Ik maak er een potje van

Blogtek maakerpotjevan kl fr 006

.

Op de kast staat een stevige houten molen. Blank hout, met een slinger eraan om te draaien. „Anni“ staat er op. Het is één van de beste investeringen die ik heb gedaan. Een graanpletter, ofwel een vlokkenmolen. Ik eet geen brood meer. Jaar na jaar at ik het, maar het smaakt me niet meer. In plaats er van staat bij mij een grote zak haver in de kast en een zak rogge. Vijf kilo wegen ze, als ze nog vol zijn. In mijn voorraadkast liggen nog andere zakken en zakjes op elkaar gestapeld. Pompoenpitten, lijnzaad, rozijnen, kokos, noten, zonnebloempitten, gierst en meer. Alles wat ik genoemd heb gaat in de pap. Het belangrijkste zijn de havervlokken.

Voor ik ga slapen sta ik een minuutje te draaien. Vrolijk draai ik de slinger rond en zie in redelijk tempo de mix van granen in het gat van de pletter verdwijnen. Onder het tuutje van de afvoer vult een kleine stroom van vlokken mijn papkom. De gierst die erin zit verandert in een grof soort meel, de rogge en de haver zijn mooie platte vlokken geworden. Ik loop naar de glazen waterpot, en met de diepe lepel dompel ik een paar scheppen van het kristalheldere vocht en laat het in mijn kom lopen. Zes scheppen. Nu mag het de hele nacht weken.

Als ik wakker word, drink ik meteen een groot glas water. Niet meteen de pap opeten, eerst de oefeningen. Die duren dikwijls anderhalf uur. Het is net zo’n avontuurlijke mix als mijn ontbijt. Er zit van alles in. Poweryoga, oosterse vechtsport, dans, krachttraining, fysiotherapie, Chi Kung, stemtraining, boventoonzingen en acrobatiek. Het is helemaal door mijzelf aangepast aan wat ik kan, leuk vind en nodig heb. Heel langzaam verandert het programma, en de mogelijkheden breiden zich eerder uit, dan dat het minder wordt. Heerlijk!

In de krant lees ik de bevestiging van mijn gezonde levenswijze. Er is een nieuw boek uit, over gezond oud worden. Bewegen en havermout eten. Dat is hoofdzaak. Ik kijk naar mijn papkom en lach. Naast de krant staat mijn warme hap, rijk van smaak door de variatie aan ingrediënten. Ik denk dat het heel erg gezond is. Ik weet het wel zeker. Het leven begint pas!

Wiekies opkikker: Havervlokken, roggevlokken, gierst, gehakselde pompoenpitten, lijnzaad, kokos, rozijnen, paar gehakselde noten, kaneel, kokosvet, klein scheutje geitenmelk of sojamelk en water. Even koken en daarna een paar minuten laten staan. In plaats van hakselen kan je de noten en de pitten ook gewoon fijnkauwen en uitspugen, als je alleen bent. Dan verteert het harde spul ook beter door enzymen.

Weetjes: Mijn maaltje is langzaam gegroeid, en past bij me als mijn huis. Behalve vreselijk lekker, is haver opwekkend, net als chocola. Je wordt er levenslustig van.
Kokosvet is een vetsoort die meteen wordt opgenomen als energie, en hoopt zich niet op in het lichaam. Geitenmelk is beter verteerbaar dan koeiemelk. Kauwen op rozijnen en roggevlokken is goed tegen tandplak. Rogge en lijnzaad zijn goed voor de oestrogeenbalans bij vrouwen. Rogge en pompoenpitten zitten vol mineralen en de pitten bevatten bovendien antivirale stoffen.

Desondanks was ik toch moe en lusteloos tijdens de eindeloze herhaling van donkere dagen. Vitamine D bleek de oplossing. Meteen de hoogste dosis genomen. Nu kan ik er weer tegen. Hoera!

Volgende experiment: Haver en lijnzaad is te krijgen als paardenvoer. Het gekookte lijnzaad wordt gebruikt om de darmen schoon te maken, als de dieren veel zand binnen krijgen bij het grazen. Haver en lijnzaad schijnt als veevoer even lekker te smaken als het spul dat in keurige kleine zakjes te koop is. Ik wil het wel eens uitproberen.

Een bloeiend pad naar de uitgang

Blogtek bloeiend pad kl fr

.

„Dat je daar weg gaat, ik snap het niet. Het is zo’n mooi plekje! Ik zou helemaal gelukkig zijn als ik daar kon staan met mijn wagen.“ Buurman Jan kijkt met glimmende ogen naar de lege plek, waar zojuist nog mijn woonwagen stond. Die staat nu twintig meter verderop. Ton is net weg, met zijn jeep. De kippen krabben in de zwarte grond. Het stikt er van de wormen, die zaten lekker koel en nat onder de vloer. Daar lag karton met plastic zeil erop. Dat is nu allemaal verdwenen. Het is een fijne en vruchtbare plek geworden, rondom begroeid met tal van planten, bloemen en struikjes. Mezen, vinken, heggemussen en andere vogels vliegen af en aan.

Ik kijk Jan vrolijk aan. „Weet je?“ zeg ik „Ik maak op mijn nieuwe plek wèèr een tuin. Deze hier wordt dan de moedertuin. Er groeit zoveel tussenin wat ruimte kan gebruiken, kijk daar, het zonnige moederkruid, de sterke kruiptijm en dan die heerlijke framboos, die groeit als een raket! Hier steek ik de plantjes uit, en andere mensen kunnen dat ook doen. En rond bewoonde wagens, daar groeit het het beste. Er zijn beschutte hoekjes en er is bemesting. Het is de plek waar je bènt.”
„Wat een leuk idee!“ zegt Jan
„Jaaa! En als dit dan wat geworden is, dan schuif ik weer verder op. En maak ik dààr een tuin. Zo beweeg ik steeds verder naar de uitgang. En als ik daar ben aangeland, dàn ga ik weg.”
Jan lacht. „Geweldig! Dan krijgen we hier één lange groene strook op de camping.“
Ik grijns. „Wie weet. Wellicht gebruik ik de camping als uitvalsbasis, straks. Dan blijft mijn wagen hier voorlopig staan en kan ik dit plan rustig uitvoeren.“ Ik staar in gedachten naar de gretig gravende kippen.
Jan kijkt naar de mezen in de takken van de kersenboom, en naar de bloemen die eronder groeien. „Het is de mooiste plek van de camping geworden“ zegt hij uiteindelijk. „Dat heb je goed gedaan!“
Ik gloei.

.
Ik noem deze vorm van tuinieren „Nomadische permacultuur.“ Ik maak iets, ik heb iets en ik laat het achter op het juiste moment, wanneer ik weet dat er goed voor gezorgd wordt en anderen er blij mee zijn.

.

.

.

Werken in de wind

Bouwen voor montage 012

Een sterke wind en stormachtige regenvlagen rukken aan takken van bomen en struiken. Ergens flappert een stuk loshangend zeil dat één van de wagens bedekt. De camping ligt er verlaten bij. De ezel schuilt achter een beukenhaag en het koetje achter zijn hok.
Dick is er. Hij heeft vier hele dagen om te helpen. Dat gebeurt zelden. Ik hoop dat we een heel eind komen. Zou het lukken om de nok klaar te krijgen? Onder de overkapping bij het toiletgebouw, daar hebben we ons geïnstalleerd. Om zeven uur gaat de wekker. Een poosje later lopen we op onze klompen over het gras naar het werk.

„Ik ga er even langs hoor!“ zegt Anouk, de nieuwe veldgenoot met de Yurt. Ze kijkt wat we aan het doen zijn. De nok van mijn nieuwe wagen ligt op twee uitéénstaande terrastafels. Je kan er net precies omheen lopen, naar de wc’s. „Wat een vakwerk! Dit vind ik zò mooi, hoe vaak zie je dat nou..“ zegt ze. Ik glim van trots. Het vijf meter lange werkstuk bestaat uit twee opstaande planken. Erboven is een driehoekige skelet voor het dakje met in het midden een gladde rondgeschaafde nokstok. Het ding wordt steeds indrukwekkender en zit vol interessante details, die allemaal een functie hebben. Ik heb er al vele uren aan gewerkt en er komen steeds meer uren bij.
Naast de nok, op de grond, ligt de dakbedekking. Een zwarte lap van kunstrubber. Met sjorren en trekken krijgen we de bovenste tien centimeter van de lap op de plank. Terwijl ik de stugge materie op zijn plek duw, zet Dick de lijmklem op een lange lat die de zwaartekracht moet trotseren. Dan hijsen we de andere helft omhoog, zetten het vast op dezelfde manier en dan zit het. De rest van het rubber hangt naar beneden, net tot aan de stoep. Nu alles op zijn plek ligt, kunnen we met het echte werk beginnen. We moeten het rubber vastzetten, en waterdicht verlijmen, zodat er geen vocht tussen komt. Als deze kant klaar is doen we de andere helft. Een heel werk.
„Ik vind het zo fijn dat je er bent,“ zeg ik tegen Dick „Nu kan ik iets groots doen!“
Dick staat voorovergebogen hapjes in het rubber te knippen, voor de uitsparingen. Harde wind waait regendruppels onder het dak van onze schuilplaats door en maken donkergrijze spikkels op de stoep. De spatten komen net niet niet tot de plek waar Dick zijn handen geduldig voortgaan. Een grijze krul hangt langs zijn geconcentreerde gezicht, een diepe plooi tussen de wenkbrauwen. Ik geef hem een aai over zijn bol. Hij kijkt lachend op. „ Het is meer werk dan we dachten, maar het vordert gestaag,“ zegt hij monter „We zouden het ook af kunnen raffelen, maar dan wordt het lang niet zo mooi.“ Ik ben het helemaal met hem eens. Het kost tijd om er iets moois van te maken. Ik ben blij dat Dick daar ook van houdt. Mijn nieuwe wagen is het waard. Hij wordt van top tot teen gemaakt met liefde voor het werk. Kan dit iets anders worden dan een pareltje? Ik dacht van niet!

Bovenin de opstaande nok komt een lange ventilatiekap. Verderop houdt dit op, en gaat het over in een lang, smal daklicht. In het uiteinde komt in een soort alkoofje, een glas in loodraampje, helderblauw met rood. (Judith Bark haar werk)
De dakbogen lopen aan weerszijden van de nok naar beneden, in een flauwe bocht. Ze worden bedekt met twee grote lappen kunstrubber. Ze komen uit in de goot, waar het voor een lekvrije afwatering dient.

.

.

.

.

Achter ’t zeil gebeurt het

Bouwen voor montage 003

Ik heb bezoek. „Dag!“ lacht de weelderige blondine, die voor mijn deur staat „Ik ben Wieke“
„Dat is leuk, zijn we naamgenoten“ zeg ik „ Kom binnen.“
Ik open de deur zodat ze mijn woonwagen kan in stappen. Op de mat blijft ze staan. “Oh, wat een mooi plekje!“ roept ze „En de kachel brandt al lekker. Fijn!“ Achter haar staat een lange jongen met lang donker haar. Hij kijkt over haar schouder mee. „Dit is nou echt een plek waar ik zou willen wonen.“ droomt ze verder „ Ik heb altijd gehouden van kleine coconnetjes. Ik hoef niet groot te wonen, wat moet ik met al die ruimte… “

Af en toe komt er iemand langs, die mijn verhaaltjes leest, en die ook graag op een andere manier wil leven. Mensen die houden van de knusse gezellige eenvoud van kleine behuizing, jong of ouder. Iedereen is welkom.
Met Wieke en Bas maak ik een rondje over het terrein. We lopen langs de tuin en ik laat ze de nieuwe wagen zien. „Je bent al ver!“ zegt ze bewonderend. „Jahaa,“ knik ik grijnzend, terwijl ik het doorzichtige zeil oplicht om er onderdoor te kruipen. „En er gaat nog veel meer gebeuren. Kijk, dit is een raamkozijn met spatlap. Helemaal klaar voor montage.“ Wieke knikt.  „Ik heb het gelezen op je blog.“
„Het is de vraag hoe het zal gaan, deze week“ denk ik hardop. „Ik wil alle onderdelen in elkaar gaan zetten. Erg spannend want je weet maar nooit. Sommige verbindingen zijn op kurkdroge zomerdagen uitgehakt en zullen in de vochtige herfstlucht flink zijn uitgezet. Dat zal nu niet meer passen.“ Bas knikt „ Er komt altijd meer bij kijken dan je van te voren kan bedenken.“ Ik lach hem toe. „Gelukkig komt mijn vriend Dick. Ik kan veel alleen, maar dit is te veel en te zwaar. En zo fijn dat ik een paar dagen met hem kan overleggen!“
„Het wordt mooi. Je hebt het goed voorbereid..“ zegt Bas terwijl hij zijn hand langs het hout van de wagen laat gaan. Ik knik. „Laten we verder gaan, “ stel ik voor. We kruipen terug onder het zeil door, het veld op van de minicamping. De ezel balkt vanuit de verte en de honden van Jan springen enthousiast heen en weer, als we naderen. We bekijken een paar woonwagens en de prachtige Tinker achter het hek met zijn harige witte sokken. “Het bevalt me hier!” zegt Wieke. “Ik kom vast en zeker terug!” Gelijk heeft ze. Dit is een fijne plek.

.

Bouwen voor montage 012

Het is een beetje improviseren, maar het gaat best.

.

Bouwen voor montage 004

Het raamkozijn met spatlap van EPDM, kunstrubber, komt ook op het dak.

.

Bouwen voor montage 005

Raamkozijnophanging aan lange lat bovenaan.

.

Bouwen voor montage 020

Constructie van versterkte dakboog in het midden.

.

Bouwen voor montage 023

Fijn halfhoutverbindinkje in vensterbankplank.

.

Bouwen voor montage 009

Dakbogen en deurpostbevestigingspalen met alle verbindingen.

.

Bouwen voor montage 014

Gereedschapsplek  onder de werkbank als ik bezig ben.

.

Bouwen voor montage 008

Isolatiemateriaal, Schapewol van Doscha 8 cm dik.

.

Bouwen voor montage 001

Dakkap onder zeil. Komt als hoogste punt in het midden, in de gleuven van de dakbogen.

.

Bouwen voor montage 010

Dit komt straks pas, maar staat ook al klaar.

.

Link naar de camping: http://www.denbobbel.nl/deontginner/1.1.php

Wakker worden in mijn woonwagen

Blogtek ontwaken in woonwagen kl fr 011

.

Ik hoor een haan kukelen en besef dat ik wakker ben. Wat droomde ik zojuist? Ik heb mijn ogen nog dicht en probeer het me te herinneren. Ik weet het niet meer. Weer hoor ik de haan, die luidruchtig duidelijk maakt dat het ochtend is. Hij scharrelt rond om mijn wagen. Ik doe mijn ogen open, kijk over het randje van de dikke dekens en voel de lucht. Het is koud. Het tere ochtendlicht schemert door witte katoenen gordijnen en kondigt een zonnige herfstdag aan. Ik kruip nog eens diep onder de dekens en doe mijn ogen weer dicht. Ik zie mijn nieuwe wagen voor me, en het raamkozijn, dat ik aan het inbouwen ben. Ik zie de constructie boven de vensterbank, onder het gewelfde dak. Ik ben blij dat ik het opnieuw helder heb, wat er moet gebeuren.  Ik voel een lichte luchtstroom om mijn gezicht, het enige stukje vel dat bloot is, onder mijn witte wollen slaapmuts. Ik denk er aan hoe het zal zijn als het af is, mijn  wagen. Het moet heerlijk zijn om in zo’n kleine knusse cocon wakker te worden. Een huisje dat ik ken als mijn eigen huid. Een warm nest ingekleed met wol. Als ik dan wakker word is de warmte van de kachel nog blijven hangen. De lucht is er nooit vochtig en klam  ’s ochtend vroeg. Straks ga ik weer verder met bouwen. Maar niet haastig. Nee, rustig en met blijvend oog voor details.

.
De haan zit nu vlak voor mijn raam en kraait opnieuw. Ik neem afscheid van de vertrouwde warmte van mijn nest en kom overeind. Ik grijp de dikke wollen trui die naast me ligt en een wollen rok. Gauw trek ik het aan, over mijn nachtkleren heen, voor de kou vat op mij krijgt. Het echte aankleden komt later wel. Ik trek de slaapmuts ver over mijn oren en stap uit bed om mijn klompen aan te doen. Als ik de deur opendoe komen alle kippen aangerend. Ik stap het trapje af van het bordes, het bedauwde gras op. De kleine zwart-witte kipjes naderen wat schuw en blijven op afstand staan. De grote bruine kippen kuieren zonder angst vlak voor mijn harde blauwe klompen.
Ik loop naar het schuurtje. Dat bestaat uit een stuk kromgebogen golfplaat, vastgeschroefd met dikke bouten aan twee platen betonplex. Het is eigenlijk meer een heel kort tunneltje dan een schuur, en mijn fiets past precies in de lengte onder het tochtige gat. Aan weerszijden is de buitenkant bedekt met hellende stapels dakpannen. Er bovenop liggen takken. De eerste ranken klimop kruipen langs het oranje aardewerk omhoog en zullen straks de dode takkenbos volledig in bezit  nemen. Nog een paar jaar en alles is ermee bedekt. Ik buk me onder de net iets te lage golfplaat door en doe twee stappen naar de plek waar mijn fiets staat. Hij leunt tegen een kist aan.
Alle kippen zijn me gevolgd, langs het korte kronkelpaadje tot aan deze plek, het heilige der heiligen. Het meest levendige kipje zit bovenop het deksel van de kist en haar oranje ogen kijken alle kanten op, in afwachting van het heerlijke dat straks komt. Ik pak Kipje beet en zet haar op de grond. Dan gaat de klep open. Kipje kijkt ongeduldig over de rand van de kist. “Pas op meid”, zeg ik tegen haar. “Als de deksel valt heb je je nek gebroken!” Met één hand hou ik de deksel open, met de andere hand doe ik een graai. Ik voel de korrels tussen mijn vingers door glijden, voor ik het breed uitstrooi over het gras. Alle kippen, groot en klein, rennen alsof hun leven ervan af hangt en pikken haastig in het rond. Behalve Kipje. Kipje staat naast mij en kijkt me vragend aan. Ze tokt iets in het kips, alsof ze wil zeggen ” Krijg ík nog wat?” Ik graai opnieuw, en leg een hoopjel zaad vlak voor haar neus. Gretig begint ze te eten. Ik doe de kist dicht en ga  naar binnen om de kachel aan te steken.

.

Kipje wacht voor de deur tot ik naar buiten kom.

Kip in licht kijkt kl frm

.

.

.

Ver weg in Idaho

.

Blogtek Idaho kl fr

Terwijl ik aan het raamkozijn werk, komt er een jongen aan die gek is op het land van Idaho. Er volgt een gesprek. Onderaan zie je de foto’s van waar ik op dat moment aan werkte.

.

Een grote brede vent sjouwt met stoeptegels. Hij is al een paar dagen bezig. Hij doet zwaar en voorbereidend werk voor An, een vrouw die hier komt wonen. Onder het zeil verstopt ligt een stapel materialen voor de prachtige yurt. Ernaast is hij bezig. Hij tilt de tegels uit de kruiwagen en legt ze neer op het weiland. Ik zie het vanuit de verte en loop erheen. “Lukt het met egaliseren, Marco?” roep ik. “Ja hoor,” zegt hij opgewekt, de dieren hebben het hier goed platgetrapt. Gelukkig maar, want met die harde grond kun je het zand niet schuiven.” Ik knik bevestigend en kijk naar de balkjes die hij gezaagd heeft. “Mooi recht hout”, merk ik op. “Veel hout trekt krom, met dit vochtige weer. Ik heb een paar balkjes waar ik niks mee kan.”
“Heb jij hier ook een project dan?”
“Ja, ik bouw een kleine woonwagen. Verderop, onder dat transparante zeil.” Hij lacht. “Gaaf zeg, en ga je ermee trekken?”
“Zou kunnen. Maar eerst wil ik onderzoek doen, vooral naar muildieren. Daarna pas beslis ik.”
“Muildieren…. die hebben ze veel in Amerika.”
“Kom je daar wel eens dan?”
“Elk jaar wel een paar maanden, ik ga naar Idaho, al vijfentwintig jaar.”
“Dan ben je er vast helemaal mee vergroeid…. Maar dat land is toch heel plat, droog en kaal,” vraag ik.
“Nee, er zijn bergen van meer dan 3000 meter, net als in de Alpen.”
“En dan niet beplant met sparren voor houtkap, zoals in Zwitserland zeker…”
“Nee, daar is alles nog wild.”
“Is er ook water?”
“Ja, bergen, rivieren en steppen. En prachtige rode aarde. Alles is er. Ik hou veel van dat land..” Marco is even stil voor hij verder gaat. “Er is een gebied ter grootte van Nederland, waar je niks op de motor mag doen. Boswachters moeten er zagen met een trekzaag. Daar trokken wij rond. We kwamen een groep mensen tegen, die rondtrokken met muildieren. Het waren er zoveel!” Hij lacht bij de herinnering. “We hebben een biertje bij ze gedronken. Muildieren zijn heel rustig, weet ik nu. Ze rennen niet weg voor iets, zoals paarden. Ze willen ook alleen maar langzaam lopen.”
“Ja,” antwoord ik opgewekt, “ik heb al veel over ze gehoord. Jammer dat er hier maar zo weinig van zijn. Ik zou de dieren graag leren kennen en de mensen die bij ze horen.”
“Ga je ervoor naar Amerika dan?” vraagt Marco nieuwsgierig.
“Wie weet. Ik ben in elk geval blij met je verhaal. Dank je wel!”
“Succes met je wagen. Ik kom zo even kijken.”
“Okee!” lach ik.
Ik loop terug over het bedauwde gras, op mijn blauwe klompen.

.

.

HET RAAMKOZIJN

.

Waar keek Marco naar toen hij kwam kijken bij mijn nieuwe wagen? Op dat moment was ik de kozijnverbinding aan het maken. De gaten boorde ik met een verzinkboortje.

.

bouwen kozijnverbinding kl fr 001

.

Om het gat aan de andere kan precies op de goede plek te krijgen, wilde ik graag een afdruk maken. Ik bedacht me dat ik het verzinkboortje opnieuw kon gebruiken. Je kan het boortje er ook uithalen, met een imbussleuteltje. Ik heb dat gedaan en het andersom in het gat gestopt. Nu kon ik het kozijn er tegen aan drukken en komt er de afdruk van een klein cirkeltje in het hout.

.

bouwen kozijnverbinding kl fr 004

.

Eruit halen was even lastig. Met een griptang wilde niet. De oplossing bleek simpel. Boortje in het gat stoppen en zijwaarts kracht zetten, alsof je hem scheef probeert te duwen en tegelijkertijd trekken. Hoppekee daar komt hij al.

.

bouwen kozijnverbinding kl fr 005

.

Dat is genieten, beide gaten precies op de juiste plaats!

.

bouwen kozijnverbinding kl fr 006

.

 

De lucht staat stil

Mistige flarden van tijd kl fr

.

De lucht staat stil. Het lijkt wel
of de tijd zich verdicht,
net zoals de lage lucht buiten.
Stroperig bewegen de wijzers van de wekker
en vertellen me dat het negen uur is.

De wereld probeert door te draaien in
hetzelfde tempo, maar de files verdikken zich
als verstopte aderen in een
afgetakeld lichaam dat zich stoterig beweegt
naar het einde van de wereld,
waar alles mistig is.

Ik pak de stenen vijzel en de kom,
leg er een walnoot in en kraak hem
op het puntje,
zodat hij in vier delen uitéén valt
en nog één, en nog één
zoals mijn moeder deed en mijn moedersmoeder
al zoveel seizoenen voor mij

Herfst.

.

Ik heb mijn ochtendoefeningen gedaan, maar het helpt niet. Mijn hoofd is even mistig als de buitenlucht. Wat kan ik doen, met een slome kop? Geen ingewikkelde constructies maken, dat is duidelijk. Zonder er lang over na te denken, pak ik de doos met walnoten en tamme kastanjes. Ik heb ze gisteren geraapt en ze zijn nog vochtig van de buitenlucht. Beter dat ze niet te lang liggen, want dan gaan ze rotten. Ik pak de zware stenen vijzel en de kom, leg er een walnoot in en kraak hem op het puntje, zodat hij in vier delen uitéén valt. En nog één, en nog één. Ik kom al snel in een prettige ritme. De doppen gaan de zak in. Aanmaakmateriaal. Ik voel me best tevreden zo. Het is de tijd niet, om bergen te verzetten, en mijn nieuwe wagen hoeft écht niet af voor de winter. Nu is het herfst. Tijd om de voorraden aan te vullen, terwijl de klok maar tikt en tikt. Zo gaat het nu en zo ging het al eeuwen voor mij.

.

Ik kon het niet

.

Blogtek myxomatosebeestje kl fr 003

.

Na een lange dag fiets ik langs de drukke weg die naar het kanaal leidt. Ik ben vol van indrukken. Wat een mensen zag ik vandaag. Een dikke stroom was het, die door de straten van Amsterdam schoof, demonstrerend tegen TTIP.* Ik heb het bord met de leus aan de stang van mijn herenfiets gebonden, het zit niet in de weg bij het fietsen. Ik verheug me op de stilte van het fietspad dat me helemaal naar huis brengt, twaalf kilometer langs het water, zonder auto’s. Daarna hoef ik nog maar een klein stukje.
Als ik het talud af fiets naar het Wilhelminakanaal, zie ik helemaal beneden een vrouw staan. Ik stop naast haar om te zien waar ze naar kijkt. Het is een klein konijn. Hij heeft zich helemaal tegen de onderste trede van de trap gedrukt, die naar het voetpad op de brug leidt. Hij haalt moeilijk adem, zijn ogen zijn dicht en dik, en zijn vacht is verfomfaaid. “Hij is ziek,” zegt ze. “Ja, ik ken dit,” zeg ik “Myxomatose. Hij lijdt enorm. Dood is hij beter af.” De vrouw knikt en blijft vol medelijden naar het konijn kijken.
Vanaf het talud komt nog een vrouw aanlopen met een zwarte hond die haar netjes volgt. Maar hoe braaf hij ook lijkt, toch pakt ze de riem, als ze ziet waar we naar kijken. “Ooooh, dat konijn heeft amitosatosa… of zoiets!”
“Ja, myxomatose,” zeg ik “Het zijn virussen, die hem onderhuids opvreten. Eerst wordt hij blind en weet hij niet meer waar hij is. Het is heel erg besmettelijk voor andere konijnen.”
De vrouw knikt. “Het is vreselijk. Ik heb dit eerder gezien. Dat konijn liep zomaar pal voor mijn hond en hij beet hem meteen dood.” Ze klikt het riempje goed dicht.
“Nou,” zeg ik “dan is het toch ook opgelost…”
“O nee! Ik denk er niet aan. Dan zit ik de rest van de dag te trillen.”
“Tja,” zeg ik.
Een stevig man op de fiets houdt vaart in en blijft naast ons stil staan. Hij zegt niks en volgt het gesprek. Het kleine dier heeft alle aandacht, maar is zich van niks bewust. De pijn moet ondraaglijk zijn, bedenk ik me. “Ik zou het willen, dat ik het kon, het dier uit zijn lijden verlossen.”
“Ja, dat zou het beste zijn,” zegt de eerste vrouw. Dan haal ik diep adem en doe een stap naar voren. “Ik zeg dat wel altijd, maar nu heb ik de kans om het te doen. Ik wil het nù proberen.” Zonder een woord verdwijnen de twee vrouwen. De man is er nog, startklaar op zijn zadel, één voet op de grond. “Hoe doe ik dat,” stel ik hem de vraag “Een steen erop gooien? De nek omdraaien? Boeren die dòen dat gewoon hè..”
De man kijkt me vol ongeloof aan. “Nou ìk ben weg!” zegt hij.
Dan ben ik alleen. Ik kijk naar het konijn zonder het aan te raken. Ik zie hoe moeizaam hij ademt en wacht op het verlossende moment van zijn dood. Maar ik kan het niet. Ik kan het níet.

Achteraf gezien hadden we het beste een doos kunnen halen bij de supermarkt aan de overkant, en de dierenambulance bellen. Die lossen het probleem dan op. Hoeven wij het niet te doen. Maar toch zou ik het graag zelf ook kunnen, voor in geval van nood.

.

*Lees het vorige verhaal: “Op pad voor een eerlijke wereld.”

Opmerking:  Ik mocht deze week mijn verhaal vertellen bij radio 4, bij Passaggio, mijn favoriete radioprogramma. “Het pleidooi van de luisteraar” heet de rubriek. Klik hier om het te beluisteren. Druk vervolgens op het pijltje bovenaan de pagina van Passaggio.

Op pad voor een eerlijke wereld

Een ander verhaal

Demonstratie TTIP kf-10-10-15 001

.

Buiten tjilpen vinken. Binnen brandt de kachel op een paar kleine houtjes. De lucht is grijs en slaperig. Het eenvoudige leven dat ik leid, is ver genoeg van de bewoonde wereld om alles te kunnen vergeten. Maar dat laat ik niet toe. Ik wil wakker blijven, vooral nu. De stilte maakt mijn hoofd helder.
Tegen de muur geleund, naast de bedbank, staat een bord. Een soort spandoek is het, met een stok eraan. “Share and Care” staat er op, in mooie zwarte letters. Het bord heeft diverse demonstraties meegemaakt. Hij is in Kopenhagen geweest in 2009, tijdens de klimaattop. En ik had hem bij me op de Dam, tijdens een solidariteitsdemonstratie voor Egypte. De tekst klopt altijd. Ook nu, want zaterdag is het weer zover. Dan blaas ik het stof eraf. De Tibetaanse gebedsvlaggetjes die ik eraan vastmaakte, zullen weer wapperen in de wind. Ik zal er bij zijn. De demonstratie tegen TTIP. Een monsterlijk groot vrijhandelsverdrag tussen Europa en de VS.
Dit verdrag gaat niet over kosten van invoer. Die barrières zijn allang verdwenen. Het gaat om macht, om de kleine lettertjes die onder het verdrag staan. Lettertjes die pas op het laatst genoemd worden, aan het einde van de onderhandelingen. Snel, mompelend, zoals mijn hongerige oom het Onze Vader bad, voor hij zijn bord dampende aardappels verorberde. Die lettertjes zijn het, waarmee geld verdiend wordt, waarmee de Multinationals hun onverzadigbare honger willen loslaten op talloze landen ter wereld. Grondstoffen, olie, gas. Daar gaat het om. En nu gaat het om ons.

Toen de westerse landen hun koloniën kwijtraakten, zagen ze langzaam hun bezittingen verdwijnen. Het land eiste zijn bezit terug, er volgden onteigeningen. Om dit proces tegen te gaan, werd iets nieuws bedacht. Iets heel slims. Een manier om volkomen legaal hun bezit op te eisen zonder dat er wapens en legers nodig zouden zijn.
Het werkt zo. Onder het mom van diplomatieke goodwill, bezoeken westerse landen hun koloniën. Een gelegenheid met veel glimlachjes, uitwisseling van traditionele gerechten en ceremoniën en handen schudden. Het tekenen van een vriendschapsverdrag volgt. Ondertussen zit het addertje al hebberig te loeren, daar onder het gras. En als alles in kannen en kruiken lijkt te zijn, en de feestelijkheden zijn voorbij, dan komt het eruit. Het addertje wordt een vraatzuchtig monster, dat eist en nog meer eist. Hoe kan dat?
Investeerders Staat Arbitrage. Dat is de Nederlandse vertaling er voor. De multinational is de aanklager. Ze willen iets hebben en ze mogen hun gang niet gaan. Olie, gas of andere kostbare grondstoffen. Ze mogen niet, want het land dreigt te verzakken, of een rivier zal overstromen als er geboord wordt. De mensen van het land en de Overheid, zijn er over eens, het kan echt niet. Maar dan komt het. Het bedrijf eist een schadevergoeding. Drie advocaten spreken recht over de zaak. Eentje voor het bedrijf, een tweede voor het land in kwestie, en dan nog een derde die gekozen wordt door de Wereldbank. De Wereldbank is erg Amerikaans van karakter, dus eigenlijk is het twee tegen één, begrijp ik. Het onderonsje vindt plaats achter gesloten deuren in een achterkamertje van de Wereldbank. Hier worden keuzes gemaakt die gaan over miljarden aan belastinggeld.

Met de ISDS clausule kan een bedrijf overheden aanklagen als ze zich gedwarsboomd voelen. Groningers kunnen de grond in zakken. Als de regering de mensen steunt en de gaskraan dicht draait, dan kunnen ze een miljardenclaim verwachten. Dus zullen ze hier bij alle beslissingen rekening mee houden. Veel landen ondertekenden al een verdrag met deze clausule. Nederland verdient er zelf óók aan. Vooral door handelsverdragen aan de andere kant van de evenaar. Die landen hebben spijt als haren op hun hoofd. Nu wil Europa dit verdrag zelf aangaan, met de VS. Zo kunnen grote Europese bedrijven zich in Amerika gedragen als een Amerikaanse multinational. En  Amerikaanse multinationals zullen hìer hoog van de toren kunnen blazen. Regeringen zullen zich meer en meer gaan richten op deze buitenlandse bedrijven, uit angst voor schadeclaims. En wij, we kunnen fluiten naar een openlijke handel en eerlijk delen op eigen grond. Dokken, dat mogen we. Tenzij we de torens afbreken. Langzaam maar zeker. Samen met de natuur wellicht, waar niet mee valt te spotten.

Ik ga er heen, naar Amsterdam, zaterdag 10 oktober. Ik neem mijn sopranino mee, mijn allerkleinste fluitje. “Deel en zorg” zegt mijn spandoek. En op de achterkant schrijf ik: ISDS, NEE! Ik hoop dat er veel mensen meedoen.

.

Na je dood de boom in

.

Alowieke 28-09-2015

.

Gebogen sta ik voor het aanrecht. Een zwarte handdoek sluit mijn hoofd af voor de buitenwereld en ik heb elk gaatje zorgvuldig dichtgevouwen. Stoom stijgt op en zet zich af in hete druppels op mijn huid. Ik adem, diep in en weer uit. Ik voel de warmte in mijn luchtpijp. Het gaat goed, ik voel het. Vastbesloten ga ik door, tot het weg is. Weren zal ik deze kou, zodat hij zich niet kan vastgezetten zoals vroeger, in diepe holtes van mijn borstkas. Ik adem. In en uit. In en uit. Na een paar minuten vind ik het welletjes. Ik droog mijn gezicht af en pak de computer om de berichten te lezen.

Iets trekt mijn aandacht. Het is een tekening van een mens in foetushouding. Hij zit in een soort cocon. Er groeit een boom uit de cocon. Wat is dit? Ik open de aplicatie en zie een stuk in het engels, “Bye bye coffin” heet het. Ik lees de tekst bij de foto. “Deze organische pot zal je veranderen in een boom, als je dood bent.” Geboeid lees ik verder. Na je dood wordt je opgevouwen in de druppelvormige pot, in dezelfde houding als voordat je geboren werd. De pot is gemaakt van recyclebaar plastic. De stoffen uit je lichaam dienen als voeding voor de boom. Je kan zelf kiezen welke boom je wilt worden. In Engeland kan het al. Ik kijk mijn ogen uit en fantaseer.

Begraafplaatsen zullen bossen zijn, met grote heilige bomen, honderden jaren oud. En als een vader met zijn zoontje er wandelt zal hij fluisteren: “Kijk jochie, dit zijn je opa en oma en álle opa’s en oma’s die daarvoor leefden.” Met grote ogen zal het kind de bomen bewonderen en de magie van leven en dood beleven. Een kind weet misschien wel meer dan een volwassene! In plaats van een onderwerp dat zorgvuldig vermeden en verzwegen wordt, zal het iets moois en wonderlijks zijn. Een plek waar je zachtjes kan fluisteren en om raad kan vragen. Of schreeuwen. Heel hard schreeuwen en zingen als het moet.
Hoe lang geleden is het, dat al die eeuwenoude bomen werden geveld. Fanatieke Christenen met verbeten trekken hakten de ene reus na de andere om. Bijgeloof moest met man en macht bestreden worden. De rest was kachelhout.
Na de Christenen kwam het geloof in het economisch groeimodel en de vrijhandel. Dit nieuwe geloof maakte af wat de Christenen over hadden gelaten. Het ene na het andere bos wordt nog steeds geveld. De mensen die het woud onderhielden, wonen nu in krotjes in buitenwijken van stoffige steden. De bodem onder hun voeten weggeslagen.
En dan nu dit bericht. Een boom worden na je dood. Terug de aarde in met je voeten, met takken
tot de hemel. Dan wil ik een tamme kastanje worden. In een heel groot woud, waar voorouders
huizen en eekhoorntjes mijn noten eten. Net als vroeger.

.
.
Castanea Sativa, de Tamme Kastanje (napjesdragersfamilie)
De Tamme Kastanje wordt 25 tot 35 meter hoog.  Ze heeft een diep wortelstelsel en barst van levenskracht. Storm, bliksem, ze overleeft alles. De stam kan een diameter bereiken van twee meter. Als de boom de ruimte heeft, kan ze een weelderige brede kruin ontwikkelen. Het is geen familie van de paardenkastanje, waarvan de noten niet eetbaar zijn. Deze zijn wèl eetbaar. Je kunt ze vermalen tot meel, poffen of koken. Het hout heeft een hoge duurzaamheidsklasse en is goed te gebruiken voor doeleinden in de buitenlucht. Maar liever laat ik de boom heel. Dan kan ze  heel oud worden, duizend jaar worden ze zéker! De oudste staat in Sicilië en is 2000 tot 4000 jaar.  Ik noem deze boom “een zij” omdat in de naam afkomstig is van de wonderschone nimph “Nea”, door Jupiter betoverd uit wraak. Ze wilde niet met hem vrijen.

Dit is vast een zusje geweest van Nea.

https://scontent-ams3-1.xx.fbcdn.net/hphotos-xfa1/t31.0-8/476442_10150855033837151_92969409_o.jpg?efg=eyJpIjoiYiJ9

LINKS

Dit is het bericht wat ik las.

Bye-Bye Coffins! Tree Pod Burial Will Turn You Into A Tree When You Die


Mooie bomen kijken, en houtige verhalen lezen. Prachtige foto’s. Ook van de Tamme Kastanje.
http://www.mypassionfortrees.nl/tammekastanje.html