Denk aan je pensioen, zei hij

.

.

Ik was achttien toen een leraar het zei: Denk aan je pensioen. Ik was stomverbaasd dat iemand kon geloven dat de wereld er over veertig jaar nog steeds hetzelfde uit zou zien.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Ik leg de smartphone neer op de tafel van de buitenkeuken. Hoe lang zullen we nog met zo n ding rondlopen? Ik kijk nog even naar alle barsten in het kleine schermpje. Ja, beter om hem hier te laten liggen. Ik pak de sikkel van de haak. Door het vochtige gras loop ik naar het Verborgen Verhalenpad. Ik zie er nooit iemand. De anderen zijn allemaal bij hun eigen huisjes bezig. Wat het uiteindelijk worden zal? Dat weten degenen die na mij komen. Ik weet maar weinig. Ik doe. Jaren gaan voorbij en iedereen wordt ouder. Zoveel mensen komen en gaan. En telkens weer loop ik alleen verder, met vuile vingers van het werk.

Terwijl ik de overhangende rietstengels ontwijk, denk ik aan een docent van lang geleden. Ik moet achttien zijn geweest of zo. Ik kan me zijn gezicht niet meer herinneren en ik weet ook niet meer wat hij gaf. Ik weet alleen nog dat hij zei. “Het is heel belangrijk dat jullie nu al aan je pensioen denken!” Ik lach even bij de gedachte en vouw mijn broekspijpen omhoog om ze droog te houden in het bedauwde gras. Die man, ik heb hem met open mond aangegaapt. Ik hield me met heel andere dingen bezig. Ik had net mijn kamer opgeruimd en alle overbodige luxe verwijderd. We komen met zijn allen nog eens om in die luxe, dacht ik. Ik wilde eenvoudig leven en een pensioen had ik vast ook niet nodig als ik oud was.

Ik kijk om me heen en luister. Het mist een beetje en de snelweg verderop ruist en suist. Wat een drukte. Het wordt steeds erger. Allemaal mensen onderweg naar hun werk. Zouden die allemaal denken dat ze ooit met pensioen zullen gaan? Als ik vijfenzestig ben, dan is er helemaal geen pensioen meer. Dat dacht ik, toen die leraar dat zei. Ik was stomverbaasd dat iemand kon geloven dat de wereld er over veertig jaar nog steeds hetzelfde uit zou zien. Maar er kwam nooit een gesprek over. En eigenlijk is dat nog steeds vaak zo. Mensen zeggen tegen me: “Dat maak jij vast niet meer mee.” Dat klinkt geruststellend. Maar ik weet hoe het gaat. Gehechtheden zijn als een geliefde. Je denkt dat hij nooit zal sterven en dat je altijd samen blijft. Maar dan opeens is daar de dag van zijn dood. Zo gaat het. Iets wat je niet wilt, komt altijd eerder dan je dacht. Al heb je alle grafieken bekeken die je vertellen dat het nog lang niet zover is.

De komende tien jaar gaat er veel veranderen. Dat vermoed ik. Daarom blijf ik waar ik ben en werk aan een plek. Een plek waar het leven kan opbloeien en voedsel kan groeien. Ik voel de sikkel in mijn hand. Heel zachtjes ga ik langs de snijkant, met de toppen van mijn vingers. Hij is goed scherp. Hier kan ik me wel mee redden. Glimlachend ga ik aan het werk. Ik hak het riet en het hoge gras en gooi het op de lege perken. De bodem bedekken, dat is het belangrijkste nu. Een gezonde bodem waar voedsel groeit, dat is mijn pensioen en ook voor hen die na mij komen. Ik schuifel over het smalle paadje. Mijn armen kunnen de grote bos riet maar net vasthouden. Ik gooi het neer en de bult wordt steeds hoger. De grond eronder is nog altijd vochtig. De geplante bomen staan in ruime kring om de bedekte plek heen. Ze maken allemaal nieuwe blaadjes aan, en het is al bijna september! Alles verandert, maar ik weet, waar ik met liefde mijn handen vuil voor maak, dat groeit. Maak er wat moois van, zei hij tegen me. Hij, lang geleden. Dat doe ik. Niet alles wat sterft, is verdwenen.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Think of your retirement, he said

I was eighteen when a teacher said it: Think about your retirement. I was stunned that anyone could believe that the world would still be the same 40 years from now. But there was never a conversation about it. And in fact that is often still the case. People say to me, “You probably won’t experience that in your life.” That sounds reassuring. But I know how it goes. Attachments are like a lover.

.

Dezelfde dag dat mijn blog uitkwam, kreeg ik zomaar een elegant kledingstuk. Zoek maar wat uit, zei de buuv en ze opende een grote doos met alles wat haar teveel was. Ik koos deze rok. Hoewel blauw nooit mijn kleur was, staat hij fantastisch. Vandaag heb ik pas de rust om te lezen wat erop staat. Ik lees: “Siembra el presente”. Vertaald: Zaai het heden. Het lijkt op “pluk de dag”, maar dit gaat dieper. Hierin zit ook de toekomst vervlochten op een zwierige manier. Wat een gaaf cadeau. Het sluit perfect aan bij mijn verhaal.

.

Verschuiven naar een nieuwe balans (Shift to a new balans)..

.

De Aarde, het groeien en het Al, in symbiotische balans. Het is het raampje dat ik inbouwde in de nok van mijn huis. Voor mij is het telkens weer een heilig teken. Vooral nu er zoveel aan het verschuiven is, is het belangrijk om erbij stil te staan.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want tot hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Hoe ouder je wordt, hoe meer je ontdekt dat dingen anders zijn dan je dacht. Ik dacht dat ik niet veel had met de polder, waar ik geboren ben. De Noord Oost Polder. Maar nu ik in Utrecht heb gewoond, in Brabant, en in Friesland, nu merk ik de invloed van mijn wortels. Als je ergens anders bent, leer je over jezelf. Ik heb veel mensen gesproken. En overal waar ik was, las ik het plaatselijk nieuws. Zo leerde ik: De Brabanders willen hun heide houden. De Noordelijke Friezen willen de grutto terug en willen een open horizon. Ik begrijp het, maar deel hun obsessie niet. Waar anderen inzetten op behoud, daar ben ik pragmatisch.

Als je op het Swettepaad staat, kun je twee kanten op kijken. Aan deze kant van de Swette zie je de Hegedyk met het oude land en de kerktorens. Aan de andere kant van de Swette ligt een kale vlakte met een lawaaierige snelweg. Aan de horizon zie je de blokkendozen van bedrijfsgebouwen, in de avond fel verlicht. Deze kale vlakte is een oude, drooggelegde zeebodem, en was achthonderd jaar weelderig weiland vol weidevogels, zeggen ze. De Friezen hebben dat nog steeds in gedachten. Daarom mogen er geen bomen staan. Maar ik, als nuchtere poldervrouw zeg: Zet toch gewoon bomen langs die weg! Het is zo nuttig! Hier is het oude verhaal in wrijving met wat is. Het is immers toch al verdwenen en je krijgt het nooit meer terug.

Het verleden boeit. De Aarde is er mee verweven. Laag na laag groeide ze, als een miljoenen jaren oud verhaal. Onze tijd is maar een klein deel in wat zij is. Als mens zijn wij slechts notendoppen in de eindeloze oceaan van haar bestaan. De verhalen zijn talrijk en liggen als schatten op de zeebodem. Sommige zijn welbekend, en varen als reuzentankers op de golven, even onaantastbaar als de Titanic. Maar zelfs de meest imposante verhalen die wij rondbazuinen, zijn maar een stofje in het eindeloze strand van de Oude Aarde. Wat weten we eigenlijk? Er zijn verhalen uit onze eigen cultuur, en er zijn verhalen in talen die bijna niemand kent. Gesproken talen, Maar ook talloze verloren talen met tegelijkertijd verloren geschiedenis.

Ik ben een meisje uit de polder. Ik dacht dat ik er niet veel mee had, maar dat is niet zo. Natuurlijk niet. Het land maakt deel uit van wie ik ben. Waar ik opgroeide was de zee nog maar net verdwenen. Alles werd ontworpen door mensen. De zee was slechts een herinnering. Het droogleggen legde oude littekens bloot. Er zijn restanten van oude dorpen gevonden, op de voormalige Zuiderzeebodem. Verdronken veendorpen. Daar ben ik terechtgekomen. Midden in het nieuwe land, waar van het oude mensenleven niet meer over is dan wat vage merktekens.

Ik heb diep respect voor het oude. Altijd heb ik het land bewonderd, dat aan de andere kant lag van de dijken. Friesland, Drenthe. Ik genoot van elke onverwachte glooiing, de oude bomen en ingestorte schuurtjes van vervallen boerderijen en benijdde de mensen die er woonden. Gretig nam ik het in me op, als een spannend boek. Maar ik kan het boek opzijleggen. Het maakt geen deel uit van mijn identiteit. Ik ben immers geboren op nieuw land. In deze tijd van grote veranderingen is dat eigenlijk wel praktisch. Het maakt me een opgeruimd mens.

Tegelijkertijd is een band met het land erg waardevol. De geschiedenis draagt kennis met zich mee over hoe we ermee om kunnen gaan. Misschien zijn we genoodzaakt een andere koers te kiezen. Sommigen zullen dat makkelijk kunnen. Mensen zoals ik, die op nieuwe grond zijn geboren of die noodgedwongen of niet, leerden loslaten. Ook mijn ouders zijn opnieuw begonnen, toen ze naar de polder verhuisden. En ook de ouders van mijn moeder waagden een grote sprong naar elders. Anderen hechten al generaties lang aan het oude land. Beide is nodig om balans te houden. Behoud en vernieuwing.

Ik houd van de Friese weiden, de horizon en van de Brabantse hei. Ik houd van de eilanden en de wadden. Maar het weer en onze bodem veranderen snel. Misschien zullen sommige landschappen drastisch veranderen. Het is het gevolg van een ketting van keuzes, die vele eeuwen terug gaat. Het is zoals het is. Ik weet niet hoe het land eruit gaat zien. Maar dat hoeft ook niet. Ik kijk en doe mijn best. We maken het samen.

.

NEDERLANDS
ENGELS

The landscape changes. To make a shift we must be open and ready to make choices. At the same time we have to treat the past with respect. I look at it as a woman from the polder.

.

 Andri Snaer Magnason, IJslandse schrijver:   Veranderingen die plaatsvonden over miljoenen jaren zien we nu gebeuren in één mensenleven. ‘We zijn voorbij de geologische tijd’, schrijft hij, en dit heeft tot gevolg dat ons systeem van betekenisgeving instort. ‘Als een systeem instort, wordt taal losgemaakt als boten van hun vaste ligplaatsen. Woorden die de realiteit moesten omvatten hangen plotseling leeg in de lucht, nergens meer op van toepassing. Waren de gletsjers in IJsland voor mijn grootouders de eerste gletsjer-monitors van IJsland, nog een decor voor de eeuwigheid, inmiddels verdwijnen deze ijsreuzen voor hun ogen. Het gaat erom een nieuwe taal te vinden voor deze nieuwe werkelijkheid.’

Lees het hele artikel over “Diepe tijd” :

https://www.groene.nl/artikel/een-duik-in-de-diepe-tijd

De boom en de magere man ( The tree and the skinny man)

Al zo lang ik leef loopt hij langs mij heen, de magere man. Zijn huid is dun als perkament. Misschien is hij wel even oud als ik.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

“Wanneer je ergens naar uitziet, dan kan je de dood uitstellen. Zolang je nog iets wilt, dan leef je. Dat heeft veel invloed.” Het is de magere man die het zegt, misschien wel even oud als ik. Ik ben een boom. Een wilgeboom. Ik sta hier en hoor alles. Ik heb jonge mensen gezien die oud waren. Geen uitzicht zagen, niets wilden. Ik heb oude mensen gezien die steeds jonger werden. Zolang je elke lente maar sprankelt. Paadjes maakt in het riet aan de voet van mijn stam. Een plekje schept dat geheim is. Met glimmende ogen struin je erheen, de sikkel in de hand. Even doorlopen nog, dan ben je bij mij, de oude wilg. Dan, riet wegsnijden, nog meer riet. Trekken aan brandnetels en kruipende winde met hun witte pispotjes van bloemen. Hakken, met de sikkel tot er ruimte is, ruimte genoeg. Alleen jij bent hier met mij en de vogels. Je gaat zitten op de dode, liggende boomstam. Pissebedden schieten weg vanonder vallende schors. De dichte groene massa is verdwenen, dat heb jij gedaan. De heldere zon schijnt. Het is maar een heel klein open plekje. De stam, de bodem, alles is nog vochtig van de schaduw, die er altijd was. Je zit op een kleine heuvel, waarvan je nu de top hebt vrijgemaakt. Over de wilgenroosjes heen kijk je over het water. Ik, de oude wilg, bescherm je. Mijn vijf dikke stammen staan dicht op elkaar. Twee andere zijn afgezaagd, maar er groeien nieuwe takken uit. Er loopt een piepklein weggetje, verstopt tussen mijn dikke stammen door. Het gaat er in een bocht doorheen, de grond is er hard en aangestampt. Daarachter loopt het naar beneden. Tussen lange plantenstengels kom je uit bij het donkere water. Een paadje van de dieren is het. Niemand die het ooit zag, behalve jij, nu op dit moment. Jij zag als eerste mens, dit kleine geheim aan de voet van mij. Iets om te vieren! Ja, vier het, samen met mij! Verscholen tussen mijn wilgenblad en wuivend riet kan je het water zien. Het water, en aan de overkant het maisveld. Alles was er al. En toch is het nieuw, nu jij hier zit. Oud en nieuw tegelijk.

Voor sommigen verandert het uitzicht niet. De blik fixeert zich in oude gedachten. Het geheime paadje van de dieren ziet hij niet, de verbitterde man. En ook de wilgenroosjes niet. Met grote passen loopt hij tussen het riet door naar mij toe. Hij staat bij de liggende boomstam en kijkt naar de overkant, over het water heen, dat schittert in de zon. De schitteringen doven uit in zijn ogen. Hij ziet de waterhoenen niet, die nu kuikens hebben en zwemmen tussen het riet. De bittere man gromt en vloekt. Hij kijkt naar de groene trekker die daar rijdt, aan de overkant. “Al acht jaar mais! Hij maakt de Aarde kapot, die boer. Het is misdadig. Veertig jaar geleden was het precies hetzelfde met de wereld. Mais, mais, kunstmest en pesticiden. Ze mishandelen de aarde. Ik zou ze soms wel af willen schieten.” Hij draait zich om en loopt terug. In het dagelijks leven is hij de vriendelijkheid zelve. Zelfs zijn eigen vrouw kent zijn verbitterde bekommeringen niet. Een oude man en toch zo oud nog niet. Alles komt voorbij. Ik sta hier al tientallen jaren en hoor alles. Zo-even zat hier nog een jonge vrouw met een kleuter. Ze luisterden naar het geritsel van de reuzenlibelle in het riet. Hij was gigantisch. Ze lachten met ingehouden pret.
De magere man komt langslopen en glimlacht. Zijn huid is dun, maar hij hoort en ziet nog evenveel als ik. De ouderdom maakte zijn ogen zacht. Zoveel verschillende mensen, en ik, de oude wilg, hoor alles. Zonder er iets van te vinden.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS

Everything will pass. I have been standing here for decades and hear everything. The skinny man walks by and smiles. His skin is thin like parchment, but he still hears and sees just as much as I do. Old age softened his eyes. So many different people. I, the old willow, hear everything. Without judging..

Een slingerend lint van mensen ( A winding ribbon of people)

.

Ik maakte een wandeling met een groep landschapshistorici en sprak met hen. Je kan een landschap bestuderen, uittekenen of onderzoeken. Maar dat is niet genoeg. Ik denk: We moeten leren er weer deel van uit te maken.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Een baaldag was het. Het bord dat ik al heel lang wilde maken, stond tegen de boom. Het was af. Er stond een tekst op, een filosofisch gedicht. Maar er was niemand om ernaar te kijken en erover te praten. Okee, dan baal ik maar, dacht ik. Als het niet anders is. Dat was de enige goeie keus. En het gesprek kwam uiteindelijk toch wel, maar op een ander moment.

Het is een dag later. Ik wandel mee met een groep. Het zijn allemaal landschapshistorici.Van verre kun je ons zien lopen. De uitgestrekte weilanden worden doorkruist met oude wandelpaden. Ze zijn smal. De twintig mensen vormen een lang bewegend lint. Voorop loopt Jeroen, mijn buurman, die ons leidt. Hij is een bescheiden leider en laat het liefst de mensen zelf kijken, voor hij iets zegt. Toch is hij een goede verteller, als hij eenmaal los komt. Dit zijn mensen van zijn universiteit. Als buurvrouw ben ik de enige andere gast. Hoewel het nieuw voor me is, voel ik me prima thuis in dit gezelschap. Samen kijken we om ons heen. Het meisje naast me vertelt hoe ze ervan geniet om in de trein te reizen, en het landschap aan zich voorbij te laten gaan. Het is als het lezen van een verhaal. Hoe meer je erover weet, hoe boeiender het wordt.
Zelf reis ik niet veel met de trein. Ja, ik vind het ook mooi. Ik weet dat er oneindig veel verhalen zijn. Maar ik maak er liever deel van uit, dan dat ik er alleen naar kijk. Ik ben ook geen wetenschapper. Ik ben een kunstenaar met groene vingers. Maar daar denk ik nu niet aan. Er is van alles te zien en te horen.

“Hoe kom jij hier zo verzeild?” vraagt de man die aan de andere kant loopt. Ik schat hem iets ouder dan ik, een lange vent met grijs haar en een ontspannen grijns op zijn gezicht. Ik vertel hem dat ik vroeger tekenaar was, van landschappen en oude gebouwen met geschiedenis. Heel fijn en precies werk met allemaal streepjes. Ik haal nonchalant mijn schouders op. “Iedereen wilde dat ik daarmee doorging. Maar ik had genoeg van dat gepriegel. Ik was het ook zat om alleen maar waarnemer te zijn. Dus in plaats daarvan heb ik me bekwaamd in allerlei handwerk. Het kwam op mijn pad. Ik kon kiezen, bekend worden als tekenaar, of opnieuw beginnen met iets heel anders. Uiteindelijk heb ik mijn eigen huisje uitgetekend en gebouwd.” Hij lacht. “Ja, die omslag begrijp ik heel goed,” zegt hij. Ik glimlach en ga verder. “Ik werkte eraan met dezelfde nauwkeurigheid als mijn tekeningen. Toen het klaar was, was het comfortabel genoeg om in te wonen. Maar ook stond het op wielen. Ik moest ermee de wereld in. Dus ik maakte die reis en schreef een boek. Ik wilde zo langzaam mogelijk te gaan. Dit bracht mij tot een conclusie, die me nooit meer los gelaten heeft.” Hij kijkt me nieuwsgierig aan. “Wat dan?” Het antwoord komt kort en krachtig. “Het kan nooit langzaam genoeg gaan! Uiteindelijk kwam ik erachter dat ik niet wil reizen. Ik ben tegen al dat gereis in deze tijd.” Hij lacht geamuseerd. “Hoezo?” Ik kijk naar de witte klaver voor mijn voeten en denk aan wat er thuis tegen die boom aan staat. Een roestige plaat, gladgeschuurd met de komborstel. Donkerbruin gemaakt met lijnolie. Er staan witte letters op. Ik kijk naar de man naast me. “Gisteren schilderde ik een bord,” begin ik dan “Daar staat een tekst op.”

Het Rijdende Verhalenhuis
kwam alhier tot stilstand
om zich te verbinden met
de mensen en het land

Stilstand is vooruitgang
in het algemeen belang

“Oei, daar moet ik even over nadenken hoor!” fronst hij. Ik knik geduldig en leg het uit. “In onze tijd is alles en iedereen steeds op pad. Agenda’s vol bezigheden laten ons van hot naar haar vliegen,” zeg ik. “Tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker om iemand te vinden die thuis is.” De man naast me luistert aandachtig. Ondertussen gaan we een bocht om, en Jeroen houdt een draad vast, die het weiland van een groep koeien begrenst. Hij moest hem losmaken om erdoor te kunnen. “Honden verboden” staat er op een bord. Dat is vanwege de kak. Daar worden koeien ziek van. Jeroen maakt de draad weer vast, en ik ga verder bij waar ik was gebleven.
“Deze koeien zijn waar ze zijn. Ze eten alleen maar gras en hun poep komt weer terecht op het land. Zo hoort het. Ze zijn deel van een kringloop. Wij mensen zijn die kwijt.” Ik stop even, om naar een paarse zwanenbloem te kijken, die langs de sloot staat. Als een subtiele kroon, troont hij boven al het andere uit. Het is een mooi gezicht, met het stille donkere water erachter. Het straalt rust uit. Had iedereen maar zo’n zwanenbloem om naar te kijken. Of iets anders om voor thuis te blijven. Een paar ogenblikken lopen we in stilte. Voor en achter ons klinkt het gepraat van de anderen.

“Ik heb een ander voorbeeld. Ik was op een dorpsvergadering. De vrouw die het woord deed klaagde erover dat de gemeente steeds meer werk doorschuift naar het Dorpsbelang. Maar hoe vitaal is dat, als die mensen ook met volle agenda’s van hier naar daar vliegen? Dit is niet de enige plek waar het aan de hand is. De huidige tijdgeest is als los zand, dat tussen onze vingers door verdwijnt. Zonder bestendigheid vervliegt alles. We zijn de voeling kwijt met wat er werkelijk toe doet. Kringlopen brengen dat terug. Daarom ben ik waar ik ben.” De man naast me knikt stil. Ik hoef niets meer uit te leggen.
Ik loop nog een eindje mee, en sla dan links af, terwijl de rest naar rechts gaat. Rustig loop ik terug naar station Deinum, waar mijn fiets staat. Ik hoef niet met de trein. De verhalen die zijn hier. En ik maak er deel van uit, het land, de mensen. En al zijn ze niet elke dag bij me, toch zijn ze er, als een slingerend lint. En ik loop er tussen.

.

Foto Gerd Altmann

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

The Riding Storyhouse
Came here to a silent stand
To connect with joy and care
With the people and the land

Standig still is progress
The rooted people you will bless

I took a walk with landscape historians and explained why I don’t travel anymore. We can research, draw, or admire a landscape. That ’s not enough. We have to become part of it again.

.

Wat overleeft (What survives)

.

Dit is een heilig plekje in mijn huis. Een glas in loodraam in de nok. De rode bol, in vieren gedeeld, symboliseert de Aarde en de opgaande lijnen het groeien. De halve kom naar boven gaat uit naar de hemel en alles wat ons omgeeft. Naar lucht en licht, wat leven voedt. In de winter is het raam bedekt achter een dikke prop schapenwol. In de lente haal ik dat eruit, het moment dat het groeien begint.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you rather listen? Click on the button under the text.

Sommige mensen bewaken een oude plek. Ze zijn al jong verbonden met een bodem die verzadigd is met verhalen. Verzorgers van lommerrijke bossen. Of kruidige weiden, al decennialang niet geploegd of omgekeerd. Dagjesmensen fietsen voorbij langs een bloeiende houtwal of een wei vol bloemen. “Wat een mooie plek…” zeggen ze. Het zijn herders en boeren. Mannen en vrouwen die leven in het ritme van de seizoenen. Die één geworden zijn met dat, wat nooit verandert en toch altijd in beweging is. Heel gewoon, zonder valse romantiek. Het is dat, wat nooit het nieuws haalt, omdat het is wat het is en het graag zo wil blijven. Niet vernieuwend en blits, maar gegrond en duurzaam. Juist die mensen kunnen niet vaak genoeg in het voetlicht komen.

Mijn raam kijkt uit op goudgele velden vol boterbloemen. Boer Jochum beheert ze. Hij wil honderd worden en dat lukt hem vast. Hij is een sterke vent. Misschien heeft hij nog wel dertig jaar te gaan! Maar ooit komt er een einde aan. Als een boer sterft of ermee ophoudt, en er is geen zoon, wat dan? Meestal wordt de grond verkocht. Bijna altijd aan een grootgrondbezitter.
De plek die nu de Swetteblom heet, kent een lang verhaal. Al bijna honderd jaar is het een boerderij. Voor die tijd was het een wilde plek, waar kippen liepen en wat kleinvee. Dat wilde, dat heeft boer Jochum terug laten keren. De bomen die hij plantte mogen scheuren en verrotten. Het hooiland is gezond en kruidig en elke winter trekt de zompige klei een grote groep kramsvogels aan, die voedsel vinden in de natte wei. Ik hoor kikkers in de lentenacht. Op het ontluikende verhalenpad zag ik zojuist een geschrokken watersalamander. Ik loop naar Jochumsreed. de lange onverharde weg die van de camping naar het dorp loopt. De regen heeft de scheuren in de droge klei doen verdwijnen en alle bomen zijn nu groen. Vanaf de camping komen Rien en Linde aanlopen. Hun stemmen klinken serieus en nieuwsgierig houd ik mijn pas in, en volg het gesprek.

“Alles wordt opgekocht en met de grond gelijk gemaakt. Dat gaat hier ook gebeuren,” zegt Rien met een ijzeren zekerheid. “Ooit komt er een grote boer en die maakt er allemaal dezelfde weilanden van. Net als overal. En dan moet je allemaal oprotten.” Rien bivakkeert hier om een autobiografie te schrijven. Geen idee hoe lang nog. Naast hem loopt Linde. Ze woont in het dorp en komt hier graag. Deze winter heeft ze elke week de stal uitgemest om haar hoofd leeg te maken. Het deed haar goed. Ze wil de Swetteblom niet missen. Nooit niet. Ze luistert naar Rien zijn pessimistische uitlating en knikt nadenkend. Daar heeft ze al vaker over nagedacht. Ze fronst haar wenkbrauwen. Vanaf de andere kant komt Tanja. Ze wandelt ons tegemoet met haar kleine hondje, groet en loopt verder. Voor velen is deze plek een passage in hun leven. Anderen bouwen iets op. Ik ben hier eigenlijk ook nog maar net. Toch heb ik hier mijn wortels, op de zeebodem van het Noorden. Het lijkt op de polder, waar ik vandaan kom. Maar niemand is zo geworteld als de boer, die hier geboren is. Die de weilanden hooit en de koeien voert en altijd zulke lekkere kwark maakte. Hij beslist wanneer welke boom om gaat. Maar liever laat hij ze staan. De man die al jaren de campinggasten ontvangt. Wat gebeurt er als zo iemand wegvalt? Het land van acht hectare dat langs de Swette ligt, heeft veel in zich, om de eeuwen in te gaan. Jochums plek is gezonder dan vele andere. Dit is een bronplek, zoals Jeroen dat noemt. En er zijn er meer. Tussen de blokkendozen en het groene biljartlaken in, liggen wegen verborgen, die bronplekken verbinden zoals de onze.

Met zijn drieën lopen we over het pad. Het heeft hard geregend. Er staan plassen. Met mijn blauwe klompen loop ik er dwars doorheen. Naast me loopt Linde. “We moeten de camping nog groter helpen maken, zorgen dat er heel veel mensen komen. Het op de kaart zetten. Dan wordt het belangrijk!” zegt ze. “Iets wat belangrijk is heeft meer overlevingskans.” Ik frons mijn wenkbrauwen. “Wil je dat echt?” vraag ik verbaasd. Haar gezicht verandert meteen van uitdrukking. Even aarzelt ze, voor ze zegt: “Nee, eigenlijk helemaal niet. Dit is juist zo’n fijne rustige plek….” Ik knik. “Dat vind ik ook. Ik denk dat we juist de rust en de rijke natuur hier tot zijn recht moeten laten komen.” Boer Jochum heeft er goed voor gezorgd en doet dat nog steeds. Maar wij zijn net zo goed nodig. We moeten de Swetteblom niet alleen gebruiken, maar ook voeden. Door onze handen uit de mouwen te steken en door onze verhalen erover. Wat mooi zou het zijn als iedereen dat deed. Overal, op duizenden plekken. Hoe meer je geeft, hoe rijker een plek wordt. En hoe groter de kans dat het blijft.
Ik zie iets bewegen tussen het gras en sta plotseling stil. De andere twee lopen pratend verder. Heel stil luister ik maar zie niets. Ritselend verdwijnt het zonder dat ik weet wat het was. Morgen ga ik weer kijken. En als ik het weet, schrijf ik de naam op in een mooi boekje met een gouden rand. Want wie schrijft, die blijft.

.

NEDERLANDS

ENGELS
We must not only use a place, but also feed it. By rolling up our sleeves and by telling our stories about it. How nice it would be if everyone did that. Everywhere, in thousands of places. The more you give, the richer a place becomes. And the more likely it will stay.

Zoveel kuikens! (So many chicks)

.

.

Als vegetariër ontmoette ik een kippenboer. Het was een vrolijk gesprek. Als we spreken over een grote liefde van hem gaat hij stralen. Weidevogels.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH version? Click on the button under the text.

.

Sinds kort weet ik dat hier in de buurt een kippenschuur staat. Het is drie kilometer verderop, langs de weg. Er ligt een klein veldje waar schapen in staan. Maar gisteren zag ik er ook een kieviet, die alarm sloeg en rondcirkelde. Een nest? Vandaag aas ik op het moment om daar meer over te weten te komen. Ik ben op weg naar Weidum, op de fiets. Dan zie ik iemand bij het huis van de kippenboer. Een jonge vent wil net op zijn zitmaaier stappen om het gazon te maaien. Ik stop, stap af en zwaai naar hem. “Hallo, mag ik wat vragen?” roep ik. Ja dat mag. Hij stapt van zijn maaimachine en komt me nieuwsgierig tegemoet. “Die kieviet in het land hiernaast, heeft die eieren?” Hij grijnst en gaat er echt voor staan om antwoord te geven. “Nee, daar lopen kuikens.” zegt hij. ”Maar daarachter lopen er nog veel meer! Kievieten en grutto’s. Het wemelt van de kuikens!” Hij straalt helemaal. “En elk jaar worden het er meer. We houden het land nat met een pomp. Dat is goed voor de insecten en de muggenlarven. Die eten ze, de kuikens. Moet je eens kijken wat een wolk vliegjes! Het gaat goed!”

Ik stel de ene vraag na de andere. Hij weet veel van jonge vogels. Op verschillende manieren. Behalve voor de weidevogels, zorgt hij voor kippenkuikens. Die worden verkocht aan Albert Heijn. De klant eet graag het lichtroze vlees, keurig uitgestald en gesealed in plastic. Zo ligt het in de koeling. Maar het begint allemaal in een ei. Heel veel eieren zijn dat. En als ze uitkomen moeten de beestjes allemaal eten. Hij doet het samen met zijn pa. Ik heb mijn buurman wel eens horen mopperen, toen hij in een slechte bui was. Al die kippen die daar opgepropt zitten in die donkere schuur …. gromde hij. Daar moet ik aan denken. “Zoveel kippen in een schuur, daar is veel kritiek op,” zeg ik dan. ” Hoe ga je daar mee om?” Hij vertelt dat hij steeds opnieuw aanpassingen maakt. Er zitten nu grote ramen in het dak van de schuur. Er is ruimte bijgekomen om te scharrelen. De kuikens kunnen ook iets langer rondscharrelen dan vroeger, voor ze onder het mes gaan. De supermarkt betaalt hem ervoor, de prijs per kilo is hoger. “Ik zou best wel bio willen boeren,” zegt hij “Maar we kunnen niet verder uitbreiden. Er is niet meer scharrelruimte. De grens is bereikt.”
Het is balanceren. De eisen voor het dierenwelzijn worden steeds hoger. En er zijn steeds meer mensen die biologisch willen. Als boer verdient hij de kost met wat er gevraagd wordt. Hij werkt met de mogelijkheden die hij heeft en doet zijn best. Jonge kippen houden is zijn broodwinning. Maar dat hij echt van kuikens houdt, dat zie je wanneer hij over de grutto’s praat. En de kievieten. Om die dieren in zijn land te zien opgroeien, daar heeft hij alles voor over.

“Vorige week had de buurman een waterkanon aanstaan. Was dat niet erg?” vraag ik hem. “Ja”z egt hij, daar houden ze niet van. Ik heb een scherm neergezet. Dat hielp.”

In ieder mens is liefde en goede wil. Daar ga ik vanuit en dat blijkt ook, als je maar de juiste vragen stelt en kijkt waar de mogelijkheden liggen. Met enkel cynische blikken komen we niks verder. Met elkaar hebben we dit systeem gemaakt, en met elkaar zijn we er verantwoordelijk voor. Er verandert toch best veel. Ik heb hoop.

.

NEDERLANDS

ENGELS

As a vegetarian, I met a chickenfarmer. It was a happy conversation. As a farmer, he earns his living with what is asked. He works with the possibilities he has and does his best. Keeping young chickens is his livelihood. But you can see that he really likes chicks when he talks about the black-tailed godwits. And the lapwings.

OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)

.

Mei de skries fan e Fryske greide giet it net sa goed

.

Een bos of wei hoort vol te zijn van het levend concert, maar dit sonisch landschap verdwijnt overal, in snel tempo. Een boeiend web van geluid lijkt een gunst in het leven, een aangename bijkomstigheid, maar het heeft nauwelijks rechten. Het is tijd om de noodzaak ervan te herontdekken. (Mede geïnspireerd door David George Haskell.)

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want tot listen to the ENGLISH translation? Push the button under the text

Hoe eenvoudiger ik leef, hoe rustiger ik word. Muziek luisteren is ook iets wat ik steeds minder doe. Toch, soms krijg ik echt zin om te swingen. Dus dan ik probeer het maar weer eens. Ik pak de laptop en open I Tunes. En ja, daar komt mijn muziekbibliotheek tevoorschijn, met allerlei plaatjes keuzes te zien. Allemaal muziek die ik gekocht heb. Ik klik op Miriam Makeba, maar ik hoor niks. Wat nu? Eerst maar eens inloggen bij Apple. Ik ben mijn wachtwoord vergeten en ben een paar minuten bezig. Vier keer moet ik een code invullen. Steeds weer een andere. Net voor ik ongeduldig word lukt het om er op te komen maar ik kom er niet achter wat er is. Ik ga terug naar mijn collectie. Daar gaf ik een paar honderd euro aan uit. Ik kom er steeds meer achter dat dit eigenlijk niks betekent. Ik ben er geen baas over. Er kan van alles zijn. Een nieuwe laptop waarop I Tunes niet meer werkt, of je moet ineens bijbetalen voor iets waar je allang voor betaald had. Geen idee wat het nu weer is. Uiteindelijk geef ik het op. Zo gaat het vaker. Uit dat ding, dichtklappen en weg ermee. Het is immers lente.

In de lente is alles muziek. Alles is vol geluid, gefladder en gefluit. De puttertjes piepen in het veld als ze niet in de gaten hebben dat ik er ben. De karekiet is tot mijn verrassing terug, en fluit zijn riedel in het riet. De groenlingen, de ringmussen hoor ik elke dag achter mijn wagen ruzie maken en zaad eten. Ook de pimpelmees, de koolmees, de merel en de vinken hoor ik. De winterkoning is druk bezig met nestjes bouwen en vliegt van hier naar daar. In en om het water laten waterhoentjes en meerkoeten weten dat de winter voorbij is. Ik luister de hele dag door. Elke vogel kan ik van de ander onderscheiden zonder hem te zien. Voor ik ze gespot heb, hoor ik ze en ik weet dat ze er zijn.

Eigenlijk is het een verwaarloosd deel van de schepping. Het geluid. Net als geur eigenlijk. Het zijn de ongrijpbare dingen van het leven. Maar als de zanger niet zingt wat rest ons dan nog? Geluid verbindt en onthult. We kunnen met het oor zien wat voor het oog verborgen is. We kunnen een sfeer creëren met elkaar. Zingen, spreken of fluisteren. Of iets verkondigen met luide stem. We kunnen luisteren met fonkelende ogen en rode wangen of zacht en verontwaardigd sissen. Dieren kun je zachtjes horen sluipen, als er een takje kraakt onder hun poten. Ze springen, grommen of fluiten, en elk dier luistert. Waar zijn de anderen, waar is het gevaar? Elk geritsel, geklop, geblaf of gekraai is belangrijk. De verscheidenheid aan bomen en struiken maakt het geluid nog gevarieerder. Het is de akoestiek van het landschap.

Een landschap hoort vol te zijn van dit alles, maar het verdwijnt steeds meer. Geluiden zijn een gunst in het leven, maar ze hebben nauwelijks rechten. Het web van geluiden, de akoestische wereld van een bos of wei, kan zonder ophef naar de kloten worden geholpen. Weinigen merken het op, hoe luisterlandschap almaar kariger wordt. (Ik ben toch blij dat dit in Friesland anders is, hier weet men, het is stil geworden op de weiden en het wordt zeer betreurd en er wordt hard aan gewerkt.)

Ik stop de laptop terug in het vakje waar hij hoort en stap langzaam het bordes op, zonder te stampen of met de deur te klappen. De vogels hoor ik nog steeds, maar ik zie ze niet. Ze zitten achter het lichtdoorlatende zeil. Het is geen mooi zeil meer. Het is oud en het wordt steeds groener. Maar het werkt en de dieren en ik zijn er aan gewend dat het zo is.

Er is veel leven op deze stille plek, twee kilometer van de weg af. De vroege ochtend is bijna voorbij. Het is het allermooiste deel van de dag en ik wil het niet meer missen. Het concert aan geluiden is voor mij een reden om andere concerten te laten gaan. Ik hoef nergens heen, want de ochtend geeft mij meer dan ik in jaren heb gehoord. De wereld aan geluiden, dat is het wat ik wil helpen scheppen. Gezoem van bijen en hommels horen. De grutto en de kievit in de wei in het voorjaar, de uilen en de kramsvogels in de winter. Hoe langzamer ik leef, hoe beter ik kan luisteren. Laat I tunes maar in de plomp zakken. Ik ga live.

PS Binnenkort is het vier mei, dan kan je weer twee minuten luisteren naar de stilte. Maak er wat moois van met elkaar! Hieronder staat het artikel dat mij inspireerde.

.

Foto: Alowieke van Beusekom

.

NEDERLANDS

ENGELS

We verwaarlozen de sonische diversiteit van de natuur en lopen zelf risico. Menselijke activiteiten leiden onze aandacht af van de levende aarde. Dit is waarom dat belangrijk is. David George Haskell

This story was originally published by Yale E360 and is reproduced here as part of the Climate Desk collaboration.

Geluid wordt gemaakt van de meest kortstondige dingen op aarde, onaanzienlijke luchttrillingen. Toch is geluid ook de grote verbinder en onthuller. Omdat geluidsgolven door en rond obstakels gaan, verbinden ze levende wezens met sonische informatienetwerken. Sommige van deze netwerken zijn communicatief – liedjes, muziek en spraak – en sommige komen neer op afluisteren – roofdieren en concurrenten die naar elkaar luisteren terwijl ze ademen, bewegen en eten. Luisteren kan dus de onzichtbare dynamiek van de levende wereld onthullen. In een tijd van crisis en snelle veranderingen biedt luisteren ons een krachtige manier om verbinding te maken en te begrijpen.
Maar wat we horen is vaak geluidsverlies. Een deel van dit verlies wordt uitgewist door het uitsterven van soorten. Het lied van de Kaua’i ʻōʻō, een honingeter uit Hawaï, of de boomkikker aan de rand van de Rabbs uit centraal Panama zal nooit meer door de bossen weerklinken. Een andere vorm van verlies is de verminderde sonische diversiteit van habitats: een vermindering van de verscheidenheid aan melodieën, de rijkdom aan lagen van verschillende geluidsfrequenties, het bereik van verschillende tempo’s en de tijdelijke variabiliteit van sonische expressie door dagelijkse en seizoenscycli. Boomplantages of rijgewassen zijn akoestisch flauw en bloedarm vergeleken met de kracht en weelderige sonische variaties van een bos dat rijk is aan divers leven. Overmatig motor- en industrieel geluid veroorzaakt ook verlies van sonische diversiteit door andere geluiden te verstikken en de akoestische banden te fragmenteren die vroeger bevolkingsgroepen en gemeenschappen met elkaar verbonden. En dan is er nog het verlies veroorzaakt door onze onoplettendheid. Wanneer we niet langer luisteren, wordt de rijkdom van de menselijke zintuiglijke ervaring, een noodzakelijke basis voor juist handelen, uitgehold.
Elke habitat op aarde heeft zijn eigen sonische signatuur, gemaakt van de duizenden stemmen die op elke plaats aanwezig zijn. Het duurde lang voordat deze sonische diversiteit ontstond. Predatie hield waarschijnlijk honderden miljoenen jaren lang een deksel op de sonische communicatie. De eerste dieren in de oceanen en op het land konden horen, vooral in de lage frequenties. Zingen of schreeuwen was daarom de dood uitnodigen. Tot op de dag van vandaag zijn vocale wezens degenen die snel kunnen ontsnappen of zichzelf kunnen verdedigen. De kikker, krekel en vogel danken hun gezang voor een deel aan hun springende poten of vleugels.
Toen communicatief geluid eenmaal evolueerde, te beginnen met oceaanvissen en schaaldieren en krekelachtige insecten op het land, diversifieerden de creatieve krachten van evolutie al snel het geluid, waarbij ze eenvoudige kreten aannamen en de complexiteit en nuance opbouwden die we tegenwoordig om ons heen horen. Deze creatieve evolutionaire processen werkten over vele tijdschalen, en dus onthult geluid de vele lagen van de generatieve krachten van het leven. Verlies van de geluidswereld tast de erfenis van deze verschillende tijden aan en vermindert de evolutionaire creativiteit en mogelijkheden voor de toekomst.

.

Lees verder “OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)” →

Lekker zelf doen

.

.

Automatisch automatiseren is het einde van de creativiteit. Dat doen we dus lekker niet.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Ja, het is zo ver. Eindelijk kan ik weer naar de markt. Ik had met mezelf afgesproken dat eerst het plantwerk af moest zijn, voor ik er weer op uit ging. Bomen moeten de grond in vóór 1 april. Dat is de regel. Dit is zo ongeveer het moment dat de sapstroom op gang komt. Dan kun je ze beter met rust laten. Hier in het koude, winderige Friesland begint het wat later. Hoe dan ook, ik wilde ze op tijd planten. Als ik te laat ben, dan groeien ze het eerste jaar niet. Gelukkig zitten ze nu allemaal in de grond en om het te vieren ga ik vandaag naar de markt in Leeuwarden.

Ik loop met een rugzak en twee canvas tassen het station uit. De markt is vlakbij. Het eerst ga ik naar Leen, biologische kaasboer. Van ver zie ik dat hij een bril op heeft. Dat is nieuw voor me. “Ha!” begroet ik hem. En dan “Ik ben een tijd niet geweest…” Hij kijkt me geduldig en wat lijdzaam aan. “Ja…..máár…….???” Ik lach. “Nee hoor, niks geen gemaar. Ik was bomen aan het planten.” Zijn gezicht klaart ogenblikkelijk op. “O! Dat is mooi. Wat voor bomen?” Ik noem ze op. Elzen, wilgensoorten, hazelaars, meidoorns, sleedoorn, wilde lijsterbes, krent, gele kornoelje, gelderse roos, vlier. “Maar dat zijn vooral struiken!” “Dat klopt”, zeg ik. “Dat is ook de bedoeling. Bosjes, dichte bosjes moeten het worden met veel bloesems.” Ik ben even stil, voor ik verder praat. “Maar ik heb misschien iets stoms gedaan. Ik heb geautomatiseerd. Zonder erbij na te denken heb ik een watervlotje gekocht op internet. Een drijvend zonnepaneel met een pompje. Voor in de sloot. Was dat nou nodig geweest? Met een juk en twee emmers kan ik ook water geven. Ik kan er één laten maken nota bene, door een vriend. Die heeft dat vaker gedaan.” Hij denkt even na. “Ja dat is leuk! En je kan ook gewoon een extra sloot graven, langs de hele lengte van je land.” O ja, bedenk ik me. Daar had Jeroen de greppelkenner het ook al over. Een greppel erbij. Of een kronkelsloot. “Misschien doe ik het wel allemaal” zeg ik tegen Leen, “Het watervlot, de greppel, het juk. Niet alles automatisch.”

Leen kijkt peinzend in de verte. “Ik ken dat. Er zijn genoeg boeren die volledig zijn geautomatiseerd. Ik doe dat niet. Ik blijf kleinschalig, met mijn twintig koeien. Ik verwerk de melk tot kaas, doe alles zelf en verkoop het hier op de markt. Daar red ik het mee. Een boer met een gezin zou aan veertig koeien genoeg hebben, op die manier.” Ik kijk naar zijn kaas in de vitrine. Het is lekkere kaas, en er zit geen plasticlaagje overheen. Je hoeft er niks af te peuteren. “Voor elke boer met tweehonderd koeien zitten er dus vier mensen in de bijstand,” besluit hij zijn verhaal. Ik tel na, veertig keer vijf is tweehonderd. Tweehonderd koeien. Meer mensen aan de kant. Dat is het gevolg van almaar groter en verder gaande automatisering. “Wat jammer,” zeg ik.”Wat is er mis met mooi handwerk? Ik denk dat veel mensen er niet zelf over na denken. Net zoals ik, met mijn watervlotje. Ja, het is een mooi ding, al geeft hij maar vier liter per minuut. Het is mooie techniek, dat vindt iedereen. Maar een handgemaakt houten juk is ook mooi. En een extra greppel geeft weer niet alleen water, maar ook meer beestjes en planten, die willen drinken, zwemmen, of van nattigheid houden. Dat is nog veel mooier. Het geeft zoveel te zien! Ja er kan veel meer, als je creatief nadenkt. En nu we het er toch over hebben, ik kan natuurlijk ook een middeleeuwse putstoel bouwen.” Leen kijkt me vragend aan. “Een putstoel?”

.

.

“Ja! Een vierkante houten toren met bovenaan een plateau. Daar hijs je de emmer het hele eind uit het water en dat gooi je in een goot. Zo ging het in de stad, bij bierbrouwerijen. Het water liep rechtstreeks door het raam de ketel in. Zo’n goot, dat was de voorganger van de tuinslang. Maar hier op het land kan het ook. Dan laat ik het vanuit de goot in een vijver stromen en vanuit de vijver in de greppel. En dan watervalletjes maken. Het watervlot past daar ook prima bij. Ik kan het allemáál wel doen. Het zal even duren, maar ik ben handig zat.” Enthousiast kijk ik hem aan. Dan kijk ik polsend opzij. Naast me staat een vrouw al een tijdje geduldig in haar tas te rommelen. Ik moest maar eens kaas gaan kopen. Leen grijnst en volgt mijn blik naar de vitrine. “Welke wil je?” Ik wijs. “Die! De jouwe! Een heel groot stuk.” Leen pakt het grote mes, en snijdt een flink stuk van de warmgele, romige kaas. Zelfgemaakt en de allerlekkerste. Ja, Nederland heeft meer boeren nodig. Boeren zoals Leen. Mensen die het lekker zelf doen en daar wat moois van maken.

.

.

.

.

.

.

Waken over wonderen

.

.

Kijk naar de scheuren in je ideeën. Begin niet overnieuw, maar blijf en kijk. Kijk naar het onkruid dat door de spleten groeit. Bescherm het wonder. Geef namen aan wat groeit tussen de kieren, en wat gezien wil worden.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

“Als je hier over een paar jaar klaar bent, dan ga je natuurlijk ook weer verder”, zegt Marita. Ze heeft hier in de herfst een keet neergezet. Die staat hier nu nog steeds op het kampeerveld. Ze wou er iets mee doen, ik weet niet precies wat. Nu is ze er weer, Marita. Ik heb haar lang niet meer gezien. Haar lange blonde haar heeft ze in een staart gebonden. Lekker praktisch. Ze komt de kar weer ophalen. Het is toch allemaal een beetje anders gelopen. Het is niet handig, dat de keet hier staat. Op de weg staat de trekker te ronken.

Marita is niet de enige die ergens een kar stalt. Die iets bedenkt waar niks uit voortkomt. We plannen heel wat af. Vaak komt er niks van, het is allemaal veel te veel. Soms krijgt het voeten in aarde. Maar wanneer is iets echt klaar? Of wil je graag, dat het klaar is? Wil je weer weg kunnen gaan, om ergens anders weer nieuwe dingen te bedenken? Een architect doet dat. Een wegenbouwer en een gatengraver. Ik graaf ook gaten, maar niet om putten aan te leggen en steeds weer nieuwe te maken. Mijn gaten worden weer gevuld. Ik zet er iets in wat groeit. Ik kijk. Ik kijk naar de boom, de struik, elk zijn eigen persoonlijkheid. Het dijt uit zonder dat ik er iets over te zeggen heb. Althans, bijna niets. Ik kijk naar het landje aan de overkant van de sloot, waar ik werk. Ik hou er van, nu al. Ik hoor hommels zoemen en zie het stuifmeel op hun rug van wilgenbloesems. Hazen huppelen weg wanneer ik traag aan kom lopen. Ik loop over het terrein rond de boerderij en kijk naar de lente. Als muren beginnen te scheuren en staal begint te roesten. Dan groeien de wonderen. Het gebeurt als de bomen groot zijn en hun takken kraken en het zaad valt in zwarte aarde. Nieuw leven bedenk je niet. Ik schep, maar het echte werk is een magisch gebeuren.

.

.

Ik ben niet gek. Ik ga niet weg, wanneer het leven pas net op gang komt. Ik kan zeggen, ik ben klaar, de boel maar laten groeien. Ergens anders gaan scheppen en maar weer zien waar ik dan weer jonge loten vandaan haal om te planten. Maar dat doe ik niet. Ik haak mijn wagen niet achter de trekker, dat verhaal is volgens mij voorbij. Iemand die almaar voortgaat, mist het wonder achter zijn rug. Het wonder vraagt om iemand die het beschermt. Wat groeit wil gezien worden. Het vraagt om iemand die het verhaal van het land vertelt. Het verhaal geeft bestaansrecht. Iets een naam te geven, het kan vernietiging voorkomen. Alles wat geen beschermer heeft, is kwetsbaar. In onze wereld heeft land dat nodig. Zonder dat kan niets worden tot een wonder. Een waker is nodig, die woorden geeft.

Wielen worden opnieuw uitgevonden en rollen over de wegen. Het scheppen en keren houdt niet op. Bestemmingsplannen bepalen de toekomst. Ruïnes zijn nauwelijks te zien, of het moet op het erf staan van een oude gepensioneerde boer. Ik plant bomen op oud land, bij een oude boer. Dat is bijzonder. Maar je moet het wel benoemen, er voor zorgen. Anders noemt men het op een gegeven moment verwaarloosd. Bosjes worden gesloopt. Wie weet nog dat ze met liefde zijn geplant, als de planter er niet meer is? Wie ziet het wonder en beschermt het? Niets is vanzelfsprekend. Alles wat ontstaat is belangrijk. Kijk naar de scheuren in je ideeën. Begin niet overnieuw, maar blijf en kijk. Kijk naar het onkruid dat door de spleten groeit. Bescherm het wonder. Geef namen aan wat groeit tussen de kieren, en wat gezien wil worden.

Marita heeft haar trekker op het veld gereden en komt achter het stuur vandaan geklauterd. Even staat ze stil om zich heen te kijken. Ik kijk haar aan en geef eindelijk antwoord. “Ik heb nagedacht over weggaan of niet”, zeg ik. “Ik ga niet verder, want het is nooit af. Ik zorg voor het land en het zaad. Ik ben waar ik ben.” Verbaasd kijkt ze me aan. “O?” zegt ze “Dat klinkt Boeddhistisch”, mompelt ze afwezig. Haar hoofd is alweer ergens anders. Ze koppelt haar keet achter de trekker. Hobbelend verdwijnt hij over het veld, de weg op. Ik sta in het bedauwde gras en kijk haar na.

Wil jij ook de biodiversiteit vergroten? Een tuin vol bloemen, struiken en hommels? Kijk of er oude mensen in de buurt zijn die meer grond hebben dan ze kunnen beheren. Zoek uit of je daar iets mee kan doen, met elkaar. Ik hoor graag jullie verhalen.

.

.

Een roestbak of kunst?

.

.

Zingen van lente

.

.

Het paradijs groeit met eelt op de vingers.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Dick en ik zitten aan een klein tafeltje. De rest van het restaurant is leeg. Een kleine Indiaase vrouw is stilletjes bezig aan de andere kant van de zaal. Voor het raam van het restaurant gaat van alles voorbij. Gozertjes op elektrische fietsen die eten rondbrengen. Steeds dezelfde zwarte man, die voor het raam langs loopt, met een grote zwarte doos in zijn armen. Diverse kampeerbussen gaan de bocht om. Wat een gedoe allemaal. Ik ben het al zolang niet meer in de stad geweest! Ik ben op het land en meestal alleen. Als ik alleen ben kan ik beter kijken, en zien wat het land van me wil. Elke dag plant ik bomen. Hele diepe gaten, zodat de wortels veel ruimte hebben. Het is vette klei en daarom gaat in elk gat een emmer zand, voor de lucht. Dat zand haal ik overal vandaan, waar ik het maar zie. En zo werk ik door. Mijn spieren zijn taai en sterk, mijn conditie opperbest. Soms denk ik dat ik bijna klaar ben. Maar dan vind ik weer een vergeten bosje boompjes in een dichtgegooide kuil. Het aantal wat ik nog te doen blijft steken op de vijftig. Ik graaf tot het af is, heb ik gezegd. Toch zit ik hier nu te eten in de stad, met Dick. Het is nog niet af. Maar het geeft niet. Dat mag best wel eens.

De vrouw haalt de borden van tafel. Nee, we hoeven geen koffie meer. “Het is tijd om te gaan,” zegt Dick. In zijn zak zitten kaartjes voor het concert van Lenny Kuhr. We lopen erheen en niet veel later luisteren we naar haar warme diepe stem. De liedjes zijn van haarzelf of ze zijn door anderen voor haar geschreven. Toen ze bekend werd met “De troubadour” was ze achttien, nu is ze tweeënzeventig en ze zingt het nog steeds. Eén keer, als toegift. Er zitten allemaal grijze mensen in de zaal. Ik ben geloof ik de jongste. We luisteren minutenlang en kijken naar het licht op de gezichten die warm afsteken tegen de hoge zwarte gordijnen. Soms vertelt ze er verhaaltjes bij. Ze spreekt over de lente, dat het gevoel geeft eeuwig jong te zijn. Ze heeft het over de eerste meidoorns die nu bloeien. Meidoorn? Zou ze niet de prunus bedoelen, denk ik even. Bomen, ik kan ze wel dromen. Ik doe mijn ogen dicht en droom weg bij haar stem en de sfeervolle gitaarmuziek. Ik zie het steeds voor me, het Verhalenpad, dat loopt tussen de pas geplante boompjes door. Het paradijs groeit met eelt op de vingers. De bomen zingen hun eigen lied. Lenny Kuhr zingt van de lente. Langzaam zak ik weg, mijn hoofd tegen Dick zijn schouder.

.