De lucht staat stil

Mistige flarden van tijd kl fr

.

De lucht staat stil. Het lijkt wel
of de tijd zich verdicht,
net zoals de lage lucht buiten.
Stroperig bewegen de wijzers van de wekker
en vertellen me dat het negen uur is.

De wereld probeert door te draaien in
hetzelfde tempo, maar de files verdikken zich
als verstopte aderen in een
afgetakeld lichaam dat zich stoterig beweegt
naar het einde van de wereld,
waar alles mistig is.

Ik pak de stenen vijzel en de kom,
leg er een walnoot in en kraak hem
op het puntje,
zodat hij in vier delen uitéén valt
en nog één, en nog één
zoals mijn moeder deed en mijn moedersmoeder
al zoveel seizoenen voor mij

Herfst.

.

Ik heb mijn ochtendoefeningen gedaan, maar het helpt niet. Mijn hoofd is even mistig als de buitenlucht. Wat kan ik doen, met een slome kop? Geen ingewikkelde constructies maken, dat is duidelijk. Zonder er lang over na te denken, pak ik de doos met walnoten en tamme kastanjes. Ik heb ze gisteren geraapt en ze zijn nog vochtig van de buitenlucht. Beter dat ze niet te lang liggen, want dan gaan ze rotten. Ik pak de zware stenen vijzel en de kom, leg er een walnoot in en kraak hem op het puntje, zodat hij in vier delen uitéén valt. En nog één, en nog één. Ik kom al snel in een prettige ritme. De doppen gaan de zak in. Aanmaakmateriaal. Ik voel me best tevreden zo. Het is de tijd niet, om bergen te verzetten, en mijn nieuwe wagen hoeft écht niet af voor de winter. Nu is het herfst. Tijd om de voorraden aan te vullen, terwijl de klok maar tikt en tikt. Zo gaat het nu en zo ging het al eeuwen voor mij.

.

Ik kon het niet

.

Blogtek myxomatosebeestje kl fr 003

.

Na een lange dag fiets ik langs de drukke weg die naar het kanaal leidt. Ik ben vol van indrukken. Wat een mensen zag ik vandaag. Een dikke stroom was het, die door de straten van Amsterdam schoof, demonstrerend tegen TTIP.* Ik heb het bord met de leus aan de stang van mijn herenfiets gebonden, het zit niet in de weg bij het fietsen. Ik verheug me op de stilte van het fietspad dat me helemaal naar huis brengt, twaalf kilometer langs het water, zonder auto’s. Daarna hoef ik nog maar een klein stukje.
Als ik het talud af fiets naar het Wilhelminakanaal, zie ik helemaal beneden een vrouw staan. Ik stop naast haar om te zien waar ze naar kijkt. Het is een klein konijn. Hij heeft zich helemaal tegen de onderste trede van de trap gedrukt, die naar het voetpad op de brug leidt. Hij haalt moeilijk adem, zijn ogen zijn dicht en dik, en zijn vacht is verfomfaaid. “Hij is ziek,” zegt ze. “Ja, ik ken dit,” zeg ik “Myxomatose. Hij lijdt enorm. Dood is hij beter af.” De vrouw knikt en blijft vol medelijden naar het konijn kijken.
Vanaf het talud komt nog een vrouw aanlopen met een zwarte hond die haar netjes volgt. Maar hoe braaf hij ook lijkt, toch pakt ze de riem, als ze ziet waar we naar kijken. “Ooooh, dat konijn heeft amitosatosa… of zoiets!”
“Ja, myxomatose,” zeg ik “Het zijn virussen, die hem onderhuids opvreten. Eerst wordt hij blind en weet hij niet meer waar hij is. Het is heel erg besmettelijk voor andere konijnen.”
De vrouw knikt. “Het is vreselijk. Ik heb dit eerder gezien. Dat konijn liep zomaar pal voor mijn hond en hij beet hem meteen dood.” Ze klikt het riempje goed dicht.
“Nou,” zeg ik “dan is het toch ook opgelost…”
“O nee! Ik denk er niet aan. Dan zit ik de rest van de dag te trillen.”
“Tja,” zeg ik.
Een stevig man op de fiets houdt vaart in en blijft naast ons stil staan. Hij zegt niks en volgt het gesprek. Het kleine dier heeft alle aandacht, maar is zich van niks bewust. De pijn moet ondraaglijk zijn, bedenk ik me. “Ik zou het willen, dat ik het kon, het dier uit zijn lijden verlossen.”
“Ja, dat zou het beste zijn,” zegt de eerste vrouw. Dan haal ik diep adem en doe een stap naar voren. “Ik zeg dat wel altijd, maar nu heb ik de kans om het te doen. Ik wil het nù proberen.” Zonder een woord verdwijnen de twee vrouwen. De man is er nog, startklaar op zijn zadel, één voet op de grond. “Hoe doe ik dat,” stel ik hem de vraag “Een steen erop gooien? De nek omdraaien? Boeren die dòen dat gewoon hè..”
De man kijkt me vol ongeloof aan. “Nou ìk ben weg!” zegt hij.
Dan ben ik alleen. Ik kijk naar het konijn zonder het aan te raken. Ik zie hoe moeizaam hij ademt en wacht op het verlossende moment van zijn dood. Maar ik kan het niet. Ik kan het níet.

Achteraf gezien hadden we het beste een doos kunnen halen bij de supermarkt aan de overkant, en de dierenambulance bellen. Die lossen het probleem dan op. Hoeven wij het niet te doen. Maar toch zou ik het graag zelf ook kunnen, voor in geval van nood.

.

*Lees het vorige verhaal: “Op pad voor een eerlijke wereld.”

Opmerking:  Ik mocht deze week mijn verhaal vertellen bij radio 4, bij Passaggio, mijn favoriete radioprogramma. “Het pleidooi van de luisteraar” heet de rubriek. Klik hier om het te beluisteren. Druk vervolgens op het pijltje bovenaan de pagina van Passaggio.

Op pad voor een eerlijke wereld

Een ander verhaal

Demonstratie TTIP kf-10-10-15 001

.

Buiten tjilpen vinken. Binnen brandt de kachel op een paar kleine houtjes. De lucht is grijs en slaperig. Het eenvoudige leven dat ik leid, is ver genoeg van de bewoonde wereld om alles te kunnen vergeten. Maar dat laat ik niet toe. Ik wil wakker blijven, vooral nu. De stilte maakt mijn hoofd helder.
Tegen de muur geleund, naast de bedbank, staat een bord. Een soort spandoek is het, met een stok eraan. “Share and Care” staat er op, in mooie zwarte letters. Het bord heeft diverse demonstraties meegemaakt. Hij is in Kopenhagen geweest in 2009, tijdens de klimaattop. En ik had hem bij me op de Dam, tijdens een solidariteitsdemonstratie voor Egypte. De tekst klopt altijd. Ook nu, want zaterdag is het weer zover. Dan blaas ik het stof eraf. De Tibetaanse gebedsvlaggetjes die ik eraan vastmaakte, zullen weer wapperen in de wind. Ik zal er bij zijn. De demonstratie tegen TTIP. Een monsterlijk groot vrijhandelsverdrag tussen Europa en de VS.
Dit verdrag gaat niet over kosten van invoer. Die barrières zijn allang verdwenen. Het gaat om macht, om de kleine lettertjes die onder het verdrag staan. Lettertjes die pas op het laatst genoemd worden, aan het einde van de onderhandelingen. Snel, mompelend, zoals mijn hongerige oom het Onze Vader bad, voor hij zijn bord dampende aardappels verorberde. Die lettertjes zijn het, waarmee geld verdiend wordt, waarmee de Multinationals hun onverzadigbare honger willen loslaten op talloze landen ter wereld. Grondstoffen, olie, gas. Daar gaat het om. En nu gaat het om ons.

Toen de westerse landen hun koloniën kwijtraakten, zagen ze langzaam hun bezittingen verdwijnen. Het land eiste zijn bezit terug, er volgden onteigeningen. Om dit proces tegen te gaan, werd iets nieuws bedacht. Iets heel slims. Een manier om volkomen legaal hun bezit op te eisen zonder dat er wapens en legers nodig zouden zijn.
Het werkt zo. Onder het mom van diplomatieke goodwill, bezoeken westerse landen hun koloniën. Een gelegenheid met veel glimlachjes, uitwisseling van traditionele gerechten en ceremoniën en handen schudden. Het tekenen van een vriendschapsverdrag volgt. Ondertussen zit het addertje al hebberig te loeren, daar onder het gras. En als alles in kannen en kruiken lijkt te zijn, en de feestelijkheden zijn voorbij, dan komt het eruit. Het addertje wordt een vraatzuchtig monster, dat eist en nog meer eist. Hoe kan dat?
Investeerders Staat Arbitrage. Dat is de Nederlandse vertaling er voor. De multinational is de aanklager. Ze willen iets hebben en ze mogen hun gang niet gaan. Olie, gas of andere kostbare grondstoffen. Ze mogen niet, want het land dreigt te verzakken, of een rivier zal overstromen als er geboord wordt. De mensen van het land en de Overheid, zijn er over eens, het kan echt niet. Maar dan komt het. Het bedrijf eist een schadevergoeding. Drie advocaten spreken recht over de zaak. Eentje voor het bedrijf, een tweede voor het land in kwestie, en dan nog een derde die gekozen wordt door de Wereldbank. De Wereldbank is erg Amerikaans van karakter, dus eigenlijk is het twee tegen één, begrijp ik. Het onderonsje vindt plaats achter gesloten deuren in een achterkamertje van de Wereldbank. Hier worden keuzes gemaakt die gaan over miljarden aan belastinggeld.

Met de ISDS clausule kan een bedrijf overheden aanklagen als ze zich gedwarsboomd voelen. Groningers kunnen de grond in zakken. Als de regering de mensen steunt en de gaskraan dicht draait, dan kunnen ze een miljardenclaim verwachten. Dus zullen ze hier bij alle beslissingen rekening mee houden. Veel landen ondertekenden al een verdrag met deze clausule. Nederland verdient er zelf óók aan. Vooral door handelsverdragen aan de andere kant van de evenaar. Die landen hebben spijt als haren op hun hoofd. Nu wil Europa dit verdrag zelf aangaan, met de VS. Zo kunnen grote Europese bedrijven zich in Amerika gedragen als een Amerikaanse multinational. En  Amerikaanse multinationals zullen hìer hoog van de toren kunnen blazen. Regeringen zullen zich meer en meer gaan richten op deze buitenlandse bedrijven, uit angst voor schadeclaims. En wij, we kunnen fluiten naar een openlijke handel en eerlijk delen op eigen grond. Dokken, dat mogen we. Tenzij we de torens afbreken. Langzaam maar zeker. Samen met de natuur wellicht, waar niet mee valt te spotten.

Ik ga er heen, naar Amsterdam, zaterdag 10 oktober. Ik neem mijn sopranino mee, mijn allerkleinste fluitje. “Deel en zorg” zegt mijn spandoek. En op de achterkant schrijf ik: ISDS, NEE! Ik hoop dat er veel mensen meedoen.

.

Na je dood de boom in

.

Alowieke 28-09-2015

.

Gebogen sta ik voor het aanrecht. Een zwarte handdoek sluit mijn hoofd af voor de buitenwereld en ik heb elk gaatje zorgvuldig dichtgevouwen. Stoom stijgt op en zet zich af in hete druppels op mijn huid. Ik adem, diep in en weer uit. Ik voel de warmte in mijn luchtpijp. Het gaat goed, ik voel het. Vastbesloten ga ik door, tot het weg is. Weren zal ik deze kou, zodat hij zich niet kan vastgezetten zoals vroeger, in diepe holtes van mijn borstkas. Ik adem. In en uit. In en uit. Na een paar minuten vind ik het welletjes. Ik droog mijn gezicht af en pak de computer om de berichten te lezen.

Iets trekt mijn aandacht. Het is een tekening van een mens in foetushouding. Hij zit in een soort cocon. Er groeit een boom uit de cocon. Wat is dit? Ik open de aplicatie en zie een stuk in het engels, “Bye bye coffin” heet het. Ik lees de tekst bij de foto. “Deze organische pot zal je veranderen in een boom, als je dood bent.” Geboeid lees ik verder. Na je dood wordt je opgevouwen in de druppelvormige pot, in dezelfde houding als voordat je geboren werd. De pot is gemaakt van recyclebaar plastic. De stoffen uit je lichaam dienen als voeding voor de boom. Je kan zelf kiezen welke boom je wilt worden. In Engeland kan het al. Ik kijk mijn ogen uit en fantaseer.

Begraafplaatsen zullen bossen zijn, met grote heilige bomen, honderden jaren oud. En als een vader met zijn zoontje er wandelt zal hij fluisteren: “Kijk jochie, dit zijn je opa en oma en álle opa’s en oma’s die daarvoor leefden.” Met grote ogen zal het kind de bomen bewonderen en de magie van leven en dood beleven. Een kind weet misschien wel meer dan een volwassene! In plaats van een onderwerp dat zorgvuldig vermeden en verzwegen wordt, zal het iets moois en wonderlijks zijn. Een plek waar je zachtjes kan fluisteren en om raad kan vragen. Of schreeuwen. Heel hard schreeuwen en zingen als het moet.
Hoe lang geleden is het, dat al die eeuwenoude bomen werden geveld. Fanatieke Christenen met verbeten trekken hakten de ene reus na de andere om. Bijgeloof moest met man en macht bestreden worden. De rest was kachelhout.
Na de Christenen kwam het geloof in het economisch groeimodel en de vrijhandel. Dit nieuwe geloof maakte af wat de Christenen over hadden gelaten. Het ene na het andere bos wordt nog steeds geveld. De mensen die het woud onderhielden, wonen nu in krotjes in buitenwijken van stoffige steden. De bodem onder hun voeten weggeslagen.
En dan nu dit bericht. Een boom worden na je dood. Terug de aarde in met je voeten, met takken
tot de hemel. Dan wil ik een tamme kastanje worden. In een heel groot woud, waar voorouders
huizen en eekhoorntjes mijn noten eten. Net als vroeger.

.
.
Castanea Sativa, de Tamme Kastanje (napjesdragersfamilie)
De Tamme Kastanje wordt 25 tot 35 meter hoog.  Ze heeft een diep wortelstelsel en barst van levenskracht. Storm, bliksem, ze overleeft alles. De stam kan een diameter bereiken van twee meter. Als de boom de ruimte heeft, kan ze een weelderige brede kruin ontwikkelen. Het is geen familie van de paardenkastanje, waarvan de noten niet eetbaar zijn. Deze zijn wèl eetbaar. Je kunt ze vermalen tot meel, poffen of koken. Het hout heeft een hoge duurzaamheidsklasse en is goed te gebruiken voor doeleinden in de buitenlucht. Maar liever laat ik de boom heel. Dan kan ze  heel oud worden, duizend jaar worden ze zéker! De oudste staat in Sicilië en is 2000 tot 4000 jaar.  Ik noem deze boom “een zij” omdat in de naam afkomstig is van de wonderschone nimph “Nea”, door Jupiter betoverd uit wraak. Ze wilde niet met hem vrijen.

Dit is vast een zusje geweest van Nea.

https://scontent-ams3-1.xx.fbcdn.net/hphotos-xfa1/t31.0-8/476442_10150855033837151_92969409_o.jpg?efg=eyJpIjoiYiJ9

LINKS

Dit is het bericht wat ik las.

Bye-Bye Coffins! Tree Pod Burial Will Turn You Into A Tree When You Die


Mooie bomen kijken, en houtige verhalen lezen. Prachtige foto’s. Ook van de Tamme Kastanje.
http://www.mypassionfortrees.nl/tammekastanje.html

Een onverstoorbare bewoner

blogtek kruisspin kl fm. 011

Werktijd. Ik heb zin. Ik ben uitgerust en fris. Het is droog, de zon schijnt. Ik loop naar mijn nieuwe wagen om er in te klimmen. Het is net een serre, met dat transparante zeil. De vloer is leeg en opgeruimd. Er ligt nog wat houtstof tegen de onderwand. Ik ga op de goudgele planken zitten en pak één van de twee palen die er liggen. Een stuk van de voorgevel. In elke paal heb ik gisteren zeven kruizen gezet, met nauwkeurig afgemeten lijntjes er omheen. Ik controleer nog even of het allemaal klopt. Wat tussen die lijntjes zit, dat ga ik vandaag allemaal uithakken. Er zijn nóg twee palen, voor de achterkant. Alle vier moeten ze zeven halfhoutverbindingen krijgen. Een vergissing is zo gemaakt. Maar alles is in orde en ik kan aan de slag. Eerst de ijzerzaag, om de stukken af te bakenen. Dan plakjes maken, met de decoupeerzaag, precies tot het lijntje. Ik glimlach tevreden.
Boven mijn hoofd, tegen het zeil, klinkt zacht getik, alsof het regent. Maar het is geen regen, het zijn vliegjes. Ze kunnen er niet meer uit, ze weten de weg niet. Hommels help ik. Vliegen niet. Die komen misschien wel terecht bij de hoofdbewoner van dit paleis. Een enorme dikke kruisspin. Precies in het midden zit zij, tussen de twee palen, daar heeft ze haar web gespannen. Slimme vliegen gaan er handig in een bochtje omheen, maar heel veel ook niet. Die hebben pech. De spin is de helft van de tijd aan het eten. De andere helft zit ze stilletjes almaar groter en groter te groeien, terwijl haar web nog steeds bezaaid is met ongelukkigen. Ik heb veel respect voor haar.

Het zagen is klaar. Waar de inkepingen komen, zijn nu allemaal plakjes in het hout, keurig naast elkaar. Maar ze zitten nog vast. Dat is niet de bedoeling, ze moeten eraf. Hakken, met de beitel. Die ligt al klaar. Hij ligt helemaal aan de andere kant van het grote, wagenwijde web. Wat zal ik doen. Als ik de beitel hierheen haal, dan moet ik twee keer onder het web door. Handiger is het om de paal naar de beitel toe te schuiven. Ik pak het vurenhout beet en duw het onder het web door, zonder de draden stuk te maken. Nu ik nog. Ik kijk. Het onderste draadje van het web zit niet heel erg laag. “Ik ga er even langs hoor!” zeg ik tegen de spin. Ik buig door mijn knieën en werk mezelf lenig onder het geweven kunstwerk door. Ik knik de spin nog eens vriendelijk toe, voor ik de scherpe beitel pak.
Nu concentreren. Met alle precisie zet ik het glimmende staal langs het lijntje. Ik leg een mooi blokje hardhout tegen de vlakke kant van de beitel, zodat het scherpe uiteinde haaks op het hout staat. Dan pak ik de klopper en in één rake klap vliegt het gekozen stukje uit de paal. Ik kijk naar de spin, vlak naast me, maar die trekt zich helemaal niks aan van het geklop, gebonk en rondvliegende stukken. Superspin, dat is ze. Wie weet hoe groot ze nog wordt. Misschien wel groter dan ik.

.

De verleiding

Blogtek Verleiding 002

Soms zou ik wel
willen gaan zo snel
dat het morgen klaar is
als een hele grote ballon
die na wat pompen oplaatbaar is
Kijk, daar gaat ie!

.
We staan op de bouwplaats. Jan, mijn nieuwe buurman, bewondert  de dubbele vloer van mijn woonwagen. Hij kijkt naar de spanten en materialen die klaarliggen. Sommige dingen wil hij óók gebruiken, om zijn woonwagentje te restaureren. “Dat dakrubber, dat lijkt mij wel wat,” zegt hij “Met isolatie eronder.” Hij lacht even. “Het is wel een onhandig tijdstip, om in de herfst en winter mijn dak te gaan vervangen. Maar ik wil zo graag weg in februari. Als het lukt.”
“Misschien kan je straks wel een stuk bouwzeil van me gebruiken,” stel ik voor, “als mìjn dak op zit.”
“Wanneer ga je dat doen dan?
“Tja, binnen twee maanden denk ik toch wel…”
“Zoooo dàn al?”
“Zou goed kunnen.”

Het is een dag later. Ik lig op mijn rug in de wagen en kijk naar het bouwsel om me heen. Het doorzichtige bouwzeil wappert in de wind en regen klettert als een luid applaus. Een beetje voortijdig, dat wel. Het moment om te juichen is nog niet gekomen. O, ik verheug me op het moment dat alles samenkomt! Ik werk er al zo lang aan. Er is al veel klaar. Maar niet genoeg. Er komt steeds iets bij, want het is best ingewikkeld.
Ik verbaas me erover hoelang ik al bezig ben. Zestien maanden geleden is het, dat ik begon te ontwerpen. En nu groeit die vorm daadwerkelijk uit de materie. Ongelooflijk leuk is dat. Hoe lang zou het nog duren voor het dak er op kan?
Ik voel de dikke grenen planken onder mijn rug en billen. Ik heb mijn handen onder mijn hoofd gevouwen. De smalle sterke vloer is precies groot genoeg. Ik kan hier straks mijn dagelijkse ochtendoefeningen doen. Al rondkijkend fantaseer ik verder. Je zou ook best met vier mensen voor het raam  kunnen tekenen of schilderen, ergens in de natuur.
Ik laat mijn blik gaan over de rij spanten die boven me uit steken en het raamkozijn dat naast me staat. Al zou ik willen, het mag er nog niet in, daarvoor is de constructie nog niet stabiel genoeg. De driehoekconstructie van een lange vensterbank moet stevigheid geven aan de zijwand. En ook de voor- en achtergevel moeten er in. Dan pas komt het kozijn en dan het dak.

Ik bouw. De ene handeling volgt op de andere. Er zit een logica in die ik al doende ontdek. Hoe meer tijd ik ervoor neem, hoe voorspoediger het gaat. Ik merk het elke keer. Telkens als ik werk om op te schieten, maak ik een fout. Daarom ga ik tegenwoordig eerst maar liggen voor ik begin, plat op de houten vloer. Ik kijk om me heen en zie wat nodig is. Mijn wagen is geen luchtballon, die ik even snel op kan pompen tot juiste proporties. Gelukkig maar, ik heb mijn wielen liever op de grond. Ik bouw. En wanneer het dak er op kan, ik weet het niet. Op een dag is het zover. Misschien zal ik verbaasd zijn.

.

Mijn wagentje is zó klein
in één oogopslag herkenbaar
en ik ben daar
als een oester in zijn schelp
een slak in zijn huis
een vogel in zijn nest, het is
niet meer dan het is
niet meer dan ik ben
ik pas er precies in
als een zonnetje zo klaar

.

.

.

.

.

De komst van een vagebond

Blogtek reiziger met tinker kl 001

.

Ik kom thuis en ineens staat er een paard in de wei. Zwart met wit en sokken om de benen. Het is een Tinker. Ik herken hem. Het is hetzelfde paard dat ik weken geleden zag, die keer dat ik  langs het Wilhelminakanaal fietste. De ezel balkt van opwinding en rent naar het hek als het dier hem nadert, maar het paard aan de andere kant graast rustig door. Achter de heg staat het woonwagentje verscholen. Een jongensachtige man met blond en halflang  haar zit achter een bord macaroni. Hij steekt zijn hand uit. “Jan,” stelt hij zich voor “Wij hebben elkaar eerder ontmoet”. “Ja,” lach ik. “Ik ben Alowieke.. ” Ik kijk het weiland in. “Leuk voor de ezel”, wijs ik, “nieuw gezelschap.” Hij lacht en zegt dat zijn paard toch niet reageert. Naast het kleine wagentje staan twee honden. Het touw waarmee ze vastzitten staat strak en hun neuzen steken allebei in mijn richting. Ik laat ze snuffelen aan mijn hand.
“Ik blijf tot februari,” zegt Jan resoluut.  ” Dan wil ik naar Portugal reizen, om daar te gaan wonen.”
“Reis je alleen?”
“Ja, met Dorus en de twee honden.
“Is dat niet zwaar, in je eentje?”
“Ja het is heel hard werken. Ik ben nog maar een jaar geleden begonnen met paarden en heb nu één grote tocht gemaakt met de wagen, in Nederland. Ik dacht, daar rij ik gewoon mee weg, net als een auto. Dat viel flink tegen. Het is ook een beetje dubbel. Ik zie er best tegen op, om weer op pad te gaan. Maar ik hoop toch dat ik straks weg kan. Eerst moet de wagen opgeknapt. De bok is er af gebeukt bij een ongeluk. Kijk maar.” Ik zie een rafelige dakrand en de bok is spoorloos.
“Ongeluk? Hoe kwam dat?”
Hij vertelt. “Ik stond met mijn wagentje bij een boer. Mijn merrie had net een veulen gezoogd, was aan het verspenen en niet in haar  normale doen. Toch ben ik een ritje gaan maken, mèt wagen. De boer zei: Dat kan je best, en het dier moet bewegen. Het liep fataal af. Ze stond zomaar opeens stil, dronk vermoeid en dorstig uit een grote plas. De wielen zakten weg en uit alle macht spoorde ik het dier aan. Dorus trok, de wagen schoot met een ruk naar voren, tegen haar kont. Dorus maakte van gekkigheid een rare sprong. In een poging een greppel te ontwijken knalde ik tegen een boom…. En eigenlijk wist ik het,” zegt Jan bedachtzaam, “Ik moet dit nu niet doen. Maar die boer wist zòveel van paarden….”
Jan vertelt hoeveel hij van zijn paard is gaan houden. Terwijl we praten komt de Tinker naar me toe, besnuffelt me en gaat verder met grazen. De honden zijn gaan liggen. “Je hebt al een hoop geleerd,” merk ik op. “Ja,” antwoordt hij. “Dat kan prima in korte tijd. Ik heb alles over paarden in me opgezogen als een spons. Toch, zoals jij het doet is denk ik beter. Eerst  bouwen. Maar daar ben ik veel te ongeduldig voor. En zo kan het ook.” Ik knik. “Ja, jij hebt al een mooie band opgebouwd met je paard. Maar ik ga nu koken. We praten later verder,” zeg ik. Hij kijkt naar zijn koud geworden bord macaroni. “Ik ga mijn prakkie maar eens opwarmen”.

Ik loop terug naar mijn wagen. De verhalen van Jan laten mij niet koud. Bij elke stap die ik doe, zie ik het scherper. Ik hoef voorlopig nergens heen. Dit is een goede plek. Alles op z’n tijd. Zeker weten.

.

Jan en zijn dieren kl

Jan en zijn dieren

De hut

Blogtek de Hut 2-003

.

Emmeloord. Het is 1975, woensdagmiddag en we zijn vrij. Ik bouw een hut van riet, met mijn buurmeisje. De oever langs de Lemstervaart is zompig, als je de scherpe stengels afsnijdt dan zakken je laarzen langzaam weg in de modder. Je moet snel je voeten verplaatsen. Maar er is genoeg om mee te bouwen. We binden het in bosjes aan elkaar. Ons bouwsel groeit uit tot een rond koepelvormig nestje. Urenlang werken we eraan. Tot de zon niet ver van de horizon staat. “Zullen we nu ophouden,” vraag ik. “Ja,” knikt mijn vriendinnetje “morgen verder.” We kruipen er in en kijken naar de eenden in het kanaal. Trots en met glimmende ogen fantaseren we wat we nog meer zullen doen.
De volgende dag na schooltijd ben ik verlangend om onze hut terug te zien. Opgetogen loop ik naar de vaart. Ik ga het lange rechte stuk helemaal af maar zie niets. Ik zoek en zoek en vraag me af of ik hem over het hoofd zie omdat er zovèèl riet is. Maar ik weet toch zeker dat het daar moet zijn, na die dichtbegroeide meidoorn. Ik kijk nog een tweede keer. Dan zie ik het. In elkaar getrapt. Verdrietig kijk ik ernaar en ga naar huis.

Het was de eerste en de enige hut die ik bouwde. Ik droomde van een boomhut met planken en spijkers. Maar ik zag zelden of nooit iemand die timmerde, in de tijd dat ik opgroeide. En handenarbeid op school was niet voor meisjes en met jongens speelden we niet. Dus kwam het er nooit meer van.
Mijn eigen droomhut heb ik dus niet gebouwd. Later bouwde ik wel andere dingen, toen ik veel ouder was. Ik bouwde mee aan een zeventiende eeuws schip in Utrecht. Ik maakte kasten, een hoogslaper, het interieur van een schip, deuren, de luikenkap van een boot, het interieur van een werfkelder, van een tuinhuis en nog veel meer. Ik keek vaak naar de houtbewerkers die mijn vrienden waren. Iedereen om me heen werkte met hout en soms steen. Maar nog steeds was er niet die hut.

Een wens die tijd krijgt om te rijpen, kan uitgroeien tot een pareltje. En nu komt het er. Het wordt een superhut, op wielen. De schelp van mijn verbeelding heeft zich geopend en ik kan het doen. Ik gloei van voldoening. Ik kan het! Stukje voor stukje, met volle concentratie. Precies zoals ik het wil. Zaag en beitel doen hun werk. Schroeven voegen het samen. Het wordt wat..

.

bouwen skelet onder zeil 003

Aan beide kanten staan de spanten van de wand stevig vast. Heftige regenbuien kletteren op het zeil en dan schijnt de zon weer. Prachtig, die transparantie. Zolang het duurt. Ook deze fase is tijdelijk.

.

bouwen materiaal kozijn maken 005

Kozijnen maken, materiaal en gereedschap. Potlood, slijpsteentje voor beitels, kruishout, winkelhaak, beitels, duimstok, decoupeerzaag, en buiten beeld ligt nog een handzaag voor het precieze werk.

.

bouwen kozijn voorbereiding 009

Werken onder zeil. 

Woonwagen te koop

Straks is dit plekje beschikbaar voor wie wil…..

26 aug 2015

Straks …. Straks is inmiddels nu,  en deze week is er een liefhebber gekomen die het tuinieren hier voort wil zetten.

21 juli 2016

blogtek bloemenweelde R2 002

.

Ik sta met een campinggast bij het grotje, niet ver van mijn woonwagen. Het is rond als een kleine nis en gemaakt van grote keien met cement ertussen. Er staat een  beeldje in van een man in een bruine pij. Het stelt de Sint Antonius voor, patroonheilige van reizigers. De man naast me  haalt een waxinelichtje uit zijn zak. Hij steekt zijn grijze hoofd in het grotje. Even later brandt er een klein flakkerend vlammetje.
Even staan we te kijken. “En trek je dan straks de wereld in, met je nieuwe wagen?” vraagt hij opeens. Het is een bekende vraag. “Wie weet. Ik ben nog niet zover. Ik bouw nu om te bouwen. Dit is mijn meesterstuk. Ik kan alles gebruiken wat ik heb geleerd en geniet daarvan. Ik vind het leuk om er over te vertellen.  Ik bouw een huisje dat van top tot teen van mij is. Met wielen. Waar ik straks heen ga? Ik weet niet. De tijd zal het leren. ” “Dat is wijs,” zegt de man. Hij kijkt  naar het beeldje van de middeleeuwse monnik. Het vlammetje brandt nu roerloos, de wind is gaan liggen. “Gaan jullie dadelijk weer weg?” verander ik van onderwerp. De man knikt opgewekt, zijn grijze staartje beweegt in zijn tanige bruine nek. “Ja, alles is klaar voor vertrek.” Hij klopt me vriendschappelijk op de schouders. Misschien tot de volgende keer! Als je er dan nog bent…”  Hij lacht me toe en loopt terug naar zijn camper.

Sint Antonius in het grotje

Antonius in grot (3)JPG

.

Het is een paar dagen later. De regen van zojuist is opgehouden en het is ineens een stuk lichter. Ik ga naar buiten. Oranje goudsbloemen stralen in de middagzon en de roze melde is zo hoog opgegroeid dat het een bos is geworden.  Ik pluk een blaadje en stop het in mijn mond. Het smaakt naar rauwe spinazie. Ik eet het graag. Ik loop langs het grotje. Het opgebrande waxinelichtje staat er nog. Er naast staan diverse muntsoorten  in bloei en daarachter rijst de paarse Dropplant op uit het groen. Ik trek wat wilde melde er tussen uit en kweekgras.
Dan loop ik door naar mijn nieuwe wagen. Ik wil hem zien en aanraken. Hij groeit. Ik kan het niet laten om even het doorzichtige zeil op te lichten en te kijken. Het lijkt wel een geraamte, met wervels langs een ruggegraat en ribben. Trots pak ik èèn van de spanten beet. Ze staan nu stevig op hun plek, geschroefd en gelijmd. We hebben gisteren lekker gewerkt. Tot het ging regenen.

De bouw vordert

Bouwen spanten 012

.

Wat als de wagen straks klaar is?  Ik ga er niet meteen mee op pad. Ik probeer hem eerst rustig uit. Hier, op deze plek. Dan kan ik verbeteren wat nodig is en zien hoe ik verder ga. Iedereen die wil kan komen kijken. Nu ben ik er nog.

Als  ik in mijn nieuwe huisje woon, dan heb ik het oude niet meer nodig. Ik wil het heel graag verkopen aan iemand met een groene vingerwens. Iemand die stilte en natuur nodig heeft, en hier graag wil zijn. Als ik die nou eens kon ontmoeten…

Deze wagen is dus verkocht. En mijn wens is aardig uitgekomen.

Woonwagen tekoop 004

.

.

De creatieve oplossing


Blogtek De creatieve oplossing 008

Ik denk na. Al een paar dagen. Het gaat om de onderste dakbogen, waar de isolatie op rust. Ik probeerde de mooie essenhouten stokken te buigen met stoom. De bovenste bogen zijn goed gelukt. Gelukkig maar, want die zijn het belangrijkste. Maar de ondersten braken af. De bocht is te scherp. Sommigen gebruiken PVC pijp voor hun huif. Dat is goedkoop en buigt makkelijk. Maar dat wil ik niet. Geen PVC. Wat dan?

De vraag tolt en tolt
kruipt en cirkelt om te vinden
een antwoord naar mijn zin

Ik fiets langs grijze blokkendozen
Weg voor een boodschap
gauw nu maar

tot

oranje container groene kabels
verschijnen langs de weg

Ik kijk over mijn schouder
en keer nieuwsgierig terug
En zowaar wat zie ik daar

In die bak vol lege haspels
Daar ligt mijn schat verborgen.

Kijk maar naar het filmpje.

 

PS: Uiteindelijk heb ik met dit idee niks gedaan. Het zijn toch de mooie essenhouten bogen geworden. Omdat de onderste bogen niet dragend zijn, kon ik ze ook doormidden zagen. Gehalveerd konden ze de bocht makkelijk halen en hoefden ze niet te barsten.

.