoen staan we in de nieuwe wagen. Dick heeft de ene kant beet, ik de andere. De stof is stug en dik en een beetje nat, omdat ik net de kreukels eruit heb gestreken. Dat was een heel spektakel in de koude wasruimte. De natgemaakte stof stoomde en siste met grote wolken damp, bij de aanraking van het hete strijkijzer. Ik kijk naar de dikke geelwitte lap. Het is mooi glad geworden. En nu moet het omhoog, tussen de grijze schapenwol en de essenhouten bogen in. Een lekker zacht plafond wil ik, gedragen door gebogen houten ribben. Zo’n plafond dat het net lijkt alsof je Jonas in de walvis bent, als een heel groot lichaam en wij koesteren ons in de buik. En het gaat lukken! Vandaag gaat deze droom in vervulling.

We kijken peinzend omhoog. „Ik denk toch dat eerst de wol er in moet en daarna de stof er onderdoor.“ Dick kijkt me nadenkend aan. „Nee,“ antwoord ik resoluut „Ik wil het in één keer doen.“ Ik pak de isolatie, die in passende stukken op de grond ligt en de lap. Ik houd beide omhoog. Tussen wol en laken zie ik nog net zijn gezicht. Dick knikt, bij wijze van instemming. Omdat het mijn wagen is, is mijn wil wet. Dat is prettig, ik luister, denk na en beslis. Er zijn nooit oeverloze discussies en alles gaat voorspoedig.
We pakken de wol beet, met de punten van de stof, net zoals je een dekbed beetpakt als het laken er om moet. „De stof moet wèl aan de onderkant hè,“ lacht mijn vriend met zijn brede grijns“. „Jaja!” Ik lach blij, spinnend van genoegen dat het nu eindelijk zover is. We draaien met de onhandige massa. Goed beet blijven houden, anders vallen de stukken er uit.
„Ja! Ik sta klaar, toe maar!”
De massa hangt als een dikke slappe buik om mij heen. Ik zie niets meer. Ergens voor me staat Dick. Die is een kop groter dan ik, voor hem is het een makkie om het spul tussen de essenhouten bogen van het dak te duwen.

Ik sta achter hem en houd alles omhoog, zodat hij verder kan trekken. Het doet me denken aan die keer dat mijn moeder zware gordijnen naaide en ik zorgde voor een vlekkeloze stofaanvoer. Bij veel wat ik doe denk ik wel aan iemand, van wie ik leerde. Mijn moeder lijkt toch stilletjes aanwezig, hoewel ze er al een tijdje niet meer is. Net als mijn man, die een goeie hout- en metaalbewerker was, een soort uitvinder eigenlijk. Op mijn zevenendertigste verliet hij deze wereld.
Hij zou trots op me zijn. „Je bent een tijger!” Dat zou hij zeggen. Hij was het die mij op het spoor van houtbewerking bracht, hoewel ik op het punt stond carrière te maken met mijn tekenwerk. Ik leerde met mijn handen werken en ontdekte dat ik echt handig was!

Ik heb mijn schepen achter me verbrand en nu bouw ik deze woonwagen. Ik doe het niet alleen, nee, er zijn helpers. Het zijn alle mensen van wie ik leerde. Ze kijken stilletjes mee, over mijn schouder.

.

aankomst wagen details 008

December 2014 bracht de smid het onderstel,
Een prachtige uitvoering van de ontwerptekening
die ik had gemaakt.
Hoe lang lijkt dat geleden!

.

Ik hoor het regelmatig. „De wagen is ècht van jòu, dat straalt er van af!“ Dat is een mooi compliment, maar toch… Het is ook van mijn moeder, die nooit bij de pakken neerzat en overal een oplossing voor zocht. En van mijn lieve, o zo handige man die zo snel uit mijn leven verdween. En hoe kwamen deze kleuren tot stand, het prachtige jasje, dat mijn nieuwe huisje heeft gekregen? Uiteindelijk was het zijn vriend Allard Elout, die mij hier toe inspireerde. Ook hij had een sterke band met de natuur. Allard was een zeer toegewijd kunstenaar en een gevoelige man. Hij overleed op hetzelfde moment dat ik de kwast in de hand nam. Ik wist het niet en hoorde het later. Het is één van de vele bijzonderheden aan deze wagen…
En natuurlijk heb ik veel gehad aan Dick, met wie ik zo heerlijk kan overleggen. En ach, er zijn veel meer mensen die helpen. Sommigen weten het helemaal niet, dat ze me inspireren.

We laten onze armen zakken en kijken naar het resultaat, een zacht plafond, met lichte ritmische golven, als binnenkant van een buik. De essenhouten bogen zijn sterk en puur. „Wat heb je dat mooi bedacht!“ Dick kijkt bewonderend, zijn grijze krullen raken nèt niet het dak. „Het is nu een echt huisje aan het worden,“ zegt hij zacht. Mijn blik glijd over de ronde vormen en ik zie dat het goed is. Mijn droom wordt werkelijkheid.

Waar een droom is, is een begin. En waar een wil is, is een weg. Inspiratie is overal. We hoeven het alleen maar te vangen en er samen mee te spelen, als kinderen. Spelen, alsof het een bal is, die steeds van vorm en kleur verandert, telkens wanneer hij in handen komt van weer een ander, uniek mens. Laten we hiermee doorgaan. Hoe groot de chaos ook lijkt te zijn. Uiteindelijk ontstaat er iets prachtigs.

.

.

Het hart beslist

.

.

Harten-Aas-kl-frm

.

Het is bijna twee uur. De lage herfstzon schijnt door kale takken van de bomen. Er is geen wind en ik hoor alleen het opgewekte gekwinkeleer van koolmezen en een winterkoning, die in mijn buurt naar beestjes zoekt.
Ik sta op het punt om het laatste scharniergat in de deurpost uit te hakken. Met de dag word ik blijer, want o, wat wordt het mooi. Zes weken geleden begon ik met het maken van de deuren, acht in totaal, vier voordeurtjes, vier achterdeurtjes, allemaal geïsoleerd en met raampjes erin. Aanvankelijk verloor ik bijna mijn hoofd, bij het klaarmaken van de meer dan honderd onderdelen die ik allemaal precies op maat moest zien te krijgen. En dat was nog maar het begin. Mijn wagen komt tjokvol deurtjes, luiken en luikjes en het gaat allemaal piekfijn passen. Straks kijk je je ogen uit, zoveel is er te zien!
Mijn beitel is vlijmscherp geslepen, de houten klopper ligt klaar om te pakken. De zon is heerlijk. Nu ik zoveel buiten ben, besef ik de kracht er van en hoe opwekkend het is om al dat licht in me op te nemen en de frisse lucht in te ademen. Ik wilde de klopper pakken, maar halverwege de beweging draai ik me om en geniet met volle teugen van de zon in mijn gezicht. Ik knijp mijn ogen net niet dicht en kijk door een spleetje, als een kat die zich koestert.

Dan hoor ik mannenstemmen. „Hallo, is daar iemand?“
Ik kom achter de woonwagen vandaan. „Ja! Ik hier!“
„Wij zoeken Alowieke.“
„Dat ben ik!“ Vrolijk kijk ik ze aan. „Dan moeten jullie Jaap en Dennis zijn.“ Ik steek mijn hand uit ter kennismaking.
Ze wilden komen kijken. En ideeën op doen. Ze hebben taart meegenomen. Ze willen zelf óók een wagen bouwen en misschien het wonen in een huis voorgoed de rug toekeren. Jaap kan met paarden omgaan en is handig. Hij loopt meteen een rondje om mijn wagen en kan zijn ogen niet afhouden van de stalen onderkant. „Mooi onderstel!” Hij zakt door zijn knieeën om eronder te kijken en knikt nog eens vol bewondering. Zijn vriend Dennis kijkt afkeurend naar zijn kont. „Niet alleen het onderstel is mooi hoor!“ Dennis is de meest artistieke van de twee. Ik lach naar Dennis, blij met het compliment. „Ik snap het wel, dit is waar Jaap nu mee bezig is, dus dat interesseert hem het meest.“ Dennis knikt.
„We moeten een sterk onderstel hebben en sterke paarden,“ verklaart Jaap. „Dennis gaat mee op één voorwaarde. Zijn harp moet óók mee. En die weegt wat. Maar het geheel moet zo licht mogelijk worden!“
Ik help de jongens met informatie en beantwoord hun vragen. We eten taart bij de warme kachel en voor we het in de gaten hebben is het schemerig. „We moeten weg Dennis! We willen nog meer zien vandaag.“
Ze verdwijnen over het veld. Ik wuif ze na tot ik ze niet meer kan zien.

Ze zijn niet de enigen met plannen. Handen beginnen te jeuken. Fantasieën, voorheen nog als een ei in een nest, beginnen nu haarfijne scheurtjes te vertonen. Als een ongeduldig kuiken dat het krappe ei zat is, maar nu naar buiten wil en licht wil zien. Er wordt gebouwd aan kleinere huisjes om eenvoudiger te leven. In Nederland ontstaan op veel plekken buurttuinen. In steeds meer landen worden hele wouden ingepland, zoals in India en Ethiopië en er worden voedselbossen ontworpen. Er wordt hard gewerkt aan alternatieve energie en ook ik kan vol trots de panelen op mijn dak laten zien. De schaduw van de oude wereld met zijn grote verzwelgende voetafdruk is nog steeds groot. Maar de kiemen van een nieuwe wereld zijn er al. Het borrelt! Wat zullen al die geïnspireerde acties met elkaar teweeg brengen?
Ik ben heel nieuwsgierig naar het komende jaar, 2017!

.

Harten Aas

Hoe zwarter de schaduw, hoe sterker de bron
kijk waar je bent
want altijd
ergens is de zon

Vergeet voor even het verstand
en vind een hart, gezond als wat
want dat begrijpt in welk verband,
kiest zonder twijfelen haar pad

Het is niet bang en vol vertrouwen
zal het ontvangen en weer geven
en altijd kiest zij
zonder aarzelen
voor leven.

.

Het thema “Volg je hart”, komt dit jaar op allerlei plekken terug. Het is de tijd ervoor. Ook Marc Siepman geeft workshops en lezingen over dit onderwerp. Doe wat je hart je ingeeft, en werk niet alleen om geld te verdienen. Wij zijn er dankzij de planeet Aarde. Hoe kunnen wij voor haar zorgen?

https://marcsiepman.nl/workshop-voor-wat-hoort-niks/

 

De wereld op zijn kop

.

.

lang-leve-de-pippies-kl-frm

Net zo sterk als Pippie!

.

Het is een bijzondere tijd.

Nu ik het oude heb achtergelaten en het leven zich als een stille weidse vlakte voor me uitspreidt, ja nù komen de ingevingen en vernieuwende inspiraties. Vele obstakels zijn in al die jaren opgeruimd, stofwolken zijn neergeslagen en vormen zich tot vruchtbare grond in vochtige bodem.
Ik heb gezworven zonder iets anders te vinden dan eenzaamheid. Ik ben door moerassen gegaan, tot mijn nek in het slijk, maar ging door. Ik vond mijn grote liefde en na zeven jaar verloor ik hem. Ik heb verdriet gehad om de praatjes van mensen, die niets vroegen maar wel oordeelden. En nog steeds ging ik door.

Ik heb gebouwd aan wat nodig was, afgebroken wat afgebroken moest worden. Ik heb gewerkt en opgeruimd en vreselijk veel geleerd.

Dat alles is klaar. Als ik wakker word voel ik me zo vrolijk als een kind en elke dag begroet ik met een dans. Ik ben nog steeds hier, op een veldje in Brabant. Ik werk in volle concentratie aan mijn huis, mijn huis voor de toekomst. Wiekies hemeltje. Dat wordt het. Laat het een inspiratiebron zijn, dat hoop ik. Daar doe ik het voor. Het is niet alleen voor mezelf dat ik het doe.

Voor alle mensen voor wie het leven geen glanzend pad was en nog steeds vol dromen zit. Laat ze maar maar praten. Ga voorbij aan oordelen en etiketten. Laat achter je, wat niet bij je hoort. Ik moedig iedereen aan om zijn of haar fantasieën waar te maken en daar nu aan te beginnen. Wees lekker eigenwijs en maak er wat moois van. Lang leve de Pippies! Met of zonder langkousen.

Op een dag staan we in een andere wereld, warmer en veel groener dan ze nu is. En dan vieren we het met een hele lange optocht vol muzikanten en dansers van alle soorten en maten. De meest gekke en kleurige pieremagochels zullen te zien zijn, een stoet die zò bont is, dat zelfs de vissen hun koppen boven het water uitsteken, om te kijken.
Ja… O ja! Ik ben alvast begonnen.

.

.

Dit verhaal maakt deel uit van een nieuwe categorie: “Transformatie”. Het gaat over veranderingen in het groot en in  het klein. Over dromen, of het wonder van de seizoenen. Over mens-zijn in beweging, boom worden na je dood, quantum-evolutie, over hogere sferen maar ook gewoon over poep. Het meest gewone en banale dat o zo onmisbaar is in de cyclus van het aardse leven. Transformatie zit in alle lagen van het bestaan en eigenlijk is dat het enige wat we zeker weten. Dat alles constant transformeert. Goddank! Never be a rock and not to roll..

Ik heb er ook eerder geschreven verhalen aan toegevoegd.

https://alowieke.wordpress.com/category/transformatie/

.

Verder heb ik de site geschikt gemaakt voor mobiel. Ook in bus of trein kun je nu makkelijk alle verhaaltjes lezen die je gemist hebt.

Met de kracht van een donkergroene reus

Een filosofische wandeling door het bos

.

blogtek-wortelgangen-door-de-tijd-kl-frm

.

Ik spreid mijn handen wijd
maak wortelgangen door de tijd
Onze dromen zijn de bomen
van de toekomst

.

De lucht is koud en blauw, maar onze voeten zijn warm. Samen met Dick loop ik in stevig tempo over de verharde weg richting het landgoed “Baest“. Onze adem maakt wolkjes. Als je je ogen dicht doet, lijkt het of er iemand alleen langs komt, zo gelijk lopen we op. Met halfgesloten ogen kijk ik naar de lage zon en geniet van de kleuren, die het licht tussen mijn wimpers maakt, het lijken net vleugels van libellen. „Zo mooi is het zonlicht,” zeg ik tegen Dick „Als kind deed ik dat ook, zo kijken tussen mijn wimpers.”
„Pas maar op,” lacht hij schertsend „Je wordt er stekeblind van!“
„Dat zeiden ze vroeger ook. Ik merk er nog steeds niks van.“
Ik kijk naar het prachtige zachte licht, tot het bos begint, een bosje met enkel sparren, bedoeld om regelmatig hout uit te kunnen oogsten.
In een stil, gestadig tempo komen we aan bij het oude land, het bos dat al veel langer bestaat. Er staan dikke beukenbomen waar verder niks onder groeit. Er ligt een dikke laag goudgeel blad onder, bedekt met bevroren dauw. De stilte en de herfst maken me filosofisch.
„Jij bent niet bang hè?“ vraag ik.
„Waarvoor?“
„Voor het einde van de wereld. Voor chaos en onherstelbare verwoesting door alles wat er nu gebeurt.“
„Nee, er gebeuren net zoveel goede dingen. Het is maar waar je naar kijkt,“ antwoordt Dick.
Ik kijk naar één van de majestueuze beuken, met takken als armen van een donkergroene reus en zonder bladerige kruin op zijn hoofd kun je zijn houtige spierbundels nog beter zien.
„Ik kende ooit een Afrikaan. In de zomer was hij naar ons land gekomen. Toen het herfst werd, kwam hij zorgelijk bij me aanzetten en met grote ogen zei hij: Alle bomen gaan dood! Ik moest lachen en heb hem gerustgesteld.“
„Ik kan me voorstellen dat het schrikken is, als je dat nooit gezien hebt,“ glimlacht Dick.
„Daar moet ik aan denken. Mensen die bang zijn weten niet dat na elk einde weer een nieuw begin is, net als na de herfst en de winter, net als die Afrikaan. Soms lijkt het of alles afstevent op aftakeling en einden van dingen. Maar ik denk dat de meeste kracht niet zichtbaar is. Het is als een netwerk van wortels dat onder de grond groeit en wacht. Als je niet goed kijkt, dan weet je niks van de enorme levensdrang van alles, dat rust in de bodem en zich klaarmaakt voor een nieuwe lente..”
Ik ben even stil en we kijken naar het krakende bevroren blad onder onze voeten. Dick zegt niks, in afwachting of ik nog meer ga zeggen.
„Ik denk dat het precies zo gaat, in een samenleving van mensen en alles wat ons omringt. Overal zijn mensen die werken aan de basis, vaak onbekend en ongezien, maar met ongekende volharding. Al weet niemand hoe het er straks uit gaat zien.“
„Zo is het,“ knikt Dick.

We lopen verder langs de rietkragen van het Wilhelminakanaal. In het dorp drinken we een heerlijke blonde trappist. De glazen met de goudgele drank fonkelen in de lage zon.
„Op alles wat er is!“ Ik hef het glas en klink tegen het zijne.
„En dat we er nog veel van kunnen genieten,“ lacht mijn vriend.

.
.
.

piano-impro-kado-zw-w-kl-frm

VOETNOOT

Tot mijn verrassing kreeg ik een piano improvisatie kado.
Het thema is “Na elke winter komt een lente“
En het past zo mooi bij dit verhaal
dat ik het in de reacties heb gezet.
Het is van Jeroen de Clercq, uit België.

.

.

..

Dans de evolutie in!

.

.
dans-de-quantum-evolutie-kl-frm

.

.
Zwierend dans ik. De zaal is warm en schemerig en vol zwetende lijven en de muziek is ritmisch, licht en vrolijk. Mijn lichaam gaat mijn ogen achterna en ik heb het gevoel dat alles mogelijk is. Snel als water ga ik voort, slalom tussen schuddende schouders en balancerende benen door, langs stelletjes die stralend langs elkaar heen bewegen. Het is of ik zwem, zwem in een diepe stromende bergrivier, de rivier lààt mij dansen en ik geniet van het veeltonige geluid van water.
Ik draai om een ingetogen brunette heen, houd me in, ga mee in haar verstilling als in een dromerige bron en ze glimlacht. En voort ga ik weer, laat me gaan in de bewegende zee van mensen. Ogen fonkelen als ze me aankijken, ik maak een pirouette naast een snel bewegende man, de draai brengt mij bij een andere hand, ergens in de lucht ontmoet ik hem. Ik pak de hand, draai driemaal rond en laat weer los, ben alweer ergens anders.

Ik kijk achterom. Daar staat een lange jongen mij lachend en stomverbaasd na te kijken. Een meter van hem vandaan staat het meisje. Het was háár hand, die hij dacht te vatten. Toen hij zich omdraaide merkte hij opeens dat hij haar kwijt was. Ik lach terug, het water sprankelt dwars door mij heen.

Eén met alles wat er is. Dit is de hemel. En dan denk ik, wat een mallemolen is onze wereld geworden. De race om geld en groei raast al het geluk voorbij en verplettert alles. Liever dans ik zélf dan dat ik me rond laat slingeren in een levensgevaarlijke, op hol geslagen draaimolen.
.
Dit zijn tien sleutels naar geluk. En nu ik dit zo bekijk…. als ik dans doe ik het ALLEMAAL!

1. GEVEN – Iets doen voor anderen (en kunnen ontvangen)
2. VERBINDING – Contact maken met mensen (alleen al naar ze lachen maakt een dag al goed)
3. TRAINEN – Zorg goed voor je lichaam (en geniet)
4. WAARDERING – Let op de wereld om ons heen (verheug je in het zien)
5. PROBEREN – Blijf nieuwe dingen leren (alles is mogelijk)
6. RICHTING – Heb doelen om naar uit te kijken (dichtbij en ver af)
7. VEERKRACHT – Vind manieren om terug te stuiteren (oa. humor)
8. EMOTIE – Kies een positieve benadering, (wij gaan allen het grote onbekende tegemoet, maar heb het vertrouwen dat je overal mee om kan gaan en een oplossing kan vinden.)
9. AANVAARDING – Comfortabel zijn met wie je bent
10. BETEKENIS – Maak deel uit van iets groters

In het Engels vormen de eerste letters van deze woorden (Giving, Relating, Exercising, ….) tesamen ‘GREAT DREAM’.
Is het vreemd dat dans alle tien de punten in zich draagt? Nee! De quantumfysica vertelt ons dat alles om ons heen niets anders is dan dansende deeltjes, bewegend in golfpatronen. Misschien is dansen wel “meebewegen“ en die energiestromen vòelen. Misschien is dit meebewegen wel een sleutel van de evolutie, waar alles toe leidt en bewegen we ons ritmisch of met schokgolven naar een lichtere wereld. Als je je vasthoudt, dan nemen de golven je toch wel mee, tegen wil en dank. Loslaten en zwierig meedansen is een vreugdevolle optie… en zo verfrissend, om net als water te zijn!

.

De woeste wind waait
willens en wetens mijn
warme wollen sjaal
weg van mij
in wilde dans daar wappert hij
voorgoed de wijde wereld in.

.
Het lijstje over geluk heb ik uit het blad ZOZ, tijdschrift voor doendenkers. ( Wat tussen haakjes staat heb ik zelf toegevoegd.) Naar aanleiding van “De dag van het geluk“ (20 maart) schreven zij daarover. Het wordt uitgegeven door Omslag, werkplaats voor duurzame ontwikkeling in Eindhoven.

Mijn uitstapje van dans naar de quantumfysica is intuïtief. Ik ben er, raar of niet, diep van overtuigd. Er zijn ook wetenschappelijke verhalen over te vinden en zeer waarschijnlijk heb ik er maar een fractie ervan gezien. Dit soort bronnen raadpleeg ik een enkele keer, om mijn gedachten te staven.

Links:

http://www.omslag.nl/index.html

http://www.eindhovendanst.nl/

http://www.worldyourdance.com/

Een bloeiend pad naar de uitgang

Blogtek bloeiend pad kl fr

.

„Dat je daar weg gaat, ik snap het niet. Het is zo’n mooi plekje! Ik zou helemaal gelukkig zijn als ik daar kon staan met mijn wagen.“ Buurman Jan kijkt met glimmende ogen naar de lege plek, waar zojuist nog mijn woonwagen stond. Die staat nu twintig meter verderop. Ton is net weg, met zijn jeep. De kippen krabben in de zwarte grond. Het stikt er van de wormen, die zaten lekker koel en nat onder de vloer. Daar lag karton met plastic zeil erop. Dat is nu allemaal verdwenen. Het is een fijne en vruchtbare plek geworden, rondom begroeid met tal van planten, bloemen en struikjes. Mezen, vinken, heggemussen en andere vogels vliegen af en aan.

Ik kijk Jan vrolijk aan. „Weet je?“ zeg ik „Ik maak op mijn nieuwe plek wèèr een tuin. Deze hier wordt dan de moedertuin. Er groeit zoveel tussenin wat ruimte kan gebruiken, kijk daar, het zonnige moederkruid, de sterke kruiptijm en dan die heerlijke framboos, die groeit als een raket! Hier steek ik de plantjes uit, en andere mensen kunnen dat ook doen. En rond bewoonde wagens, daar groeit het het beste. Er zijn beschutte hoekjes en er is bemesting. Het is de plek waar je bènt.”
„Wat een leuk idee!“ zegt Jan
„Jaaa! En als dit dan wat geworden is, dan schuif ik weer verder op. En maak ik dààr een tuin. Zo beweeg ik steeds verder naar de uitgang. En als ik daar ben aangeland, dàn ga ik weg.”
Jan lacht. „Geweldig! Dan krijgen we hier één lange groene strook op de camping.“
Ik grijns. „Wie weet. Wellicht gebruik ik de camping als uitvalsbasis, straks. Dan blijft mijn wagen hier voorlopig staan en kan ik dit plan rustig uitvoeren.“ Ik staar in gedachten naar de gretig gravende kippen.
Jan kijkt naar de mezen in de takken van de kersenboom, en naar de bloemen die eronder groeien. „Het is de mooiste plek van de camping geworden“ zegt hij uiteindelijk. „Dat heb je goed gedaan!“
Ik gloei.

.
Ik noem deze vorm van tuinieren „Nomadische permacultuur.“ Ik maak iets, ik heb iets en ik laat het achter op het juiste moment, wanneer ik weet dat er goed voor gezorgd wordt en anderen er blij mee zijn.

.

.

.

Na je dood de boom in

.

Alowieke 28-09-2015

.

Gebogen sta ik voor het aanrecht. Een zwarte handdoek sluit mijn hoofd af voor de buitenwereld en ik heb elk gaatje zorgvuldig dichtgevouwen. Stoom stijgt op en zet zich af in hete druppels op mijn huid. Ik adem, diep in en weer uit. Ik voel de warmte in mijn luchtpijp. Het gaat goed, ik voel het. Vastbesloten ga ik door, tot het weg is. Weren zal ik deze kou, zodat hij zich niet kan vastgezetten zoals vroeger, in diepe holtes van mijn borstkas. Ik adem. In en uit. In en uit. Na een paar minuten vind ik het welletjes. Ik droog mijn gezicht af en pak de computer om de berichten te lezen.

Iets trekt mijn aandacht. Het is een tekening van een mens in foetushouding. Hij zit in een soort cocon. Er groeit een boom uit de cocon. Wat is dit? Ik open de aplicatie en zie een stuk in het engels, “Bye bye coffin” heet het. Ik lees de tekst bij de foto. “Deze organische pot zal je veranderen in een boom, als je dood bent.” Geboeid lees ik verder. Na je dood wordt je opgevouwen in de druppelvormige pot, in dezelfde houding als voordat je geboren werd. De pot is gemaakt van recyclebaar plastic. De stoffen uit je lichaam dienen als voeding voor de boom. Je kan zelf kiezen welke boom je wilt worden. In Engeland kan het al. Ik kijk mijn ogen uit en fantaseer.

Begraafplaatsen zullen bossen zijn, met grote heilige bomen, honderden jaren oud. En als een vader met zijn zoontje er wandelt zal hij fluisteren: “Kijk jochie, dit zijn je opa en oma en álle opa’s en oma’s die daarvoor leefden.” Met grote ogen zal het kind de bomen bewonderen en de magie van leven en dood beleven. Een kind weet misschien wel meer dan een volwassene! In plaats van een onderwerp dat zorgvuldig vermeden en verzwegen wordt, zal het iets moois en wonderlijks zijn. Een plek waar je zachtjes kan fluisteren en om raad kan vragen. Of schreeuwen. Heel hard schreeuwen en zingen als het moet.
Hoe lang geleden is het, dat al die eeuwenoude bomen werden geveld. Fanatieke Christenen met verbeten trekken hakten de ene reus na de andere om. Bijgeloof moest met man en macht bestreden worden. De rest was kachelhout.
Na de Christenen kwam het geloof in het economisch groeimodel en de vrijhandel. Dit nieuwe geloof maakte af wat de Christenen over hadden gelaten. Het ene na het andere bos wordt nog steeds geveld. De mensen die het woud onderhielden, wonen nu in krotjes in buitenwijken van stoffige steden. De bodem onder hun voeten weggeslagen.
En dan nu dit bericht. Een boom worden na je dood. Terug de aarde in met je voeten, met takken
tot de hemel. Dan wil ik een tamme kastanje worden. In een heel groot woud, waar voorouders
huizen en eekhoorntjes mijn noten eten. Net als vroeger.

.
.
Castanea Sativa, de Tamme Kastanje (napjesdragersfamilie)
De Tamme Kastanje wordt 25 tot 35 meter hoog.  Ze heeft een diep wortelstelsel en barst van levenskracht. Storm, bliksem, ze overleeft alles. De stam kan een diameter bereiken van twee meter. Als de boom de ruimte heeft, kan ze een weelderige brede kruin ontwikkelen. Het is geen familie van de paardenkastanje, waarvan de noten niet eetbaar zijn. Deze zijn wèl eetbaar. Je kunt ze vermalen tot meel, poffen of koken. Het hout heeft een hoge duurzaamheidsklasse en is goed te gebruiken voor doeleinden in de buitenlucht. Maar liever laat ik de boom heel. Dan kan ze  heel oud worden, duizend jaar worden ze zéker! De oudste staat in Sicilië en is 2000 tot 4000 jaar.  Ik noem deze boom “een zij” omdat in de naam afkomstig is van de wonderschone nimph “Nea”, door Jupiter betoverd uit wraak. Ze wilde niet met hem vrijen.

Dit is vast een zusje geweest van Nea.

https://scontent-ams3-1.xx.fbcdn.net/hphotos-xfa1/t31.0-8/476442_10150855033837151_92969409_o.jpg?efg=eyJpIjoiYiJ9

LINKS

Dit is het bericht wat ik las.

Bye-Bye Coffins! Tree Pod Burial Will Turn You Into A Tree When You Die


Mooie bomen kijken, en houtige verhalen lezen. Prachtige foto’s. Ook van de Tamme Kastanje.
http://www.mypassionfortrees.nl/tammekastanje.html